B23. Provincie Utrecht, afschrift Brief Oudewater tussenbalans wind.pdf
Tekst van het document
PROVINCIE ::UTRECHT
Onderwerp
Tussenbalans II
Datum
17-09-2024
Documentnummer
UTSP-279699493-57637 College van Gedeputeerde Staten Statenbrief Tussenbalans II Tussenbalans II
Van Bijlagen
E-mailadres
secreta riaatvanessen@provincie-utrecht. n I
Geacht college, In januari 2024 hebben we uw college geinformeerd over de meest kansrijke gebieden voor windenergie en hebben wij u opgeroepen om voor de zomer concreet te maken hoe u invulling geeft aan het realiseren van de RES-doelstellingen van uw regio voor 2030 via windenergie en/of zonne-energie. Naar aanleiding van de besluitvorming in de gemeenten hebben wij een tweede Tussenbalans opgesteld. In deze brief vindt u hier een toelichting op en geven we aan wat dit betekent voor uw gemeente. Uitkomsten Tussenbalans 2 Vanaf onze oproep in januari zijn bijna alle gemeenten in hoog tempo raadsbesluiten gaan voorbereiden om de eigen bijdrage in de RES te verstevigen en concretiseren. Ook voor uw gemeente is dat het geval en wij waarderen deze inzet enorm. Dit heeft ertoe geleid dat een aanzienlijk deel van het RES-bod voor de provincie Utrecht verder is geconcretiseerd en dat we een stuk dichter bij het halen van de doelstelling van 2,4 TWh voor 2030 zijn gekomen. Ook in de regio U16 zijn veel plannen verder geconcretiseerd. Uit de Tussenbalans blijkt ook dat in de U16 het concretiseren van de regionale opgave niet volledig is gelukt en dat voor het aanvullend deel projectbesluiten voor windenergie vervolgd zullen moeten worden.
Gevolgen voor uw gemeente We hebben veel waardering voor de inzet van uw gemeente om door middel van het mogelijk maken van zonne- en windenergie een bijdrage te leveren aan het halen van de gezamenlijke RES-doelen. Tegelijkertijd zien we dat de plannen voor windenergie in uw gemeente in sommige opzichten nog net niet ver genoeg zijn om in de Tussenbalans II mee te kunnen rekenen als 'gerealiseerd in 2030'. In uw gemeente liggen verschillende kansrijke gebieden. U heeft ervoor gekozen een gebied dat niet als meest kansrijk is beoordeeld verder te onderzoeken. De komende maanden onderzoeken we samen met u of het, ondanks de knelpunten die hier liggen, toch mogelijk is hier windenergie te realiseren. Indien dat het geval blijkt en u een besluit neemt met daarin een planning voor 2030 en een goede benutting van de potentie zal uw gemeente eind dit jaar niet langer in beeld zijn voor onze keuze van gebieden waar provinciale projectbesluitprocedures voor wind dan verder worden gevolgd.. De andere gebieden blijven op dit moment echter nog wel in beeld voor een mogelijk provinciaal projectbesluit totdat er duidelijkheid is over het gebied dat onderzocht gaat worden.
Vervolgproces Dit najaar zullen we gemeenten ondersteunen om de benodigde concretisering voor zowel zonne-als windenergie voor het einde van het jaar te bewerkstelligen om zo de resterende opgave om het doel te behalen in de regio te verkleinen. In gebieden in gemeenten die op basis van raadsbesluiten aan het einde van het jaar voldoende concrete plannen voor windenergie hebben en daarbij ook de ruimtelijke mogelijkheden van de gemeente benut hebben, zullen aan het einde van het jaar geen projectbesluitprocedures vervolgd worden. Bovendien zullen gebieden in gemeenten die al een groot aandeel vergevorderde zonnevelden hebben
1van 2
(gerealiseerd of vergund) als laatste overwogen worden voor een projectbesluit. Dit is in lijn met de motie van Provinciale Staten wie goed doet goed ontmoet. Na een tweede startgesprek in Provinciale Staten in oktober zal aan de hand van de aandachtspunten die in dit gesprek meegegeven worden en de kaders zoals genoemd in bijlage 1, een keuze gemaakt worden voor welke gebieden een projectbesluit vervolgd wordt. Maximale participatie en minimaal 50% lokaal eigendom zijn hierbij belangrijke uitgangspunten. Daarom hebben Provinciale Staten 26 juni jl. het Beleids- en toetsingskader lokaal eigendom en participatie vastgesteld, waarin de verschillende stappen in het participatieproces zijn beschreven. Samen RES-doelen halen Uiteindelijk is het doel om onze gezamenlijke RES-biedingen gestand te doen en daarbij is een goede regionale samenwerking tussen de verschillende RES-partners randvoorwaardelijk, met respect voor ieders eigen rol, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Het gezamenlijke regionaal belang staat daarbij voor ons voorop, zeker ook omdat een goede ruimtelijke inpassing van grootschalige opwek een gemeentegrensoverstijgend perspectief vraagt. We zien ernaar uit om binnen deze samenwerking de doelen voor duurzame opwek voor 2030 te realiseren.
Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Utrecht,
·kt-
Secreta ris, mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen
2van2