Bijlagen_Bijlage 10 Archeologisch advies document .pdf
Tekst van het document
Plangebied Westerwal te Oudewater In opdracht van Westerwal Wonen B.V.
Adviesdocument Archeologie
2
Colofon Titel: plangebied Westerwal te Oudewater Opdrachtgever: Westerwal Wonen B.V. Auteur: B. Jansen Datum: 4-12-2020 © ADC ArcheoProjecten
3
1
Inleiding In opdracht van Westerwal Wonen BV heeft ADC ArcheoProjecten in februari 2019 een bureauonderzoek uitgevoerd op de locatie Westerwal te Oudewater. De aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van het plangebied. De plannen bestaan uit het inpassen van de bestaande machinefabriek, het behoud van een deel van de industriële bebouwing en het realiseren van woningen, parkeerruimte en groen op de rest van de locatie. Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden en is de Monumentenwet 1988 komen te vervallen. De bepalingen van een deel van de Monumentenwet zijn opgenomen in de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de toekomstige Omgevingswet. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Op grond van de Erfgoedwet moeten archeologische (verwachtings)waarden gewaarborgd zijn in het bestemmingsplan. Omdat de archeologische vrijstellingsgrenzen worden overschreden dient de initiatiefnemer in het kader van de omgevingsvergunning een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld.
In het kader van dit proces zijn twee onderzoeken uitgevoerd. De tot nu toe uitgevoerde onderzoeken hadden specifiek betrekking op enkele deellocaties. Naar aanleiding van deze onderzoeken kon echter wel een verwachting opgesteld worden voor andere delen van het tracé. Om niet voor elke ingreep een nieuwe bureauonderzoek uit te voeren is in overleg met de bevoegde overheden dit adviesdocument opgesteld. In 2019 is voor het plangebied reeds een uitgebreid bureauonderzoek uitgevoerd. Destijds waren de inrichtingsplannen nog niet concreet. Hierdoor was het niet mogelijk om concrete adviezen voor het vervolg van het archeologische traject op basis van de voorgenomen herinrichting op te stellen. Inmiddels is de stedenbouwkundige visie West 8 – gemeente Oudewater vastgesteld(7 mei 2020). In dit document zal op basis van het reeds definitieve bureauonderzoek en de stedenbouwkundige visie een advies voor de verschillende verwachtingseenheden worden opgesteld.
2
Uitgevoerd archeologisch onderzoek 1
ADC Archeoprojecten heeft in 2019 een bureauonderzoek voor het plangebied uitgevoerd. Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat in het gebied in het verleden veel veranderingen hebben plaatsgevonden. Voor de aanleg van de versterkingen rond de stad Oudewater lag het plangebied in 2 het buitengebied op de zuidoever van de Hollandse IJssel. Met de aanleg van de versterkingen rond Oudewater vinden er grote veranderingen plaats in het plangebied. Zo wordt er een gracht gegraven, 3 eerst diagonaal in zuidoost –noordwest richting en later om een bastion heen. Op het hiermee ontstane eiland werd een wal aangelegd. Ten oosten van dit ‘eiland’ werd eveneens een verdedigingswal aangelegd. In of na de industriële revolutie is op het eiland industrie ontstaan, waarvan de huidige machine fabriek nog een tastbaar relict is. Bovenstaande ontwikkeling heeft er toe geleid dat het gebied een complexe afwisseling aan archeologische verwachtingen kent. Enerzijds hebben de ontwikkelingen van de afgelopen eeuwen tot
1
Klerks, 2019 In het bureauonderzoek wordt het niet duidelijk de geul van de Hollandse IJssel in het plangebied heeft gelegen. Op basis van een nadere bestudering van de oude kaarten en het feit dat de rivier in de loop van de middeleeuwen reeds bedijkt was ligt het niet voor de hand om in de afgelopen eeuwen nog verlegging van de rivierloop te veronderstellen. De misvatting over de ligging van de Hollandse IJssel lijkt te zijn voortgekomen uit de verschillende kaartprojecties van de oude topografische kaarten waardoor deze (vaak) niet eenduidig zijn te georefereren. 3 Klerks, 2019 2
4
vergraving van het oude landschap en daarmee tot verstoring van het archeologische potentieel geleid. Anderzijds hebben deze ontwikkeling nieuwe archeologisch interessante niveaus opgeleverd.
3
Geplande werkzaamheden Algemeen Bij het opstellen van de plannen is al rekening gehouden met het archeologisch onderzoek (en het onderzoek voor de bodemverontreiniging). Ingrepen in de bodem worden zoveel mogelijk vermeden, zo wordt bijvoorbeeld geen ondergrondsparkeren mogelijk gemaakt. Ook worden er geen ondergrondse kruipruimtes toegepast. Een groot deel van de archeologische waarden ligt op locaties waar of geen werkzaamheden plaatsvinden (bijv. watergangen) of op een diepte waar geen ingrepen plaatsvinden (m.u.v. heiwerkzaamheden – zie hierna). Deze gebieden kunnen voor het vervolg buiten beschouwing blijven. Op onderstaande kaart zijn de gebieden die buiten beschouwing kunnen blijven grijs gearceerd.
Afb. 1 Zonering op basis stedenbouwkundige visie en archeologische verwachting (zondering opgesteld door Westerwal Wonen B.V.)
Heien Voor de drie aangegeven deelgebieden ‘h’ geldt dat de archeologische verwachting diep onder de grond ligt (vanaf ca. 10 m -mv en dieper). Hier is conform het rapport van ADC alleen ‘heien’ mogelijk een aandachtspunt. Het betreft een vindplaats met voornamelijk vondststrooiing en een lage vondstdichtheid (vuursteen, aardewerk, houtskool, etc.).
5
De exacte manier van heien is nog niet definitief bepaald. Uitgangspunt is om waar mogelijk gebruik te maken van prefab-beton heipalen. Vanuit archeologisch opzicht verdient het slaan van palen de voorkeur. Met het oog op de bestaande (historische) bebouwing in de omgeving is alleen ter plaatse van de SIX-bebouwing in relatie tot het kantoorgebouw van de Machinefabriek (gemeentelijk monument) niet mogelijk. Gelet op de kernmerken van de vindplaats is nader archeologisch onderzoek hier niet nodig. Water-ontgraving Op één plek binnen het plangebied wordt water ontgraven (aanduiding ‘w’). Deze strook is vroeger ontgraven geweest en opnieuw opgevuld (grachtvulling). De archeologische verwachting ligt van 0 tot -1 meter onder maaiveld., verder maakt deze strook onderdeel uit van de grote laag met puin (zie verder); ter plaatse bestaande uit ‘matig kolengruis, matig mestelpuin, brokken baksteen’ en zand. Deze laag is 1 meter diep en bestaat uit ‘geroerde bodem’ (bron: Actualiserend milieukundig (water)bodem- en asbestonderzoek ter plaatse van: Westerwal 17 en 24 t/m 36 te Oudewater; projectnummer 180774; EcoReest 14-11-2018) – uitsnede rapport in bijlage. De laag eronder bestaat uit ‘klei, zwak zandig, neutraal grijs, bruin (bron: idem). De diepte van de watergang zal 0,6 meter bedragen. Ten opzichte van het landoppervlak resulteert dit in een afgraving van ca.
1 tot 1, 6 meter diep. Gelet op de puinlaag en de verstoorde bodem in de bovenste meter en het ontbreken van een archeologische verwachting voor de onderliggende laag, is nader archeologisch onderzoek hier niet nodig. Ondergrondse afvalinzameling De exacte wijze van afvalinzameling is nog niet bepaald door de gemeente. Bij het eventueel toepassen van ondergrondse afvalinzameling moet voor het bepalen van de locatie(s) ook rekening gehouden met de archeologische waarden, de kaarten met diepteligging kunnen daarbij behulpzaam zijn. Uitsluitsel hierover zal bij de nadere uitwerking van de inrichting van het openbaar gebied gegeven moeten worden. Kabels en Leidingen In het plangebied liggen diverse tracés met kabels en leidingen; deels voor de bestaande functies in het plangebied, deels voor functies en gebieden daar buiten. Daar waar mogelijk worden bestaande tracés gebruikt voor de nieuwe of vervangende kabels en leidingen. Sloop bestaande bebouwing Een deel van de bestaande bebouwing zal worden gesloopt. De bestaande funderingen blijven daarbij waar mogelijk in de bodem behouden. Van een deel van de bebouwing is nog onzeker of deze gesloopt gaat worden (afb. 3)
6
Afb. 2 Overzicht van de aanwezige kabels en leidingen
Afb. 3 overzicht van de (mogelijk) te slopen bebouwing.
7
4
Archeologische verwachting en advies 4
In het bureauonderzoek wordt uitgebreid ingegaan op de archeologische verwachting. Zoals eerder gemeld zat in het gepresenteerde verwachtingsmodel onduidelijkheid over de ligging van de Hollandse IJssel ten opzichte van het plangebied. Op basis van een nadere bestudering van de oude kaarten blijkt de rivier vanaf het moment van bedijken in de late middeleeuwen net ten noorden van het plangebied gelegen te hebben. De archeologische verwachting is op basis hiervan aangepast (zie afb. 3). Op basis van de gespecificeerde archeologische verwachting wordt hieronder in tabel vorm per verwachtingseenheid op basis van de daar beoogde ingrepen een advies voor het vervolg van het archeologische onderzoek gegeven. Uitgangspunt vormt hierbij de door Westerwal Wonen b.v. aangereikte informatie over de geplande bodemingrepen (zie bijlage 1). In bijlage 2 worden deze ingrepen per verwachtingzone weergegeven.
Afb. 3 verwachtingseenheden
4
Klerks, 2019
8
Verwachtingseenheid 1
Ingrepen
Conclusie
Verwachtingseenheid 2
Ingrepen
Karakteristieken datering: complextype(n): omvang: landschappelijke en/of geologische context: diepteligging: soort vindplaats:
Omschrijving IJzertijd tot Nieuwe tijd Nederzetting Onbekend Op de oever van de Hollandsche IJssel
Ca. 0 tot 2 m -mv Vindplaats met zowel grondsporen als een vondststrooiing, archeologische laag, grachtvulling uiterlijke kenmerken: Hoge, matig hoge tot lage vondstdichtheid (aardewerk, houtskool etc.), matig hoge spoordichtheid,archeologische laag conservering: Matig indien verstoord (deels: anders goed door afdekking) In het deelgebied is met name in de noordoost hoek woningbouw voorzien. Het terrein is langs watergangen deels opgehoogd. In het terrein liggen Leidingen, m.n. langs de randen. Terrein is deels gestort met puin/afval. De bovenste laag van het gehele terrein is verstoord. Terrein wordt in het plan opgehoogd met ca. 0,30 m grond/zand (ten behoeve van bestrating). Terrein wordt deels vergraven in verband met bodemsanering (tot 0,50 m. onder huidig maaiveld).Terrein wordt deels vergraven voor Kabels en Leidingen (max. tot ca. 2 m -mv (1,0 m –NAP) voor het diepriool, in K&L-tracé), deels voor bouwkuipen (tot ca.0, 50 m onder huidig maaiveld). De verwachting op archeologische resten geldt vanaf de basis van de verstoorde bovengrond / bouwvoor. Bij het saneren en bij de aanleg van bouwkuipen en kabels en leidingen wordt dit niveau bedreigd. Een vervolg van het archeologische onderzoek is in deze delen noodzakelijk. Om tot vaststelling van de archeologische potentie van dit deelgebied te komen wordt een verkennend booronderzoek geadviseerd.
Het doel hiervan is vast te stellen of het potentiële archeologische niveau onverstoord aanwezig is en bedreigd wordt met de voorgenomen inrichting.
Karakteristieken datering: complextype(n): omvang: landschappelijke en/of geologische context: diepteligging: soort vindplaats:
Omschrijving IJzertijd tot Nieuwe tijd Nederzetting, verdediging, industrie Onbekend Op de oever van de Hollandsche IJssel, ophoging Ca. 1 tot 3 m -mv Vindplaats met zowel grondsporen als een vondststrooiing, archeologische laag, ophoging van de voormalige verdedigingswal met bijbehorende bebouwing. uiterlijke kenmerken: Hoge, matig hoge tot lage vondstdichtheid (aardewerk, houtskool etc.), matig hoge spoordichtheid, archeologische laag conservering: Matig indien verstoord (deels: anders goed door afdekking) Het terrein is nagenoeg volledig bebouwd geweest. De bebouwing is meer dan 10 jaar geleden gesloopt. Binnen deze locatie zullen beperkte bodemsaneringen plaatsvinden. Op een groot deel van het terrein ligt een puinlaag van 0,50 -1,0 m dik. Het puin zal gedeeltelijk weggehaald moeten worden in het kader van het bouwrijp maken van het terrein. Het terrein wordt vervolgens waar nodig aangevuld met zand/grond, zodat aansluiting blijft bestaan met het omringende aansluitende maaiveld. Netto wordt het plan niet of slechts gedeeltelijk opgehoogd. De beoogde ingrepen worden Terrein wordt deels vergraven voor Kabels en Leidingen (tot ca. max. 2,0 m –mv (0,75 m –NAP), in K&L-tracé). Ontgraven voor Bouwkuip gebeurt door afgraven puin (en deels weer aanvullen met zand/grond) tot een maximum van 0,5 m onder huidig maaiveld.
Deze werkzaamheden zullen in de huidige bovenste puinlaag plaatsvinden, waardoor oeverafzettingen, die vanaf 1 m -mv worden verwacht, niet worden
9
Conclusie
Verwachtingseenheid 3
Ingrepen
Conclusie
Verwachtingseenheid 4
aangetast. Uitzondering vormt de aanleg van het diepriool. De verwachting op archeologische resten geldt vanaf de basis van de verstoorde bovengrond. Bij het saneren wordt dit niveau mogelijk geraakt. Het gaat hierbij slechts om lokale verstoringen. Bij de aanleg van de bouwkuipen en kabels en leidingen wordt het potentiële archeologische niveau niet bedreigd met uitzondering van het diepriool. Bij de aanleg van het diepriool wordt het kansrijke niveau mogelijk geraakt. Dit betreft echter een kleine ingreep, waarbij het niet zeker is of de kansrijke oeverafzettingen geraakt worden. Een vervolg van het archeologische onderzoek wordt in dit deelgebied daarom niet noodzakelijk geacht. Karakteristieken datering: complextype(n): omvang: landschappelijke en/of geologische context: diepteligging: soort vindplaats:
Omschrijving IJzertijd tot Nieuwe tijd Nederzetting, verdediging, industrie Onbekend Op de oever van de Hollandsche IJssel, ophoging Ca. 1 tot 2 m -mv Vindplaats met zowel grondsporen als een vondststrooiing, archeologische laag, ophoging van de voormalige verdedigingswal met bijbehorende bebouwing en industriële resten uiterlijke kenmerken: Hoge, matig hoge tot lage vondstdichtheid (aardewerk, houtskool etc.), matig hoge spoordichtheid, archeologische laag conservering: Matig indien verstoord (deels: anders goed door afdekking) Het terrein is nagenoeg volledig bebouwd geweest. De bebouwing is meer dan 10 jaar geleden gesloopt. Binnen deze locatie zullen beperkte bodemsaneringen plaatsvinden. Op een groot deel van het terrein ligt een puinlaag van 0,50 -1,0 m dik. Het puin zal gedeeltelijk weggehaald moeten worden in het kader van het bouwrijp maken van het terrein. Het terrein wordt vervolgens waar nodig aangevuld met zand/grond, zodat aansluiting blijft bestaan met het omringende aansluitende maaiveld. Netto wordt het plan niet of slechts gedeeltelijk opgehoogd. Terrein wordt deels vergraven voor Kabels en Leidingen (tot ca. max. 1,0 m onder huidig maaiveld, in K&L-tracé).De riolering zal aflopend tot 0,70m + NAP(circa 2,0 mmv). Ontgraven voor Bouwkuip gebeurt door afgraven puin (en deels weer aanvullen met zand/grond) tot een maximum van 0,5 m onder huidig maaiveld.
Deze werkzaamheden zullen in de huidige bovenste puinlaag plaatsvinden, waardoor oeverafzettingen, die vanaf 1 m -mv worden verwacht, niet worden aangetast. Uitzondering vormt de aanleg van het diepriool. De verwachting op archeologische resten geldt vanaf de basis van de verstoorde bovengrond. Bij het saneren wordt dit niveau mogelijk geraakt. Het gaat hierbij slechts om lokale verstoringen. Bij de aanleg van de bouwkuipen en kabels en leidingen wordt het potentiële archeologische niveau niet bedreigd. Bij de aanleg van het diepriool wordt het kansrijke niveau mogelijk geraakt. Dit betreft echter een kleine ingreep, waarbij het niet zeker is of de kansrijke oeverafzettingen geraakt worden. Een vervolg van het archeologische onderzoek wordt in dit deelgebied daarom niet noodzakelijk geacht. Karakteristieken datering: complextype(n): omvang: landschappelijke en/of geologische context: diepteligging: soort vindplaats:
uiterlijke kenmerken:
conservering:
Omschrijving IJzertijd tot Nieuwe tijd Nederzetting, verdediging, industrie Onbekend Op de oever van de Hollandsche IJssel, ophoging Ca. 1 tot 2 m -mv Vindplaats met zowel grondsporen als een vondststrooiing, archeologische laag, ophoging van de voormalige verdedigingswal met bijbehorende bebouwing en industriële resten Hoge, matig hoge tot lage vondstdichtheid (aardewerk, houtskool etc.), matig hoge spoordichtheid, archeologische laag Matig indien verstoord (deels: anders goed door afdekking)
10
Ingrepen
Conclusie
Verwachtingseenheid 5
Ingrepen
Conclusie
Verwachtingseenheid 9
Deze locatie is grotendeels bebouwd en voor het overige nagenoeg geheel verhard (incl. fundering). Binnen deze locatie zullen beperkte bodemsaneringen plaatsvinden. Op een groot deel van het terrein ligt een puinlaag van 0,5 – 1,0 m dik. Het puin zal grotendeels weggehaald moeten worden in het kader van het bouwrijp maken van het terrein. Terrein wordt vervolgens aangevuld met zand/grond. Netto wordt het plan opgehoogd met maximaal 0,2 m zand/grond. Het terrein wordt deels vergraven voor Kabels en Leidingen (tot ca. max. 1m onder huidig maaiveld, in K&Ltracé). Het riool wordt aflopend tot 1,0 m – NAP (2,5 m –mv) aangelegd. Ontgraven voor bouwkuip gebeurt door afgraven puin tot maximaal 0,5 m beneden huidige maaiveld. Deze werkzaamheden zullen in de huidige bovenste puinlaag plaatsvinden, waardoor oeverafzettingen, die vanaf 1 m -mv worden verwacht, niet worden aangetast. Uitzondering vormt de aanleg van het diepriool. De verwachting op archeologische resten geldt vanaf de basis van de verstoorde bovengrond. Bij het saneren wordt dit niveau mogelijk geraakt. Het gaat hierbij slechts om lokale verstoringen. Bij de aanleg van de bouwkuipen en kabels en leidingen wordt het potentiële archeologische niveau niet bedreigd. Bij de aanleg van het diepriool wordt het kansrijke niveau mogelijk geraakt.
Dit betreft echter een kleine ingreep, waarbij het niet zeker is of de kansrijke oeverafzettingen geraakt worden. Een vervolg van het archeologische onderzoek wordt in dit deelgebied daarom niet noodzakelijk geacht. Een vervolg van het archeologische onderzoek wordt in dit deelgebied daarom niet noodzakelijk geacht. Karakteristieken datering: complextype(n): omvang: landschappelijke en/of geologische context: diepteligging: soort vindplaats:
Omschrijving Nieuwe tijd B - C Gracht, verdediging, industrie Onbekend Dicht geworpen gracht
Karakteristieken datering: complextype(n): omvang: landschappelijke en/of geologische context:
Omschrijving Nieuwe tijd C (dicht geworpen) gracht, industrie Onbekend (Dicht geworpen) gracht
Ca. 1 tot 2 m -mv ophoging van de voormalige verdedigingswal met bijbehorende bebouwing en industriële resten uiterlijke kenmerken: Hoge, matig hoge tot lage vondstdichtheid (aardewerk, houtskool etc.), matig hoge spoordichtheid, archeologische laag conservering: Matig indien verstoord (deels: anders goed door afdekking) Deze locatie is grotendeels bebouwd en voor het overige nagenoeg geheel verhard (incl. fundering). Binnen deze locatie zullen beperkte bodemsaneringen plaatsvinden. Op een groot deel van het terrein ligt een puinlaag van 0,5 – 1,0 m dik. Het puin zal grotendeels weggehaald moeten worden in het kader van het bouwrijp maken van het terrein. Terrein wordt vervolgens aangevuld met zand/grond. Netto wordt het plan opgehoogd met maximaal 0,2 m zand/grond. Het terrein wordt deels vergraven voor Kabels en Leidingen (tot ca. max. 1m onder huidig maaiveld, in K&Ltracé). Ontgraven voor bouwkuip gebeurt door afgraven puin tot maximaal 0,5 m beneden huidige maaiveld. Het riool wordt naar verwachting aflopend tot 1,0 m – NAP (2,5 m –mv) aangelegd. Ontgraven voor bouwkuip gebeurt door afgraven puin tot maximaal 0,5 m beneden huidige maaiveld. Deze werkzaamheden zullen in de huidige bovenste puinlaag plaatsvinden, waardoor oeverafzettingen, die vanaf 1 m mv worden verwacht, niet worden aangetast. Uitzondering vormt de aanleg van het diepriool.
De verwachting op archeologische resten geldt vanaf de basis van de verstoorde bovengrond. Bij het saneren wordt dit niveau mogelijk geraakt. Het gaat hierbij slechts om lokale verstoringen. Bij de aanleg van de bouwkuipen en kabels en leidingen wordt het potentiële archeologische niveau niet bedreigd. Een vervolg van het archeologische onderzoek wordt, mede door het ontbreken van een verwachting voor de oudere periode, in dit deelgebied daarom niet noodzakelijk geacht.
11
diepteligging: soort vindplaats: uiterlijke kenmerken:
Ingrepen
Conclusie
Ca. 0 tot 1 m -mv In het dichtgeworpen deel van de voormalige gracht kunnen industriële resten aanwezig zijn. Hoge vondstdichtheid, hoge spoordichtheid
conservering: Matig tot slecht dooR recente activiteit Deze betreft nog hoofdzakelijk water. De dichtgeworpen delen zijn grotendeels bebouwd en voor het overige nagenoeg geheel verhard (incl. fundering). Binnen deze locatie zullen beperkte bodemsaneringen plaatsvinden. Op een groot deel van het terrein ligt een puinlaag van 0,5 – 1,0 m dik. Het puin zal grotendeels weggehaald moeten worden in het kader van het bouwrijp maken van het terrein. Terrein wordt vervolgens aangevuld met zand/grond. Netto wordt het plan opgehoogd met maximaal 0,2 m zand/grond. Het terrein wordt deels vergraven voor Kabels en Leidingen (tot ca. max. 1m onder huidig maaiveld, in K&Ltracé). Het riool wordt aflopend tot 1,0 m – NAP (2,25 m –mv) aangelegd. Ontgraven voor bouwkuip gebeurt door afgraven puin tot maximaal 0,5 m beneden huidige maaiveld. De verwachting op archeologische resten geldt vanaf het maaiveld. Naar verwachting zijn deze resten matig bewaard gebleven. Een vervolg van het archeologische onderzoek wordt, mede door het ontbreken van een verwachting voor de oudere periode, in dit deelgebied daarom niet noodzakelijk geacht.
In het bureauonderzoek wordt geadviseerd om de aanwezige puinlagen te laten analyseren. Dit onderzoek wordt nu niet meer relevant gevonden aangezien het milieukundige onderzoek heeft 5 uitgewezen dat deze puinlagen veel kolenresten bevatten. De datering van deze puinlagen valt daarmee in de Nieuwe tijd C. Een nadere datering van deze lagen wordt in archeologisch opzicht weinig zinvol geacht.
5
Conclusies Gezien de reeds aanwezige verstoringen en recente ophogingen in het gebied wordt alleen voor deelgebied 1 vervolg van het archeologische onderzoek zinvol geacht. In dit deelgebied geldt een hoge verwachting voor nederzettingsresten vanaf de IJzertijd tot de Nieuwe tijd-A. Voor grote delen van de rest van het plangebied geldt een vergelijkbare verwachting. Hier bevindt het potentiële archeologische niveau zich echter dieper in de ondergrond waardoor het niet of nauwelijks bedreigd wordt door de ingrepen met uitzondering van het plaatsen van heipalen. Naar verwachting wordt met het plaatsen van heipalen maar een zeer beperkt deel van het potentiële archeologische niveau verstoord. Mits een regulier palenplan met een hart-op-hart afstand van 5x4 m of vergelijkbaar wordt gehanteerd wordt voor de verstoring van heipalen geen vervolg van het archeologische onderzoek noodzakelijk geacht.
6
Aanbeveling Het is het streven binnen de kaders van dit project om de bodem zo min mogelijk te verstoren. Dit principe geldt niet alleen voor de archeologische aspecten maar eveneens voor milieuhygiënische en hydrologische aspecten. Hiermee is in de planuitwerking zoveel mogelijk rekening gehouden. Op basis van het stedenbouwkundigplan en de aanwezige ophogingen wordt alleen voor deelgebied 1 een vervolg van het archeologische onderzoek noodzakelijk geacht. Geadviseerd wordt om in dit deelgebied een verkennend booronderzoek uit te voeren met tot doel de dieptligging en de mate van intactheid van het potentiële archeologische niveau, te weten de top van de oeverafzettingen, in kaart te brengen. Op basis van het verkennende onderzoek dient bepaald te worden of met de geplande nieuwe inrichting eventuele archeologische resten bedreigd worden. 5
Actualiserend milieukundig (water)bodem- en asbestonderzoek ter plaatse van: Westerwal 17 en 24 t/m 36 te Oudewater; projectnummer 180774; EcoReest 14-11-2018
12
Voor de overige delen van het gebied wordt op basis van het stedenbouwkundige plan geen vervolg van het archeologische onderzoek noodzakelijk geacht. Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.
13
Literatuur Klerks, K., 2019. Westerwal te Oudewater; een bureauonderzoek (ADC-rapport 4835)
14
Bijlage 1. Overzicht van de bodemingrepen
15
16
Bijlage 2 Ingrepen per verwachtingszone
17