Bijlagen_Bijlage 15 Vleermuis onderzoek.pdf
Tekst van het document
VLEERMUISONDERZOEK Westerwal te Oudewater
9 DECEMBER 2020 BUREAU NATUURLIJK Nunspeet
Colofon Onderzoek Locatie Opdrachtgever Opdrachtnemer Ecoloog Adres Telefoon: Email Internet Kamer van Koophandel nummer BTW identificatienummer Knab Bank
Nader onderzoek vleermuis Westerwal Oudewater Westerwal Wonen B.V. Via RAP gebiedsontwikkeling Bureau Natuurlijk P. Smits / P. Smits Oranjelaan 15 8071 LD Nunspeet 06-41737676 info@bureaunatuurlijk.nl www.bureaunatuurlijk.nl 66411467 001643256B68 NL15KNAB0256890846
Disclaimer Deze rapportage is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever zoals hierboven aangegeven. Niets uit dit nader onderzoek Vleermuizen mag, met uitzondering van de opdrachtgever, worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, druk, internet, kopie of andere wijze zonder schriftelijke toestemming van Bureau Natuurlijk, noch mag het zonder deze toestemming voor een ander doel gebruikt worden dan waarvoor het vervaardigd is. Bureau Natuurlijk is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens verkregen. De opdrachtgever vrijwaart Bureau Natuurlijk voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Omdat ecologisch onderzoek een momentopname is, kan de aanwezigheid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig. Wij zijn echter niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie. © 2020 Bureau Natuurlijk, Nunspeet
Nader onderzoek vleermuis Westerwal Oudewater
Inhoudsopgave
Colofon 1. Aanleiding 2. Wettelijk kader 3. De vleermuis 4. Werkwijze 5. Verantwoording Bijlagen
Nader onderzoek vleermuis Westerwal Oudewater
1. Aanleiding 1.1 Aanleiding Met de voorgenomen ontwikkelingen op de planlocatie aan de Westerwal te Oudewater, heeft dhr. R. van Veen van RAP Gebiedsontwikkeling, namens Westerwal Wonen B.V., aan Bureau Natuurlijk opdracht gegeven voor het uitvoeren van een nader onderzoek vleermuizen. Dit naar aanleiding van een QuickScan wet natuurbescherming uitgevoerd door Bureau Natuurlijk (april 2020). De centrale vraag is of wij inzicht kunnen verschaffen of de geplande uit te voeren werkzaamheden conflicteren met de soortbescherming vleermuizen binnen de Wet Natuurbescherming. Voorliggend rapport geeft inzicht in het wettelijk kader, de gebruikte methodiek en de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Er is onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van de vleermuis in de te slopen bebouwing alsmede een beoordeling gemaakt van het effect op de gunstige staat van instandhouding van de vleermuis bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden.
1.2 Planlocatie / ontwikkeling De planlocatie is gelegen aan de Westerwal in Oudewater. Oudewater is een stad en gemeente in de Nederlandse provincie Utrecht. De plaats verkreeg stadsrechten in 1265 en is daarmee de oudste stad in het Groene Hart. Oudewater ligt aan de monding van het riviertje de Lange Linschoten in de Hollandse IJssel. De westerwal ligt in het centrum van Oudewater en aan een gedeelte van de Hollandse IJssel. De geplande ontwikkelingen betreffen het slopen van de opstallen van de Machinefabriek de Hollandse IJssel en het herontwikkelen van het gebied t.b.v. woningbouw. De huidige opstallen behorende bij de Machinefabriek de Hollandse IJssel zijn thans nog in gebruik als zodanig. Op het terrein bevinden zich ook nog voormalige bedrijfswoningen welke niet meer in gebruik zijn en in vervallen staat verkeren. Tevens bevinden zich op het terrein enkele zeecontainers en portacabins. De permanente opstallen zijn opgetrokken uit enkelsteen muren. De woningen zijn bedenkt met pannen. De overige permanente opstallen met golfplaten. Rondom de bebouwing bestaat de planlocatie vooral uit bestrating t.b.v. de bedrijfsvoering. Tevens zijn enkele gedeelten ingericht met gras. Aan de oostzijde van de planlocatie is een braakliggend perceel aanwezig waarvan een gedeelte is ingericht als parkeerplaats.
Aan westzijde van de planlocatie bevind zicht een perceel braakliggend terrein met bomen en lage vegetatie. De opdrachtgever is voornemens om de huidige opstallen te slopen en het gebied te herontwikkelen t.b.v. woningbouw. Een concreet ontwerp van de te bouwen woningen was ten tijde van het uitvoeren van het onderzoek en het opstellen van de rapportage nog niet beschikbaar.
Nader onderzoek vleermuis Westerwal Oudewater
Bron: Maps, afbakening planlocatie
Nader onderzoek vleermuis Westerwal Oudewater
Woningen
Bedrijfshal 1
Nader onderzoek vleermuis Westerwal Oudewater
Bedrijfshal 2 + portacabins
Containers
Nader onderzoek vleermuis Westerwal Oudewater
2. Wettelijk kader Per 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming van kracht. Deze wetgeving vervangt de Flora- en faunawet, boswet en natuurbeschermingswet. In deze wet is de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden geregeld. Dit onderzoek beperkt zich tot soortbescherming vleermuis. Tabel 1. Wet Natuurbescherming Soortbescherming Artikelen 3.1 tot en met 3.11 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van soorten. De bescherming is opgedeeld in vijf categorieën met soorten: • Vogels met jaarrond beschermde nesten; • Overige vogels; • Soorten van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I); • Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn en waarvoor provinciaal geen vrijstelling geldt; • Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, maar waarvoor provinciaal wel een vrijstelling geldt. Voor vogels geldt dat er twee categorieën zijn: de vogels met jaarrond beschermde nesten (o.a. Huismus, Gierzwaluw en Buizerd) en de overige broedvogels. Vogels met jaarrond beschermde nesten hebben een strikte beschermingsstatus binnen de Wet natuurbescherming. Van overige broedvogels zijn hun nesten alleen tijdens het broedseizoen beschermd zijn (periode van nestbouw, eileg, broeden en voeren van de jongen op het nest).
Voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn zijn in artikel 3.5 verboden vastgelegd (o.a. verboden om dieren te doden en voortplantings- of rustplaatsen te vernielen) en geldt een strikte beschermingsstatus. Soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, kunnen ingedeeld worden in twee categorieën. Provincies mogen besluiten om bepaalde soorten vrij te stellen van bescherming in het kader van ruimtelijke ingrepen, beheer en onderhoud. In de meeste provincies geldt - onder andere voor ruimtelijke ontwikkelingen - een vrijstelling voor een selectie van zoogdieren en amfibieën. Voor de overige soorten gelden vergelijkbare verboden (zie artikel 3.10) als voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en geldt eveneens een strikte beschermingsstatus. Voor het overtreden van verbodsartikelen bij ruimtelijke ingrepen is het noodzakelijk om ontheffing aan te vragen bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep plaatsvindt). Voor het verkrijgen van een ontheffing dient een uitgebreide rapportage opgesteld te worden waarin o.a. wordt aangegeven hoe gezorgd wordt dat schade tot een minimum beperkt blijft en of compenserende maatregelen aan de orde zijn.
Nader onderzoek vleermuis Westerwal Oudewater
Tabel 2. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wn
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wn
Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wn
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantings- plaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
Niet van toepassing
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
De Wet natuurbescherming onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 2). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). Het 3e beschermingsregime, andere soorten, betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau (nationaal beschermde soorten). Daarnaast geldt dat voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs verwacht van men kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen. Alle vleermuissoorten worden strikt beschermd door de wet Natuurbescherming en ook de vaste verblijfplaatsen van deze soorten zijn jaarrond beschermd. Hierdoor is er, bij ruimtelijke ingrepen, een ontheffing nodig in het kader van de wet natuurbescherming wanneer vaste verblijfplaatsen aangetast, vernield en/of verstoord zullen worden of wanneer individuen van de soorten verwond of gedood zullen worden. Het is daarom noodzakelijk om middels aanvullend onderzoek de aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen vast te stellen dan wel uit te kunnen sluiten.
Nader onderzoek vleermuis Westerwal Oudewater
3. De vleermuis Vleermuizen gebruiken het landschap gedurende het jaar op verschillende manieren: in verschillende perioden van het jaar maken ze gebruik van kraamplaatsen, zomerverblijfplaatsen, paarverblijven, winterverblijfplaatsen en jachtgebied. Daarnaast gebruiken ze landschapselementen, zoals bomenrijen en watergangen als vliegroute. Het meest recente vleermuisprotocol (2017) dat door onder andere de Zoogdiervereniging en de gegevensautoriteit Netwerk Groene Bureaus is opgesteld, stelt daarom dat tenminste vijf inventarisatiemomenten nodig zijn om de verschillende functies, die de aanwezige bebouwing mogelijk voor vleermuizen vervult, zo goed mogelijk te inventariseren. Vleermuizen Verblijfplaats Een object (gebouw, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters, met enige regelmaat). Zomerverblijfplaats Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. Kraamverblijfplaats Een verblijfplaats van een kraamgroep met vrouwtjes met jongen. Paar(verblijf)plaats Een verblijfplaats of de omgeving daarvan, waar ten minste een baltsend mannetje of meerdere vleermuizen overdag verblijven en paren of komen zwermen. Welk gedrag is waar te nemen, is afhankelijk van de soort.
Te herkennen aan zwermgedrag en/of baltsroepen. (Zwermen bij het invliegen komt bij meer verblijfsfuncties voor.) Winterverblijfplaats Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap (hybernation) gaan. Het betreft bij soorten die jaarrond in hun leefgebied blijven nogal eens een voormalige paarplaats of een andere verblijfplaats. Er zijn bij soorten als gewone dwergvleermuis massa winterverblijfplaatsen en winterverblijfplaatsen voor kleinere groepen te onderscheiden. Vliegroute Een vaste route van een vleermuis of een groep van vleermuizen vanaf een verblijfplaats naar een foerageergebied of tussen verblijfplaatsen visa versa. Migratieroute Een vaste route van zomerleefgebied naar winterverblijfplaats of winterleefgebied en visa versa. Foerageergebied Een gebied waar een vleermuis of een groep van vleermuizen foerageert.
Uit het verkennende onderzoek dat in april 2020 (QuickScan Bureau Natuurlijk) is uitgevoerd, bleek dat dat de te slopen bebouwing mogelijk geschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen en wel specifiek de aanwezige woningen. Nader onderzoek naar de functie van de bebouwing voor vleermuizen was daarom nodig. Het aanvullende onderzoek naar vleermuizen op de locatie aan de Westerwal te Oudewater is volgens het vleermuisprotocol uitgevoerd: een vleermuisonderzoek naar winter, kraam-, zomer-, en paarverblijven. De functie van massa winterverblijfplaats is gezien de omvang en de aard van de opstal niet te verwachten. Onderstaande tabel geeft de onderzoeksperioden conform het vleermuisprotocol alsmede de veldbezoeken weer. Eveneens is opgenomen hoeveel dagen er tussen de verschillende veldbezoeken zitten en wat de minimale norm is:
Nader onderzoek vleermuis Westerwal Oudewater
Functie Periode Bezoeken Bezoeken Dagen tussen -/Kraamverblijf 15-05 – 15-07 28-05-2020 10-07-2020 43 30 Zomerverblijf 15-04 – 15-10 Alle bezoeken 20 Paarverblijf 15-08 – 01-10 18-08-2020 15-09-2020 27 20 Winterverblijf 01-12 – 01-03 09-12-2020 *De rosse vleermuis kiest tijdens de paarperiode een boomholte uit. Opstallen worden daarvoor niet gebruik. 4. Werkwijze 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Bureau-onderzoek naar de voorkomende en te verwachten soorten Het onderzoek is uitgevoerd conform het vleermuisprotocol 2017 De checklist aanwezigheid (vleermuisprotocol) is ingevuld Het onderzoek is te voet uitgevoerd met twee personen Er is gebruik gemaakt van verrekijker, zaklamp en batdetector Anabat Scout Holten zijn onderzocht middels een endoscoop
1. Vleermuisprotocol Het onderzoek is uitgevoerd conform het vleermuisprotocol 2017 zoals gepubliceerd op de website van BIJ12. In het voorliggende onderzoek zijn de volgende functies voor vleermuis onderzocht: ✓ Winterverblijfplaatsen ✓ Paarverblijfplaatsen ✓ Kraamverblijfplaatsen ✓ Zomerverblijfplaatsen ✓ Vliegroutes De inventarisatie blijft echter een steekproef. Het is dan ook mogelijk dat soorten en functies niet waargenomen zijn, terwijl dat ze op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is echter acceptabel, de Wet natuurbescherming vraagt een initiatiefnemer om alles te doen wat redelijkerwijs hem verwacht kan worden. Met de gekozen methode en inspanning is hieraan voldoende invulling gegeven. Wat betreft dit onderzoek heeft de initiatiefnemer dan ook gedaan wat redelijkerwijs verwacht kan worden. ✓ ✓ ✓ ✓
Het gehele projectgebied is in beeld geweest tijdens de onderzoeken. De tussentijd tussen de verschillende bezoeken waren conform het protocol. De weersomstandigheden (temperatuur, windkracht en neerslag) waren optimaal. Er is niet afgeweken van het vleermuisprotocol.
Nader onderzoek vleermuis Westerwal Oudewater
2. Checklist (vleermuisprotocol) Ga eerst na welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en gekend verspreidingsbeeld (binnen 20 km van het plangebied, denk daarbij indien nodig ook buiten de landsgrenzen). Daarna dient gekeken te worden welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen. Hiervoor kan de onderstaande checklist of geheugensteun worden gebruikt. Het gaat om voor vleermuis van belang zijnde objecten die door de beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden aangetast. De hieronder aangegeven soorten en/of soortgroepen zijn niet dekkend. Hou rekening met het voorkomen van zeldzaam voorkomende soorten. Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het goede voortbestaan van de soort ter plaatse. Dat blijkt vaak pas uit het (nader) onderzoek. 1. Dikke bomen Is in of grenzend aan het plangebied één (of meerdere) dikke boom (doorsnede globaal > 3 dm op borsthoogte) aanwezig? 1.1 Zijn holtes, spleten, scheuren, losse bast uit te sluiten?
→ Zo niet, nader onderzoek naar (winter-,) kraam-, zomer- en paar verblijfplaatsen van boombewonende soorten. 1.2 Maakt de boom (bomen) deel uit van een mogelijke route of verbinding?
→ Nader onderzoek naar vliegroutes van alle (in de omgeving) voorkomende vleermuissoorten. 1.3 Maakt de boom (bomen) deel uit of vormt deze mogelijk foerageergebied of beschutting van een naastgelegen foerageergebied?
→ Nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen. Conclusie: Bomen zijn aanwezig op de projectlocatie. Onduidelijk is of er bomen moeten wijken voor de planontwikkeling. Boombewonende soorten, zoals bechsteinsvleermuis, bosvleermuis, worden daarom in dit onderzoek meegenomen. Duidelijke indicaties op holten en spleten zijn niet waargenomen. 2. Opgaande gewassen Is op of grenzend aan het plangebied één (of zijn meerdere) dunne bomen (doorsnede globaal. < 3 dm op borsthoogte) en/of struiken/gewassen > 1,5 meter aanwezig? 2.1 Maken de struiken, gewassen, boom (bomen) deel uit van een mogelijke route of verbinding (lijnelement)?
→ Onderzoek naar vliegroutes van vleermuizen. 2.2 Zijn er zichtbare holtes spleten, scheuren, losse bast in de boom (bomen)?
→ Nader onderzoek naar zomer- en paarverblijfplaatsen van boombewonende soorten.
Nader onderzoek vleermuis Westerwal Oudewater
2.3 Vormt het opgaand groen mogelijk foerageergebied of beschutting van een naastgelegen foerageergebied (let vooral op kleinschalig gebied of parkachtige omgeving)?
→ Nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen. Conclusie: Vegetatie en gewassen zijn aanwezig op / nabij planlocatie. Onderzoek naar foerageergebied wordt meegenomen in de onderzoeken. Binnen het plangebied dient er onderzoek gedaan te worden naar essentiële lijnelementen. 3. Open water Is er open water aanwezig? 3.1 Is er water?
→ Nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute), tweekleurige vleermuis, rosse vleermuis ruige dwergvleermuis, watervleermuis (> 1m breed) en meervleermuis (> 2m breed). 3.2 Is er water in tenminste iets besloten gebied?
→ Nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute) gewone of ruige dwerg-, baard-, brandt’s-, ingekorven, franjestaart, grijze en gewone grootoorvleermuis en laatvlieger. 3.3 Is er water in open gebied?
→ Nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute) tweekleurige-, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. 3.4 Heeft het water een mogelijk essentiële functie als drinkwater?
→ Nader onderzoek naar functie voor alle soorten vleermuizen. Conclusie: Water aanwezig in de nabije omgeving van de planlocatie. Onderzoek naar de benoemde soorten noodzakelijk. 4. Open gebied Is er open gebied (> 1 ha)? 4.1 Bestaat het plangebied uit moeras, grasland, akker of anderszins (denk bij < 500 meter van water breder dan 2 meter extra aan meervleermuis)?
→ Nader onderzoek naar gebruik door rosse vleermuis, meervleermuis, laatvlieger, tweekleurige vleermuis en ruige dwergvleermuis. Conclusie: De planlocatie ligt in de kern van Oudewater aan de Oude IJssel. Nader onderzoek naar gebruik door rosse vleermuis, laatvlieger, tweekleurige vleermuis, meervleermuis en ruige dwergvleermuis is noodzakelijk.
Nader onderzoek vleermuis Westerwal Oudewater
5. Gebouwen Zijn er gebouwen aanwezig? 5.1 Biedt het gebouw of bieden de gebouwen mogelijk winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen voor vleermuizen (denk aan de spouwmuur, dakpannen, kelders, luiken aan de muur, gevelbekleding, zolders, daklagen, kruipruimtes etc.)? (bouwtekening ter inzage vragen).
→ Nader onderzoek naar winter-, kraam-, zomer- en paar verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. 5.2 Zijn er sporen van aanwezigheid, poepvlekken, keutels, vraatresten, bruinverkleuring langs de rand van invliegopeningen en dergelijke?
→ Nader onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen. 5.3 Mogelijk foerageergebied?
→ Nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen. 5.4 Zijn er lange, mogelijk in het duister liggende, muren aanwezig?
→ Nader onderzoek naar gebiedsfuncties vlieg- en/of migratieroutes. Conclusie: Nader onderzoek gebouw bewonende vleermuizen te weten: Laatvlieger, gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis 6. Grotten, groeves, kelders en andere objecten Zijn er grotten en/of groeves en/of kelders, bruggen, tunnels en/of andere objecten met ruimten? a. Zijn deze geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen? → Nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen, met de nadruk op winter-, en paarverblijfplaatsen Conclusie: Niet aanwezig nabij planlocatie 7. Grootschalige landschapselementen Zijn er grootschalige lijnvormige landschapselementen zoals kustzones, grootschalige dijken, duinenrijen, rivierdalen of waterpartijen die een verbindingsroute zouden kunnen vormen tussen zomer- en winterleefgebieden
→ Nader onderzoek naar mogelijke migratieroutes van o.a. meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en tweekleurige vleermuis in voor- en najaar. nvt Randvoorwaarden en vervolg De conclusies uit de veldverkenning in combinatie met deze checklist, gekende verspreiding, de ligging in het landschap, de relatie met het landschap en de uitgebreide tabel van het protocol, geven de onderzoeksinspanning (tijdstip, omstandigheden frequentie per te onderzoeken soort) voor het nader onderzoek aan.
Nader onderzoek vleermuis Westerwal Oudewater
Conclusie overall checklist: Op basis van de ingevulde checklist is het nader onderzoek naar winter-, kraam-, zomeren paarverblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroutes uitgevoerd. Het betreft hier de gebouw- en boombewonende vleermuizen. De overige gebouw bewonende soorten worden uitgesloten: • Baardvleermuis bewoont in de zomer bomen, nest- of vleermuiskasten, zolders, of de ruimte achter gevelbetimmeringen en vensterluiken van gebouwen. Baardvleermuizen worden vooral aangetroffen in bossen, aan bosranden en in kleinschalige gesloten landschappen. Biotoop ongeschikt. • Franjestaart: biotoop ongeschikt deze vleermuis leeft in bosrijke gebieden met waterrijke gedeelten, in winter binding met hogere zandgronden. • Ingekorven vleermuis komt uitsluitend voor in Zuid-Limburg en Noord Brabant. • Grijze grootoorvleermuis: zeer zeldzaam alleen in Limburg, Zeeuws Vlaanderen en Noord Brabant waarnemingen bekend. Indien er tijdens de inventarisatieronden waarnemingen gedaan worden van de hierboven uitgesloten soorten of functies, kan de methodiek aangepast worden om het nader onderzoek uit te breiden.
Nader onderzoek vleermuis Westerwal Oudewater
3. Bureauonderzoek Hieronder treft u een overzicht van te verwachten soorten per provincie volgens de NDFFverspreidingsatlas. Tevens is de mate van zeldzaamheid toegevoegd. Tijdens het veldbezoek wordt dit model ook gebruikt als focusdocument. In de bijlagen zijn de verspreidingsgegevens van genoemde soorten uitgewerkt.
algemeen
zeldzaam
Vrij zeldzaam
Zeer zeldzaam
Nader onderzoek vleermuis Westerwal Oudewater
Zeldzm
Fl
Gr
FR
Dr
Ov
Gld
Li
N-Br
Utr
Zld
Z-H
N-H
vleermui ssoort Baard vleermuis Bechsteins vleermuis Bosvleermuis Brandt’s vleermuis Gewone grootoorvleerm Franjestaart Gewone dwergvleermuis Grijze grootoorvleermuis Ingekorven vleermuis Laatvlieger Meervleermuis Mopsvleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Tweekleurige vleermuis Vale vleermuis Watervleermuis
4. Werkwijze onderzoek De waarnemers (P. Smits en P. Wiegel) hebben beiden op post gestaan tijdens de veldbezoeken. Het plangebied is tevens rustig bewandeld en vanuit de dekking onderzocht. Ieder kon twee verschillende zijden overzien, waardoor het pand rondom is geobserveerd. Het nader onderzoek is uitgevoerd op basis van auditieve- en zichtwaarnemingen met daarbij de afstand van 20 meter als minimum t.b.v. het waarnemen van bepaalde soorten. De toegevoegde foto’s geven weer dat de gehele projectlocatie in beeld is bij de waarnemers en de waarnemingen
Waarnemer 1
Waarnemer 2
Nader onderzoek vleermuis Westerwal Oudewater
Gewone dwergvleermuis
Laatvlieger
Vliegrichting
Onderzoeksresultaten: Drie van de vijf inventarisaties zijn in de avond en nacht uitgevoerd. Eén inventarisatie heeft in de vroege ochtend plaatsgevonden om eventueel zwermgedrag waar te kunnen nemen. Het winterbezoek is overdag uitgevoerd. Het winterbezoek is uitgevoerd om vast te stellen of er mogelijk soorten aanwezig waren in de winterperiode in de opstal. Hierbij is, net als bij alle andere onderzoeken, gelet op sporen en zijn de toegankelijke holten onderzocht met een endoscoop en zaklamp. Tijdens de overige bezoeken is vooral gelet op uitvliegende, invliegende en/of zwermende vleermuizen en op vleermuizen die al rond zonsondergang actief waren. Wanneer een vleermuis rond zonsondergang wordt waargenomen, kan dit namelijk op de aanwezigheid van een verblijfplaats duiden. Dit omdat de meeste vleermuissoorten rond zonsondergang hun verblijfplaats verlaten en dan naar hun foerageergebieden vliegen. Vleermuizen die rond zonsondergang bij het te onderzoeken object worden waargenomen, hebben nog geen grote afstand af kunnen leggen, waaruit opgemaakt kan worden dat zij mogelijk in het object een verblijfplaats hebben. Tijdens de inventarisaties in de paarperiode is tevens gelet op vleermuizen die sociale geluiden (waaronder paarroepjes) uitstoten en die paargedrag vertonen. Dergelijke geluiden en gedrag kunnen duiden op de aanwezigheid van een paarverblijfplaats.
Nader onderzoek vleermuis Westerwal Oudewater
Tijdens de veldbezoeken is gebruikgemaakt van heterodyne batdetectors (type Anabat scout). Met behulp van deze batdetectors kunnen de waargenomen vleermuissoorten op naam gebracht. In totaal zijn verdeeld over de bezoeken geen gebouwverlatende vleermuissoorten waargenomen. Er is geen enkele waarneming gedaan van gebouwverlatende vleermuizen terwijl de tijden en perioden optimaal te noemen waren. Voorafgaand aan de avondbezoeken is bij daglicht op de locatie naar sporen gezocht die op het voorkomen van vleermuizen duiden (vleermuiskeutels, meststrepen, afgebeten insectenvleugels en vetsporen). Daarbij zijn ook holten, spleten en scheuren die geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen doorzocht. Uitgezonderd de ronde van september zijn er diverse waarnemingen gedaan van overvliegende en foeragerende vleermuizen nabij de projectlocatie. Tijdens de ronde van september is er geen enkele waarneming van vleermuizen gedaan. Ook boven het water langs de IJsselwere zijn geen waarnemingen gedaan van vleermuissoorten. De onderzoekstijden van de avondronden (paar) betreffen tot drie uur na zonsondergang om ook de volledige optimale periode te onderzoeken voor diverse vleermuissoorten die pas 60 minuten na zonsondergang actief worden, volgens het vleermuisprotocol. Massa winterverblijfplaatsen zijn in het algemeen grote en kolossale gebouwen.
Aan deze beschrijving voldoet de opstal op de planlocatie in het geheel niet. Tevens zijn er tijdens het winterbezoek geen individuen aangetroffen. Daarnaast is er geen zwermgedrag waargenomen tijdens het veldbezoek van 18 augustus 2020. In de verdere omgeving (+ 200 meter) zijn tijdens de zomerronde wel waarnemingen gedaan van de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger. Dit betrof o.a. aan de Zwier Regelinkstraat en de Noord IJsselkade. De waargenomen vleermuizen maken duidelijk gebruik van de gemeentelijke bomen langs de Zwier Regelinkstraat als vliegroute. Het vermoeden bestaat dat er verblijfplaatsen aanwezig zijn in de woningen aan de Noord IJsselkade. Enkele waarnemingen van gewone dwergvleermuizen zijn gedaan die kortdurig voedsel kwamen halen boven het water tussen de N228 en de Westerwal. De overige lijnelementen lijken niet door de vleermuis te worden gebruikt. Op basis van de afwezigheid van gebouw verlatende vleermuizen rondom de projectlocatie kan gesteld worden dat de opstallen geen verblijfplaats huisvest voor de vleermuizen. Tevens zijn er geen visuele waarnemingen gedaan van gebouw verlatende vleermuizen. In onderstaande tabel is een samenvatting van de veldbezoeken opgenomen: Datum 09-12-2020 28-05-2020 10-07-2020 18-08-2020 15-09-2020
W K/Z/V K/Z/V P/Z/V P/Z/V
Zon
start
eind
gr
weer
bft
Resultaat
21.45 05.28 20.55 19.51
21.40 03.27 20.53 19.50
23.45 05.35 00.03 22.59
12 12 23 18
Helder Droog Helder Helder
2 2 3 2
Geen L/G G L/G Geen
Legenda: Functies P: paarverblijf Z: zomerverblijf K: kraamverblijf W: winterverblijf V: vliegroutes
Nader onderzoek vleermuis Westerwal Oudewater
Zon: Start: Eind: Gr: Weer: Bft: Resultaat:
zonsopkomst/ondergang aanvang veldbezoek einde veldbezoek temperatuur in graden Celsius soort weertype windsnelheid waarnemingen (L= laatvlieger; G= gewone dwergvleermuis)
Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen in de te slopen bebouwing en de aanwezige bomen. Er zijn geen paarroepjes en baltsgedrag waargenomen, waardoor er ook geen opnames zijn gemaakt. Het plangebied zelf heeft geen belangrijke waarde als jachtgebied of onderdeel van een vliegroute: Het plangebied wordt in de toekomstige situatie niet veranderd waardoor er essentiële lijnelementen verloren gaan. Er gaan geen verblijfplaatsen of essentiële functies verloren door of tijdens de geplande ingreep. Elke inventarisatie is een steekproef gebaseerd op momentopnamen. Hierdoor is niet uitgesloten dat soorten en functies die tijdens de inventarisatie niet waargenomen zijn, op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is acceptabel omdat met het volgen van de inventarisatieprotocollen gedaan is ‘wat redelijkerwijs verwacht kan worden’. Hiermee is voldoende invulling gegeven aan artikel 1.11 (Zorgplicht) van de Wet natuurbescherming. Conclusie: De wet natuurbescherming wordt, ten aanzien van de vleermuis, niet overtreden bij de geplande ingreep.
Nader onderzoek vleermuis Westerwal Oudewater
5. Verantwoording: Materialen: ➢ ➢ ➢ ➢ ➢
Fotocamera Anabat Scout Verrekijker (Swarovski 8*42; Bresser 8*60) Endoscoop Ladder
Literatuur: • NDFF • Zoogdiervereniging • Fauna-inventarisaties; Rick Schoon • Vleermuisprotocol 2017 Websites • www.bij12.nl • www.rvo.nl • www.ndff.nl • www.zoogdiervereniging.nl • www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 • www.verspreidingsatlas.nl • www.Utrecht.nl •
www.oudewater.nl
Anabat Scout
Nader onderzoek vleermuis Westerwal Oudewater
Bijlage 1: verspreidingskaarten vleermuissoorten: In Nederland komen de volgende vleermuissoorten voor: Baardvleermuis
Bechsteins vleermuis
Nader onderzoek vleermuis Westerwal Oudewater
Bosvleermuis
Brandt's vleermuis
Nader onderzoek vleermuis Westerwal Oudewater
Bruine of gewone grootoorvleermuis
Franjestaart
Nader onderzoek vleermuis Westerwal Oudewater
Gewone dwergvleermuis
Grijze grootoorvleermuis
Nader onderzoek vleermuis Westerwal Oudewater
Ingekorven vleermuis
Laatvlieger
Nader onderzoek vleermuis Westerwal Oudewater
Meervleermuis
Mopsvleermuis
Nader onderzoek vleermuis Westerwal Oudewater
Rosse vleermuis
Ruige dwergvleermuis
Nader onderzoek vleermuis Westerwal Oudewater
Tweekleurige vleermuis
Vale vleermuis
Nader onderzoek vleermuis Westerwal Oudewater
Watervleermuis
Nader onderzoek vleermuis Westerwal Oudewater