CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

B3 Bijlage Bouwstenen Begrotingscirculaire 2023.pdf

Gemeenteraad 21 april 2022, gemeente OudewaterBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken4.223 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Begrotingsrichtlijnen en toetsingsaspecten

Aandachtspunten voor: Het opstellen van de begroting 2023 en de meerjarenraming 2024 - 2026

Bijlage bij brief d.d. 6 april 2022 gericht aan de Utrechtse gemeenteraden en Bijlage bij brief d.d. 6 april 2022 gericht aan de colleges van burgemeester en wethouders van de Utrechtse gemeenten

April 2022

Inhoud

Inhoud................................................................................................................................. 2 1.

Inleiding.................................................................................................................... 3

2.

Actuele onderwerpen................................................................................................4

Verkiezingen/nieuwe raad................................................................................................4 Verruiming gemeentelijk belastinggebied.........................................................................4 Herijking gemeentefonds/verdelingssystematiek..............................................................5 Opschalingskorting...........................................................................................................5 3.

Ontwikkelingen Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)....................................6 Kadernota rechtmatigheid 2022....................................................................................6 Notitie Paragraaf bedrijfsvoering...................................................................................6 Notitie Lokale heffingen.................................................................................................6 Actualisering Notities.....................................................................................................7

4.

Specifieke onderwerpen...........................................................................................7

Inzicht in de structurele begrotingspositie.........................................................................7 Incidentele baten en lasten...............................................................................................7 Weerstandsvermogen en risicobeheersing.......................................................................8 Beoordeling kengetallen................................................................................................9 Onderhoud kapitaalgoederen...........................................................................................9 Bezuinigingen op het onderhoud...................................................................................9 BTW compensatiefonds..................................................................................................10 Omgevingswet................................................................................................................ 10 Wet digitale overheid en Wet open overheid..................................................................11 Toezichtkader Gemeenschappelijke regelingen.............................................................11 5.

Agenda toekomst van het (interbestuurlijk) toezicht................................................12

6.

Tot slot.................................................................................................................... 12

Richtlijnen en toetsingsaspecten begroting 2023 en meerjarenraming 2023-2025

Pagina 2 van 12

1.

Inleiding

Ieder jaar ontvangt u relevante en actuele informatie over de wijze waarop wij uw begroting en meerjarenraming beoordelen vanuit onze wettelijke taak, het financieel toezicht. Het is belangrijk om deze informatie te betrekken bij:  

de kaderstelling voor de begroting en het vaststellen van uw begroting 2023.

Uw gemeente is verantwoordelijk voor de vaststelling van een begroting die structureel en reëel in evenwicht is. Ieder jaar besluiten wij voor 1 januari over de toezichtsvorm voor uw gemeente voor het komende begrotingsjaar. Dit doen wij op grond van artikel 203 van de Gemeentewet. Regulier is de toezichtsvorm repressief. Wanneer uw begroting niet aan de wettelijke criteria voldoet, is er sprake van preventief toezicht. Regulier is de toezichtsvorm repressief. Wanneer uw begroting niet

aan de wettelijke criteria voldoet, is er sprake van preventief toezicht. Preventief toezicht betekent dat wij de begroting en de daaropvolgende wijzigingen eerst moeten goedkeuren voordat u deze kunt uitvoeren. Deze vorm van toezicht is een uitzondering. Wanneer wij overwegen om uw gemeente onder het verscherpte preventieve toezicht te plaatsen, gaan wij eerst met u in overleg. Vervolgens berichten wij u dan vóór 1 januari 2023 over de toezichtsvorm. Vanuit het financieel toezicht helpen wij gemeenten bij het bevorderen van een gezonde financiële huishouding. Het uitgangspunt is respect voor uw eigen verantwoordelijkheid van besturen. Financieel toezicht is een wezenlijk onderdeel van de “checks en balances” binnen het openbaar bestuur. Daarmee dragen we bij aan het voorkomen van structurele tekorten in uw begroting die niet makkelijk door u zelf op te lossen zijn. Financieel toezicht draagt bij aan een bestendig en veilig Utrecht met een sterk openbaar bestuur als uitgangspunt. Een bestuur waar de inwoners op kunnen vertrouwen. In ons Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader 2020 Gemeenten (GTK) staan de

2.

Actuele onderwerpen

Verkiezingen/nieuwe raad In maart zijn de gemeenteraadsverkiezingen geweest. De financiële situatie van de gemeente zal een belangrijke plaats op de agenda krijgen van de nieuwe gemeenteraden en colleges van burgemeester en wethouders. De kaderstellende en controlerende taak van de raad zal de nodige aandacht vragen. De financiële vooruitzichten zijn op dit moment nog steeds onzeker. Denk aan de financiële consequenties van de herijking van het gemeentefonds, de tegemoetkoming in de zorgkosten voor

nieuwe stabielere financieringssystematiek voor medeoverheden niet te wachten tot de volgende kabinetsperiode en medio 2022 tot een meerjarig budgettair kader voor medeoverheden te komen.

Herijking gemeentefonds/verdelingssystematiek De beheerders van het gemeentefonds (de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Staatssecretaris van Financiën) hebben een aangepast verdeelvoorstel voor de herijking van het gemeentefonds naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarna is er in december 2021 nog een update verschenen. Het aangepaste verdeelvoorstel gaat in op de reacties en vragen die gemeenten en de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) stelden over het in februari 2021 gepubliceerde Afdeling advisering geeft aanbevelingen bij begrotingsbeleid van het nieuwe kabinet - Raad van State 1

Richtlijnen en toetsingsaspecten begroting 2023 en meerjarenraming 2023-2025

Pagina 4 van 12

verdeelmodel. Gelijktijdig hebben de fondsbeheerders de VNG en het ROB om advies gevraagd over dit aangepaste voorstel. In oktober 2021 schrijft de ROB dat de nieuwe verdeling van het gemeentefonds beter is dan het oude, maar nog steeds problemen kent. De financiële gevolgen voor een groot aantal gemeenten roept vragen op. In de maartbrief 2022 gaat het Rijk uit van een ingroeipad. In het begrotingsjaar 2023 wordt het ingroeipad van de herverdeling beperkt tot € 7,50 per inwoner en voor de jaren 2024 en 2025 € 15 per inwoner. Het totale herverdeeleffect komt daarmee op maximaal € 37,50 per inwoner voor- of nadelig. Opschalingskorting Sinds 2015 worden gemeenten geconfronteerd met een korting op het gemeentefonds. De opschalingskorting is opgelegd, omdat gemeenten door gedwongen opschaling kosten zouden besparen. In het regeerakkoord van kabinet Rutte II stond de ambitie om te komen tot gemeenten met meer dan 100.000 inwoners. Hierdoor zouden veel gemeenten moeten fuseren. Dit zou moeten leiden tot besparingen op apparaatskosten, vereenvoudiging van regelgeving en minder dubbeling van taken. Er bleek geen draagvlak. De verplichte opschaling is afgeschaft maar de bijbehorende opschalingskorting werd niet afgeschaft. Deze opschalingskorting zou van 2015 tot en met 2025 steeds verder oplopen, tot een structureel bedrag van bijna 1 miljard euro in 2025.

Het niet afschaffen van de opschalingskorting leidde tot veel kritiek bij gemeenten. De afgelopen jaren werd de opschalingskorting bevroren, ofwel incidenteel geschrapt. Voor 2020 kwam dit neer op € 70 miljoen en voor 2021 op € 160 miljoen die gemeenten niet hoefden af te dragen aan het Rijk. Nu blijkt uit het coalitieakkoord van het kabinet dat de oploop van de opschalingskorting deze kabinetsperiode wordt geschrapt. Hierdoor blijft de opschalingskorting op het gemeentefonds op hetzelfde niveau als de afgelopen 3 jaar. Wat er met de opschalingskorting na de kabinetsperiode gedaan gaat worden, is nog onzeker. Uit de startnota van het kabinet blijkt dat het Rijk vanaf 2026 rekening houdt met een structurele korting op het gemeentefonds van € 675 miljoen. Sociaal Domein Het merendeel van de gemeenten heeft bij de begroting 2022 gebruik gemaakt van de mogelijkheid om stelposten op te nemen in de meerjarenraming 2023 tot en met 2025 voor de middelen jeugdzorg. De bedragen komen voort uit de arbitrage uitspraak van de Commissie van Wijzen. Hiervoor geldt een maximum van 75% van het deel dat gemeenten op basis van de verdeling zouden krijgen. De stelpost is geen budgettaire garantie.

Besluitvorming over een structurele oplossing in termen van benodigd budget en aanpassingen in het stelsel voor uitvoering van de Jeugdwet vanaf 2022 heeft nog geen volledige opvolging gekregen in het coalitieakkoord. In het coalitieakkoord wordt er op een aantal punten afgeweken (onder andere de hoogte) van de afspraken van de Commissie van Wijzen, waardoor de compensatie op langere termijn lager is. Dat betekent concreet dat gemeenten die onze richtlijn hebben gevolgd en de maximale stelpost van 75% hebben opgenomen nog aanvullende dekking zullen moeten zoeken. Onderdeel van de toezegging van de gelden uit de Commissie van Wijzen is de hervormingsagenda. De agenda, waar ook jeugdhulpaanbieders, professionals en cliëntorganisaties aan meewerken, moet concrete maatregelen opleveren die leiden tot een kwalitatief en financieel houdbaar jeugdstelsel. Op dit moment wordt de hervormingsagenda uitgewerkt. Voor de begroting 2023 is het op dit moment niet duidelijk hoe er met de stelpost “uitkomst onderzoek Jeugdzorg” moet worden omgegaan. Evenals de VNG zijn wij in afwachting of er tijdig een structurele oplossing wordt geboden. Wanneer deze niet tijdig wordt gegeven dan moeten het Rijk, de VNG en het IPO nadere afspraken maken hoe er in de begroting 2023 – 2026 moet worden gehandeld om te voorkomen dat de gemeenten opnieuw in de problemen komen.

Ook hierover zullen wij u (ambtelijk) informeren zodra er meer duidelijk is.

Richtlijnen en toetsingsaspecten begroting 2023 en meerjarenraming 2023-2025

Pagina 5 van 12

3.

Ontwikkelingen Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)

De commissie BBV geeft in notities aan op welke wijze een bepaald onderwerp in de begroting verwerkt kan of moet worden. ‘Kan’, omdat de regelgeving meerdere verwerkingsopties toestaat en ‘moet’ als de regelgeving verplicht tot een bepaalde verwerkingswijze. De BBV-notities bevatten dan ook aanbevelingen (‘kan’) en stellige uitspraken (‘moet’) voor de juiste toepassing en uitvoering van het BBV. Kadernota rechtmatigheid 2022 De commissie BBV geeft via de Kadernota rechtmatigheid haar visie over de invulling van het begrip rechtmatigheid in de rechtmatigheidsverantwoording van de decentrale overheden conform artikel 75, lid 2 BBV. De nota wordt door de commissie BBV geactualiseerd als de ontwikkelingen daar aanleiding toe geven. Voor de jaarrekening 2022 is hier aanleiding toe indien de voorgenomen wetswijziging, waarin het afgeven van een verklaring over de rechtmatigheid bij decentrale overheden wordt geregeld, tijdig wordt afgerond. Met ingang van het verslagjaar 2022 wordt dan de verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders voor de rechtmatigheid benadrukt doordat het college een verantwoording over rechtmatigheid af moet gaan geven in plaats van de accountant. De gepubliceerde Kadernota rechtmatigheid 2022 gaat dan ook gelden met ingang van het begrotingsjaar 2022 indien bovengenoemde wetswijziging tijdig wordt afgerond.

Ook voor de jaarrekening 2021 is er aanleiding toe de Kadernota rechtmatigheid te actualiseren. Omdat een aantal onderdelen uit de Kadernota rechtmatigheid 2022 los staan van de voorgenomen wetswijziging per 2022, heeft de commissie BBV deze onderdelen als addendum op de Kadernota rechtmatigheid 2018 gepubliceerd. Notitie Paragraaf bedrijfsvoering De paragraaf bedrijfsvoering is sinds de introductie van het BBV een verplichte paragraaf in de begroting en het jaarverslag. In deze paragraaf moet ‘ten minste inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering’ worden gegeven. Deze formulering geeft veel ruimte om gemeente-specifiek invulling te geven aan deze paragraaf. Naar aanleiding van een consultatie inzake de Kadernota rechtmatigheid 2022 bleek dat er een brede behoefte was aan een nadere duiding van de inhoud en reikwijdte van de paragraaf bedrijfsvoering. Daarom heeft de commissie BBV besloten om naast de actualisatie van de Kadernota rechtmatigheid een Notitie paragraaf bedrijfsvoering op te stellen. De Notitie paragraaf bedrijfsvoering gaat in per 2022, waarbij de commissie wel aantekent dat de stellige uitspraken en aanbevelingen die geen directe relatie hebben met het invoeren van de rechtmatigheidsverantwoording ook eerder toegepast mogen worden.

Notitie Lokale heffingen De begrippen lokale heffingen, gemeentelijke belastingen, leges en retributies hebben allemaal betrekking op bedragen die een gemeente oplegt aan bewoners, bedrijven en forensen/toeristen. De begrippen worden door elkaar gebruikt in de wetgeving hetgeen soms tot onduidelijkheid kan leiden. Aanpassingen in de wetgeving in de afgelopen jaren in combinatie met jurisprudentie leiden in de praktijk nog steeds tot veel vragen rondom de tariefstelling voor lokale heffingen en bijbehorende voorziening(en). In de notitie geeft de commissie BBV dan ook een overzicht van alle relevante aspecten van lokale heffingen en bijbehorende voorzieningen en reserves met betrekking tot vraagstukken van begroting en verantwoording. Het doel van de notitie is inzicht te bieden aan raadsleden en meer specifiek duiding te geven aan vakspecialisten op het gebied van lokale heffingen. Actualisering Notities In de planning staat verder in de loop van 2022 actualisering van onder andere de notitie rente en de notitie risicomanagement.

Richtlijnen en toetsingsaspecten begroting 2023 en meerjarenraming 2023-2025

Pagina 6 van 12

Of deze notities al voor de begroting 2023 geldig zullen zijn is afhankelijk van het moment van verschijnen. De ingangsdatum kunt u terugvinden in de betreffende notitie.

4.

Specifieke onderwerpen

Gemeenten waarbij de structurele baten onvoldoende zijn om de structurele lasten te dekken kunnen naast inkomstenverhogende maatregelen kiezen voor het (meerjarig) sluitend maken van de begroting door bezuinigingen, taakstellingen en ombuigingen. Wat wordt bedoeld met deze begrippen: -

-

-

Een bezuiniging wordt rechtstreeks op de baten en lasten van de begroting verwerkt. Bij de kadernota wordt vaak aangekondigd op welke posten wordt bezuinigd. In de begroting die u vaststelt zijn deze bezuinigingen verwerkt. Een taakstelling is een opgave die de organisatie voor de langere termijn wordt opgelegd. Hieronder valt bijvoorbeeld het voornemen om het personeelsbestand terug te brengen met een opgelegd bedrag of percentage. Om dit te kunnen realiseren moet een plan worden opgesteld en moet er nog rekening gehouden worden met frictiekosten en dergelijke. Pas op langere termijn ontstaan de positieve financiële effecten. Een ombuiging heeft een beleidsinhoudelijk overweging en daardoor een politieke lading. Een voorbeeld hiervan is een bezuiniging op onderhoud kapitaalgoederen.

Bij de beoordeling van uw begroting worden de bezuinigingen, taakstellingen en ombuigingen getoetst op hardheid, haalbaarheid en realiteitswaarde. Hiervoor is het volgende van belang. 1. Een bezuiniging is op het programma verwerkt en reëel. Het budget is concreet en de raming is daadwerkelijk verlaagd.

Om nadelige financiële consequenties voor de uitkomsten van de begroting of meerjarenraming te voorkomen bij het onverwachts aanwenden van de weerstandscapaciteit is het belangrijk om de middelen van de beschikbare weerstandscapaciteit ook volledig vrij aanwendbaar te houden. Dat houdt in dat wij adviseren om al in de begroting besloten of in de meerjarenraming geraamde inzet van (eventueel een deel van) deze middelen (speelt met name bij algemene reserves) uit te zonderen

Richtlijnen en toetsingsaspecten begroting 2023 en meerjarenraming 2023-2025

Pagina 8 van 12

bij de beschikbare weerstandscapaciteit of eventueel als opgenomen claims nader toe te lichten. Hierdoor wordt een gat in de begroting en/of meerjarenraming voorkomen en een consistente berekening van de weerstandsratio bevorderd. Beoordeling kengetallen Het financieel gezond houden van een gemeente gaat verder dan een sluitende begroting. Een aantal jaren geleden zijn financiële kengetallen voorgeschreven in de begroting en het jaarverslag inclusief een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Dit is primair gedaan om het inzicht in de financiële positie van de gemeente bij de gemeenteraad te vergroten. De wijze waarop de kengetallen meewegen in de uiteindelijke beoordeling van de financiële positie is voorbehouden aan het horizontale controle- en verantwoordingsproces. Net als u hebben wij een belang bij inzicht in de financiële positie van uw gemeente. Daarom adviseren wij u de voorgeschreven beoordeling van de kengetallen op te nemen in uw paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing, als deze nog ontbreekt.

Onderhoud kapitaalgoederen Een gemeente is verantwoordelijk voor een veilige en duurzame leefomgeving voor haar inwoners en geeft daarom ieder jaar grote bedragen uit aan het verkrijgen, vervaardigen en onderhouden van kapitaalgoederen. Denk onder andere aan wegen, riolering, water, groen en gebouwen. De onderhoudskosten kapitaalgoederen zijn uitgaven bedoeld om de kwaliteit van de gemeentelijke eigendommen op een van tevoren vastgesteld onderhoudsniveau te houden of weer te brengen. Dit met als doel het naar behoren te laten functioneren en kapitaalvernietiging te voorkomen. Hierbij worden groot en klein onderhoud onderscheiden. De lasten voor klein onderhoud worden altijd in de exploitatie geraamd in het jaar dat uitvoering plaats vindt. De lasten voor groot onderhoud kunnen op twee manieren worden geraamd: óf via de exploitatie in het jaar van uitvoering of, onder voorwaarden, via een onderhoudsvoorziening. Uit de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen moet blijken: -

-

Welk onderhouds- en kwaliteitsniveau de gemeente heeft vastgesteld. Dat de beheerplannen recent zijn. Een beheerplan mag maximaal vijf jaar oud zijn. Voor het begrotingsjaar 2023 mag het beheerplan dus niet ouder zijn dan 2018. Van deze vijf jaar kan door de raad alleen gemotiveerd afgeweken worden. Dat de budgetten in de begroting groot genoeg zijn om het beleid van de gemeente te kunnen uitvoeren. Of er al dan niet sprake is van achterstallig onderhoud

Bezuinigingen op het onderhoud Bezuinigingen op het jaarlijks en groot onderhoud worden door ons alleen onder de volgende voorwaarden als reëel beoordeeld: -

Het lagere kwaliteitsniveau van het onderhoud van de kapitaalgoederen leidt niet tot achterstallig onderhoud of onveilige situaties. Dit dient aannemelijk te worden gemaakt. De raad stelt een actueel beheerplan vast op basis van het lagere kwaliteitsniveau.

BTW compensatiefonds Het BTW compensatiefonds (BCF) is een fonds waaruit de gemeenten worden gecompenseerd voor een belangrijk deel van de door uw gemeente betaalde omzetbelasting (BTW). Als gemeenten diensten of goederen extern inkopen, betalen zij daarover BTW. In tegenstelling tot bedrijven kan uw gemeente die BTW niet terugvorderen van de Belastingdienst. Extern ingekochte diensten zijn daarom al snel duurder dan intern uitgevoerde activiteiten. Bij het BTW compensatiefonds kunnen de gemeenten (grotendeels) de BTW terugvragen die ze hebben betaald over uitbesteed werk. Het fonds is dan ook opgericht om BTW weg te nemen als factor in de afweging van gemeenten tussen uitbesteden en inbesteden (uitvoering door de eigen organisatie).

Richtlijnen en toetsingsaspecten begroting 2023 en meerjarenraming 2023-2025

Pagina 9 van 12

Er is een directe financiële koppeling tussen het BCF en het Gemeentefonds. Het BTW compensatiefonds kent een plafond. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond komt het verschil ten gunste van het gemeentefonds. Het is aan de gemeenten zelf om een reële raming voor het BCF op te nemen. Voor de wijze van verwerking van de ruimte in uw begroting en meerjarenraming geldt de volgende richtlijn. De realisatie 2021, zoals deze is opgenomen in de circulaire 2022 is uitgangspunt voor uw raming. Daarnaast maakt u een beargumenteerde inschatting van de toekomstige ruimte met inachtneming van het voorzichtigheidsbeginsel.

Omgevingswet De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft laten weten voor een zorgvuldige en verantwoorde inwerkingtreding van de Omgevingswet de invoeringsdatum uit te stellen naar 1 januari 2023. In onze voorgaande begrotingscirculaires hebben wij dit onderwerp al uitgebreid toegelicht en daarbij geattendeerd op de financiële gevolgen voor uw gemeente. Voor nieuwe raadsleden nemen wij de belangrijkste aspecten opnieuw in deze circulaire op. Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. Hierbij gaat het onder meer om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Met behulp van 1 digitaal loket wordt het makkelijker om ruimtelijke projecten te starten. Het uitgangspunt blijft dat er een goed evenwicht is tussen het benutten en beschermen van de leefomgeving. Met de nieuwe wet zijn het Rijk, de provincies en de gemeenten voortaan verplicht een omgevingsvisie te maken. Dit is een strategische visie voor de lange termijn voor de hele fysieke leefomgeving. De belangrijkste uitgangspunten daarbij zijn: -

per gemeente geldt één omgevingsplan; het omgevingsplan bevat gemeentelijke regels over de fysieke leefomgeving; in een programma staan maatregelen waarmee een bevoegd gezag een omgevingswaarde of een andere doelstelling voor de fysieke leefomgeving wil bereiken.

Over het algemeen geven gemeenten aan dat ze inmiddels zijn voorbereid op de invoering van de Omgevingswet. Het is nog niet voor elke gemeente duidelijk wat de gevolgen zijn voor de opbrengsten van leges, zowel wat betreft aantallen als wat betreft de leges per vergunning. Uitgangspunt is dat de Omgevingswet budgetneutraal kan worden ingevoerd in een periode van 10 jaar. In interbestuurlijk verband is afgesproken dat naar oplossingen zal worden gezocht voor financiële knelpunten. Een latere inwerkingtreding van de Omgevingswet brengt extra kosten met zich mee. In 2022 zullen deze tijdens een financiële evaluatie in beeld worden gebracht. Het programma Aan de slag met de Omgevingswet ondersteunt de implementatie van de wet in de praktijk. Het is interessant om uw gemeente op te zoeken op de Aansluitmonitor DSO, waarop staat hoeveel overheidsorganisaties inmiddels zijn aangesloten op de oefenomgeving van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).

Wet digitale overheid en Wet open overheid Niet alleen bij de woningbouw, energietransitie en klimaatadaptatie staan gemeenten voor grote maatschappelijke opgaven, ook in de digitalisering van de samenleving liggen uitdagingen. In het kader van deze begrotingscirculaire is het vanzelfsprekend belangrijk om te melden dat de financiële gevolgen voor de uitvoering van nieuwe wetgeving en taakmutaties reëel worden opgenomen in de

Richtlijnen en toetsingsaspecten begroting 2023 en meerjarenraming 2023-2025

Pagina 10 van 12

komende begroting en meerjarenraming. Zo hebben ook deze beide wetten gevolgen voor de bedrijfsvoering van gemeenten. Behalve implementatiekosten komen er structureel ook extra taken bij. Gedurende de Covid-19 crisis is het belang van digitale toegankelijkheid alleen nog maar evidenter geworden. Op 1 mei 2022 treedt de Wet open overheid (Woo) in werking. Deze wet heeft als doel (semi)overheden transparanter en toegankelijker te maken. De wet moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. De Woo komt in de plaats van de huidige Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Een verschil van slechts één letter, maar de nieuwe Woo gaat ook heel wat betekenen voor gemeenten. Zo worden gemeenten verplicht verschillende soorten documenten actief en snel openbaar te maken. Ook verplicht de Woo om gemeenten hun informatiehuishouding op orde te brengen, een bepaling uit de Archiefwet wordt daarbij herhaald in de Woo. Hiermee is een aanzienlijke doorlooptijd gemoeid, de Memorie van Toelichting bij de wet noemt een mogelijke termijn van acht jaar. De financiële gevolgen van de implementatie en uitvoering van de Woo zijn door het Rijk bij de meicirculaire 2021 gecompenseerd met zowel incidentele als structurele middelen. De invoering van de Wet digitale overheid (Wdo) heeft in 2021 vertraging opgelopen.

Vragen van de Eerste Kamer bij het wetsvoorstel hebben ertoe geleid dat de Staatssecretaris van BZK heeft besloten tot een wetswijziging. Het wijzigingsvoorstel is in juni 2021 bij de Tweede Kamer ingediend. De inwerkingtreding is afhankelijk van wanneer de Kamer het wetsvoorstel met wijzigingen bespreekt. De Wdo heeft als doel het regelen van het veilig en betrouwbaar kunnen inloggen voor Nederlandse burgers en bedrijven bij (semi)overheid. Deze wet moet het mogelijk maken om straks via publieke én private inlogmiddelen digitaal zaken te doen met bijvoorbeeld gemeenten en zorginstanties. De Wdo gaat pas gelden als een instantie technisch en organisatorisch klaar is om aan te sluiten. De VNG heeft het Rijk gevraagd om compensatie van de meerkosten voor de gemeenten. Dat is nog niet geregeld.

Toezichtkader Gemeenschappelijke regelingen Vorig jaar informeerden wij u over de stand van zaken omtrent het GTK voor de gemeenschappelijke regelingen. Reden voor een afzonderlijk toezichtkader voor de gemeenschappelijke regelingen, is dat GTK voor gemeenten niet één op één van toepassing is voor de gemeenschappelijke regelingen. Vanwege de diversiteit aan gemeenschappelijke regelingen (grootte, deelnemers, beleidsvelden), moet dit toezichtkader een handvat zijn voor gemeenschappelijke regelingen bij het opstellen van de begroting. Wij verwachten in de eerste helft van 2022 het GTK vast te kunnen stellen. Daarmee wordt ingezet dat dit nieuwe GTK voor gemeenschappelijke regelingen bij de begroting 2024 toegepast kan gaan worden. De wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is inmiddels definitief en treedt in werking per 1 juli 2022. Belangrijke wijzigingen die met ingang van het begrotingsjaar 2023 gelden zijn: 1.

Aanpassing begrotingscyclus door drie wijzigingen: -

2.

de kadernota en voorlopige jaarrekening moeten voor 30 april naar gemeenteraden worden gestuurd in plaats van 15 april; de ontwerpbegroting moet uiterlijk 12 weken voor 15 september voor een zienswijze aan gemeenteraden aangeboden worden, in plaats van 8 weken voor 1 augustus; de begroting van een regeling moet uiterlijk 15 september naar gedeputeerde staten worden gestuurd in plaats van 1 augustus. Artikel 9 van de Wgr is aangescherpt met een bepaling over de reikwijdte van de afspraken die moeten worden gemaakt over het regelen van de gevolgen van de uittreding. Daardoor kan niet langer volstaan worden met een vaststelling door het (algemeen) bestuur. Bestaande

Richtlijnen en toetsingsaspecten begroting 2023 en meerjarenraming 2023-2025

Pagina 11 van 12

gemeenschappelijke regelingen zullen binnen twee jaar moeten worden aangepast nadat deze wijziging in werking is getreden.

5.

Agenda toekomst van het (interbestuurlijk) toezicht

Met de Agenda Toekomst (interbestuurlijk) Toezicht (ATT) geven gemeenten, provincies en Rijk gezamenlijk invulling aan de vernieuwing van het interbestuurlijk en financieel toezicht. Het doel is dat het toezicht zo effectief mogelijk is en past bij een gezamenlijke aanpak van maatschappelijke opgaven. Het actieplan bestaat uit vijf actielijnen: 1. 2. 3. 4. 5.

Versterking verbinden horizontale controle en verticaal toezicht Beter voeren dialoog Beter leren via toezicht Uniformeren uitvoering toezicht Toezichthouder richt zich op gedeelde risico’s

Er zijn verschillende werkgroepen in het leven geroepen die per actielijn de gestelde doelen uitwerken. Voor meer informatie postbusATT@minbzk.nl. In het kader van het opbouwen en/of verbeteren van de gespreksrelaties tussen toezichtontvanger en toezichthouder (actielijn 2) zal verder worden uitgewerkt hoe de dialoog met elkaar kan worden gevoerd. In vervolg op de in 2021 georganiseerde workshops ATT worden een aantal regionale pilots georganiseerd om hier in de praktijkervaring mee op te doen. Provincies en gemeenten die hieraan zouden willen deelnemen worden opgeroepen zich hiervoor aan te melden bij het programma ATT via postbusATT@minbzk.nl. De recent opgerichte werkgroep ‘Data gedreven toezicht’ gaat onderzoeken welke bestaande data, toezichtinformatie, kennissystemen etc. voorhanden zijn en hoe die beter kunnen worden benut (actielijn 3). Dit kan uitmonden in pilots om ervaringen op te doen om deze beter te gebruiken en te komen tot verbeteringen.

6.

Tot slot

In deze circulaire zijn actuele en relevante aandachtspunten opgenomen. Hebt u vragen over deze circulaire dan kunt u contact opnemen met de contactambtenaar voor uw gemeente. Daarnaast kunt u bij de contactambtenaar voor uw gemeente informatie opvragen over websites of databanken met interessante informatie en cijfers op het gebied het financieel toezicht of over de financiën van gemeenten en gemeenschappelijke regelingen in de provincie. Het ministerie van BZK stelt ook financiële data en informatie beschikbaar op de website Findo.nl, zoals data van gemeentelijke begrotingen en jaarrekeningen. Deze data kunnen worden gebruikt voor vergelijking en analyse. Als laatste attenderen wij u op de website van de Rijksoverheid waar informatie staat over hoe gemeenten haar financiële situatie op verschillende manieren kunnen (laten) onderzoeken. Bijvoorbeeld zelf met een eigen begrotingsanalyse of bij preventief toezicht met een begrotingsscan met behulp van de provincie en het Rijk of eventueel bij een herindeling met een herindelingsscan.

Richtlijnen en toetsingsaspecten begroting 2023 en meerjarenraming 2023-2025

Pagina 12 van 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/459/documents/14240