CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

B4. Overzicht Was- wordt bij Afstemmingsverordening.pdf

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente OudewaterBij agendapunt: 14: Raadsvoorstel Zienswijze afstemmingsverordening Ferm Werk (124966)1.319 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht was- wordt Afstemmingsverordening 2015 GR Ferm Werk Artikel 7. Gedragingen Participatiewet Gedragingen van een belanghebbende waardoor een verplichting op grond van de artikelen 9 , van de Participatiewet niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: a. Eerste categorie: I. het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; b. Tweede categorie: I. het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet; II. het niet of onvoldoende verrichten van een door het Dagelijks Bestuur opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet; III. het niet verschijnen op een oproep voor een taaltoets als bedoeld in artikel 18b, lid 2 van de Participatiewet; IV. het niet verlenen van medewerking aan een oproep in verband met re-integratie wanneer hierdoor niet de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 17 eerste lid wordt geschonden. c. Derde categorie: voor zover de gedraging of verplichting niet is vermeld in artikel 18, vierde lid, Participatiewet: I.

het onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, van de Participatiewet, voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid, van de Participatiewet; II. het niet of onvoldoende meewerken aan het uitvoeren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet; III. het door een alleenstaande ouder uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, Participatiewet niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet; IV. het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen.

Artikel 7. Gedragingen Participatiewet Gedragingen van een belanghebbende waardoor een verplichting op grond van de artikelen 9 , van de Participatiewet niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: a. Eerste categorie: I. het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; II. het niet of onvoldoende nakomen van de medewerkingsplicht als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Participatiewet b. Tweede categorie: I. het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet; II. het niet of onvoldoende verrichten van een door het Dagelijks Bestuur opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet; III. het niet verschijnen op een oproep voor een taaltoets als bedoeld in artikel 18b, lid 2 van de Participatiewet; IV. het niet verlenen van medewerking aan een oproep in verband met re-integratie wanneer hierdoor niet de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 17 eerste lid wordt geschonden. c. Derde categorie: voor zover de gedraging of verplichting niet is vermeld in artikel 18, vierde lid, Participatiewet: I.

het onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, van de Participatiewet, voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid, van de Participatiewet; II. het niet of onvoldoende meewerken aan het uitvoeren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet; III. het door een alleenstaande ouder uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, Participatiewet niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet; IV. het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen.

Artikel 8. Gedragingen IOAW en IOAZ Gedragingen van een belanghebbende waardoor een verplichting op grond van de artikelen 37 en 38 van de IOAW of de artikelen 37 en 38 van de IOAZ niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: a. Eerste categorie het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; b. Tweede categorie: I. het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling; II. het niet of onvoldoende gebruik maken van een door Ferm Werk aangeboden voorziening die niet direct is gericht op werkaanvaarding; III. het niet of onvoldoende verrichten van een door het dagelijks bestuur opgedragen tegenprestatie als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f, IOAW of artikel 37, eerste lid, onderdeel f, IOAZ. c. Derde categorie: I. het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het dagelijks bestuur aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling; II.

het door een alleenstaande ouder uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen als bedoeld in artikel 37, eerste lid onderdeel e, IOAW/IOAZ niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht als bedoeld in artikel 38, eerste lid, IOAW of artikel 38, eerste lid, IOAZ; III. het door eigen toedoen geen betaalde arbeid verkrijgen. d. Vierde categorie: I. het nalaten om betaalde arbeid te aanvaarden; II. verlies van inkomen wegens beëindiging van een dienstbetrekking waaraan een dringende reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en waarbij aan de persoon ter zake een verwijt kan worden gemaakt; III. verlies van inkomen doordat een dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van een persoon zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd.

Artikel 8. Gedragingen IOAW en IOAZ Gedragingen van een belanghebbende waardoor een verplichting op grond van de artikelen 37 en 38 van de IOAW of de artikelen 37 en 38 van de IOAZ niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: a. Eerste categorie I. het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; II. het niet of onvoldoende nakomen van de medewerkingsplicht als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 13, tweede lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen b. Tweede categorie: III. het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling; IV. het niet of onvoldoende gebruik maken van een door Ferm Werk aangeboden voorziening die niet direct is gericht op werkaanvaarding; V. het niet of onvoldoende verrichten van een door het dagelijks bestuur opgedragen tegenprestatie als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f, IOAW of artikel 37, eerste lid, onderdeel f, IOAZ. c. Derde categorie: I. het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het dagelijks bestuur aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling; II.

het door een alleenstaande ouder uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen als bedoeld in artikel 37, eerste lid onderdeel e, IOAW/IOAZ niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht als bedoeld in artikel 38, eerste lid, IOAW of artikel 38, eerste lid, IOAZ; III. het door eigen toedoen geen betaalde arbeid verkrijgen. d. Vierde categorie: I. het nalaten om betaalde arbeid te aanvaarden; II. verlies van inkomen wegens beëindiging van een dienstbetrekking waaraan een dringende reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en waarbij aan de persoon ter zake een verwijt kan worden gemaakt; III. verlies van inkomen doordat een dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van een persoon zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/555/documents/17492