C13. schr. art32 Vragen PO over Contactbeperking.pdf
Tekst van het document
Onderwerp Datum Toelichting Door
Klacht inwoner over contactverbod (ingekomen stukken) 7 januari 2026 Vragen over de juridische en procedurele juistheid van het ontzeggen van contact met de gemeente Fractie Progressief Oudewater
Geacht college, Bij de ingekomen stukken van de gemeenteraad is correspondentie opgenomen [B10] waaruit blijkt dat aan een inwoner een contactbeperking [B10.1] is opgelegd en dat deze inwoner daarover een klacht heeft ingediend. Uit diezelfde correspondentie blijkt dat (herhaalde) verzoeken om verantwoording en de klacht niet binnen de wettelijke termijnen zijn beantwoord. Wij beschikken niet over de inhoud van het onderliggende conflict en doen daarover geen uitspraak. Deze vragen zien uitsluitend op de uitoefening van bestuurlijke macht in relatie tot de rechtsbescherming van inwoners en de naleving van wettelijke waarborgen. Waar de overheid in een machtspositie verkeert en de inwoner afhankelijk is van toegang tot bestuur en rechtsmiddelen, geldt dat macht verantwoording verschuldigd is en dat wederkerigheid een kernvoorwaarde is voor normatief gezag. Tegen die achtergrond stelt de raad de volgende vragen. Rechtsgevolg en kwalificatie 1. Erkent het college dat een maatregel die structureel de toegang van een inwoner tot balie-, telefonisch en direct ambtelijk contact beëindigt, de rechtspositie van die inwoner wijzigt en daarmee rechtsgevolg heeft? 2.
Erkent het college dat een maatregel met een dergelijk rechtsgevolg in beginsel kwalificeert als een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb? Zo nee: welk rechtsbeschermingsregime acht het college dan van toepassing op een inwoner die door deze maatregel wordt geraakt? 3. Op welke expliciete wettelijke of bestuursrechtelijke grondslag baseert het college de bevoegdheid om een dergelijke contactbeperking op te leggen? Indien geen expliciete grondslag bestaat: op welke rechtsstatelijke beginselen acht het college de maatregel dan alsnog gerechtvaardigd? Bewijslast, motivering en machtsasymmetrie
4. Erkent het college dat, gezien de machtsasymmetrie tussen overheid en inwoner, bij een maatregel die toegang tot het bestuur beperkt een zware bewijslast en een deugdelijke, kenbare en toetsbare motivering vereist zijn? 5. Los van de inhoudelijke beoordeling van deze specifieke casus: deelt het college de opvatting dat een contactbeperking slechts rechtmatig kan zijn indien de betrokken inwoner inzicht krijgt in de concrete gedragingen en feiten die aan de maatregel ten grondslag liggen? 6. Erkent het college dat deze concrete, kenbare motivering in de aan de inwoner gerichte brief ontbreekt, en zo nee: waar acht het college die motivering dan kenbaar voor de inwoner? 7. Acht het college het aanvaardbaar dat een inwoner een ingrijpende maatregel krijgt opgelegd zonder feitelijke mogelijkheid om de rechtmatigheid daarvan te toetsen, en zo ja: hoe verhoudt dit zich tot het beginsel dat macht altijd verantwoording verschuldigd is? Proportionaliteit, subsidiariteit en tijdelijkheid (evenredigheidstoets) 8. Erkent het college dat proportionaliteit en subsidiariteit vereisen dat aantoonbaar is onderzocht of minder ingrijpende maatregelen volstaan, voordat een organisatiebrede contactbeperking wordt opgelegd? a. Zo ja: waaruit blijkt dat dit onderzoek is verricht? b. Zo nee: waarom is van dit beginsel afgeweken? 9.
Erkent het college dat een contactbeperking zonder expliciete einddatum of heroverwegingsmoment strijdig kan zijn met het evenredigheidsbeginsel? Zo nee: op basis waarvan acht het college een maatregel van onbepaalde duur gerechtvaardigd? 10. Welke objectieve en toetsbare criteria hanteert het college voor opheffing van een contactbeperking, en welke onafhankelijke toetsing is daarbij voorzien? Hoor, wederhoor en zienswijze 11. Erkent het college dat hoor en wederhoor een fundamentele waarborg is bij belastende maatregelen? 12. Is de betrokken inwoner voorafgaand aan het opleggen van de contactbeperking gehoord? Zo nee: op welke uitzonderingsgrond acht het college dit verenigbaar met artikel 4:8 Awb? Klachtrecht, termijnen en vertrouwen 13. Erkent het college dat de correspondentie van de inwoner kwalificeert als een klacht in de zin van hoofdstuk 9 Awb?
14. Erkent het college dat het niet tijdig reageren op een klacht (ongeacht latere behandeling) een zelfstandige schending vormt van hoofdstuk 9 Awb? 15. Kan het college verklaren waarom in deze casus geen ontvangstbevestiging, geen gemotiveerde termijnverlenging en geen tijdige afhandeling heeft plaatsgevonden? 16. Deelt het college de opvatting dat structurele termijnoverschrijding en niet-reageren bijdragen aan wantrouwen in de lokale overheid, en erkent het college dat dit wantrouwen in deze casus expliciet wordt benoemd? 17. Acht het college het aanvaardbaar dat een overheid die correct gedrag van inwoners verlangt, zelf wettelijke termijnen en procedurele waarborgen niet naleeft? Transparantie richting de raad 18. Erkent het college dat maatregelen die de rechtspositie van inwoners beperken, de raad aangaan vanwege diens controlerende taak? 19. Waarom is de raad niet actief geïnformeerd over het opleggen van contactbeperkingen en het niet-naleven van de klachtenprocedure? Borging en wederkerigheid 20. Beschikt de gemeente over een vastgesteld en openbaar protocol voor contactbeperkingen dat expliciet de volgende zaken borgt: a. zware motivering en bewijslast; b. hoor en wederhoor; c. proportionaliteit en subsidiariteit; d. tijdelijkheid en heroverweging; e. naleving klachttermijnen? Zo nee: waarom niet? 21.
Is het college bereid een dergelijk protocol vast te stellen en de raad daarin een kaderstellende rol te geven? Tot slot 22. Deelt het college de opvatting dat het normatieve gezag van de overheid om correct gedrag van inwoners te verlangen, slechts geloofwaardig is indien diezelfde overheid aantoonbaar voldoet aan motiveringsplichten, termijnen en hoor- en wederhoor, en zo nee: waarop baseert het college dan dat gezag? 23. De Nationale Ombudsman heeft recent vastgesteld dat overheden in de praktijk vaak met twee maten meten: zonder bewijs of voldoende onderbouwing kan gedrag van inwoners leiden tot besluiten die diep ingrijpen op het persoonlijke leven van inwoners. Daartegenover worden bewezen schendingen door de overheid zelf (fouten, het overschrijden van wettelijke termijnen of het niet naleven van motiveringsplichten) veelal verklaard met een beroep op ‘capaciteitsgebrek’ op blijven deze zonder concrete consequenties.
Erkent het college dit door de Nationale Ombudsman geschetste risico in het eigen handelen, en kan het college aangeven waarom capaciteitsgebrek wél veelvuldig als verzachtende omstandigheid voor de gemeente Oudewater wordt gehanteerd, maar niet voor inwoners die aan wettelijke verplichtingen moeten voldoen? Erik Honkoop Progressief Oudewater