Memorandum Nadere duiding vergelijking van natuurwaarden van zoekgebieden wind 7 en 8.pdf
Tekst van het document
Memorandum
Datum Documentnummer Van Telefoonnummer Team
3-4‑2025 UTSP-639404099-124 Inge Verhoef +31618396649 ENT
Aanleiding De aanleiding voor dit memorandum is een toezegging op een verzoek van de raad van de gemeente Oudewater op aanvullende informatie over de ecologische onderbouwing van het windzoekgebied 8, in vergelijking tot gebied 7. Het betreft een aanvulling op de brief van de provincie van 2 december 2024 aan wethouder Lont over het afgevallen gebied 7. Deze analyse is uitgevoerd n.a.v. de vraag in de gemeenteraad Oudewater om windzoekgebied 7 te vergelijken met gebied 8. Gebied 7 is door de provincie niet overwogen als gebied voor aanvullende projectbesluiten omdat al in december duidelijk was dat de ecologische waarde beperkend is voor windenergie. Het gebied behoort ook niet tot de meest kansrijke gebieden. De analyse van vorig jaar is gebaseerd op waarnemingen van vogels en vleermuizen uit de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF) en vigerend beleid en heeft als conclusie dat realisatie van een windpark in gebied 7 essentiële ecologische functies van het gebied kan verstoren en een natuurvergunning voor een windpark op deze locatie kan niet worden verleend. De afweging tussen gebied 7 en 8 is gemaakt op basis van een deskundigheidsoordeel van ecologen.
Voor de analyse is gebruik gemaakt van verschillende bronnen: de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF), de weidevogeltellingen (beschikbaar in de weidevogelviewer) en nieuwe kaarten over de openheid van het landschap dat veel zegt over de geschiktheid van het landschap voor weidevogels. Deze memo gaat dieper in op de vergelijking tussen gebied 7 en 8 en de relaties van gebied 7 met de omliggende natuurgebieden Willeskop en Hooge Boezem. Ook is een nieuwe kaart toegevoegd die de openheid van landschappen in de provincie laat zien, een voorwaarde voor weidevogels. Bijlage: -
Brief aan gemeente Oudewater. Onderwerp: analyse voorkeursgebied gemeente Oudewater, Microsoft Word - Brief analyse voorkeursgebied gemeente Oudewater 20241202 (1)
Nadere duiding vergelijking van natuurwaarden van zoekgebieden wind 7 en 8 Hieronder volgt een vergelijking van de ecologische waarde op hoofdlijnen tussen gebieden 7 en 8. Openheid landschap en weidevogels Gebied 7 ligt midden in open landschap waar we niet veel meer van hebben (zie kaart 1). Weidevogels broeden het liefst in die open gebieden. Een aantal weidevogelsoorten kunnen door realisatie van een windpark het gebied gaan vermijden. Dan gaat een belangrijk foerageer- en broedgebied verloren. In gebied 7 broeden redelijke aantallen grutto’s (zie weidevogeltellingen 2019, 2021 en 2024). De potentie is aanwezig om het broedsucces en de aantallen broedparen te verbeteren. Gebied 7 ligt dan ook grotendeels in weidevogelkerngebied.
1 van 4
Gebied 8 ligt in minder open landschap en is daarmee minder geschikt voor kritische weidevogelsoorten als de grutto. Ook is er veel verstoring in het gebied door de spoorlijn en de snelweg. Hierdoor broeden er alleen weidevogels die minder kritisch zijn op de broedlocatie, zoals de kievit. Dit gebied heeft minder potentie als weidevogelgebied. De kritische grutto is de laatste jaren (2019, 2021 en 2024) in dit gebied niet aangetroffen. Een windpark in gebied 8 zou mogelijk wel verstorend kunnen werken op weidevogels in de omgeving. Nader ecologische onderzoek moet dat uitwijzen.
Kaart 1: Openheid landschap (Bron: Provincie Utrecht 2025)
Kans op aanvaringen vogels en vleermuizen met windturbines De kans op aanvaringen is in gebied 7 relatief groot vanwege de hoge aantallen vogels van een relatief hoog aantal verschillende soorten. Op de ‘niet-broedvogelkaart soortenbescherming’ (kaart 2) van voor windenergie kwetsbare vogelsoorten ligt lijnopstelling 7 op de meest ongunstige locatie in het deel met de meeste kwetsbare soorten in heel de provincie Utrecht. Gebied 8 ligt op een gunstiger locatie. Op de ‘broedvogelkaart soortenbescherming’ (kaart 3) uit scoren beide gebieden niet goed en zijn relatief veel voor windenergie gevoelige broedvogelsoorten aanwezig.
2 van 4
Kaart 2: RES Gevoeligheidskaart voor niet-broedvogels (Bron: rapport ‘Ecologische risicoanalyse windenergie Utrecht’ Rapport nr. 23-338, Waardenburg Ecology, 2023)
Kaart 3: RES Gevoeligheidskaart voor broedvogels (Bron: rapport ‘Ecologische risicoanalyse windenergie Utrecht’ Rapport nr. 23-338, Waardenburg Ecology, 2023)
Voor aangewezen soorten in Natura 2000 gebieden geldt dat beide gebieden buiten de verstoringsafstand liggen (>400 meter), maar dat wel regelmatige vliegbewegingen van die soorten zijn te verwachten. Gebied 7 ligt dichterbij Natura 2000 gebieden dan gebied 8 en daarmee is de kans op aanvaringen met aangewezen soorten vanuit die Natura 2000 gebieden groter in gebied 7. De purperreiger en zwarte stern zijn Utrechtse aandachtsoorten. Dit zijn soorten waarvoor de provincie Utrecht een bijzondere betekenis heeft omdat een belangrijk deel van de Nederlandse populatie in Utrecht voorkomt. Gebied 7 valt binnen essentieel foerageergebied voor de purperreiger en zwarte stern. Gebied 8 is minder geschikt als foerageergebied voor beide soorten (Natuurbeheerplan 2024/2025, kaart 8 Leefgebied dooradering purperreiger en zwarte stern). Beide soorten zijn gevoelig voor aanvaringen met windturbines en hebben een lage 1% mortaliteitsnorm. Met andere woorden, zelfs een enkele aanvaring heeft potentieel een groot negatief effect op de populatie ontwikkeling van purperreigers en zwarte sternen. Daarnaast is het niet uit te sluiten dat purperreigers het gebied gaan vermijden door plaatsing van windmolens. Vermijding en aanvaringen zullen leiden tot onaanvaardbare negatieve invloed op de populaties.
3 van 4
In gebied 7 zijn volgens het planMER weinig gevoelige vleermuis soorten aanwezig. In gebied 8 zullen er redelijke aantallen aanwezig zijn. Voor beide gebieden geldt dat potentieel wel soorten kunnen voorkomen die om een strikte bescherming vragen. Nader ecologisch onderzoek is daarom vereist zodat passende mitigerende en/of compenserende maatregelen getroffen kunnen worden. Met een stilstandsvoorziening is het mogelijk het aantal aanvaringsslachtoffers onder vleermuizen significant te verminderen. Ecologische functie omgeving Naast de kansen op aanvaringen en het voorkomen van soorten is ook een eerste analyse gedaan naar de ecologische relaties van de gebieden met omliggende (natuur)gebieden. Gebied 7 ligt tussen belangrijke vogel hotspots als de Hooge Boezem in het westen en de Willeskop in het oosten. Beide gebieden zijn geliefd onder vogelaars vanwege de hoge aantallen vogels (soms met honderden en duizenden tegelijk) en vogelsoorten die hier in de winter, voor- en najaar voorkomen. De Hooge Boezem is een belangrijke verzamelplaats waar grutto’s voor en na de trek aankomen en wegtrekken uit Nederland. De grutto’s gebruiken het gebied om op te vetten voor de grote trek. In die periode zijn mogelijk veel grutto’s in gebied 7 te verwachten met potentieel aanvaringsgevaar.
Het realiseren van een windpark zou mogelijk kunnen leiden tot barrière werking waardoor grutto’s niet langer de aanvliegroutes naar de Hooge Boezem benutten. Ook wordt de kans groter dat grutto’s gebied 7 en mogelijk de Hooge Boezem vermijden. De Willeskop is een vogelmagneet. Het gebied is tijdens een ruilverkaveling afgegraven en doeltreffend ingericht voor watervogels met een waterplas en moerasgebied. Omdat in de Willeskop in voorjaar en winter veel beschermde soorten verblijven zijn regelmatige vliegbewegingen en aanvaringsrisico’s in gebied 7 te verwachten. Gebied 8 heeft niet zo’n directe relatie met voor vogels belangrijk natuurgebied. Wel moet onderzocht worden of soorten uit het nabijgelegen NNN gebied bij Linschoten negatieve impact kunnen ondervinden van het windpark. Conclusie De optelsom van alle hierboven beschreven aspecten leidt tot de conclusie dat realisatie van een windpark in gebied 7 hoogstwaarschijnlijk essentiële ecologische functies van het gebied zal verstoren en een negatieve impact op veel vogelsoorten zal hebben. De eindbeoordeling van de nadere analyse is dat realisatie van een windpark in gebied 7 essentiële ecologische functies van het gebied kan verstoren en een negatieve impact heeft op veel vogelsoorten. Compensatie van deze functies is niet op een andere locatie te realiseren vanwege de hoge kwaliteit van het gebied.
Een natuurvergunning voor een windpark op deze locatie kan niet worden verleend ook al omdat alternatieve locaties voorhanden zijn. In gebied 8 zijn de negatieve gevolgen beduidend kleiner, maar ook hier moet nader ecologisch onderzoek worden gedaan (vogels en vleermuizen) en mitigerende en compenserende maatregelen zijn niet uitgesloten en waar nodig worden die genomen.
4 van 4