Beantwoording vragen CUSGP VVD aan pfh over agrariers in Oudewater_LG 2
Tekst van het document
Vragen aan de portefeuillehouder naar aanleiding van diverse ontwikkelingen voor agrariërs in Oudewater. De avond over het TVE-beleid op 22 september zal niet gaan over het UPLG of de kamerbrief van Jaimi van Essen. We vinden het een goed idee om hierover door te praten, naar aanleiding van de RIB over onze reactie UPLG en Kamerbrief (wordt nog verwacht). We stellen voor om dan nader in te gaan op onderstaande vragen. De portefeuillehouder van TVE-beleid is Bernadette Schomaker vanuit RO. Wethouder Bos is portefeuillehouder van landelijk gebied (UPLG, Rijksbrief). 1) Bent u bekend met de inhoud van de brief van minister van Essen die op 26 juni naar de Tweede Kamer is gestuurd? Ja, wij hebben kennisgenomen van de brief. 2) Is er in beeld wat de impact van de brief is op agrarische bedrijven in de gemeente Oudewater? Op hoofdlijnen is de impact bekend, maar niet per individueel bedrijf. De focus van de brief van de Minister ligt vooral op ‘Nederland van het stikstofslot halen’ en de aankondiging van de maatregelen die daarvoor nodig zijn. De impact van deze maatregelen op de agrarische sector lijkt groot, met name voor de bedrijven binnen de zone rondom N2000 gebieden (voor Oudewater is dat Polder Stein – Reeuwijk). Ook voor bedrijven die niet binnen deze zone vallen zullen de maatregelen verregaande gevolgen hebben.
Daarbij spelen met name de stikstofnorm van 0,164 kg per fosfaatrechten de grootvee-eenheid (GVE) van 2,6 per hectare. 3) Is er in beeld wat de sociaal economische impact is als agrarische bedrijven noodgedwongen moeten stoppen? Er is nu nog onvoldoende duidelijk hoe de maatregelen uit de Rijksbrief uitwerken. De verschillende beleidsvoornemens moeten nog in wet- en regelgeving gevat worden. Daarna valt goed in kaart te brengen wat de exacte gevolgen van de voornemens zijn, en hoe bijvoorbeeld financiële compensatie er concreet uit komt te zien. Op dit moment is dus nog geen exact beeld te geven. Dat laat onverlet dat het beeld voor de agrarische sector in het bijzonder, maar daardoor ook voor de samenleving als geheel, niet positief is. Er zijn grote twijfels of de doelen haalbaar zijn en een rendabele landbouwsector in Oudewater laten voortbestaan. Krimp van de agrarische sector in Oudewater zal ongetwijfeld ook bredere sociaal-economische gevolgen hebben. 4) Hoe verhoudt deze brief zich tot het vastgestelde beleid in het UPLG? De doelen van de brief en het UPLG liggen in lijn met elkaar. De uitwerking is echter fors verschillend. Dat komt met name tot uiting bij de stikstofnorm die in het UPLG gekoppeld is aan kilo uitstoot per hectare, terwijl die bij het rijk gekoppeld is aan 164 gram uitstoot per fosfaatrecht.
In brede zin wordt geconcludeerd dat de norm van kilo per hectare beter werkzaam is dan een norm van gram per fosfaatrecht. Het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) heeft een integralere opzet waarbij de thema’s landbouw, natuur, bodem(daling) en water in samenhang worden bekeken. Het thema bodemdaling is relevant hier uit te lichten: in het UPLG is hier expliciet aandacht voor (en zijn er middelen beschikbaar), terwijl dit in de Rijksbrief buiten beschouwing wordt gelaten. In Oudewater is bodemdaling aan de orde en is dit een thema dat in onze ogen integraal moet worden meegenomen. De provincie Utrecht zet in haar lobby bij het Rijk in op het verkrijgen van een omwisselbesluit (toepassing van het UPLG in provincie Utrecht in plaats van het Rijksbeleid). Mochten de maatregelen uit de Kamerbrief beleid worden en geen omwisselbeslissing genomen worden, dan wordt het Rijksbeleid geldend boven het provinciaal beleid. Technisch-inhoudelijk: De provincie Utrecht zet in op een stikstofaanpak met als doel een reductie voor ammoniak uit de landbouw van 46% in 2035 ten opzichte van 2019. De voorgestelde reductie is geborgd met een ‘stok achter de deur’ in de verordening: een emissieplafond voor ammoniak van 42 kg/ha/ jaar. En gaat in als het reductie pad (door de sector) op 1 januari 2029 of de jaren daarna onvoldoende gehaald wordt.
Rijk: Voor de melkveehouderij wordt gesproken over drie normen richting 2035: een ammoniaknorm van 0,164 kg ammoniak per fosfaatrecht, een grondgebondenheidsnorm van 2,6 grootvee-eenheden per hectare en een norm van 92 kg CO2-eq uit stallen en mestopslag per fosfaatrecht voor de melkveehouderij. 5) Bent u het met onze fracties eens dat het toepassen van een generieke korting op de veestapel een onacceptabele maatregel is die voorkomen moet worden? Vooralsnog spreekt het Rijk niet over generieke krimp van de veestapel. Deze vraag komt mogelijk voor uit de rapportage van het PBL (van begin september) waarin wordt gesteld dat een generieke krimp van 5-10% bovenop de voorspelde krimp onvermijdelijk is om van het stikstofslot te komen. 6) Hoe zet het college zich in om te voorkomen dat er onomkeerbare besluiten worden genomen die agrariërs dwingen te stoppen met hun bedrijf? Op dit moment schrijven we in Utrecht-West verband een brief met concrete punten die gewijzigd moeten worden in de provinciale Omgevingsverordening om deze uitvoerbaar voor agrariërs en gemeenten te maken. Oudewater heeft hierin een trekkersrol. Deze brief zullen we in afschrift delen met uw Raad. We zijn voornemens met de Utrecht West-gemeenten een brief te sturen richting LVVN waarin wij onze zorgen en bezwaren uiten.
Tegelijkertijd zien we dat investeren in samenwerking, door bijvoorbeeld deel te nemen aan gebiedsprocessen, ons de mogelijkheid geeft de signalen uit de praktijk en overheden op te vangen. Ook zorgt het ervoor dat we invloed kunnen uitoefenen op het provinciaal beleid en de lobby richting het Rijk. Daarnaast gaan we als gemeente de banden met de agrariërs in Oudewater verder aanhalen door vanaf dit najaar een overlegtafel met en voor hen in te richten. Hier kunnen concrete zorgen gedeeld worden die het college in regionale en provinciale overleggen kan delen. Tot slot willen we boeren stimuleren om al met de maatregelen aan de slag te gaan, zodat we de kans kleiner maken dat er gedwongen maatregelen bij komen kijken.