CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

B3. OBP Waardsedijk 106 Oudewater toelichting en regels versie 13-05-2022.pdf

Gemeenteraad 10 november 2022, gemeente OudewaterBij agendapunt: 11: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Waardsedijk 106 uitbreiding begraafplaats (074661)15.631 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Figuur 8: Uitsnede archeologische beleidskaart. 6.2.1 Inventariserend veldonderzoek archeologie Geonus Archeologie te Geleen heeft een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek naar archeologie uitgevoerd (rapport van 13 september 2021, Bijlage 2). Uit dit onderzoek kan het volgende worden afgeleid (overgenomen uit rapport). Het plangebied is gelegen op een laaggelegen rivierkomvlakte waarin zich drechtvaaggronden met profielverloop 1 hebben ontwikkeld. De rivierkomvlakte bevindt zich tussen twee hoger gelegen stroomruggen van de Lange Linschoten (ten noorden) en de Hollandsche IJssel (ten zuid(oost)en) in. Uit een analyse van historisch kaartmateriaal is gebleken dat het plangebied in het verleden onbebouwd is

Toelichting

31

bestemmingsplan Waardsedijk 106, Oudewater

gebleven, maar wel onderdeel uit heeft gemaakt van verschillende fasen van de vestingwerken van Oudewater (Middeleeuwen-1575 en 1740 en later). In de tussenliggende perioden lijkt het plangebied net buiten de omgrachting van Oudewater te hebben gelegen en in gebruik te zijn geweest als grasland. Vanaf de 20e eeuw is het plangebied hoofdzakelijk in gebruik geweest als grasland, boomgaard en volkstuintjes. In de directe omgeving van het plangebied zijn vele archeologische vindplaatsen bekend, allen daterend uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. De vindplaatsen houden verband met bewoning in de oude stadskern van Oudewater of met de vestingwerken van de stad. Het plangebied ligt net buiten de oude stadskern van Oudewater, maar heeft wel onderdeel uitgemaakt van de vestingwerken. Op basis van de landschappelijke ligging, bekende archeologische waarden en een analyse van historisch kaartmateriaal is een lage verwachting opgesteld voor nederzettingsresten uit alle perioden. Wel geldt voor het plangebied een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische waarden gerelateerd aan vestingwerken uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd en op archeologie gerelateerd aan natte contexten. Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat er een of twee gedempte grachten in het plangebied aanwezig zijn, vermoedelijk die van de eerste fase.

Verder bestaat een deel, misschien een smalle strook, uit een deels natuurlijke opbouw van oeverafzettingen op veen. De top van de oeverafzettingen is echter wel oudtijds omgewerkt door het toenmalige gebruik van het gebied. Bij de laatste grootschalige aanpassing aan de verdedigingswerken is een kleipakket over de gedempte grachten en de zone met deels intacte natuurlijke bodem aangebracht. In het plangebied worden ook na het veldonderzoek vooral resten verwacht uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd die te maken hebben met de verdedigingswerken. Archeologisch onderzoek kan zinvolle informatie opleveren over de loop van de gracht(en), het opgeworpen eiland en het (militair) gebruik van het gebied door de eeuwen heen. Archeologische resten kunnen direct vanaf de bouwvoor voorkomen. De grachten reiken tot (minstens) circa 3,5 m -mv. Ten behoeve van de aanleg van de begraafplaats zal een ophogingspakket aangebracht worden van 4,5 m, hierdoor zal het huidige maaiveld niet geroerd worden door de aanleg van toekomstige graven en wordt archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht. Vervolgonderzoek wordt alleen noodzakelijk geacht indien het huidige maaiveld verstoord zal worden. Geonius Archeologie adviseert om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling, omdat in het huidige maaiveld niet wordt geroerd.

Het is altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht komen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Deze melding dient behalve bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) tevens plaats te vinden bij de gemeente Oudewater. Conclusie Het initiatief tast de archeologische waarden niet aan, zodat er vanuit dit gezichtspunt geen beperkingen worden gesteld aan deze planontwikkeling. 6.2.2 Cultuurhistorie en monumenten Met ingang van 1 januari 2012 is het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Het voorstel tot wijziging is een uitvloeisel van de Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (MoMo) uit 2009. Op basis van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a Bro moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Als onderdeel van de verdedigingswerken heeft de aangrenzende Grote Gracht een rijke geschiedenis gekend in de periode dat Oudewater functioneerde als onderdeel van de oude Hollandse Waterlinie (1672-1815).

Hieraan voorafgaand is Oudewater ingenomen geweest door de Spanjaarden in 1575 en, de uiteindelijke reden voor het versterken van de verdedigingswerken, de Fransen in 1672. De verovering door de Spanjaarden in 1575 had een geheel verwoeste stad tot gevolg. Sindsdien zijn de verdedigingswerken nog tweemaal uitgebreid. Tussen 1673 en 1698 is het voorzien van enkele buitenwerken en lunetten en tussen 1740 en 1748 is er een enveloppe aangelegd (buitenste bescherming met aardewerken van een gebastioneerde vesting). Vanwege deze geschiedenis valt het plangebied binnen gebied B van het beschermd stadsgezicht van Oudewater. Belangrijk zijn het patroon van straten en grachten, de rooilijnen en de 'schaal' en de

32

Toelichting

bestemmingsplan Waardsedijk 106, Oudewater

differentiatie van de bebouwing. Planspecifiek De aan de noordzijde van de Waardsedijk gelegen en aan de Grote Gracht grenzende begraafplaats voor de Nederlands Hervormde gemeente werd gesticht in 1829. In 1820 werd een wet van kracht die het begraven binnen de stadsmuren en in de kerk verbood. Omdat de Protestantse gemeente met de Katholieke gemeente gebruik maakte van eenzelfde kerkhof in de stad werd door het gemeentebestuur twee kavels tegenover elkaar aan de Waardsedijk beschikbaar gesteld. Het terrein van de huidige begraafplaats is rechthoekig en wordt door een middenpad in tweeën gedeeld met eveneens rechthoekige grafperken. De aanleg is niet van bijzondere waarde evenmin als de oostelijk gelegen aula en beide zijn voor de bescherming van de begraafplaats van ondergeschikt belang. Aan de straatzijde wordt het terrein met een fraai vormgegeven hekwerk afgesloten, het mausoleum onderscheidt zich in de verschijningsvorm ten opzichte van de overige grafmonumenten. Het hekwerk en mausoleum zijn van algemeen belang vanwege de architectuurhistorische waarde als voorbeeld van fraaie vormgeving van de hekwerk en mausoleum. Van cultuurhistorisch belang vanwege de funeraire geschiedenis. Van ensemblewaarde vanwege de relatie met de begraafplaats en onderlinge relatie met de overige onderdelen.

Het mausoleum, het hekwerk en de begraafplaats betreft een rijksmonument, vallende onder complexnummer 524437. De uitbreiding komt achter de huidige begraafplaats te liggen in de 'landtong', grenzend aan de Stadsgracht nabij de Nieuwe Singel. Van de 17e -eeuwse verdedigingswerken is een gedeelte hiervan aan de oostzijde van de stad langs de Nieuwe Singel bewaard gebleven. De Grote Gracht is bij besluit van de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk d.d. 18 januari 1977 aangewezen als rijksmonument. Binnen het plangebied vindt geen bebouwing plaats. Aan de buitenzijde van de begraafplaats wordt een groenzone aangelegd, zodat de cultuurhistorische waarden van de Stadsgracht niet worden aangetast. Om de cultuurhistorische waarden in en rondom het gebied te behouden is in het besemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' opgenomen, omdat het geheel binnen het rijksbeschermde stadgezicht van Oudewater ligt (klasse B). Voor dit laatste betekent het dat er een 'aanlegvergunning' nodig is waarbij het advies van zowel de monumentencommissie (MooiSticht) als de rijksdienst (RCE) van belang is. Conclusie Het plan zal om advies worden voorgelegd de monumentencommissie (MooiSticht) en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. De adviezen zullen worden opgevolgd. Het inachtneming hiervan is het plan uitvoerbaar vanuit cultuurhistorie.

Toelichting

33

bestemmingsplan Waardsedijk 106, Oudewater

6.3

Flora en fauna

Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Doelen van de Wet natuurbescherming zijn het beschermen en ontwikkelen van de natuur, het behouden en herstellen van biologische diversiteit en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur en het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen. De Wet Natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. In de wet blijft de bescherming van Natura 2000-gebieden vrijwel hetzelfde. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten is komen te vervallen. Wel kunnen provincies ervoor kiezen om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen Ecologische hoofdstructuur (EHS) of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of -landschap. Onderzoek/ beoordeling Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied 'Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein' ligt circa 6,1 km ten westen van het plangebied. Het Natura2000-gebied 'Uiterwaarden Lek' ligt circa 7,2 km ten zuiden van het plangebied.

De Natura2000-gebieden worden door het uitbreiden van de begraafplaats niet beïnvloed. Evenmin worden (significante) externe effecten op Natura2000-gebieden verwacht als gevolg van deze bestemmingswijziging. Ten zuiden van het plangebied ligt op circa 0,5 km bestaande en nieuwe natuur van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Deze planontwikkeling heeft evenmin nadelige gevolgen voor het NNN van de provincie Utrecht (figuur 9).

Figuur 9: NNN in de omgeving van het plangebied (plangebied met rode stip aangegeven).

34

Toelichting

bestemmingsplan Waardsedijk 106, Oudewater

6.3.1 Stikstofdepositie Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) in werking getreden onder de Wet natuurbescherming (dat ook geldt onder de in te voeren Omgevingswet op 1 januari 2023). De Wsn bevat onder andere de resultaatsverplichting om stapsgewijs de stikstofbelasting op stikstofgevoelige habitattypes in de Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde te krijgen. Hiertoe zijn een drietal omgevingswaarden opgenomen in de wet voor 2025, 2030 en 2035. Voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten geldt een vrijstelling van de Natura 2000-vergunningplicht. De vrijstelling geldt niet voor de gebruiksfase van wat wordt gebouwd of aangelegd. De tijdelijke gevolgen van door de bouw veroorzaakte stikstofdepositie kunnen daarmee buiten beschouwing worden gelaten bij de natuurvergunning. In onderhavige situatie is er sprake van een kleine uitbreiding van een begraafplaat. Het plangebied ligt buiten een zone liggen rondom stikstofgevoelige Natura2000-gebieden. Het 6,1 km westelijk gelegen Natura2000-gebied 'Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein' betreft een vogelrichtlijn en is niet stikstofgevoelig, met dien verstande dat de Polder Stein mogelijk binnenkort wel wordt aangewezen als stikstofgevoelig gebied. Op de NNN-kaart is hiervoor een bufferzone opgenomen van 3 km. Het plangebied ligt hier ruim buiten.

Verder ligt het plangebied buiten de 3 km bufferzone van het zuidelijk gelegen stikstofrelevante Natura2000-gebied 'Uiterwaarden Lek'. Voor deze effectbeschrijving is daarom geen berekening nodig. Het aspect stikstofdepositie vormt voor dit bestemmingsplan geen belemmering. Kort samengevat: Op de planlocatie is géén regelgeving met betrekking tot Natura 2000 van toepassing. Met betrekking tot stikstofdepositie zijn er geen effecten te verwachten. Het plangebied vormt géén onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. 6.3.2 Ecologisch onderzoek Bij nieuwbouwplannen moet bekeken worden wat het effect is op de aanwezige flora- en fauna. In verband hiermede heeft Watersnip Advies te Reeuwijk een ecologisch onderzoek uitgevoerd voor het onderhavige plangebied (rapport van september 2021, rapportnummer 21A088, Bijlage 3). Op basis van inventarisatie, literatuuronderzoek en verkennend onderzoek kan worden geconcludeerd dat er vanuit gebiedsbescherming en soortenbescherming wel/ geen belemmeringen bestaan tegen deze planontwikkeling. Bij uitwerking van de plannen zullen de in het rapport genoemde aanbevelingen worden overgenomen. Natuurgebieden Natura2000 Habitattypen

Gevolgen

Soorten

Natura 2000-gebieden 'Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein' en 'Uiterwaarden Lek' hebben habitattypen die zijn aangewezen als stikstofgevoelig. Vanwege de aard van de ontwikkeling hoeft echter niet getoetst te worden of er sprake is van stikstof depositie op de natuurgebieden. Nee

NNN-gebieden Omgevingsvisie Utrecht

Nee Nee

Soortgroep

Toelichting

Overtreding verbodsbepalingen, aanvullende maatregelen vereist

35

bestemmingsplan Waardsedijk 106, Oudewater

Vogels

Amfibieën

Nee. Indien bomen en struiken verwijderd worden, dient dit bij voorkeur buiten het broedseizoen van vogels te gebeuren, zodat overtreding van de Wet natuurbescherming wordt voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaard periode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Vogelnesten die jaarrond beschermd worden door de Wnb, zijn niet aangetroffen of te verwachten binnen het plangebied. Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels. Nee, mits voorkomen wordt dat er gedurende de voortplantingsperiode van de Rugstreeppad (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen.

Algemene zorgplicht Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Conclusie Bij uitwerking van de plannen zullen de aanbevelingen worden overgenomen uit het rapport. Met inachtneming hiervan kan worden geconcludeerd dat er vanuit de gebiedsbescherming en soortenbescherming geen belemmeringen bestaan tegen deze planontwikkeling.

6.4

Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

6.4.1 Kabels en leidingen In het plangebied liggen naast de gebruikelijke kabels en leidingen geen ruimtelijk relevante watertransportleidingen en gastransportleidingen, zodat een beschermende regeling niet nodig is.

36

Toelichting

bestemmingsplan Waardsedijk 106, Oudewater

Hoofdstuk 7 7.1

Juridische opzet

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de ruimtelijke en functionele ontwikkelingen een vertaling hebben gekregen in de juridisch bindende onderdelen van het bestemmingsplan, de verbeelding van de geometrische plaatsbepaling en de regels.

7.2

Verbeelding

Op de verbeelding (plankaart), getekend op een kadastrale ondergrond schaal 1:1.000, zijn door middel van coderingen (via combinatie van letteraanduidingen, arceringen en/of kleur) de bestemmingen aangegeven.

7.3

Regels

De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De regels zijn, overeenkomstig de SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In artikel 1 zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van de regels. Artikel 2 betreft de wijze van meten, waarin is aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingsregels. In dit hoofdstuk zijn per bestemming regels opgenomen voor het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing van de gronden. In paragraaf 7.3.2 wordt nader ingegaan op de bestemmingen die voorkomen binnen het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Het betreft regels die voor het hele plangebied of voor verschillende bestemmingen van toepassing zijn. In dit hoofdstuk zijn de anti-dubbeltelregel, algemene bouw- en gebruiksregels, algemene afwijkingsregels en overige regels in verband met borging van de parkeerregels opgenomen. Hoofdstuk 4 bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald. 7.3.1 Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat 2 artikelen.

Artikel 1 Begrippen In het artikel 'Begrippen' wordt een aantal in de planregels voorkomende begrippen nader omschreven. Door de omschrijving wordt de interpretatie van deze begrippen beperkt, waarmee de duidelijkheid van het plan en daarmee de rechtszekerheid wordt vergroot. Wijze van meten Artikel 2 In het artikel 'Wijze van meten' wordt aangegeven hoe de in het plan voorgeschreven maatvoeringen dienen te worden bepaald.

Toelichting

37

bestemmingsplan Waardsedijk 106, Oudewater

7.3.2 Bestemmingsregels Dit hoofdstuk bevat de regels waarin de materiële inhoud van de op de verbeelding gegeven bestemmingen zijn opgenomen. Bij de opzet van de artikelen is, zoals de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) bepaalt, een vaste indeling aangehouden. Voor de volgorde van de bestemmingen leidt dit ertoe dat eerst de bestemmingsomschrijvingen worden benoemd en hierna de bouwregels en in voorkomende geval nadere eisen, afwijken van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijken van de gebruiksregels en omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Groen Artikel 3 De grond aan de randen van het plangebied langs de Grote Gracht wordt bestemd als 'Groen'. Binnen Groen zijn tevens water, bruggen en voetpaden toegestaan. Maatschappelijk Artikel 4 De bestemming 'Maatschappelijk' richt zich enkel op de uitbreiding van de begraafplaats zoals die zich bevindt aan Waardsedijk 106. Bebouwing is niet toegestaan. Waarde - Archeologie Artikel 5 In het plangebied geldt op grond van de gemeentelijke maatregelenkaart een hoge archeologische verwachting. Hiervoor is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' opgenomen. Bouw- en grondwerkzaamheden zijn uitsluitend toegestaan wanneer (verkennend) archeologisch onderzoek is uitgevoerd waaruit blijkt dat er geen archeologische waarden worden geschaad.

Er is een beperkt aantal uitzonderingen op deze regeling, onder andere voor werkzaamheden die niet dieper reiken dan of niet groter zijn dan een bepaalde maat. Werkzaamheden die kunnen worden aangemerkt als regulier beheer en onderhoud zijn in ieder geval van deze verplichting gevrijwaard. Artikel 6 Waarde - Cultuurhistorie Met de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' worden de cultuurhistorische waarden van de historische binnenstad beschermd. Het plangebied maakt hiervan onderdeel uit. Het is niet toegestaan om zonder omgevingsvergunning wegen, paden, banen of andere oppervlakteverhardingen aan te leggen. 7.3.3 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat meerdere artikelen die op de bestemmingen uit hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat een regeling waarmee wordt voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. Algemene bouwregels Artikel 8 In het artikel 'Algemene bouwregels' is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden. Bijvoorbeeld extra bouwmogelijkheden voor ondergeschikte bouwdelen zoals afdaken en balkons. Algemene gebruiksregels Artikel 9 In het artikel 'Algemene gebruiksregels' is een algemeen verbod opgenomen voor gebruik in strijd met de bestemmingen.

Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Het artikel 'Algemene afwijkingsregels' is gebaseerd op artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wro en heeft onder meer tot doel enige flexibiliteit in de regels aan te brengen. Met een door het bevoegd gezag te verlenen afwijking kunnen onder meer geringe wijzigingen in de maatvoeringen voor bouwwerken, zoals genoemd in hoofdstuk 2 van de regels, worden aangebracht.

38

Toelichting

bestemmingsplan Waardsedijk 106, Oudewater

Artikel 11 Overige regels In dit artikel zijn de parkeerregels opgenomen. Deze komen er op neer dat het parkeerbeleid van de gemeente dient te worden toegepast bij nieuwe bouwplannen en functiewijzigingen. 7.3.4 Overgangs- en slotregels Het laatste hoofdstuk van de planregels bevat twee artikelen. Artikel 12 Overgangsrecht Het artikel 'Overgangsrecht' heeft ten doel de rechtstoestand te begeleiden van situaties die afwijken van de regels van het bestemmingsplan. Lid 1 van dit artikel geeft regels voor bouwwerken die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden, en die afwijken van de bebouwingsregels van het plan. Lid 2 van dit artikel regelt het gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken in het plan, voor zover dit gebruik op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan, afwijkt van de in het plan gegeven bestemming. Artikel 13 Slotregel Het artikel 'Slotregel' bevat de titel waaronder het bestemmingsplan kan worden geciteerd. Dit artikel wordt dan ook wel het citeerartikel genoemd.

7.4

Handhaving bestemmingsplan

Het ontwikkelen van beleid en de vertaling daarvan in een bestemmingsplan heeft alleen zin, indien na de vaststelling van het bestemmingsplan handhaving plaatsvindt. Daarom is het belangrijk om reeds ten tijde van het opstellen van een bestemmingsplan aandacht te besteden aan de handhaafbaarheid van de voorgeschreven regels. Vier factoren zijn van wezenlijk belang voor een goed handhavingsbeleid: 1. Voldoende kenbaarheid van het plan Een goed handhavingsbeleid begint bij de kenbaarheid van het bestemmingsplan bij degenen die het moeten naleven. De wet bevat enkele waarborgen ten aanzien van de te volgen procedure: deze heeft in de bestemmingsplanprocedure een aantal inspraakmomenten ingebouwd. 2. Voldoende maatschappelijk draagvlak voor beleid en regeling in het plan De inhoud van het plan kan slechts gehandhaafd worden indien het beleid en de regeling vanuit een oogpunt van algemeen belang aanvaardbaar is. De belangen van omwonenden worden hierbij vooraf gewogen in het kader van de inspraak. 3. Realistische en inzichtelijke regeling Een juridische regeling dient realistisch en inzichtelijk te zijn; dat wil zeggen niet onnodig beperkend of inflexibel. Bovendien moeten de bepalingen goed controleerbaar zijn. De regels moeten derhalve niet meer regelen dan noodzakelijk is. 4.

Actief handhavingsbeleid Het sluitstuk van een goed handhavingsbeleid is voldoende controle van de feitelijke situatie in het plangebied. Daarnaast moeten adequate maatregelen worden getroffen indien de regels worden overtreden. Indien dit wordt nagelaten, ontstaat een grote mate van rechtsonzekerheid.

Toelichting

39

bestemmingsplan Waardsedijk 106, Oudewater

40

Toelichting

bestemmingsplan Waardsedijk 106, Oudewater

Hoofdstuk 8 8.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Er is geen sprake van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, lid 1 Wro, juncto artikel 6.2.1 Bro. Dit houdt in dat er geen exploitatieplan behoeft te worden vastgesteld. De gemeente en initiatiefnemer/exploitant hebben over de economische uitvoerbaarheid van het plan overleg gehad. De gevraagde uitbreiding van de begraafplaats is in overeenstemming met provinciale en gemeentelijke uitgangspunten. De gronden zijn geheel in eigendom van initiatiefnemer. De afspraken zijn vastgelegd in een tussen de gemeente en initiatiefnemer/ exploitant gesloten overeenkomst, waarin planschade is geregeld. Hiermee is het kostenverhaal voor de ontwikkeling verzekerd. Er zijn ook geen overige redenen als bedoeld in artikel 6.12 Wro, om een exploitatieplan vast te stellen.

8.2

Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro

In het kader van het overleg ingevolge artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt het voorontwerpbestemmingsplan toegezonden aan de provincie Utrecht, het hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, de Veiligheidsregio Utrecht en Gasunie. Vooroverlegreactie provincie Utrecht Reactie 1. Voor de compleetheid van het geheel zou er bij het provinciale beleid hoofdstuk 4.2. (Interim Omgevingsverordening) ook moeten worden verwezen naar de stiltegebieden: Artikel 9.27 Instructieregel geluidsniveau in aandachtsgebied stiltegebied. Dit omdat de locatie is gelegen in het aandachtgebied stiltegebieden. 2. Daarnaast zal er ook nog een nadere motivering moeten plaatsvinden in relatie tot artikel 9.27 en 9.24. Daarbij zou kunnen worden gedacht aan: een begraafplaats is op zichzelf geen geluidbron en zal daarmee ook niet de normen zoals onder 9.24 overschrijden of iets dergelijks. 3. Er zijn op voorhand geen belemmeringen te verwachten, maar bovenstaande toevoegen maken inzichtelijk dat er een beoordeling heeft plaatsgevonden en doet daarmee recht aan de zorgvuldigheid van het bestemmingsplan. Antwoord De plantoelichting is in paragraaf 4.2.2 aangepast overeenkomstig de onder 1 en 2 gemaakte opmerkingen van de provincie. Gelet hierop is aan de provinciale reactie tegemoet gekomen.

Vooroverlegreactie Hoogheemraadschap Reactie Het Hoogheemraadschap heeft geadviseerd om enkele metingen te doen naar het grondwater en ruim voldoende op te hogen omdat de Gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) minimaal 30 cm onder het maaiveld van de graven moet komen liggen. Antwoord Aan het hoogheemraadschap is een zettingsrapport overlegd waaruit blijkt dat de grond in voldoende wordt opgehoogd. De plantoelichting (paragraaf 5.4) is hierop aangepast. Aan de reactie is tegemoet gekomen. Vooroverlegreactie Veiligheidsregio Utrecht Reactie Na bestudering van het voorontwerpbestemmingsplan en uit eigen onderzoek wordt vastgesteld dat alle relevante zaken ten aanzien van externe veiligheid zijn meegenomen in het voorontwerpbestemmingsplan. Verder voorziet het plan niet in de realisatie van nieuwe risicobronnen of (beperkt) kwetsbare objecten. De Veiligheidsregio ziet dan ook geen aanleiding te adviseren over het nemen van eventuele maatregelen. Antwoord Wij hebben kennisgenomen van de vooroverlegreactie. Deze leidt niet tot aanpassing van het plan. Vooroverleg Gasunie

Toelichting

41

bestemmingsplan Waardsedijk 106, Oudewater

Reactie De Gasunie komt tot de conclusie dat het plangebied buiten de 1% letaliteitgrens valt van haar dichtst bij gelegen leiding. Daarmee staat vast dat deze leiding geen invloed heeft op de verdere planontwikkeling. Antwoord Wij hebben kennisgenomen van de vooroverlegreactie. Deze leidt niet tot aanpassing van het plan.

8.3

Communicatie

Het voorontwerpbestemmingsplan is vanaf 23 maart tot en met 3 mei 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende de termijn van terinzagelegging zijn geen inspraakreactie ingediend.

8.4

Zienswijzen

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening wordt het ontwerpbestemmingsplan vanaf DDMMJJ gedurende zes weken ter inzage gelegd. In deze periode zijn wel/geen schriftelijke en/of mondelinge zienswijzen ontvangen.

42

Toelichting

bestemmingsplan Waardsedijk 106, Oudewater

Regels

Regels

43

bestemmingsplan Waardsedijk 106, Oudewater

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan Het bestemmingsplan Waardsedijk 106, Oudewater met identificatienummer NL.IMRO.0589.BPWaardsedijk106-ON01 van de gemeente Oudewater. 1.2 bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 archeologisch onderzoek Onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt. 1.6 archeologische waarde De aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.7 bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.8 bebouwingsgrens Een grens van een bouwperceel, welke niet door gebouwen mag worden overschreden, behoudens krachtens deze regels toegelaten afwijkingen. 1.9 bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen Afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

1.10 bestaand gebouw Een gebouw, dat op de eerste dag van de inwerkingtreding van het plan bestaat, dan wel in uitvoering is of mag worden opgericht krachtens een omgevingsvergunning die voor dat tijdstip is aangevraagd. 1.11 bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 1.12 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.13 bevoegd gezag Het bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.14 bijbehorend bouwwerk Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.

44

Regels

bestemmingsplan Waardsedijk 106, Oudewater

1.15 bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.16 bouwgrens De grens van een bouwvlak. 1.17 bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.18 bouwperceelgrens De grens van een bouwperceel. 1.19 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.20 bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct steun vindt in of op de grond. 1.21 detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf. 1.22 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.23 nutsvoorzieningen Voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.24 overig bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.25 overkapping Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een dak en ten hoogste één wand. 1.26 peil a. Voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan. 1.27 plangrens De geometrisch bepaalde lijn, die de grens vormt van het plan. 1.28 prostitutie Het aanbieden van seksuele diensten tegen materiële vergoeding.

Regels

45

bestemmingsplan Waardsedijk 106, Oudewater

1.29 seksinrichting Een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een mate alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan een parenclub en een prostitutiebedrijf al dan niet in combinatie met elkaar.

46

Regels

bestemmingsplan Waardsedijk 106, Oudewater

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand De afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 breedte, lengte en diepte van een gebouw Tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren. 2.4 de dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5 de goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.6 de inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.7 de oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.8 de vloeroppervlakte De gebruiksoppervlakte volgens NEN2580.

Regels

47

bestemmingsplan Waardsedijk 106, Oudewater

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Groen

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groen, water, bruggen en voetpaden; b. bij deze bestemming behorende nutsvoorzieningen. 3.2 Bouwregels Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een maximum bouwhoogte van 2,5 m.

48

Regels

bestemmingsplan Waardsedijk 106, Oudewater

Artikel 4

Maatschappelijk

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats': een begraafplaats; b. bij de bestemming behorende voorzieningen zoals groen, nutsvoorzieningen, in- en uitritten, ontsluitingspaden, voetpaden, parkeervoorzieningen, water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding waaronder ook voorzieningen ten behoeve van het bergen van water. 4.2

Bouwregels

Op de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer mag bedragen dan 1,5 m; b. in afwijking van het bepaalde onder a. mag de hoogte van erf- en terreinafscheidingen maximaal 2 m bedragen.

Regels

49

bestemmingsplan Waardsedijk 106, Oudewater

Artikel 5

Waarde - Archeologie

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn - behalve voor de daar voorkomende bestemming (en) - mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 5.2 Bouwregels Op de voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 5.1 genoemde bestemming uitsluitend overige bouwwerken worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3,5 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van een archeologische deskundige namens het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; c.

het bepaalde in dit lid onder b1 en b2 is niet van toepassing voor: 1. een bouwwerk met een (verstorings)oppervlakte van ten hoogste 200 m² of 2. de bodem niet meer dan 30 cm onder maaiveld wordt verstoord; 3. bouwwerken op gronden waarvan door middel van een schriftelijke bron kan worden aangetoond dat reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische lagen of dieper dan de grond zal worden geroerd als gevolg van de bouw; bij de beoordeling hiervan wint het bevoegd gezag advies in bij een archeologische deskundige. 5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 30 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ondergrondse sloop, ophogen en aanleggen van drainage; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; e.

het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 5.3.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 5.3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 5.2 in acht is genomen; b. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 200 m²; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; e. uitgevoerd worden op gronden waarvan door middel van een schriftelijke bron kan worden aangetoond dat reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten

50

Regels

bestemmingsplan Waardsedijk 106, Oudewater

f.

archeologische lagen of dieper dan de uit te voeren werken en werkzaamheden; bij beoordeling hiervan wint het bevoegd gezag advies in bij een archeologisch deskundige; uitgevoerd worden in het kader van normaal onderhoud.

5.3.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 5.3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologisch deskundige.

Regels

51

bestemmingsplan Waardsedijk 106, Oudewater

Artikel 6

Waarde - Cultuurhistorie

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht. 6.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.2.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen, waaronder stoepen. 6.2.2 Uitzondering op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 6.2.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip de vaststelling van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

6.2.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 6.2.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, het stadsbeeld of het straatbeeld ter plaatse niet onevenredig wordt of kan worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel en de verbetering van dat stadsbeeld of dat straatbeeld slechts in geringe mate worden of kunnen worden verkleind, tenzij door het stellen van voorwaarden of anderszins zodanige aantasting kan worden voorkomen.

52

Regels

bestemmingsplan Waardsedijk 106, Oudewater

Hoofdstuk 3 Artikel 7

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Regels

53

bestemmingsplan Waardsedijk 106, Oudewater

Artikel 8

Algemene bouwregels

8.1 Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingen, aanduidingsgrenzen en regels worden overschreden door ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt.

54

Regels

bestemmingsplan Waardsedijk 106, Oudewater

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

9.1 Verboden gebruik Een verboden gebruik, als bedoeld in artikel 2.1, lid 1 sub c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, is in ieder geval het gebruik: a. van onbebouwde gronden voor: 1. het storten of het lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen; 2. het opslaan van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, voer- en vaartuigen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan; 3. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; één en ander tenzij dit gebruik verband houdt met: 4. het (tijdelijk) gebruik ten behoeve van de realisering en/of handhaving van de bestemmingen of het normale onderhoud van de gronden; 5. de opslag van goederen in het kader van de in het plan toegestane bedrijfsvoering; 6. het opslaan of storten van afval- of meststoffen, voor zover noodzakelijk voor het normale onderhoud van de gronden en de watergangen; b. van bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting, detailhandel of horeca, voor zover zulks niet expliciet is toegestaan ingevolge de bestemmingsregels.

Regels

55

bestemmingsplan Waardsedijk 106, Oudewater

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

Het bevoegd gezag kan – tenzij op grond van Hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is – bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a. het bouwen van gebouwen voor het openbaar nut, met dien verstande dat: 1. de inhoud van het gebouw ten hoogste 25 m³ bedraagt; 2. de bouwhoogte van het gebouw ten hoogste 3 m bedraagt; b. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; c. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. De omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

56

Regels

bestemmingsplan Waardsedijk 106, Oudewater

Artikel 11

Overige regels

11.1 Werking wettelijke regelingen De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. 11.2 Parkeren a. Voor parkeren geldt dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen danwel voor het toestaan van een andere planologische gebruiksactiviteit vast dient te staan dat voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, waarbij voldoende betekent dat wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernormen zoals bepaald in de Nota parkeernormen gemeente Oudewater (vastgesteld op 14 juli 2021), met dien verstande dat als voornoemde Nota parkeernormen gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging. b. bij een omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag afwijken van het bepaalde in sub a en worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie.

Regels

57

bestemmingsplan Waardsedijk 106, Oudewater

Hoofdstuk 4 Artikel 12

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

12.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 12.1 sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 12.1 sub a met maximaal 10%. c. Lid 12.1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 12.2 sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in lid 12.2 sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Lid 12.2 sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

58

Regels

bestemmingsplan Waardsedijk 106, Oudewater

Artikel 13

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Waardsedijk 106, Oudewater van de gemeente Oudewater.

Regels

59

IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/481/documents/15334