Beantwoording technische vragen VVD RVS zienswijze.pdf
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen
Vragen gesteld door
: VVD Oudewater
Van de Fractie(s)
: VVD
Op datum
:
Naar aanleiding van
: RV Zienswijze Veiligheidsstrategie Midden-Nederland (20232026)
Portefeuillehouder
: Danny de Vries
Datum beantwoording
: 30-1-2023
Opsteller
: Marnix Heijsman (team Openbare Orde en Veiligheid)
Beantwoording van de vragen: Vraag 1: De focus op de drie prioriteiten neigen in zekere zin naar minder blauw op straat en grootstedelijke problemen. Hoe waardeert het college dit perspectief en als het college zich erin herkent, wat betekent dit voor Oudewater? Antw: Het college herkent zich niet direct in bovengenoemd perspectief. Ondermijning, cybercriminaliteit en maatschappelijke onrust zijn misschien minder zichtbare vormen van criminaliteit en veiligheid, maar beperken zich niet tot de grote steden en manifesteren zich weldegelijk (en in toenemende mate) in Oudewater. Om daadwerkelijk het verschil te maken vragen ook deze prioriteiten om inzet van politie (en partners) op straat. Dit betreft politie in de vorm van ‘blauw’ op straat, maar zeker ook politie in burger. Juist om die vormen van criminaliteit die minder goed zichtbaar zijn in beeld te krijgen is samenwerking en aanwezigheid van groot belang om afwijkende zaken te kunnen herkennen en daarop in te kunnen spelen. Door frequent in het gebied te zijn, kunnen onregelmatigheden gesignaleerd worden. Vraag 2: Op pagina 7 van de strategie als ook in de zienswijze staat dat lokale overheden hun eigen prioriteiten kunnen kiezen. De capaciteit blijft echter schaars.
Welke ruimte is er dus om daadwerkelijk invulling te geven aan lokale prioriteiten, wanneer deze regionaal niet in de focus liggen? Antw: Hiervoor blijft alle ruimte. Zoals op pag. 7 van de veiligheidsstrategie opgenomen komen regionale- of landelijke prioriteiten niet in plaats van de lokale prioriteiten. In Oudewater zijn we op dit moment bezig met het opstellen van een nieuw integraal veiligheidsplan waarin de lokale inzet wordt bepaald. De situatie nu is niet anders dan de afgelopen jaren. Er zijn altijd landelijke en regionale doelstellingen waar partijen een bijdrage aan leveren om de krachten en kennis te bundelen, maar elke vorm van criminaliteit manifesteert zich op een locatie, in een gemeente. Lokale inzet is en blijft dus altijd noodzakelijk en om die reden is er capaciteit om in te zetten op wat er lokaal speelt.
Vraag 3: In Oudewater zien we dat we laat worden bediend bij prio 1 meldingen. Vindt hierover regionaal overleg plaats Pagina 1 van 2
en is er zicht op verbetering? Antw: we hebben uw vraag met betrekking tot prio 1 meldingen uitgezet bij de politie. Dit heeft tot onderstaande reactie geleid: De politie is dag en nacht bereikbaar en doet er in noodsituaties alles aan om zo spoedig mogelijk (binnen 15 minuten, ook wel de reactietijd genoemd) aanwezig te zijn. De politie realiseert zich dat snel reageren van groot belang is voor het veiligheidsgevoel. Daarom is het streven om in 90 procent van de spoedmeldingen binnen vijftien minuten aanwezig te zijn. Die streefwaarde heeft de politie zichzelf als nationale politie opgelegd en betreft geen wettelijke norm. De politie werkt continu aan een verbetering van de dienstverlening en dus ook aan de verbetering van de reactietijden. Wat houdt de reactietijd nu precies in? Vanaf het moment dat er een melding binnenkomt begint ‘de klok’ te lopen. Als de aangestuurde politie-eenheid gearriveerd is, laten ze dat via de portofoon aan de meldkamer weten (ook wel het statussen genoemd). De snelheid van reageren, wordt de reactietijd genoemd. Veel spoedmeldingen gaan over ongevallen of zijn aan gezondheid gerelateerd. In een groot aantal van deze meldingen verleent de politie gezamenlijk hulp met de ambulance en/of de brandweer. In een aantal gevallen is de ambulance en/of brandweer er eerder dan de politie en wel binnen de 15 minuten aanwezig om hulp te verlenen.
In meer landelijke gemeenten bestrijken politie-eenheden grotere uitgestrekte gebieden. Het kan dan meer tijd kosten om ter plaatse te komen door een langere reisafstand. Ook komt het voor dat de reactietijd langer is omdat de politie-eenheid pas later kan doorgeven dat ze ter plaatse zijn. ,,Bijvoorbeeld omdat ze meteen beginnen met hulpverlenen of met opsporingshandelingen.’’ Op zo'n moment klopt de werkelijke reactietijd niet met tijd die genoteerd wordt. In de cijfers is alleen de genoteerde tijd opgenomen. De politie blijft haar best doen om zo snel mogelijk en daar waar nodig hulp te verlenen. Daarom blijven zij alert op mogelijkheden om de aanrijtijden te verbeteren. Zo investeren ze o.a. in een nog betere afstemming tussen de meldkamer en de politie-eenheden op straat
Bijlagen: Geen
Pagina 2 van 2