C02.2 Regionaal Risicoprofiel Bijlagen 1
Tekst van het document
Utrecht Versie: 1.0 Datum: 25-03-2025 Auteurs: Saskia Bartel, Larissa Bril, Marcel Hilhorst, Michiel Rhoen, Niels van der Velde Bijlagen behorende bij het Regionaal Risicoprofiel Bijlagen | Inhoud Regionaal Risicoprofiel 1 Selectie thema’s | 3 | 2 . 4 Fys ie ke le e fomgeving e n mil ie u | 31 2 .4.1 Ve r ke e r s ongevalle n weg /wate r/ lucht /sp o or | 31 2 Uitwerking risico’s | 5 | 2 .4. 2 Incide nte n in tunnel s | 34 2 . 1 Nat u ur e n Kl imaat | 5 | 2 .4. 3 O ngeval buisleidinge n | 35 2 .1.1 E x tre me we e r s oms t andighe de n | 5 | 2 .4.4 (Comple xe) ge b ouwbr ande n | 38 2 .1. 2 Natuur br ande n | 9 | 2 .4. 5 Ins tor tinge n ge b ouwe n | 41 2 .1. 3 O ve r s trominge n | 13 | 2 .4.6 O ngeval gevaar lijke s toffe n (s t ationair) | 43 2 .1.4 A ardb ev inge n | 17 2.1. 5 Plantenziek ten en dier ziek ten | 17 | 2 . 5 Maat s chap pij | 47 2. 5.1 Openbare ordever s toringen | 47 2 . 2 Gezondheid | 17 | 2 . 5. 2 Ver s tor ing publiek s veiligheid evenementen | 48 2 . 2 .1 Ver s tor ing zorgcontinuï teit | 17 | 2 . 5. 3 Ramp op af s t and | 49 2 . 2 . 2 Humane infe c tie zie k te n | 18 | 2 . 5.4 E x tre e m geweld e n te r ror isme | 49 2 . 2 . 3 Chronis che blo ot s tellinge n | 19 | 2 . 5. 5 Digit ale ont wr ichting | 51 2 . 3 Continuïteit vitale voorzieningen | 20 | Literatuurlijs t | 53 2 . 3.1 Ver s tor ing elek tr iciteit s vo or ziening | 21 2 . 3.
2 Ve r s tor ing br ands tof vo or zie ning | 23 2 . 3. 3 Ve r s tor ing g as - e n war mtevo or zie ning | 24 2 . 3.4 Ve r s tor ing dat a e n tele communic atie | 25 2 . 3. 5 Ver s tor ing dr ink water vo or ziening | 27 2 . 3.6 Ve r s tor ing af handeling ve r ke e r e n ve r vo e r | 28 2 . 3.7 Ve r s tor ing af handeling vo e ds elvo or zie ning | 29 2 . 3. 8 Ver s tor ing af valver wer k ing | 29 2 | 2 . 3. 9 Ver s tor ing r io olwater zuiver ing s vo or ziening | 30 Het projectteam heeft gewerkt volgens de handleiding Regionale Risico-inventarisatie en -analyse van het NIPV. Dit document is gedurende de looptijd van dit project gewijzigd, maar het einddocument is opgesteld aan de hand van de vastgestelde versie door de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s (RCDV). De risico-inventarisatie heeft plaatsgevonden aan de hand van de “Geïntegreerde groslijst risicotypen RRI&A en informatiemodel versie 26 januari 2026”. Deze groslijst is gedurende het project geactualiseerd, waarna het projectteam de laatste versie van de lijst heeft gebruikt voor de selectie van de thema’s en risicotypen. De onderdelen die in de groslijst niet als risico in de RRI&A zijn aangemerkt of buiten de scope van het RRP vallen zijn niet meegenomen in de analyse fase van het RRP . Niet ieder risico uit de groslijst is volledig uitgewerkt.
Een deel van de risico’s is beperkt uitgewerkt op basis van een eerste indicatie en capaciteit. Het gaat hierbij om de volgende risico’s: • Aardbevingen • Plagen, planten- en dierziekten • Zorgcontinuïteit • Chronische blootstellingen • Verstoring afhandeling verkeer en vervoer • Verstoring afhandeling voedselvoorziening • Verstoring afvalverwerking • Verstoring publieksveiligheid evenementen • Ramp op afstand Thema Crisistypen Natuur & Klimaat Extreme weersomstandigheden Natuurbranden Overstromingen Aardbevingen Plagen en plantenziekten Dierziekten Gezondheid Zorgcontinuïteit Infectieziekten Chronische blootstellingen Continuïteit Vitale voorzieningen Verstoring elektriciteitsvoorzieningen Verstoring brandstofvoorziening Verstoring gas/warmtevoorziening Verstoring data en telecommunicatie Verstoring drinkwatervoorziening Verstoring afhandeling verkeer en vervoer Verstoring afhandeling voedselvoorziening Verstoring afvalverwerking Verstoring rioolwaterzuiveringsvoorziening 1 Selectie thema’s 3 Bijlagen Regionaal Risicoprofiel Thema Crisistypen Fysieke leefomgeving en milieu Verkeersongevallen weg, water, lucht, spoor en incidenten in tunnels Branden gebouwde omgeving, Instortingen gebouw, ongeval buisleidingen, ongeval gevaarlijke stoffen (stationair) Maatschappij Openbare ordeverstoringen, Verstoring publieksveiligheid evenementen Ramp op afstand Extreem geweld en terrorisme
Digitale ontwrichting Elk risico wat breed is uitgewerkt is volgens de volgende opzet: • Beschrijving van de kenmerken • Beschrijving van de analyse • Impact • Waarschijnlijkheid en beleving • Beweeglijkheid en onzekerheden • Conclusie 4 Bijlagen Regionaal Risicoprofiel 2.1 Natuur en Klimaat 2.1.1 Extreme weersomstandigheden Beschrijving kenmerken Het klimaat wordt beschreven via gemiddelden en uitersten, veelal over een tijdsspanne van 30 jaar. De uitersten van ons klimaat zijn de extreme weersomstandigheden waar dit deel over gaat. Hierbij gaan we uit van de volgende definitie: Weersomstandigheden die grote fysieke of maatschappelijke gevolgen. Deze weersomstandigheden kunnen verschillende vormen aannemen: aanhoudende droogte, regen, kou, sneeuw, ijzel of juist korte hevige regenval, (val)wind of onweer. Dit kan leiden tot gewonden, of beschadiging van huizen, natuur en landbouw. De VRU onderscheidt hierbij verschillende incidenttypen: • Extreme kou, sneeuw en gladheid • Extreme hitte • Extreme droogte • Extreme neerslag • Extreme windhozen en zware storm 1 Nadia Bloemendaal e.a., Een Extreem Rapport, 30. Het KNMI geeft bij verwachte extreme weersomstandigheden weerswaarschuwingen af door middel van kleurcodes (geel, oranje & rood). Hiervoor heeft het KNMI drempelwaarden opgesteld. Het KNMI geeft waarschuwingen per provincie.
Extreme kou, sneeuw en gladheid 2026 begon met een koude week met meerdere ijsdagen en veel sneeuw. Het KNMI gaf meerdere malen en dagen ‘code geel’ en ‘code oranje’ af voor vrijwel heel Nederland. Kou, sneeuw, ijzel, bevriezing en gladheid ontregelden het dagelijkse leven. Vliegvelden schrapten vluchten, door het hele land ontstonden ongevallen met meerdere doden en gewonden tot gevolg. Supermarkten met lege schappen doordat de bevoorrading niet kon komen. Grote winkelketens zijn gesloten vanwege de hoeveelheid sneeuw op het dak en een sporthal stort zelfs in. Extreme kou kan het dagelijks leven flink verstoren, vooral in combinatie met sneeuw en gladheid. Het KNMI spreekt van een ijsdag wanneer de maximumtemperatuur in De Bilt niet boven de 0°C uitkomt. Gemiddeld heeft De Bilt 6 ijsdagen per jaar. Een koudegolf heeft minimaal vijf ijsdagen en minimaal drie dagen met een minimumtemperatuur lager dan -10°C. De laatste koudegolf in Nederland dateert uit 2012 1. 2 Uitwerking risico’s 5 Bijlagen Regionaal Risicoprofiel In ‘Een extreem rapport’ geeft het KNMI 2 aan dat de kans op extreme kou afneemt. Door de opwarming van het klimaat wordt extreme kou in Nederland zeldzamer, maar het blijft mogelijk. Extreme hitte Een hittegolf is volgens het KNMI een reeks van vijf zomerse dagen (>25°C) waarvan minimaal drie tropische (>30°C).
Hitte is voornamelijk een bedreiging voor inwoners met een kwetsbare gezondheid. Tijdens de hittegolf van augustus 2020 was er een oversterfte van ruim 500 mensen ten opzichte van de weken ervoor. In 70% van de sterfgevallen ging het om mensen die gebruikmaakten van langdurige zorg 3. Hitte heeft geografisch gezien andere effecten. De bebouwde omgeving absorbeert veel van de inkomende zonnestraling, hierdoor warmt de omgeving snel op en houdt deze hitte vast. Dit noemt men het Stedelijk Hitte-eiland Effect. In het landelijk gebied is meer vegetatie, hierdoor ontstaat meer verkoeling door verdamping 4. Tijdens perioden van extreme hitte zoeken mensen verkoeling op in de vorm van natuur en/of (zwem)water. Hierdoor ontstaat druk op deze natuurgebieden, ook verdrinken meer mensen tijdens een hete periode Hitte heeft effect op: • gezondheid(-szorg); • infrastructuur; • leefomgeving; • natuur en milieu; • en (drink-)waterbeschikbaarheid. Sinds het begin van de metingen (1901) heeft het KNMI 32 hittegolven geteld. De helft hiervan heeft plaatsgevonden in de laatste 25 jaar. Ook het aantal dubbele hitte golven (twee losse hittegolven in één jaar) neemt toe 5. Waar begin vorige eeuw de temperatuur van 40°C als vrijwel onmogelijk werd gehouden 2 Nadia Bloemendaal e.a., Een Extreem Rapport, 30.
3 Centraal Bureau voor de Statistiek, ‘Tijdens hittegolf vooral meer sterfte in langdurige zorg’ . 4 Nadia Bloemendaal e.a., Een Extreem Rapport, 12. 5 KNMI, ‘Hittegolven’ . 6 Bessembinder e.a., KNMI’23 Klimaatscenario’s voor Nederland. 7 Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie e.a., ‘Standaarden voor de stresstest wateroverlast’ . 8 Beleidstafel wateroverlast en hoogwater, Voorkomen kan niet, voorbereiden wel: allemaal aan de slag. Extreme droogte Droogte ontstaat doordat gedurende langere tijd meer water verdampt dan dat er water bij komt, minder neerslag valt dan normaal of beide. In de herfst en winter valt meer neerslag dan water verdampt, in de zomer is dit andersom. Hierdoor ontstaat een neerslag tekort. De kans op extreme droogte neemt toe volgens de klimaatscenario’s van het KNMI 6. Droogte heeft effect op: • Waterveiligheid, -kwaliteit, -kwantiteit • Natuurbrandrisico • Landbouw • Scheepvaart • Gezondheid Droogte kan onder andere leiden tot onvoldoende koelwater, verzakkingen van bebouwing, uitdroging van natuur in stedelijk gebied en oogstschade In geval van hevige neerslag na een droge periode ontstaat de kans op wateroverlast, omdat de neerslag slecht infiltreert in droge grond. De zomers van 2018, 2019, 2020, 2022 en 2025 waren zeer droog. In het geval van droogte kunnen lokaal grote verschillen zijn.
In de regio Utrecht is de Utrechtse Heuvelrug erg gevoelig voor droogte. Ook zorgt droogte in de veenweidegebieden voor bodemdaling. Extreme neerslag Extreme neerslag komt in verschillende vormen voor. Langdurige neerslag over meerdere dagen, of piekneerslag in een klein gebied in korte tijd. Door de diversiteit aan verschijningsvormen is geen definitie te geven aan extreme neerslag. Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) houdt in haar stresstesten de buien van 70mm en 140mm in twee uur aan 7. In de bovenregionale stresstesten voeren de provincies berekeningen uit op de effecten van de bui (200mm in 48 uur) die in 2021 in Limburg leidde tot grootschalige wateroverlast en overstromingen 8. 6 Bijlagen Regionaal Risicoprofiel Zowel kor tdure nde hev ige al s langdur ige ne e r slag kan leide n tot wate rove r las t . Wate rove r las t | D o or wind e n grote dr uk ve r s chille n ve ro or z ake n ze grote s chade s12. Valwinde n kunne n Bijlagen | kan ve r s chille nde s o or te n onveiligheid ve ro or z ake n9 : | ont s t aan bij grote onwe e r sbuie n. Hie r bij s tor t e e n e nor me ho eve elheid koude lucht omlaag , Regionaal Risicoprofiel | op de opp e r v lak te spat de lucht uite e n in alle r ichtinge n. Ee n valwind is gevaar lijk do or de • | Levensgevaar | plot s elinge windto e name, de s chade lig t me e s t al in lijn me t de r ichting van de wind13.
• | Onveilige le efomgeving • | Maat s chapp elijke ont wr ichting | O p 18 juni 2021 k re eg Le e r sum te make n me t e e n valwind van sle cht s 3 0 s e conde n. D e valwind • | Fysieke gezondheidsklachten | ve ro or z aak te nege n gewonde n, r uim 10 0 b e s chadigde huize n e n 7 3 0 he c t are aange t as t • | Mentale gezondheidsklachten | bos14 . Door omvallende bomen ont stonden meerdere gaslekkages. Hulpdiensten werden • | Financiële onzeker heid | ove r sp o eld me t meldinge n. Vanuit de hele veiligheidsregio onde r s te unde n e e nhe de n om he t grote aant al meldinge n aan te kunne n. Juni 2020 kome n hev ige rege n - e n onwe e r sbuie n ove r de regio Utre cht . D e hele regio he e ft las t van wate rove r las t do or onde rgelop e n s tr ate n, kelde r s e n komt he t af valwate r te r ug v ia | An a l ys e de toile t te n in de ge b ouwe n. D e hulp die ns te n zijn dr uk me t hulpve r le ning e n v r age n inwone r s | Territoriale veiligheid alle e n te b elle n bij acuut gevaar of grote ove r las t 10. | E x tre me we e r s oms t andighe de n he bb e n do org aans b e p e r k te impac t op de te r r itor iale veiligheid. Vanwege de ve r s cheide nheid aan e x t re me we e r s oms t andighe de n ve r s chilt Januar i 2024 is de grond ve r z adigd van langdur ige rege nval in Ne de r land e n de | de impac t e r van.
E x tre me ne e r slag kan leide n tot (langdur ige) wate rove r las t e n lokale s tro omge bie de n van de Rijn. D e r iv ie r de Linge dreig t , do or hoge wate r s t ande n e n | ove r s trominge n, waardo or he t impac t he e ft op de te r r itor iale veiligheid. D e aant as ting van de aanhoude nde rege n, in he t we e ke nd van 1 3 januar i buite n zijn o eve r s te tre de n. Hie rdo or | digit ale r uimte is sle cht s ze e r b e p e r k t . kunne n dive r s e woninge n in Le e rdam te make n k r ijge n me t wate rove r las t . Fysieke veiligheid E x t re m e win dh oze n e n z ware s tor m | E x tre me we e r s oms t andighe de n kunne n leide n tot zowel gewonde n al s do delijke slachtoffe r s . He t K NMI spre e k t van s tor m al s de ge middelde windsnelheid e e n uur windk r acht 9 B eaufor t | Gladheid, valle nde b ome n, wate rove r las t op wege n kunne n leide n tot slachtoffe r s . (B ft) is . Vo or e e n z ware s tor m is dit 10 B ft , ze e r z ware s tor m bij 11 B ft . Vanaf windk r acht 1 2 B ft | D o de n do or hit te is minde r zichtbaar, omdat he t minde r vaak dire c t te relate re n is aan de spre ke n we van e e n or kaan. D e me e s te s chade ont s t aat vaak do or winds tote n11. He t K NMI | oms t andighe de n.
“Ee n ont wr ichte nde inv lo e d van he t we e r komt vaak do or e e n s ame nsp el waar s chuw t me t ‘co de ge el’ bij winds tote n vanaf 75 k m/u e n ‘co de or anje/ro o d’ vanaf 10 0 | van oms t andighe de n: he t kan bijvo or b e eld ve ro or z aak t worde n do or de e x tre miteit van hit te k m/u. Stor me n e n winds tote n kunne n leide n tot s chade aan ge b ouwe n, omgewaaide b ome n | of rege nval , in combinatie me t de k we t sbaar heid van de ge troffe n regio. He t kan o ok zijn dat e n he e ft inv lo e d op he t ve r ke e r. | de combinatie van we e r s oms t andighe de n - e n dus nie t de e x tre miteit van é é n asp e c t- tot problemen leidt ”15. Naas t s tor m zijn e r nog e n aant al we e r fe nome ne n mogelijk die te make n he bb e n me t wind. Ee n windho os is e e n we r velwind me t e e n tre chte r vor mige slur f onde r e e n onwe e r sbui. W indhoze n kunne n windsnelhe de n ve ro or z ake n van honde rde n k ilome te r s p e r uur. 7 9 Onderzoeksraad voor Veiligheid, Onveiligheid door extreme regen. 10 RTV Utrecht, Noodweer raast over provincie Utrecht, straten blank, bomen om en drollen door de straat. 11 Klimaateffectatlas, ‘Storm’. 12 KNMI, ‘Windhozen’. 13 KNMI, ‘Valwinden’. 14 RTV Utrecht, Hoe een valwind 1 jaar geleden een ravage veroorzaakte in Leersum. 15 Nadia Bloemendaal e.a., Een Extreem Rapport, 6.
Economische veiligheid De financiële schade van extreme weersomstandigheden variëren. Landelijk zorgen stormen, wateroverlast en gladheid jaarlijks voor honderden miljoenen aan schade aan de bebouwde omgeving in Nederland. In de provincie Utrecht varieerde de schade in de periode 2020 -2024 jaarlijks tussen de 15 en 50 miljoen euro 16. Ecologische veiligheid Extreme weersomstandigheden hebben invloed op de ecologische veiligheid. Door toenemende ernst van de extremen verandert het vestigingsklimaat voor flora en fauna. Droogte heeft een grote negatieve impact op de biodiversiteit in Nederland 17. Sociale en politieke stabiliteit Extreme weersomstandigheden kunnen ertoe leiden dat inwoners niet kunnen deelnemen aan het normale maatschappelijke verkeer. Door gladheid, storm of hevige neerslag kan het gevaarlijk zijn om naar buiten te gaan, openbaar vervoer kan stil komen te liggen en wegen kunnen onbegaanbaar zijn. Hierdoor zijn mensen niet in de mogelijkheid om te werken of boodschappen te doen. Door klimaatverandering, vergrijzing in combinatie met extramuralisering en verdichting vergroot de impact. De aantasting op de positie van het lokale en regionale bestuur is beperkt. Tenzij het bestuur verwijtbare fouten heeft gemaakt, waardoor de impact langer duurt. Cultureel erfgoed Extreme weersomstandigheden kunnen impact hebben op cultureel erfgoed.
Stormen, wateroverlast en sneeuw kunnen schade veroorzaken aan bovengronds erfgoed. Wateroverlast en droogte kunnen schade veroorzaken aan funderingen en archeologische resten. Door het zakken van het grondwaterpeil komen deze droog te liggen wat kan zorgen voor rotting. Daarnaast kan droogte leiden tot bodemdaling met schade aan funderingen tot gevolg. Hoge grondwaterstanden kunnen waterschade en schimmels veroorzaken in kelders. 16 Verbond van verzekeraars, ‘Klimaatschademonitor’ . 17 Van Gaalen e.a., Klimaatrisico’s in Nederland: De huidige stand van zaken. 18 Klimaateffectatlas, ‘Storm’ . 19 Van den Besselaar e.a., De staat van ons klimaat 2025; Bloemendaal e.a., De staat van ons klimaat 2024. 20 Bakker e.a., Risicocommunicatie over klimaatrisico’s: het perspectief van burgers. Deelrapport B. Een overkoepelend beeld. 21 Van Gaalen e.a., Klimaatrisico’s in Nederland: De huidige stand van zaken. 22 Bessembinder e.a., KNMI’23 Klimaatscenario’s voor Nederland. 23 Nadia Bloemendaal e.a., Een Extreem Rapport. Waarschijnlijkheid en beleving Waarschijnlijkheid De verschillende weersfenomenen komen jaarlijks in meer of mindere mate voor. In Nederland is een grote kans op stormachtig weer, de kans op (zware) storm is klein, maar het komt voor, vooral aan de kust. Zeer zware stormen komen zeer zelden voor 18.
2024 was een extreem nat jaar met een bovengemiddeld aantal dagen met zware neerslag. 2025 was weer een droog jaar. Piekbuien komen steeds vaker voor 19. Experts (tijdens een expertsessie) zeggen dat de dynamiek tussen extremen toe gaan nemen. Met het toenemen van de mate van extremiteit neemt de voorspelbaarheid van het risico op extreme weersomstandigheden af. Extremen komen heel lokaal voor, zoals de valwind in Leersum in 2021. De voorspelbaarheid van hitte is goed. Van sommige extreme fenomenen, zoals een valwind of een onweersbui is de locatie slechts tot een half uur van tevoren juist te voorspellen. Perceptie De risicoperceptie met betrekking tot klimaatrisico’s is niet hoog. Van de klimaatrisico’s is de perceptie voor extreem weer het hoogst 20. Een ruime meerderheid van de Nederlanders hebben op zijn minst enige zorgen over klimaatrisico’s 21. Beweeglijkheid en onzekerheden Door klimaatverandering neemt de kans op weerextremen en de weerextremen zelf toe. De winters worden warmer en natter, de zomers worden warmer en droger. Door de opwarming van de aarde en het zeewater groeit de kans op extreme weersomstandigheden. Warme lucht kan tot zeven procent meer vocht bevatten, dit leidt tot hevigere neerslag 22. De herhalingstijden van deze extreme gebeurtenissen worden kleiner, wat betekent dat ze vaker voorkomen.
Uit onderzoek van het KNMI blijkt dat in het huidige klimaat voormalig tropische stormen hun weg kunnen vinden naar Nederland. Deze stormen reageren sterk op zeewatertemperaturen. Het KNMI verwacht dat deze stormen bij verdere opwarming sterker worden 23. De kans op droogte is ook toegenomen en neemt binnen de looptijd van 8 Bijlagen Regionaal Risicoprofiel het RRP nog verder toe. Wanneer een extreem weerscenario plaatsvindt in bebouwd gebied neemt de kans op schade een maatschappelijke ontwrichting toe door de vergrijzing en de verstedelijking en verdichting van dit gebied. Conclusie Extreme weersomstandigheden vormen een groeiend en veelzijdig risico voor Nederland. Hoewel de aard en impact van de verschillende weerextremen sterk uiteenlopen, blijkt dat vrijwel alle vormen – hitte, droogte, neerslag, storm en winterse omstandigheden – directe gevolgen hebben voor de fysieke, ecologische, economische en sociale veiligheid. Door klimaatverandering nemen zowel de frequentie als de intensiteit van deze extremen toe, terwijl de voorspelbaarheid ervan juist afneemt. Dit vergroot de druk op hulpdiensten, kritieke infrastructuur, gezondheid, waterbeheer, natuur en leefomgeving. Hoewel de risicoperceptie onder inwoners relatief beperkt blijft, onderkennen experts dat de extremen grilliger worden en lokaal grote gevolgen kunnen veroorzaken.
Daarmee staan overheden en hulpdiensten voor de opgave om zich beter voor te bereiden op uiteenlopende scenario’s, variërend van langdurige droogte en hitte tot plotseling optredende stormen of piekbuien. Extreme weersomstandigheden zijn daarmee een blijvend en toenemend veiligheidsvraagstuk, waarbij adaptatie en veerkracht essentieel zijn om de maatschappelijke ontwrichting en schade te beperken. 2.1.2 Natuurbranden Natuurbranden Beschrijving kenmerken Een natuurbrand is dynamisch en verplaatst zich in ruimte en tijd. Verspreidingssnelheid en brandgedrag zijn afhankelijk van meteo omstandigheden en aanwezige vegetatie. Het brongebied verschuift, waardoor ook het bedreigd- en effectgebied zich verplaatsen. Dit maakt het lastig om een natuurbrand te bestrijden. Door de dynamiek van een natuurbrand, de moeilijke bestrijdbaarheid en verwevenheid van gebruiksfuncties binnen een gebied vormen natuurbranden een risico voor inwoners, zorginstellingen, landgoedeigenaren, bezoekers, recreanten en brandweerpersoneel. 24 Lambrechts, Blog: Zonder bewustwording en actie rond de Wildland Urban Interface zet Nederland zichzelf in brand. Dit risico kan zich uiten binnen de regio Utrecht in bos- en heidebranden. Branden in akkers en rietkragen ziet de VRU als buitenbranden en blijven in dit risico buiten beschouwing.
Een brand in een akker die aan een natuurgebied grenst, kan zich uitbreiden in een natuurbrand. Natuurbrand kan door verschillende oorzaken ontstaan. Veelal ontstaat natuurbrand door menselijk toedoen, in handelingen of technische oorzaken zoals vastlopende remmen van treinen of voertuigbranden. Vanwege de klimaatverandering neemt de kans op natuurbranden toe doordat perioden van droogte, natheid en hitte extremer worden in duur en intensiteit, daarnaast neemt de druk op de natuurgebieden toe doordat inwoners de bebouwde omgeving ontvluchten om te ontsnappen aan de warmte van de bebouwing (hittestress). Het risico op natuurbranden concentreert zich binnen de regio Utrecht voornamelijk op de Utrechtse Heuvelrug. De Utrechtse Heuvelrug is een uniek gebied waar veel gebruiksfuncties met elkaar verweven zijn. De Utrechtse Heuvelrug loopt als een aaneengesloten groene ader door de provincie Utrecht, wat zorgt voor grotere verspreidingsmogelijkheden. In het gebied zitten 150 zorglocaties, 45 campings, twee dierentuinen en diverse woonkernen. De overloop van de woonkernen in natuurgebieden staat internationaal bekend als de Wildland Urban Interface (WUI). Door deze overloop is de kans aanwezig dat een natuurbrand overloopt de gebouwde omgeving in, of visa versa 24.
De Utrechtse Heuvelrug loopt over in het Goois Natuurreservaat dat in de Veiligheidsregio Gooi- en Vechtstreek ligt en de provincie Noord- Holland. Hiermee is dit een regio-overstijgend risico. Om deze reden is het van belang om de capaciteit in beheersing- en bestrijdingsmaatregelen en de samenwerking tussen de beide regio’s op orde te hebben in combinatie met een integrale visie. 9 Bijlagen Regionaal Risicoprofiel Analyse Territoriale veiligheid Natuurbranden hebben een beperkte impact op de territoriale veiligheid. Verlies van controle over het grondgebied is mogelijk, dit is echter tijdelijk van aard. Een kwestie van dagen, niet van weken. Wanneer objecten betrokken raken bij de brand, kan de impact groter worden. Fysieke veiligheid Natuurbranden kunnen aanzienlijke impact hebben op de fysieke veiligheid. Wanneer mensen zich in het natuurgebied bevinden en/of ontvluchten tijdens een natuurbrand bestaat de kans op slachtoffers in de vorm van doden en gewonden. Dit kan door zowel verbranding of rookinhalatie. Doordat een natuurbrand zich grillig kan gedragen en een hoge verspreidingssnelheid kan hebben, kunnen mensen overvallen worden door het vuur. Bij ontvluchting met voertuig bestaat de kans dat men in file terechtkomt en geen kant meer uit kan2526.
Vanwege de verdichting en grote verwevenheid van gebruiksfuncties met de natuur in het gebied, met name op het gebied van de zorg, bevinden zich veel verminderd zelfredzamen in het gebied. Natuurbranden kunnen een aanzienlijke impact hebben op de primaire levensbehoeften. Vitale infrastructuur kan betrokken raken bij een natuurbrand. Op de Utrechtse Heuvelrug liggen diverse drinkwaterproductielocaties. Indien deze locaties in het bron- of effectgebied van een natuurbrand liggen, vallen de locaties uit. Deze uitval beperkt de toegang tot schoon drinkwater. Als medische faciliteiten betrokken raken bij de brand, kan dit de continuïteit van de verleende gezondheidszorg schaden, of het kan de toegankelijkheid voor personen die behoefte hebben aan deze dienstverlening beperken. Op het moment dat woningen betrokken raken bij een brand, kan dit de beschikbaarheid van een veilige woon- of leefomgeving schaden. Economische veiligheid Natuurbranden hebben zowel direct als indirect impact op de economische veiligheid. Materiele schade door het bij de brand betrokken raken van gebouwen en voorzieningen. Gezondheidsschade door gewonden, maar ook door de effecten van rookinhalatie door de omgeving. Financiële schade door inkomstenderving van direct betrokken bedrijven en herstelkosten van bij de natuurbrand betrokken gebouwen, voorzieningen en natuur.
25 Fazeli e.a., ‘Don’t leave late’ is the best advice for fires or floods. These terrifying videos show why. 26 Van Horne, Wildfire Fatalities in Colorado vs. National Trends (1999–2024). 27 Rummenie, ‘Samen sterker tegen natuurbranden’ . Bestrijdingskosten kunnen flink oplopen naar mate een brand escaleert. Indirect heeft een natuurbrand een relatie met de derving van inkomsten door de recreatiebranche in het gebied. Ecologische veiligheid Natuurbranden hebben impact op de ecologische veiligheid. Dit kan zowel positief als negatief zijn. Dit is afhankelijk van de locatie en omvang van de natuurbrand. Een natuurbrand zorgt voor een nieuwe voedzame bodem waardoor snel nieuwe planten groeien. Door een natuurbrand kunnen echter ook zeldzame of kwetsbare planten en dieren verloren gaan. Deze flora en fauna kan niet zomaar weer vervangen worden. Grote dieren kunnen uitsluitend ontsnappen door aangelegde passages (ecoducten). Dit beperkt de ontvluchtingsmogelijkheden. Het gebruiken van niet-gebiedseigen water ten behoeve van blussing/luchtsteun kan tot gevolg hebben dat ecosystemen beschadigd raken door de alternatieve samenstelling van water. Ook te treffen van maatregelen voor natuurbrandpreventie kan invloed hebben op de ecologische veiligheid. Zo kunnen Natura2000-doelen mogelijk haaks staan op de preventiemaatregelen.
Sociale en politieke veiligheid Natuurbranden hebben een beperkte impact op de sociale en politieke veiligheid. Een natuurbrand kan zorgen voor uitval van voorzieningen/infrastructuur wat kan leiden tot (aanzienlijke) verstoringen van het dagelijkse leven. Denk bijvoorbeeld aan de uitval van hoofd- en spoorwegen of aan kantoorgebouwen/scholen die verloren gaan. Een grote natuurbrand kan een maatschappij-ontwrichtend karakter hebben, door uitval van vitale infrastructuur (stroomuitval door betrokkenheid hoogspanningstracé bij een natuurbrand) als cascade-effect. Het gebrek aan governance op natuurbrandbeheersing maakt het nemen van preventieve maatregelen kwetsbaar. “Goede afstemming tussen overheid, brandweer, natuurbeheerders, en andere betrokken partijen is essentieel ompassende maatregelen te nemen om onbeheersbare natuurbranden te voorkomen” zegt de toenmalig staatssecretaris van Landbouw, Visserij Voedselzekerheid en Natuur hierover in een kamerbrief 27. 10 Bijlagen Regionaal Risicoprofiel Burgers kunnen kritisch naar overheid kijken als natuurbranden moeilijk te beheersen blijken. Is er wel genoeg gedaan door de overheid om het risico te beperken? De mate van verwijtbaarheid is bepalend voor de impact. Bij een hoge mate van verwijtbaarheid is ook een hoge impact te verwachten.
Tot slot kan (het risico op) een natuurbrand leiden tot angstgevoelens en emoties en heeft het een directe invloed op de subjectieve veiligheid van de samenleving. Veiligheid cultureel erfgoed Op de Utrechtse Heuvelrug is veel cultureel erfgoed aanwezig zoals buitenplaatsen, kasteeltjes, landgoederen en landschappen. Dit kan als gevolg van een natuurbrand verloren gaan. Waarschijnlijkheid en beleving Waarschijnlijkheid Gemiddeld vinden er binnen de VRU 35 tot 40 natuurbranden per jaar plaats. Dit is afhankelijk van de weersomstandigheden gedurende het jaar. 2024 was een zeer nat jaar met weinig natuurbranden28. 2025 was bovengemiddeld met 51 natuurbranden 29. Een nat jaar zorgt voor meer groei van natuur, waardoor een volgend natuurbrandseizoen meer brandstof aanwezig is de natuur. Dit maakt dat een nat jaar geen positief effect heeft op het natuurbrandrisico op de langere termijn. De kans dat de mens direct of indirect de aanleiding is van het ontstaan van een natuurbrand is groot. Door de relatief grote hoeveelheid natuur, de druk vanuit de recreatie, in combinatie met de toenemende hitte en droogte vanuit de klimaatscenario’s 30, is het risico op een natuurbrand hoog. Perceptie De risicoperceptie van een natuurbrand is relatief laag, vanuit een landelijk beeld 31.
Ook bij de inschatting van de ernst van en de voorbereiding op het risico is een natuurbrand een van de laagst scorende risico’s 32. 28 Nederlands Instituut Publieke Veiligheid, ‘Aantal natuurbranden - Utrecht’ . 29 Nederlands Instituut Publieke Veiligheid, ‘Aantal natuurbrandmeldingen - 2025 - Utrecht’ . 30 Bessembinder e.a., KNMI’23 Klimaatscenario’s voor Nederland. 31 Bakker e.a., Risicocommunicatie over klimaatrisico’s: het perspectief van burgers. Deelrapport A. De resultaten per klimaatrisico. 32 NCTV, Uitkomsten najaarsmeting Risico- en Crisisbarometer 2025. 33 Bessembinder e.a., KNMI’23 Klimaatscenario’s voor Nederland; Nadia Bloemendaal e.a., Een Extreem Rapport. 34 Inspectie Justitie en Veiligheid, Bijlage rapport: Grenzen Bereikt. Beweeglijkheid/ onzekerheden Door klimaatverandering neemt de kans op natuurbranden toe. Het wordt warmer, droger, natter en zonniger. De klimaatscenario’s van het KNMI voorspellen dat deze trends zich voort gaan zetten. Hierdoor ontstaan langere perioden van droogte, wat een aanzienlijke invloed heeft op het natuurbrandrisico 33. Ook extreme neerslag maakt het natuurbrandrisico groter door plantsterfte en rotting. Door middel van klimaatadaptatie willen gemeenten hittestress in de steden terugdringen. Hiervoor investeert men in vergroening van woonwijken en nieuwe bouwstijlen die het natuurbrandrisico kunnen beïnvloeden.
Door meer vegetatie in de bebouwde omgeving toe te voegen, neemt de hoeveelheid brandbaar materiaal toe, waardoor de WUI tussen bebouwing en natuur intensiveert. Dit geldt zeker als deze vegetatie onvoldoende wordt beheerd of tijdens droge periodes gestrest raakt. Dit vergroot de kans dat een brand zich sneller verspreidt richting bebouwing. Tegelijkertijd kunnen bepaalde bouwstijlen, zoals het gebruik van brandbare gevelmaterialen of het ontbreken van voldoende afstand tussen vegetatie en gebouwen, bijdragen aan een verhoogd risico op schade bij en verspreiding van een natuurbrand. De ruimtelijke inrichting, materiaalkeuze en toepassen van de juiste vegetatie die tegen (de toekomstige) hitte stress bestand is spelen dus een belangrijke rol in de mate waarin woonwijken en de natuurgebieden kwetsbaar zijn voor natuurbranden. Vanwege de hittestress in de gebouwde omgeving zoeken mensen meer de verkoeling op van de natuur(gebieden). Door de vergroting van de recreatie in de natuurgebieden neemt de kans op natuurbranden eveneens toe. Klimaatverandering beperkt zich niet tot de regio Utrecht. Op landelijke schaal is zichtbaar dat natuurbrand een groter risico vormt. Bij uitstek is er bij natuurbranden sprake van een verhoogde kans op gelijktijdigheid.
Het is reëel om aan te nemen dat er in het land meerdere grote natuurbranden zich voordoen, waarbij meerdere veiligheidsregio’s een beroep doen op de landelijke, bovenregionale slagkracht 34. 11 Bijlagen Regionaal Risicoprofiel Door de langere en drogere perioden vergroot het risico op een natuurbrand die de regionale bestrijdingscapaciteit overtreft. Dit staat bekend als een escalerende natuurbrand, waarbij een regio aanspraak moet doen op de interregionale bijstand. Met betrekking tot bijstand geldt dat de VRU zich prepareert op de landelijke afspraken, maar de VRU draagt ook zorg voor het blijven afdekken van het eigen restrisico ten tijde van bijstandverlening aan andere regio’s. De VRU zoekt een balans in bijstandsverlening enerzijds en restdekking voor het risico anderzijds. Ook de energietransitie is een ontwikkeling die van invloed kan zijn op het natuurbrandrisico in de regio. Door het toevoegen van ontstekingsbronnen in de vorm van zonnevelden/- panelen en de plaatsing van energieopslagsystemen (EOS) in of nabij een natuurgebied, zorgt ervoor dat de kans op het ontstaan van een natuurbrand toeneemt. De Provincie Utrecht heeft de ambitie om nieuwe natuur te realiseren in de periode tot 2035. Een deel hiervan is inmiddels gerealiseerd, echter de provincie staat nog voor een grote opgave35.
De Provincie Utrecht heeft in haar concept uitvoeringsprogramma opgenomen dat zij een opgave heeft in het verminderen van het risico op onbeheersbare natuurbranden. Zij werkt daarin samen de Veiligheidsregio Utrecht, de negen gemeenten op de Utrechtse Heuvelrug, de terreinbeherende organisaties en het Utrechts Particulier Grondbezit om het risico te beperken 36. 35 Provincie Utrecht, Realisatiestrategie Natuuropgave Provincie Utrecht. 36 Provincie Utrecht, ‘Ontwerp Utrechts Programma Landelijk Gebied 2026-2035 provincie Utrecht’ . Conclusie Natuurbranden vormen een groeiend risico binnen de regio Utrecht, met name op de Utrechtse Heuvelrug waar natuur, bebouwing en diverse gebruiksfuncties nauw met elkaar verweven zijn. Hierdoor kan een natuurbrand van beperkte omvang snel een grote impact hebben. De dynamiek van natuurbranden – die zich snel en onvoorspelbaar kunnen verplaatsen – bemoeilijkt de bestrijding en verhoogt de kwetsbaarheid van inwoners, recreanten en verminderd zelfredzamen in zorginstellingen. Het risico wordt vergroot door menselijke oorzaken, recreatiedruk en de toename van extremen door klimaatverandering, zoals langere perioden van droogte, langere groeiseizoenen vanwege natte en mildere winters en extreme neerslag.
Hierdoor neemt de kans op overslag naar bebouwd gebied toe, terwijl vitale infrastructuur zoals stroomvoorziening, drinkwaterlocaties en medische voorzieningen eveneens geraakt kunnen worden. De impact van natuurbranden reikt verder dan fysieke schade: ook economische verliezen, verstoringen van dagelijkse processen en aantasting van cultureel erfgoed zijn reële gevolgen. Daarnaast nemen onzekerheden rondom het natuurbrandrisico toe. Klimaatverandering zorgt niet alleen voor hogere temperaturen en meer droogte, maar beïnvloedt via vergroening en nieuwe bouwstijlen ook de brandbaarheid van woonwijken. De energietransitie brengt extra risico’s met zich mee door de aanleg van zonnevelden en energieopslagsystemen nabij natuurgebieden. Tegelijkertijd kan een toenemende kans op gelijktijdige natuurbranden landelijk leiden tot druk op interregionale bijstand en verdeling van schaarse brandbestrijdingsmiddelen en landelijke voorzieningen op het gebied van natuurbrandbestrijding. Ondanks deze ontwikkelingen blijft de risicobeleving onder burgers relatief laag, terwijl het risico in werkelijkheid stijgt. Dit benadrukt het belang van integrale risicobeheersing, heldere governance en proactieve maatregelen om de veiligheid van mensen, natuur en infrastructuur te waarborgen.
12 Bijlagen Regionaal Risicoprofiel 2.1.3 Overstromingen Beschrijving risico algemeen De Veiligheidsregio Utrecht kan vrijwel volledig te maken krijgen met grootschalige overstromingen vanuit de rivieren. Daarnaast loopt het noordelijke deel van de regio (plaatsen als Eemnes en Bunschoten) risico op overstromingen vanuit de Randmeren in combinatie met een noordwesterstorm. Een klein deel van de regio (Ameide en beperkte delen van Houten en Stichtse Vecht) kan bovendien worden getroffen door overstromingen als gevolg van storm aan de kust. De VRU ligt in het Nederlandse rivierengebied, tussen de Randmeren en de rivier de Nederrijn/ Lek en wordt doorkruist door de Kromme Rijn, de Eem en het Amsterdam -Rijnkanaal. Deze ligging maakt delen van de regio kwetsbaar voor wateroverlast en overstromingen, vooral bij extreme neerslag, hoge rivierafvoeren en falen van primaire waterkeringen 37. Binnen de provincie Utrecht zijn vooral gebieden langs de grote rivieren gevoelig voor overstromingsrisico’s, met name gebieden met een lage ligging ten opzichte van het waterpeil. Deze kwetsbaarheid hangt samen met het feit dat vrijwel de hele provincie, behalve de Utrechtse Heuvelrug, afhankelijk is van dijken om droge voeten te houden 38.
De laaggelegen gebieden liggen grotendeels in door primaire waterkeringen beschermde normtrajecten langs de Lek, Nederrijn en Eem, zoals weergegeven in landelijke kaarten van overstroombare gebieden en waterveiligheidsnormen 39. Beoordelen impact Territoriale veiligheid Een grootschalige overstroming in de Veiligheidsregio Utrecht kan leiden tot aantasting van de territoriale veiligheid. In dit kader gaat het om situaties waarin delen van het regionale grondgebied tijdelijk of structureel niet meer toegankelijk, beheersbaar of functioneel inzetbaar zijn voor regulier en crisisgerelateerd overheidshandelen. 37 Rijksoverheid, Maatregelen tegen overstroming. 38 Provincie Utrecht, Waterveiligheid. 39 Informatiehuis Water, ‘Dijken en duinen’ . 40 Watermanagementcentrum Nederland, ‘Samengestelde waterdieptekaarten - Maximale overstromingsdiepte Nederland - Maximale waterdiepte - zeer kleine kans’ . Onderstaande afbeelding laat zien welk deel van de VRU onder water komt te staan in het geval van een doorbraak van de primaire keringen. Afhankelijk van de locatie van de doorbraak stroomt het water verschillende delen van de regio binnen. Het waterniveau verschilt van minder dan een halve meter tot meer dan vijf meter in de diepe polders 40.
Juist bij laagkans-hoogimpactoverstromingen is er sprake van grootschalige ontwrichting, waarbij water niet alleen ruimte inneemt, maar ook structureel de bruikbaarheid en samenhang van het grondgebied aantast. De watersnoodramp van 1953 laat zien dat bij een grootschalige overstroming de infrastructuur grotendeels kan uitvallen. Ook de overstromingen in Limburg in juli 2021 benadrukken dat het herstel van een getroffen gebied een omvangrijke maatschappelijke opgave is. 13 Bijlagen Regionaal Risicoprofiel Wegen en waterkeringen kunnen worden weggespoeld, terwijl sloten en watergangen dichtslibben. Bovendien neemt de impact van dergelijke overstromingen toe door ontwikkelingen zoals bevolkingsgroei, toenemende verstedelijking en de steeds sterkere onderlinge afhankelijkheden van vitale netwerken. Het volledig herstel van een overstromingsgebied vergt daarom vaak vele jaren 41. Fysieke veiligheid Een overstroming kan grote gevolgen hebben voor de fysieke veiligheid binnen Veiligheidsregio Utrecht. Bij overstromingen kan sprake zijn van directe en indirecte sterfte. Directe doden ontstaan door verdrinking, instorting of acute gezondheidsbedreiging tijdens het incident. Indirecte sterfte kan zich op korte en langere termijn voordoen, onder meer door uitval van zorg, blootstelling aan vervuild water of vertraagde hulpverlening. Ook is er sprake van risico op ernstig gewonden.
Letsel kan ontstaan door vallen, drijvend puin en onderkoeling, terwijl zorgafhankelijke personen kwetsbaar zijn door verstoring van zorgcontinuïteit. Daarnaast kan een overstroming leiden tot lichamelijk lijden door gebrek aan primaire levensbehoeften. Het langdurig uitvallen van vitale voorzieningen zoals drinkwater, voedsel, verwarming en sanitair veroorzaakt gezondheidsproblemen, met name bij kwetsbare groepen42. De onderstaande afbeelding laat een leefbaarheidskaart zien. Deze kaart geeft weer in hoeverre het gebied leefbaar is ten tijde van een overstroming. De kaart laat zien dat grote delen van de VRU in de acuut levensbedreigende zone liggen, waar meer dan een meter water te verwachten is. In deze zone is leven voor langere tijd niet mogelijk en kunnen mensen en dieren komen te overlijden of ernstig gewond raken door de gevolgen van een overstroming. 41 Knoop en Ligtvoet, Kleine kansen - grote gevolgen: Slachtoffers en maatschappelijke ontwrichting als focus voor waterveiligheidsbeleid. 42 Rijksoverheid, Maatregelen tegen overstroming.
Legenda Zwarte arcering: Tot 200 m achter de kering de verwoestende zone Rode arcering: > 1 m de acuut levensbedreigende zone Oranje arcering: 0,2 – 1 m de potentieel levensbedreigende zone Gele arcering: 0,0 – 0,2 m de zone waarin men met noodmaatregelen enige tijd kan overleven (uitval drinkwater langer dan 24 uur of uitval van gas, elektriciteit of riolering langer van 72 uur) 14 Bijlagen Regionaal Risicoprofiel Economische veiligheid Overstromingen behoren tot de rampen met de grootste potentiële economische schade, doordat zij gelijktijdig schade veroorzaken aan woningen, bedrijven en infrastructuur. Economische ontwrichting ontstaat niet alleen door directe materiële schade, maar ook door uitval van vitale functies zoals elektriciteit, drinkwater, transport en ICT-netwerken. Deze uitval kan leiden tot langdurige verstoring van bedrijfsactiviteiten en economische processen, ook buiten het direct overstroomde gebied. In een economisch sterk verweven regio als Utrecht kan dit leiden tot keteneffecten op regionaal en landelijk niveau 43. Daarnaast wijst kunnen overstromingen het herstelvermogen van huishoudens en bedrijven aantasten. Financiële draagkracht en beschikbaarheid van voorzieningen bepalen in belangrijke mate hoe snel economische functies zich herstellen. Hierdoor kunnen overstromingen leiden tot langdurige economische schade.
Ecologische veiligheid Met name in laaggelegen delen van de regio en/of in gebieden in de nabijheid van een rivier kunnen door langdurige hoge waterstanden bodem- en waterkwaliteit veranderen, wat negatieve effecten heeft op natuurgebieden, landbouwgronden en biodiversiteit. Erosie, vernatting en zuurstofgebrek in bodems kunnen leiden tot schade aan vegetatie en langdurig verlies van ecologische functies. Daarnaast kan overstromend water zorgen voor de verspreiding van verontreinigingen, zoals bestrijdingsmiddelen. Deze stoffen kunnen zich afzetten in natuur- en landbouwgebieden en daar leiden tot aantasting van de ecologische kwaliteit. De mate van schade en de hersteltijd verschillen sterk per gebied, afhankelijk van onder meer inundatieduur, vervuilingsgraad en bodemtype. Ecologische schade maakt onderdeel uit van bredere maatschappelijke ontwrichting, doordat aantasting van natuur en landbouw doorwerkt in voedselproductie, ruimtelijke kwaliteit en herstel na een overstroming. Hierdoor kunnen de ecologische effecten van een overstroming langdurig zichtbaar blijven, ook nadat het water is teruggetrokken 44. 43 Knoop en Ligtvoet, Kleine kansen - grote gevolgen: Slachtoffers en maatschappelijke ontwrichting als focus voor waterveiligheidsbeleid. 44 Rijkswaterstaat, Kennisprogramma Zeespiegelstijging. 45 Onderzoeksraad voor Veiligheid. (2021). Overstromingen Limburg juli 2021.
Sociale en politieke stabiliteit Een overstroming kan leiden tot evacuaties, verlies van woningen en langdurige uitval van vitale voorzieningen zoals elektriciteit, drinkwater, bereikbaarheid en zorg. Hierdoor raken dagelijkse routines, sociale verbanden en maatschappelijke functies voor langere tijd ontwricht, ook voor groepen die fysiek niet direct getroffen zijn. Doordat delen van de regio niet ingericht zijn op grootschalige of langdurige opvang—zoals de Utrechtse Heuvelrug, die slechts beperkt geschikt is voor tijdelijke opvang—ontstaat bovendien een sterke afhankelijkheid van omliggende regio’s voor het huisvesten en ondersteunen van geëvacueerden. Deze afhankelijkheid kan de maatschappelijke druk vergroten, zowel binnen de eigen regio als tussen regio’s onderling, wat het herstel en de bestuurlijke stabiliteit verder onder spanning kan zetten. Veiligheid van cultureel erfgoed Overstromingen kunnen aanzienlijke schade veroorzaken aan cultureel erfgoed. Dit betreft zowel gebouwd erfgoed, zoals monumenten en historische kernen, als archeologische waarden, zoals resten van voormalige nederzettingen, infrastructuur en gebruikssporen in de bodem.
Door inundatie en langdurige waterbelasting kunnen funderingen, constructies en materialen worden aangetast, wat kan leiden tot structurele schade en versnelde degradatie, met name bij oudere gebouwen die hier minder goed tegen bestand zijn 45. Ook indirecte effecten spelen een rol. Uitval van vitale voorzieningen door overstroming, zoals elektriciteit en klimaatbeheersing, kan schade veroorzaken aan museum- en archiefcollecties. De mate waarin schade herstelbaar is, hangt sterk samen met de uniciteit van het erfgoed. Verlies van originele materialen of structuren kan leiden tot blijvend verlies van cultuurhistorische waarde. 15 Bijlagen Regionaal Risicoprofiel Beoordelen waarschijnlijkheid Vrijwel de gehele provincie Utrecht is kwetsbaar voor overstromingen en in belangrijke mate afhankelijk van waterkeringen om droge voeten te houden. Alleen de Utrechtse Heuvelrug vormt een relatief hooggelegen en daardoor minder kwetsbaar gebied. Voor deze gebieden gelden wettelijke veiligheidsnormen voor primaire waterkeringen. Deze normen zijn ontwikkeld binnen het Deltaprogramma en gebaseerd op een risicobenadering, waarbij zowel de kans op een overstroming als de mogelijke gevolgen worden meegewogen. De normen worden uitgedrukt als een maximale toelaatbare overstromingskans per dijktraject. Daarbij geldt dat een hoger risico op schade of slachtoffers leidt tot strengere eisen.
De normklassen variëren landelijk van circa 1/300 tot 1/100.000 per jaar. Met deze systematiek wordt voor iedereen achter de dijken een basisbeschermingsniveau nagestreefd, waarbij de kans op overlijden als gevolg van een overstroming maximaal 1/100.000 per jaar bedraagt. Dit hoge beschermingsniveau verkleint de kans op een grootschalige overstroming aanzienlijk, maar sluit een overstroming niet volledig uit. Beweeglijkheid en onzekerheden Tegelijk neemt de kans op langdurige natte periodes in het stroomgebied van de Rijn toe. Dit resulteert in hoge grondwaterstanden en rivierpeilen, met name in de Lek en Nederrijn. Deze waterstanden zijn dan deels het gevolg van bovenstrooms (in het buitenland) vallende neerslag. De komende beleidsperiode van het RRP is er geen noemenswaardige verandering verwacht in de stijging van de zeespiegel. Een grote stijging van de zeespiegel zou van invloed kunnen zijn op het rivierwaterpeil in de regio. Rivierwater kan dan namelijk moeilijker worden afgevoerd naar zee. Door versterking van waterkeringen neemt het risico op doorbraak af.
Onderdeel van deze versterkingsprogramma’s zijn: • De Sterke Lekdijk, inclusief versterking van de Grebbedijk; • Het SAFE-project voor de Lekdijk bij Streefkerk, Ameide en Fort Everdingen; • Versterkingen bij Streefkerk, Ameide en Fort Everdingen volgens het Hoogwaterbeschermingsprogramma 46 NCTV, Uitkomsten najaarsmeting Risico- en Crisisbarometer 2025. Daarnaast wordt de beweeglijkheid van het risico verder beïnvloed door toenemende ruimtelijke druk en verstedelijking, waardoor meer mensen en functies binnen potentieel overstroomde gebieden komen te liggen (zie ook 2.4.4). Ook de digitalisering van waterveiligheids- en crisisbeheersingssystemen vergroot kwetsbaarheid voor verstoringen of cyberaanvallen. De energietransitie leidt tot extra afhankelijkheden van elektriciteit en IT-gestuurde infrastructuur, waardoor uitval bij hoogwater grotere gevolgen kan hebben. Daarnaast kunnen geopolitieke spanningen risico’s op sabotage versterken. Perceptie Uit de Risico- en Crisisbarometer blijkt dat Nederlanders zich vooral zorgen maken over risico’s die zij als ernstig ervaren en die het dagelijks leven kunnen verstoren, zoals het uitvallen van vitale processen. Het publiek maakt zich minder zorgen over gebeurtenissen die minder zichtbaar zijn of waarvan men denkt dat de overheid deze goed beheerst.
Hierdoor worden sommige risico’s – waaronder overstromingen – door veel mensen laag ingeschat, ondanks de potentieel grote gevolgen. Daarnaast treft slechts een klein deel van de bevolking voorbereidingen voor crises, omdat men vooral vertrouwt op overheid en infrastructuur 46. Conclusie Overstromingen vormen voor de regio Utrecht een laagfrequent maar potentieel zeer impactvol risico, met gevolgen voor alle vitale belangen. Directe en indirecte gezondheidsschade kan ontstaan door verdrinking, instorting, vervuild water, uitval van zorg en het ontbreken van primaire levensbehoeften. Daarnaast kunnen grote economische schade, langdurige verstoring van vitale voorzieningen en aanzienlijke ecologische effecten optreden. De waarschijnlijkheid van een grote overstroming blijft beperkt door voortdurende versterking van waterkeringen, maar er blijft een restrisico, mede door langdurige natte periodes, hoge rivierafvoeren en internationale afhankelijkheid van het Rijnstroomgebied. De risicoperceptie onder inwoners is relatief laag, maar kan bij dreiging of uitval van voorzieningen snel omslaan naar onrust en grote informatiebehoefte. De beweeglijkheid van het risico neemt toe door ruimtedruk, digitalisering en afhankelijkheid van vitale systemen, energietransitie en geopolitieke spanningen, die de kwetsbaarheid vergroten.
Hierdoor is een overstroming een risicotype met een lage kans van optreden, maar die potentieel grootschalige maatschappelijke ontwrichting tot gevolg heeft. 16 Bijlagen Regionaal Risicoprofiel 2.1.4 Aardbevingen De kans op een aardbeving van natuurlijke oorsprong blijkt in de regio Utrecht onwaarschijnlijk klein. Wanneer zich een aardbeving voordoet in de regio leidt deze vrijwel nooit tot schade 47. Als een aardbeving toch tot schade leidt valt dit binnen de reguliere crisisrespons. In tegenstelling tot andere risico’s binnen het thema natuur en klimaat wordt het risico op aardbevingen niet beïnvloedt door klimaatverandering of andere trends 48. 2.1.5 Plantenziekten en dierziekten De provincie Utrecht kenmerkt zich door een combinatie van stedelijk gebied, landelijk gebied en bosrijke natuur, elk met een eigen biotoop waarin plantenziekten en plagen kunnen voorkomen. Van plantenziekte en plagen wordt gesproken wanneer verstoringen of problemen optreden in de natuurlijke omgeving, landbouw of leefomgeving, die worden veroorzaakt door dieren (knaagdieren, roofdieren of invasieve soorten) of organismen (insecten, schimmels, bacteriën, virussen, onkruiden) en die schade toebrengen aan planten, gewassen, ecosystemen of de volksgezondheid. Plantenziekten en plagen komen steeds vaker voor. Wereldwijd groeit de handel in planten, mede door hyperconnectiviteit.
Planten kunnen steeds makkelijker en meer worden geïmporteerd en geëxporteerd. Dit kan er echter voor zorgen dat meer (onbekende) plantenziekten en plagen naar Nederland komen. Daarbij kunnen onder andere door klimaatverandering in de toekomst meer soorten plantenziekten en plagen hier overleven. Dit geldt overigens ook voor dierziekten. De afgelopen jaren hebben we in de regio meermaals te maken gehad met een uitbraak van een dierziekte, zoals het blauwtongvirus, vogelpest en (niet-zoönotische) vogelgriep. Als zich een besmettingshaard voordoet, kan deze worden verspreid via de lucht en door dieren (in het wild) die virussen en/of bacteriën overdragen. 47 Interprovinciaal Overleg, Aardbeving - Mercallizone. 48 Analistennetwerk Nationale Veiligheid, Rijksbrede Risicoanalyse Nationale Veiligheid. 49 Veiligheidsregio Utrecht, Zorgrisicoprofiel regio Utrecht 2023: Samenwerken in de geneeskundige keten. Ook dier-op-mens-besmetting komt voor en kan onze regio treffen. Een belangrijk voorbeeld daarvan is Q-koorts. Dierziekten die overdraagbaar zijn op mensen en vervolgens ook tussen mensen onderling overdraagbaar zijn (zoönose), worden verder besproken onder paragraaf 2.2.2. 2.2 Gezondheid 2.2.1 Verstoring zorgcontinuïteit De toegankelijkheid van de zorg staat onder druk. De vraag naar zorg stijgt sneller dan het aanbod.
We leven langer en er zijn daardoor steeds meer ouderen ten opzichte van het aantal werkenden. Ook het aantal chronisch zieken en mensen met meerdere aandoeningen neemt toe. Juist ook in de zorg komen we handen te kort. Die tendens bestaat al langer, maar werd tijdens de COVID-19-crisis extra zichtbaar. In alle zorgsectoren neemt de spanning tussen vraag en aanbod toe: de druk op de eerste lijn is buitengewoon hoog, in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) en de medisch-specialistische zorg (msz) bestaan voor meerdere behandelingen lange wachttijden, er zijn tekorten aan zorgprofessionals en door piekbelasting en volle verpleegafdelingen moeten spoedeisende- hulpafdelingen steeds vaker tijdelijk sluiten. Ook gemeenten ervaren grote uitdagingen in het bieden van passende ondersteuning voor kwetsbare mensen 49. Dit betekent dat een extra vraag naar zorg, bijvoorbeeld naar aanleiding van een ramp of crisis of wanneer een andere risico het zorgaanbod verstoort, kan leiden tot een tekort aan zorg. Uitwerking van dit risico zal worden gedaan in het zorgrisicoprofiel. 17 Bijlagen Regionaal Risicoprofiel 2.2.2 Humane infectieziekten Beschrijving kenmerken Een infectieziekte wordt veroorzaakt door micro-organismen, zoals bacteriën, virussen, schimmels en parasieten, die, wanneer ze bepaalde lichaamsdelen van een mens of dier binnendringen, ziekteverschijnselen veroorzaken.
Een infectieziekte kan besmettelijk zijn van mens op mens of van dier op mens (in dat geval spreken we van een zoönose). Er is sprake van een epidemie als een ziektegolf in een bepaald land of landstreek uitbreekt. Als een infectieziekte op epidemische schaal zich verder verspreidt dan spreken we van een pandemie. Een epidemische of pandemische ziektegolf kan tot ontwrichting van de samenleving leiden. Dit heeft niet alleen gevolgen voor inwoners en het bedrijfsleven, maar ook voor de continuïteit van overheids- en hulpdiensten. Ontwikkeling Het huidige risico op infectieziekten bestaat uit twee belangrijke componenten: de kans op het ontstaan van nieuwe epidemieën en pandemieën, en de gevolgen van een dalende vaccinatiegraad tegen bestaande infectieziekten. Hoewel de wereld net een pandemie heeft doorgemaakt, blijft de kans op nieuwe pandemieën aanzienlijk. De incidentele introductie van nieuwe infectieziekten is een reëel risico. Factoren zoals toename van internationale reisbewegingen en toename van antibioticaresistentie (bijvoorbeeld vanuit conflictgebieden) dragen hieraan bij. Zowel door klimaatverandering – door hogere temperaturen met uitbreiding van het leefgebied van exoten (bijvoorbeeld tijgermuggen of teken) die ziektes kunnen overdragen – als door maatschappelijke ontwikkelingen, kunnen nieuwe en bestaande infectieziekten en zoönosen zich makkelijker verspreiden.
Daarnaast zorgt de dalende vaccinatiegraad in Nederland ervoor dat bekende infectieziekten opnieuw de kop opsteken. Een lage vaccinatiegraad wordt op dit moment met name gezien in groepen met een gelijke (geloofs)overtuiging, waaronder bevindelijk gereformeerde of antroposofische overtuigingen, of een gelijke migratieachtergrond. Analyse: beoordeling impact Territoriale veiligheid Een bedreiging van de volksgezondheid door het ontstaan en verspreiding van infectieziekten, op epidemische of pandemische schaal, heeft niet direct impact op de integriteit van het grondgebied. Fysieke veiligheid De meeste mensen hebben natuurlijke weerstand opgebouwd tegen een groot aantal infectieziekten, zoals influenza. Toch kunnen ook deze reguliere griepvirussen een aanzienlijk aantal slachtoffers tot gevolg hebben, met name bij mensen met een verminderde weerstand of ouderen. Als de samenleving wordt getroffen door een nieuw en onbekende infectieziekte, kan dit leiden tot een hoog aantal slachtoffers. Ook onder mensen die niet direct tot een risicogroep behoren. Daarnaast is bij een nieuwe infectieziekte onbekend wat de gevolgen van een besmetting op de lange termijn zijn. Overbelasting van de zorg kan op lange termijn ook voor extra slachtoffers zorgen.
Door de toename van ziekenhuisopnames van door de virusinfectie getroffen patiënten, stagneert de zorg en wordt de reguliere zorg afgeschaald. Dit kan op den duur lange termijn voor extra gezondheidsschade zorgen. Economische veiligheid De kosten voor een bedreiging van de volksgezondheid door een infectieziekte bestaan voor het grootste gedeelte uit zorgkosten en economische kosten. Hoe hoog deze kosten zijn, is afhankelijk van de aard, omvang en mortaliteit van de betreffende infectieziekte. Economische kosten worden vooral veroorzaakt door werknemers die niet kunnen werken, waardoor de productiviteit afneemt. Een grote epidemie of pandemie kan ook economische schade opleveren door bijvoorbeeld het verstrekken van steunpakketten door de overheid om de economie draaiende te houden. Ecologische veiligheid Een bedreiging van de volksgezondheid door een infectieziekte heeft geen direct gevolg voor flora en fauna. We kan worden besloten om groepen dieren, die dicht op elkaar of de mens leven, te ruimen, om verdere verspreiding van een infectieziekte (zoals vogelgriep of Q-koorts) te voorkomen. 18 Bijlagen Regionaal Risicoprofiel Sociale en politieke veiligheid Een epidemische of pandemische ziektegolf kan tot ontwrichting van de samenleving leiden.
Als veel mensen tegelijkertijd ziek worden kan dat gevolgen hebben voor de continuïteit van de samenleving, waarbij delen van de samenleving tot stilstand kunnen komen door een tekort aan medewerkers. Dit geldt ook voor de continuïteit van overheids- en hulpdiensten. Ook de maatregelen die worden genomen om een grootschalige epidemie of pandemie in te dammen kunnen vergaande impact hebben op het dagelijks leven van burgers, bijvoorbeeld door een lockdown of contactverbod. Deze maatregelen kunnen, zeker als ze langdurig en wijdverbreid zijn, leiden tot weerstand en onbegrip onder een gedeelte van de bevolking en tot een lager vertrouwen in de overheid. De aard van een epidemie of pandemie en daarmee de bedreiging van de volksgezondheid kunnen gevoelend van angst en onzekerheid oproepen bij burgers, zeker als deze nog onbekend is. Ook de impact van maatregelen kan groot zijn, met name op de sociale en mentale gezondheid van mensen. Veiligheid van cultureel erfgoed Over het algemeen heeft het voorkomen van een infectieziekte niet direct invloed op cultureel erfgoed. Echter kunnen de maatregelen om grootschalige pandemie in te dammen wel leiden tot het wegvallen van inkomsten voor culturele instellingen. Hierdoor valt financiering voor onderhoud en renovatie weg wat kan leiden tot het in verval raken van cultureel erfgoed.
Conclusie De impact van een bedreiging van de volksgezondheid door een infectieziekte is voornamelijk afhankelijk van de aard, omvang en mortaliteit ervan. Over het algemeen is de directe impact van een ziektegolf niet heel groot. Dit wordt anders wanneer een (nieuw) virus leidt tot een pandemie, waarbij vergaande maatregelen om deze in te dammen kunnen leiden tot verstrekkende impact. 50 ZonMw, ‘Samenhang tussen klimaatverandering, infectieziekten en leefomgeving’ . 51 Zie bijvoorbeeld de tijdelijke onzekerheid over de risico’s van kunstgras (granuliet/granulaat) op sportterreinen en speelvelden in 2016. Waarschijnlijkheid en beleving Klimaatverandering heeft invloed op het voorkomen en verspreiden van ziekteverwekkers als bacteriën, virussen, parasieten en schimmels. Zo kan meer hitte, vaker extreme neerslag invloed hebben op het vóórkomen van bepaalde ziekten in Nederland 50. Daarnaast zorgt de hoge bevolkingsdichtheid en de vele reisbewegingen dat een infectieziekte zich gemakkelijk over de rest van regio (en mogelijk daarbuiten) verspreidt. Beweeglijkheid De huidige trend van verdichting waarbij landelijke en stedelijke gebieden steeds meer met elkaar vermengen en de toenemende hyperconnectiviteit, waardoor mensen zich makkelijk over de wereld verplaatsen, maakt dat de kans op/verspreiding van een infectieziekte alleen maar groter wordt.