CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

C02.1 Regionaal Risicoprofiel 1

Gemeenteraad 1 oktober 2026, gemeente OudewaterBij agendapunt: 5: Vaststellen wijze van afdoening van de ingekomen stukken13.123 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

3 alinea's met “evenement”: 3 54 61

Utrecht Versie: 1.0 Datum: 25-03-2025 Auteurs: Saskia Bartel, Larissa Bril, Marcel Hilhorst, Michiel Rhoen, Niels van der Velde Utrecht 2 Trends Trends Risico’s Risico’s Inhoud 1 . Inleiding | 6 | 4. Risicobeeld per dreigingsthema | 13 Doel | 6 | 4 . 1 Nat u ur e n Kl imaat | 14 A mbitie | 6 | E x treme weersomstandigheden | 14 S ame nhang inve nt ar is atie e n monitor ing | 7 | Natuur br anden | 14 Tot s t andkoming R R P; Me tho die k | 8 | O ver s tromingen | 15 Le e s wijze r | 8 | A ardb evingen | 15 Plantenziek ten en dier ziek ten | 15 2 . Kenmerken van onze regio | 9 Algemeen | 9 | 4. 2 Gezondheid | 16 Risicofocusgebieden | 9 | Ve r s tor ing v an d e zor gcont inuï te it | 16 Humane infe c tie ziek ten | 16 3. Trends in de Risico -ontwikkeling | 10 | Chronis che bloot s tellingen | 17 Trendanalyse nationale veiligheid: ver wevenheid | 10 To ege nome n nadr uk op we e r baar heid | 10 | 4.

3 Continuïteit vitale voorzieningen | 17 O nt wik kelinge n in de Veiligheidsregio Utre cht | 11 | Ver s tor ing elek tr iciteit s voor ziening | 18 Effe c te n van ont wik kelinge n op he t r isicob e eld | 11 | Ver s tor ing br ands tof voor ziening | 19 Energietransitie | 11 | Verstoring gas- en warmtevoor ziening | 19 Klimaat ver ander ing | 11 | Ver s tor ing tele communic atie | 19 Vergr ijzing en e x tr amur alis atie | 11 | Ver s tor ing dr ink water voor ziening | 20 Ve r s te d e lijk ing ; ve rdicht ing v an s te d e lijk ge bie d | 12 | Ve r s tor ing af han d e ling ve r ke e r e n ve r vo e r | 20 To e n e m e n d e dig it ale af hanke lijk h e id | 12 | Ver s tor ing af handeling voe ds elvoor ziening | 20 To e nam e v an maat s chapp e lijke onr us t e n p olar is at ie | 12 | Ver s tor ing af valver wer king | 20 Hybr ide dreigingen en milit aire spanningen vanwege ge opolitieke ver s chuivingen | 12 | Ver s tor ing r ioolwater zuiver ing sins t allatie s | 21 3 | 4 . 4 Fys ie ke le e fomgeving e n mil ie u | 22 B uisle idinge n vo or ge v aar lijke s toff e n | 23 B r an d in (comple xe) ge b ouwe n | 23 Ins tor t inge n v an b ouw we r ke n | 23 In cid e nte n m e t ge v aar lijke s toff e n | 24 Utrecht Inhoud.

4.5 Maatschappij & nationale en internationale veiligheid 24 Openbare ordeverstoringen 24 Verstoring publieksveiligheid evenementen 25 Ramp op afstand 25 Extreem geweld en terrorisme 25 Digitale ontwrichting 26 5. Risicofocusgebieden 27 Algemeen 27 Voortzetting van de coördinatietaken 27 Transport van gevaarlijke stoffen over de grote vaarwegen 27 Stationsgebied Utrecht 28 Utrecht Science Park 28 Utrecht Science Park Bilthoven 28 Utrechtse Heuvelrug 28 6. Van risicoprofiel naar bestuursagenda 29 Literatuurlijst 30 4

De veranderende toestand in de wereld leidt tot nieuwe accenten in het regionaal risicoprofiel. Deze veranderingen vinden hun oorsprong niet alleen binnen onze grenzen, maar ook ver daarbuiten. Ook de effecten waarmee we rekening moeten houden blijven lang niet altijd beperkt tot de eigen regio. Dit alles leidt tot een grotere nadruk op de kritieke voorzieningen waarop de samenleving rekent. Ook worden onze individuele en collectieve veerkracht steeds relevanter wanneer deze voorzieningen zouden uitvallen – om wat voor reden dan ook. De risico’s die samenhangen met bedreigingen of aantastingen van deze voorzieningen hebben daarom in dit document een prominente plaats gekregen. De hoofdindeling van dit Regionaal Risicoprofiel bestaat uit: 1. Identificatie van trends in de risico-ontwikkeling 2. Overzicht van dreigingsthema’s op basis van de Rijksbrede Risico-inventarisatie en de “Geïntegreerde groslijst risicotypen Regionale Risico-inventarisatie en -analyse (RRI&A) en Informatiemodel” van de veiligheidsinformatiecentra en -knooppunten in Nederland 3. Korte weergave van de stand van zaken in de Risicofocusgebieden in de VRU. De risico’s en ook de trends in de ontwikkeling daarvan, zoals die in eerdere versies van het regionale risicoprofiel (2019 en 2023) werden beschreven, blijven onverminderd relevant.

De planvorming en monitoring die zijn voortgekomen uit deze eerdere versies maken nu deel uit van de reguliere voorbereiding op de crisisbeheersing. De VRU ambieert dezelfde ontwikkeling voor de risico’s in dit nieuwe regionaal risicoprofiel. Voor het aanwijzen van nieuwe risicofocusgebieden bestaat op dit moment geen aanleiding. Voor de bestaande risicofocusgebieden geldt dat de aanhoudende complexiteit en onzekerheid in die gebieden reden is om de specifiek voor deze gebieden aangewezen inspanningen voort te zetten. De VRU geeft vervolg aan dit regionale risicoprofiel door in de bestuursagenda in te zetten op risicogericht werken. Samenvatting 5 1. Inleiding Dit regionaal risicoprofiel geeft een overzicht van risicovolle situaties, een overzicht van de soorten branden, rampen en crises, en een analyse waarin de weging en inschatting van de gevolgen is opgenomen. (Artikel 15 lid 2, Wet veiligheidsregio’s). In het bijzonder beschrijft dit document de langjarige trend in de ontwikkeling van het risicobeeld, voor de bijzondere incidenttypen. Daarnaast identificeert dit document gebieden waar bijzondere aandacht voor risicobeheersing en monitoring nodig is, de risicofocusgebieden. Het regionaal risicoprofiel bestaat uit een inventarisatie en analyse van relevante risico’s uit onze regio, inclusief risico’s uit aangrenzende gebieden.

Doel Het regionaal risicoprofiel geeft een overzicht van de veiligheidsrisico’s binnen de VRU die tot een brand, ramp of crisis kunnen leiden en geeft een inschatting van de gevolgen van deze risico’s voor de hulpverlening. Daarmee is het regionaal risicoprofiel het generieke, overkoepelende inventarisatie- en monitoringsinstrument voor het risicobeeld in onze regio met een tijdshorizon van vier jaren. In samenhang met onze specifieke inventarisatie- en monitoringsinstrumenten, soms met een andere tijdshorizon, biedt het RRP een overzicht van de actuele veiligheidssituatie en de mogelijke ontwikkelingen hierin. Op basis van artikel 15 van de Wet veiligheidsregio’s baseert de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) het beleidsplan op een door het bestuur van de veiligheidsregio vastgesteld risicoprofiel (RRP). Omdat het RRP mede wordt gebruikt voor de inventarisatie en de monitoring van de ontwikkelingen in het risicobeeld die het beleidsplan mede beïnvloeden, stelt de VRU elke vier jaar een nieuw RRP op. Het voorliggende document bouwt voort op het RRP vastgesteld in 2023. Ambitie Het RRP beantwoordt een aantal vragen voor ons verzorgingsgebied: Wat kan ons overkomen? Hiertoe bevat het document een risico-inventarisatie.

Deze geeft rekenschap van • Reguliere risico’s die samenhangen met het leven in een moderne samenleving (technologische risico’s) of met natuurlijke verschijnselen; • Landelijke ontwikkelingen met een doorvertaling naar de betekenis van deze ontwikkelingen voor de risico’s in onze regio; • Bovenregionale risico’s die meer dan één regio tegelijk kunnen treffen of waarvan de effecten doorwerken naar ons verzorgingsgebied; • Trends in de risico-ontwikkeling: wat er in de komende jaren verandert en hoe dat doorwerkt in de verdeling van kans op incidenten en crises. Hoe erg is dat? Met behulp van een risicoanalyse geeft het Regionaal Risicoprofiel duiding aan de risico- inventarisatie, volgens de gangbare opvatting dat het risico gelijk is aan het product van kans en effect van een ongewenste gebeurtenis. Daarbij komen ook de impact van mogelijke effecten en de aanwezige weerbaarheid van de omgeving van het crisisgebied aan de orde. 6 Waarop richten we de vervolgacties? In een volgende fase zal de VRU een nieuwe versie van het beleidsplan (de VRU gebruikt de term bestuursagenda) en het crisisplan opstellen. Deze plannen zijn mede gebaseerd op dit risicoprofiel, de beleidsambities en eventuele doelstellingen van de Minister van Justitie en Veiligheid (in de zin van artikel 14, lid 2 onder f van de Wet veiligheidsregio’s).

Het bestuur van de VRU stelt in de bestuursagenda vast welke risico’s extra generieke of specifieke inspanning vragen. Hoofdstuk 6: “Van risicoprofiel naar bestuursagenda” gaat hier nader op in. Hoe kunnen we zicht houden op risico-ontwikkeling? Als het overkoepelende instrument voor risicomonitoring beschrijft het RRP de langjarige ontwikkeling van het risicobeeld gebaseerd op de Rijksbrede Risicoanalyse en de langjarige trends. Aanvullende monitoring van het risicobeeld vindt plaats voor de risicofocusgebieden in overeenstemming met de risicoanalyse voor ieder gebied (zie hoofdstuk 5) en in het Veiligheids Informatiecentrum (VIC) volgens de methodiek die voor alle veiligheidsregio’s wordt ontwikkeld in de samenwerking “Knooppunt Coördinatie Regio-Rijk” (KCR2). Samenhang inventarisatie en monitoring Voor de overkoepelende functie van het RRP als instrument van risicomonitoring ligt de nadruk op de risico’s voor bijzondere incidenten: de incidenttypes die een grote inzet van mensen en middelen vereisen en/of die de samenleving ernstig of langdurig kunnen verstoren, die relatief weinig voorkomen maar niettemin naar hun aard en omvang voldoende voorzienbaar zijn. De respons voor dergelijke incidenten is voor een belangrijk deel gebaseerd op opschaling: gelijktijdige inzet van meerdere basiseenheden onder een hoger niveau van leiding en coördinatie.

Daarnaast zijn de hulpdiensten ook belast met de bestrijding van generieke of dagelijkse incidenten. Dit zijn de incidenten die relatief vaak voorkomen, waarvoor de gangbare bestrijdingstactieken voldoende zijn om de effecten binnen aanvaardbare grenzen te houden en waarbij (multidisciplinaire) opschaling doorgaans beperkt blijft. 1 Dekkingsplan brandweerzorg Veiligheidsregio Utrecht op basis van gebiedsgerichte opkomsttijden. 2 Regionaal Risicoprofiel waterongevallenbestrijding. 3 Risicoprofiel Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen Veiligheidsregio Utrecht. 4 Visie op Hulpverlening. Van basisbrandweerzorg tot specialisme. 5 Zorgrisicoprofiel regio Utrecht 2023. Samenwerken in de geneeskundige keten. 6 Rijksbrede Risicoanalyse Nationale Veiligheid, 58. Voor deze generieke/dagelijkse incidenten bestaan specifieke inventarisatie- en normeringsinstrumenten: 1. Brandrisicoprofiel (in ontwikkeling) 2. Dekkingsplan1 3. Risicoprofiel natuurbrandbestrijding (in ontwikkeling) 4. Risicoprofiel waterongevallen 2 5. Risicoprofiel incidentbestrijding gevaarlijke stoffen 3 6. Visie op hulpverlening 4 7.

Zorgrisicoprofiel 5 In termen van het Risicodiagram in de Rijksbrede Risicoanalyse adresseert de basis- brandweerzorg en de basiszorg van de andere disciplines de scenario’s “rechts onderin” dat diagram (incidenten met een relatief grote kans op optreden, maar met een in omvang beperkt effect). 6 Het Zorgrisicoprofiel gaat voornamelijk in op de grootschalige incidenten en de knelpunten die daarbij kunnen rijzen. 7 Totstandkoming RRP; Methodiek Binnen het landelijke project Doorontwikkeling Methodiek RRP hebben sinds 2024 verschillende Veiligheidsregio’s in Nederland gewerkt aan een nieuwe handleiding voor het opstellen van een RRP .7 Deze “Handleiding regionale risico-inventarisatie en -analyse 2024: Methodiek voor in beeld brengen van regionale risico’s” is de opvolger van de Handreiking Regionaal Risicoprofiel uit 2009. Deze handreiking vormde, samen met de Rijksbrede Risicoanalyse, een belangrijke leidraad in de totstandkoming van dit RRP . Dit RRP is als volgt tot stand gekomen: • De Rijksbrede Risicoanalyse vormt het uitgangspunt van de inventarisatie van dreigingsthema’s (zie hoofdstuk 4). • Een VRU-brede werkgroep heeft aan de hand van de Geïntegreerde groslijst risicotypen Regionale Risico-inventarisatie en -analyse (RRI&A) en Informatiemodel de scenario’s en crisistypen nader uitgewerkt.

• Tijdens drie expertsessies is een aantal scenario’s en crisistypen voorgelegd aan de partners in de crisisbeheersing. Daarbij zijn deze getoetst op volledigheid en juistheid. Het betreft de thema’s Complexe Gebouwbranden, Overstromingen en extreem weer en Maatschappij. • Voor risico’s waar de analyse voor heel Nederland hetzelfde uitpakt (zoals nationale of internationale thema’s), of waar het risicobeeld in de VRU niet wezenlijk afwijkt van het landelijke beeld, heeft de landelijke analyse van het Analisten Netwerk Veiligheid (ANV) als basis gediend voor de uitwerking. Waar dat niet geldt, focust dit document op wat de VRU bijzonder maakt. • Voor gebieden in onze regio die specifieke aandacht vragen (risicofocusgebieden), hebben de betrokken coördinatoren in 2025 een analyse uitgevoerd. 8 Dit RRP geeft daarvan een korte weergave (hoofdstuk 5). 7 Onderdeel van het Programma Risicogerichtheid Analistennetwerk Nationale Veiligheid/Rijksinstituut Volksgezondheid en Milieu. 8 Risicofocusgebieden Samenhang van deze inventarisatie met lopende trajecten, zoals het programma Veerkracht en het programma Natuurbrand, zullen in de vervolgfase richting geven aan de monitoringstaak. Bij de totstandkoming van dit document is gebruik gemaakt van geautomatiseerde samenvattingen van uitgebreide analyses in het bijlagendocument. Leeswijzer Dit document is als volgt opgebouwd.

Het begint met een algemene geografische beschrijving van de regio, inclusief de gebieden waar bijzondere risico’s spelen (hoofdstuk 2). Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van de te verwachten ontwikkelingen in het risicobeeld voor de komende jaren. Hoofdstuk 4 beschrijft de dreigingsthemas, hoofdstuk 5 gaat nader in op de risicofocusgebieden en hoofdstuk 6 bevat de de een doorkijk naar de komende herziening van de bestuursagenda.. Het bijlagendocument bevat de uitgebreide beschrijvingen van de dreigingsthema’s en risicotypen. 8 2. Kenmerken van onze regio Algemeen De Veiligheidsregio Utrecht (VRU) is een samenwerkingsverband van de 26 gemeenten in de provincie Utrecht, gericht op het waarborgen van veiligheid en het beheersen van risico’s, rampen en crises. In de regio wonen ongeveer 1.4 miljoen mensen (stand van zaken 2025). Kenmerkende eigenschappen van de gehele regio zijn: 1. Een combinatie van stedelijk en landelijk gebied 2. Snelgroeiende stedelijke kernen 3. Een groot natuurgebied (Nationaal Park de Utrechtse Heuvelrug) dat vatbaar is voor natuurbrand, met daarin meerdere woonkernen 4. Knooppunt voor transport over weg, spoor en water 5. Een aanzienlijk deel van het landoppervlak is vatbaar voor overstromingen. Dit betekent dat het risicobeeld in de Veiligheidsregio Utrecht niet veel afwijkt van het gemiddelde risicobeeld voor heel (Europees) Nederland.

De analyses van het Analistennetwerk Nationale Veiligheid zijn daarmee van grote betekenis voor de analyse van het risicobeeld in deze regio. Dit RRP sluit daarop dan ook aan: de inventarisatie van dreigingsthema’s komt grotendeels overeen, net als de inventarisatie van overkoepelende onderwerpen (Trends en Ontwikkelingen). 9 Risicofocusgebieden Risicofocusgebieden Een aantal gebieden in onze regio is blootgesteld aan, of veroorzaakt, bijzondere risico’s. Deze werden voor het eerst benoemd in het RRP van 2019. Sindsdien heten deze gebieden Risicofocusgebieden. In deze gebieden is sprake van een moeilijk kwantificeerbaar risico en/of een complex netwerk van betrokken stakeholders in de risico- en crisisbeheersing. Het gaat om de volgende gebieden: 1. Transport van gevaarlijke stoffen over de grote vaarwegen (betreft de vaarwegen van het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen en een gebied langs de oevers) 2. Stationsgebied Utrecht 3. Utrecht Science Park 4. Utrecht Science Park Bilthoven (het voormalige RIVM-terrein) 5. De Utrechtse Heuvelrug. Het rapport “Risicofocusgebieden – Beheersing van complexiteit en onzekerheid in gebieden met bijzondere risico’s” doet een aantal aanbevelingen voor het reduceren van de complexiteit en onzekerheid over risico’s en stakeholders in deze gebieden, en voor het versterken van het verband tussen het RRP en de risicofocusgebieden.

9 Dit RRP geeft uitvoering aan de aanbevelingen uit dit rapport (hoofdstuk 5). 9 3. Trends in de Risico-ontwikkeling Trendanalyse nationale veiligheid: verwevenheid Sinds het tot stand komen van het RRP 2023 is de aandacht voor ontwrichtende gebeurtenissen en de gevolgen daarvan verder toegenomen. Het Analistennetwerk Nationale Veiligheid benadrukt dit in de trendanalyse: deze draagt de titel “Stapeling van dreigingen in tijden van onzekerheid”. 10 De opgave die daaruit voortkomt bestaat uit twee delen: 1. Omgaan met een verslechtering van het dreigingsbeeld voor dreigingen uit de Rijksbrede Risicoanalyse (2022) 2. Anticiperen op structurele uitdagingen (…) door een wereld in transitie. 11 In de door het Analistennetwerk geschetste “wereld in transitie” zal er steeds vaker aanleiding kunnen zijn voor ernstige of langdurige verstoring van de “normale” situatie, die een beroep doet op de weerbaarheid van mensen en instituties, waaronder ook de crisisbeheersingsorganisatie. De kans én het effect op uitval van kritieke voorzieningen of grootschalige aantasting van de fysieke leefomgeving nemen daardoor toe. Dit is een gevolg van: 1. Toenemende kans op extreme weersomstandigheden; 2. Toenemende onderlinge koppeling en afhankelijkheid van kritieke systemen (“vernetwerking”); 3. Toenemende (cyber-)dreiging voor deze kritieke systemen in het licht van geopolitieke ontwikkelingen.

10 Analistennetwerk Nationale Veiligheid, Trendanalyse Nationale Veiligheid 2024. 11 Analistennetwerk Nationale Veiligheid, Trendanalyse Nationale Veiligheid 2024, 5. 12 Analistennetwerk Nationale Veiligheid, Rijksbrede Risicoanalyse Nationale Veiligheid, hfdst. 14. 13 Veiligheidsregio Utrecht, Visie op het versterken van Veerkracht. In termen van het risicodiagram uit het RRP 2023 betekent dit, dat de effecten die daarin al worden onderkend, in frequentie en ernst zullen kunnen toenemen (“verschuiving naar rechts en naar boven”). In verband met de eerdergenoemde geopolitieke ontwikkelingen geldt daarnaast dat de oorzaak van een verstoring de perceptie van de ernst daarvan soms mede bepaalt. Toegenomen nadruk op weerbaarheid Als gevolg van deze trends is het risicobeeld in de afgelopen jaren complexer en minder voorspelbaar geworden. In de Rijksbrede Risicoanalyse werd de aandacht voor crisisbeheersing daarom verbreed met het onderdeel weerbaarheid (voorheen veerkracht). Weerbaarheid kan onder meer bestaan uit het inrichten van monitoringscapaciteit voor het vroeg signaleren van sluimerende crises, of uit het ontwikkelen van adaptief vermogen om in te spelen op onverwachte gebeurtenissen. 12 Ook in de VRU is de aandacht voor weerbaarheid toegenomen sinds 2023.

13 Dit alles betekent dat de uitwerking van dreigingstypen in het RRP 2023 en de aldaar gemaakte capaciteitenanalyse relevant blijft voor de beleidsontwikkeling in de periode 2027-2030. Waar relevant, zal de tekst dan ook naar verwijzen naar het RRP 2023. 10 Trends Ontwikkelingen in de Veiligheidsregio Utrecht De risico-ontwikkeling in onze regio volgt enkele langjarige trends die de kans op bepaalde incidenttypen kunnen beïnvloeden. Deze trends zijn voor het eerst onderkend in het RRP 2023 en doen zich ook de komende beleidsperiode nog gelden: 1. Energietransitie 2. Klimaatverandering 3. Vergrijzing en extramuralisatie 4. Verstedelijking en verdichting van stedelijk gebied 5. Toenemende digitale afhankelijkheid 6. Toename van maatschappelijke onrust en polarisatie 7. Toegenomen sinds 2023: Hybride dreigingen en militaire spanningen die voortkomen uit geopolitieke verschuivingen. Effecten van ontwikkelingen op het risicobeeld Hoofdstuk 4 van het RRP van 2023 geeft een uitgebreide toelichting bij de effecten van deze trends en ontwikkelingen; zoals hierboven vermeld blijft deze beschrijving relevant. Hieronder volgt een korte samenvatting van de beschrijving uit 2023, aangevuld met de te verwachten effecten van deze ontwikkelingen op kans, effect, perceptie en (snelle) veranderlijkheid van het risico.

Trends Energietransitie De energietransitie heeft invloed op de dreigingsthema’s Fysieke leefomgeving en milieu en Continuïteit van vitale voorzieningen. Als gevolg van de energietransitie (van fossiele brandstof naar emissievrije energiedragers) zal de kans op onderbrekingen van de energievoorziening kunnen toenemen. De overgang zal ook leiden tot nieuwe brand- en incidentscenario’s, zoals bij opslagsystemen van energie (ammoniak, mierenzuur, buurtbatterijen en dergelijke). Opwekking van elektriciteit met wind- en zonnekracht zal daarnaast ook kunnen leiden tot overbelasting van het stroomnet. Op basis van deze trend gaat de VRU er inmiddels van uit dat het realistisch is om rekening te houden met stroomonderbrekingen van 3 dagen voor de gehele regio. 14 Vandenberghe, ‘In de media’ . Klimaatverandering Klimaatverandering is zichtbaar in de dreigingsthema’s Natuur en klimaat, Gezondheid, Continuïteit vitale voorzieningen, en Fysieke leefomgeving en milieu . Als gevolg van klimaatverandering zullen de kans op extreem hoog- en laagwater in de rivieren, op extreme droogte en neerslag (inclusief valwinden) toenemen. Op de Utrechtse Heuvelrug kan dit de kansen op natuurbrand en de effecten daarvan negatief beïnvloeden. Voor stedelijk gebied komt daarbij nog een verhoogde kans op hittestress.

Voor de gehele regio kan dit invloed hebben op de beschikbaarheid van drinkwater tijdens droge of warme periodes. Klimaatverandering in samenhang met de energietransitie kan bij bepaalde combinaties van weersomstandigheden ook aanleiding geven tot problemen bij de elektriciteitsvoorziening. Hierdoor zullen de frequentie en de impact van crises kunnen toenemen. Vergrijzing en extramuralisatie De Nederlandse bevolking wordt gemiddeld steeds ouder (vergrijzing) en veel mensen ontvangen intensievere zorg in de eigen woonomgeving (extramuralisatie). Deze twee ontwikkelingen in samenhang hebben effect op de dreigingsthema’s Gezondheid en Maatschappij. De zorg vanuit collectieve voorzieningen voor verminderd zelfredzame mensen wordt steeds vaker aangeboden in de eigen woning (in plaats van in een specifieke zorgvoorziening). Dit zal ertoe leiden dat er tijdens de brandbestrijding en crisisbeheersing een extra inspanning nodig zal zijn om deze personen tijdens ongevallen en crisisomstandigheden in kaart te brengen en de hulpverlening toe te snijden op hun behoeften. In het voorbeeld van stroomuitval – een van de scenario’s in het programma Weerbaarheid – zal dit tot voorzienbare complicaties kunnen leiden. 14 Dit beïnvloedt de perceptie van effecten van een crisis. De kans op extra complicaties tijdens de crisisbeheersing kan toenemen.

11 Verstedelijking; verdichting van stedelijk gebied Deze trend zal effecten hebben op de dreigingsthema’s Fysieke leefomgeving en milieu en Gezondheid. De gemeenten in de provincie Utrecht en de Provincie Utrecht hebben aangekondigd de bouw van nieuwe woningen in de provincie te willen versnellen. Zij hebben hierover ook met de Rijksoverheid afspraken gemaakt. 15 De aanleg van nieuwe woonwijken gerelateerd aan de woningbouw-opgave zal vaker aanleiding kunnen geven voor het moeten ruimen van ongeëxplodeerde explosieven. Stedelijke verdichting zal, in samenhang met klimaatverandering, de kans op en de effecten van hittestress en andere extreme weersomstandigheden kunnen vergroten. Toenemende digitale afhankelijkheid Digitale afhankelijkheid houdt verband met de dreigingsthema’s Continuïteit van vitale voorzieningen, Fysieke leefomgeving en milieu en Maatschappij. Digitale dienstverlening is de basis geworden voor een groot aantal essentiële processen en voorzieningen. Zonder toegang tot digitale communicatiemiddelen zijn deze processen en voorzieningen minder toegankelijk. Grootschalige verstoring van deze communicatie zal daarom steeds vaker de kenmerken van een crisis kunnen hebben. Deze communicatie is bovendien rechtstreeks afhankelijk van de elektriciteitsvoorziening (zie ook: energietransitie en klimaatverandering).

In samenhang met de effecten van geopolitieke verschuivingen – in het bijzonder de hybride dreigingen, die zich ook kunnen richten op de kritieke infrastructuur – zullen zowel het aantal verstoringen met ernstige effecten en zal de maximale omvang van deze verstoringen kunnen toenemen. Afhankelijk van de (waargenomen) oorzaak van verstoringen, bijvoorbeeld als gevolg van hybride dreigingen, zal ook de volatiliteit van dit risico kunnen toenemen en kan het als ernstiger worden ervaren. 15 Provincie Utrecht, Programma Versnelling Woningbouw 2025-2028; Regio Amersfoort en Provincie Utrecht, Woondeal 2022-2030 Regio Amersfoort; Utrecht10 e.a., Woondeal 2022-2030 Regio U10. 16 den Ridder e.a., Burgerperspectieven bericht 3 2025. Thema: maatschappelijk onbehagen, 31. 17 Wilson, Political Technology, 196 e.v.. Zie ook de volgende paragraaf. 18 Bekkers e.a., Chaos, Orde en Machtspolitiek. HCSS Strategische Monitor 2025, 70. 19 Geopolitiek changement op het wereldtoneel. Een foresightstudie., 118. 20 Analistennetwerk Nationale Veiligheid, Rijksbrede Risicoanalyse Nationale Veiligheid. Toename van maatschappelijke onrust en polarisatie De gevolgen van deze ontwikkeling zijn vooral zichtbaar in het dreigingsthema Maatschappij. In onze samenleving worden maatschappelijke onrust en polarisatie gevoed door “teleurstelling over kernwaarden en wij-zij-denken”.

16 Tegelijkertijd is te verwachten dat doelbewuste interventies zoals het verspreiden van desinformatie, deze onrust en polarisatie nog kunnen verhogen. Dit is één van de mogelijke uitingsvormen van de hybride dreigingen die voortkomen uit geopolitieke spanningen. 17 Deze toename kan leiden een verhoogde kans op fysieke confrontaties tussen groepen mensen en in het uiterste geval extreem geweld of terrorisme, maar ook een verhoogde kans op digitaal en/of fysiek activisme dat gericht is op de verstoring van kritieke processen. De veranderlijkheid van deze gebeurtenissen is groot en de perceptie ervan is vrijwel altijd ernstig. Hybride dreigingen en militaire spanningen vanwege geopolitieke verschuivingen De effecten van deze ontwikkeling zijn te verwachten in de dreigingsthema’s Continuïteit van vitale voorzieningen, Fysieke leefomgeving en milieu en Maatschappij. “De ontwikkeling waarin rivaliteit tussen landen en blokken meer gewicht krijgt ten koste van multilaterale samenwerking gaat voort.” 18 Op basis hiervan rekent bijvoorbeeld Instituut Clingendael op “digitale en fysieke heimelijke inmengingsactiviteiten”.

19 Hieronder valt niet alleen de mogelijkheid van sabotage van kritieke voorzieningen door statelijke actoren of terreurgroepen (zie ook: digitale afhankelijkheid), maar ook het verspreiden van desinformatie (zie ook: toename van maatschappelijke onrust en polarisatie). Daarnaast neemt de kans dat één van de NAVO-leden een beroep zal doen op artikel 5 van het NAVO- verdrag waarschijnlijk toe, waardoor ook Nederland betrokken kan raken bij feitelijke vijandelijkheden en daarmee een doelwit kan worden. Voor de Veiligheidsregio Utrecht hangt deze ontwikkeling vooral samen met digitale afhankelijkheid en de lokale effecten van verstoring van kritieke processen of de werking van kritieke voorzieningen. Afhankelijk van deze – deels onvoorspelbare – ontwikkelingen zullen deze effecten in ernst en frequentie kunnen toenemen en daarmee een hogere volatiliteit kennen. De te verwachten heimelijkheid van interventies zal van grote invloed kunnen zijn op de risicoperceptie. 20 12 4. Risicobeeld per dreigingsthema Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de dreigingsthema’s en de risico’s die daaruit voortvloeien. Het risicobeeld in onze regio sluit nauw aan bij de bevindingen in de Rijksbrede Risicoanalyse Nationale Veiligheid. De belangrijkste reden hiervoor is dat deze risicoanalyse voor heel Nederland geldt, en dus ook voor de VRU.

De dreigingsthema’s vertonen daarnaast ook samenhang met de trends in de risico-ontwikkeling. 13 Risico’s 4.1 Natuur en Klimaat De Utrechtse Heuvelrug is gevoelig voor natuurbrand (zie ook: Utrechtse Heuvelrug als één van de Risicofocusgebieden). De woonkernen en andere bedrijven en instellingen in dit gebied lopen daardoor extra risico. Vanwege de ligging van een deel van het grondgebied achter primaire en secundaire waterkeringen, is de VRU blootgesteld aan overstromingsrisico’s. Het risico van aardbevingen is in onze regio relatief laag. Het risico van extreem weer en van planten- en dierziekten in onze regio sluit aan bij het landelijke beeld. Het thema Natuur en Klimaat wordt gekenmerkt door risico’s die zowel in kans als impact toenemen. Waar extreme weersomstandigheden en natuurbranden direct zichtbaar zijn, blijven overstromingen, ziekten en ecologische verstoringen grotendeels latente risico’s met potentieel grote gevolgen. Klimaatverandering, verstedelijking en energietransitie versterken deze risico’s en maken het toekomstbeeld onzekerder en dynamischer. Hierdoor wordt adaptatie, integrale risicobeheersing en regionale samenwerking steeds belangrijker om maatschappelijke ontwrichting te beperken. Extreme weersomstandigheden Extreme weersomstandigheden vormen een steeds groter risico voor de regio Utrecht.

Door klimaatverandering nemen zowel de frequentie als intensiteit van weerextremen toe. Dit varieert van hittegolven en langdurige droogte tot hevige neerslag, stormen, windhozen en (in mindere mate) winterse omstandigheden zoals sneeuw en ijzel. Deze extremen verstoren het dagelijks leven doordat infrastructuur, mobiliteit, vitale processen en de leefomgeving kwetsbaar zijn voor verstoringen. Voorbeelden zijn grootschalige gladheid, wateroverlast en stormschade. Hitte vormt een directe bedreiging voor de gezondheid, vooral voor kwetsbare groepen en ouderen. Droogte heeft gevolgen voor natuur, landbouw, waterbeschikbaarheid en bodemstabiliteit en leidt tot grotere risico’s op natuurbrand en verzakking van bebouwing. Hevige neerslag kan lokaal leiden tot overlast door water op straat, verstoring van drainage- en rioolsystemen en uitval van systemen. Stormen en valwinden kunnen in korte tijd grote schade veroorzaken, zoals zichtbaar bij de valwind in Leersum in 2021. Hoewel extreme weersomstandigheden steeds vaker voorkomen, blijft de risicoperceptie onder inwoners relatief laag. Tegelijkertijd groeit de beweeglijkheid van dit risico: extremen worden grilliger, lokaler en minder voorspelbaar. Vooral de combinatie van klimaatverandering, verstedelijking, vergrijzing en ketenafhankelijkheden vergroot de kans op maatschappelijke ontwrichting.

Hierdoor blijven extreme weersomstandigheden een blijvend en toenemend veiligheidsvraagstuk waarbij adaptieve maatregelen noodzakelijk zijn. Risico’s Natuurbranden Natuurbranden vormen een groeiend risico in de regio Utrecht, met een duidelijke concentratie op de Utrechtse Heuvelrug. De verwevenheid van natuur met woonkernen, zorglocaties, campings en recreatiegebieden maakt dat een natuurbrand snel grote impact kan hebben. De dynamiek van natuurbranden – met een snel verschuivend bron-, effect- en bedreigd gebied – bemoeilijkt de bestrijding en vergroot de risico’s voor inwoners, recreanten en hulpverleners. Natuurbranden kunnen leiden tot directe fysieke schade, verstoring van vitale infrastructuur (zoals drinkwaterlocaties en stroomvoorziening), economische verliezen en aantasting van cultureel erfgoed. Daarnaast zorgen rook en hitte voor gezondheidsrisico’s en kunnen grote dieren beperkt vluchten doordat ontsnappingsroutes schaars zijn. Indirect raken natuurbranden ook de recreatiesector, landbouw en leefbaarheid in het gebied. 14 De kans op natuurbranden neemt toe door langere droogteperioden, warmere zomers en grotere variatie in neerslag. Ook recreatiedruk, menselijk handelen en de energietransitie dragen bij aan het risico.

Door stedelijke vergroening en de toename van vegetatie in woonwijken vergroot bovendien de Wildland Urban Interface (WUI), waardoor brand sneller kan overslaan van natuur naar bebouwing en andersom. De risicoperceptie blijft echter laag, wat bijdraagt aan beperkte bewustwording en voorbereiding. De toegenomen kans op gelijktijdige natuurbranden op nationale schaal leidt tot een grotere druk op landelijke brandweercapaciteit en -voorzieningen. Hierdoor wordt samenwerking tussen regio’s, terreinbeheerders en overheden essentieel om toekomstige natuurbrandscenario’s het hoofd te bieden. Overstromingen Hoewel de kans op een grote overstroming klein is, kent de regio Utrecht een aanzienlijk potentieel risico door haar ligging in het rivierengebied en afhankelijkheid van dijken. Grote delen van de regio liggen beneden het rivierpeil en zijn kwetsbaar voor overstromingen vanuit de Lek, Neder-Rijn, Eem en Randmeren. Vooral laaggelegen polders en gebieden achter primaire waterkeringen kunnen bij dijkdoorbraak te maken krijgen met grootschalige inundatie, langdurige uitval van vitale voorzieningen en onbewoonbaarheid van gebieden. Een overstroming kan leiden tot directe sterfte door verdrinking en indirecte sterfte door zorguitval, vervuild water en wegvallen van primaire levensbehoeften.

Economische schade kan oplopen tot ongekende proporties doordat woningen, infrastructuur, landbouwgronden en bedrijven langdurig zijn getroffen. Ecologische schade kan jaren zichtbaar blijven door verontreiniging, verlies van vegetatie en verstoring van ecosystemen. De maatschappelijke ontwrichting kan groot zijn, mede doordat opvangcapaciteit in de regio beperkt is en evacuaties omvangrijk kunnen zijn. Hoewel dijkversterkingen de komende jaren de veiligheidsnormen verbeteren, blijft internationale afhankelijkheid van de Rijn en de toename van extreme neerslag en hoge rivierafvoeren een rol spelen. Door verstedelijking, digitalisering en energietransitie nemen bovendien de ketenafhankelijkheden toe, waardoor uitval van vitale processen bij hoogwater een grotere impact kan hebben. De risicoperceptie onder inwoners blijft laag, maar kan bij dreiging of daadwerkelijk falen van de waterkering snel omslaan in onrust. Aardbevingen Aardbevingen vormen in de regio Utrecht een zeer laag risico. De kans op voelbare of schadelijke natuurlijke bevingen is uiterst klein en niet in beweging door klimaatverandering of andere trends. Eventuele schade kan binnen reguliere crisisstructuren worden opgevangen. Plantenziekten en dierziekten Plantenziekten en dierziekten komen steeds vaker voor door toegenomen mondiale handel (ook in levende organismen), klimaatverandering en hyperconnectiviteit.

Nieuwe soorten plagen en ziekten kunnen gemakkelijker Nederland bereiken en zich in het veranderende klimaat beter handhaven. Dit geldt zowel voor ziekten die planten en ecosystemen aantasten als voor dierziekten die kunnen overslaan op mensen (zoönosen, zie hiervoor het thema gezondheid). De regio heeft de afgelopen jaren meerdere dierziekte-uitbraken meegemaakt, waaronder vogelgriep, vogelpest en blauwtong. Wanneer besmettingshaarden ontstaan, kunnen deze snel via wilde dieren, luchtstromen of contactnetwerken verspreiden. De gevolgen kunnen variëren van schade aan landbouw en natuur tot risico’s voor volksgezondheid, vooral wanneer zoönosen betrokken zijn. Hoewel plantenziekten en dierziekten minder zichtbaar zijn voor het brede publiek, kunnen ze leiden tot economische schade, aantasting van biodiversiteit en maatschappelijke ontwrichting in agrarische of recreatieve sectoren. Door voortschrijdende klimaatverandering blijft dit risico toenemen. 15 4.2 Gezondheid Gezondheidsrisico’s in het verzorgingsgebied van de Veiligheidsregio Utrecht sluiten aan op het gemiddelde risicobeeld voor Nederland. Binnen het gezondheidsthema ontstaan risico’s uit zowel acute als langdurige bedreigingen. 1. Zorgcontinuïteit is kwetsbaar door structurele personeelskrapte en toenemende zorgvraag. 2.

Infectieziekten vormen een dynamisch risico dat door globalisering, klimaatverandering en dalende vaccinatiegraad verder toeneemt. 3. Chronische blootstellingen vormen een sluimerend risico dat door nieuwe inzichten kan verbreden of intensiveren. In samenhang beïnvloeden deze risico’s zowel de fysieke als sociale veiligheid, raken ze de economie en vereisen ze een geïntegreerde regionale aanpak. 21 Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio, Zorgrisicoprofiel regio Utrecht 2023. Samenwerken in de geneeskundige keten. Verstoring van de zorgcontinuïteit De zorgcontinuïteit staat in toenemende mate onder druk door een structurele mismatch tussen vraag en aanbod. De vergrijzing zorgt voor een groeiend aandeel ouderen en daarmee voor meer chronisch zieken en mensen met meerdere aandoeningen. Tegelijkertijd kampt de zorgsector met hardnekkige personeelstekorten, die tijdens de COVID19-pandemie scherp zichtbaar werden. Dit raakt zowel de eerstelijnszorg, de geestelijke gezondheidszorg als de medisch-specialistische zorg. Verstoringen van de zorgcontinuïteit komen zijn niet altijd een crisis maar uiten zich wel in druk op het zorgsysteem. Wachttijden lopen op, mensen blijven steeds langer met zorg en ondersteuning thuis wonen (extramuralisatie, zie ook p 10); Gemeenten hebben moeite om adequate ondersteuning te bieden aan kwetsbare inwoners21.

Deze aanhoudende druk maakt de het zorgsysteem gevoeliger voor escalatie bij andere risico’s, zoals een infectieziekte-uitbraak. De verdere uitwerking van dit risico volgt in het Zorgrisicoprofiel. Humane infectieziekten Infectieziekten blijven een structureel en complex risico. Besmettelijke ziekten kunnen zich verspreiden van mens op mens of van dier op mens (zoönosen). Oplopende internationale mobiliteit, antibioticumresistentie van bacteriën, maatschappelijke ontwikkelingen en klimaatverandering vergroten de kans op de introductie en verspreiding van nieuwe ziekteverwekkers. Het leefgebied van exotische plaagdieren, zoals de tijgermug of bepaalde teken, breidt zich uit door hogere temperaturen. Tegelijkertijd vormt de dalende vaccinatiegraad in specifieke groepen een kwetsbaarheid, doordat bekende infectieziekten opnieuw kunnen opduiken en zich sneller kunnen verspreiden. De impact van een infectieziekterisico hangt sterk af van de aard van de ziekte, de snelheid van verspreiding en de mortaliteit. Daarnaast is het risico op bepaalde infectieziekten hoger in de onmiddellijke nabijheid van specifieke risicobedrijven. Zowel veelvoorkomende infecties als nieuwe ziekteverwekkers kunnen leiden tot significante gezondheidsschade, vooral voor kwetsbare groepen.

Daarnaast kan een grote uitbraak leiden tot overbelasting van de zorg, waardoor reguliere zorg afgeschaald wordt en secundaire gezondheidsschade ontstaat. 16 De maatschappelijke en economische impact van een omvangrijke uitbraak is groot: denk aan uitval van personeel, verstoring van bedrijfscontinuïteit en hogere kosten voor zorg en ondersteuningsmaatregelen. Maatregelen om een pandemie in te dammen – zoals contactbeperking of lockdowns – kunnen bovendien leiden tot sociale spanningen, verminderde mentale gezondheid en dalend vertrouwen in de overheid (zie ook Toename van maatschappelijke onrust en polarisatie, pagina 11. De omvang en de volatiliteit van het risico van infectieziekten wordt verder versterkt door trends als verstedelijking, hogere bevolkingsdichtheid, intensiever contact tussen mens en dier, en een wereld waarin mensen en goederen zich steeds sneller verplaatsen. Chronische blootstellingen Chronische blootstelling aan schadelijke stoffen of omstandigheden kan op lange termijn gezondheidsschade veroorzaken. Het gaat hierbij om langdurig contact met stoffen zoals fijnstof, PFAS, asbest, chroom-6 en radon, maar ook om blootstelling aan omgevingslawaai. Het risico ontwikkelt zich vaak geleidelijk en wordt soms pas zichtbaar wanneer nieuwe inzichten ontstaan over stoffen of situaties die eerder als veilig werden beschouwd.

Mogelijke chronische blootstellingen in ons verzorgingsgebied zijn afkomstig van: 4. Drukke snelwegen en vaarwegen : deze veroorzaken verhoogde concentraties fijnstof; transportbewegingen veroorzaken lawaai; lozingen in rivieren kunnen leiden tot verspreiding van schadelijke stoffen. 5. Zware industrie : deze aanwezigheid is beperkt in de regio. 6. Blootstelling aan asbest kan resulteren uit renovatie- en sloopactiviteiten wanneer de aanwezigheid niet is onderkend. 7. Nieuwe milieuproblemen, zoals de recentelijk bekend geworden PFAS-gerelateerde risico’s, vragen structurele aandacht in beleid en toezicht. Chronische blootstellingen kennen, in tegenstelling tot infectieziekten, meestal geen acute impact. Wel neemt mogelijk het risico op chronische aandoeningen toe. De cumulatieve impact op de regionale gezondheidsstatus en zorgvraag is daarmee potentieel substantieel. Dit vraagt om langdurige monitoring en integrale risicobeheersing in de fysieke leefomgeving. Landelijke instituten zoals het RIVM spelen een belangrijke rol bij de monitoring van deze risico’s. De gevolgen van chronische blootstellingen kunnen zich openbaren als een sluimerende crisis, bijvoorbeeld als nieuwe informatie over mogelijke effecten bekend wordt en/of sterk in de aandacht komt te staan. 4.3 Continuïteit vitale voorzieningen Vitale voorzieningen vormen de ruggengraat van onze samenleving.

Verstoring van deze systemen - door technische storingen, menselijke fouten, extreme omstandigheden of moedwillige acties zoals sabotage en cyberaanvallen - kan leiden tot uitval die grote keteneffecten veroorzaakt, omdat vitale processen sterk onderling afhankelijk zijn. 17 Onder dit thema vallen de volgende risicotypen: • Verstoring elektriciteitsvoorzieningen • Verstoring brandstofvoorziening • Verstoring gas/warmtevoorziening • Verstoring data en telecommunicatie • Verstoring drinkwatervoorziening • Verstoring afhandeling verkeer en vervoer • Verstoring afhandeling voedselvoorziening • Verstoring afvalverwerking • Verstoring rioolwaterzuiveringsvoorziening Door ontwikkelingen zoals de energietransitie, toenemende digitale en hybride dreigingen en dreigende drinkwatercongestie nemen zowel de kans op verstoringen als de potentiële impact toe, met reële risico’s op maatschappelijke ontwrichting. Inwoners verwachten vaak directe oplossingen en hulp van de overheid, maar bij grootschalige of langdurige uitval is dit niet haalbaar en is zelfredzaamheid noodzakelijk. Tegelijk ervaren inwoners het stoppen van vitale processen als één van de ernstigste risico’s; meer dan de helft maakt zich hierover zorgen 22.

Daarom is het van belang dat de regio inzet op voorbereiding, samenwerking en goede risicocommunicatie, onder meer door inwoners te ondersteunen in hun zelfredzaamheid, zoals via de Denk Vooruit campagne 23. Verstoring elektriciteitsvoorziening Veel processen in de samenleving zijn afhankelijk van stroom. Als de elektriciteitsvoorziening uitvalt kan dit voor grote problemen zorgen. Denk alleen al aan het uitvallen van elektrische apparaten, straatverlichting en stoplichten, telefoonmasten en mobiele netwerken, waterdruk, liften, toegangsdeuren en tankstations. Uitval heeft dan ook in veel gevallen ontwrichtende cascade-effecten tot gevolg, zeker als de uitval lang aanhoudt. Daarnaast kan een verstoring van de elektriciteitsvoorziening ook zorgen voor verstoringen bij andere vitale voorzieningen. Veel van deze processen zijn afhankelijk van stroomvoorziening. 22 NCTV, Uitkomsten najaarsmeting Risico- en Crisisbarometer 2025. 23 NCTV, ‘Denk Vooruit’ . 24 TenneT , ‘Krachtige interventies in Flevopolder, Gelderland en Utrecht nodig om aansluitstop voor kleinverbruik te voorkomen’ . 25 Nadia Bloemendaal e.a., Een Extreem Rapport. Verstoringen in de elektriciteitsvoorziening kunnen verschillende oorzaken hebben. Enerzijds blijft de kans op verstoringen door werkzaamheden aan het stroomnet aanwezig.

Anderzijds komt de betrouwbaarheid de komende jaren onder druk te staan als gevolg van netcongestie. Specifiek in de regio Utrecht (net als in Flevoland en delen van Gelderland) is het stroomnet vol. Er ontstaat zogenaamde ‘filevorming’ op het stroomnet, netcongestie genaamd. De oorzaak hiervan is de snelle verduurzaming, economische groei én dat we steeds meer stroom op hetzelfde moment gebruiken. Het tekort aan netcapaciteit in de provincie Utrecht loopt naar verwachting de komende jaren verder op. 24 Ondanks uitbreidingsmaatregelen van het stroomnet, kunnen gebruikers als gevolg van deze netcongestie vaker te maken krijgen met zowel kort- als langdurende onderbrekingen. Dit komt doordat netbeheerder Stedin veel onderhoud blijft plegen om het net uit te breiden, maar het stroomnet bij overbelasting op sommige momenten ook afschakelt om verdere schade aan het stroomnet te voorkomen. Zowel groot- als kleingebruikers zijn niet altijd goed voorbereid op stroomuitval, ondanks inspanningen om bedrijfscontinuïteit en noodpakketten op orde te hebben. Daarnaast wordt het regelen van noodstroomaggregaten overgelaten aan bedrijven en individuen en zijn deze hierin afhankelijk van beschikbare diesel (die door stroomuitval bij tankstations niet meer afgenomen kan worden). De overheid kan bij grootschalige stroomuitval niet iedereen helpen.

Door de energietransitie speelt ook het weer een steeds grotere rol in de stabiliteit van het energiesysteem. Wanneer het tegelijkertijd bewolkt of donker is, en er weinig wind staat, wordt er weinig zonne- en windenergie opgepakt. Zo’n periode wordt duisterluwte genoemd. In het huidige energiesysteem brengt duisterluwte behalve hoge stroomprijzen geen drastische effecten met zich mee. Dit komt doordat een groot deel van de elektriciteit nu nog wordt geproduceerd door gascentrales. Wanneer het gasvormogen afneemt in de elektriciteitsproductie en de elektriciteitsvraag verder gaat stijgen bij koud weer, wordt het energiesysteem gevoeliger voor weersinvloeden en is afschakelen om verdere schade te voorkomen vaker noodzakelijk. 25 18 Verstoring brandstofvoorziening Uitval van de brandstofvoorziening betreft verstoringen in de productie, opslag, transport of levering van brandstoffen zoals olieproducten, gas, steenkool en waterstof. Dit raakt direct de continuïteit van vitale processen zoals mobiliteit, hulpdiensten, industrie en noodenergie. De keten is internationaal verweven en daardoor gevoelig voor verstoringen, met snelle merkbare effecten. Ook bestaat een sterke afhankelijkheid tussen elektriciteit en brandstof: pompinstallaties vallen stil bij stroomuitval, terwijl brandstoffen tegelijkertijd nodig zijn voor noodstroom.

Ondanks deze kwetsbaarheden is de risicobeleving in de samenleving laag; veel mensen gaan ervan uit dat brandstof altijd beschikbaar is en realiseren zich niet dat brandstof tanken bij grootschalige stroomuitval niet mogelijk is. Geopolitieke spanningen, kwetsbaarheden in mondiale aanvoerketens en een groeiende afhankelijkheid van enkele cruciale knooppunten vergroten de kans op verstoringen in de komende jaren. De energietransitie maakt de risicodynamiek bovendien complexer doordat Nederland zich in een hybride fase bevindt met zowel fossiele als nieuwe energiestromen, die beide gevoelig zijn voor verstoringen. Tijdens grote calamiteiten, zoals regionale stroomuitval, extreme weersomstandigheden of internationale crises, kunnen brandstoffen schaars worden door prioritering, logistieke beperkingen of verstoringen in importstromen. Dit kan leiden tot aanzienlijke maatschappelijke en economische ontwrichting. Verstoring gas- en warmtevoorziening Verstoringen in de gasvoorziening leiden tot uitval van kook- en verwarmingsmogelijkheden, wat vooral in de winter voor problemen zorgt. Dergelijke verstoringen worden meestal veroorzaakt door werkzaamheden waarbij een gasleiding wordt geraakt. Stedin is in de Veiligheidsregio Utrecht verantwoordelijk voor het beheer van de gasinfrastructuur.

Door de energietransitie neemt het aantal huishoudens met een gasaansluiting geleidelijk af, mede doordat nieuwbouw sinds 2018 niet langer wordt aangesloten op aardgas en gemeenten overstappen op duurzamere verwarmingsoplossingen. Tegelijkertijd kan de afbouw van gasgebruik stagneren door netcongestie, waardoor gas in sommige gebieden langer noodzakelijk blijft. Korte storingen komen regelmatig voor en worden doorgaans snel verholpen, maar worden door burgers ervaren als een directe bedreiging voor comfort en gezondheid. Langdurige storingen zijn zeldzaam, maar kunnen leiden tot onrust en wantrouwen richting overheid en energiebedrijven. De gasvoorziening blijft bovendien kwetsbaar door de verwevenheid met de elektriciteitsvoorziening, vooral tijdens koude periodes of bij grootschalige stroomuitval. Het risico rond de gasvoorziening laat hierdoor een tweezijdige beweging zien. Enerzijds neemt de impact van gasuitval af doordat steeds minder huishoudens en bedrijven afhankelijk zijn van gas. Anderzijds blijft Nederland voor de resterende gaslevering sterk afhankelijk van buitenlandse producenten en geopolitieke relaties. Hierdoor ontstaat een paradoxale situatie: de totale afhankelijkheid van gas daalt, maar de kwetsbaarheid van groepen en sectoren die voorlopig wél afhankelijk blijven, wordt relatief groter.

Verstoring telecommunicatie Telecommunicatie omvat telefonie, internet, radio en televisie, en vormt een cruciaal onderdeel van maatschappelijke en operationele processen. Verstoring of uitval kan ontstaan door technische storingen, fysieke beschadiging van kabels of knooppunten, cyberaanvallen, extreme weersomstandigheden, overbelasting van netwerken of stroomuitval. Omdat vitale processen sterk afhankelijk zijn van digitale verbindingen, kan langdurige uitval snel leiden tot cascade-effecten. Telecomaanbieders zoals KPN, VodafoneZiggo en Odido zijn verantwoordelijk voor continuïteit en nemen maatregelen om hun netwerken robuust te houden, maar blijven kwetsbaar, vooral tijdens grootschalige stroomuitval waarbij telecom naar verwachting binnen ongeveer twee uur grotendeels wegvalt. Hoewel kleinschalige storingen regelmatig voorkomen en meestal snel worden opgelost, waarschuwt de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) dat de impact van grootschalige of langdurige uitval zeer hoog kan zijn. Inwoners ervaren de kans op telecomuitval doorgaans als laag, omdat netwerken in Nederland betrouwbaar zijn en storingen snel worden verholpen. Tijdens daadwerkelijke uitval slaat deze perceptie echter om in onrust, onzekerheid en frustratie, zeker wanneer 112, digitale dienstverlening of betrouwbare informatie niet beschikbaar is.

De lage risicoperceptie vooraf staat daarmee in schril contrast met de hoge impactbeleving tijdens een incident. 19 Het risico op uitval wordt verder beïnvloed door toenemende digitalisering, sterkere ketenafhankelijkheden, groeiende cyberdreiging, klimaatverandering en de toenemende belasting van netwerken door grotere datastromen. Deze factoren maken dat de dynamiek en onzekerheid rondom telecommunicatierisico’s toenemen, en dat verstoringen in de toekomst een grotere rol kunnen spelen. Verstoring drinkwatervoorziening Drinkwater is een primaire levensbehoefte en cruciaal voor tal van processen in samenleving, industrie, landbouw en brandweerzorg. Verstoringen kunnen ontstaan op verschillende punten in de waterketen en leiden tot vervuiling of uitval van de drinkwatervoorziening. In de regio Utrecht zijn Vitens en Oasen verantwoordelijk voor productie en distributie. Bij verstoringen langer dan 24 uur zonder kookadvies en met meer dan 2.000 getroffen aansluitingen moeten zij nooddrinkwater leveren, behalve aan bedrijven en zorginstellingen die zelf verantwoordelijk zijn voor continuïteit. Hoewel het Nederlandse drinkwatersysteem robuust is en lokale storingen meestal snel worden verholpen, kan langdurige stroomuitval ook drinkwaterproblemen veroorzaken, bijvoorbeeld door wegvallende waterdruk op hogere woonlagen.

Door de wettelijke plicht om tien dagen zelfvoorzienend te kunnen opereren, treffen drinkwaterbedrijven maatregelen om leveringszekerheid te waarborgen. Tegelijk leidt elke grootschalige verstoring tot veel mediabelangstelling en hamstergedrag, zoals in 2025 in de regio Utrecht, wat blootlegt dat huishoudens vaak beperkt voorbereid zijn. Het risico op uitval van drinkwater is bovendien in beweging door toenemende vraag, bevolkingsgroei en klimaatverandering. Droogte en verzilting beperken de beschikbaarheid van grond- en oppervlaktewater, waardoor drinkwatercongestie dreigt: een situatie waarin onvoldoende bronnen beschikbaar zijn voor de groeiende behoefte. Daarnaast maakt digitalisering van pompstations en zuiveringsinstallaties het systeem kwetsbaarder voor cyberaanvallen, en moet rekening worden gehouden met mogelijke sabotage. Deze ontwikkelingen vergroten de onzekerheid rondom de levering van drinkwater. Het behoud van een robuust systeem hangt daarom in belangrijke mate af van maatregelen om drinkwatercongestie te beperken, om te gaan met klimaatverandering en digitale weerbaarheid te versterken. 26 Zie ook: 4.4 Fysieke leefomgeving en milieu/Verkeer (weg, water, spoor, lucht). 27 Kox e.a., Verkenning van de potentiële effecten van klimaatverandering op de voedselveiligheid in Nederland: Mogelijke kennisleemtes in de borging van de voedselveiligheid.

28 Ten Dam e.a., Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing Bevoegdhedenschema 10 – Drinkwater, levensmiddelen, diervoeders, biologische agentia. Verstoring afhandeling verkeer en vervoer26 De regio Utrecht is door haar centrale ligging een nationaal knooppunt voor weg-, water- en spoorverkeer, waardoor verstoringen in de afhandeling van verkeer en vervoer snel grote impact kunnen hebben. Verstoring kan voorzienbaar zijn (zoals gepland onderhoud aan wegen, kunstwerken en spoor) maar ook onvoorzienbaar: incidenten, tunnelafsluitingen door ongevallen, aanvaringen op vaarwegen of extreme weersomstandigheden. Door de onderlinge verbondenheid van hoofdwegen (A1, A2, A12, A27, A28), het intensief gebruikte Amsterdam-Rijnkanaal en de rol van Utrecht Centraal als spoorwegknooppunt, kan zelfs een enkel incident leiden tot brede doorstroomproblemen of een regionaal “verkeersinfarct”. Onvoorziene verstoringen komen regelmatig voor, met gevolgen variërend van licht tot ernstig, afhankelijk van modaliteit en locatie. Extreme weersomstandigheden kunnen bovendien een stapeling van verstoringen veroorzaken doordat reizigers massaal uitwijken naar andere vervoersvormen. In de komende jaren zal mogelijk ook meer militaire verplaatsing via civiele infrastructuur plaatsvinden, wat extra druk kan geven op mobiliteit via weg en spoor.

Verstoring afhandeling voedselvoorziening Klimaatverandering en de daarmee gepaard gaande weersextremen hebben gevolgen voor voedselproductie en de verdere keten. Dit heeft mogelijk gevolgen voor de voedselvoorziening 27. Gezien de snelheid van deze verandering ligt dit buiten de scope van dit RRP . Een andere mogelijke oorzaak van verstoringen kan liggen in de keteneffecten van uitval van andere vitale infrastructuur of de voedselvoorziening in Nederland is op nationale en internationale schaal geregeld. Coördinatie en bevoegdheden in (nood-)maatregelen liggen op het niveau van het Rijk en de Europese Unie 28. Verstoring afvalverwerking Binnen de regio Utrecht zijn er diverse afvalinzamelingsbedrijven die het afval ophalen bij bedrijven en particulieren. Deze afvalinzamelingsbedrijven brengen het afval voornamelijk naar afvalverwerkers buiten de provincie. Incidenten, het weer of lage energievraag kunnen leiden tot verstoring van het afvoerproces, waardoor de inzamelbedrijven hun afval niet kwijt kunnen. Bij lage energievraag schroeven de afvalverbrandingsfaciliteiten hun verwerking terug. Deze ketenafhankelijkheid zorgt voor opstapeling van het afval bij de op- en overslaglocaties. 20 Hitte is een oorzaak van broei, waardoor brand kan ontstaan op de op- en overslaglocaties van de inzamelbedrijven.

Daarnaast kan opstapeling van afval tijdens hitte leiden tot extra plaagdieren overlast. Sneeuw en kou zorgt ervoor dat afval niet ingezameld kan worden, waardoor het afval zich opstapelt rondom de verzamelcontainers en bij bedrijven. Vanuit de trends en ontwikkelingen heeft vooral de energietransitie invloed op dit risico. Steeds meer afvalinzamelingsbedrijven werken met voertuigen op alternatieve energie. Bij uitval van de laad- en tankinfrastructuur veroorzaakt dit snel opstoppingen in het proces. Verstoring rioolwaterzuiveringsinstallaties Rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s) zijn essentieel voor het verwerken van afvalwater en het beschermen van volksgezondheid en milieu. Verstoring kan ontstaan door technische storingen, cyberaanvallen, stroomuitval, extreme weersomstandigheden of chemische verontreiniging, met gevolgen zoals ongezuiverde lozingen, stankoverlast en risico’s voor waterkwaliteit en ecosystemen. In de regio Utrecht zijn de waterschappen verantwoordelijk voor het functioneren van RWZI’s en het transport van afvalwater naar deze installaties, terwijl gemeenten de aanvoer vanuit rioolgemalen verzorgen. Bij langdurige uitval moeten noodmaatregelen worden ingezet om lozingen te beperken en volksgezondheid te beschermen.

Hoewel RWZI’s doorgaans robuust functioneren en grootschalige uitval zeldzaam is, kan netcongestie leiden tot stroomuitval die RWZI’s stillegt. De maatschappelijke risicoperceptie is meestal laag tot matig, maar stijgt snel wanneer zichtbare gevolgen optreden. Het risico op verstoringen is bovendien dynamisch. Door klimaatverandering neemt de kans op extreme regenval en langere droogteperioden toe, wat de belasting op zuiveringssystemen verhoogt. Tegelijkertijd maakt verdere digitalisering RWZI’s kwetsbaarder voor cyberaanvallen en technische incidenten. De robuustheid van het systeem hangt daardoor in toenemende mate af van investeringen in cybersecurity, klimaatadaptieve maatregelen en doordachte noodscenario’s. Deze factoren bepalen in belangrijke mate hoe goed rioolwaterzuivering ook in de toekomst kan blijven functioneren onder veranderende omstandigheden. 21 4.4 Fysieke leefomgeving en milieu Verkeer (weg, water, spoor, lucht) De regio Utrecht kent dagelijks een hoge mobiliteitsdruk afkomstig van: • Het wegennet (A1, A2, A12, A28), • De vaarwegen (Amsterdam Rijnkanaal, Lek, Lekkanaal) • Het spoorwegnet • Luchtverkeer van en naar Schiphol Voor al deze transportbewegingen geldt dat deze bepaalde ongevalsfrequentie met zich meebrengen.

Vanwege de grote drukte en vanwege bijzondere infrastructurele kunstwerken als knooppunten en kruispunten, tunnels, sluizen en stuwen hebben deze ongevallen potentieel verreikende en/of langdurige effecten, Vervoer van gevaarlijke stoffen kan deze effecten vergroten (zie ook verderop onder Incidenten met gevaarlijke stoffen). Het netwerk van transportroutes als geheel is bovendien te beschouwen als kritieke infrastructuur, ook als er voor ieder afzonderlijk deel van het netwerk alternatieven bestaan. Uitval van kritieke infrastructuur kan aanzienlijke maatschappelijke schade veroorzaken, en verkeersongevallen gelden daarbij als belangrijke inleidende gebeurtenis. Uitval van weg- of spoorverbindingen raakt direct de bereikbaarheid van woon- en werklocaties. Utrecht 22 Ongevallen in tunnels – zoals de Leidsche Rijntunnel – zijn extra risicovol doordat voor deze routes minder alternatieven bestaan en omdat rook, hitte en stilstaand verkeer zich sneller kunnen ophopen. Tijdens brand en het vrijkomen van gevaarlijke stoffen neemt de zelfredzaamheid van weggebruikers snel af, wat tot grotere aantallen slachtoffers kan leiden. Ook op het water kunnen aanvaringen op knelpunten, zoals sluizen en bruggen, gevolgen hebben voor zowel beroepsvaart als recreatievaart.

Luchtvaartincidenten komen in de regio weinig voor, maar vormen door de aanwezigheid van vliegroutes en frequent helikopterverkeer wel een restrisico, waarbij de impact afhankelijk is van de locatie en omstandigheden van het incident. Ondanks deze risico’s is de maatschappelijke risicobeleving laag. De meeste inwoners ervaren verkeersongevallen als een alledaags risico waarvan de gevolgen beperkt blijven. Grote incidenten tonen echter aan dat deze veronderstelling niet altijd overeenkomt met de werkelijkheid. Door de groei van mobiliteit, de toename van kwetsbare verkeersdeelnemers en extremere weersomstandigheden neemt de dynamiek verder toe. Hierdoor kunnen verstoringen in de afhandeling van verkeer makkelijker optreden en sneller escaleren. Buisleidingen voor gevaarlijke stoffen Onder de regio Utrecht loopt een fijnmazig netwerk van buisleidingen voor het transport van aardgas en andere gevaarlijke stoffen. Deze leidingen zijn onmisbaar voor de energievoorziening, maar kunnen leiden tot incidenten door beschadiging, veroudering of graafwerkzaamheden. Hoewel buisleidingongevallen weinig voorkomen, wijst de casuïstiek uit dat een lekkage of explosie lokaal tot ernstige gevolgen kan leiden, zeker in gebieden waar leidingen dicht langs bebouwing, infrastructuur of bedrijvigheid lopen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/741/documents/21674