CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

B5. Bijlage B - Ontwerpbegroting 2025 en geactualiseerde begroting 2024 vastgesteld in AB 25 maart 2.pdf

Gemeenteraad 13 juni 2024, gemeente OudewaterBij agendapunt: 10: Raadsvoorstel Zienswijze jaarstukken 2023, ontwerpbegroting 2025 en geactualiseerde begroting 2024 Veiligheidsregio Utrecht (138989)30.646 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Ontwerpbegroting 2025 & geactualiseerde begroting 2024 Algemeen bestuur 25 maart 2024

1

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2

Inleiding Opbouw begroting Proces totstandkoming begroting 1.2.1 Geactualiseerde begroting 2024 en begroting 2025 1.2.2 Proces begroting 1.2.3 Bestuursagenda VRU 2024-2027

5 5 5 6 7 8

2 2.1

Financiële hoofdlijnen Financieel kader 2.1.1 Bijstelling verdelingsgrondslag gemeentefonds 2.1.2 Loonaanpassing 2.1.3 Prijsaanpassing 2.1.4 FLO-overgangsrecht en tweede loopbaanbeleid 2.1.5 Brede doeluitkering rampenbestrijding 2.1.6 Samenvatting effect mutaties financieel kader Beleidsontwikkelingen met financieel effect 2.2.1 Brandweerzorg Amersfoort 2.2.2 Versterking crisisbeheersing 2.2.3 Samenvatting effect mutaties beleidsontwikkelingen Effect mutaties financieel kader en beleidsontwikkelingen op bijdrage GBTP Gemeentelijke bijdrage gezamenlijke basistakenpakket Vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket

9 9 9 11 11 12 13 14 15 15 17 21 22 23 24

Beleidsbegroting- programmaplan Brandweer- Toekomstbestendige brandweerzorg 3.1.1 Waar gaan we voor? 3.1.2 Wat gaan we doen om daar te komen? 3.1.3 Waarop sturen we? 3.1.4 Wat kost dat? Risicobeheersing - Veilige en gezonde leefomgeving 3.2.1 Waar gaan we voor? 3.2.2 Wat gaan we doen om daar te komen? 3.2.3 Waarop sturen we? 3.2.4 Wat kost dat? Crisisbeheersing & GHOR - Versterking crisisbeheersing 3.3.1 Waar gaan we voor?

25 25 25 25 29 30 30 30 30 31 33 33 33

2.2

2.3 2.4 2.5 3 3.1

3.2

3.3

2

3.4

3.5

4 4.1

4.2

4.3

4.4

4.5

4.6

3.3.2 Wat gaan we doen om daar te komen? 3.3.3 Waarop sturen we? 3.3.4 Wat kost dat? Meldkamer Midden-Nederland 3.4.1 Waar gaan we voor? 3.4.2 Wat gaan we doen om daar te komen? 3.4.3 Waarop sturen we? 3.4.4 Wat kost dat? Algemeen- ondersteuning organisatie en algemene dekkingsmiddelen 3.5.1 Algemene kosten en dekkingsmiddelen 3.5.2 Overhead 3.5.3 Onvoorzien

34 37 38 38 38 39 39 40 40 40 41 42

Beleidsbegroting- paragrafen Bedrijfsvoering Great place to work 4.1.1 Wat gaan we doen om daar te komen? 4.1.2 Waarop sturen we? Openbaarheidsparagraaf 4.2.1 Passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek) 4.2.2 Actieve openbaarmaking 4.2.3 Informatiehuishouding op orde Verbonden partijen 4.3.1 De Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's (WVSV) 4.3.2 Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s 4.3.3 Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s Onderhoud kapitaalgoederen 4.4.1 Kapitaalgoederen 4.4.2 Onderhoud gebouwen en installaties 4.4.3 Onderhoud materieel Financiering 4.5.1 Financieringsportefeuille 4.5.2 Risicobeheer 4.5.3 Verloop reserves Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.6.1 Weerstandscapaciteit 4.6.2 Risico-inventarisatie en benodigde weerstandscapaciteit capaciteit 4.6.3 Kengetallen

43 43 43 43 46 52 53 53 53 53 53 54 55 55 55 56 56 56 56 57 58 64 64 65 67

3

5 5.1 5.2 5.3

Financiële begroting-baten en lasten 2024 & 2025 Baten en lasten per categorie Overzicht van baten en lasten Incidentele baten en lasten

69 69 70 70

6 6.1 6.2 6.3

Financiële begroting-meerjarenraming 2025-2028 Meerjarenraming 2025-2028 Stand en meerjarig verloop reserves Gemeentelijke bijdrage 2024-2028

71 71 72 72

7 7.1 7.2

Financiële begroting-uiteenzetting financiële positie Geprognosticeerde balans EMU-saldo

74 74 75

Bijlagen

76

4

1 Inleiding 1.1

Opbouw begroting

Deze begroting is als volgt opgebouwd: Een inleiding met daarin het proces van de totstandkoming van deze begroting en de financiële hoofdlijnen, die ook zijn opgenomen in de Kaders begroting 2025 & geactualiseerde begroting 2024; ▪ De beleidsbegroting met daarin een weergave van onze primaire producten c.q. diensten in het programmaplan. Daarnaast zijn in de paragrafen de beheersmatige aspecten vastgelegd; ▪ De financiële begroting met daarin de lasten en baten voor de jaren 2024 en 2025, gevolgd door de meerjarenraming voor de jaren 2025 t/m 2028 en een uiteenzetting van de financiële positie. Tevens bevat de financiële begroting een aantal (deels verplichte) bijlagen. ▪

Figuur 1 Opbouw begroting

1.2

Proces totstandkoming begroting

De basis voor deze begroting zijn de vastgestelde begroting VRU 2024, de Kaders begroting 2025 & geactualiseerde begroting 2024 en de zienswijzen daarop van de gemeenteraden. Figuur 1 Proces begroten en verantwoorden

Kaders begroting

Begroting (ontwerp/def)

Actualisatie begroting

Jaarstukken/ jaarrekening

5

1.2.1 Geactualiseerde begroting 2024 en begroting 2025 De geactualiseerde begroting 2024 is gebaseerd op de vastgestelde begroting 2024, waarop de volgende aanpassingen zijn doorgevoerd: ▪ ▪ ▪ ▪

De beleidsteksten en indicatoren zijn geactualiseerd; Het financiële kader is geactualiseerd (o.a. de reguliere loon- en prijsaanpassing); Een aantal beleidsontwikkelingen als gevolg van exogene ontwikkelingen is verwerkt; Een aantal (incidentele) technische wijzigingen voor het lopende boekjaar is doorgevoerd zonder effect op de gemeentelijke bijdrage.

De financiële positie van de gemeenten is betrokken bij de invulling van de financiële en beleidsmatige kaders voor de begroting 2025 en geactualiseerde begroting 2024. In de kaders voor de begroting 2025 en geactualiseerde begroting 2024 zijn ontwikkelingen en risico’s opgenomen die op termijn een financieel effect kunnen hebben. Zonder expliciete besluitvorming door het bestuur zal dit niet leiden tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Het dagelijks bestuur zal daarnaast actief blijven zoeken naar mogelijkheden om – binnen de bestuurlijk vastgestelde kaders – de gemeentelijke bijdrage voor 2024 en 2025 verder te beperken, bijvoorbeeld door inzet van het positieve rekeningresultaat van 2023. Opvang ontheemden Oekraïne De opvang van ontheemden uit Oekraïne is verlengd en loopt door in 2024. Vanaf januari 2024 zijn de regie en coördinatie overgegaan naar de provincie Utrecht (via de Provinciale Regietafel (PRT)). De VRU blijft op dit dossier een belangrijke bijdrage leveren met een uitvoeringsorganisatie en de exploitatie van de HUB Jaarbeurs. Vergoeding van kosten die de VRU maakt voor werkzaamheden en de eerste opvang van ontheemden uit Oekraïne (circa € 12 miljoen indicatief) vindt plaats via een bekostigingsregeling in de vorm van een specifieke uitkering van het Rijk.

De toezegging en het uitgangspunt van deze regeling is dat de werkelijke kosten zullen worden vergoed. De verwachte incidentele kosten en vergoeding worden saldoneutraal verwerkt in de geactualiseerde begroting 2024. Crisisnoodopvang statushouders en asielzoekers Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) heeft een tekort aan opvangplekken om aan iedere asielzoeker die naar Nederland komt onderdak te bieden. De minister van Justitie en Veiligheid heeft, via de voorzitters van de veiligheidsregio’s, de gemeenten gevraagd om crisisnoodopvang mogelijk te maken. De VRU biedt ondersteuning bij de organisatie en uitvoering van crisisnoodopvang om humane opvang van statushouders en asielzoekers in een VRUgemeente mogelijk te maken. Het gaat om de locatie Kedichem (t/m eind februari 2024) en Veenendaal (t/m eind juni 2024). De kosten worden rechtstreeks doorbelast aan het COA, de directe kosten (circa € 4,8 miljoen indicatief) maken geen deel uit van de begroting van de VRU. Voor 2024 is een beperkte overheadvergoeding opgenomen als dekking voor de kosten die hieraan toe te rekenen zijn.

6

Opvang en begeleiding van evacuees uit crisisgebieden Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft de VRU opdracht gegeven om in 2024 opvang en begeleiding van evacuees uit crisisgebieden te regelen. De op te vangen evacuees hebben een Nederlands paspoort maar wonen al voor langere tijd in Gaza, Afghanistan of Soedan. De uitvoeringskosten voor deze taak worden volledig vergoed door BZK. 1.2.2 Proces begroting Hieronder volgt een beschrijving van het proces van de totstandkoming van de begroting 2025 en geactualiseerde begroting 2024, vanaf de Kaders begroting 2025 & geactualiseerde begroting 2024 tot de voorliggende begroting. Het concept van de Kaders begroting 2025 & geactualiseerde begroting 2024 is in september 2023 voor het eerst besproken met de gemeentelijke ambtenaren en in oktober 2023 voorgelegd aan de adviescommissie gemeentesecretarissen veiligheid (AGV) en de bestuurlijke adviescommissie (BAC) bedrijfsvoering en financiën. Beide commissies hebben een positief advies gegeven met inachtneming van een aantal opmerkingen. Deze zijn verwerkt in de voorliggende stukken. Het dagelijks bestuur heeft vervolgens de Kaders begroting 2025 & geactualiseerde begroting 2024 conform voorstel vastgesteld, waarna het stuk op 30 oktober 2023 nogmaals is besproken met betrokken ambtenaren van de gemeenten.

Op 6 november 2023 zijn de Kaders begroting 2025 & geactualiseerde begroting 2024 besproken en vastgesteld in het algemeen bestuur van de VRU, waarna het stuk op 20 november 2023 voor zienswijze is aangeboden aan de gemeenteraden. Zienswijzen Kaders begroting 2025 & geactualiseerde begroting 2024 Uit de zienswijzen blijkt brede steun voor de (financiële) begrotingskaders en de daarin opgenomen stijging van de gemeentelijke bijdrage. Eén gemeenteraad (Wijk bij Duurstede) steunt de kaders voor de begroting 2025 niet en verzoekt de VRU de kostenstijgingen op te vangen binnen de begroting. De gemeenteraad van Bunnik geeft aan begrip te hebben voor het feit dat de verhoging van de bijdrage wordt veroorzaakt door exogene ontwikkelingen, maar geeft aan het niet volledig eens te zijn met de aanname dat gemeenten via het gemeentefonds hiervoor worden gecompenseerd. Ondanks de steun voor de ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage voor 2024 en 2025, vragen veel gemeenteraden aandacht (te blijven houden) voor de financiële positie van de gemeenten. Hierbij wordt ook gerefereerd aan het ongunstige vooruitzicht voor de jaren 2026 en verder (ravijnjaar) en de bezuinigingsopgave bij de gemeenten die daar uit voortkomt.

Een aantal gemeenteraden geeft aan dat de eventuele financiële consequenties met betrekking tot de opgenomen ontwikkelingen en risico’s niet binnen hun (meerjaren)begroting passen. Er is waardering voor de wijze waarop de VRU zich inspant om de gemeentelijke bijdrage zo laag als mogelijk te houden. Hierbij wordt ook verwezen naar het overzicht van knelpunten die tot op heden binnen de begroting zijn opgelost. Gemeenteraden vragen om te blijven zoeken naar mogelijkheden om de stijging van de gemeentelijke bijdrage in de toekomst zoveel mogelijk te voorkomen. Naast het toepassen van het principe ‘nieuw voor oud’ wordt door een aantal gemeenteraden verzocht om besparingsmogelijkheden in kaart te brengen. Er is steun voor de voorgestelde aanpak om de bestuurlijke keuzes die hieruit voortkomen uit te werken ter

7

voorbereiding op de besluitvorming over de begroting voor 2026. Dit voorziet ook in de wens van gemeenteraden die verzoeken om tijdig betrokken te (blijven) worden bij ontwikkelingen met mogelijke financiële consequenties. 1.2.3 Bestuursagenda VRU 2024-2027 De bestuursagenda VRU 2024-2027 is op 3 juli 2023 door het algemeen bestuur vastgesteld. Met deze bestuursagenda geven we invulling aan artikel 14 van de Wet veiligheidsregio’s, waarin is vastgelegd dat het bestuur van de veiligheidsregio ten minste eenmaal in de vier jaar een beleidsplan vaststelt. De onderdelen die de wet omschrijft zijn opgenomen in de bijlagen bij onze en bestuursagenda voor de beleidsperiode 2024-2027. De uitdagingen waar de VRU op dit moment en de komende jaren voor staat vragen andere oplossingen. Denk hierbij aan de veranderingen in het type en de duur van crises, natuurbrandbeheersing en de huisvesting. Zodra bekend is wat de verwachte kosten hiervoor zijn, onderzoeken we wat mogelijk is in het kader van nieuw voor oud. We gaan onderzoeken of het mogelijk is om een deel van de kosten op te vangen binnen de begroting. Mocht dit niet passen binnen de huidige kaders, maken we hier in de begrotingscyclus een voorstel voor het bestuur voor. Dit wordt een integraal voorstel, zodat het bestuur in staat wordt gesteld, hier een goede afweging in te maken.

Hierbij is de context: de financiële druk bij de gemeenten is een gegeven. Begrotingswijzigingen die effect hebben op de hoogte van de gemeentelijke bijdragen worden altijd voor een zienswijze voorgelegd aan de gemeenteraden. De gemeenten worden op deze manier in de gelegenheid gebracht om zowel invloed uit te oefenen op de strategische koers van de VRU die wordt beschreven in het bestuursagenda VRU 2024-2027, als de concrete uitwerking en financiële vertaling daarvan in de begroting van de VRU. De thema’s van de bestuursagenda VRU 2024-2027 zijn herkenbaar opgenomen in de beleidsbegroting bij de programmaonderdelen en paragrafen. Hiermee is de aansluiting tussen de beleidscyclus en de planning- en controlcyclus gewaarborgd. De voorliggende begroting heeft betrekking op de eerste twee jaren van de nieuwe beleidsperiode. De strategische doelstellingen die in de ontwikkelkoers zijn opgenomen worden via de reguliere begrotingscyclus nader uitgewerkt in concrete beleidsactiviteiten per jaar. Op basis daarvan wordt de meerjarenraming jaarlijks bijgesteld.

8

2 Financiële hoofdlijnen 2.1

Financieel kader

2.1.1 Bijstelling verdelingsgrondslag gemeentefonds De ontwikkeling van het gemeentefonds is van invloed begroting van de VRU. De voorliggende begroting is gebaseerd op de septembercirculaire 2023 van het gemeentefonds. De meeste gemeentebegrotingen zijn gebaseerd op de daarop volgende meicirculaire. Conform artikel 4.2 A van de Gemeenschappelijke Regeling vormen de ijkpuntscores van het Gemeentefonds voor het onderdeel Brandweer en Rampenbestrijding de grondslag voor het relatieve aandeel van de gemeenten in de totale bijdrage voor het gemeentelijk basistakenpakket (hierna GBTP). De ijkpuntscores leiden niet tot een verandering van de totale bijdrage voor het GBTP. De ijkpuntscores worden alleen gebruikt om de verdeling tussen de gemeenten onderling te berekenen. Op totaalniveau is de bijstelling van de ijkpuntscores dus per saldo neutraal. Per gemeente kunnen wel verschuivingen plaatsvinden, afhankelijk van de ontwikkeling van de ijkpuntscores in relatie tot de herijking van het gemeentefonds. De individuele bijdrage per gemeente in de Kaders voor de begroting 2025 & geactualiseerde begroting 2024 is dus gebaseerd op de verdeling van het gemeentefonds.

Op basis van de afspraken met het Rijk worden de gemeenten bij de meicirculaire 2024 via de uitkering van het gemeentefonds gecompenseerd voor zowel de wijzigingen van de verdeling van de gemeentelijke bijdrage als de loon- en prijsontwikkeling voor 2024 en 2025. Het financiële effect van de loon- en prijsontwikkeling, zoals opgenomen in de Kaders voor de begroting 2025 & geactualiseerde begroting 2024, wordt daarmee indirect gecompenseerd via de algemene uitkering die gemeenten van het Rijk ontvangen(1). In tabel 1 zijn de percentages voor de begroting 2025 & geactualiseerde begroting 2024 opgenomen op basis van de septembercirculaire 2023 van het gemeentefonds. Ter vergelijking zijn ook de percentages uit begroting VRU 2024 vermeld, die is vastgesteld op 3 juli 2023.

1 Het is mogelijk dat de loon- en prijsontwikkelingen bij het Rijk niet volledig gelijk zijn aan de loon- en prijsontwikkelingen bij gemeenten maar

deze ontwikkelingen volgen wel eenzelfde trend.

9

Tabel 1 Verdelingsgrondslag (relatief aandeel ijkpuntscores) bijdrage GBTP Verdelingsgrondslag bijdrage GBTP Begroting Mutatie (q) Begroting Gemeente 2024 maatstaven 2024a en 2025 Amersfoort Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten IJsselstein Leusden Lopik Montfoort U Nieuwegein Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Woudenberg Zeist

11,42% 1,88% 1,07% 1,29% 3,10% 3,02% 0,64% 3,16% 2,20% 1,99% 0,87% 0,89% 4,43% 0,66% 0,36% 1,34% 3,19% 4,46% 31,59% 3,53% 4,58% 3,65% 1,63% 3,54% 0,81% 4,70%

-0,004% -0,024% 0,009% 0,002% -0,040% -0,013% -0,004% 0,002% -0,026% 0,009% -0,006% -0,010% 0,004% -0,004% -0,002% -0,011% -0,036% -0,037% 0,302% -0,040% -0,018% 0,015% -0,025% -0,030% 0,016% -0,028%

11,41% 1,85% 1,07% 1,29% 3,06% 3,01% 0,64% 3,17% 2,17% 2,00% 0,86% 0,88% 4,43% 0,66% 0,36% 1,33% 3,16% 4,43% 31,89% 3,49% 4,56% 3,67% 1,60% 3,51% 0,83% 4,67%

TOTAAL

100,00%

0,000%

100,00%

Wijzigingen in de ijkpuntscores lopen parallel aan de hoeveelheidsmutatie van de algemene uitkering(2) die de individuele gemeenten van het Rijk ontvangen. Dit betekent dat een wijziging in het relatieve aandeel in de ijkpuntscores indirect gecompenseerd wordt door een mutatie in de algemene uitkering. In tabel 13 is per gemeente de bijdrage aan het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP) voor 2024 en 2025 opgenomen. Deze bijdrage is gerelateerd aan het relatieve aandeel in de ijkpuntscores. In tabel 14 is de vergoeding voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) voor 2024 en 2025 opgenomen. De vergoeding die gemeenten betalen voor dit pluspakket is gebaseerd op taakuitvoeringsovereenkomsten (TUO’s) die de VRU met individuele gemeenten heeft gesloten.

2 De mutatie als gevolg van de actualisatie van de maatstaven die gerelateerd zijn aan het cluster Brandweer- en rampenbestrijding, gebaseerd

op de septembercirculaire 2023.

10

2.1.2 Loonaanpassing De gemeentelijk bijdrage wordt geïndexeerd volgens artikel 4.3 van de Gemeenschappelijke Regeling. De loonaanpassing volgt de algemene loonontwikkeling(3). In tabel 2 is de stelpost voor loonontwikkeling weergegeven en het financiële effect van de loonontwikkeling op de bijdrage voor het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP) opgenomen(4). Tabel 2 Stelpost loonontwikkeling en financieel effect loonbijstelling op bijdrage GBTP Bedragen x € 1.000

Loonaanpassing

Stelpost loonontwikkeling begroting 2024 Mutatie stelpost loonontwikkeling 2024a Premieontwikkeling 2024 Subtotaal 2024 Stelpost looncompensatie 2025 Premieontwikkeling 2025 Subtotaal 2025 Totaal

Totaal % stelpost

Totaal € stelpost

3,9% 2,4%

2.726 1.838 p.m. 4.564

6,3% 5,4%

% loonbijstelling

2,4% 2,4%

Financieel effect GBTP Actualisatie Begroting 2024 2025

1.838 p.m. 1.838

1.838 p.m. 1.838

5,4%

4.078 p.m. 4.078

5,4%

-

4.078

11,7%

8.642

7,8%

1.838

5.916

5,4%

4.078

In de begroting is voor 2024 en 2025 een stelpost voor loonontwikkeling opgenomen die is gebaseerd op de indexcijfers uit de septembercirculaire 2023 van het Rijk. Voor 2024 bedraagt deze stelpost voor de loonbudgetten 6,3% en voor 2025 wordt deze stelpost verhoogd met 5,4%. We werken met een stelpost, omdat het huidige cao-akkoord tot 1 mei 2024 loopt en we de precieze omvang voor de periode daarna nog niet weten. De stelpost is gebaseerd op de loonontwikkeling zoals deze is berekend door het Centraal Planbureau (CPB). De werkelijke loonen premieontwikkeling wordt na vaststelling van de cao en premiebijdragen verrekend met de stelpost. Vervolgens wordt een eventueel positief of negatief effect verrekend met de gemeentelijke bijdrage zodat uiteindelijk de werkelijke loon- en premieontwikkeling wordt betaald. 2.1.3 Prijsaanpassing Voor de prijsaanpassing hanteert de VRU de procentuele mutatie van het Bruto Binnenlands Product zoals berekend door het Centraal Plan Bureau en gepubliceerd in de septembercirculaire van het gemeentefonds. Dit is conform artikel 1 sub j van de Bijdrageverordening VRU. Daarbij vindt jaarlijks een correctie plaats op basis van de geactualiseerde cijfers over de voorliggende twee jaren. Zo wordt nooit te veel of te weinig geïndexeerd(4).

Tabel 3 geeft inzicht in het financieel effect van deze prijsaanpassing op de bijdrage voor het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP).

3 Bijdrageverordening, artikel 1: de loonontwikkeling conform de Collectieve Arbeidsregeling (CAR) en mutaties in de premieplichtigen van de

werkgever op basis van wet CAR en rechtspositieregeling. 4 Het financiële effect van de loon- en prijsontwikkeling zoals opgenomen in de begroting VRU 2025 en geactualiseerde begroting 2024, wordt indirect gecompenseerd via de algemene uitkering die gemeenten van het ijk ontvangen. De compensatie voor de gemeentelijke loon- en prijsontwikkeling 2024 en 2025 wordt bij de meicirculaire 2024 toegekend.

11

Tabel 3 Financieel effect prijsbijstelling op bijdrage GBTP Bedragen x € 1.000

Prijsaanpassing

% prijsbijstelling

Financieel effect GBTP Actualisatie Begroting 2024 2025

Mutatie prijsaanpassing 2022 Mutatie prijsaanpassing 2023 Mutatie prijsaanpassing 2024 Mutatie lasten prijsaanpassing 2024

2,2% 0,9% 0,7% 3,8%

788 309 254 1.352

788 309 254 1.352

Prijsaanpassing 2025 Mutatie lasten prijsaanpassing 2025

2,5% 2,5%

-

905 905

Totaal

6,3%

1.352

2.257

2.1.4 FLO-overgangsrecht en tweede loopbaanbeleid Het financiële kader van het FLO overgangsrecht bestaat uit een structurele en een incidentele component. Schommelingen in de kostenprognose worden geëgaliseerd via de bestemmingsreserve ‘FLO overgangsrecht’. Dat geldt ook voor de lasten voor het tweede loopbaanbeleid die samenhangen met het FLO overgangsrecht. Op termijn wordt verwacht dat de kosten voor het FLO overgangsrecht verder zullen dalen vanwege de uitstroom van deze groep medewerkers. Daar tegenover staat dat de groep medewerkers waarvoor het tweede loopbaanbeleid geldt steeds groter wordt. Met ingang van 2023 is bepaald dat de werkgeversbijdrage voor het Netto FLO Spaartegoed (NFST), dat onderdeel is van de uitvoeringsregeling FLO-overgangsrecht, pensioengevend is. Hiernaast is met ingang van 2022 bepaald dat over de werkgeversbijdrage NFST ook RVU-heffing van 52% moest worden betaald. Beiden leiden tot een onevenredige kostenstijging van ruim 20% waardoor het fundament onder het ontstaan van de werkgeversbijdrage NFST is weggevallen. Gelet op de ongewenste kostenstijging van de NFST is daarom in het LOAV overeengekomen de maandelijkse werkgeversbijdrage NFST per 1 januari 2024 te beëindigen.

In plaats van de maandelijkse werkgeversbijdrage wordt per 1 januari 2024 de werkgeverbijdrage door werkgever maandelijks uitbetaald vanaf het moment dat de medewerker de FLO-uitkering gaat ontvangen. Dit betekent dat het risico op mogelijk structurele meerkosten voor het FLOovergangsrecht, zoals gemeld bij de kaders voor de begroting 2025 en geactualiseerde begroting 2024, is komen te vervallen. De uitbetaling van de werkgeversbijdrage vanaf het moment dat de medewerker de FLO-uitkering gaat ontvangen zorgt slechts voor een verschuiving van de kosten in de tijd. Egalisatie van de lasten voor het FLO-overgangsrecht vindt plaats via de bestemmingsreserve FLO-overgangsrecht en daarmee is de verschuiving van deze kosten niet van invloed op de hoogte van de gemeentelijke bijdrage. De actualisatie van de kostenprognose wordt verwerkt in de meerjarenraming van de begroting 2025 & geactualiseerde begroting 2024. De budgetten voor FLO overgangsrecht en tweede loopbaan zijn alleen verhoogd met de reguliere loon- en prijsaanpassing. In tabel 4 is de meerjarenraming van de lasten voor FLO overgangsrecht en tweede loopbaan weergegeven. Tabel

12

5 geeft inzicht in het financiële effect op de gemeentelijke bijdrage voor het basistakenpakket (GBTP) voor de jaren 2024 en 2025. Tabel 4 Meerjarenraming FLO overgangsrecht en tweede loopbaan 2024-20285 Bedragen x € 1.000

Meerjarenraming FLO overgangsrecht en tweede loopbaan

2024

2025

2026

2027

2028

Begroting 2024 La s ten FLO-overga ngs recht en tweede l oopba a n Storting/ onttrekki ng res erves FLO Lasten FLO-overgangsrecht & 2e loopbaan begroting 2024

3.751 -735 3.016

3.533 -516 3.016

3.426 -410 3.016

3.232 -216 3.016

2.950 66 3.016

Begroting 2024a en 2025 La s ten FLO-overga ngs recht en tweede l oopba a n Storting/ onttrekki ng res erves FLO Lasten FLO-overgangsrecht & 2e loopbaan begroting 2024a en 2025

2.862 228 3.090

3.016 234 3.250

3.016 234 3.250

3.016 234 3.250

3.016 234 3.250

Mutatie structurele lasten FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan

74

234

234

234

234

Tabel 5 Financieel effect mutatie FLO overgangsrecht en tweede loopbaanbeleid Bedragen x € 1.000

Lasten FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan

La s ten FLO-overga ngs recht & 2e l oopba a n begroti ng 2024 La s ten FLO-overga ngs recht & 2e l oopba a n begroti ng 2024a en 2025 Mutatie lasten FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan

Financieel effect GBTP Actualisatie Begroting 2024 2025 3.016 3.090 74

3.016 3.250 234

-74

-234

-

-

Correcti e l oon- en pri js a a npa s s i ng * Totaal effect GBTP

*De loon- en prijsaanpassing met betrekking tot de FLO-lasten zijn onderdeel van de totale loon- en prijsaanpassing (paragraaf 2.1.2 en 2.1.3). Om dubbeltelling te voorkomen is een correctie toegepast.

2.1.5 Brede doeluitkering rampenbestrijding De hoogte van de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) bedraagt voor 2024 en 2025 € 611K meer dan opgenomen in de meerjarenraming van de vastgestelde begroting 2024. Dit betreft de structurele doorwerking van de indexering van de rijksbijdrage BDuR voor 2023 ten opzichte van de stelpost die wij hiervoor in de begroting hadden opgenomen. Deze extra inkomst wordt in mindering gebracht op de bijdrage van de gemeenten voor het GBTP. De indexering van de BDuR 2024 en 2025 is nog niet bekend en hebben we daarom via een stelpost ingeschat. De stelpost voor 2024 blijft gelijk ten opzichte van de begroting 2024 (225K). Voor 2025 is nu weer een stelpost opgenomen voor een bedrag van 225K. De stelposten worden verrekend met de

5 De hoogte van de onttrekking/ storting via de FLO-reserves zal in het meerjarig perspectief nog wijzigen ten opzichte van deze begroting als

gevolg van een jaarlijkse actualisatie aan de meest actuele FLO-begroting. Deze aanpassingen hebben geen effect op de hoogte van de gemeenschappelijke bijdrage van gemeenten voor het basistakenpakket.

13

beschikking loon- en prijsbijstelling BDuR 2024 en BDuR 2025 van het Rijk die we respectievelijk in juni 2024 en juni 2025 verwachten. Tabel 6 Financieel effect mutatie BDuR Bedragen x € 1.000

Brede doeluitkering Rampenbestrijding

Financieel effect GBTP Actualisatie Begroting 2024 2025

Stelpost loon- en prijsbijstelling BDuR 2023 Beschikking loon- en prijsbijstelling BDuR 2023 Extra loon- en prijsbijstelling BDuR 2023

-225 -836 -611

-225 -836 -611

Stelpost loon- en prijsbijstelling BDuR 2024 Mutatie loon- en prijsbijstelling BDuR 2024 Mutatie stelpost loon- en prijsbijstelling BDuR 2024

-225 -

-225 -

-

-225 -225

-611

-836

Stelpost loon- en prijsbijstelling BDuR 2025 Stelpost loon- en prijsbijstelling BDuR 2025 Totaal effect GBTP

In december 2023 heeft het Rijk aanvullend via de rijksbijdrage BDuR ook de tweede tranche aan extra financiële middelen specifiek voor versterking crisisbeheersing toegekend op basis van de bestuurlijke afspraken tussen de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), het Veiligheidsberaad (VB), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en het Rijk. Voor de VRU betekent deze tweede tranche vanaf 2024 een (geoormerkte) structurele bijdrage van € 0,45 miljoen. In paragraaf 2.2.2 wordt verder in gegaan op de gestelde doelen voor de versterking van crisisbeheersing en de besteding van deze middelen. 2.1.6

Samenvatting effect mutaties financieel kader

Tabel 7 Effect financieel kader op bijdrage GBTP Bedragen x € 1.000

Samenvatting mutaties financieel kader

Financieel effect GBTP Actualisatie Begroting 2024 2025

Bijstelling ijkpuntscores gemeentefonds* Loonaanpassing Prijsaanpassing Lasten FLO-overgangsrecht Brede doeluitkering Rampenbestrijding

1.838 1.352 -611

5.916 2.257 -836

Totaal mutatie bijdrage GBTP

2.579

7.337

*De bijstelling van de ijkpuntscores heeft geen effect op de totale omvang van de bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP). De bijstelling van de ijkpuntscores leidt wel tot onderlinge verschuivingen in het relatieve aandeel van gemeenten waarin zij bijdragen aan het GBTP (zie paragraaf 2.1.1).

14

2.2

Beleidsontwikkelingen met financieel effect

In de kaders voor de begroting 2025 en geactualiseerde begroting 2024 zijn ontwikkelingen en risico’s opgenomen die op termijn een financieel effect kunnen hebben. De ontwikkelingen en risico’s waarvan de omvang en timing nog niet duidelijk zijn, worden beschreven in de beleidsbegroting (vanaf hoofdstuk 3). De ontwikkelingen met een direct financieel effect op de begroting van de VRU zijn in dit hoofdstuk opgenomen. 2.2.1 Brandweerzorg Amersfoort Door de groei van de stad Amersfoort lopen de opkomsttijden in het noordelijke deel van de stad op tot 15 minuten en soms meer. Op werkdagen is er overdag geen bezetting voor de basisbrandweereenheid (tankautospuit, TS) vanuit de vrijwilligers op post Amersfoort-Noord. Uitgaande van de nieuwe systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden (GGO) zien we dat we zonder bezetting op post Amersfoort-Noord (dus door alleen uit te rukken vanaf post Centrum) in acht buurten niet voldoen aan de vereiste opkomsttijden. De stad Amersfoort heeft ca. 160.000 inwoners en groeit naar verwachting door naar 185.000 inwoners. Het noordelijk deel van de gemeente Amersfoort is een stedelijk gebied met ca. 50.000 inwoners. Dit gebied groeit de komende jaren naar ca. 80.000 inwoners. Dit deel van Amersfoort is vergelijkbaar met een middelgrote stad met alle kenmerken die daar bij horen.

Het model van brandweerzorg in Amersfoort, met één gecombineerde beroeps- en vrijwilligerspost in het centrum en één vrijwillige post in Amersfoort-Noord (waarbij de vrijwilligers alleen ’s avonds en in het weekend uitrukken) zorgt voor (te) hoge opkomsttijden in het noordelijk deel van de stad. De huidige inrichting van de brandweerzorg is dan ook niet langer passend. Vanwege de grootte van het stedelijk gebied en de verwachte verdere groei moet de gekazerneerde paraatheid (vaste bezetting op de brandweerpost) in dit gebied in stappen vergroot worden. Op basis van de vereiste opkomsttijden, de kans op gelijktijdigheid en de benodigde slagkracht is op termijn naar verwachting een paraatheidsmodel met twee beroepsposten (24/7) en één vrijwillige post nodig. Proef verbeteren dekking Amersfoort Voor een periode van twee jaar (oktober 2021 - oktober 2023) is de operationele sterkte voor de basisbrandweerzorg op post Amersfoort-Centrum en post Amersfoort-Noord op werkdagen tussen 8:00 en 17:00 uur uitgebreid van twee TS’en met zespersoonsbezetting (hierna te noemen TS6) naar één TS met zespersoonsbezetting en twee TS’en met vierpersoonsbezetting (hierna te noemen TS4). Vanuit post Amersfoort-Noord werd uitgerukt door een beroepsploeg in een TS4.

Met het plaatsen van een dagdienst op post Amersfoort-Noord zijn de opkomsttijden van de eerste eenheid (TS4) in het noordelijk deel van de stad sterk verbeterd. Belangrijk gegeven hierbij: met een TS4 voldoen we nog niet aan het beoordelingskader GGO, omdat binnen dat beoordelingskader gerekend wordt met de opkomst van een TS6. Daarentegen is gebleken dat een TS4 bij veel incidenten al een effectieve inzet kan leveren. Het werken met een dagdienst op post Amersfoort-Noord willen we in de eerste fase dan ook continueren. Volgende stappen Het eindplaatje van twee beroepsposten en een vrijwillige post kan niet in één keer bereikt worden.

15

In de fases 2 en 3 groeien we in stappen door naar de uiteindelijke bezetting. Wanneer die stappen gezet kunnen worden, hangt af van de ontwikkelingen op het gebied van de nieuwe huisvesting van de brandweerposten in Amersfoort. Er moet een nieuwe post Noord komen die o.a. geschikt is voor kazernering van beroepskrachten. Het idee is de oude post Noord te behouden voor vrijwilligers. Dit alles uiteraard naast de beroepsbezette kazerne in het centrum. Om te kunnen voldoen aan de eisen op het gebied van opkomsttijden, slagkracht en gelijktijdigheid moeten we van TS4 naar TS6 in Amersfoort-Noord gaan. Ook in de systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden gaan we uit van een TS6 bezetting. Verdere ontwikkelingen die nodig zijn voor de brandweerzorg in de stad Amersfoort zijn onderdeel van integrale afwegingen in het kader van het nieuwe dekkingsplan van de VRU, dat in de komende beleidsperiode (20242027) wordt opgesteld. De proefperiode heeft de VRU incidenteel uit de ontwikkel- en egalisatiereserve bekostigd. De structurele inbedding van de bezetting in Amersfoort-Noord (fase 1, uitbreiding met 7 fte) leidt tot een structurele verhoging van de kosten voor de basisbrandweerzorg (gemeentelijk basistakenpakket) met 530K per jaar. Dit zijn kosten voor salarissen, vakbekwaamheid, persoonlijke beschermingsmiddelen en ondersteunende (personeels)kosten.

De basisbrandweerzorg is regionaal georganiseerd. De kosten daarvoor worden collectief betaald, op basis van solidariteit, vanuit het gemeentelijk basistakenpakket. Dit betekent dat alle gemeenten naar rato bijdragen. Het uitbreiden van de basisbrandweerzorg is noodzakelijk door de groei van de stad. Dit betreft een exogene ontwikkeling die al is verwerkt in de uitkering die de gemeenten ontvangen via het gemeentefonds. Voor de realisatie van fase 2 en 3 is op een gegeven moment nog een aanvullend structureel budget nodig van circa € 2,6 miljoen. Wanneer fase 2 en 3 gerealiseerd worden is nog onduidelijk. Dit hangt mede af van de verplaatsing van de huidige posten. In tabel 8 is het financiële effect van fase 1 opgenomen. Tabel 8: effect fase 1 ontwikkeling brandweerzorg Amersfoort op gemeentelijke bijdrage GBTP Bedragen x € 1.000

Paraatheid brandweer Amersfoort Personele kosten (dagdienst 7 fte) Ondersteunende kosten (opleiding/ uniformen e.d.) Subtotaal mutatie bijdrage GBTP 2024a Dekking uit ontwikkel- en egalisatiereserve Subtotaal mutatie bijdrage GBTP 2025 Totaal mutatie bijdrage GBTP

Structureel 2024a

Incidenteel 2024a

Totaal 2024a

Structureel 2025

Incidenteel 2025

Totaal 2025

474 29 504

-

474 29 504

500 30 530

-

500 30 530

-

-504 -504

-504 -504

-

-

-

504

-504

-

530

-

530

16

2.2.2 Versterking crisisbeheersing De aard van crisisbeheersing verandert. Er is sprake van nieuwe typen en/of langdurige crises en het landschap van crisisbeheersing is in beweging. Versterking van de crisisorganisatie is daarom nodig, om blijvend invulling te geven aan de missie van de VRU. Aansluitend op landelijke kaders luidt deze misse als volgt. We voorkomen, voorzien en minimaliseren de effecten van crises en versterken de weerbaarheid van de samenleving. Tot nu toe De ontwikkeling van crisisbeheersing is binnen de VRU al langer een thema: ▪ Op basis van het beleidsplan VRU 2020-2023 hebben we in 2021 het initiatief genomen om de crisisorganisatie te versterken. Het algemeen bestuur ging op 7 november 2022 akkoord met de gekozen richting. ▪ Eind 2022 heeft het Rijk via de Brede doeluitkering rampenbestrijding (BDuR) extra gelden in het vooruitzicht gesteld, bedoeld voor de versterking van crisisbeheersing en informatievoorziening. ▪ Versterking Crisisbeheersing is één van de vier thema’s in de bestuursagenda 2024-2027 die op 3 juli 2023 door het algemeen bestuur is vastgesteld. ▪ Het is onderdeel in het regionaal crisisplan 2024 -2027, ook vastgesteld door het algemeen bestuur op 3 juli 2023. Programma Met een programma Versterking Crisisbeheersing geven wij verder uitvoering aan de versterking van crisisbeheersing.

Vanuit dit programma bereiden we voorstellen voor, met een bijbehorend financieel perspectief. Daarbij wordt in samenhang gewerkt aan de volgende pijlers: 1. Crisismanagement 2. Informatiemanagement 3. Netwerkmanagement 4. Communicatiemanagement Hierbij hebben we oog voor de relaties met domeinen zoals bevolkingszorg, vakbekwaamheid en GHOR. Financiering Vanuit het Rijk zijn structurele extra middelen toegekend. Een deel van het geld wordt landelijk ingezet en een deel wordt via de BDuR rechtstreeks toegekend aan de veiligheidsregio’s. Vooralsnog kan de VRU vanaf 2023 oplopend rekenen op een extra bijdrage van € 1,85 miljoen tot uiteindelijk € 3,34 miljoen euro structureel. Deze middelen zijn geoormerkt, dat wil zeggen dat we deze specifiek zijn toegekend voor versterking van de crisisbeheersing. De verhogingen worden per jaar toegekend. De versterking van de crisisbeheersing wordt gefinancierd vanuit deze BDuR-

17

gelden. De toekenning van de extra rijksbijdrage is taakgebonden en heeft daarmee geen effect op de hoogte van de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP). Vervolg Met het bestuur is afgesproken dat de gelden in 2023 uitsluitend incidenteel worden ingezet voor projecten en activiteiten gericht op versterking van de functie van crisisbeheersing. Dit hebben we vastgelegd in de gewijzigde begroting 2023 en hier ook op die manier uitvoering aan gegeven. Voor 2024 en volgende jaren is aangekondigd dat de extra gelden structureel worden ingezet. In de begroting van 2024 staat dat het bestuur bij de afweging daarvan zal worden betrokken. Huidige inzichten maken dat ook in 2024 nog een deel van de middelen incidenteel wordt ingezet, aangezien we - zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau - meer tijd willen nemen voor afstemming en het creëren van draagvlak. Onder andere de themasessie van het algemeen bestuur van 6 november 2023 wordt benut om de eerste ideeën hierover te presenteren. We zullen daarom bij het vaststellen van de geactualiseerde begroting 2024 en begroting 2025 in het voorjaar van 2024 concrete voorstellen voor structurele besteding aan het algemeen bestuur voorleggen. Wat gaan we concreet doen met deze extra gelden? Alles begint met een goede informatiepositie.

Deze verkrijgen we door openbare informatie en data te koppelen aan informatie en data onszelf en van onze partners. Hieruit ontstaat een veiligheidsbeeld dat we als organisatie 24/7 volgen. Wanneer in dit veiligheidsbeeld de eerste signalen opkomen die wijzen op een potentiële opkomende crisis, is er ook 24/7 inzet beschikbaar in de vorm van een Operationeel Kernteam (OKT). In overleg met de Regionaal Operationeel Leider (Operationeel leider uit de huidige piketorganisatie) wordt bekeken wat er in deze fase van de (opkomende) crisis gedaan kan worden (door het OKT of door anderen), wie betrokken moet worden en of er al dan niet opgeschaald moet worden. Dit vroegtijdig activeren van een operationeel kernteam maakt proactieve risicocommunicatie mogelijk inclusief de voorbereiding van crisiscommunicatie door en met de juiste betrokken gemeenten en partijen. Samen met gemeenten en partners wordt een inzet gepleegd op het weerbaar worden van inwoners, bedrijven en instituties. Het team spreekt in elke kolom eenduidige taal en werkt met een vastgestelde systematiek wat de samenwerking verstevigt. Het team is niet alleen actief op dreigende crises, maar zet zich tevens in voor sluimerende crises, voorzienbare inzetten en een goede voorbereiding op (grote) evenementen zoals de Giro, de Tour, de Passion en de feestelijkheden rond oud en nieuw.

Op termijn kijkt de organisatie naar aanvullende inzet op flitscrises, zodat het OKT in de definitieve fase op alle soorten crises ingezet kan worden. Fase 1: geplande crises (grote evenementen) Fase 2: dreigende inzet en sluimerende crises Op termijn: flitscrises

18

Zoals eerder gezegd, wat je vaker doet, doe je vaker goed. Om die reden komt de nadruk in het OKT-P te liggen op de zogenaamde warme taken. Crisisbeheersing moet in onze organisatie een vak worden waar je tijd aan kunt besteden. Voor de medewerkers in het OKT-P geldt dan ook dat gemiddeld 25% van hun werktijd wordt vrijgemaakt voor 3 hoofdtaken: -

werken aan de eigen vakbekwaamheid (trainen en oefenen, uitvoeren en bespreken evaluaties en relevante webinars); beschikbaar zijn voor oefeningen met gemeenten of partners; inzet bij daadwerkelijke of sluimerende dreigingen en crises. Voor de overige 75% voeren de betrokken medewerkers reguliere taken uit, die veelal in het verlengde zullen liggen van hun warme taken. Om de benodigde robuustheid te realiseren (24/7 beschikbaarheid, en mogelijkheid voor vervanging bij een langdurige inzet) voorzien wij in de eindfase dat er per kernfunctie in het OKT 5 medewerkers beschikbaar zijn, die ieder wekelijks 25% van hun tijd beschikbaar zijn voor bovenstaande taken. Daarnaast zijn 4 kolomvertegenwoordigers beschikbaar die de verbinding met de desbetreffende kolom borgen. Ondersteuning OKT-P ook stevig organiseren We ondersteunenen het OKT-P zowel met techniek als mensen. Hierbij kan gedacht worden aan het versterken van informatiemanagement. Om een slag te maken met het 24/7 veiligheidsbeeld zijn o.a. meerdere dashboards nodig en dus ontwikkelaars. Daarnaast is het versterken van netwerkmanagement relevant. Om een goed beeld te hebben van alle contacten met

19

netwerkpartners is het belangrijk om een extra netwerkfunctionaris aan te nemen die de contacten met de crisispartners goed onderhoudt. Inzet BDuR-gelden versterkt de hele regio Versterken OTO6 voor gemeenten en partners Het OKT-P staat, zoals we hiervoor al geschetst hebben, ook ten dienste van gemeenten en partners. Het OKT-P is beschikbaar voor advisering en ondersteuning. Daarnaast geeft de tijd die de medewerkers hebben voor taken, een impuls aan het vakbekwaam worden en blijven van gemeenten en partners. We nemen budget op voor het versterken van het OTO-programma om zo meer en beter te trainen met gemeenten en partners in het algemeen en de communicatiefunctie in het bijzonder. Versterken (risico- en crisis)communicatie & bevolkingszorg Met het oog op het vergroten van de weerbaarheid van onze regio, gaan we de communicatiefunctie versterken waarmee een impuls kan worden gegeven aan risico- en crisiscommunicatie. Op dit moment vindt onder regie van de Coördinerend Functionaris (CoFu) de doorontwikkeling van de bevolkingszorg plaats. Om dat proces beter te ondersteunen stellen we voor om hiervoor extra capaciteit beschikbaar te stellen. Onverwachte (langdurige) crises opvangen in eigen begroting VRU In de afgelopen jaren heeft de VRU bijna non-stop een ROT-langdurig aan het werk gehad.

Dat begon met COVID-19, en recent is de opdracht voor opvang van Oekraïense ontheemden overgedragen naar de Provinciale Regietafel. De kosten die deze langdurige inzetten met zich meebracht, konden gedeclareerd worden bij het ministerie. Voor volgende langdurige inzetten, zal dit met het beschikbaar komen van deze geoormerkte BDuR-gelden, niet meer het geval zijn. Binnen de financiële middelen houden wij hiervoor 200.000 euro structureel beschikbaar (voor 2024 gaat het om 100.000 euro). Dit bedrag kan worden ingezet bij onverwachte crises om snel, slagvaardig en langdurig te kunnen acteren. Als dit geld niet voor dit doel ingezet hoeft te worden, maken we in overleg met gemeenten en partners een incidenteel bestedingsplan om (in het volgende jaar) onderdelen van de crisisstructuur te versterken. Vervolg In 2023 hebben we, zoals afgesproken met het bestuur, de gelden uitsluitend incidenteel ingezet voor projecten en activiteiten gericht op versterking van de functie van crisisbeheersing. Vanaf medio 2024 willen we de gelden structureel gaan inzetten, voor bovenstaande versterking. In aanloop daar naartoe, willen we in 2024 nog een deel van de middelen incidenteel inzetten, aangezien we - zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau - meer tijd willen nemen voor afstemming en het creëren van draagvlak.

Zo hebben wij het bestuur in november 2023 meegenomen in de denkrichting en hebben we partners en gemeentelijke ambtenaren uitgebreid de mogelijkheid gegeven om mee te denken in deze denkrichtingen. In tabel 9 is de opbouw en inzet van de toegekende middelen voor versterking crisisbeheersing weergegeven.

6

OTO = Opleiden, trainen en oefenen. Ofwel: vakbekwaam worden en blijven.

20

Tabel 9: Toegekende middelen voor versterking crisisbeheersing Bedragen x € 1.000

Mutaties beleidsontwikkelingen Eindbeeld 2023 2024 structureel

Versterking crisisbeheersing Incidentele inzet projecten en activiteiten versterking crisisbeheersing Structurele inzet versterking crisisbeheersing Totaal inzet middelen versterking crisisbeheersing

1.850 1.850

1.452 844 2.296

3.339 3.339

Rijksbijdrage BDuR versterking crisisbeheersing 2023 Rijksbijdrage BDuR versterking crisisbeheersing 2024 Rijksbijdrage BDuR versterking crisisbeheersing 2025-2028 Totaal Rijksbijdrage BDuR versterking crisisbeheersing

-1.850

-1.850 -446

-1.850

-2.296

-1.850 -446 -1.043 -3.339

-

-

-

Totaal mutatie bijdrage GBTP

2.2.3

Samenvatting effect mutaties beleidsontwikkelingen

Tabel 10: Effect mutaties beleidsontwikkelingen op bijdrage GBTP Bedragen x € 1.000

Samenvatting Beleidsontwikkelingen Brandweerzorg Amersfoort Incidentele dekking brandweerzorg Amersfoort Versterking crisisbeheersing Rijksbijdrage versterking crisisbeheersing Totaal mutatie bijdrage GBTP

Financieel effect GBTP Actualisatie Begroting Eindbeeld 2024 2025 structureel

504 -504 2.296 -2.296

530 2.296 -2.296

3.339 -3.339

-

530

530

530

21

2.3

Effect mutaties financieel kader en beleidsontwikkelingen op bijdrage GBTP

Tabel 11: Effect mutaties financieel kader en beleidsontwikkelingen op bijdrage GBTP Bedragen x € 1.000

Mutatie bijdrage GBTP

Financieel effect GBTP Actualisatie Begroting Structureel 2024 2025 vanaf 2025

Mutatie financieel kader Mutatie beleidsontwikkelingen

2.579 -

7.337 530

7.337 530

Totaal mutatie bijdrage GBTP

2.579

7.867

7.867

Tabel 12: Bijstelling bijdrage GBTP ten opzichte van begroting VRU 2024 en kaders 2025/2024a Bedragen x € 1.000

Mutatie bijdrage GBTP Bijdrage GBTP begroting VRU 2024 (vastgesteld) Mutatie financieel kader Mutatie beleidsontwikkelingen Bijdrage GBTP kaders begroting 2025/2024a Mutaties na vaststelling kaders begroting 2025/2024a Subtotaal mutaties begroting Bijdrage GBTP begroting

Financieel effect GBTP Actualisatie Begroting Structureel 2024 2025 vanaf 2025 97.347 2.579 99.926

97.347 7.337 530 105.214

-

-

97.347 7.337 530 105.214 -

99.926

105.214

105.214

22

2.4

Gemeentelijke bijdrage gezamenlijke basistakenpakket

In tabel 13 staan de nummers van de paragrafen weergegeven waarin de inhoudelijke onderbouwing van de financiële mutaties is opgenomen. Tabel 13: Gemeentelijke bijdrage gezamenlijke basistakenpakket (GBTP) 2024 en 2025 per gemeente Gemeente

Bijdrage GBTP Bijstelling begroting ijkpuntscores VRU 2024 gemeentefonds (§ 2.1.1)

Stelpost loonaanpassing 2024a (§ 2.1.2)

Prijsaanpassing 2024a (§ 2.1.3)

Prijs- Ontwikkeling bijstelling brandweerBDuR zorg A'foort 2024a 2024a (§ 2.1.5) (§ 2.2.1)

Incidentele Bijdrage GBTP Bijstelling dekking begroting compensatieA'foort VRU mechanisme 2024a 2024a (§ 2.2.1) (§ 2.1.1)

Stelpost loonaanpassing 2025 (§ 2.1.2)

Prijsaanpassing 2025 (§ 2.1.3)

Prijs- Ontwikkeling Bijdrage GBTP bijstelling brandweerbegroting BDuR zorg A'foort VRU 2025 2025 2025 (§ 2.1.5) (§ 2.2.1)

Amersfoort Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten IJsselstein Leusden Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Woudenberg Zeist

10.956 1.863 1.079 1.285 3.179 3.081 660 2.739 1.964 1.937 916 924 4.084 685 386 1.332 3.169 4.595 30.750 3.691 3.610 3.822 1.692 3.495 829 4.624

-4 -24 9 2 -39 -12 -4 2 -25 8 -6 -10 4 -4 -2 -11 -35 -36 294 -39 -18 15 -24 -29 16 -27

210 34 20 24 56 55 12 58 40 37 16 16 81 12 7 24 58 81 586 64 84 67 29 64 15 86

154 25 15 17 41 41 9 43 29 27 12 12 60 9 5 18 43 60 431 47 62 50 22 47 11 63

-70 -11 -7 -8 -19 -18 -4 -19 -13 -12 -5 -5 -27 -4 -2 -8 -19 -27 -195 -21 -28 -22 -10 -21 -5 -29

57 9 5 7 15 15 3 16 11 10 4 4 22 3 2 7 16 22 161 18 23 18 8 18 4 24

-57 -9 -5 -7 -15 -15 -3 -16 -11 -10 -4 -4 -22 -3 -2 -7 -16 -22 -161 -18 -23 -18 -8 -18 -4 -24

11.246 1.888 1.115 1.321 3.218 3.146 672 2.823 1.995 1.997 932 937 4.203 698 393 1.355 3.215 4.673 31.866 3.742 3.710 3.932 1.709 3.556 866 4.717

158 -7 -8 -6 -31 -28 -7 18 -1 -14 -12 118 -8 -6 -5 -12 -49 -49 46 -52 -21 -10 -8 -9

465 76 44 53 125 123 26 129 89 81 35 36 181 27 15 54 129 181 1.301 142 186 150 65 143 34 191

103 17 10 12 28 27 6 29 20 18 8 8 40 6 3 12 29 40 289 32 41 33 14 32 7 42

-26 -4 -2 -3 -7 -7 -1 -7 -5 -4 -2 -2 -10 -1 -1 -3 -7 -10 -72 -8 -10 -8 -4 -8 -2 -11

60 10 6 7 16 16 3 17 12 11 5 5 23 3 2 7 17 23 169 19 24 19 8 19 4 25

12.008 1.978 1.164 1.384 3.350 3.278 699 2.990 2.128 2.102 963 971 4.555 726 406 1.421 3.370 4.858 33.553 3.877 3.998 4.074 1.773 3.732 902 4.955

Totaal

97.347

-

1.838

1.352

-611

504

-504

99.926

-

4.078

905

-225

530

105.214

23

2.5

Vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket 7

Tabel 14 Vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) personeel en materieel 2024 en 2025 Bedragen x € 1.000

Vergoeding IGPP begroting 2024

Mutatie TUO incl. loon- & prijsaanpassing 2024

Vergoeding IGPP geactualiseerde begroting 2024

Mutatie TUO incl. loon- & prijsaanpassing 2025

Vergoeding IGPP begroting 2025

Amersfoort Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten IJsselstein Leusden Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Woudenberg Zeist

507 27 21 33 63 17 21 85 1.091 104 72 166 10 155 1.078

-52 5 2 -14 0 1 85 2 -22 -126 1 3 1 0 42 -721

455 31

357

11 1 1 1 -1 0 31 1 2 -397 1 -5 1 1 5 9

466 32 24 20 63 18 116 24 66 567 105 70 168 11 202 366

Totaal

3.448

-792

2.656

-338

2.318

Gemeente

23

19 64 17 85

23

63 964 105 75 167 11 197

7 De vergoeding voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) kan gedurende het begrotingsjaar nog wijzigen als gevolg van tussentijdse

wijzigingen in de taakuitvoeringsovereenkomst en afspraken over beheerpakketten repressieve huisvesting.

24

3 Beleidsbegroting- programmaplan 3.1

Brandweer- Toekomstbestendige brandweerzorg

3.1.1 Waar gaan we voor? Binnen de Veiligheidsregio Utrecht is sprake van een fijnmazigheid van brandweerposten. Die kazernedichtheid koesteren we en hebben we nodig om de brandweerzorg te kunnen leveren. Maar de omgeving verandert. Nieuwe technologieën en maatschappelijke ontwikkelingen brengen zowel nieuwe risico’s als nieuwe mogelijkheden voor de brandweer. De uitdaging is om de samenleving veilig en veerkrachtig te houden, met een brandweerorganisatie die paraat, vakbekwaam en toekomstbestendig is. Brandweerzorg is mensenwerk. Het vinden van de juiste mensen is nu soms al lastig, en de verwachting is dat dit alleen maar moeilijker wordt. Het is van belang om een aantrekkelijke werkgever te zijn en te blijven. Bij alles wat nu en de komende jaren ontwikkeld wordt, moet rekening gehouden worden met die schaarste. Daarom is het nodig te investeren in technologische ontwikkelingen. Nu investeren in innovaties, om voorbereid te zijn op de toekomst. Niet alleen de brandweer staat voor uitdagingen zoals schaarste van personeel. Daarom liggen er kansen bij het verkennen van slimme samenwerkingen met andere hulpdiensten en partners in de regio. Ook investeren wij in de jeugdbrandweer als kweekvijver. In de huidige situatie wordt op een aantal posten gebruik gemaakt van roosters, piketten en kazernering van vrijwilligers.

Op basis van Europese wetgeving is dit in de toekomst waarschijnlijk niet meer mogelijk. Vrijwilligers moeten volgens deze wetgeving te allen tijde nee kunnen zeggen. Dit betekent dat met vrijwilligers uitsluitend op basis van ‘vrije instroom’ gewerkt kan worden en dat op sommige plekken wellicht extra beroepspersoneel nodig is. Investeren in vakbekwaamheid is nodig om geprepareerd te zijn op nieuwe risico’s die op ons afkomen door onder andere energietransitie en klimaatverandering. De woningbrand blijft, maar het blussen van een elektrische auto of buurtbatterij is erbij gekomen. De VRU wil toonaangevend en aantrekkelijk zijn in vakbekwaamheid; er moet aandacht zijn voor het vinden, binden en boeien van onze vrijwilligers. 3.1.2 Wat gaan we doen om daar te komen? Paraatheid Het huidige model van brandweerzorg, ingevuld met beroeps en vrijwilligers, is voor de paraatheid in de avond, nacht en weekend nog steeds passend voor het grootste deel van de posten. Voor de paraatheid overdag zien we dat het steeds meer gaat knellen. Dit vraagt dus om aanpassingen en ingrepen om ook overdag brandweerzorg te kunnen blijven leveren. Technische voorzieningen gaan ons helpen om tijdig inzicht te krijgen of een post paraat is. Daarnaast moet er nagedacht worden over nieuwe paraatheidsmodellen en aanstellingsvormen om te voldoen aan de wettelijke opkomsttijden en Europese wetgeving.

25

Om hier invulling aan te geven stellen wij een nieuw dekkingsplan op, conform de nieuwe landelijke systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden (GGO). Daarbij wordt ook rekening gehouden met de bouwopgave, de groei van het aantal inwoners en de mogelijke gevolgen van de uitbreiding van het aantal 30 km/uur gebieden en autoluwe wijken. Wij streven ernaar dat dit nieuwe dekkingsplan eind 2025 gereed en bestuurlijk vastgesteld is. Andere activiteiten die wij in 2024 en 2025 uitvoeren in het kader van paraatheid, zijn onder andere: - Het doorontwikkelen van de geharmoniseerde roosters. - De implementatie van Uitruk op maat, waarbij posten de mogelijkheid krijgen om met vier in plaats van zes personen uit te rukken. - Het actualiseren van de systematiek van inzet van brandweereenheden (inzetbepaling Brandweereenheden). - Structureel verbeteren van de dekking in Amersfoort op basis van de uitgevoerde proef. - Het vervangen van de operationele informatievoorziening. - De implementatie van de tweewegpagers. Meldkamer De meldkamers van de veiligheidsregio’s Utrecht, Gooi en Vechtstreek en Flevoland gaan samenwerken op één locatie in Hilversum. Deze nieuwe meldkamer Midden-Nederland wordt operationeel in het voorjaar van 2025.

Tot die tijd worden alle meldkamerprocedures zoveel mogelijk geharmoniseerd en de bestaande locaties aangesloten op de landelijke IV- en ICTmeldkamerinfrastructuur om de continuïteit van de meldkamers te verbeteren en de 24/7 beschikbaarheid te kunnen waarborgen. Innovatie Door ons te richten op innovatie, investeren we in het ambacht brandweer. De veiligheid van het werk wordt daarmee vergroot en er wordt ingezet op aantrekkelijk werkgeverschap. Naast de schaarste van personeel hebben we te maken met nieuwe risico’s zoals beschreven in ons risicoprofiel. We willen daarom investeren in innovatie (waaronder robotica) om de brandweerzorg te ondersteunen en effectiever en veiliger te maken. Nieuwe risico’s zoals klimaatverandering en energietransitie vragen ook iets anders van ons en we moeten zorgen dat onze medewerkers hiervoor beschikken over de juiste kennis en het juiste materieel. Voorbeelden van activiteiten waar wij in 2024 en 2025 aan werken, zijn: - Het uitvoeren van een proefperiode van 2 jaar voor het gebruik van een onderwaterdrone bij waterongevallen. - De inzet van kleine drones in de beginfase van de bestrijding van incidenten. - Het inrichten van een ruimte voor virtual reality trainingen in Veenendaal. Ook onze werkprocessen kunnen we verbeteren door nieuwe technische mogelijkheden.

Met name informatiegestuurd werken zal een belangrijke verandering gaan betekenen. Denk hierbij aan het versterken van de informatiepositie van de meldkamer(processen), de initiële opschaling en de informatievoorziening van alle operationele functionarissen en teams.

26

Een aantal lopende innovaties kunnen wij nog incidenteel dekken, maar voor een toekomstbestendige brandweerzorg is een structureel budget voor innovatieve ontwikkelingen nodig. Bij de uitwerking van de toekomstscenario’s zal dit worden meegenomen. Natuurbrandbeheersing Door de klimaatverandering krijgen we vaker te maken met omstandigheden waarin onbeheersbare natuurbranden kunnen voorkomen, zo ook op de Utrechtse Heuvelrug. Dit heeft mogelijk grote maatschappelijke ontwrichting tot gevolg. De huidige aanpak van het natuurbrandrisico in Nederland is onvoldoende toekomstbestendig. De VRU werkt mee in een landelijke taskforce natuurbrand die een toekomstvisie ontwikkelt op natuurbrandbeheersing, op drie thema’s: - proactie / preventie - slimme repressie en slagkracht - onderzoek en kennisontwikkeling Met de negen betrokken gemeenten overlegt de VRU over prioritering en (her)inrichting van het gebied. Dit leidt tot een actieplan met in elk geval de volgende onderdelen: - Advies over meer preventieve maatregelen en de waar nodig wettelijke verankering. - Advies over hoe bij te dragen aan veerkracht op dit gebied in de samenleving. - Advies over passende repressieve slagkracht voor onze regio en bovenregionaal optreden. Op het gebied van repressieve slagkracht voorzien wij dat een uitbreiding nodig is van het materieel voor natuurbrandbestrijding.

Een voor de hand liggende optie is het uitbreiden van het aantal specialistische voertuigen om tot een passende slagkracht te komen die aansluit bij de toegenomen risico’s in ons verzorgingsgebied. Hier moet nog nader onderzoek naar gedaan worden. Een apart voorstel wordt in 2024 aan het bestuur voorgelegd. Vakbekwaamheid Het brandweervak wordt steeds veelzijdiger. Incidenten worden complexer en risico’s nemen toe. In de provincie Utrecht zien we bijvoorbeeld een groeiend aantal initiatieven op het gebied van duurzame energie, zoals zonneparken, windmolenparken en waterstofproductie-installaties. Hoewel dit positieve stappen zijn naar een duurzame toekomst, brengen ze ook nieuwe veiligheidsrisico's met zich mee. Veilig werken zit in ons DNA, maar blijft wel continu aandacht en scherpte vragen. We investeren in een doorontwikkeling van onze brandweerschool (vakbekwaam worden), zodat we onze mensen een goede basis meegeven voor het uitoefenen van het brandweervak. We verzorgen een robuust en gevarieerd oefenprogramma zodat we vakbekwaam blijven, steeds beter worden en onze medewerkers de taak veilig kunnen blijven uitvoeren. We blijven ons structureel inzetten om het veiligheidsbewustzijn bij onze repressieve medewerkers op een steeds hoger niveau te krijgen.

We zorgen ervoor dat de capaciteit en inrichting van de afdeling Vakbekwaamheid goed passend is bij de veranderende vraag. Het investeren in de vakbekwaamheid en veiligheid van onze brandweermensen draagt bij aan de toekomstbestendigheid van de brandweer, maar dit kan niet zonder meer binnen de bestaande

27

begroting worden opgevangen. In de komende periode onderzoeken wij welke structurele investeringen in de vakbekwaamheid van de brandweer nodig zijn en hoe dit past binnen de bestaande activiteiten en begroting. Op landelijk niveau stimuleren wij de externe waarde van brandweerdiploma’s en zijn we een belangrijke speler bij de doorontwikkeling van Vakbekwaamheid. Wij werken actief mee aan de verbetering van het brandweeronderwijsstelsel. Wij verkennen de mogelijkheden voor de doorontwikkeling van de brandweerschool en een eigentijds oefencentrum Midden Nederland. Onze brandweermensen Wij zijn trots op onze mensen. Wij investeren in het vinden, boeien en binden van brandweermensen. Daarbij hebben wij nadrukkelijk aandacht voor diversiteit op het gebied van leeftijd, gender, cultuur en opleidingsrichting voor een goede samenstelling van onze organisatie. Wij gaan de mogelijkheden verkennen van operationele samenwerking tussen politie, ambulancedienst en brandweer. Met deze vorm van samenwerking hopen wij gezamenlijk een oplossing te vinden voor de schaarste van personeel. Onder de huidige regelgeving volgt voor brandweermensen na twintig jaar hun tweede loopbaan. Dit houdt in dat wettelijk is vastgelegd dat repressieve medewerkers in een bezwarende functie hun bezwarende werk voor de duur van maximaal 20 jaar mogen uitoefenen. Daarna volgt hun ‘Tweede Loopbaan’.

Binnen het Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio’s (LOAV) zijn tijdelijke afspraken gemaakt over het te voeren tweede loopbaanbeleid. Het akkoord komt er op neer dat brandweermensen die 15 jaar in een repressieve functie werken nu al een verzoek kunnen doen om na 20 jaar werkzaam te blijven in een repressieve brandweerfunctie. De universiteit van Maastricht doet een vierjarig onderzoek naar de duurzame inzetbaarheid van mensen in een repressieve brandweerfunctie. Op basis van dit landelijk onderzoek wordt het huidige beleid wellicht heroverwogen. Wij dragen bij om te komen tot een landelijke oplossing. Wij vinden het van belang dat onze brandweermensen mensen gezond, goed en veilig hun pensioen bereiken en daarna ook nog een fijne tijd hebben. Daar zetten wij ons landelijk voor in.

28

3.1.3

Waarop sturen we?

Tabel 15 Productie-indicatoren Toekomstbestendige brandweerzorg Nr. Productie-indicatoren

5 6 7

Incidenten bestrijden Het totaal aantal incidenten Het totaal aantal incidenten voor brandbestrijding 2a. Het aantal incidenten voor gebouwbranden 2b. Het aantal incidenten voor overige branden 2c. Het aantal incidenten voor (on)echte of (on)terechte OMSmeldingen Het aantal incidenten voor hulpverlening 3a. Het aantal incidenten voor technische hulpverlening 3b. Het aantal incidenten voor hulpverleningen m.b.t. dieren 3c. Het aantal incidenten voor overige hulpverlening, waaronder assistentie politie en ambulance 3d. Het aantal incidenten voor AED-inzet Het aantal incidenten voor basishandelingen bij de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen Het aantal incidenten voor ondersteuning bij waterongevallen Het aantal geredde slachtoffers Het aantal inzetten voor en in buurregio’s

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/585/documents/18294