CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

B2. Voorlopige jaarstukken VRU 2022.pdf

Gemeenteraad 8 juni 2023, gemeente OudewaterBij agendapunt: 12: Raadsvoorstel Zienswijze jaarrekening 2022, geactualiseerde begroting 2023 en ontwerpbegroting 2024 VRU (096733)16.588 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Jaarstukken 2022 Verslag & rekening

Pagina

1

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave

2

1

5 5 6

Financiële samenvatting Samenvatting toelichting jaarrekeningresultaat Voorstel bestemming rekeningresultaat

Jaarverslag 2022

7

Programmaverantwoording

8

2

Risicobeheersing Wat wilden we bereiken? Wat hebben we ervoor gedaan? Productie-indicatoren Prestatie-indicatoren Gerealiseerde baten en lasten

9 9 9 11 12 13

3

Crisisbeheersing Wat wilden we bereiken? Wat hebben we daarvoor gedaan? Productie-indicatoren Gerealiseerde baten en lasten

14 14 14 16 17

4

GHOR Wat wilden we bereiken? Wat hebben we daarvoor gedaan? Productie-indicatoren Gerealiseerde baten en lasten

18 18 18 19 19

5

Brandweer Wat wilden we bereiken? Wat hebben we ervoor gedaan? Productie-indicatoren Prestatie-indicatoren Gerealiseerde baten en lasten

20 20 20 21 21 22

6

Meldkamer Wat wilden we bereiken? Wat hebben we ervoor gedaan? Productie-indicatoren Gerealiseerde baten en lasten

23 23 23 24 25

7

Algemeen Algemene kosten en dekkingsmiddelen Overhead Onvoorzien Gerealiseerde baten en lasten

26 26 26 26 27

Pagina

2

Paragrafen

28

8

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit Kengetallen

29 29 29 31

9

Onderhoud kapitaalgoederen Activeren en afschrijven Onderhoud

32 32 32

10

Financiering Kasgeldlimiet Renterisiconorm

33 33 34

11

Bedrijfsvoering Personeel Inhuur Beleidsindicatoren Duurzaamheid Privacy

35 35 38 38 38 39

12

Openbaarheid

40

13

Verbonden partijen

41

14

Verantwoording Oekraïne

42

Jaarrekening 2022

43

1

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

44 44

2

Overzicht van baten en lasten Overzicht van baten en lasten naar categorie Toelichting op het overzicht van baten en lasten naar categorie Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening 2022

46 46 47 50

3

Balans Balans ultimo boekjaar Toelichting op de balans Waarborg en garanties Niet in de balans opgenomen verplichtingen Gebeurtenissen na balansdatum

51 51 52 58 58 58

4

Wet normering topinkomens (WNT) Bezoldiging topfunctionarissen 2022 Onbezoldigde topfunctionarissen

59 59 60

5

Single information Single Audit

61

6

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

62

Pagina

3

Bijlage 1 – gemeentelijke bijdragen en vergoedingen

67

Bijlage 2 – Gerealiseerde baten en lasten per taakveld

68

Bijlage 3 – Begrippen en afkortingen

69

Pagina

4

1 Financiële samenvatting Samenvatting toelichting jaarrekeningresultaat De realisatie cijfers uit deze jaarstukken worden vergeleken met deze geactualiseerde begroting 2022 die op 4 juli 2022 door het Algemeen Bestuur is vastgesteld. Het jaar 2022 sluit met een positief resultaat voor bestemming van € 0,7 miljoen (circa 0,7% van de begroting). Tabel 1 Samenvatting financiële afwijkingen

Een deel van de afwijkingen op de verschillende rubrieken is technisch van aard en aan elkaar gerelateerd. Per saldo zorgen deze afwijkingen niet voor een resultaateffect. Deze saldo-neutrale afwijkingen zijn in de bovenstaande tabel apart inzichtelijk gemaakt om vervolgens inzicht te geven in de gecorrigeerde afwijkingen die leiden tot het gerealiseerde rekeningresultaat. Uit de gecorrigeerde afwijkingen blijkt dat het resultaat van ruim € 0,7 miljoen op hoofdlijnen bestaat uit lagere personele lasten (€ 0,6 miljoen) en materiële lasten (€ 0,13 miljoen) enerzijds en hogere baten (€ 0,07 miljoen) anderzijds. In paragraaf 2.2 van de jaarrekening is een meer uitgebreide toelichting opgenomen, inclusief de saldo-neutrale afwijkingen. Hierbij wordt ook toegelicht of sprake is van een incidentele of structurele afwijking. De kosten voor de opvang van Oekraïense ontheemden bedroegen in 2022 € 9,6 miljoen. Deze kosten worden één op één vergoed door het rijk. Zowel de kosten als de baten maken onderdeel uit van de exploitatie van de VRU, zie tabel 1. De kosten voor de crisisnoodopvang bedroegen € 6,2 miljoen. Deze kosten zijn rechtstreeks doorbelast aan het COA en daarmee geen onderdeel van de exploitatie van de VRU.

Pagina

5

Voorstel bestemming rekeningresultaat Voorgesteld wordt om het positieve resultaat 2022 te storten in de ontwikkel- en egalisatiereserve als dekking voor activiteiten uit 2022 die doorlopen in 2023. Dit betreft een aantal ICT-projecten, te vertaagde uitlevering van beschermde middelen en het gezamelijke project om met de gemeente een visisie op de huisvestiging te ontwikkelen. Tabel 2 Resultaatbestemming

Pagina

6

Jaarverslag 2022

Pagina

7

Programmaverantwoording De begroting bestaat uit één programma: Veiligheidsregio Utrecht. Hierin de volgende programmaonderdelen:      

Risicobeheersing Crisisbeheersing GHOR Brandweer Meldkamer Algemeen

In de hoofdstukken hierna de verantwoording per programmaonderdeel.

Pagina

8

2 Risicobeheersing Wat wilden we bereiken? Met risicobeheersing willen we bereiken dat de fysieke veiligheid in het verzorgingsgebied van een hoog niveau is. We leveren samen met gemeenten, instellingen, bedrijven en burgers een bijdrage aan omgevingsveiligheid. Onze bijdrage zit aan de voorkant van de veiligheidsketen; in het voorkomen en beperken van fysieke onveiligheid. Hiertoe inventariseren we risico’s van branden, rampen en crises. Wij adviseren bevoegd gezag gevraagd en ongevraagd over de risico’s, zodat bevoegd gezag de afwegingen kan meenemen bij besluitvorming over ontwikkelingen in het fysieke domein. Hierbij betrekken wij actief burgers, bedrijven en instellingen om zo het veiligheidsbewustzijn en veilig handelen te stimuleren. In 2022 zien we dat onze werkzaamheden niet volledig volgens planning zijn gelopen. Naast de naweeën van COVID hadden we minder capaciteit beschikbaar voor de geplande werkzaamheden. Dit kwam door ontwikkelingen op de arbeidsmarkt (generatiepact, het vertrek van medewerkers, slechte respons bij werving nieuwe medewerkers en onvoldoende inhuur beschikbaar), inzet repressieve werkzaamheden en inzet in langdurige crises.

Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 staan voor Risicobeheersing drie doelstellingen:  Wij gaan meer gericht het veiligheidsbewustzijn en veilig gedrag van burgers, instellingen en bedrijven stimuleren: samen maken wij veiligheid.  Wij willen meer en beter zicht krijgen op de voor ons relevante trends en ontwikkelingen in de samenleving en hier alerter en effectiever op gaan inspelen door risicogericht(er) te gaan werken.  Wij zorgen ervoor dat wij beter en eerder worden betrokken bij visievorming, planvorming en besluitvorming rondom omgevingsveiligheid, om onze bijdrage te leveren aan een veilig ontwerp van de fysieke omgeving.

Wat hebben we ervoor gedaan? Beleidsactiviteiten Voor bovengenoemde beleidsdoelstellingen hebben we in 2022 de volgende activiteiten uitgevoerd: Brand(Veilig) leven In 2022 zijn we doorgegaan met onze activiteiten van (Brand)Veilig Leven, waarin we ons richten op jeugd (scholen), ondernemers, zorginstellingen en verschillende algemene voorlichtingsactiviteiten. Daarbij zetten we in op zowel exposure als kennisoverdracht met als doel een aanpassing van de houding en veiliger handelen. Met de bestuurlijk ambassadeurs energietransitie en klimaatadaptatie/gevolgbestrijding legden we de focus op de netwerken voor regionale energiestrategie en klimaatadaptatie. Daar maken we de verbinding tussen veiligheid en de fysieke leefomgeving. Er is een veiligheidsdialoog ontwikkeld en toegepast op de thema’s vergrijzing en klimaatadaptatie. We investeerden in onze relaties door ‘aan tafel te zitten’ en daarmee ons bereik te vergroten. Advisering in toezicht In 2022 hebben we geëxperimenteerd met nieuwe toezichtinterventies. Door middel van een zelfscan voor kinderdagverblijven en kantoren wilden we de betrokkenheid van eigenaren en gebruikers vergroten. Bij de eerste kleinschalige testen bleek het resultaat van de zelfscan nog (te) onbetrouwbaar. De pilot was daarmee leerzaam, maar is nog niet overal toepasbaar.

Naast adviezen die gebaseerd zijn op wetgeving, geven we ook aanvullende adviezen op het gebied van brandveiligheid. Ondanks getroffen maatregelen bestaan er altijd (brand)

Pagina

9

veiligheidsrisico’s die niet volledig uit te sluiten zijn. In de risicogerichte beoordeling wordt de initiatiefnemer gewezen op extra mogelijkheden (bovenwettelijk) om deze risico’s te verkleinen. In 2022 is een kleinschalig onderzoek uitgevoerd om in beeld te krijgen in hoeverre gemeenten onze risicogerichte beoordeling overnemen. In 40% van de gevallen hebben gemeenten deze aanvullende adviezen (meer risicogericht) overgenomen. We gaan dit in 2023 verder onderzoeken, want het aantal onderzochte dossiers beschouwen we als te klein om hier conclusies uit te trekken. Omgevingswet Het voorbereidingsproject op de Omgevingswet is afgerond. Als VRU streven we ernaar dat gemeenten veiligheid in hun Omgevingsvisie opnemen. In 2022 zijn de contacten met de gemeenten in dit kader versterkt. In 10 gemeenten zijn de omgevingsvisies vastgesteld, in 12 gemeenten zijn deze in uitvoering en 4 gemeenten moeten nog starten. Halverwege 2022 is de samenwerking met de omgevingsdiensten weer opgestart. In 2022 is een werkbezoek voor bestuurders over de implementatie van de Omgevingswet bij de veiligheidsregio’s en GGD’s georganiseerd. Naar aanleiding van het werkbezoek heeft de VRU een webinar voor andere veiligheidsregio’s gegeven. Inzicht in risico’s en ontwikkelingen Wij hebben de risico’s in onze regio in beeld en vastgelegd in ons risicoprofiel.

Wij monitoren en analyseren de risico’s voortdurend. We delen deze informatie met in- en externe partners. In 2022 is het nieuwe risicoprofiel vastgesteld door het algemeen bestuur. Nieuw was het actueel risicobeeld, waarin op gemeenteniveau kwetsbare objecten weergegeven zijn. Hierin is de stap gemaakt van ‘platte kaarten’ naar een digitaal platform. De volgende stap in deze ontwikkeling, is het toevoegen van sensoren met betrekking tot de risicofocusgebieden, om meer zicht te krijgen op (de ontwikkeling van) risico’s in de gebieden. Advisering ter voorkoming van onveiligheid Wij adviseren risicogericht het bevoegd gezag om onveilige situaties te voorkomen en/of te beperken. De totale omvang van de bouwadvisering is in 2022 nagenoeg gelijk aan het begrote aantal en de realisatie in 2021. We zien dat de gebouwen waarop geadviseerd moet worden steeds complexer worden. De hoogbouw neemt toe, er worden meer kantoorgebouwen getransformeerd naar woningen en er worden steeds meer plannen voorgelegd met gelijkwaardige oplossingen. Het aantal verstrekte adviezen ruimtelijke ordening was in 2022 meer dan de jaarplanning. Het hogere aantal is toe te schrijven aan het aandeel bestemmingsplannen (incl. externe veiligheid).

Risicogericht toezicht We hielden toezicht namens het bevoegd gezag op (brand)veiligheid tijdens de bouw en het gebruik van bestaande gebouwen, bouwwerken en milieu-inrichtingen. Ook hielden we risicogericht toezicht bij evenementen. Vaak doen we dit in samenwerking met onze VTH-partners (gemeenten, politie en de omgevingsdiensten). Waar nodig hebben wij het bevoegd gezag geadviseerd handhavend op te treden in het kader van de brandveiligheid en ondersteunen dat inhoudelijk. Samen met de inspectiepartners voert de VRU BRZO-inspecties uit bij de BRZObedrijven in onze regio. Dit geldt ook voor het toezicht op bedrijven waar vuurwerk ligt opgeslagen. In 2022 zijn veiligheidschecks uitgevoerd bij tijdelijke opvanglocaties voor vluchtelingen. Deze veiligheidschecks worden met enige regelmaat uitgevoerd en doorgesproken met de opvangorganisatie. Door deze werkzaamheden was er minder capaciteit beschikbaar voor de geplande werkzaamheden. Door de krappe arbeidsmarkt leverde werving en inhuur onvoldoende resultaat om dit op te vangen.

Pagina

10

Vergroten veiligheidsbewustzijn De ontwikkelingen in onze samenleving maken het noodzakelijk dat burgers, bedrijven en instellingen veiligheidsbewust en handelingsbekwaam zijn om de (brand)risico’s die er zijn zoveel mogelijk te beperken. Met de ontwikkeling van nieuwe middelen blijven we inspelen op actuele (brand)risico’s in de maatschappij. In 2022 zijn er diverse andere activiteiten uitgevoerd. Enkele highlights:  Door 25 gemeenten is via publiekszaken informatie verstrekt bij aangifte geboorte. Dit heeft tot verzending van 750 aanvullende informatieve geboortepakketten gezorgd;  Er zijn ongeveer 100 berichten gepost op de sociale media kanalen van de VRU (50 hiervan zijn gericht op voorlichting na brand);  In de maanden juni t/m augustus is uitvoering gegeven aan de nationale campagne voor de rookmelderverplichting, die is ingegaan op 1 juli 2022;  De expo ‘Zo gepiept’ heeft ruim 200 dagen in publieke ruimten in de regio gestaan waar het publiek ervaring op deed over de nut en noodzaak van een werkende rookmelder;  In oktober is uitvoering gegeven aan de Nationale Brandpreventieweken met als grote actie een evenement in de Sint Joriskerk in Amersfoort. Medewerkers van (Brand)Veilig leven gaven met behulp van Lego-incidentencity voorlichting aan ruim 7700 mensen over de brandveiligheid thuis.

 Sinds april 2022 is het lespakket ‘Brandmeester’ beschikbaar voor alle MBO opleidingen bouw en zorg. Sinds december is dit uitgebreid met een lespakket voor alle VMBO bovenbouw klassen.

Productie-indicatoren We sturen en verantwoorden op zowel de feitelijke productiecijfers als op kwalitatieve prestaties. Hieronder een overzicht van de voor dit programmaonderdeel relevante criteria. Tabel 3 Productie-indicatoren Risicobeheersing

Advisering ter voorkoming van onveiligheid Advisering door de VRU is vraag-gestuurd. Alle adviesaanvragen zijn in behandeling genomen en binnen de gestelde termijnen afgerond. In totaal zijn er 450 adviezen verstrekt. Dit is meer dan de jaarplanning. De omvang van de bouwadvisering is in 2022 nagenoeg gelijk aan het begrote aantal. We zien dat de gebouwen waarop geadviseerd moet worden, steeds complexer worden. Dit kost per

Pagina

11

adviesaanvraag meer adviestijd. Na het versoepelen van de coronamaatregelen nam het aantal adviesaanvragen voor evenementen sterk toe. Risicogericht toezicht De controles bouw zijn vraag gestuurd. Alle gevraagde controles bouw zijn uitgevoerd. Dit aantal is lager dan gepland, mogelijk dat als gevolg van capaciteitsproblemen bij de gemeente en het feit dat er in de bouw -tijdelijk- minder bouwtoezicht nodig was. Bij hercontroles bestaande bouw zien we dat een relatief kleine groep bedrijven en gebouweigenaren de regels onvoldoende naleeft. We gaan onze interventies hierop aanpassen, zodat de grote groep die voldoet aan de brandveiligheidseisen in een lichter toezichtsregime komt. Hiermee kunnen we ook aandacht schenken aan de brandveiligheid bij nieuwe risico’s. Bij toezicht bestaande bouw is ook de screening van vluchtelingenopvanglocaties opgenomen. In het kader van ‘mogelijk maken’ voerden we geen controles uit bij deze locaties, maar een veiligheidscheck. Hierbij letten we op snelle detectie van de brand, veilig vluchten en snelle alarmering van de hulpdiensten. Dit kost meer tijd dan een reguliere controle en gaat daarmee ten koste van de geplande toezichtsbezoeken. Vergroten veiligheidsbewustzijn Vanaf maart 2022 zijn alle fysieke activiteiten van (Brand)Veilig leven weer opgestart.

Door algehele werkdruk zien we een lagere bereidheid van medewerkers / vrijwilligers om zich in te zetten voor voorlichtingen in de avonduren en het weekend. Zorginstellingen maken na twee jaar corona weer ruimte voor toolbox-trainingen. Daarnaast zijn er met 48 zorginstellingen periodieke overleggen geweest over de brandveiligheid in de instelling.

Prestatie-indicatoren Tabel 4 Prestatie-indicatoren Risicobeheersing

Inzicht in risico’s en ontwikkelingen In 2022 is het nieuwe risicoprofiel vastgesteld oor het algemeen bestuur. Daarbij is het actueel risicobeeld gepresenteerd waarin op gemeenteniveau kwetsbare objecten weergegeven zijn. Er is in 2022 tweemaal per gemeente een gesprek gevoerd met de hoofden Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) van de gemeenten om de wensen en voortgang van de jaarplanafspraken te bespreken en de relatie met de beleidscycli te verstevigen. Vergroten veiligheidsbewustzijn Er zijn in 2022 178 meldingen van mogelijk brandonveilige situaties onderzocht. Hierop zijn de benodigde acties (samen met bevoegd gezag) ondernomen. Alle fysieke activiteiten vanuit het programma (Brand)Veilig leven zijn sinds maart 2022 weer gestart.

Pagina

12

Gerealiseerde baten en lasten Tabel 5 Baten en lasten Risicobeheersing

Pagina

13

3 Crisisbeheersing Wat wilden we bereiken? Op basis van het risicoprofiel maken wij afspraken met onze partners in de veiligheidsketen over welke maatregelen we vooraf en tijdens een crisis of brand kunnen treffen en welke inzet een ieder kan leveren ten tijde van een crisis. Zodra een gemeente getroffen wordt door een groot incident, crisis of ramp, trekken hulpdiensten en gemeenten gezamenlijk op. Dit op zowel het gebied van coördinatie, als voorbereiding, beheersing en bestrijding van crises. Met het Regionaal Crisisplan 2020-2023 als basis werken we als veiligheidsregio samen met gemeenten en partners. Het doel van dit gezamenlijke opereren is om de dagelijkse, ‘normale’ situatie zo snel mogelijk te laten terugkeren. Het maatschappelijk leven moet immers zo min mogelijk worden ontwricht. Met de regio’s Gooi & Vechtstreek en Flevoland hebben we afspraken gemaakt over hoe de beider crisisorganisaties bij elkaar aansluiten en gealarmeerd wordt door de landelijke meldkamer. In het Beleidsplan VRU 2020-2023 staan voor Crisisbeheersing vier doelstellingen opgenomen:  Wij willen een slagvaardiger crisisbeheersing, met een snellere en effectievere besluitvorming op operationeel en bestuurlijk niveau, ondersteund door een goede informatievoorziening.  Wij overzien het fysieke veiligheidsdomein.

Door informatie van betrokken partijen te combineren, te verrijken en te borgen zorgen wij dat onze organisatie, partners en de samenleving kunnen beschikken over tijdige en betrouwbare informatie.  Wij nodigen gemeenten uit individueel met ons in gesprek te gaan over de versterking van de gemeentelijke crisisbeheersing.  Wij willen de crisisorganisatie nadrukkelijker voorbereiden op herstelmanagement als onderdeel van crisisbeheersing, met in het bijzonder aandacht voor de continuïteit van vitale processen.

Wat hebben we daarvoor gedaan? 2022 stond grotendeels in het teken van corona en snel daarop volgend, de opvang van vluchtelingen. Eerst Oekraïense ontheemden, later asielzoekers en statushouders. Dit heeft een zware wissel getrokken op de capaciteit van de clusterdirectie (de crisisorganisatie en de GHOR hebben langdurig gefunctioneerd). Dit heeft noodgedwongen consequenties gehad voor de uitvoering van de koude taken van de clusterdirectie. Met onze reguliere activiteiten hebben we uitvoering gegeven aan de beleidsdoelstellingen. Daarnaast hebben wij een impuls gegeven aan de beleidsdoelstellingen met de volgende activiteiten:   

Wij hebben een vervolgstap gemaakt in de transitie naar adequate, compacte en digitaal doorzoekbare plannen, waarbij steeds meer wordt volstaan met aandachtskaarten, waarin operationele aspecten en strategische dilemma’s verkort zijn weergegeven. We verbeteren het inzicht in de kwaliteit van de crisisorganisatie. We hebben stappen gezet met de doorontwikkeling van de flexibiliteit en compactheid van de crisisorganisatie. De doorontwikkeling van de crisisbeheersing is erop gericht om crises te voorkomen, te voorzien en de effecten te minimaliseren. De focus is gelegd bij de verbetering van informatiemanagement, netwerkmanagement, crisismanagement en communicatiemanagement. Op 7 november heeft het Algemeen bestuur hier groen licht voor gegeven.

Pagina

14

We hebben stappen gezet in de doorontwikkeling van bevolkingszorg, op basis van een plan van aanpak dat in eind 2021 is vastgesteld. Dit traject is vertraagd als gevolg van drukke werkzaamheden van gemeenten in verband met Covid-19 en later de opvang van vluchtelingen. In het derde kwartaal is het proces van doorontwikkeling van bevolkingszorg weer opgepakt. We hebben stappen gezet om strategisch crisismanagement integraal door te voeren in de diverse crisisteams. De voorgenomen opleiding en training van onder andere de strategisch adviseurs van de beleidsteams is vanwege de drukke werkzaamheden rond Covid-19 en de opvang van vluchtelingen vertraagd. De ambitie om SCM op de schaal van MiddenNederland te organiseren is niet gerealiseerd, vanwege bovengenoemde ontwikkelingen. Bovendien is er van de zijde van Gooi en Vechtstreek en Flevoland minder dan oorspronkelijk gepland prioriteit aan dit onderwerp gegeven. Wel zijn de afspraken uit het programma drieslag geïmplementeerd ten aanzien van de interregionale crisisorganisatie. Door de vaststelling van een uniforme opschalingsprocedure (IPC) en bijbehorende regelingen zijn forse stappen gezet naar een uniforme doctrine. Het VIC Midden-Nederland is nog niet gerealiseerd.

Crisisorganisatie In 2022 is gewerkt om de crisisorganisatie beter toe te rusten op langdurige crises. Bij Covid19 en ook bij de coördinatie van de opvang van vluchtelingen is een ROT-Langdurig actief. Informatievoorziening Het Veiligheidsinformatiecentrum (VIC) voorziet in de informatievoorziening van de crisisorganisatie, ter ondersteuning van goede besluitvorming en betekenisgeving. Hiervoor worden de ontwikkelingen op het vlak van data-analyse, business intelligence en voorspellen organisatie breed ingezet. De verbeteringen, die in samenspraak met gemeenten en partners kunnen worden ontwikkeld, moeten zorgen dat besluitvorming gerichter, sneller en effectiever kan plaatsvinden. Gemeentelijke crisisbeheersing We zijn met gemeenten in gesprek over de toekomst van bevolkingszorg en crisiscommunicatie. Na de vaststelling van een gedragen standpunt op hoofdlijnen gaan we verder met de uitwerking ervan. Platform voor partners De VRU heeft in het kader van netwerkmanagement de bestaande samenwerking met de relevante crisispartners verder uitgebouwd en verdiept. Samen met deze partners wordt gezamenlijk uitvoering gegeven aan gezamenlijke thema’s op het domein van crisisbeheersing partners uitvoering geven aan de gezamenlijke strategische agenda (meerjarig). Deelnemen aan elkaars opleiding-, training- en oefen (OTO) activiteiten is hiervan een belangrijk onderdeel.

Pagina

15

Productie-indicatoren Tabel 6 Prestatie-indicatoren Crisisbeheersing Nr. Productie- en prestatieindicator

1 Planvorming actueel vastgesteld Incidentbestrijdinsplannen (elke 4 jaar) Rampenbestrijdingsplannen (elke 3 jaar) 2 Bezetting piketgroepen Hoofdstructuur Bevolkingszorg 3 Gediplomeerd voor functies waarvoor dat verplicht is Initiële opleiding is afgesloten met een examen 4 Piketorganisatie is initieel en structureel aantoonbaar vakbekwaam Verplichte trainingen daadwerkelijk gevolgd: Hoofdstructuur Bevolkingszorg 5 Inzicht in aantal (multidisciplinaire) inzetten Grip (aantal) Kortdurend, <1 week (aantal) Langdurend, >1 week (aantal) 6 Inzicht in aantal evaluaties (aantal) Het aantal platformoverleggen met crisispartners

Realisatie 2021

Actualisatie 2022

Realisatie 2022

70% 100%

100% 100%

100% 100%

>5 >5

≥5 ≥5

100% 85%

100%

100%

100%

90% 90%

90% 90%

85% 0%

5 1 (Covid)

6 2

12 1

6

8

8

Planvorming Beleidsdoelen voor planvorming zijn niet allemaal gehaald vanwege (1) de capaciteit die de huidige crisis vraagt, (2) prioriteit die is gegeven aan de handreiking GBT-driehoek die i.s.m. de Gemeente Utrecht tot stand is gekomen over de leerpunten van het schietincident en (3) de voorbereiding op de Vuelta. Externe capaciteit die geworven was voor een extra inspanning op planvorming om de beleidsdoelen te halen, is ook ingezet voor de crisis. Wettelijke verplichtingen voor planvorming worden wel gehaald Piketgroepen De procentuele bezetting van de regionale piketgroepen bevolkingszorg blijft al jaren achter en is de laatste 12 maanden problematisch. Enkele piketgroepen staan onder druk. Dit onderwerp is meermaals aangekaart bij gemeentesecretarissen. Werving loopt continue. Vulling van de lokale piketgroepen is een gemeentelijke verantwoordelijkheid. De doorontwikkeling van bevolkingszorg en crisiscommunicatie die we momenteel samen met gemeenten vorm geven moet o.a. dit probleem aanpakken. Vakbekwaam Voor bevolkingszorg wordt vanwege de doorontwikkeling na afstemming met de coordinerende functionaris en gemeenteambtenaren een aangepast vakbekwaamheidsprogramma gedraaid die aansluit bij multi-activiteiten. Daarnaast worden enkele gerichte vakbekwaamheidsactiviteiten georganiseerd.

Evalueren Voor de evaluatorenpool blijft het lastig om de evaluaties binnen een redelijke termijn voltooid te krijgen. De bezetting van de pool is een voortdurend aandachtspunt en onlangs uitgebreid. De beschikbare tijd van evaluatoren om deze neventaak uit te voeren is een structureel knelpunt.

Pagina

16

Gerealiseerde baten en lasten Tabel 7 Baten en lasten Crisisbeheersing

Pagina

17

4 GHOR Wat wilden we bereiken? De geneeskundige zorg tijdens een crisis wordt geleverd door verschillende geneeskundige organisaties, zoals ambulancediensten, GGDrU en ziekenhuizen. Onze GHOR vormt de schakel tussen deze organisaties. Zowel in de voorbereiding als tijdens crises pakken wij de coördinatie op en zorgen we voor afstemming met politie, brandweer en gemeenten. Daarmee zorgen wij voor een goede balans tussen zorg en veiligheid. Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 staan voor de GHOR twee doelstellingen:  Wij willen een stevigere regiepositie innemen als het gaat om voldoende capaciteit voor het presterend vermogen van spoedzorg.  Wij willen vanuit onze toezichtsrol actief signaleren, stimuleren en handhaven, opdat de zorgcontinuïteit in het complexe zorglandschap voldoende voorbereid is.

Wat hebben we daarvoor gedaan? Beleidsactiviteiten Wij geven een impuls aan de beleidsdoelstellingen met deze specifieke beleidsactiviteiten: Steviger regiepositie op presterend vermogen spoedzorg: De spoedzorgketen vormt de basis voor de opschaling. Verschuivingen in het zorglandschap betekenen dat de capaciteit voor spoedzorg en daarmee de opgeschaalde voorzieningen, onder druk staan. De GHOR wil het voortouw nemen in het met zorgketenpartners werken aan het waarborgen van de capaciteit voor opgeschaalde spoedzorg. Daartoe zal de GHOR nadrukkelijk, vanuit het traumanetwerk Midden Nederland ROAZ, het onderwerp landelijk adresseren bij de relevante partijen (ministeries, GGD GHOR Nederland ziektekostenverzekeraars etc.) en regionaal passende maatregelen verkennen. Samenwerking met de omliggende regio’s is hierbij evident. Toezichtsrol zorgcontinuïteit: Om de invulling van de aan de veiligheidsregio opgedragen toezichtrol te versterken is het nodig om meer zicht te krijgen op het zorgrisicoprofiel van de regio. De toezichtsrol vraagt dat de GHOR ook steeds actief blijft investeren in een goede relatie met lokale besturen van zorgaanbieders en instellingen in de regio.

Pagina

18

Productie-indicatoren Tabel 8 Productie-indicatoren GHOR Nr. Productie- en prestatieindicator

1 Bezetting piketgroepen GHOR 2 Gediplomeerd voor functies waarvoor dat verplicht is Initiële opleiding is afgesloten met een examen 3 Piketorganisatie is initieel en structureel aantoonbaar vakbekwaam Verplichte trainingen daadwerkelijk gevolgd: GHOR 4 Inzicht in aantal (multidisciplinaire) inzetten Grip (aantal) Inzetten OvDG (aantal) * Betreft een nieuwe indicator waarover in 2021 geen informatie beschikbaar is.

Realisatie 2021

Actualisatie 2022

Realisatie 2022

5%

≥5

≥5

100%

100%

100%

90%

90%

90%

*

500

1072

Gerealiseerde baten en lasten Tabel 9 Baten en lasten GHOR

Pagina

19

5 Brandweer Wat wilden we bereiken? Onze meest bekende activiteit is het blussen van branden. De brandweer doet echter veel meer. We verlenen hulp bij ongevallen, bij incidenten met gevaarlijke stoffen, bij waterongevallen. Wat er ook gebeurt, de brandweer staat 24 uur per dag, 7 dagen in de week klaar om burgers in nood te helpen en gevaarlijke situaties het hoofd te bieden. Als organisatie zijn we voortdurend aan de slag om deze hulp 24/7 te kunnen borgen. Om ons werk goed te kunnen doen moet immers alles kloppen: een goede alarmering, het juiste materieel, de juiste route naar het incident en de vakbekwaamheid van onze brandweermensen. Uiteraard is hierbij ook de eigen veiligheid van belang, waaronder de zorg voor goede arbeidshygiëne en het veiligheidsbewustzijn van onze hulpverleners zelf. Al deze voorwaarden moeten op orde zijn om op een goede wijze de incidenten te kunnen bestrijden. Dit vergt een permanente en solide investering in mensen en middelen. Wat gaan we daarvoor doen? Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 staan voor de Brandweer zes doelstellingen:  Wij vinden het personeel en materieel gelijkwaardig belangrijk voor de paraatheid van onze brandweer.

Wij zorgen voor een paraatheidsorganisatie waarin aan beide elementen van de paraatheid evenveel aandacht wordt gegeven;  Wij zorgen er voor dat er een sluitende paraatheidsmatch komt op de posten die een gekazerneerde bezetting hebben kleiner dan op 24-uurs basis (de dagdienstposten);  Wij willen de inzetbaarheid van de niet-gekazerneerde posten verhogen en manieren vinden om op momenten van onderbezetting de dekking van de brandweerzorg op gelijk niveau te houden;  Onze brandweerpost staat midden in de samenleving, verbonden met de gemeenschap, bereikbaar en herkenbaar en, waar wenselijk, met een bredere maatschappelijke functie;  Wij koesteren de betrokkenheid van onze brandweercollega’s in de uitruk, zowel onze beroeps in roosterdienst als onze vrijwilligers. Wij stellen alles in het werk om onze beroeps en vrijwilligers te blijven binden en boeien voor de VRU-organisatie;  Wij koersen op regiobrede harmonie in kazerneringsroosters zodat we ongeacht de locatie zo goed mogelijk kunnen sturen op de paraatheid van onze gekazerneerde posten en de flexibele en duurzame inzetbaarheid van onze beroepsbrandweermensen.

Wat hebben we ervoor gedaan? Beleidsactiviteiten Met onze reguliere activiteiten die hierna beschreven staan, geven wij uitvoering aan de beleidsdoelstellingen. In 2022 hebben wij onder andere de volgende resultaten behaald:  De nieuwe organisatie van de directie Brandweerrepressie is geïmplementeerd. Vanaf 1 januari zijn de sectoren Oost en West en de afdeling Voorbereiding Incidentbestrijding operationeel. De bij de reorganisatie nog openstaande vacatures bij de afdeling Voorbereiding Incidentbestrijding zijn ingevuld, waarbij binnen de kaders van formatie en het functiehuis gekozen is voor een logische invulling van functies.  De adembeschermingswerkplaats in Houten is volgens planning opgeleverd en in gebruik genomen. De nieuwe werkplaats voldoet aan alle eisen in het kader van arbeidshygiëne en Arbowetgeving.  De eindevaluatie van het Bedrijf Preparatie Brandweer is uitgevoerd.  Het bestuur heeft ingestemd met de werkwijze rond Uitruk op Maat. In 2023 wordt gewerkt aan de implementatie van deze werkwijze.

Pagina

20

 

De VRU heeft als eerste veiligheidsregio het nieuwe operationeel uniform in gebruik genomen. Er is door een taskforce hard gewerkt aan het uitfaseren van Overeenkomsten van Opdracht (OVO) voor eigen personeel.

Paraatheid Ter ondersteuning van de (dagelijkse bedrijfsvoering van de) operationele brandweerorganisatie hanteert de commandant van de brandweer een materieel- en personeelsbeheer- en spreidingsplan (MPBSP), dat in afstemming met de posten tot stand is gekomen. Zodoende is de inrichting van de brandweerzorg voorbereid op de veranderingen die gedurende de planperiode optreden in het verzorgingsgebied. In de afgelopen jaren zijn diverse proeftuinen (zoals het gebruik van de tweewegpagers, de (door)ontwikkeling van het dashboard paraatheid en de inzet van opstappers) uitgevoerd met als doel verbetermogelijkheden voor paraatheid te ontwikkelen. In 2022 zijn deze proeftuinen voortgezet en deels afgerond. Zo is de evaluatie van de proeftuin rond de tweewegpagers afgerond en is er een businesscase opgesteld voor het vervolg.

Productie-indicatoren Tabel 10 Productie-indicatoren Brandweer Nr. Productie-indicatoren

Realisatie 2021

5 6 7

Incidenten bestrijden Het totaal aantal incidenten 8.084 Het aantal incidenten voor brandbestrijding 4.172 2a. Het aantal incidenten voor gebouwbranden 547 2b. Het aantal incidenten voor overige branden 2.042 2c. Het aantal incidenten voor (on)echte of (on)terechte OMS-meldingen 1.583 Het aantal incidenten voor hulpverlening 3.151 3a. Het aantal incidenten voor technische hulpverlening 231 3b. Het aantal incidenten voor hulpverleningen m.b.t. dieren 393 3c. Het aantal incidenten voor overige hulpverlening, waaronder assistentie politie en ambulance 1.740 3d. Het aantal incidenten voor AED-inzet 787 Het aantal incidenten voor basishandelingen bij de bestrijding van ongevallen 638 met gevaarlijke stoffen Het aantal incidenten voor ondersteuning bij waterongevallen 123 Het aantal geredde slachtoffers 25 Het aantal inzetten voor en in buurregio’s 231

8 9

Vakbekwaamheid Aantal cursisten manschap A dat de opleiding heeft afgerond Aantal cursisten dat de opleiding bevelvoerder heeft afgerond

1 2

3

4

86 15

Actualisatie 2022

Realisatie 2022

8.350 4.250 550 2.150 1.550 3.400 200 350 2.200 650 600

9.238 4.411 631 2.251 1.529 4.014 213 388 2.584 829 660

100 160

153 42 281

96 18

94 18

Prestatie-indicatoren Tabel 11 Prestatie-indicatoren Brandweer Nr. Prestatie-indicatoren

1 2

3

Paraatheid & Vakbekwaamheid De opkomsttijden van de brandweer zijn overeenkomstig de eisen van het dekkingsplan uitgevoerd (meettijden) De paraatheid van de brandweer is overeenkomstig de eisen van het dekkingsplan gegarandeerd geweest Jeugdbrandweer Het percentage jeugdbrandweerleden dat doorstroomt naar de reguliere brandweer ten opzichte van het aantal jeugdleden dat de jeugdbrandweer verlaat op 18/19 jarige leeftijd

Realisatie 2021

Actualisatie 2022

Realisatie 2022

82%

80%

83%

ja

Ja

Ja

20%

15%

18%

Pagina

21

Gerealiseerde baten en lasten Tabel 12 Baten en lasten Brandweer

Pagina

22

6 Meldkamer Wat wilden we bereiken? De meldkamer is het kloppend hart van de hulpdiensten. De meldkamer neemt 24 uur per dag en 7 dagen per week hulpverzoeken van burgers in nood aan en dirigeert de hulpverleners snel en efficiënt naar de plaats van het incident. De centralisten vormen daarbij de ogen en oren van de brandweer, vanaf een incidentmelding tot het moment dat een leidinggevende op de plek van het incident arriveert en de aansturing van de collega’s op straat overneemt. De brandweer deelt de meldkamer met de politie en de ambulancedienst. Voor incidenten die om een multidisciplinaire aanpak vragen, kan daardoor snel een calamiteitencoördinator worden ingezet die alle drie de hulpdiensten kan aansturen. Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 staan voor het programma Meldkamer twee doelstellingen:  Wij willen meldingen van burgers sneller en slimmer ontvangen, registreren, beoordelen en bewaken, ten einde nog sneller en adequater hulp te kunnen bieden.  Wij sturen op de kwaliteit en de bruikbaarheid van de informatie waarover de meldkamer beschikt, en de snelheid waarmee deze beschikbaar komt ten behoeve van de uitvoering van ons werk.

Wat hebben we ervoor gedaan? Beleidsactiviteiten Wij geven een impuls aan de beleidsdoelstellingen met een paar specifieke beleidsactiviteiten: Meldingen sneller en slimmer ontvangen en verwerken De meldkamer moet ons helpen de hulpverlening aan de burger betrouwbaar en steeds zo snel mogelijk te laten plaatsvinden. In lijn met het landelijk vastgestelde kwalificatiedossier voorziet ons in 2021 vastgestelde vakbekwaamheidsprogramma meldkamer (2022-2025) naast technische training in competentiegerichte training. Met ingang van 2022 zijn onze centralisten gediplomeerd door het NIPV. In 2022 hebben we landelijk de 112NL-app in gebruik genomen. De chatfunctie in deze app maakt contact met de meldkamer mogelijk voor melders met auditieve of spraakbeperking, maar ook voor mensen die de Nederlandse en Engelse taal niet beheersen. We zijn nauw aangesloten op landelijke ontwikkelingen en spelen daar zelf ook een rol in. Nadat we landelijk tijdens storm Eunice geconfronteerd werden met een landelijk overbelast 112netwerk (telefonie), onderzoeken we op basis van de evaluatie hoe we er landelijk zowel als op lokaal niveau op kunnen sturen bereikbaar te blijven voor spoedmeldingen. Uit interne evaluaties waaraan we als meldkamer bij voorkeur aansluiten, proberen we samen met de betrokken repressieve functionarissen actief leerpunten te destilleren.

We werken ook op de meldkamer aan het zijn van een veilig lerende organisatie. De aansluiting van de meldkamer Utrecht op de landelijke meldkamer infrastructuur is door de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) opgeschort. In de periode tot de aansluiting zullen technologische vernieuwingen tevens voor toepassing in het huidige geïntegreerd meldkamer systeem (GMS) beschikbaar worden gemaakt. Voor de middellange termijn bouwen wij samen met de politie, de veiligheidsregio’s van Flevoland en Gooi en Vechtstreek, en de Regionale Ambulancevoorzieningen van Gooi en Vechtstreek, Flevoland en Utrecht, aan de nieuwe,

Pagina

23

innovatieve meldkamer Midden-Nederland die in 2025 operationeel moet zijn. Naast de fysieke totstandkoming van de meldkamerlocatie staan daarbij de harmonisatie en synchronisatie van de regionale meldkamerprocessen centraal. Sturen op kwaliteit en bruikbaarheid van informatie Voor veel taken in onze organisatie maken wij gebruik van informatie. Van het in kaart brengen van risico’s en het bepalen van de beste inzet bij een brand, tot het rapporteren over incidenten en opkomsttijden. De meldkamer beschikt over een belangrijk deel van de informatie die nodig is voor ons presterend vermogen. Het is daarom van belang voor onze organisatie, partners en de samenleving dat wij kunnen sturen op de bruikbaarheid en kwaliteit van deze informatie, alsmede op de snelheid waarmee deze ter beschikking komt. In de afgelopen periode hebben wij geïnvesteerd in de eenduidigheid, kwaliteit en bruikbaarheid (vergelijkbaarheid) van informatie. In 2022 is deze verder geautomatiseerd. In 2023 bouwen we verder, waarbij de aandacht o.a. uitgaat naar snellere beschikbaarheid van data t.b.v. evaluaties van incidenten met grote impact, en naar de beschikbaarheid van data die ons helpt de landelijke samenwerking van meldkamers te optimaliseren.

Overdracht beheer meldkamer De overdracht van het beheer van de meldkamer naar de politie in 2020 heeft geleid tot een financieel nadeel, omdat de uitname uit de rijksbijdrage € 0,2 miljoen hoger is dan de wegvallende beheerskosten voor de VRU. De VRU verwacht dit nadeel te kunnen compenseren na de ingebruikname van de Meldkamer Midden-Nederland door het efficiencyvoordeel op de personele lasten dat daarbij ontstaat. Aanvankelijk zou de ingebruikname van de Meldkamer Midden-Nederland begin 2022 plaatsvinden. In 2020 is bekend geworden dat dit pas wordt voorzien in het eerste kwartaal van 2025 door een vertraging van de nieuwbouw in Hilversum. Door deze vertraging wordt het voorziene efficiencyvoordeel op de personele lasten pas later gerealiseerd. Met de politie is een regeling getroffen om het financiële nadeel voor de VRU in de periode 2022 tot de ingebruikname van de Meldkamer Midden-Nederland te compenseren. Met deze middelen kan vanaf 2022 het financiële nadeel als gevolg van de overdracht van het beheer worden opgevangen. Vanaf 2025, na de ingebruikname van de Meldkamer Midden-Nederland, wordt verwacht dat de verlaging van de gemeentelijke bijdrage met € 0,2 miljoen structureel binnen de begroting kan worden gedekt uit het verwachte efficiencyvoordeel op de personele lasten.

Dit betekent dat de gemeentelijke bijdrage met ingang van 2022 structureel verlaagd kan worden met een bedrag van € 193k.

Productie-indicatoren Tabel 13 Productie-indicatoren Meldkamer Nr. Productie-indicatoren

1 2

Het aantal meldingen dat bij de regionale alarmcentrale is aangenomen Verwerkingstijd meldingen

3

Multidiciplinair beeld is binnen 5 minuten beschikbaar

Realisatie 2021

Actualisatie 2022

Realisatie 2022

18.954 41 sec.

18.500 60 sec.

1

1

23.279 32 sec. 51 sec. 1

Verwerkingstijd meldingen De gemiddelde verwerkingstijd van meldingen was de afgelopen jaren gebaseerd op een deel van de prio 1 meldingen. Op basis van deze systematiek was de gemiddelde verwerkingstijd in 2022 32 seconden. We willen er naartoe dat we de gemiddelde verwerkingstijd baseren op alle prio 1 meldingen. Dan was het gemiddelde in 2022 51 seconden.

Pagina

24

Gerealiseerde baten en lasten Tabel 14 Baten en lasten Meldkamer

Pagina

25

7 Algemeen Algemene kosten en dekkingsmiddelen Tabel 15 Algemene kosten en dekkingsmiddelen Bedragen x € 1.000

Overzicht algemene dekkingsmiddelen Actualisatie 2022

Realisatie 2022

Afw. Real. En act.

Bijdragen en vergoedingen gemeenten Rijksbijdrage

89.784 19.332

89.631 19.719

-153 387

Overige baten

1.442

1.815

373

110.558

111.164

606

Totaal

Overhead In de berekening van de overhead zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. De organisatieonderdelen Bedrijfsvoering en Directie & Staf zijn in principe overhead, met uitzondering van: a. de centrale personeelsbudgetten die hieronder zijn opgenomen (deze worden op basis van formatie verdeeld over de taakvelden); b. de lasten van het FLO-overgangsrecht; c. kosten met betrekking tot de kazernes; d. bijdragen aan het NIPV en WVSV; e. kosten van bestuursondersteuning. 2. Overheadkosten in de primair processen zijn: a. Directeuren en afdelingshoofden: 100% b. Managementondersteuning: 100% Tabel 16 Kosten overhead Bedragen in € 1.000

Actualisatie 2022

Realisatie 2022

Afw. Real. en act.

Personeelskosten Gebouwkosten Kantoorkosten Overige kosten Overige baten Mutaties in reserve

20.573 1.605 2.542 688 -363 10

17.761 1.581 2.572 619 -626 285

2.811 24 -30 70 263 -274

Totaal overhead: % overhead

25.056 22,45%

22.192 19,41%

2.864 -3,05%

Overhead

Onvoorzien De begroting van de VRU bevat geen post onvoorzien.

Pagina

26

Gerealiseerde baten en lasten Tabel 17 Baten en lasten Algemeen inclusief Overhead

Pagina

27

Paragrafen Dit hoofdstuk bevat de in het BBV voorgeschreven paragrafen, met uitzondering van de paragrafen Lokale heffingen en Grondbeleid, welke niet van toepassing zijn op onze organisatie. Achtereenvolgens treft u aan:  Weerstandsvermogen en risicobeheersing;  Onderhoud kapitaalgoederen;  Financiering;  Bedrijfsvoering;  Openbaarheid;  Verbonden partijen;  Verantwoording Oekraïne.

Pagina

28

8 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als de mate waarin de organisatie in staat is om omvangrijke financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid behoeft te worden aangepast. Risicobeheersing is gericht om de schadelijke gevolgen van risico’s zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken.

Weerstandscapaciteit De bedrijfsvoeringreserve laat de weerstandscapaciteit van de VRU zien. Binnen deze capaciteit kunnen de risico’s (mogelijke toekomstige financiële tegenvallers) worden opgevangen. Op basis van de risico-inventarisatie (zie paragraaf 8.2) bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit voor 2022 € 0,5 miljoen. Onze beschikbare weerstandscapaciteit is € 1,4 miljoen. Daarmee is de verhouding (beschikbaar/benodigd) groter dan 1 (2,5). Tabel 18 Weerstandscapaciteit Bedragen in € 1.000

Weerstandscapacteit

2022

Bedrijfsvoeringsreserve

1.409

Totaal

1.409

Benodigde weerstandscapaciteit In de volgende tabel zijn de belangrijkste financiële risico’s voor 2022 weergegeven, voor zover bekend ten tijde van het opstellen van de jaarstukken. Daarbij is een analyse gemaakt van de omvang en de kans dat het risico zich voordoet. Tabel 19 Benodigde weerstandscapaciteit Bedragen in € 1.000

Benodigde weerstandscapaciteit Omgevingswet Implementatie van bouwsteen 1 (verplichtend karakter) van het (landelijk) programma 'Toekomstbestendige brandweer' Overige (onvoorziene) exploitatierisico's Totaal

Effect

Kans

Bedrag risico

200-500 pm

25% 25%

22 pm 580 580

8.2.1 Omgevingswet Omschrijving risico Onderzoeksbureau Cebeon heeft de (financiële) gevolgen van de stelselherziening als gevolg van de Omgevingswet voor de VRU in beeld gebracht. Op basis van het Cebeon-rapport kan geconcludeerd worden dat de VRU voor de invoering van de Omgevingswet nog te maken krijgt met incidentele kosten (wegvallen capaciteit vanwege benodigde inspanningen in het project voor de inrichting van de werkprocessen en het aansluiten op gemeentelijke werkprocessen en digitaal verkeer) en structurele kosten. Bij invoering Omgevingswet speelt gelijktijdig de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Tussen het Rijk en de bestuurlijke partners zijn afspraken gemaakt over het monitoren en evalueren van de financiële gevolgen van de

Pagina

29

stelselherziening Omgevingswet. De inzet is dat de wet budgetneutraal kan worden ingevoerd, waarbij de minister heeft afgesproken op zoek te gaan naar oplossingen als uit de financiële evaluatie blijkt dat de invoeringskosten substantieel hoger zijn dan eerder voorzien. Toelichting effect en kans De structurele kosten voor de VRU worden nu geschat op € 0,2 tot 0,5 miljoen euro. Deze kosten hebben met name betrekking op personeelskosten. Enerzijds door een nieuw type advies over de omgevingsvisie, -plannen en programma’s (kerninstrumenten). Anderzijds zullen de kosten per advies stijgen, door toename van de tijdsbesteding aan meer complexe aanvragen en processen en doordat het benodigde kennisniveau (en daarmee de inschaling) van de medewerkers omhoog moet om deze complexe aanvragen te behandelen. Het risico voor 2023 is berekend over het laatste kwartaal als gevolg van uitstel van invoering van de Omgevingswet (niet eerder dan per 1 januari 2024). De inschatting van de incidentele kosten als gevolg van de invoering van de omgevingswet in bedraagt ca. € 100K-€ 200K voor extra personele capaciteit. Financiële dekking voor deze incidentele kosten voor 2023/ 2024 wordt gezocht binnen de kaders van de begroting van de VRU met mogelijk de inzet van de ontwikkel- en egalisatiereserve. De incidentele kosten maken derhalve geen deel uit van de risicoparagraaf. 8.2.2

Implementatie van bouwsteen 1 (verplichtend karakter) van het (landelijk) programma 'Toekomstbestendige brandweer' Omschrijving risico De minister van JenV heeft op 21 juni 2021 het besluit genomen decharge te verlenen aan de denktank taakdifferentie en een nieuwe stuurgroep ‘toekomstbestendig brandweerstelsel’ in te richten. Deze stuurgroep heeft als opdracht gekregen om medio 2022 een plan te presenteren voor implementatie van de eerste bouwsteen van de denkrichting en als aanvullende opdracht om te onderzoeken wat andere wenselijke thema’s zijn om mee aan de slag te gaan, om toe te werken naar een toekomstbestendig brandweerstelsel. Bij de eerste bouwsteen gaat het om verplichte beschikbaarheid. De vrijwilliger werkt op basis van vrijwilligheid en kan niet worden verplicht om taken uit te voeren en beschikbaar te zijn op een bepaald moment. Vormen van consignering (het buiten werktijd verplicht oproepbaar zijn voor spoedgevallen) en kazernering (verplichte aanwezigheid op de kazerne) zijn dan niet meer aan de orde. Voor de beroepsmedewerker geldt dat de verplichting blijft. In de opdracht van het implementatieplan voor de eerste bouwsteen worden activiteiten, planning, verantwoordelijkheden en financiën opgenomen.

Toelichting effect en kans Er bestaat een reëel risico dat de kosten voor brandweerzorg als gevolg van de taakdifferentiatie op basis van de genoemde uitwerkingen van de stuurgroep 'toekomstbestendig brandweerstelsel' significant stijgen. De eventuele verschuiving van taken van vrijwilligers naar beroepskrachten kan leiden tot meer (parttime) beroepsaanstellingen en daarmee tot extra loonkosten voor de werkgever. Ook de kosten voor vakbekwaamheid kunnen toenemen als gevolg van een verschuiving van specialistische taken. Er is nog geen duidelijkheid over de omvang en fasering van de eventuele meerkosten als gevolg van de vrijwilligersproblematiek. Waar zich het risico van een zeer substantiële kostenverhoging gaat voordoen en het tempo van die kostenverhoging is nog niet in te schatten, omdat een eventueel besluit om het gedachte model van taakdifferentiatie in te voeren nog gekoppeld zou kunnen worden aan een derogatiebesluit (uitstel van invoering) vanuit Europa. Dit betekent ook dat de duur van het verleende uitstel van de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren voor personeel van de veiligheidsregio’s nog niet bekend is. Uitgangspunt hierbij is dat eventuele financiële consequenties als gevolg van wijzigingen in het stelsel door het Rijk worden gecompenseerd.

Pagina

30

8.2.3 Overige (onvoorziene) exploitatierisico's Omschrijving risico De veiligheidsregio kan worden geconfronteerd met onvoorziene kosten binnen het begrotingsjaar als gevolg van exogene ontwikkelingen (zoals premiestijgingen, claims, kostenfluctuaties die samenhangen met incidenten en crises). In de begroting van de VRU zijn geen posten voor onvoorziene uitgaven opgenomen. Toelichting effect en kans Als dit risico zich voordoet, zal bijsturing plaatsvinden via de begroting. Het geraamde risico gaat ervan uit dat het maximaal een jaar duurt voordat de maatregelen zijn geëffectueerd. Het geraamde risico wordt ingeschat op 0,5% van de totale kosten.

Kengetallen Volgens de richtlijnen van het BBV zijn hieronder vier van de zes verplichte kengetallen weergegeven. De overige twee voorgeschreven kengetallen (grondexploitatie en belastingcapaciteit) zijn niet van toepassing op onze organisatie. De wetgever wil met deze kengetallen inzicht hebben in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid (de mate waarin bij een tegenvaller financieel kan worden bijgestuurd). De kengetallen geven aan over hoeveel financiële ruimte wij beschikken om structurele en incidentele lasten te dekken of op te vangen. De kengetallen dienen te worden beoordeeld in samenhang met elkaar en met de financiële positie.

Toelichting kengetallen Netto schuldquote: Het quotiënt van totale schulden minus liquide middelen minus uitgeleende gelden en de totale baten

Tabel 20 Verplichte kengetallen Omschrijving kengetal

Solvabiliteitsratio:

2022 Het quotiënt van eigen vermogen en

2021

balanstotaal

Netto schuldquote

22,9%

25,3%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

22,7%

25,2% Structurele exploitatieruimte:

Solvabiliteitsratio

27,0%

27,6% Het quotiënt van structurele baten

Structurele exploitatieruimte

-0,1%

-0,1% minus structurele lasten en de totale baten

8.3.1

Netto schuldquote

Onze positie met betrekking tot de schuldquote is gunstig te noemen. De norm ligt tussen de 0100%. Wij liggen hiermee ruimschoots onder het maximum van 100%. De daling van de schuldquote is veroorzaakt door een hogere stand van de liquide middelen. 8.3.2

Solvabiliteitsratio

De solvabiliteit is ten opzichte van 2021 gestegen door de afname van vaste schulden met een rente typische looptijd langer dan 1 jaar. De langlopende leningen worden hoofdzakelijk gebruikt voor de financiering van de vaste activa. 8.3.3

Structurele exploitatieruimte

Alle middelen zijn structureel bestemd.

Pagina

31

9 Onderhoud kapitaalgoederen Activeren en afschrijven Conform artikel 59 van het BBV activeren wij alle materiële vaste activa. Investeringen schrijven wij lineair af vanaf het jaar volgend op het investeringsjaar. Als uitgangspunt voor het activeren geldt dat dit plaatsvindt vanaf € 10.000 per object. 9.1.1 Investeringen in gebouwen De VRU had ultimo 2022 drie brandweerkazernes in eigendom. De overige kazernes zijn in eigendom van de gemeenten. De kazernes worden om niet ter beschikking gesteld aan de VRU. Investeringen in gebouwen die in eigendom van de gemeenten zijn, komen voor rekening van de betreffende gemeenten. Investeringen in gebouwen die eigendom zijn van de VRU, worden bij de VRU geactiveerd. De kapitaallasten worden doorbelast aan de gemeenten die de gebouwen aan de VRU hebben overgedragen, via het individueel gemeentelijk plus pakket. 9.1.2

Investeringen in overige kapitaalgoederen

Ten aanzien van de investeringen in overige kapitaalgoederen (inventaris en installaties, automatisering, vervoersmiddelen en materiaal) hanteert de VRU een meerjarig investeringsplan welke periodiek wordt geactualiseerd. In de begroting is een constant bedrag opgenomen voor kapitaallasten. De werkelijke kapitaallasten fluctueren. Tezamen met het meerjaren investeringsplan is daarom ook een egalisatiereserve kapitaallasten ingesteld om de verschillen tussen begrote en werkelijke kapitaallasten op te vangen. Meerjarig wordt gestuurd op een sluitende investeringsbegroting.

Onderhoud 9.2.1

Onderhoud gebouwen en installaties

Hoofdkantoor Het hoofdkantoor van de VRU is gehuisvest in het provinciehuis. Het onderhoud voor deze locatie is onderdeel van de servicekosten die wij naast de huur aan de provincie Utrecht betalen. Brandweerkazernes De kosten voor het beheer en onderhoud van de brandweerkazernes zijn voor rekening en risico van de gemeenten. 9.2.2

Onderhoud materieel

Het onderhoud van materieel wordt grotendeels in eigen beheer door - uitgevoerd of uitbesteed via het VRU-organisatieonderdeel Bedrijf Preparatie Brandweer.

Pagina

32

10 Financiering Het wettelijke kader voor het financieringsbeleid is vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Het treasury-beleid van de VRU ligt vast in het treasurystatuut VRU.

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet laat het maximumbedrag zien waarmee een gemeente of gemeenschappelijke regeling haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. De norm bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten vóór bestemming van de reserves. Ons netto overschot in 2022 bedroeg gemiddeld € 29,5 miljoen. Onderstaande tabel laat de berekening zien van de kasgeldlimiet in 2022. Daaruit blijkt dat de gemiddelde liquiditeitspositie over heel 2022 voldoet aan de norm.

Tabel 21 Kasgeldlimiet Bedragen x € 1.000,-

Maand v/h kwartaal

Kw 1

Kw 2

Kw 3

Kw 4

(1) Vlottende (korte) schuld (1) Vlottende (korte) schuld (1) Vlottende (korte) schuld

maand 1 maand 2 maand 3

7.566 5.569 2.954

8.106 4.354 7.055

6.187 3.966 4.557

9.450 9.576 17.958

(2) Vlottende middelen (2) Vlottende middelen (2) Vlottende middelen

maand 1 maand 2 maand 3

48.179 41.897 34.507

49.460 41.058 29.758

41.226 31.329 23.329

38.713 28.887 33.478

maand 1 maand 2 maand 3

-40.613 -36.328 -31.553

-41.354 -36.704 -22.703

-35.039 -27.363 -18.772

-29.263 -19.311 -15.520

-36.165

-33.587

-27.058

-21.365

(5) Kasgeldlimiet

9.512

9.512

9.512

9.512

(6a) Ruimte onder kasgeldlimiet (5>4) (6b) Overschrijding van de kasgeldlimiet (4>5)

45.677 -

43.099 -

36.570 -

30.877 -

Berekening kasgeldlimiet (7) Begrotingstotaal (8) Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage (9) Kasgeldlimiet : 7 x 8 : 100

116.006 8,2% 9.512

116.006 8,2% 9.512

116.006 8,2% 9.512

116.006 8,2% 9.512

(3) Netto vlottende schuld (+) of Overschot vlottende middelen (-) (1-2)

(4) Gemiddelde netto vlottende schuld (+) of Gemiddeld overschot vlottende middelen (-)

Pagina

33

Renterisiconorm De renterisiconorm heeft tot doel het renterisico bij herfinanciering te beperken. De jaarlijkse renteherzieningen en de verplichte aflossingen mogen niet méér bedragen dan 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. Uit de volgende tabel blijkt dat is voldaan aan de renterisiconorm. Tabel 22 Renterisiconorm Bedragen in € 1.000

Renterisiconorm

2021

2022

Omvang begroting Renterisiconorm Toets renterisiconorm

98.178 20% 19.636

116.006 20% 23.201

Renteherzieningen op leningen o/g Betaalde aflossingen Renterisico

2.123 2.123

2.973 2.973

Ruimte onder renterisiconorm

17.513

20.228

Pagina

34

11 Bedrijfsvoering Personeel 11.1.1

Formatie en bezetting

De formatie en bezetting (in fte) per ultimo 2022 zijn als volgt: Tabel 23 Formatie & bezetting

Formatie per 31-12

Bezetting per 31-12

Verschil

Bezetting in %

Concerndirectie en stafafdeling Brandweerrepressie Bedrijf Preparatie Brandweer Risicobeheersing Crisisbeheersing GHOR Bedrijfsvoering

32,5 271,0 125,8 117,1 38,9 11,3 108,4

30,4 247,6 120,4 98,8 35,9 11,4 98,2

2,1 23,4 5,4 18,3 3,0 -0,1 10,1

93% 91% 96% 84% 92% 101% 91%

Totaal

705,0

642,7

62,3

91%

Organisatieonderdeel

Het verschil tussen formatie en bezetting betreft een momentopname. Een deel van de vacatures is moeilijk in te vullen, mede door de coronacrisis en de krapte op de arbeidsmarkt. Daarnaast wordt een deel van de vacatures bewust aangehouden. 11.1.2

Aantal vrijwilligers

Het aantal vrijwilligers dat werkzaam is voor de VRU is als volgt: Tabel 24 Vrijwilligers Jaar

Instroom

Uitstroom

Aantal per 31-12

2021 2022

95 108

102 115

1.640 1.633

In 2022 is het aantal vrijwilligers afgenomen met 7 vrijwilligers tot 1.633. Ook in 2020 en 2021 was sprake van een afname. Ondanks diverse inspanningen, is het nog niet gelukt de daling van het aantal vrijwilligers tot staan te brengen. Begin 2020 is in het bestuurlijk vastgestelde Materieel- en personeelsbeheer en –spreidingsplan de streefsterkte van 1.691 vrijwilligers vastgesteld. Per saldo is sprake van een afwijking van 58 vrijwilligers. Naast deze afname staat ook de beschikbaarheid van vrijwilligers tijdens ‘kantooruren’ onder druk. Als gevolg van beide ontwikkelingen neemt de belasting van de vrijwilligers verder toe. 11.1.3

Jeugdbrandweer

Het gemiddeld aantal jeugdbrandweerleden bedroeg 371. Er zijn 9 jeugdleden doorgestroomd naar de reguliere brandweer.

Pagina

35

11.1.4

Wet banenafspraak

De VRU heeft voor 2022 de ambitie gesteld om 15 garantiebanen te realiseren. Ultimo 2022 zijn er 11,96 fte garantiebanen gerealiseerd. 11.1.5 Diversiteit De VRU is sinds september 2022 partner van de non-profit organisatie JINC. Door de samenwerking aan te gaan, helpen we kinderen uit wijken met een sociaaleconomische achterstand op weg naar een goede start op de arbeidsmarkt. Via de projecten van JINC maken deze kinderen kennis met allerlei beroepen, ontdekken ze welk werk bij hun talenten past en leren ze solliciteren. Op 4 oktober hebben we deelgenomen aan Diversity Day, een initiatief van de Sociaal Economische Raad (SER) om in Nederland aandacht te besteden aan diversiteit en inclusie. Dit jaar was het thema ‘Verschil Verrijkt’. Op deze dag hebben we een aantal inspirerende berichten op intranet over diversiteit gedeeld, waaronder een videoboodschap van Jaap Donker over waarom we dit onderwerp binnen onze organisatie zo belangrijk vinden. Het project dat eerder al opgestart was om collega’s te werven uit specifieke doelgroepen, maar in 2021 nog stil lag vanwege de coronapandemie, is in 2022 weer opgepakt. Met een aantal nieuwe posten is gekeken hoe zij beter in beeld kunnen komen bij deze doelgroepen en welke ondersteuning zij hiervoor nodig hebben om dit te realiseren.

In wervingsuitingen geeft de VRU nog steeds consequent aan naar inclusiviteit en talent te streven: “Veiligheidsregio Utrecht werft mensen met de beste capaciteiten en laat zich niet leiden door culturele achtergrond, fysieke of mentale beperking, genderidentiteit, geloofsovertuiging, geaardheid of leeftijd. Wij zijn op zoek naar mensen met talent.” 11.1.6

Verzuim 2022

Het verzuim in 2022 ligt in lijn met 2021. Het kortdurig verzuim het toegenomen in 2022, daarentegen is het langdurig verzuim licht afgenomen. Het streven is een verzuimpercentage van 5 %. Voor de medewerkers van de Veiligheidsregio Utrecht is in 2022 een verzuimprotocol vastgesteld. De insteek van dit protocol is niet de ziekte van de medewerker, maar zijn mogelijkheden om werkzaamheden te verrichten ondanks beperkingen. Doel is een handvat te bieden aan leidinggevenden om zo het ziekteverzuim binnen de organisatie zoveel als mogelijk te beperken. Deze regels zijn gebaseerd op de Wet verbetering poortwachter. Het verzuim zou hiermee in 2023 omlaag gebracht moeten worden. Daarnaast wordt op dit moment een analyse gemaakt van het verzuim, om per directie te bepalen welk deel van het verzuim nog beïnvloedbaar is en welke middelen daarvoor het beste ingezet kunnen worden. Tabel 25 Verzuim

Verzuimpercentage

2019

2020

2021

2022

1 tot 8 dagen (kort) 8 tot 42 dagen (middelllang) 43 dagen en meer (lang)

0,48% 0,51% 4,73%

0,36% 0,83% 3,29%

0,36% 0,94% 4,72%

0,84% 0,99% 4,26%

Totaal

5,72%

4,46%

6,02%

6,09%

Pagina

36

11.1.7 Pilot geestelijke verzorging In 2022 is verder uitvoering gegeven aan de pilot geestelijke verzorging. De geestelijk verzorger is een nieuwe functie binnen de Veiligheidsregio Utrecht (VRU). Bij wijze van proef onderzoekt de VRU in een tweejarige pilot op welke wijze inzet van een geestelijk verzorger kan bijdragen aan de duurzame inzetbaarheid van medewerkers. Na de aanvankelijke focus op individuele begeleiding en advies (vanwege de beperkingen van corona), werd het na corona ook mogelijk om meer te investeren op groepswerk, introducties voor teams en trainingen. De cirkel van bereikte brandweerposten wordt steeds groter. Er is in het eerste jaar een continue stroom van ongeveer 50 dossiers in de individuele begeleiding, en wekelijkse trainingen ergens in de regio. Leidinggevenden weten de geestelijke verzorger steeds beter te vinden voor advies op zorg voor de medewerkers en als klankbord. Ook het eerste jaar van het promotieonderzoek naar de impact van ingrijpende gebeurtenissen is met goed gevolg afgerond, wat daarmee een basis kan gaan vormen voor de vorm en inhoud van de geestelijke verzorging. De tussentijdse evaluatie voor 2022 heeft conform planning plaatsgevonden. Hieruit blijkt dat de doelstellingen van de pilot grotendeels zijn gerealiseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/533/documents/16574