CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

C01.1 Bijlage A - Voorlopige jaarstukken VRU 2024.pdf

Gemeenteraad 10 april 2025, gemeente OudewaterBij agendapunt: 7: Ingekomen stukken18.066 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Voorlopige jaarstukken VRU 2024 Verslag en rekening Algemeen bestuur (vastgesteld 24 maart 2025)

1

65

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2

Financiële samenvatting Samenvatting toelichting jaarrekeningresultaat Voorstel bestemming jaarrekeningresultaat

7 7 8

Jaarverslag 2024

10

Programmaverantwoording

11

2 Brandweer Toekomstbestendige brandweerzorg 2.1 Wat wilden we bereiken? 2.2 Wat hebben we ervoor gedaan? 2.3 Productie-indicatoren Brandweer 2.4 Prestatie-indicatoren Brandweer 2.5 Gerealiseerde baten en lasten

12 12 12 12 15 15 16

3 Risicobeheersing Veilige en gezonde leefomgeving 3.1 Wat wilden we bereiken? 3.2 Wat hebben we ervoor gedaan? 3.3 Productie-indicatoren Risicobeheersing 3.4 Prestatie-indicatoren Risicobeheersing 3.5 Gerealiseerde baten en lasten

17 17 17 17 20 20 21

4 Crisisbeheersing en GHOR Versterking crisisbeheersing 4.1 Wat wilden we bereiken? 4.2 Wat hebben we ervoor gedaan? 4.3 Productie-indicatoren Crisisbeheersing en GHOR 4.4 Gerealiseerde baten en lasten

22 22 22 23 27 27

5 5.1 5.2 5.3

Meldkamer Midden-Nederland Wat wilden we bereiken? Wat hebben we ervoor gedaan? Gerealiseerde baten en lasten

28 28 28 28

6

Algemeen

29

2

Ondersteuning organisatie en algemene dekkingsmiddelen 29 6.1 Algemene kosten en dekkingsmiddelen 29 6.2 Overhead 29 6.3 Onvoorzien 29 6.4 Gerealiseerde baten en lasten 30 Paragrafen 7 7.1 7.2

7.3

8 8.1

8.2

31

Weerstandsvermogen en risicobeheersing 32 Weerstandscapaciteit 32 Benodigde weerstandscapaciteit 32 7.2.1 Omgevingswet 33 7.2.2 Vrijwilligheid brandweerpersoneel 33 7.2.3 Overeenkomsten van opdracht voor eigen personeel (OVO’s) 34 7.2.4 Rijksbijdrage (BDuR) 35 7.2.5 CAO Regeling Vervroegd Uittreden 36 7.2.6 Overige (onvoorzien) exploitatierisico’s 36 Kengetallen 37 7.3.1 Netto schuldquote 37 7.3.2 Solvabiliteitsratio 37 7.3.3 Structurele exploitatieruimte 37 Onderhoud kapitaalgoederen 38 Activeren en afschrijven 38 8.1.1 Investeringen in gebouwen 38 8.1.2 Investeringen in overige kapitaalgoederen 38 Onderhoud 38 8.2.1 Onderhoud gebouwen en installaties 38 8.2.2 Onderhoud materieel 38

9 9.1 9.2 9.3 9.4

Financiering Kasgeldlimiet Renterisiconorm Renteschema EMU-saldo

39 39 40 40 40

10 10.1

Bedrijfsvoering Personeel 10.1.1 Organisatiestructuur

41 41 41

3

10.1.2 Formatie en bezetting 10.1.3 Aantal medewerkers en diversiteit 10.1.4 Aantal vrijwilligers 10.1.5 Jeugdbrandweer 10.1.6 Wet banenafspraak 10.1.7 Diversiteit 10.1.8 Verzuim 10.1.9 Stagairs 10.1.10 Klussenbank 10.1.11 Geestelijke verzorging 10.1.12 Melden van Onveilige Situaties en (bijna) Ongevallen (OSIO) Inhuur Beleidsindicatoren Duurzaamheid Privacy Rechtmatigheid 10.6.1 Grondslagen van de rechtmatigheidsverantwoording 10.6.2 Rechtmatigheidsverantwoording

41 42 42 43 43 43 44 45 45 45

11

Openbaarheid

50

12 12.1

Verbonden en overige partijen Overige partijen

52 52

10.2 10.3 10.4 10.5 10.6

Jaarrekening 2024 1 1.1

2 2.1

Grondslagen voor de waardering en resultaatbepaling Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening 1.1.1 Vaste activa 1.1.2 Vlottende activa 1.1.3 Vaste passiva 1.1.4 Vlottende passiva 1.1.5 Resultaatbepaling Overzicht van baten en lasten Overzicht van baten en lasten naar categorie

46 46 47 47 47 48 48 49

54

55 55 55 55 56 56 56 58 58

4

2.2

2.3

3 3.1 3.2

Toelichting op het overzicht van baten en lasten naar categorie 59 2.2.1 Categorie L1 – Personele lasten 59 2.2.2 Categorie L2 – Kapitaallasten 60 2.2.3 Categorie L3 – Materiële lasten 61 2.2.4 Categorie B1 – Bijdragen en vergoedingen gemeenten 61 2.2.5 Categorie B2 – Rijksbijdrage 62 2.2.6 Categorie B3 – Overige baten 62 2.2.7 Categorie R1 – Storting reserves 63 2.2.8 Categorie R2 – Onttrekking reserves 63 Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening 2024 64

3.3 3.4 3.5

Balans 65 Balans ultimo boekjaar 65 Toelichting op de balans 65 3.2.1 Materiële vaste activa 65 3.2.2 Financiële vaste activa 66 3.2.3 Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar 66 3.2.4 Liquide middelen 67 3.2.5 Overlopende activa 67 3.2.6 Eigen vermogen 68 3.2.7 Voorzieningen 69 3.2.8 Vaste schulden met een rente typische looptijd langer dan 1 jaar 70 3.2.9 Netto-vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar 70 3.2.10 Overlopende passiva 70 Waarborg en garanties 71 Niet in de balans opgenomen verplichtingen 71 Gebeurtenissen na balansdatum 72

4 4.1 4.2

Wet normering topinkomens (WNT) Bezoldiging topfunctionarissen 2024 Onbezoldigde topfunctionarissen

73 73 74

5

Single informatie Single Audit (SISA)

75

5

6

Rechtmatigheidsverantwoording

76

7

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

77

Bijlage 1 – Gemeentelijke bijdragen en vergoedingen

78

Bijlage 2 – Teruggave resultaat 2024 per gemeente

79

Bijlage 3 – Gerealiseerde baten en lasten per taakveld

80

6

1

Financiële samenvatting

1.1

Samenvatting toelichting jaarrekeningresultaat

De realisatiecijfers uit deze jaarstukken worden vergeleken met de geactualiseerde begroting 2024 die op 2 december 2024 door het algemeen bestuur is vastgesteld. Het jaar 2024 sluit met een positief resultaat voor bestemming van € 7,3 miljoen (circa 5% van de begroting). Tabel 1 Samenvatting financiële afwijkingen

Personele lasten •

CAO uitwerking: De lagere personele kosten worden voornamelijk veroorzaakt door een incidenteel voordeel op de salariskosten als gevolg van de uitwerking van de CAO 2024/2025 die op 28 juni 2024 formeel is vastgesteld. Dit leidt tot een incidenteel voordeel van € 1,6 miljoen in 2024. Structureel is de opgenomen stelpost voor loonontwikkeling passend en leidt de uitwerking van de nieuwe cao voor veiligheidsregio’s niet tot aanpassingen van de vastgestelde begroting VRU 2025.

•

Vacatureruimte: Door vacatureruimte is er sprake van € 1,2 miljoen lagere salariskosten. Door de steeds krapper wordende arbeidsmarkt is het lastig om de juiste mensen te vinden en duurt het lang om vacatures ingevuld te krijgen. Daarom is het belangrijk dat de VRU een aantrekkelijke en onderscheidende organisatie is, waar talent wil werken.

•

Versterking crisisbeheersing: Voor de versterking van crisisbeheersing en informatiemanagement zijn extra gelden vanuit het Rijk beschikbaar gesteld middels een ophoging van de rijksbijdrage. De structurele inzet van de middelen voor versterking crisisbeheersing en informatiemanagement is verwerkt in de begroting 2024, maar de invulling daarvan is vertraagd. Dit leidde in 2024 tot een

7

incidentele onderbesteding van € 0,3 miljoen. Daarnaast zijn de personele kosten voor (project)activiteiten voor de versterking van de crisisorganisatie € 0,2 miljoen lager dan begroot, omdat een deel van de in 2024 geplande activiteiten doorloopt in 2025. Rijksbijdrage •

De hogere (algemene) rijksbijdrage wordt veroorzaakt door de loon- en prijsbijstelling 2024 van de BDuR, die 25 juni 2024 is toegekend. Het structureel voordeel ten opzichte van de stelpost waar in de begroting 2024 rekening mee is gehouden bedraagt € 424K. Dit voordeel heeft een structureel karakter en wordt bij de actualisatie van de begroting 2025 verrekend met de gemeentelijke bijdrage.

Overige baten •

De hogere baten worden voornamelijk veroorzaakt door de hogere overheadvergoeding van € 2,3 miljoen voor werkzaamheden voor de crisisnoodopvang (CNO). Deze aanvullende vergoeding heeft betrekking op de indirecte kosten en overhead, zoals de leiding en coördinatie, inzet van beleid/adviescapaciteit en ondersteunende afdelingen binnen de VRU. Het betreft dus een vergoeding voor de inzet van de VRU organisatie voor deze tijdelijke niet-wettelijke taak.

•

De overige afwijkingen hebben voornamelijk betrekking op opbrengst detacheringen (€ 480K).

1.2

Voorstel bestemming jaarrekeningresultaat

Samengevat komen we tot het volgende resultaatbestemmingsvoorstel. Tabel 2 Voorstel resultaatbestemming

Projecten versterking Crisisbeheersing Enkele activiteiten die volgens de begroting in 2024 gepland waren, lopen door in 2025. Dit betreft € 0,2 miljoen aan (project)activiteiten voor de versterking van de crisisorganisatie, die worden bekostigd uit de daarvoor geoormerkte (verhoging van de) rijksbijdrage.

8

Programma Veerkracht Het algemeen bestuur heeft op 2 december 2024 ingestemd met een incidenteel financieringsvoorstel voor het programma Veerkracht vanuit het voorlopig rekeningresultaat 2024 BDuR (€ 0,7 miljoen). Het inrichten van een brandweerpost als Resilience Point (pilot) is niet opgenomen in het programmabudget voor Veerkracht. Hiervoor wordt ingezet op financiering door het Rijk. Verhogen weerstandscapaciteit Om het weerstandsvermogen van de VRU op het gewenste niveau te brengen in relatie tot de huidige risico’s, zoals opgenomen in de kadernota VRU 2026 en de tweede bestuurlijke rapportage VRU 2024, is een storting van € 1,2 miljoen in de algemene reserve noodzakelijk. Project Digitale veiligheid Met het vaststellen van het strategisch beleid digitale veiligheid is koers gezet om kwaadwillende en onbevoegden buiten de deur te houden, en daarmee onze eigen (digitale) continuïteit en weerbaarheid te verhogen. De eerste fase draait om het implementeren van de minimale technische basismaatregelen die essentieel zijn om te beschermen tegen veel voorkomende dreigingen zoals phishing en gijzelsoftware (ransomware). Het is belangrijk om te benadrukken dat deze basismaatregelen, naast implementatie, ook in 2026 blijvende aandacht vragen om goed onderhouden te worden. We stellen voor een bedrag van € 0,39 miljoen voor de eerste fase te bestemmen.

Terug te storten naar de gemeenten Het algemeen bestuur heeft besloten om € 4,8 miljoen van het rekeningresultaat terug te storten naar de deelnemende gemeenten. De voorgenomen teruggave van het rekeningresultaat 2024 vindt plaats naar rato van de begrote bijdrage voor het gezamenlijke basistakenpakket in 2024. Bijlage 2 van de voorlopige jaarstukken VRU 2024 bevat een overzicht van de teruggave van het rekeningresultaat per gemeente.

9

Jaarverslag 2024

10

Programmaverantwoording De begroting bestaat uit één programma: Veiligheidsregio Utrecht. Hierin kennen wij de volgende programmaonderdelen: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Brandweer – Toekomstbestendige brandweerzorg Risicobeheersing – Veilige en gezonde leefomgeving Crisisbeheersing en GHOR – Versterking crisisbeheersing Meldkamer Midden-Nederland Algemeen – Ondersteuning organisatie en algemene dekkingsmiddelen

De verantwoording per programmaonderdeel wordt gepresenteerd in de volgende hoofdstukken.

11

2 Brandweer Toekomstbestendige brandweerzorg 2.1

Wat wilden we bereiken?

Binnen de Veiligheidsregio Utrecht is sprake van een fijnmazigheid van brandweerposten. Die kazernedichtheid koesteren we en hebben we nodig om de brandweerzorg te kunnen leveren. Maar de omgeving verandert. Nieuwe technologieën en maatschappelijke ontwikkelingen brengen zowel nieuwe risico’s als nieuwe mogelijkheden voor de brandweer. De uitdaging is om de samenleving veilig en veerkrachtig te houden, met een brandweerorganisatie die paraat, vakbekwaam en toekomstbestendig is. Brandweerzorg is mensenwerk. Het vinden van de juiste mensen is nu soms al lastig, en de verwachting is dat dit alleen maar moeilijker wordt. Het is van belang om een aantrekkelijke werkgever te zijn en te blijven. Voor de veiligheid van ons personeel is het nodig om te investeren in technologische ontwikkelingen. Nu investeren in innovaties, om voorbereid te zijn op de toekomst. Ook investeren wij in de jeugdbrandweer als kweekvijver. Investeren in vakbekwaamheid is nodig om geprepareerd te zijn op nieuwe risico’s die op ons afkomen door onder andere energietransitie en klimaatverandering. De woningbrand blijft, maar het blussen van een elektrische auto of buurtbatterij is erbij gekomen. De VRU wil toonaangevend en aantrekkelijk zijn in vakbekwaamheid.

2.2

Wat hebben we ervoor gedaan?

Het huidige model van brandweerzorg, ingevuld met beroeps en vrijwilligers, is voor de paraatheid in de avond, nacht en weekenden nog steeds passend voor het grootste deel van de posten. Voor de paraatheid overdag zien we dat het steeds meer gaat knellen. Dit vraagt dus om aanpassingen en ingrepen om ook overdag brandweerzorg te kunnen blijven leveren. Technische voorzieningen gaan ons helpen om tijdig inzicht te krijgen of een post paraat is. Daarnaast moet er nagedacht worden over nieuwe paraatheidsmodellen en aanstellingsvormen om te voldoen aan de wettelijke opkomsttijden en Europese wetgeving. In het kader van paraatheid hebben wij in 2024 onder andere de volgende activiteiten uitgevoerd. • Wij zijn begonnen met het opstellen van een nieuw dekkingsplan, conform de nieuwe landelijke systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden. • Wij hebben gewerkt aan het doorontwikkelen van geharmoniseerde roosters voor de 24uursdiensten. • Wij hebben Uitruk op maat regiobreed geïmplementeerd, waarbij alle posten de mogelijkheid hebben gekregen om met vier in plaats van zes personen uit te rukken. • Wij hebben veranderingen doorgevoerd in het systeem van inzetbepaling van brandweereenheden.

Naar aanleiding hiervan hebben wij een ‘Brandweerberaad’ georganiseerd, waarbij we medewerkers van brandweerposten in de gelegenheid hebben gesteld om ons te adviseren over het proces en het systeem van inzetbepaling. • Wij hebben in de hele regio tweewegpagers in gebruik genomen. Een van de voordelen is dat de meldkamer veel sneller in beeld heeft of een post kan uitrukken of niet.

12

•

Wij hebben knelpunten in de bluswatervoorziening in beeld gebracht en zijn gestart om hier per gemeente een gesprek over te voeren.

Vakbekwaamheid Het brandweervak wordt steeds veelzijdiger. Incidenten worden complexer en risico’s nemen toe. In de provincie Utrecht zien we bijvoorbeeld een groeiend aantal initiatieven op het gebied van duurzame energie, zoals zonneparken, windmolenparken en waterstofproductie-installaties. Hoewel dit positieve stappen zijn naar een duurzame toekomst, brengen ze ook nieuwe veiligheidsrisico's met zich mee. Veilig werken zit in ons DNA, maar blijft wel continu aandacht en scherpte vragen. We blijven ons structureel inzetten om het veiligheidsbewustzijn bij onze repressieve medewerkers op een steeds hoger niveau te krijgen. In het kader van vakbekwaamheid hebben wij in 2024 onder andere de volgende activiteiten uitgevoerd. • Wij hebben gewerkt aan de doorontwikkeling van de brandweerschool (vakbekwaam worden), zodat we onze mensen een goede basis meegeven voor het uitoefenen van het brandweervak. Ons opleidingsinstituut is opnieuw geaccrediteerd door het behalen van de uitgevoerde audit. • Wij verzorgen een robuust en gevarieerd oefenprogramma (vakbekwaam blijven). • Wij hebben een onderzoek laten uitvoeren naar de benodigde capaciteit van de afdeling Vakbekwaamheid, passend bij de veranderende vraag. • Wij hebben opleidings- en oefenactiviteiten ingericht, specifiek voor de energietransitie. Vergroten arbeidsveiligheid d.m.v.

innovatie Door ons te richten op innovatie, investeren we in het ambacht brandweer. De veiligheid van het werk wordt daarmee vergroot en er wordt ingezet op aantrekkelijk werkgeverschap. Naast de schaarste van personeel hebben we te maken met nieuwe risico’s zoals beschreven in ons risicoprofiel. We willen daarom investeren in innovatie (waaronder robotica) om de brandweerzorg te ondersteunen en effectiever en veiliger te maken. Nieuwe risico’s zoals klimaatverandering en energietransitie vragen ook iets anders van ons en we moeten zorgen dat onze medewerkers hiervoor beschikken over de juiste kennis en het juiste materieel. Voorbeelden van activiteiten waar wij in 2024 en 2025 aan werken, zijn: • Het uitvoeren van een proefperiode van 2 jaar voor het gebruik van een onderwaterdrone bij waterongevallen. • De inzet van kleine drones in de beginfase van de bestrijding van incidenten. • Het inrichten van een ‘innovatieloket’ voor kleinschalige verbeteringen die uit de organisatie komen. Natuurbrandbeheersing en bestrijding Door de klimaatverandering krijgen we vaker te maken met omstandigheden waarin onbeheersbare natuurbranden kunnen voorkomen, zo ook op de Utrechtse Heuvelrug. Dit heeft mogelijk grote maatschappelijke ontwrichting tot gevolg. De huidige aanpak van het natuurbrandrisico in Nederland is onvoldoende toekomstbestendig.

De VRU werkt mee in een landelijke taskforce natuurbrand die een toekomstvisie ontwikkelt op natuurbrandbeheersing, op drie thema’s: • proactie / preventie • slimme repressie en slagkracht • onderzoek en kennisontwikkeling

13

Met de negen betrokken gemeenten overlegt de VRU over prioritering en (her)inrichting van het gebied. Dit heeft geleid tot een actieplan met in elk geval de volgende onderdelen: • Advies over meer preventieve maatregelen en de waar nodig wettelijke verankering. • Advies over hoe bij te dragen aan veerkracht op dit gebied in de samenleving. • Advies over passende repressieve slagkracht voor onze regio en bovenregionaal optreden. Slimme repressie en slagkracht, de specifieke bestrijdingskant, worden verder doorontwikkeld. Onze brandweermensen Wij zijn trots op onze mensen. Wij investeren in het vinden, boeien en binden van brandweermensen. Daarbij hebben wij nadrukkelijk aandacht voor diversiteit op het gebied van leeftijd, gender, cultuur en opleidingsrichting voor een goede samenstelling van onze organisatie. Specifieke activiteiten in het kader van boeien en binden van en de juiste zorg voor onze mensen, zijn bijvoorbeeld: • Met de organisatie van het Brandweerberaad hebben wij een mooie stap gezet om beter in verbinding te komen met onze medewerkers over een ingrijpend thema als de inzetbepaling van brandweereenheden. • Wij vinden het van belang dat onze brandweermensen gezond, goed en veilig hun pensioen bereiken en daarna ook nog een fijne tijd hebben. Daar zetten wij ons landelijk voor in.

In 2024 is bereikt dat medewerkers, als zij dat willen en fysiek en mentaal fit zijn, langer als beroepskracht aan de VRU verbonden mogen blijven aan de VRU, in afwachting van een nieuwe landelijke lijn over het 20-jaarbeleid. • Wij hebben een bijdrage geleverd aan een landelijke aanpak van mentale klachten. Het gaat daarbij onder andere om een regeling ‘Erkenning en aanspraken PTSS als beroepsziekte’ en een toolbox psychosociale ondersteuning.

14

2.3

Productie-indicatoren Brandweer

We sturen en verantwoorden op zowel de feitelijke productiecijfers als op kwalitatieve prestaties. Hieronder een overzicht van de voor dit programmaonderdeel relevante criteria. Tabel 3 Productie-indicatoren Brandweer

2.4

Prestatie-indicatoren Brandweer

Tabel 4 Prestatie-indicatoren Brandweer

15

2.5

Gerealiseerde baten en lasten

Tabel 5 Baten en lasten Brandweer

16

3 Risicobeheersing Veilige en gezonde leefomgeving 3.1

Wat wilden we bereiken?

De VRU zet zich in voor een veilige en gezonde leefomgeving. Samen met andere partijen zoeken we naar de kwetsbaarheden, risico’s en kansen in onze regio. Hiervoor bouwen wij aan een robuust netwerk waarin plaats is voor onze huidige partners, maar ook ruimte is voor nieuwe partijen en lokale initiatieven. Met als doel om samen tot lokale en regionale oplossingen te komen. De VRU treedt hierbij op als adviseur en als kennis- en netwerkmakelaar. Wij richten ons op het vergroten van de veerkracht en redzaamheid in de samenleving. Een groeiende groep inwoners is kwetsbaar bij incidenten, mede veroorzaakt door vergrijzing. Hiertegenover staat dat de meeste inwoners in staat zijn snel te handelen en in bepaalde situaties juist heel zelfredzaam zijn, doordat ze rechtstreeks toegang hebben tot (grote hoeveelheden) informatie. Wij hebben oog voor deze verschillen binnen de samenleving. Door mensen te voorzien van informatie en handelingsperspectieven passend bij hun situatie en behoefte willen we hen optimaal faciliteren. Wij werken risicogericht, waarbij we uitgaan van zelfredzaamheid waar mogelijk en ]handelingsperspectieven bieden waar nodig. Hiervoor is al veel geïnvesteerd in de samenwerking met gemeenten op het gebied van advisering, vergunningverlening en toezichthouden.

Ook intensiveren we de samenwerking met andere partners, bijvoorbeeld op terreinen als energietransitie en klimaatadaptatie. Wij zetten ons in om vroegtijdig in het proces als partner en adviseur betrokken te zijn bij de beoordeling van initiatieven en ontwikkelingen.

3.2

Wat hebben we ervoor gedaan?

Veilige leefomgeving De samenleving verandert en onze omgeving ook. Hierdoor veranderen ook de risico's waarmee de samenleving kan worden geconfronteerd. Denk hierbij aan de risico's door de groeiende onvoorspelbaarheid van weersomstandigheden, de energietransitie, de geopolitieke situatie, als ook de gevolgen van de vergrijzing, de verdergaande digitalisering en de bouwopgave. Wij dragen proactief bij aan een veilige en gezonde leefomgeving door in te zetten op bewustwording over nieuwe risico’s. De risico’s uit het regionaal risicoprofiel hebben we vertaald naar opgaven waar we ons op richten. Met stakeholders in die opgaven verkennen we wat we gezamenlijk en ieder individueel kunnen bijdragen aan een oplossingsrichting. We investeren in het realiseren van handvatten om deze risico’s te kunnen adresseren en onderdeel te kunnen maken van plannen en te nemen maatregelen door de bevoegde gezagen. Ook onderzoeken we hoe we risico’s beter en doorlopend kunnen monitoren en kunnen delen. Dat doen we met onze publieke en private partners, andere veiligheidsregio’s en kennisinstellingen zoals universiteiten. We werken hiervoor aan een protocol dynamisch risicoprofiel. Daarnaast zijn we bezig met de doorontwikkeling van het actueel Risicobeeld. In 2024 is uitvoering gegeven aan de visie op natuurbrandbeheersing.

In drie gebieden op de Utrechtse Heuvelrug is de gebiedsgerichte aanpak gestart, waarbij een beeld is gevormd van het risico en

17

mogelijke maatregelen die bijdragen aan het verminderen van het risico. In 2025 zal voor die gebieden een uitvoeringsplan om maatregelen te implementeren worden opgesteld. In het kader van risicocommunicatie en veerkracht is de publiekscampagne ‘wat doe jij bij natuurbrand?’ ontwikkeld, evenals informatie voor inwoners over wat zij kunnen doen aan het voorkomen van natuurbrand in hun directe leefomgeving. Voor gemeenten zijn planregels voor omgevingsplannen uitgewerkt op de risico's uit het regionaal risicoprofiel, zoals natuurbrand, energietransitie en extreem weer. In het kader van energietransitie lag de focus op het ontwikkelen van handreikingen voor energieopslagsystemen, zonnevelden, zonnepalen op gevels, en waterstof. Samen met verschillende partners is een aanpak uitgewerkt om kritieke entiteiten in het kader van verschillende risico's en veerkracht van de samenleving inzichtelijk te maken. In 2025 wordt de aanpak per sector verdiept. In maart 2024 is de visie op Risicogericht werken door het algemeen bestuur vastgesteld. In 2025 zal een plan van aanpak worden opgesteld om op drie niveaus (strategisch, tactisch en operationeel) inzicht te geven in de stappen die nodig zijn om risicogericht werken verder te implementeren. In de nieuwe procedures met betrekking tot het adviseren onder de Omgevingswet is de risicogerichte benadering reeds opgenomen.

Het risicogericht adviseren is in 2024 verder uitgewerkt en zal verder worden geïmplementeerd in de bouwadviezen aan de gemeenten. Voor het bepalen van de prioriteit bij de inzet van toezichtscapaciteit wordt gewerkt aan herziening van de risicomodule, in samenwerking met de gemeenten. Ook wordt verder verkend hoe het inzetten van alternatief toezichtsinstrumentarium kan bijdragen aan het beperken van risico's in bepaalde branches. Daarnaast vinden we het belangrijk om aan de voorkant bij de inrichting van de leefomgeving te kunnen adviseren. Daarom sturen we erop dat fysieke veiligheid meegewogen wordt in de planvorming van de leefomgeving, zoals bij de inrichting van een gebied of projecten op het gebied van infrastructuur. Dit doen we zo vroeg mogelijk in het proces, waarbij wij als partner en adviseur betrokken willen zijn bij de beoordeling van initiatieven en ontwikkelingen om zo incidenten te voorkomen en een slagvaardige incidentbestrijding en crisisbeheersing te realiseren. Ons advies aan gemeenten stellen wij zoveel mogelijk integraal op. Zowel binnen de VRU als met ketenpartners. We verkennen de mogelijkheden en bereidheid met logische ketenpartners om hierover vervolgens afspraken te maken. In 2024 zijn flinke stappen gezet in de verbetering van de samenwerking tussen Risicobeheersing en Repressie.

Het doel hiervan is de verbetering en uniformering van het adviseringsproces, de informatie-uitwisseling en de samenwerking in het faciliteren van risicogericht oefenen op de post. In november 2024 is de gezamenlijke frontoffice gestart, waardoor een eenduidige routing van nieuwe aanvragen (via het zaaksysteem) is gerealiseerd. Op het gebied van evenementenveiligheid hebben we in 2024 gewerkt aan het implementeren van een nieuwe werkwijze binnen en met partners buiten de VRU. We hebben geïnvesteerd in een gezamenlijk opleidingstraject, waaraan naast de collega's van de VRU ook de politie heeft deelgenomen. Daarnaast hebben we de contacten met de provincie Utrecht en de omgevingsdiensten geïntensiveerd en werken we samen rondom het thema ‘evenementen in de natuur’. In november is de jaarlijkse evenementendag voor gemeentelijke evenementen-vergunningverleners georganiseerd.

18

Veerkrachtige redzame samenleving De komende jaren zetten wij in op een veerkrachtige en weerbare samenleving. Hiervoor hebben we in 2024 gewerkt aan het opzetten van het programma veerkracht welke op 2 december 2024 in het AB VRU is vastgesteld en in 2025 van start gaat. We hebben verdere stappen gezet in de ontwikkeling van het veerkrachtprofiel, waarmee we in de toekomst op wijkniveau een beeld willen krijgen van de veerkracht binnen de die wijk. Met behulp van enkele gemeenten hebben wij onderzocht hoe kwetsbare inwoners zoals laaggeletterden, arbeidsmigranten en statushouders beter te bereiken met onze informatie over (brand)veiliger leven en het vergroten van hun zelf- en samenredzaamheid. De onderzoeksresultaten gaan we in 2025 vertalen naar concrete nieuwe middelen en/of maatregelen. Tijdens de herfstvakantie 2024 hebben we in samenwerking met Lego-Incidentencity een voorlichtingsweek georganiseerd in Oudewater, waar ongeveer 1000 mensen brandwijzer zijn gemaakt op het thema brandveilig laden. Ruim 1000 jonge gezinnen hebben naar aanleiding van aangifte van een geboorte van ons een brandveiligheids-informatiepakket ontvangen. Begin 2024 hebben we een nieuwe voorlichtingscontainer in gebruik genomen waarin mensen bij open- en veiligheidsdagen in een nagebouwde mini-woning op zoek moeten naar de brandonveilige situaties.

Er is een nieuwe voorlichtingsstand ontwikkeld op het thema natuurbrand welke samen met de andere voorlichtingsstands wordt ingezet bij open- en veiligheidsdagen, en er is een deur ontwikkeld waarmee we bij portiekflats voorlichting geven over de gevaren van rook en het effect van het dichtdoen van de deur. Het lesmateriaal ‘Brandmeester’ voor de bovenbouwgroepen van het VMBO en MBO is in 2024 uitgebreid met een module specifiek gericht op de ‘agrarische’ opleidingen. Hiernaast zijn we bij 48 van de bijna 100 terreinen met een Keurmerk Veilig Ondernemen / Uitgaan fysiek aanwezig geweest. In 2023 is een verkennend onderzoek gestart naar een Risk Factory Utrecht. Doel van een Risk Factory is om de samenwerking met andere diensten te intensiveren en de zichtbaarheid in de samenleving te vergroten. Na het signaal onder meer in de BAC Risicobeheersing is vooralsnog gekozen voor een andere insteek dan het opleveren en bestuurlijk voorleggen van een businesscase voor een VRU Risk Factory. De insteek is eerst te onderzoeken of een coalitie te vormen is met partners die als doel hebben een gezonde en veilige leefomgeving. Met die coalitie zal dan worden gekeken of een Risk Factory een volgende logische stap is.

Breed gezamenlijk netwerk Er is de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in de samenwerking met gemeenten om samen op te trekken op het gebied van advisering, vergunningverlening en toezichthouden. Ook onze partners worden met vraagstukken over de nieuwe risico’s en veranderende samenleving geconfronteerd en hebben hier een eigen deskundigheid in. Wij zetten in op onze rol van kennis- en netwerkmakelaar, waarbij we de deskundigheid van diverse partners bundelen. Hierbij richten wij ons actief op de samenwerking met de ODRU, RUD en GGDrU. In 2024 zijn op diverse onderwerpen netwerkbijeenkomsten georganiseerd met en voor partners en eigen VRU-medewerkers.

19

3.3

Productie-indicatoren Risicobeheersing

We sturen en verantwoorden op zowel de feitelijke productiecijfers als op kwalitatieve prestaties. Hieronder een overzicht van de voor dit programmaonderdeel relevante criteria. Tabel 6 Risicobeheersing

3.4

Prestatie-indicatoren Risicobeheersing

Tabel 7 Risicobeheersing

20

3.5

Gerealiseerde baten en lasten

Tabel 8 Baten en lasten Risicobeheersing

21

4 Crisisbeheersing en GHOR Versterking crisisbeheersing 4.1

Wat wilden we bereiken?

Crisisbeheersing We voorkomen, voorzien en minimaliseren de effecten van crises en versterken de weerbaarheid van de samenleving. De afgelopen jaren hebben zich nieuwe typen en langdurige crises voorgedaan die ook een spanningsveld opleveren voor onze organisatie. We hebben dat gemerkt in de aanpak van crises. Een strikte scheiding tussen de rollen of fases in de vorm van warm (er is een crisis) of koud (er is geen crisis) is steeds lastiger aan te brengen. Deze ontwikkelingen vragen om aanpassingen zodat de crisisbeheersing toekomstbestendig is en blijft. Crises zijn niet alleen verschillend van aard, maar in toenemende mate complex, domein overschrijdend en niet altijd plaatsgebonden. Dit maakt dat de scope van de crisisorganisatie niet eenduidig te geven is en dat het lastig is om hier logische keuzes in te maken. We investeren in een veerkrachtige en schaalbare crisisorganisatie die, al naargelang de aard en omvang van de crisis, samen met de betrokken partijen wordt ingericht. Wij kiezen ervoor om als VRU in positie te komen als er sprake is van (dreigende) crises of maatschappelijke ontwrichting. Wij focussen ons hierbij op onze kerntaken en richten ons op de coördinatie en regie. Het doel is om zo snel mogelijk terug te kunnen keren naar een stabiele situatie en de taak weer over te dragen aan de partij die hier primair voor is toegerust.

GHOR De geneeskundige zorg tijdens een crisis wordt geleverd door verschillende gezondheids- en geneeskundige (private) organisaties, zoals RAVU, GGD regio Utrecht en ziekenhuizen, waaronder het UMCU als Traumacentrum Midden Nederland. Ketencontinuïteit is de sleutel voor de toegankelijkheid van de (spoed-)zorg. Onze GHOR, als netwerkorganisatie, vormt de schakel tussen deze organisaties en voert regie tijdens incidenten en crises. In de voorbereiding op crises en ieders rol tijdens rampen stimuleren en adviseren wij het netwerk over de verantwoordelijkheden in de continuïteit van zorg. In 2024 lag de focus van de GHOR, naast alle reguliere operationele en ontwikkelwerkzaamheden op de volgende beleidsdoelstellingen: 1. Het in positie brengen van de nieuwe DPG op het gebied van opgeschaalde zorg. 2. Het versterken van de samenwerking met het Netwerk Acute Zorg Midden Nederland. 3. Het versterken van de adviestaak van de GHOR naar niet-acute zorgpartners. 4. De implementatie van het beleid/proces crisisplannen van acute zorgpartners. 5. Het verkennen van de huidige positie van GHOR vakbekwaamheid en de doorontwikkeling. 6. Cyberveiligheid inrichten voor de GHOR en zorgketen. 7. Het verder borgen van het zorgrisicoprofiel (ZRP) in de werkzaamheden van de GHOR.

22

4.2

Wat hebben we ervoor gedaan?

Crisisbeheersing Crisismanagement Crisismanagement is erop gericht om crises te voorzien, te voorkomen en de gevolgen zoveel mogelijk te beperken en zo snel mogelijk weer naar de reguliere situatie terug te keren. Onze primaire taak is het coördineren van de crisisbeheersing en het adviseren van het bevoegd gezag. In 2024 is aan het bestuur een plan voorgelegd voor de vormgeving en organisatie van een robuuste crisisorganisatie, waar ook de kolom bevolkingszorg deel van uit maakt. Kern van dit voorstel betreft een Operationeel Kernteam-Permanent (OKT-p). In 2024 zijn de contouren voor een nieuw sturingsplan opgeleverd en is gestart met de werving en selectie van leden van het OKT-p. Vanaf januari 2025 zijn de eerste twee teams van het OKT-p van start gegaan. Daarnaast hebben wij met een nieuwe leerstrategie aan de kwaliteit van de crisisorganisatie gewerkt. Vanuit vakbekwaamheid is een opleidingsprogramma voor alle kernfunctionarissen en bestuurders ontwikkeld en uitgevoerd. De nieuwe werkwijze op bestuurlijk niveau met onder andere een technisch voorzitter heeft een flinke ontwikkeling doorgemaakt en staat nu in de basis. De samenwerking tussen en met gemeenten is een belangrijk onderdeel van ons crisismanagement. Samen hebben gemeenten met de VRU gewerkt aan toekomstbestendige bevolkingszorg en crisiscommunicatie, processen die primair van onze gemeenten zijn.

Dit heeft geleid tot Bevolkingszorg 3.0, een systeem van bevolkingszorg en crisiscommunicatie dat per 2 januari 2025 is gestart. De VRU heeft in het proces hier naartoe een belangrijke bijdrage geleverd. Hierbij is het uitgangspunt geweest 'lokaal wat kan, regionaal waar nodig'. Vanaf 2025 werken we met een slankere organisatie waardoor er meer ervaring ontstaat en crisisfunctionarissen meer getraind kunnen worden. Ook is de governance aangepast zodat we efficiënter en eenduidiger verder kunnen ontwikkelen. In 2025 worden veel restpunten van deze versterking door gemeenten met de VRU verder uitgewerkt. Meer informatie over crisiscommunicatie binnen Bevolkingszorg 3.0 is opgenomen in de paragraaf ‘Communicatiemanagement’. Informatiemanagement Om de focus te verschuiven van reageren naar voorzien werken wij onder andere steeds meer met artificial intelligence. Daarnaast is de beschikbaarheid van informatie cruciaal voor goed crisismanagement. Wij zorgen ervoor dat de relevante informatie op het juiste moment en in de goede vorm beschikbaar is voor onze functionarissen en de partners in het netwerk. Hiervoor richten wij ons op het verder ontwikkelen van een multidisciplinair informatieknooppunt op de schaal van MiddenNederland. In 2024 zijn de eerste resultaten van deze doorontwikkeling opgeleverd.

Er staat nu de kern van een regionaal dashboard op het niveau van Midden-Nederland dat aansluit bij de nationale structuur. Het multidisciplinair informatieknooppunt richt zich op het ondersteunen van de operatie en is essentieel voor het functioneren van het OKT-p en de gehele regionale crisisorganisatie. De informatievoorziening wordt georganiseerd door de veiligheidsregio's en de relevante informatie is in grote mate afkomstig van onze partners.

23

Wij sluiten in deze ontwikkelingen aan bij het landelijke traject van de versterking bovenregionale crisisbeheersing en de daaraan gerelateerde informatievoorziening. Bij bovenregionale crises werken wij samen in het Knooppunt Coördinatie Regio's en Rijk (KCR2). Communicatiemanagement Wanneer het gaat over risico's, crises en rampen én de rol die inwoners hierbij zelf hebben, hebben de gemeenten en de VRU een bijzondere (wettelijke) taak om hierover te communiceren. Zowel risicocommunicatie als crisiscommunicatie spelen hierin een cruciale rol en vormen samen een cyclisch proces, waarbij de koude, lauwe en warme fasen naadloos in elkaar overgaan en elkaar versterken. Daarmee is communicatie één van de belangrijkste instrumenten om een crisis te voorkomen, te voorzien of de effecten te minimaliseren. De doorontwikkeling van communicatiemanagement bevat vooral de onderdelen risico- en crisiscommunicatie. Wij bevorderen deze verbinding door vroegtijdig samen te werken om collectief veilig gedrag te stimuleren en veerkracht en zelfredzaamheid te vergroten. Dit hebben wij in 2024 vormgegeven in het programma Veerkracht. Hiermee willen we bereiken dat inwoners, bedrijven en instellingen zelfredzaam en veerkrachtig zijn. Dit omvat alle handelingen die zij verrichten ter voorbereiding op, tijdens en na een ramp of crisis om zichzelf en anderen te helpen.

Om zo de gevolgen van die ramp of crisis te beperken. Wij dragen bij aan de kwaliteit van de crisiscommunicatie door gemeenten. We hebben vakbekwaamheidsactiviteiten georganiseerd voor de piketorganisatie en faciliteren de piketten. Op de website vru.nl bieden we informatie over risico's met bijbehorende handelingsperspectieven. Wanneer er sprake is van een verhoogd risico en/of hoog risicobewustzijn zetten we deze risicocommunicatie proactief in. Tijdens een incident/crisis zetten we vru.nl in voor de operationele woordvoering en handelingsperspectieven. Doorontwikkeling crisiscommunicatie binnen Bevolkingszorg In 2024 is gewerkt aan de doorontwikkeling van crisiscommunicatie binnen Bevolkingszorg 3.0. Op 8 juli 2024 heeft het algemeen bestuur van de VRU het advies van de ontwikkel- en beleidsgroep crisiscommunicatie geaccordeerd binnen Bevolkinsgzorg 3.0. Uitgangspunt voor crisiscommunicatie is dat het een eigenstandig proces wordt onder regie van Bevolkingszorg. Inmiddels zijn taakkaarten en functieprofielen uitgewerkt en wordt een en ander begin 2025 in een nieuw Handboek Bevolkingszorg verwerkt. Netwerkmanagement Netwerkmanagement neemt een steeds belangrijkere rol in het verbinden van (vitale) partners met de veiligheidsregio op strategisch en tactisch niveau.

Door de veranderende aard en het toenemend aantal incidenten komen er meer partners in beeld waarmee samenwerking gezocht moet worden. Een voorbeeld hiervan zijn de maatschappelijke partners die nodig zijn bij de veerkracht en weerbaarheid van onze samenleving. De frontoffice vanuit de afdeling partners maakt het voor externe partners ook eenvoudiger om in contact te komen en te blijven met de veiligheidsregio en haar aangesloten partners.

24

VRU-support Ook in 2024 heeft de crisisorganisatie VRU-support de provincie Utrecht en gemeenten ondersteund met de taken rondom de opvang van Oekraïense ontheemden. We zorgden voor actuele data rondom de beschikbare opvangplekken en we plaatsten de ontheemden vanuit de HUB en gemeenten door naar opvangplekken in het land. De HUB is vanwege het moeilijk kunnen doorplaatsen van vluchtelingen in verband met een tekort aan plekken in het land gesloten en staat tot 1 maart 2025 op waakvlamconstructie. In 2024 hebben we met onze uitvoeringsorganisatie VRU-support gemeenten en COA ondersteund bij het openen en exploiteren van asiellocaties in de gemeenten Stichtse Vecht, Woerden, Nieuwegein, Utrecht en Veenendaal. Vanaf 1 januari 2024 is de uitvoeringsorganisatie Huisvesting Evacuees, in opdracht van het kerndepartement van het ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties, bij de VRU ondergebracht. Aanvankelijk als pilot en vanaf 1 juli is de samenwerking structureel ingeregeld. Met deze uitvoeringsorganisatie vangt de VRU bij evacuaties en/of repatriëringen tijdelijk mensen op indien zij in Nederland niet zelfredzaam zijn. In 2024 betroffen dit vluchtelingen uit Gaza en Libanon. Alle taken worden gefinancierd door het Rijk.

GHOR Beleid en bestuur Door middel van een uitgebreid inwerkprogramma hebben we de DPG kennis laten maken met het GHOR team, onze (wettelijke) taken en hoe we daar invulling aan geven. Door middel van vele kennismakingsgesprekken is de DPG binnen de VRU en het externe netwerk geïntroduceerd. Dankzij het invullen van diverse vacatures is het GHOR team sinds Q4 2024 weer op volle sterkte. Netwerkcoördinatie Dit jaar hebben we gewerkt aan het ontwikkelen van een methode voor het verkrijgen van inzicht in de mate van preparatie van niet-acute zorgpartners. Een nulmeting bij Verpleeghuizen, Verzorgingshuizen en Thuiszorgorganisaties (VVT-instellingen) is voorbereid en de technische ontwikkeling van de bijbehorende meettool is opgestart. De nulmeting kan in 2025 plaatsvinden. We hebben een website voor niet-acute zorgpartners gelanceerd, met ondersteunende informatie en producten op het gebied van preparatie. We zijn aangesloten bij de relevante bovenregionale gremia. Op thema onderhouden we contact met de GHOR bureaus in onze buurregio's. Met de acute zorgpartners hebben we hun mate van preparatie in kaart gebracht. Alle partners hebben hun crisisplannen aangeleverd. Met alle individuele zorgaanbieders hebben evaluatiegesprekken plaatsgevonden waarin de crisisplannen en onze aanbevelingen inhoudelijk zijn besproken. In de ketenrapportage wordt een overkoepelende analyse beschreven.

Deze wordt in 2025 aan het Regionaal Overleg Acute Zorg (ROAZ) aangeboden. Ook hebben we stappen gezet in het versterken van de samenwerking met het Netwerk Acute Zorg Midden Nederland (NAZMN).

25

Planvorming en informatiemanagement In het kader van risico- en crisisbeheersing is informatie-uitwisseling met relevante zorginstellingen vanuit GHOR perspectief onmisbaar. Met betrekking tot het veiligheidsbeeld en het operationele beeld hebben we met de GGDrU onderzocht welke informatie kan worden uitgewisseld en welke afspraken hiervoor nodig zijn. Dit wordt in 2025 verder geoperationaliseerd en verbreed met afspraken met de deelnemende partijen in het NAZMN. Risicobeheersing GHOR Binnen de VRU hebben we de advisering omtrent de omgevingswet ingebed in onze werkzaamheden. We hebben ingezet op bewustwording bij andere VRU afdelingen en gemeenten om de GHOR te raadplegen bij omgevingsveiligheidsvraagstukken met een gezondheidsaspect. Dit op basis van de omgevingswet. Doorontwikkelen en consolideren Vakbekwaamheid We zijn gestart met doorontwikkeling van GHOR vakbekwaamheid, zowel intern al extern. Door vertrek van een specialist vakbekwaamheid heeft deze activiteit grotendeels stilgelegen. Met de komst van nieuwe medewerkers zal dit in 2025 weer worden opgepakt. Ondanks deze onderbezetting is de jaarplanning 2024 volgens plan uitgevoerd. Doorontwikkelen/verder professionaliseren piketorganisatie We hebben een wekelijkse piketbriefing ingesteld met als doelstelling ‘zien met wie je dienst hebt’ en ‘starten vanuit dezelfde informatiepositie’.

Dit wordt positief ontvangen en is geborgd in de reguliere werkwijze. We zijn aangehaakt bij het programma versterking crisisbeheersing. We hebben bijgedragen aan de inrichting van het OKT-p, onder andere door het ontwikkelen van taak- en procesafspraken voor de kolomvertegenwoordiger GHOR. Daarnaast hebben we gewerkt aan nieuwe afspraken over het proces van aanstelling piketfunctionarissen GHOR, met betrekking tot werkzaamheden, verantwoordelijkheden en resultaten. Dit proces loopt ook in 2025 nog door.

26

4.3

Productie-indicatoren Crisisbeheersing en GHOR

We sturen en verantwoorden op zowel de feitelijke productiecijfers als op kwalitatieve prestaties. Hieronder een overzicht van de voor dit programmaonderdeel relevante criteria. Tabel 9 Crisisbeheersing en GHOR

4.4

Gerealiseerde baten en lasten

Tabel 10 Baten en lasten Crisisbeheersing en GHOR

27

5 Meldkamer Midden-Nederland 5.1

Wat wilden we bereiken?

Vanaf 3 juni 2025 is er één meldkamer Midden-Nederland in Hilversum waarin de meldkamerfuncties brandweer, politie, ambulancedienst en de calamiteitencoördinator samenwerken. Deze verplichte ontwikkeling volgt uit de Wet veiligheidsregio’s en de Wijzigingswet meldkamers. Dit betekent dat de meldkamers van de Veiligheidsregio’s Utrecht, Gooi en Vechtstreek en Flevoland worden samengevoegd. Door de krachten te bundelen, wordt een centrale meldkamer gecreëerd die 24/7 beschikbaar is voor het aannemen van hulpverzoeken en het snel en adequaat inzetten van hulpverleners. Zowel monodisciplinair, als multidisciplinair in de samenwerking tussen disciplines.

5.2

Wat hebben we ervoor gedaan?

Op dit moment bereidt de VRU samen met de andere twee veiligheidsregio’s de organisatorische samenvoeging voor. De afgelopen periode zijn er afspraken gemaakt over de organisatorische plek van de medewerkers, de inrichting en de ondersteuning en wordt er gewerkt aan overeenkomsten voor de samenwerking en geharmoniseerde werkprocessen. Besluitvorming volgt begin 2025. In het afgelopen jaar zijn meldkamerprocedures zoveel mogelijk geharmoniseerd en de bestaande locaties aangesloten op de landelijke IV- en ICT-meldkamerinfrastructuur, om de continuïteit van de meldkamers te verbeteren en de 24/7 beschikbaarheid te kunnen waarborgen.

5.3

Gerealiseerde baten en lasten

Tabel 11 Baten en lasten Meldkamer Midden-Nederland

28

6 Algemeen Ondersteuning organisatie en algemene dekkingsmiddelen 6.1

Algemene kosten en dekkingsmiddelen

Tabel 12 Algemene kosten en dekkingsmiddelen

6.2

Overhead

In de berekening van de overhead zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1) De organisatieonderdelen bedrijfsvoering en concerndirectie & staf zijn in principe overhead, met uitzondering van: a) De centrale personeelsbudgetten die hieronder zijn opgenomen (deze worden op basis van formatie verdeeld over de taakvelden); b) De lasten van het FLO-overgangsrecht; c) Kosten met betrekking tot de brandweerposten; d) Bijdrage aan het NIPV en WVSV; e) Kosten van bestuursondersteuning. 2) Overheadkosten in de primaire processen zijn: a) Directeuren en afdelingshoofden: 100% b) Managementondersteuning: 100% Tabel 13 Kosten overhead

6.3

Onvoorzien

De begroting van de VRU bevat geen post onvoorzien.

29

6.4

Gerealiseerde baten en lasten

Tabel 14 Baten en lasten Algemeen inclusief Overhead

30

Paragrafen Dit hoofdstuk bevat de paragrafen die in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn voorgeschreven, met uitzondering van de paragrafen ‘Lokale heffingen’ en ‘Grondbeleid’, die niet van toepassing zijn op onze organisatie. De onderstaande paragrafen worden behandeld: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Openbaarheid Verbonden partijen

31

7 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als de mate waarin de organisatie in staat is om omvangrijke financiële tegenvaller op te vangen, zonder dat het beleid behoeft te worden aangepast. Risicobeheersing is erop gericht om de schadelijke gevolgen van risico’s zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken.

7.1

Weerstandscapaciteit

De bedrijfsvoeringreserve laat de weerstandscapaciteit van de VRU zien. Binnen deze capaciteit kunnen de risico’s (mogelijke toekomstige financiële tegenvallers) worden opgevangen. Op basis van de risico-inventarisatie (zie paragraaf 7.2) bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit voor 2024 € 2,6 miljoen. Onze beschikbare weerstandscapaciteit is € 1,4 miljoen. Daarmee is de verhouding (beschikbaar/benodigd) kleiner dan 1 (0,5). Tabel 15 Weerstandscapaciteit

7.2

Benodigde weerstandscapaciteit

In de volgende tabel zijn de belangrijkste financiële risico’s weergegeven, voor zover bekend ten tijde van het opstellen van de jaarstukken. Daarbij is een analyse gemaakt van de omvang en de kans dat het risico zich voordoet. De risico’s worden vervolgens nader toegelicht. Tabel 16 Benodigde weerstandscapaciteit

Deze ontwikkelingen tonen aan dat het huidige weerstandsvermogen van € 1,4 miljoen ontoereikend is om de risico’s volledig af te dekken. Om het weerstandsvermogen op het gewenste niveau te brengen, is een storting van € 1,23 miljoen noodzakelijk. Bij de resultaatbestemming over 2024 wordt voorgesteld om dit bedrag in de algemene reserve te storten, zodat de weerstandscapaciteit weer op niveau is in lijn met de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).

32

7.2.1

Omgevingswet

Omschrijving risico De Omgevingswet is per 1 januari 2024 ingevoerd. Het Rijk en de bestuurlijke partners hebben afspraken gemaakt over het monitoren en evalueren van de financiële gevolgen van de stelselherziening Omgevingsrecht. De inzet is dat de wet budgetneutraal wordt ingevoerd, waarbij de minister heeft afgesproken op zoek te gaan naar oplossingen als uit de financiële evaluatie blijkt dat de invoeringskosten substantieel hoger zijn dan eerder voorzien. Om de financiële gevolgen na invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) te kunnen volgen heeft onderzoeksbureau Cebeon een landelijk monitoringsmodel ontwikkeld. In 2020 heeft Cebeon in opdracht van het NIPV al onderzoek gedaan naar de verwachte structurele meerkosten voor veiligheidsregio’s als gevolg van de stelselherziening Omgevingsrecht. Deze stelselherziening omvat zowel de Omgevingswet als de Wkb. De veiligheidsregio’s hebben geen extra middelen gekregen vanuit de rijksoverheid voor de structurele gevolgen van de stelselherziening. Toelichting effect en kans De structurele kosten voor de VRU worden geschat op € 0,2 tot 0,5 miljoen. Deze kosten hebben met name betrekking op personeelskosten. Enerzijds door een nieuw type advies over de omgevingsvisie, plannen en programma’s (kerninstrumenten).

Anderzijds zullen de kosten per advies stijgen, door toename van de tijdsbesteding aan meer complexe aanvragen en processen en doordat het benodigde kennisniveau (en daarmee de inschaling) van de medewerkers omhoog moet om deze complexe aanvragen te behandelen. De kans dat dit risico zich voordoet in 2025 is ingeschat op gemiddeld (50%). Uitgangspunt blijft dat de (structurele) meerkosten worden vergoed door het Rijk. De dekking van de incidentele kosten als gevolg van de invoering van de omgevingswet wordt gezocht binnen de kaders van de begroting van de VRU met mogelijk de inzet van de ontwikkel- en egalisatiereserve. De incidentele kosten maken derhalve geen deel uit van de risicoparagraaf. 7.2.2

Vrijwilligheid brandweerpersoneel

Omschrijving risico Het huidige brandweerstelsel is gebaseerd op een combinatie van vrijwillige en beroepsbrandweer, waarbij alle brandweermensen dezelfde taak- en opleidingsvereisten hebben. Vooral de kazernering en consignatie van vrijwilligers blijken echter strijdig met de Europese wetgeving (deeltijdrichtlijn). Volgens juridische experts ontstaat er een 'verplichtend karakter' wanneer vrijwilligers tegen een vergoeding in een gepland rooster werken (kazernering) of beschikbaar zijn (consignatie), waardoor ze aanspraak kunnen maken op dezelfde rechten als werknemers in loondienst. Dit omvat onder meer dezelfde uurlonen, pensioenopbouw en vakantiedagen. Binnen onze regio wordt op een aantal plaatsen gewerkt met roosters, piketten en kazernering van vrijwilligers. In 2022 heeft een inventarisatie plaatsgevonden om de omvang voor de VRU in kaart te brengen. Dit leverde het volgende beeld op: • 141 gekazerneerde vrijwilligers. • 441 geconsigneerde vrijwilligers en 43 vrijwillige piketfunctionarissen.

33

Er vindt op landelijk niveau overleg plaats over een implementatieplan en de voorwaarden voor invoering, inclusief mogelijke aanpassing van de arbeidstijdenwetgeving en aanvullende financiële middelen. Kazernering vrijwilligers Bij kazernering verblijven vrijwilligers tijdens een ingeroosterde dienst op een brandweerpost. Dit kunnen zij doen naast hun reguliere vrijwillige taken. Voor deze gekazerneerde diensten ontvangen zij een vergoeding op basis van hun vrijwilligersaanstelling. In Zeist, bijvoorbeeld, worden vrijwilligers gekazerneerd in de avond en nacht. Als dit door Europese regelgeving zou 16 moeten worden omgezet naar een 24-uursdienst, bedragen de meerkosten naar verwachting € 3,1 miljoen per jaar. Naast de kazernering in Zeist kunnen vrijwilligers ook via een poolregeling 24-uursdiensten draaien op beroepsposten. Dit vult roostertekorten aan en voorkomt inhuur of het buiten dienst zetten van voertuigen op beroepsposten. Consignatie vrijwilligers Bij consignatie ontvangt een vrijwilliger een vergoeding om beschikbaar te zijn voor uitrukken, met een rooster dat opkomst garandeert. De huidige kosten voor deze beschikbaarheidsvergoedingen bedragen circa € 1,5 miljoen per jaar. Als dit in de vorm van een parttime aanstelling zou worden georganiseerd, zouden de kosten naar schatting vier keer hoger uitvallen, van € 1,5 naar € 6 miljoen.

Met het wegvallen van de huidige vergoedingen (€ 1,5 miljoen) zouden de meerkosten circa € 4,5 miljoen per jaar bedragen. Dit bedrag is indicatief en afhankelijk van de precieze organisatievorm en de keuze om wel of niet te eisen dat de opkomst bij een vrijwilligerspost (op basis van vrije instroom) gegarandeerd is. Vergoeding eventuele meerkosten door het Rijk De VRU is van mening dat de huidige werkwijze moet worden voortgezet totdat er landelijk besluitvorming plaatsvindt over de bouwsteen ‘verplichtend karakter’ en de financiering hiervan door het Rijk. Omdat het Rijk verantwoordelijk is voor het brandweer- en crisisbeheerstelsel, zouden wijzigingen hierin ook door het Rijk gefinancierd moeten worden. Toelichting effect en kans Ondertussen blijft het risico bestaan dat op grond van de Europese regelgeving aanspraak wordt gemaakt op de deeltijdrichtlijn. De omvang van het risico wordt ingeschat op € 3,1 miljoen per jaar (meerkosten omzetting naar 24-uursdienst). 7.2.3

Overeenkomsten van opdracht voor eigen personeel (OVO’s)

Omschrijving risico Een deel van de instructiewerkzaamheden wordt op basis van een overeenkomst van opdracht (OvO) uitgevoerd. Ditzelfde geldt voor een beperkt aantal andere taken. De OvO’s worden meestal verstrekt aan VRU-medewerkers, die deze werkzaamheden vervullen naast hun reguliere werkzaamheden. Gelet op de aard en de omstandigheden van de werkzaamheden bestaat het risico dat er - ondanks de toepassing van de modelovereenkomst (inhuur) - feitelijke sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking. Dit kan arbeidsvoorwaardelijke en fiscale consequenties hebben.

34

Uitgevoerde beoordelingen (beoordeling arbeidsrelatie externe inhuur) voor de instructiewerkzaamheden wijzen op een (fictieve) dienstbetrekking. Dit geldt in het bijzonder voor OvO’s die worden verstrekt aan eigen personeel. Mede om die reden is in 2021 en 2022 geprobeerd om de OvO’s voor eigen medewerkers af te bouwen. Er is onderzocht of er een wijze van verloning mogelijk is die past binnen de fiscale kaders, onze budgettaire ruimte en de arbeidsjuridische context. Helaas blijkt geen van de onderzochte mogelijkheden in de praktijk te matchen met het bijzondere karakter die onze vakbekwaamheid en daarmee uiteindelijk onze repressieve paraatheid vraagt. De werkwijze met OvO’s wordt ook gehanteerd bij andere veiligheidsregio’s. In dit licht is besloten om te werken naar een landelijke oplossing die aansluit op de ophanden zijnde ontwikkelingen in het landelijke brandweeronderwijs en de uitkomsten van de onderzoeken rond de mogelijke impact van de zaken rond het verplichtend karakter (vrijwilligheid). In de tussentijd blijft het nodig om een deel van de werkzaamheden op basis van een OvO door eigen medewerkers te laten verrichten, waarmee de arbeidsvoorwaardelijke en fiscale risico’s blijven bestaan.

Toelichting effect en kans Voor het berekenen van de extra werkgeverslasten zoals loonheffing en aanvullende werkgeverslasten is een opslagpercentage van ruim 50% toegepast op het budget dat nu nodig is voor de instructiewerkzaamheden die op basis van een overeenkomst van opdracht worden uitgevoerd. Tot op heden was het fiscale risico beperkt door het zogenaamde handhavingsmoratorium op de van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA). Het kabinet heeft echter op 6 september 2024 in een brief aan de Eerste - en Tweede Kamer aangekondigd dat het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 wordt afgeschaft. Dit betekent dat de Belastingdienst vanaf die datum zal gaan handhaven op schijnzelfstandigheid en weer met terugwerkende kracht correctieverplichtingen, naheffingsaanslagen en boetes kan opleggen. De kans dat dit risico zich voordoet in 2025 is nu ingeschat op 50%. 7.2.4

Rijksbijdrage (BDuR)

Omschrijving risico In het Hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet is afgesproken dat per 2026 een groot deel van de specifieke uitkeringen wordt overgeheveld naar het gemeentefonds, waarbij een korting van 10% wordt toegepast. De rijksbijdrage (Brede Doeluitkering Rampenbestrijding, BDuR) is daar – per abuis – ook onder geschaard. Hiermee zou een einde komen aan de hybride financiering van de veiligheidsregio’s (gemeenten en rijk). Het idee achter de korting is dat een besparing kan worden gerealiseerd op de verantwoordingslast. Bij de rijksbijdrage is dit nagenoeg niet aan de orde, omdat dit bedrag in één keer als ontvangst wordt verantwoord via de ‘Single information Single audit (SiSa)’systematiek, waardoor de verantwoordingslasten minimaal zijn. De voorzitter van het Veiligheidsberaad heeft in juli jl. een brief over de BDuR-problematiek gestuurd naar de minister van Justitie en Veiligheid. In augustus heeft een gesprek plaatsgevonden tussen minister Van Weel, staatssecretaris Coenradie en vertegenwoordigers van het veiligheidsberaad. De minister heeft in dit gesprek bevestigd dat de afschaffing van de BDuR als specifieke regeling een onbedoeld effect is van het hoofdlijnenakkoord. De minister heeft toegezegd zich te zullen inzetten voor een oplossing.

Door het Veiligheidsberaad is in oktober een brief gestuurd naar de Tweede kamer om aandacht te vragen voor dit onderwerp. Inmiddels heeft het kabinet besloten dat de BDuR blijft bestaan als specifieke uitkering en daarmee niet wordt overgeheveld naar het gemeentefonds. De korting van 10% is nog niet van de baan. De inzet van het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) is

35

om in de voorjaarsnota 2025 duidelijkheid te geven hoe dit zal gaan uitwerken. Voor nu staat de korting vanaf 2026 verwerkt in de JenV. De BDuR voor de VRU in 2026 is begroot op € 14,9 miljoen. Dit is inclusief de verhoging van de rijksbijdrage voor de versterking van de crisisbeheersing. De omvang van het eventuele effect/risico voor de VRU is nu gebaseerd op de korting van 10% die het Rijk heeft ingeboekt per 2026. De voordelige bijstelling als gevolg van de loon- en prijsbijstelling van de BDuR voor 2025 (€ 0,4 miljoen) is incidenteel verwerkt. Dit betekent dat wij het structureel voordeel van de loonen prijsbijstelling met ingang van 2026 nog kunnen inzetten voor afdekking van het risico van de korting van 10% op de BDuR. Hiermee resteert een risico van € 0,7 miljoen. Toelichting effect en kans Vooralsnog wordt het mogelijke effect ingeschat op 10% (aangekondigde efficiencykorting) van de rijksbijdrage, waarbij sprake is van een hoog risico. Bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2026 wordt dit risico opnieuw beoordeeld op basis van volgende berichtgeving en besluitvorming door het Rijk. 7.2.5

CAO Regeling Vervroegd Uittreden

Omschrijving risico In de huidige CAO is een tijdelijke regeling voor vervroegd uittreden (RVU) opgenomen. Medewerkers die voor 1 januari 2029 de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, kunnen op basis van deze regeling eerder met pensioen te gaan. De VRU keert vervolgens een maandelijks bedrag uit totdat de medewerker de AOW-leeftijd heeft bereikt. Het financieel effect van de tijdelijke Regeling voor Vervroegd Uittreden (RVU) is persoonsgebonden en daarmee maatwerk. Dit betekent dat we hiervoor geen budget in de begroting 2025 hebben opgenomen. Bij de jaarafsluiting wordt bepaald welk bedrag in de RVU-voorziening moet zijn opgenomen om aan de betalingsverplichting te kunnen voldoen. De afspraak over deelname aan de RVU wordt, op basis van deze tijdelijke regeling, uiterlijk op 31 december 2025 vastgelegd.. Toelichting effect en kans Voor 2025 is een inschatting gemaakt van het bedrag dat nodig is voor medewerkers die gebruik kunnen maken van deze regeling. De kans dat dit risico zich voordoet in 2025 is ingeschat op gemiddeld (50%). Bij het opstellen van de jaarrekening 2024 en geactualiseerde begroting 2025 wordt dit risico weer opnieuw beoordeeld en opgenomen in de risicoparagraaf. 7.2.6

Overige (onvoorzien) exploitatierisico’s

Omschrijving risico De veiligheidsregio kan worden geconfronteerd met onvoorziene kosten binnen het begrotingsjaar als gevolg van exogene ontwikkelingen (zoals premiestijgingen, claims, kostenfluctuaties die samenhangen met incidenten en crises). In de begroting van de VRU zijn geen posten voor onvoorziene uitgaven opgenomen. Toelichting effect en kans

36

Als dit risico zich voordoet, zal bijsturing plaatsvinden via de begroting. Het geraamde risico gaat ervan uit dat het maximaal een jaar duurt voordat de maatregelen zijn geëffectueerd. Het geraamde risico wordt ingeschat op 0,5% van de totale kosten (exclusief dotatie reserves).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/639/documents/19504