B5. 4d) AB20251120 Bijlage verordeningen en bevoegdheid.pdf
Tekst van het document
Bijlage d: Verordenende bevoegdheid Inleiding Op 10 juli 2025 heeft het AB besloten om een GR tekst te laten uitwerken om de governance van Ferm Werk te wijzigen per 2026, zodanig dat het AB uit Collegeleden bestaa en er een nieuwe raadsadviescommissie wordt ingesteld zodat de verbinding met de gemeenteraden verder wordt verbeterd. Het AB heeft daarbij aangegeven dat het besluit van een duidelijke motivatie is voorzien. Op 25 september 2025 heeft het AB besloten om niet akkoord te gaan met het huidige voorstel. Er is gevraagd om een toelichting op de verordenende bevoegdheid en de huidige verordeningen die momenteel van kracht zijn. Deze toelichting is aan het voorstel over de wijziging van de governance toegevoegd in deze separate bijlage.
Verordenende bevoegdheid De verordenende bevoegdheid is aan de GR overgedragen in artikel 5 lid 2: Artikel 5. Taken en bevoegdheden 2. De raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemers dragen hun bevoegdheden met betrekking tot de wetten en regelingen die behoren tot de basisdienstverlening volledig over aan de betreffende bestuursorganen van Ferm Werk. Ferm Werk zorgt daarbij voor afstemming met de deelnemers alvorens beleid vast te stellen. Alvorens gebruik te maken van zijn verordenende bevoegdheden stelt Ferm Werk de raden en colleges van de deelnemers in de gelegenheid om hun zienswijzen ten aanzien van het voorgenomen besluit kenbaar te maken tenzij het dagelijks bestuur oordeelt dat dit uitsluitend een wijziging van technische of redactionele aard betreft. Zowel in de WGR als in de GR Ferm Werk is de procedure en inspraak van de raad geregeld d.m.v. een zienswijzeprocedure. Tevens is vastgelegd in de WGR en de GR Ferm Werk dat het algemeen bestuur bevoegd is om verordeningen vast te stellen.
Verordeningen Ferm Werk kent momenteel 14 verordeningen. Deze verordeningen kennen vrijwel altijd een wettelijke noodzaak vanuit een van de wetten die aan Ferm werk zijn overgedragen. Het betreft de volgende verordeningen: Naam Verordening Verordening individuele studietoeslag Verordening declaratieregeling Financiële verordening Ferm Werk Verordening verrekening boete inburgering met de uitkering Gemeenschappelijke Regeling Ferm Werk, (nog niet vastgesteld door AB ná zienswijze) Re-integratieverordening Participatiewet Afstemmingsverordening Verordening individuele inkomenstoeslag Verordening handhaving Verordening tegenprestatie Verordening cliëntenparticipatie Archiefverordening Controleverordening Verordening inburgering Verordening loonkostensubsidie arbeidsbeperkte personen
Vaststelling 2020 2015 21-11-2024
10-7-2025 29-2-2024 29-2-2024 18-12-2014 18-12-2014 18-12-2014 18-12-2014 17-12-2020 1-2-2018 20-4-2023 18-12-2014
Ingang
1-1-2024
1-1-2024 1-1-2015 1-1-2015 1-1-2015 1-1-2015
1-1-2015
Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive
18-12-2014
1-1-2015
Een aantal verordeningen hangt samen met het GR-construct. Als zelfstandige entiteit dient de GR bijvoorbeeld een Financiële verordening te hebben. Daarnaast zijn de verordeningen het gevolg van een wettelijk kader dat nader ingevuld kan of moet worden.
Proces van opstellen of wijzigen De VNG stelt voor elke wettelijke verordening een basismodel op. Bij het opstellen of wijzigen van een verordening vertrekken we altijd vanuit het laatste VNG basismodel. Bij het opstellen of wijzigen van een verordening is vooral de uitvoerbaarheid en de uniformiteit van belang. De uniformiteit maakt het mogelijk om de uitvoering voor alle vier de gemeenten gelijk te houden. Ferm Werk houdt zich graag afzijdig van politieke afwegingen, maar politieke consensus en uitvoerbaarheid zijn essentieel voor Ferm Werk. Meestal zijn “kosten” een belangrijke politieke afweging, waarbij Ferm Werk de kosten zo goed mogelijk probeert in te schatten. Nieuw op te stellen of te wijzigen verordeningen worden eerst door Ferm Werk uitgewerkt en ambtelijk met de vier gemeenten besproken. Daarbij wordt de aanleiding, de wijziging en de consequentie (maatschappelijk en financieel) uiteengezet. Vervolgens zal het dagelijks bestuur de verordening opstellen en via het algemeen bestuur wordt deze gedeeld met de colleges en raden van de gemeenten. De raden kunnen dan hun zienswijzen uitbrengen. Hierna zal het algemeen bestuur, al dan niet na aanpassing van de verordening naar aanleiding van de zienswijzen, de verordening vaststellen. Na publicatie is de verordening dan van kracht.
De afgelopen 4 jaar zijn er diverse verordeningen gewijzigd, maar zijn er geen zienswijzen ingediend door een van de gemeenten. Ambtelijk is verkend of er in de verordeningen politieke verschillen zijn te verwachten. De algemene conclusie is dat dat niet het geval is.