FAQ oprichting Stichting KCR2 29092026
Tekst van het document
Frequently Asked Questions – oprichtingStichting KCR2 Q: Waarom is gekozen voor de rechtsvorm van een stichting? A: Voor KCR 2 is gekozen voor de rechtsvorm van een stichting omdat KCR 2 taken uitvoert ten behoeve van zowel de veiligheidsregio’s als het R ijk en daarmee een gez amenlijke voorziening vormt. Een zelfstandige stic hting biedt een passende vorm om deze gezamenlijke verantwoordelijkheid duurzaam te organiseren, zonder KCR2 onder te brengen bij één van de opdrachtgevende partijen. De stichting krijgt een eigen bestuur (directeur-bestuurder) en een R aad van Toezicht en kan zelfstandig personeel in dienst nemen, overeenkomsten aangaan en de bedrijfsvoering organiseren. T egelijkertijd blijven de veiligheidsregio’s en de minister van Je nV v ia de gezamenlijke opdrachtgevende governance betrokken bij de strategische koers, opdracht en prioriteiten van KCR2. Wat ging hieraan vooraf? Berenschot heeft in 2025 onderzoek gedaan naar pas sende organisatie- | en rechtsvormen voor KCR2, uitgaande van de w ensen en randvoorw aarden van de veiligheidsregio’s en JenV. Daarbij zijn verschillende alternatieven onderzocht en afgew ogen. O p bas is van dit onder zoek en over leg tussen JenV en de veiligheidsregio’s | kwam een zelfstandige stichting met een w ettelijke taak als meest passende vorm naar voren.
De uitkomsten zijn in december 2025 besproken in het Veiligheidsberaad, in aanw ezigheid van de minister van JenV. Daarbij is bestuurlij k de voorkeur uitgesproken voor verdere uitw erking van deze variant. Q: Hoe verhoudt het privaatrechtelijke karakter van de stichting zich tot publieke/wettelijke taak van de stichting? A: Bij KCR2 is sprake van een hybride constructie van publiekrechtelijke en privaatrechtelijke elementen. KCR 2 is een stichting en daar mee een priv aatrechtelijke rechtspersoon, maar vervult tevens een wettelijk opgedr agen taak. De minister blijft verantwoorde lijk voor het functioneren van het stelsel waarbinnen de wettelijke taak wordt uitgev oerd en is daarop politiek aanspreekbaar. De sturingsmogelijkheden van en verantwoordingsmechanismen richting de minister en de veiligheidsregio’s zijn verankerd in de statuten. H et belang dat KCR 2 als stichting dient te behartigen, valt samen met de uitvoer ing van de aan haar opgedragen wettelijke taak. Met de voorgenomen wijziging van de Wet veiligheidsregio’s wor den de taken van KCR2 expliciet wettelijk verankerd. KCR 2 blijft daar bij als zelfstandige rechtspersoon ver antw oor delijk voor de uitvoer ing van die taken en voor de eigen bedr ijfsvoering.
AdresArchimedeslaan 6 | 3584 BA Utrec ht | IBAN NL 8111.97.955B01 | Veiligheidsregio Ut recht Post Postbus 3154 | 3502 GD Utre ch t | KVK 51817330 | @vrutrecht Contact 088 878 1000 | info@vru.nl | @vrubrandweer1 2 Q: Is stichting KCR2 straks Woo-plichtig? A: Hoewel het juridisch is ingericht als een private stichting, is Stichting KCR2 (het Knooppunt Coördinatie Regio’s-Rijk, de doorontwikkeling van het LOCC) opgericht door publieke overheden (de veiligheidsregio's en het ministerie van Justitie en Veiligheid). Omdat de stichting een publieke taak uitoefent (bovenregionale crisiscoördinatie en informatievoorziening) en volledig wordt gefaciliteerd met overheidsgeld, wordt ervan uitgegaan dat KCR2 valt onder de definitie van een bestuursorgaan (b-orgaan) of een onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan vallende instelling. Hierdoor moet de stichting voldoen aan de verplichtingen van de Wet open overheid (Woo). Er loopt op dit moment een uitvraag bij de landsadvocaat om hier helderheid op te krijgen. Q: Wie besluit tot oprichting van de stichting en wie richt de stichting vervolgens daadwerkelijk op? Is daarvoor een volmacht nodig? A: De oprichting van Stichting KCR2 vindt plaats op gezamenlijk initiatief van de 25 veiligheidsregio’s en de minister van JenV. Ook de beoogde inrichting van de stichting, waaronder de statuten, wordt gezamenlijk voorbereid.
Het besluit om over te gaan tot oprichting van Stichting KCR2 wordt gezamenlijk genomen door de 25 veiligheidsregio’s en de minister van JenV. Dit is beoogd na formele instemming van de afzonderlijke algemeen besturen veiligheidsregio’s. De daadwerkelijke oprichting van de stichting is vervolgens een formele rechtshandeling. Het Veiligheidsberaad is zelf geen rechtspersoon en kan de stichting daarom niet oprichten. De oprichting vindt plaats door de 25 veiligheidsregio’s en het ministerie van JenV en wordt vastgelegd in een notariële akte. Een volmacht is nodig zodat de gemachtigde bevoegd is om in rechte op te reden. Deze handeling moet fysiek op een notariskantoor plaatsvinden. Het is aan de afzonderlijke algemeen besturen van de veiligheidsregio’s om te bepalen of en aan wie zij hiervoor een volmacht verlenen. Administratief is het meest eenvoudig wanneer de 25 algemeen besturen één persoon volmacht verlenen om namens hen de benodigde oprichtingshandelingen bij de notaris te verrichten. Beoogd is hiervoor de voorzitter van het Veiligheidsberaad, Hein van der Loo, te machtigen. Wanneer een veiligheidsregio hiervoor niet kiest, kan zij de oprichtingshandelingen ook op een andere wijze laten verrichten, bijvoorbeeld door de algemeen directeur van de veiligheidsregio hiervoor te machtigen.
Q: Wat is het vervolgproces ten aanzien van de oprichting van de stichting (statuten, instellingsbesluit e.d.)? A: De komende periode worden de verschillende onderdelen die nodig zijn voor de oprichting en inrichting van Stichting KCR2 in samenhang verder uitgewerkt. Het gaat daarbij onder meer om de 3 statuten van de stichting en het instellingsbesluit voor de gezamenlijke governance van KCR2 en de LVCb. De stukken worden voorbereid in het gezamenlijke opdrachtgeversoverleg van veiligheidsregio’s en JenV en vervolgens besproken via de landelijke overlegstructuur van de veiligheidsregio’s, waaronder de vakraad Informatievoorziening, de RCDV en de BAC Informatievoorziening. Het ministerie doorloopt aan Rijkszijde een eigen besluitvormingsproces, met onder meer de Algemene Rekenkamer, behandeling in onderraden en de ministerraad en aanbieding aan de Tweede Kamer. Vervolgens worden de stukken ter besluitvorming voorgelegd aan het Veiligheidsberaad met de minister van JenV. Daarna kunnen de formele stappen voor de oprichting van de stichting worden afgerond. Q: Wat is de relatie tussen de Raad van Toezicht en de opdrachtgevende governance? Wie stelt de Raad van Toezicht aan en wie stelt de opdrachtgevende governance vast? A: De Raad van Toezicht en de gezamenlijke opdrachtgevende governance hebben verschillende verantwoordelijkheden.
De Raad van Toezicht is een orgaan van de stichting en houdt vanuit die rol toezicht op het functioneren van de directeur-bestuurder en de stichting. De gezamenlijk opdrachtgevende governance is geen afzonderlijk orgaan maar wordt als opdrachtgeversrelatie tot de stichting geregeld in de statuten. De governance wordt nader uitgewerkt in het Instellingsbesluit . Daarbij is het uitgangspunt dat de opdrachtgevers richting kunnen geven aan wat zij van KCR2 vragen, terwijl de directeur-bestuurder binnen de verantwoordelijkheden van de stichting verantwoordelijk is voor de uitvoering daarvan. De Raad van Toezicht ziet toe op het bestuur en functioneren van de stichting en neemt de rol van de opdrachtgevers dus niet over. De wijze waarop de leden van de Raad van Toezicht worden benoemd, wordt vastgelegd in de statuten. De gezamenlijke opdrachtgevende governance wordt vastgesteld door de veiligheidsregio’s en de minister van JenV in een instellingsbesluit. Q: Wie benoemt, ontslaat en controleert het bestuur van KCR2? A: Stichting KCR2 krijgt een directeur-bestuurder. Die zal benoemd worden bij de formele oprichting. Boven de directeur-bestuurder komt een Raad van Toezicht. Over de samenstelling daarvan zijn het ministerie van JenV en bestuurlijk portefeuillehouder Gerhard van den Top momenteel in gesprek.
Daarnaast wordt een bestuurlijk opdrachtgeversoverleg vormgegeven met afspiegeling van veiligheidsregio’s en ministerie. Waar de RvT klassiek toezicht houdt (op bedrijfsvoering en gezonde financiën, etc.), zal het bestuurlijk overleg gaan over de strategische keuzes binnen KCR2. Om te zorgen dat KCR2 dingen blijft doen die voor veiligheidsregio’s en ministerie logisch zijn. Hoe in de toekomst besluiten genomen worden over KCR2, hangt af van de aard van het besluit. Sommige zaken zullen door de directeur-bestuurder afgehandeld kunnen worden, grote thema’s zullen voorgelegd en vastgesteld worden in het bestuurlijk overleg. 4 Q: Wat zijn de kosten van KCR2 en in hoeverre zijn gemeenten risicodrager bij financiële tekorten? A: De veiligheidsregio’s dragen gezamenlijk structureel €8,3 miljoen bij (via de BDuR-gelden (Brede Doeluitkering Rampenbestrijding), vanaf 2026 10% korting). Het ministerie van Justitie en Veiligheid draagt daarnaast €2,2 miljoen bij. In het scenario van mogelijke meerkosten die om regionale extra middelen gaan vragen zal er eerst altijd gesprek plaatsvinden met het ministerie van JenV en de veiligheidsregio’s. Mochten in de toekomst voorstellen worden gedaan die leiden tot aanvullende financiële gevolgen voor de deelnemende veiligheidsregio’s, dan worden deze via de reguliere bestuurlijke besluitvormingsprocessen voorgelegd.
Q: Wat zijn de operationele inzet criteria van het KCR2? A: Het KCR2 bestaat reeds en monitort 24/7 het informatiebeeld voor de veiligheidsregio's. Bij calamiteiten verrijkt het KCR2 het informatiebeeld ten behoeve van de regio's en loopt daarbij vragen op nationaal niveau uit. Het KCR2 faciliteert en treed niet in de bevoegdheden van gemeenten, Rijk of regio's. Als de veiligheidsregio in een ramp of crisis moet handelen, kan KCR2 de operatie versterken. KCR2 is geen extra vehikel, maar een radar in de landelijke en regionale samenwerking bij rampen en crises. Het functioneert al in de praktijk, daar wordt nu een andere rechtsvorm aan gegeven. KCR2 is een ondersteunende voorziening, een uitvoeringsorganisatie en geen beleidsmaker en treedt niet in de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van individuele veiligheidsregio’s noch die van gemeenteraden.