beantwoording technische vragen VVD Oudewater.pdf
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen D/25/185283 datum portefeuillehouder contactpersoon
26-06-2025 Walther Kok Edwin Catsburg
fractie onderwerp
VVD Oudewater Raadsvoorstel D/25/185283
Vraag 1. Waarom is er geen juridische informatie in de vorm van een (concept) samenwerkingsovereenkomst toegevoegd? Antwoord 1. Het verbeterplan vormt de essentie van de nieuwe samenwerking: het beschrijft de gezamenlijke uitgangspunten, rollen, governance en verdeelprincipes op inhoudelijk niveau. Deze inhoud vraagt bestuurlijke afweging en vormt de basis waarop de juridische documentatie wordt opgebouwd. Bovendien heeft de totstandkoming van dit verbeterplan meer tijd gekost dan verwacht, mede vanwege de intensieve afstemming tussen beide gemeenten, bestuurlijke tafels en grote mate van participatie van de organisatie. Op dit moment wordt hard gewerkt aan het afronden van de juridische documentatie, die gebaseerd is op het verbeterplan. Daarbij wordt ook een second opinion van de huisadvocaat gevraagd om zorg te dragen voor juridische kwaliteit, risico’s en volledigheid. Op 15 juli kunnen beide colleges de nieuwe samenwerkingsovereenkomst ondertekenen, waarmee de juridische basis voor de samenwerking wordt bekrachtigd. Vraag 2. Een zelfstandig Oudewater is het uitgangspunt, het toekomstperspectief. Hoe gaat de wethouder borgen dat de gemeenteraad tijdig beschikt over de benodigde informatie om een keuze te kunnen maken over een mogelijke verlenging van de voorliggende samenwerkingsovereenkomst? Antwoord 2.
Het traject waarin het toekomstperspectief van de samenwerking wordt verkend (ook wel spoor 2 genoemd) loopt parallel aan de uitvoeringsperiode van de nieuwe samenwerking (2026–2029). In dit traject wordt tijdig en planmatig gewerkt aan scenariovorming en informatievoorziening. Het college borgt dat de gemeenteraad van Oudewater wordt geïnformeerd en in positie wordt gebracht om een goed onderbouwde keuze te maken, ruim vóór afloop van de nieuwe periode. Vraag 3. Met benodigde informatie bedoelen wij dat we weten wat de activiteiten en FTE zijn die ten behoeve van Oudewater werken, zodat dit in een eventuele uitvraag aan een andere samenwerkingspartner voorgelegd kan worden. Wordt dit vanaf 2026 ook zodanig geregistreerd o.b.v. registraties en ‘service levels’? Antwoord 3. In het kader van spoor 2 kunnen deze gegevens verder worden geanalyseerd en uitgewerkt. Daarmee ontstaat een onderbouwd inzicht dat benut kan worden in scenario's zoals heroriëntatie van de samenwerking of uitvraag aan een alternatieve partner. Dit is geen onderdeel van spoor 1, waarin we een vernieuwde samenwerking met gemeente Woerden willen aangaan tot 31 december 2029. Vraag 4. Wat is het belang van de ONS-desk, is dit niet een extra laag/functionaris die onnodig wordt toegevoegd omdat het collectieve opdrachtgeverschap bij beide gemeentesecretarissen is belegd? Antwoord 4.
De ONS-desk is bedoeld als schakel binnen het sturingsmodel en vormt geen extra (bestuurs)laag. Waar de gemeentesecretarissen gezamenlijk optreden als opdrachtgever, zorgt de ONS-desk voor coördinatie, signalering en uitvoering van gemaakte afspraken, inclusief voortgangsmonitoring. Deze rol voorkomt dat 1 van 3
Beantwoording technische vragen D/25/185283 signalen of knelpunten tussen lijnorganisatie, opdrachtgevers en portefeuillehouders blijven liggen, en borgt de continuïteit in de uitvoering. Vraag 5. Een verdeling op basis van de verhouding gemeentefondsuitkering door het Rijk ten behoeve van de basisdienstverlening is transparant en duidelijk. Zijn er ontwikkelingen in beide gemeenten geïdentificeerd die deze verhouding substantieel (meer dan één procentpunt) zouden kunnen gaan veranderen? Antwoord 5. Momenteel loopt een herijking van het gemeentefonds, waarbij gemeenten kunnen uitkomen als zogenoemde voordeel- of nadeelgemeente. Dit kan op termijn leiden tot enige verschuiving in de onderlinge verhouding tussen Woerden en Oudewater. Zover nu bekend is niet voorzien dat de verhoudingen hierdoor met meer dan één procentpunt doet veranderen. Indien de verhouding toch in die grootte verandert, is dat het gevolg van een daadwerkelijke wijziging in de gemeentefondsuitkeringen. In dat geval beweegt de samenwerkingsbijdrage automatisch evenredig mee, de inkomsten van de gemeenten is dan immers ook substantieel anders. Hiermee blijft dit deel van de kostenverdeling actueel, objectief en transparant. Vraag 6. De voorlopige doorrekening, noemt een kostenverhogend effect van € 950.000 ten opzichte van de huidige situatie gebaseerd op de begrotingscijfers 2025; a.
Klopt het dat deze berekening is gemaakt voor de totale dienstverlening, te weten de basisdienstverlening, aanvullende dienstverlening en projecten? b. Met hoeveel project uren is hierbij gerekend en zijn die in lijn met de ervaring van afgelopen jaren? c. Zijn de begrotingscijfers 2025 inclusief de extra bijdrage van € 250.000 bovenop de contractueel overeengekomen indexatie inzake de DVO met Woerden? d. Hoe verhoudt deze overschrijding zich tot de ‘effecten nieuwe DVO’ in de kadernota? Is deze € 950.000 gelijk aan de effecten bij onderstaande punten vier en vijf in het jaar 2026? Antwoord 6. a. Ja, een deel hiervan is echter wel onderhevig aan nacalculatie. Voor de begroting worden (reële) aannames gedaan over bijvoorbeeld projecturen. b. Voor de berekening zijn gegevens van 2025 gehanteerd. In de berekening is rekening gehouden met 3.630 projecturen voor Oudewater en 18.370 projecturen voor Woerden. De werkelijke uren zijn achteraf bekend. c. Ja. d. Ja, in de kadernota is het financiële effect anders omdat geredeneerd is vanuit te maken afspraken die hieromtrent nog met gemeente Woerden afgestemd moeten worden. Vraag 7. De basisdienstverlening kent als verdeelsleutel verhouding gemeentefondsuitkering door het Rijk. Afrekening vindt plaats met het opmaken van de jaarrekening.
Dit geldt zowel voor de verdeelsleutel als de daadwerkelijke kosten ten behoeve van de basisdienstverlening? Antwoord 7. De verdeelsleutel in de begroting wordt bepaald op basis van de meicirculaire van het voorafgaande jaar (T-1). De uiteindelijke afrekening in het jaarverslag vindt vervolgens plaats op basis van de decembercirculaire van het uitvoeringsjaar (T). Deze werkwijze maakt nacalculatie op basis van werkelijke kosten mogelijk, zowel voor de totale gemaakte kosten als voor de verdeelsleutel tussen de twee gemeenten. Onderliggende posten zoals personeelskosten, projectinzet en aanvullende dienstverlening worden zo op transparante wijze onderbouwd en, indien nodig, bijgesteld. Vraag 8. Binnen het samenwerkingshandvest valt het ons op dat diverse reguliere activiteiten toch niet onder de basis dienstverlening vallen, zoals het actualiseren, onderhoud speeltuinen, uitvoeren van moties en ad hoc vragen wethouders. Waarom worden deze activiteiten die tot de ‘dagelijkse praktijk’ behoren toch als aanvullend beschouwd? 2 van 3
Beantwoording technische vragen D/25/185283 Antwoord 8. De basisdienstverlening in het samenwerkingshandvest is kortgezegd afgebakend op basis van generieke taken die voor beide gemeenten gelijk en voorspelbaar zijn. Er zijn activiteiten zoals die uniek zijn voor één gemeente, incidenteel van aard of bestuurlijk gestuurd. Om te voorkomen dat de gemeenten onderling betalen voor gemeentespecifieke inzet en bestuurlijke wensen, worden deze als aanvullende dienstverlening gekwalificeerd. Het samenwerkingshandvest is nog in concept en wordt de komende maanden nog verder doorontwikkeld. In de PDCA van het document zullen we nog kijken naar de door u gegeven voorbeelden. Adhoc vragen van gemeentebesturen moeten afgewogen worden (kan organisatie het leveren en treedt het binnen/buiten de gemaakte basisdienstverlening?) en hierin is ook de coördinerende rol van de ONS-desk gevraagd. Onder andere om de materialiteit in kaart te brengen.
3 van 3