CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

C10.2 Redactiestatuut Midland FM__1002655__.pdf

Gemeenteraad 5 juni 2025, gemeente OudewaterBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken5.276 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

REDACTIESTATUUT VOOR MIDLAND FM MAART 2006

Midland FM, Oudewater

Redactiestatuut Midland FM

0. Inhoudsopgave 1.

Voorwoord……………………………………………………………………2

2. 2.1 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6. 2.7. 2.8.

Een redactiestatuut voor Midland FM……………………....…….....3 Inleiding………………………………………………………………………3 Rechtspositie……………………………………………………………….....4 Scheiding van verantwoordelijkheden………………………………………. 5 Vrijheid van handelen……………………………………………………….. 5 Medezeggenschap………………………………………………………….....6 Vermijden van belangenconflicten………………………………………….. 6 Vaststelling van het redactiestatuut……………………………………... 7 Verhouding tot de OLON-modelstatuten……………………………….…... 7

3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4.

Toelichting bij het redactiestatuut………………………………... 8 Inleiding………………………………………………………………………8 Opbouw van het redactiestatuut………………………………….. 8 Slotopmerkingen…………………………………………………………….. 9 Artikelsgewijze toelichting………………………………………………….10

4.

Redactiestatuut……………………………………………………

2

14

Redactiestatuut Midland FM

1. Voorwoord Met ingang van de invoering van reclame bij lokale omroep in 1991 is in de Mediawet een redactiestatuut verplicht voorgeschreven voor lokale omroep. Kern van een redactiestatuut is dat daarin de redactionele onafhankelijkheid van de redactieleden wordt vastgelegd. In artikel 64 Mw wordt bepaald dat de landelijke omroepverenigingen een redactiestatuut dienen op te stellen1. Artikel 64b Mw breidt dit verder uit naar alle instellingen die zendtijd hebben verkregen2. Ofschoon de Mediawet alleen rept van ‘werknemers’, geldt deze bepaling ook voor redactieleden die zonder arbeidscontract of die onbezoldigd redactiewerkzaamheden verrichten. Dit OLON-model is door het Commissariaat voor de Media getoetst. Tevens is rekening gehouden met opmerkingen van NVJ-zijde. Het redactiestatuut van Midland FM is behoudens wat kleine aanpassingen in verband met de specifieke situatie van Midland FM, gebaseerd op het Olon model redactiestatuut.

1

Artikel 64 sub 1 en d stelt, dat: Omroepverenigingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep: d. brengen, in overeenstemming met hun werknemers die zijn belast met de samenstelling van programma's, een redactiestatuut tot stand waarin de journalistieke rechten en plichten van deze werknemers worden geregeld. 2

Artikel 64b 1. Onverminderd artikel 64, aanhef en onderdeel d, brengen instellingen die zendtijd hebben verkregen, een redactiestatuut tot stand waarin ten minste waarborgen zijn opgenomen voor de redactionele onafhankelijkheid van hun werknemers, belast met de samenstelling van de programma's, ten opzichte van de sponsors:

3

Redactiestatuut Midland FM

2. Een redactiestatuut voor Midland FM § 2.1. Inleiding Programma's maken binnen een lokale omroeporganisatie betekent meer dan het correct opstellen van een draaiboek, het hanteren van de juiste cameratechniek of een goede presentatie. Het in de praktijk goed functioneren van de lokale omroep hangt in hoge mate af van de wijze waarop de verantwoordelijkheden van programmamedewerkers en bestuursorganen1 met betrekking tot de totstandkoming en de inhoud van de programma's zijn geregeld. Aan wie zijn de medewerkers verantwoording verschuldigd en op welke waarborgen kunnen zij bij de uitoefening van hun werkzaamheden aanspraak maken? Het voorhanden zijn van een redactiestatuut is voor het beantwoorden van dit soort vragen een eerste vereiste. De noodzaak tot het opstellen van een regeling waarin de taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot de programmering tot uitdrukking worden gebracht staat niet op zich. Al sinds jaar en dag kennen de gedrukte media het zogenaamde “redactiestatuut” en ook bij veel omroepen bestaat een soortgelijke regeling onder de naam van “redactiestatuut”. Bij de gedrukte media is de behoefte aan een dergelijke regeling vooral ontstaan ten tijde van de grote krantenfusies in de zestiger en zeventiger jaren.

Journalisten waren bang dat hun krant haar identiteit zou verliezen door de voortschrijdende concentratie en bovendien –het ging niet al te best met de dagbladsector– bestond het risico dat de uitgever geneigd zou zijn het belang van de adverteerder te laten prevaleren boven dat van de redactie. Naast de journalistieke bescherming kan met een redactiestatuut aan de redactie bovendien een mogelijkheid tot medezeggenschap met betrekking tot inhoud en vormgeving van de krant worden geboden. Voorts kan een redactiestatuut, naast de CAO en de algemene bedrijfsmedezeggenschapsregelingen, aanvullende bescherming bieden aan de individuele medewerker voor wat betreft zijn rechtspositie en de uitoefening van zijn dagelijkse werkzaamheden. De noodzaak om tot een redactiestatuut voor de lokale omroep te komen is ingegeven door een tweetal bijzondere omstandigheden: - Evenals veel lokale omroepen onderkennen wij het belang ervan en achten het derhalve wenselijk een dergelijk statuut onderdeel te laten uitmaken van de bij onze organisatie geldende regels. - Een tweede factor is gelegen in het feit dat de Mediawet, in artikel 64, uitdrukkelijk een redactiestatuut voorschrijft voor de instellingen die zendtijd voor landelijke omroep hebben verkregen2. Met ingang van 1991 geldt deze verplichting ook voor lokale en regionale omroepen3.

1

Bij het lezen van deze tekst moet rekening gehouden worden met de premisse dat onderscheid wordt gemaakt tussen het bestuur en het programmabeleid bepalend orgaan. In de praktijk kan het voorkomen dat beide bestuursorganen in één verenigd zijn.

4

Redactiestatuut Midland FM

2. Een redactiestatuut voor Midland FM Om het belang van dit redactiestatuut te illustreren, wordt een vijftal aspecten nader onder de loep genomen4: 1. rechtspositie 2. scheiding van verantwoordelijkheden, 3. vrijheid van handelen, 4. medezeggenschap 5. het vermijden van belangenconflicten. § 2.2. Rechtspositie Programmamedewerkers staan in een lokale omroepsituatie ten opzichte van het bestuur in een vergelijkbare positie als werknemers ten opzichte van hun werkgever. Wanneer een programmamedewerker ook nog betaald wordt, is dit zelfs nog meer het geval. In de regel hebben wij evenwel meestal te doen met vrijwilligers. Vrijwilligers genieten geen wettelijk geregelde rechtspositie zoals gewone werknemers. Zij hebben bijvoorbeeld geen ontslagregeling en kunnen geen aanspraak maken op salaris of sociale voorzieningen. Daar tegenover staat dat het bestuur in principe geen dwingende aanspraken op de medewerkers kan maken. Al met al heeft de individuele programmamedewerker geen sterke rechtsbescherming en daar waar de lokale omroep één of meer betaalde krachten heeft, bestaat er een ongelijke situatie tussen vrijwilligers en betaalde medewerkers. Daarom is het wenselijk aan de medewerkers een zekere rechtsbescherming te bieden. De dreigende persconcentraties waren een reden voor een redactiestatuut bij kranten. Bij de lokale omroep dreigt geen concentratie.

Integendeel, de lokale omroep heeft zelfs een monopoliepositie. Immers, de Mediawet staat slechts één lokale omroep per gemeente toe. Derhalve rust er een extra grote verantwoordelijkheid op de schouders van het bestuur van de lokale omroep om zijn bevoegdheden ten opzichte van de programmamedewerkers zorgvuldig uit te oefenen en niet te misbruiken. Hetzelfde kan ook van de medewerkers gezegd worden.

4 5

Ook in hoofdstuk 3 wordt nog de nodige aandacht geschonken aan het belang van een redactiestatuut voor de lokale omroepinstellingen. De OLON is overigens de mening toegedaan dat het noodzakelijk is met de medewerkers, die geen werknemer van de lokale omroep zijn, een medewerkerscontract af te sluiten, dat tot op zekere hoogte een alternatief is voor een arbeidsovereenkomst. Het Model redactiestatuut gaat ook van het bestaan van een dergelijke medewerkersovereenkomst of arbeidscontract uit. Bij de OLON is een Model medewerkersovereenkomst verkrijgbaar.

5

Redactiestatuut Midland FM

2. Een redactiestatuut voor Midland FM § 2.3. Scheiding van verantwoordelijkheden Het voorkomen van een oneigenlijk gebruik van bevoegdheden hangt nauw samen met een tweede aspect: “de scheiding van verantwoordelijkheden”. Een goede stroomlijning van de verschillende verantwoordelijkheden van bestuur en programmamedewerkers kan zeer bevorderlijk zijn voor een goede dagelijkse gang van de werkzaamheden. Het uitgangspunt behoort te zijn: schoenmaker blijf bij je leest. Een redactiestatuut kan de vereiste duidelijkheid verschaffen. In de praktijk is gebleken dat wanneer een redactiestatuut ontbreekt, het bestuur van de instelling vaak geneigd is om programma-inhoud en –vorm te coördineren. Dit is op zich niet vreemd, want naar binnen en buiten toe kan het bestuur zich – bij het ontbreken ervan– niet beroepen op een redactiestatuut, met als gevolg dat zij door het representatieve orgaan gezien wordt als eerstverantwoordelijk voor de uitvoering van het door dit orgaan vastgestelde programmabeleid. Ook ten opzichte van derden, zoals verenigingen, overheidsinstanties en dergelijke, wordt het bestuur dan gezien als degene waarop een coördinerende en controlerende taak rust. De mogelijkheid tot preventief toezicht zal het bestuur dan ook zeker aangrijpen.

Het zal trachten te voorkomen dat verwijten worden gemaakt door het representatieve orgaan, de eventuele leden en/of de subsidiegever. Kortom: op die manier kan er geen sprake zijn van een onafhankelijke uitoefening van programmatische taken. Hoe anders is dit wanneer het bestuur de programmatische taken delegeert aan programmamedewerkers. Delegatie houdt in dat het bestuur niet meer zelf de bevoegdheid heeft om op te treden met betrekking tot de voorbereiding en samenstelling van het omroepprogramma. Het bestuur kan slechts achteraf, bijvoorbeeld wanneer er klachten komen, de verantwoordelijke programmamedewerkers op het matje roepen, berispen, schorsen of –in laatste instantie– zelfs ontslaan, indien mocht blijken dat deze in strijd hebben gehandeld met de regels die gelden voor de gedelegeerde bevoegdheid. § 2.4. Vrijheid van handelen De keerzijde dan wel het logische gevolg van gescheiden verantwoordelijkheden en zo duidelijk mogelijk gedefinieerde bevoegdheden, is een afgebakende vrijheid van handelen. Als de programmamedewerker weet wat de marges van zijn bevoegdheden zijn, kent hij ook de speelruimte, waarbinnen hij vrij zijn gang kan gaan. De afbakening van de individuele handelingsvrijheid moet mede worden bezien vanuit het perspectief van een andere vrijheid, de uitingsvrijheid.

Regelmatig stellen programmamedewerkers zich op het standpunt dat zij ongehinderd hun gang behoren te kunnen gaan zonder bemoeienis van enig ander orgaan. Daarbij beroept men zich dan op het recht van vrije meningsuiting. De programmamedewerker blijft echter te allen tijde gebonden aan het vastgestelde programmabeleid en de overige regels met betrekking tot de uitvoering ervan (bijvoorbeeld afkomstig van de hoofdredacteur). Dit mag evenwel voor het bestuur geen aanleiding zijn om de programmamedewerkers onnodig aan handen en voeten te binden. Dat zou enkel maar tot zelfcensuur leiden en zeker de creativiteit niet bevorderen. Binnen de vastgestelde grenzen moet aan programmamedewerkers maximale vrijheid worden gegeven. 6

Redactiestatuut Midland FM

2. Een redactiestatuut voor Midland FM In het redactiestatuut is getracht zo zorgvuldig mogelijk overwegingen als voorgaande te verwerken. § 2.5. Medezeggenschap Onder het kopje "Rechtspositie" is al de relatie werkgever/werknemer aan de orde geweest en opgemerkt dat die bij vrijwilligers in tegenstelling tot betaalde medewerkers niet formeel geregeld en met waarborgen omkleed is. Derhalve ontbreekt ook een regeling van de medezeggenschap. In het bedrijfsleven is het een verworven (en wettelijk voorgeschreven) recht dat binnen een onderneming door middel van een ondernemingsraad de werknemers directe inspraak hebben op het bestuurlijk reilen en zeilen van de onderneming. Ook voor vrijwilligers dient binnen de lokale omroepinstelling een overleg te worden geregeld dat een soortgelijke functie vervult als een ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegenwoordiging (PVT). Bij Midland vervult de redactieraad deze functie, aangezien alle medewerkers van Midland ook tevens programmamedewerker zijn. Een redactiestatuut moet evenwel niet verward worden met een medezeggenschapsregeling. Het is de bijzondere positie van een programmamedewerker die een redactiestatuut noodzakelijk maakt. Een redactiestatuut verschaft dan ook geen algehele medezeggenschap in de lokale omroepinstelling, doch richt zich uitsluitend op de specifieke werkzaamheden van de programmamedewerkers. § 2.6.

Vermijden van belangenconflicten Het belang van een redactiestatuut komt onder meer naar voren in verband met de noodzaak om belangenconflicten zoveel mogelijk te voorkomen. Een programmamedewerker is van meerdere organen afhankelijk: hij moet het programmabeleid zoals vastgesteld door het programmabeleid bepalend orgaan tot richtsnoer nemen, er moet rekening gehouden worden met bestuurlijke aanwijzingen, de hoofdredacteur bepaalt –zoveel mogelijk in samenspraak met de medewerkers– de kaders van de programmering en ook de collegaprogrammamedewerkers moeten niet vergeten worden. Verder kent de lokale omroep meestal “financiers”. Adverteerders en sponsors, maar ook andere partijen die in een vergelijkbare situatie staan ten opzichte van de lokale omroep: de lokale overheid die een subsidie verstrekt of derden die bijdragen in de productiekosten van een programma. In deze laatste situaties bestaat het gevaar dat de programmamedewerker klem komt te zitten tussen een bestuur dat verantwoordelijk is voor de financiële basis van de lokale omroep en de eigen journalistieke/ redactionele verantwoordelijkheid. Het redactiestatuut moet dan uitkomst kunnen bieden.

7

Redactiestatuut Midland FM

2. Een redactiestatuut voor Midland FM § 2.7. Vaststelling van het redactiestatuut In de organisatie van de lokale omroepinstellingen zijn verschillende organen gemoeid met het redactiestatuut, hetgeen ook uit de tekst blijkt. In de regel zullen de statuten van de lokale omroepinstelling aangeven welk orgaan bevoegd is om het redactiestatuut vast te stellen. Voor Midland FM is dat het programmabeleidsbepalend orgaan, nadat de medewerkers zijn gehoord. Los van hetgeen de statuten regelen, brengt het redactiestatuut met zich mee dat het bestuur van de lokale omroepinstelling instemt met de onderdelen van het statuut die op zijn bevoegdheden en taken betrekking hebben (onder andere deelname bestuursleden aan sollicitatie- en selectiecommissie hoofdredacteur en het bijwonen van de vergaderingen van het bestuur door de hoofdredacteur). Het bestuur kan namelijk niet door derden worden gebonden zonder dat het het daarmee eens is. § 2.8. Verhouding tot de Statuten. Het redactiestatuut is zodanig geformuleerd dat het aansluit bij de statuten van de stichting lokale omroep Oudewater

6

Met betrekking tot het redactiestatuut zijn de volgende bepalingen uit de OLON-modelstatuten (versie februari 1991) van belang: Model I, art. 16; Model II, art. 11; Model III, art. 17; Model IV, art. 12.

8

Redactiestatuut Midland FM

3. Toelichting bij het redactiestatuut § 3.1. Inleiding Bij de totstandkoming van dit redactiestatuut is er zoveel mogelijk aangesloten bij het model redactiestatuut van de Olon. Dit model is afgeleid van het redactiestatuut, zoals in gebruik bij enkele regionale omroeporganisaties. Het model redactiestatuut is voorzien van enkele voor Midland noodzakelijke aanpassingen. § 3.2. Opbouw van het redactiestatuut Het statuut start met de weergave van de doelstelling van de Midland FM. Deze doelstelling is voorgeschreven in de Mediawet en dus een noodzakelijke voorwaarde om in aanmerking te komen voor een toewijzing van zendtijd voor lokale omroep. Daarmee is het in principe een onveranderlijk gegeven, waarmee alle organen en geledingen Midland FM rekening hebben te houden. De daarop volgende beginselverklaring maakt melding van het door het programmabeleid bepalend orgaan vastgestelde programmabeleid en stelt dat programmamedewerkers hieraan gebonden zijn. Ook dit is een uitvloeisel van het wettelijke kader inzake lokale omroep. Er zij nadrukkelijk op gewezen dat dit programmabeleid de algemene beleidslijnen met betrekking tot de programmering dient te bevatten. Onnodig in detail treden versterkt noch het beleidskarakter, noch een werkbare toepassing door de programmamedewerkers.

We komen nu aan de kern van het redactiestatuut, namelijk de rechten en plichten van de programmamedewerkers. Bepaald wordt dat enkel het redactiestatuut beperkingen kan opleggen aan de onafhankelijkheid van de programmamedewerkers. Verder worden in de beginselverklaring de in acht te nemen algemene journalistieke normen, als hoor- en wederhoor, scheiding van gegevens en interpretatie en zorgvuldige verificatie weergegeven. In het volgende onderdeel worden de diverse organen en hun bevoegdheden beschreven. Het Model definieert achtereenvolgens de termen: hoofdredacteur, programmamedewerkers en redactieraad. De hoofdredacteur is programmatisch gezien de eerstverantwoordelijke. Hij neemt de finale beslissingen en is het intermediair tussen de bestuurlijke organen en de programmamedewerkers. In artikel 4 wordt buiten twijfel gesteld dat de lokale omroepinstelling de verantwoordelijkheid voor de vorm en inhoud van het omroepprogramma van de lokale omroepinstelling draagt. Tegelijkertijd wordt verzekerd dat de samenstelling van het omroepprogramma is gedelegeerd aan de hoofdredacteur. De lokale omroepinstelling kan slechts achteraf en met terughoudendheid toezicht uitoefenen, conform hetgeen daaromtrent in de statuten of anderszins is geregeld.

9

Redactiestatuut Midland FM

3. Toelichting bij het redactiestatuut Verder kent het programmamedewerkers. Programmamedewerkers zijn alle met redactionele en programma-inhoudelijke taken belaste personen. Om een zo ruim mogelijk bescherming te bieden is bewust niet gekozen voor een functiecriterium maar een taakinhoudelijke afbakening. De programmamedewerkers adviseren de hoofdredacteur over de uitgangspunten van het te voeren redactioneel beleid. De hoofdredacteur heeft bij de concretisering van het redactionele beleid de steun van de redactieraad, een vertegenwoordiging uit programmamedewerkers. Aan de vergaderingen van de redactieraad kunnen ook niet-leden van de programmastaf deelnemen; Vervolgens wordt ingegaan op de persoonlijke verantwoordelijkheid van een medewerker. Wat kan hij doen indien de hoofdredacteur een beslissing neemt inzake een door hem gemaakt programma waar hij het niet mee eens is? En welke procedure moet worden gevolgd bij ernstige klachten over een programma? Geschillen, die ontstaan naar aanleiding van het redactiestatuut of een andere regeling met programmatische implicaties, worden voorgelegd aan een mediator. § 3.3. Slotopmerkingen Het voorhanden zijn van een redactiestatuut is geen wondermiddel. Minstens zo belangrijk is het dat de lokale omroep een programmabeleid heeft waarmee medewerkers uit de voeten kunnen.

Hier ligt een voorname taak voor het programmabeleid bepalend orgaan. Het programmabeleid behoort voldoende vertrouwen te stellen in de medewerkers. Regels, en met name een redactiestatuut, zijn er niet om dat vertrouwen te scheppen maar om vertrouwen te bevestigen en te stroomlijnen.

10

Redactiestatuut Midland FM

3. Toelichting bij het Model redactiestatuut

§ 3.4 Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Het eerste artikel van het redactiestatuut is een weergave van de wettelijk voorgeschreven doelstelling van een lokale omroepinstelling (artikel 30 Mediawet). Deze komt globaal overeen met de doelstelling zoals geformuleerd in de statuten van Midland FM. Artikel 2, lid 1 De eerste zinsnede is bedoeld om duidelijk te stellen dat de uitgangspunten voor het samenstellen van het omroepprogramma een gegeven zijn voor de programmamedewerkers van de omroep. Ingevolge artikel 30 Mediawet kent de omroep een representatief samengesteld orgaan dat belast is met het vaststellen van het algemeen programmabeleid. Dit programmabeleid kan derhalve niet door de hoofdredacteur of de programmamedewerkers worden bepaald. De tweede alinea wil dit benadrukken. Artikel 2, lid 2 Dit lid is een beknopte weergave van de redenen waarom er een redactiestatuut behoort te zijn. De programmamedewerkers kunnen hun taken alleen dan onafhankelijk uitoefenen wanneer zij niet blootgesteld worden aan druk van binnen of buiten de lokale omroepinstelling.

Het redactiestatuut bepaalt dat niet langer het bestuur, maar de programmamedewerkers, in het bijzonder de hoofdredacteur, de eerst verantwoordelijke zijn voor de inhoud van de programma's; behoudens de afwegingen die binnen de redactieraad worden gemaakt is er geen preventieve censuur, en daarmee is onafhankelijkheid gewaarborgd; als het misgaat en er komen klachten, dan kan het bestuur zich beroepen op het ontbreken van de mogelijkheid vooraf in te grijpen en kan een kordaat optreden van het bestuur achteraf, slechts respect afdwingen bij de klagers. Wanneer de onafhankelijke programmamedewerkers in strijd handelen met het eerste lid van dit artikel kan het bestuur hen daar namelijk achteraf op aanspreken en maatregelen nemen. Artikel 2, lid 3 Hier is de wijze weergegeven waarop de programmamedewerkers hun onafhankelijke taakuitoefening dienen te vervullen. De lijst van criteria is niet uitputtend, doch geeft een aantal belangrijke journalistieke principes weer . Overigens zij er voor de duidelijkheid op gewezen dat de mogelijkheid van hoor en wederhoor niet automatisch betekent dat twee partijen persé in hetzelfde programma op elkaar moeten reageren. Er is niets op tegen om het ene programma geheel te wijden aan de opvattingen van de ene partij en een ander programma aan het standpunt van de andere partij.

Ook kan men het laten bij het naar voren brengen van het standpunt van slechts één der partijen, wanneer de tegenpartij voldoende mogelijkheden zijn gegeven haar standpunt uiteen te zetten, doch deze van die mogelijkheden geen gebruik heeft gemaakt of wanneer voldoende journalistieke zorgvuldigheid in acht is genomen.

11

Redactiestatuut Midland FM

3. Toelichting bij het Model redactiestatuut Aan het slot wordt bepaald dat programmamedewerkers geen nevenactiviteiten behoren te verrichten die met hun onafhankelijke taakuitoefening strijdig kunnen zijn. In het bijzonder moet men zich terughoudend opstellen tegenover sponsoractiviteiten. Deze bepaling heeft zekere raakvlakken met de bepalingen van de Mediawet inzake nevenactiviteiten (artikelen 55-57 Mediawet). Die richten zich echter primair tot de omroepinstelling. Medewerkers hebben in deze tevens een eigen verantwoordelijkheid. In het bijzonder bij lokale omroep bestaat door de geringe afstand tussen kijker/luisteraar en programmamedewerker het hier bedoelde gevaar dat de lokale omroep in diskrediet wordt gebracht en zijn geloofwaardigheid verliest. Ook de invoering van reclame op de lokale omroep, vergroot enkel de noodzaak van deze bepaling. Artikel 3 In het statuut wordt uitgegaan van het bestaan van medewerkers-overeenkomsten met programmamedewerkers. (Zie de paragraaf “Opbouw van het redactiestatuut”, blz. 15). Artikel 4 De in de tweede alinea genoemde delegatie impliceert dat niet meer het bestuur kan beslissen over de samenstelling van het omroepprogramma, maar alleen de hoofdredacteur. Het bestuur kan een gedelegeerde bevoegdheid niet langer zelf uitoefenen.

Wel kan het de delegatie wijzigen of intrekken; dit alles uiteraard binnen de daarvoor geldende regelingen en op basis van redelijkheid en billijkheid. Artikel 5 en 6 Geen toelichting Artikel 7, lid 2 Het lid in de sollicitatie- en selectiecommissie dat wordt aangewezen door de redactieraad, kan iemand zijn van die raad, iemand van de programmamedewerkers danwel een derde. Artikel 7, lid 4 Het bestuur zal in de regel niet van deze voordracht willen afwijken zonder grondige motivatie. Ook de statuten kunnen hieromtrent nadere regelingen bevatten. Zie tevens de betreffende bepalingen in de statuten. Artikel 8, lid 1 Het orgaan dat de hoofdredacteur benoemt, kan deze natuurlijk ook schorsen of ontslaan. Artikel 8, lid 2 Een redactieraad, die niet overweg kan met zijn voorzitter, zal niet goed functioneren en moet dit aan het bestuur, mede als verstrekker van de delegatiebevoegdheid aan de hoofdredacteur, duidelijk kunnen maken. Ook hier geldt weer dat het bestuur slechts kan reageren door bemiddeling en conflictoplossing, door schorsing of ontslag.

12

Redactiestatuut Midland FM

3. Toelichting bij het Model redactiestatuut

Artikel 9 Regelt artikel 4, dat de samenstelling van het omroepprogramma is gedelegeerd aan de hoofdredacteur, dit artikel omschrijft de taken en verantwoordelijkheden van de hoofdredacteur. Artikel 9, lid 2 Deze bepaling moet gelezen worden in samenhang met artikel 12. De combinatie moet zo worden gezien, dat in overleg tussen bestuur, redactieraad en hoofdredacteur het aantal uit te zenden uren wordt vastgesteld met inachtneming van het beschikbare programmabudget. De hoofdredacteur wijst vervolgens, binnen de maximaal beschikbare uitzendtijd, op grond van dit lid, mankracht, zendtijd en budget toe. Artikel 10, lid 1 De uitgangspunten van het te voeren redactioneel beleid zijn niet de uitgangspunten van het programmabeleid. Immers, die worden vastgesteld door het programmabeleid bepalend orgaan van de lokale omroepinstelling. Het gaat hier om de uitgangspunten met betrekking tot de wijze waarop de hoofdredacteur zijn verantwoordelijkheid inzake de samenstelling van het omroepprogramma van de lokale omroepinstelling ex. artikel 9, lid 1 invult. Artikel 10, lid 2 Geen toelichting Artikel 10, lid 4 De reden om voor een verslag te kiezen en niet slechts voor een besluitenlijst is dat op grond van praktijkervaringen verwacht mag worden dat met name op dit soort vergaderingen uitgebreid discussiepunten naar voren worden gebracht, die nadere bestudering vergen.

Dergelijke punten dienen dan goed gedocumenteerd te zijn, bovendien kunnen andere organen van de lokale omroep er zo kennis van nemen. Artikel 11, lid 1 De redactieraad is vooral verantwoordelijk voor de concrete totstandkoming van het omroepprogramma. Een drietal centrale taken worden expliciet geformuleerd. Onder “de bewaking van de interne en externe communicatie” vallen ondermeer: - het voorkomen van dubbele afspraken naar buiten; - het voorkomen van overlappingen in de programmering; - onderlinge uitwisseling van informatie; - onderlinge afstemming van techniek en programmering. Artikel 11, lid 4 Geen toelichting.

13

Redactiestatuut Midland FM

3. Toelichting bij het Model redactiestatuut

Artikel 11, lid 5 Een besluitenlijst moet als minimumvorm van verslaglegging van de vergaderingen van de redactieraad voldoende worden geacht. Grotendeels zijn de besluiten immers van feitelijke aard. Artikel 12 Besluiten van het bestuur en/of de hoofdredacteur die in belangrijke mate de programmamedewerkers raken, behoren tenminste onderwerp van overleg te zijn. In het tweede lid is een –niet uitputtende– lijst opgenomen van de onderwerpen welke tenminste overleg behoeven. Omdat de financiële positie van de lokale omroepinstelling onlosmakelijk verbonden is met de mogelijkheid een omroepprogramma tot stand te brengen, is, om het belang hiervan te benadrukken, in het derde lid een aparte bepaling opgenomen. Artikel 13 De individuele verantwoordelijkheid van de afzonderlijke medewerkers is reeds benadrukt. Artikel 13 geeft aan hoe met deze individuele verantwoordelijkheid in probleemgevallen moet worden omgegaan. Artikelen 14 t/m 16 In afwijking van het model-statuut van de Olon is hier niet gekozen voor een geschillencommissie, maar voor een mediator. Deze moderne vorm van conflictbemiddeling is meestal sneller en flexibeler dan traditionele geschillenprocedures. Artikel 17 Geen toelichting

14

Redactiestatuut Midland FM

4. Model redactiestatuut Doelstelling lokale omroepinstelling Artikel 1 Midland FM stelt zich uitsluitend, althans hoofdzakelijk ten doel, een omroepprogramma te verzorgen dat in zodanige mate is gericht op de bevrediging van de in de gemeente(n) waarop de omroep zich richt, levende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke behoeften, dat de instelling geacht kan worden van algemeen nut te zijn. Beginselverklaring Artikel 2 1. De uitgangspunten die betrekking hebben op het samenstellen van het omroepprogramma van de lokale omroepinstelling zijn neergelegd in de statuten van de lokale omroepinstelling en het door het programmabeleid bepalend orgaan vastgestelde programmabeleid, alsmede in hieruit voortvloeiende regelingen (hierna: statuten, programmabeleid en regelingen). De hoofdredacteur en de programmamedewerkers zijn hieraan gebonden. Deze stukken worden geacht bij de medewerkers bekend te zijn. Statuten en programmabeleid kunnen worden gewijzigd, zoals bepaald in de desbetreffende artikelen van de statuten en met inachtneming van de regels, zoals deze in dit redactiestatuut zijn beschreven. 2.

Dit redactiestatuut beoogt de programmamedewerkers waarborgen te geven voor het onafhankelijk uitoefenen van de hieruit voortvloeiende taken, zonder rechtstreekse beïnvloeding door wie dan ook, noch van buitenaf, noch van binnenuit, anders dan op de wijze als in dit redactiestatuut wordt geregeld. 3. Op grond van deze onafhankelijke taakuitoefening gaan de programmamedewerkers bij de samenstelling van programmaonderdelen: - zonder vooroordelen te werk; - geven de gelegenheid tot hoor en wederhoor; - betrachten zorgvuldige verificatie; - weren verkapte reclame; - brengen een zo herkenbaar mogelijk onderscheid aan tussen feitelijke gegevens en de interpretatie daarvan of het commentaar daarop; - laten tot de programmaonderdelen toe wat informatief en opinievormend is; - stellen zich terughoudend op tegenover sponsoractiviteiten; - en verrichten geen nevenactiviteiten die met hun onafhankelijke taakuitvoering strijdig kunnen zijn.

15

Redactiestatuut Midland FM

4. Model redactiestatuut Organen – hun bevoegdheden en onderlinge verhoudingen Definities Artikel 3 Dit statuut verstaat onder: - Hoofdredacteur: degene aan wie de samenstelling van het omroepprogramma van de lokale omroep is gedelegeerd. - Programmamedewerkers: de medewerkers van de lokale omroepinstelling belast met werkzaamheden in het kader van de samenstelling van het omroepprogramma, voor zover deze een medewerkersovereenkomst hebben afgesloten - Redactieraad: de hoofdredacteur en een door de programmamedewerkers uit hun midden aangewezen vertegenwoordiging. De lokale omroepinstelling Artikel 4 De lokale omroep is verantwoordelijk voor de vorm en inhoud van hetgeen in haar zendtijd wordt uitgezonden, zowel intern als tegenover derden. De samenstelling van het omroepprogramma is gedelegeerd aan de hoofdredacteur. Namens de lokale omroepinstelling oefent het bestuur achteraf en met terughoudendheid toezicht uit op de naleving van statuten en het programmabeleid. De programmamedewerkers Artikel 5 Uitgangspunten voor het beleid bij benoeming, schorsing of ontslag van de programmamedewerkers zijn vastgelegd in de statuten van de Midland FM. De hoofdredacteur Artikel 6 Uitgangspunten voor het beleid bij benoeming, schorsing of ontslag van de hoofdredacteur zijn vastgelegd in de statuten van Midland FM. Artikel 7 1.

Bij voorziening in een vacature voor de functie van hoofdredacteur wordt door het bestuur een sollicitatie- en selectiecommissie ingesteld. 2. Daarin hebben zitting: twee leden van het in de statuten omschreven programmabeleidsbepalend orgaan; twee leden van het bestuur, waaronder het bestuurslid belast met het personeelsbeleid; een lid, aangewezen door de redactieraad. 3. Een bestuurslid zit de vergaderingen van de sollicitatie- en selectiecommissie voor. 4. De sollicitatie- en selectiecommissie stelt een voordracht op en dient deze, vergezeld van een verslag van haar werkzaamheden, in bij het bestuur.

16

Redactiestatuut Midland FM

4. Model redactiestatuut Artikel 8 1. De hoofdredacteur kan worden ontslagen overeenkomstig de betreffende bepalingen in de statuten van de lokale omroepinstelling. 2. De redactieraad is bevoegd een voorstel tot ontslag of schorsing van de hoofdredacteur in te dienen bij het bestuur. Een dergelijke voorstel vereist de instemming van tweederde van de leden van de redactieraad. Artikel 9 1. De hoofdredacteur is belast met de verantwoordelijkheid inzake de samenstelling van het omroepprogramma van de lokale omroepinstelling; hij is met betrekking tot het omroepprogramma verantwoordelijk voor de naleving van statuten en programmabeleid; hij draagt binnen dit kader de verantwoordelijkheid voor de uitwerking van de programmaonderdelen en heeft de leiding over de programmamedewerkers en hij wijst mankracht, zendtijd en budget toe en bindt zijn opdracht eventueel aan nadere instructies. 2. De hoofdredacteur woont de vergaderingen van het bestuur van de lokale omroepinstelling bij. Hij heeft daarin een adviserende stem. De programmastaf Artikel 10 1. De programmamedewerkers adviseren de hoofdredacteur omtrent de uitgangspunten van het te voeren redactioneel beleid. 2.

De programmamedewerkers kiezen jaarlijks uit hun midden een afvaardiging voor de redactieraad, zodanig dat deze in ieder geval een redelijke afspiegeling vormt van de diverse bij de samenstelling van het omroepprogramma betrokken geledingen van de programmamedewerkers. 3. De programmamedewerkers vergaderen tenminste éénmaal per jaar. Voorts vergaderen zij telkenmale wanneer de hoofdredacteur dit wenselijk acht of wanneer tenminste één vijfde van het aantal programmamedewerkers daartoe de hoofdredacteur(-trice) verzoekt. 4. De oproeping tot de vergadering geschiedt door de hoofdredacteur, die tevens de vergadering voorzit en zorgdraagt voor de verslaglegging. De redactieraad Artikel 11 1. De redactieraad, die bestaat uit minimaal drie personen en maximaal 5 personen3, ondersteunt de hoofdredacteur bij de vormgeving van de uitgangspunten van het te voeren redactioneel beleid. Hij beziet in het kader daarvan ondermeer: - de coördinatie van het omroepprogramma; - de bewaking van de interne en externe communicatie; - en een behoorlijke technische kwaliteit van de programmaonderdelen. 2. De hoofdredacteur zit de vergaderingen van de redactieraad voor. 3. De redactieraad kiest uit zijn midden een secretaris; deze neemt bij ontstentenis van de 3

In ieder geval hebben naast de hoofdredacteur de muziekredacteur en de coördinator techniek zitting in de redactieraad.

17

Redactiestatuut Midland FM

4. Model redactiestatuut hoofdredacteur diens taken, zoals in dit redactiestatuut geformuleerd, waar. 4. De redactieraad is in principe toegankelijk voor alle programmamedewerkers, die gevraagd en ongevraagd de redactieraad kunnen adviseren. Besluitvorming is echter voorbehouden aan de leden van de redactieraad. 5. Van de vergaderingen van de redactieraad wordt tenminste een besluitenlijst opgemaakt. Verhouding redactieraad, bestuur en hoofdredacteur Artikel 12 1. Alvorens het bestuur en/of de hoofdredacteur een beslissing nemen over zaken die van wezenlijk belang zijn voor de werkzaamheden van de programmamedewerkers wordt de redactieraad zo tijdig mogelijk geïnformeerd en gehoord. 2. Als zaken van wezenlijk belang worden tenminste aangemerkt: a. ingrijpende wijzigingen in statuten, programmabeleid en regelingen, voor zover deze wijzigingen betrekking hebben op het voorbereiden en samenstellen van het omroepprogramma; b. ingrijpende wijzigingen in het uitzendschema; c. ingrijpende wijzigingen in de huisvestingssituatie; d. overeenkomsten voor programmatische samenwerking met derden voor zover deze een ander dan incidenteel karakter hebben; e. de benoeming van de hoofdredacteur, met inachtneming van het daaromtrent statutair bepaalde; f. wijzigingen in het redactiestatuut, met inachtneming van het daaromtrent statutair bepaalde; g.

wijzigingen in de techniek, voor zover deze ingrijpende gevolgen hebben voor de werkzaamheden van de programmastaf; 3. Tijdig voordat de begroting van de lokale omroepinstelling wordt vastgesteld, wordt deze door het bestuur aan de redactieraad voorgelegd voor wat betreft de posten die rechtstreeks betrekking hebben op de werkzaamheden van programmamedewerkers. De redactieraad brengt zijn opmerkingen bij de begroting ter kennis van het bestuur. Persoonlijke verantwoordelijkheid Artikel 13 1. Wanneer een programmamedewerker ernstige bezwaren heeft tegen een aan hem verstrekte opdracht in verband met een programmaonderdeel en hij zich niet kan neerleggen bij een door de hoofdredacteur ter zake te nemen of genomen beslissing, kan hij zich wenden tot de redactieraad om een uitspraak. 2. Programmamedewerkers zijn bij verhindering in principe gehouden zelf in vervanging voor hun taken te voorzien. Zij informeren hierover de hoofdredacteur.

18

Redactiestatuut Midland FM

4. Model redactiestatuut 4. Indien het bestuur van de lokale omroepinstelling ernstige klachten heeft over het gevoerde redactioneel beleid of een of meer uitgezonden programmaonderdelen, dienen de hoofdredacteur en de betrokken programmamedewerkers ter zake te worden gehoord. Als het bestuur daarna de klacht handhaaft, kan het maatregelen treffen. Geschillen Artikel 14 Geschillen die naar aanleiding of in verband met dit redactiestatuut of het redactioneel beleid mochten ontstaan, zullen –indien niet tot onderlinge overeenstemming kan worden gekomen– worden voorgelegd aan een mediator. Artikel 16 De uitkomsten van de mediaton zijn voor alle betrokkenen bindend. Wijziging redactiestatuut Artikel 17 Wijzigingen van dit redactiestatuut worden vastgesteld met inachtneming van hetgeen daaromtrent in de statuten wordt vermeld.

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/642/documents/19653