B4. Groeiplaatsonderzoek Donkere Gaard Oudewater (181472).pdf
Tekst van het document
RAPPORTAGE Groeiplaatsonderzoek winterlindes aan de Donkere Gracht te Oudewater
COLOFON Opdrachtgever: Gemeente Oudewater De heer D. Overbeek
Controle: De heer J.W. de Groot
Opdrachtnemer: Terra Nostra
Projectnummer: 1000000294
Boomtechnisch adviseur: De heer B.B.P van Duijnhoven BSc
Datum: 8 oktober 2024
INHOUDSOPGAVE
INLEIDING ........................................................................................................................................ 3 1.
INVENTARISATIE EN ONDERZOEK ..................................................................................... 4 1.1 1.2 1.3
SITUERING ............................................................................................................................. 4 OPBOUW KADEMUUR EN KADECONSTRUCTIE ............................................................................ 6 RESULTATEN GROEIPLAATSOMSTANDIGHEDEN ......................................................................... 8
2.
ANALYSE ............................................................................................................................. 10
3.
CONCLUSIE ......................................................................................................................... 11
LITERATUURLIJST ........................................................................................................................ 12 BIJLAGE 1: METHODE VAN ONDERZOEK .................................................................................. 13
2 Groeiplaatsonderzoek aan de Donkere Gaard te Oudewater
INLEIDING In opdracht van gemeente Oudewater, is door Terra Nostra op dinsdag 1 oktober een groeiplaatsonderzoek uitgevoerd aan de Donkere Gracht te Oudewater. Momenteel staan er nog 22 winterlindes in het projectgebied.
Aanleiding en doel De aanleiding voor het groeiplaatsonderzoek, is de herinrichting van de Donkere Graad te Oudewater. De opdrachtgever gaat hiervoor een herinrichting uitvoeren, namelijk het Masterplan Oudewater. Ter hoogte van de bomen is sprake van verhardingsopdruk. Aan de Donkere Gaard en Kromme Haven (verlenging van de Donkere Gracht) staan 32 bomen waarvoor in februari 2023 door Terra Nostra een Bomen Effect Analyse (kenmerk 401.5972) is opgeleverd. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat geen van de 32 winterlindes duurzaam te behouden is in relatie tot de voorgenomen renovatie/herinrichting. De gemeente is voornemens om binnen het plangebied nieuwe bomen aan te planten. Het groeiplaatsonderzoek heeft als doel om de groeiplaats voor de nieuw aan te planten bomen volledig in beeld te brengen. De groeiplaats heeft namelijk een aantal fysieke uitdagingen, waaronder de kademuur maar ook een betonnen plaatconstructie onder het maaiveld. Deze betonnen plaatconstructie in combinatie met een draagskelet is begin jaren ’80 aangelegd en dient als tegenwicht voor de kademuur. Naast het in beeld brengen van de groeiplaats worden adviezen en alternatieven aangedragen, dit in de vorm van technische oplossingen en realistische keuze van nieuw aan te planten boomgrootte.
Leeswijzer In hoofdstuk 1 is de conclusie en het advies beschreven. De inventarisatie en het onderzoek zijn te vinden in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 vindt u de analyse met onderbouwing van de conclusie. Als bijlage zijn een literatuurlijst, methode van onderzoek en aanvullende bijlagen toegevoegd.
Heeft u naar aanleiding van dit rapport nog vragen of opmerkingen? U kunt contact opnemen met Bart van Duijnhoven op telefoonnummer 0184 – 69 89 93 of per e-mail info@terranostra.nu.
3 Groeiplaatsonderzoek aan de Donkere Gaard te Oudewater
1
1. INVENTARISATIE EN ONDERZOEK
1.1
Situering
In het volledige projectgebied uit de vorige BEA (februari 2023, Terra Nostra) staan 32 winterlindes aan westzijde van de gracht (Lange Linschoten) gesitueerd. De Kromme Haven en Donkere Gaard vormen een belangrijk toegangslint tot het historisch centrum van Oudewater. De structuur waaraan de bomen staan, leidt vanaf het Marktplein uiteindelijk naar de 16de-eeuwse Waag, het stadhuis in Hollandse Renaissancestijl en uiteindelijk naar de 15de-eeuwse gotische Sint-Michaëlskerk. De gemeente heeft de kade gerenoveerd en gaat de openbare ruimte tussen kademuur en rooilijn van de woningen renoveren. De bestaande bomen staan in boomspiegels van maximaal 1,0 x 1,0 meter en worden ontsloten door verharding. De verharding is ingericht met oude gebakken klinkers. Aan de oostzijde bevindt zich de kademuur, welke op maaiveldhoogte een breedte van 60 cm heeft en direct aansluit op de boomspiegels. Volgens de informatie zijn de winterlindes ongeveer 40 jaar oud. De bomen hebben overwegend een sterk verminderde tot slechte conditie, zichtbaar aan de kroonregressie. Door de beperkte ruimte hebben boomwortels zich net onder het wegdek ontwikkeld, wat heeft geleid tot verhardingsopdruk.
1
32 Figuur 1: Overzichtskaart projectgebied Donkere Gaard te Oudewater, aangegeven met blauwe gestreepte lijn. (Bron: Gisib) Boomnummering ter oriëntatie (uit vorige BEA) en in de legenda de conditieklassen weergegeven. 4 Groeiplaatsonderzoek aan de Donkere Gaard te Oudewater
Foto 1 en 2: Beeldvorming van de groeiplaatsen van de winterlindes aan de Donkere Gaard te Oudewater.
5 Groeiplaatsonderzoek aan de Donkere Gaard te Oudewater
1.2
Opbouw kademuur en kadeconstructie
Om een volledig beeld van de situatie te verkrijgen is het van belang om de opbouw van de kademuur en kadeconstructie inzichtelijk te hebben. De gemeente heeft een bijlage toegestuurd (Bijlage 2 – Aanleg tekening Kademuur Donkere Gaard.pdf), waarin de originele constructie aangegeven is. Onderstaand staan enkele uitsneden van de oude kaart weergegeven.
Figuur 2: Uitsneden van het bovenaanzicht van de betonplaten (boven), bovenaanzicht van het skelet (midden) en dwarsdoorsnede van de constructie weergegeven.
De kademuurconstructie is als volgt opgebouwd. De kademuur heeft op maaiveldniveau een breedte van 60 cm, waarna deze onder maaiveld iets breder uitloopt, richting de 70 cm (vanaf waterlijn) breed. Op een diepte van 40 tot 45 cm beneden maaiveld bevinden zich de betonplaten (betonelementen), welke een lengte hebben van 220-225 cm. Onder de betonplaten bevindt zich de draagconstructie, 6 Groeiplaatsonderzoek aan de Donkere Gaard te Oudewater
als het ware het betonnen skelet. Onderstaand zijn gedeeltes van de betonplaten in relatie tot de groeiplaats in beeld gebracht.
Betonplaat
Foto 3-5: De ligging van betonplaat ten opzichte van de boom weergegeven met rode arcering.
De kademuur is medio 2023 vernieuwd, zichtbaar ook aan het contrast tussen de nieuwe en oude toegepaste stenen voor verharding. 7 Groeiplaatsonderzoek aan de Donkere Gaard te Oudewater
1.3
Resultaten groeiplaatsomstandigheden
Bodem en bewortelingsprofiel De opbouw van de bodem en beworteling is beoordeeld door middel van 6 proefsleuven. De profielsleuven zijn gericht gegraven om de potentiële groeiplaats in beeld te krijgen. Onderstaand is beeldmateriaal en zijn ook de resultaten beschreven.
Blauwe klei
Betonplaat Blauwe klei
Blauwe klei
Betonplaat
Verzadigde zone
Foto 6-8: Beeldvorming van de potentiële groeiplaats. Ter hoogte van de betonplaat is overwegend de zware, zuurstofarme, blauwe klei waargenomen. Daarna vanaf circa 70 à 80 cm de met vocht verzadigde bodem. 8 Groeiplaatsonderzoek aan de Donkere Gaard te Oudewater
Bodemonderzoek Locatie profielsleuf Profielsleuf 1Graafafstand 135 cm vanuit hart stam aan de zuidzijde van boomnummer 5 parallel aan kademuur (Kromme Haven)
Profielsleuf 2Graafafstand 80 tot 170 cm vanuit hart stam aan de zuidzijde van boomnummer 7 parallel aan de rijbaan
Profielsleuf 3Graafafstand 120 cm vanuit hart stam aan de oostzijde van boomnummer 12
Profielsleuf 4Graafafstand 80 cm vanuit hart stam aan de zuidzijde van boomnummer 12 – rand betonplaat
Profielsleuf 5Graafafstand 60 cm vanuit hart stam aan de westzijde van boomnummer 15 – rand betonplaat
Profielsleuf 6Graafafstand 110 cm vanuit hart stam aan de zuidzijde van boomnummer 20 – rand betonplaat
Diepte -mv 0-8 cm 8-60 cm
Bodemprofiel Klinker Bruin, humeus, geroerde lichte klei met veel puinresten Blauw, uiterst humusarm, anaerobe zware klei Verzadigde zonde Klinker Bruin, humusarm, geroerde lichte klei met veel puinresten
Bewortelingsprofiel Matige opdruk Zeer intensieve beworteling, wortels tot Ø 7 cm Zeer extensieve fijne beworteling Ø < 0,1 cm Geen Matige opdruk Zeer intensieve beworteling, wortels tot Ø 4 cm. De beworteling neemt sterk af in richting van de rijbaan
0-8 cm 8-45 cm
Klinker Bruin, humeus, geroerd, zavelhoudend zand
Opdruk licht Zeer intensieve beworteling, wortels tot Ø 3 cm
45 cm
Betonplaat
0-8 cm 8-60 cm
Klinker Bruin, humeus, geroerd, zavelhoudend zand Blauw, uiterst humusarm, anaerobe zware klei Verzadigde zonde Klinker Bruin, humeus, geroerd, zavelhoudend zand Blauw, uiterst humusarm, anaerobe zware klei Verzadigde zonde Klinker Geel, humusarm, puinhoudend, geroerd, zavelhoudend zand Blauw, uiterst humusarm, anaerobe zware klei Verzadigde zonde
60-70 cm > 70 cm 0-8 cm 8-50 cm
60-75 > 75 cm 0-8 cm 8-65 cm 65-75 > 75 cm 0-8 cm 8-50 cm 50-70 > 70 cm
Geen opdruk Zeer intensieve beworteling, wortels tot Ø 2 cm Zeer extensieve fijne beworteling Ø < 0,1 cm Geen opdruk Intensieve beworteling, wortels tot Ø 1 cm Zeer extensieve fijne beworteling Ø < 0,1 cm Geen opdruk Extensieve beworteling, wortels tot Ø 1 cm Geen beworteling
Tabel 1: Weergave van de bodemopbouw en bewortelingsprofiel per profielsleuf.
De bomen hebben meerdere obstakels binnen de groeiplaats, namelijk. • Aan waterzijde wordt de beworteling fysiek begrensd door de kademuur, onder maaiveldniveau neemt de breedte van de muur met 5 à 10 cm toe in de richting van de bomen; • Parallel aan de kademuur hebben de bomen de mogelijkheid om boven de betonplaten te wortelen, dit binnen een verticale ruimte van maximaal 35 cm. De diepte van de betonplaten variëren namelijk van circa 35 tot 45 cm minus maaiveld. In lengterichting hebben de bomen de mogelijkheid om tot aan de buurbomen te groeien; • Parallel aan de kademuur hebben de bomen niet de mogelijkheid om onder de betonplaten te wortelen, dit door een gebrek aan zuurstof en overmaat aan vocht. De bodem bestaat hier uit een blauwe, zware, vochtige tot verzadigde kleigrond; • Ter hoogte van de groeiplaats, waar geen fysiek obstakel in de vorm van een betonplaat aanwezig is, wordt de verticale bewortelingsdiepte geremd door de anaerobe zware kleigrond en begrensd door de verzadigde zone op circa 70 cm minus maaiveld; • In richting van de rijbaan is geen fysiek obstakel voor wortelontwikkeling aanwezig. Wel zorgt de bodemopbouw, ingericht als cunet, in combinatie met de rijbewegingen van (vracht)auto’s voor een sterke belemmering voor wortelontwikkeling. Vanuit hart stam gemeten is beworteling tot circa 1,4 meter in richting van de rijbaan vastgesteld.
Op basis van bovenstaande begrenzingen wordt het volume van de groeiplaats ingeschat op 4m3. 9 Groeiplaatsonderzoek aan de Donkere Gaard te Oudewater
2
2. ANALYSE
Groeiplaats en beworteling De groeiplaatsen van de winterlindes bevinden zich in de verharding, waarin deze zowel horizontaal als verticaal (fysieke) begrenzingen kent. Gebaseerd op de fysieke obstakels, bodemopbouw en het grondwaterpeil kan bij herplant van dezelfde boomstructuur per boom respectievelijk 4,0 m3 doorwortelbaar volume worden ingericht. Bovendien zijn de groeiplaatsomstandigheden, volledig omgeven door verharding, niet bevorderlijk voor gezonde groei. Factoren als het gas uitwisselend vermogen, waterhuishouding en voedingsrijkdom zijn in een opengrond situatie, waarbij de natuurlijke bladkringloop mogelijk is, per definitie beter. Het is vermoedelijk niet wenselijk de ruimte onder de betonplaten, middels aanpassingen in beluchting en groeimedium, te benutten. Dit omdat de functie van belang is, namelijk het stabiliseren van de kade, aanpassingen hieraan kunnen deze functie ondermijnen. Daarnaast is de effectieve winst in relatie tot de investeringen minimaal, dit als gevolg van een hoog grondwaterpeil. Waardoor de toe te passen verticale ruimte zeer beperkt is. Bij het herplanten van de boomstructuur is het van belang om de potentiële groeiplaats leidend te maken in de keuze voor de boomgrootte. Volgens het Rekenprogramma Boommonitor van het Norminstituut Bomen is de onderstaande doorwortelbare ruimte per boom vereist.
Berekening groeiplaats middels Rekenprogramma Boommonitor Boomgrootte en groeiwijze Groeiwijze = Regulier (duurzaam groeiend) Eindbeeld hoogte = 1e grootte (eindhoogte > 15 m) Eindbeeld breedte = Smalle kroon
Ambitieniveau Optimaal Redelijk
Marginaal
13,6 m3
10,9 m3
8,1 m3
Groeiwijze = Regulier (duurzaam groeiend) Eindbeeld hoogte = 2e grootte (eindhoogte 8 - 15 m) Eindbeeld breedte = Smalle kroon
10,4 m3
8,3 m3
6,2 m3
Groeiwijze = Regulier (duurzaam groeiend) Eindbeeld hoogte = 3e grootte (eindhoogte < 8 m) Eindbeeld breedte = Smalle kroon
7,5 m3
6,0 m3
4,5 m3
Groeiwijze = Regulier (duurzaam groeiend) Eindbeeld hoogte = Vormboom (eindhoogte 3 – 5 m) Eindbeeld breedte = Normale kroon
5,3 m3
4,2 m3
3,2 m3
Tabel 2: Berekening benodigd doorwortelbare ruimte per boom. Dit bij een omlooptijd van 40 jaar en onderstaande groeiplaatskenmerken: 1) Maaiveld bodemtype = Verharding (lichte belasting ‘voetpad’ | Bomenzand 3-5% org.) 2) Profieltype = Grondwater (direct contact GWST) 3) Doorwortelbare diepte = 0.60 m
Als we kijken naar het benodigd doorwortelbare ruimte per boom, dan geldt dat bomen van zowel 1e als 2e grootte met een smalle kroonvorm niet realistisch zijn om in deze situatie toe te passen. De zeer beperkte groeiruimte is met name geschikt voor vormbomen. Als alternatief zou ook de aanplant van een boom van de 3e grootte met een smalle kroon overwogen kunnen worden.
10 Groeiplaatsonderzoek aan de Donkere Gaard te Oudewater
3
3. CONCLUSIE
Op basis van het groeiplaatsonderzoek aan de Donkere Gracht te Oudewater is de potentiële groeiplaats voor aanplant van nieuwe bomen beoordeeld. Er kan geconcludeerd worden dat de huidige winterlinden in een zeer beperkte groeiplaats staan. Specifiek het regeneratieve vermogen van de linde, waarbij takken afsterven en daarna weer aangroeien, heeft ervoor gezorgd dat deze bomen kunnen overleven. Als de bomenstructuur 1 op 1 vervangen wordt, dan wordt geadviseerd om geen bomen van 1e of 2e grootte te herplanten. Om een redelijke groei over een periode van 40 jaar te bereiken, is het belangrijk om na te gaan of de toepassing van vormbomen in het ontwerp geschikt is. Denk hierbij aan leilinden, maar ook zuilvormers zijn hierbij een optie. Mocht er de wens zijn om wel de keuze te maken voor bomen van 1e of 2e grootte, dan gelden de volgende randvoorwaarden voor een nieuwe standplaats: • Aanplant in een open grond situatie. Door (grote) open boomspiegels te realiseren is er de mogelijkheid een vruchtbaar groeimedium toe te passen, tevens geldt dat de omstandigheden voor wortelgroei en wortelontwikkeling gunstiger zijn; • Het doorwortelbaar volume afstemmen op de boomgrootte, boomvorm en gewenste omlooptijd. Voor bomen van 1e grootte en een smalle kroon is tenminste 11,0 m3 aan doorwortelbaar volume benodigd voor een redelijke groei te realiseren bij een omlooptijd van 40 jaar.
De toepassing van technische groeiplaatsinrichtingen zijn voor deze situatie niet effectief. In de BEA (kenmerk 401.5972) zijn daarvoor 3 varianten uitgewerkt. Het rendement van alle 3 de varianten is te bestempelen als minimaal. Dit is het gevolg van de beperkte verticale verwerkingsdiepte. Het rendement weegt niet op tegen de in verhouding hoge kosteninvestering.
11 Groeiplaatsonderzoek aan de Donkere Gaard te Oudewater
LITERATUURLIJST Boeken Berk, B. G. (2004). Van den Berk over Bomen. Sint-Oedenrode, Nederland: Boomkwekerij Gebr. Van den Berk B.V. Janssen, J. (2013, 5e druk). Stadsbomen Vademecum 4, Boomsoorten en gebruikswaarde. Arnhem, Nederland: IPC Groene Ruimte. Koning de, J., & Broek van den, J. (2009). Dendrologie van de lage landen. Zeist, Nederland: KNNV Uitgeverij. Kutschera, L., & Lichtenegger, E. (2002). Wurzelatlas, mitteleuropäischer Waldbäume und Sträucher. Graz, Oostenrijk: Leopold Stocker Verlag. Mattheck, C. (2007, 1st edition). Updated Field Guide for Visual Tree Assessment. Karlsruhe, Duitsland: Forschungszentrum Karlsruhe GmbH. Peter, G. (2008). Plant Roots, Growth, Activity and Interactions with Soils. Oxford, Engeland: Blackwell Publishing. Reinartz, H., & & Schlag, M. (1997). Integrierte Baumkontrolle. Berlin, Duitsland: Patzer Verlag. van Prooijen, G. (2006). Stadsbomen Vademecum 2A, Groeiplaatsaspecten. Arnhem, Nederland: IPC Groene Ruimte. van Prooijen, G. (2008). Stadsbomen Vademecum 3A, Boomcontrole en Onderzoek. Arnhem, Nederland: IPC Groene Ruimte.
12 Groeiplaatsonderzoek aan de Donkere Gaard te Oudewater
Bijlagen
BIJLAGE 1: METHODE VAN ONDERZOEK I
Opzet inventarisatie groeiplaatsomstandigheden
De kwaliteit van de ondergrondse standplaats is beoordeeld, waarbij de onderstaande factoren van belang zijn:
Bodemprofiel en beworteling Het bodem- en bewortelingsprofiel wordt beoordeeld door middel van het nemen van grondboringen en profielsleuven. Beworteling wordt beoordeeld op kwaliteit en kwantiteit. Kwalitatief goede wortels zijn te herkennen aan een witte kern en een slecht loslatende, vochtige bast.
Vochtgehalte De hoeveelheid voor de boom beschikbaar vocht in de bodem, is afhankelijk van het seizoen, weersinvloeden, bodemtype, bodemstructuur, grondwaterstand en ontwatering. Het vochtgehalte wordt gemeten met een vochtmeter, of gekwantificeerd aan de hand van visuele kenmerken.
Zuurstofgehalte in de bodemlucht Beworteling en het bodemleven hebben zuurstof nodig voor de ontwikkeling van het wortelgestel en opname van water en voedingselementen, zie tabel 4 op pagina 15. Hiervoor is het noodzakelijke dat er in de bodem zuurstof wordt aangevoerd en koolzuurgas wordt afgevoerd. Deze uitwisseling van bodemlucht met atmosferische lucht, vindt normaal gesproken plaats aan het oppervlak van de bodem. In het stedelijk groen is deze bodemlucht huishouding dikwijls verstoord. Enkele redenen voor een verstoring zijn: Verdichting, waardoor er te weinig lucht in de bodem aanwezig is. Verslemping van de bovenste laag, waardoor de uitwisseling van bodemgassen met atmosferische lucht wordt belemmerd. Grondophoging, waardoor de bodem wordt verdicht en de uitwisseling van bodemgassen wordt geremd door een langere transportafstand. Een zeer hoog vochtgehalte in de bodem, waardoor er teveel poriën zijn gevuld met water, zodat er weinig tot geen zuurstoftransport is. Bij een vermindering van de hoeveelheid zuurstof in de bodem, neemt de wortelgroei en opname van water en voedingselementen af. Dit is bovengronds zichtbaar in een verminderde tot zeer slechte groei, of afsterving van kroondelen. In een situatie met zuurstoftekort, schakelen wortels om naar een anaerobe omzetting van suikers om toch in hun energiebehoefte te voorzien.
Bij langdurige perioden met zuurstoftekort sterven ook grote wortels af, wat fataal is voor de gehele boom. In een zuurstofloze situatie kleuren wortels paars en/of is in het bodemprofiel een blauwe kleur te zien.
Bodemverdichting Bomen in het stedelijk groen hebben vrijwel allemaal met bodemverdichting te maken. Wanneer een bodem wordt verdicht, wordt deze in volume verminderd. Een duidelijk voorbeeld is het berijden van een gazon met te zwaar materieel, waardoor er sporen in het gazon ontstaan. Bodemverdichting gaat in de eerste plaats ten koste van de grote holten en poriën in de bodem. Dit levert direct beperkingen op voor de doorwortelbaarheid en de zuurstofhuishouding. Wortelgroei vindt plaats in de poriën tussen de vaste bodemdelen. Als er te weinig poriën zijn met een grootte van minimaal 0,2 millimeter, wordt wortelgroei onmogelijk. De wortelpuntjes kunnen in een verdichte bodem de gronddeeltjes niet of zeer slecht aan de kant duwen, zodat de ontwikkeling van het wortelgestel stagneert, evenals de ontwikkeling van het bovengrondse gedeelte van de boom.
13 Groeiplaatsonderzoek aan de Donkere Gaard te Oudewater