B2. Toelichting (121021).pdf
Tekst van het document
MEMO Opsteller: Team: Kenmerk: Datum: Vertrouwelijkheid:
Corlijn Doedens Juridische Zaken Z/23/063288 / D/23/121021 2 oktober 2023
Onderwerp:
Toelichting technische wijziging APV Oudewater
Openbaar
Aanleiding: Wijziging van de APV van Oudewater ivm de Omgevingswet Algemeen De Algemene plaatselijke verordening gemeente Oudewater 2017 bevat regels over de fysieke leefomgeving die aangepast worden met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De wettelijke grondslagen en formele verwijzingen zijn geactualiseerd, zodat vanaf januari 2024 doorgewerkt kan worden met deze verordening onder de Omgevingswet. Het betreft een juridischtechnische omzetting. Artikelsgewijs Artikel 2:10, 2:11, 2:12, 2:21, 2:25, 2:28, 2:30, 2:39, 2:60, 3:6, 3:13, 4:6, 4:13, 4:18, 5;5, 5:6, 5:18, 5:20, 5:24, 5:25, 5:26, 5:28, 5:30, 5:32, 5:33 en 5:34 In deze artikelen worden grondslagen en formele verwijzingen geactualiseerd als gevolg van de Omgevingswet. Zij behoeven geen afzonderlijke toelichting. Een aantal lichten wij vanwege het bijzondere karakter wel toe. Artikel 1:1 Met deze wijziging wordt een definitie van beperkingengebiedactiviteit opgenomen in artikel 1:1, waarbij wordt verwezen naar de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet. Dit begrip komt voor in diverse artikelen van de APV. Volgens genoemde bijlage is een beperkingengebied een bij of krachtens de wet aangewezen gebied waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object.
Een beperkingengebiedactiviteit is een activiteit binnen een beperkingengebied. In diverse artikelen van de APV staat dat een verbod niet van toepassing is op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of de provinciale wegenverordening of het provinciaal wegenreglement. Dat wordt dan vervangen door de tekst dat het verbod niet van toepassing is op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening. Artikel 1:2, 1:4, 1:5 en 1:6 In deze artikelen wordt opgenomen dat de artikelen (artikelen 1:2 en 1:4) of het eerste lid (artikelen 1:5 en 1:6) niet van toepassing is op een omgevingsvergunning. Voor vergunningen of ontheffingen die een omgevingsvergunning zijn, geeft de Omgevingswet een uitputtende regeling voor de in deze artikelen geregelde onderwerpen: - over de beslistermijnen in de paragrafen 16.5.2 en 16.5.3 van de Omgevingswet,
-
over het nakomen van de voorschriften in artikel 5.5 van de Omgevingswet (eventueel in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit), voor wie de omgevingsvergunning geldt in artikel 5.37 van de Omgevingswet en over intrekking of wijziging van een omgevingsvergunning in paragraaf 5.1.5 van de Omgevingswet.
Artikel 2:71 Met deze wijziging wordt de definitie van consumentenvuurwerk aangepast in artikel 2:71. In artikel 5.43 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet wordt het Vuurwerkbesluit gewijzigd. De definitie van consumentenvuurwerk vervalt. Overal waar consumentenvuurwerk staat wordt dit in het Vuurwerkbesluit vervangen door ‘vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik’. Voor de toepassing van de APV wordt het begrip consumentenvuurwerk gehandhaafd. De verwijzing naar het Vuurwerkbesluit wordt vervangen door bovengenoemde definitie. Artikel 4:1 en 4:5 Deze wijziging strekt ertoe de bepaling over het voorkomen of beperken van geluidhinder en hinder door verlichting binnen of vanuit inrichtingen te handhaven. Op grond van artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet kunnen de artikelen 4:1 tot en met 4:5 van de APV uiterlijk tot het einde van de overgangsperiode blijven gelden. Voor handhaving van de status quo moet de wetgeving zoals die vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt, dus van toepassing blijven. Het gaat om de Wet milieubeheer, het Activiteitenbesluit milieubeheer, de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder zoals deze luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Omdat in verschillende artikelen wordt verwezen naar het Activiteitenbesluit milieubeheer is daarvan een definitie opgenomen in artikel 4:1. Artikel 4:15 In dit artikel wordt het tweede lid aangepast. Het verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame is niet van toepassing in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging. Artikel 4:17 In dit artikel wordt de definitie van kampeermiddel in artikel 4:17 aangepast. Door de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, die gelijktijdig met de Omgevingswet in werking treedt, worden bouwwerken in gevolgklasse 1 vergunningvrij (bouwtechnisch deel). Grondgebonden recreatiewoningen vallen onder gevolgklasse 1 en zouden met alleen een aanpassing van de verwijzing in artikel 4:17 onder het begrip kampeermiddel komen te vallen. Dat is ongewenst. Het moet gaan om een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Inwerkingtreding van de wijziging Het eerste lid voorziet erin dat de in dit besluit opgenomen technische wijzigingen eerst van toepassing zijn op het tijdstip dat de Omgevingswet in werking treedt. Het tweede lid wijkt hiervan af voor artikel I, onderdeel R.
Artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet biedt overgangsrecht voor de op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet van kracht zijnde APV-bepalingen over geluidhinder en hinder door verlichting (de artikelen 4:1 tot en met 4:5 APV). Omdat artikel 4:1 wel technisch wijzigt, is voor de zekerheid bepaald dat deze wijziging in werking treedt op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.