B2. Ontwerp BP 'herziening LG Oudewater en Willeskop'.pdf
Tekst van het document
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201599
73
25.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden 25.4.1 Verbod Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden op de tot 'Waarde - Archeologie (WR-A)' bestemde gronden over een oppervlakte van 50 m2 of meer de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het egaliseren en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; b. het ophogen van gronden met meer dan 30 cm; c. het verlagen van de bodem en afgraven van gronden; d. het uitvoeren van graafwerkzaamheden en het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 30 cm onder peil; e. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; f. het aanleggen van gesloten oppervlakteverhardingen; g. het verrichten van grondroeractiviteiten, zoals het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage, anders dan normaal spit- en ploegwerk; h. het planten van hoogopgaande bomen en/of houtopstanden die dieper (kunnen) wortelen dan 30 cm; i. het verlagen of verhogen van het waterpeil. 25.4.2 Uitzondering op verbod Het in 25.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. ten dienste van het onderzoek naar het behoud, de bescherming en/of het herstel van archeologische waarden; b.
die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen; c. die reeds legaal in uitvoering zijn of nog legaal mogen worden uitgevoerd op het moment van het van kracht worden van het bestemmingsplan; d. die reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit bestemmingsplan; e. waarvoor een vergunning is vereist krachtens de Ontgrondingswet; f. ten dienste van de in 25.2.1 genoemde (bouw)werkzaamheden; g. die de archeologische waarde niet onevenredig aantasten, hetgeen kan blijken uit een rapport waarin de archeologische waarde van de gronden in voldoende mate is vastgesteld. 25.4.3 Strijd met de bestemming a. Uitvoering van de andere-werken is in strijd met de bestemming indien daardoor dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen een onevenredige aantasting van de waarden van deze gronden kan plaatsvinden, hetgeen dient te blijken uit een rapport waarin de archeologische waarde van de gronden in voldoende mate is vastgesteld. b. Een rapport als bedoeld onder a is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van de gronden middels advisering door een deskundige afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan ook als een rapport beschouwd.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201599
74
Artikel 26
Waarde - Archeologische verwachtingswaarde hoog (WR-AVWH)
26.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde hoog (WR-AVWH)' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en) (basisbestemming), mede bestemd voor: a. het behoud en de bescherming van de archeologische waarden; met daarbijbehorende: b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden; d. voorzieningen. 26.2 Bouwregels Op de voor 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde hoog (WR-AVWH)' aangewezen gronden mag, in afwijking van hetgeen in de overige regels is bepaald, niet worden gebouwd. 26.2.1 Uitzonderingen Het bepaalde in 26.2 is niet van toepassing op: a. een bouwplan die betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en de bodem op een grotere diepte dan 0,3 m niet verder wordt verstoord; b. bouwwerken en bouwplannen met een oppervlakte van niet meer dan 200 m2; c. een bouwplan die betrekking heeft op een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 0,3 m en zonder heiwerkzaamheden zal worden geplaatst; d. bouwwerken en voorzieningen ten behoeve van instandhouding en bescherming van en onderzoek naar aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden; e. activiteiten waar geen omgevingsvergunning voor bouwen vereist is; f.
bouwplannen waarvoor een omgevingsvergunning voor bouwen is verleend en waarbij een rapport is overlegd waarin de archeologische waarde van de gronden in voldoende mate is vastgelegd. 26.3 Afwijken van de bouwregels 26.3.1 Afwijken Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 26.2 en toestaan dat wordt gebouwd ten dienste van en conform de (basis)bestemming. 26.3.2 Afwegingskader Een in 26.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien vooraf door de aanvrager een rapport is overlegd waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld en daartegen uit hoofde van de bescherming van de archeologische waarde geen bezwaar bestaat. 26.3.3 Omgevingsvergunning niet vereist Een in 26.3.1 genoemde omgevingsvergunning is niet vereist indien: a. b. c.
op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; naar het oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie voldoende is vastgesteld; het bouwplan betrekking heeft op wijziging of vervanging van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt gebruikt.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201599
75
26.3.4 Verplichtingen Aan een in 26.3.1 genoemde omgevingsvergunning dan wel een omgevingsvergunning voor het bouwen kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg de volgende verplichtingen worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 26.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden 26.4.1 Verbod Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden op de tot 'Agrarisch met waarden - Landschap (AW-L)' bestemde gronden over een oppervlakte van 200 m² of meer de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren: d. het egaliseren en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; e. het ophogen van gronden met meer dan 30 cm; f. het verlagen van de bodem en afgraven van gronden; g. het uitvoeren van graafwerkzaamheden en het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 30 cm onder peil; h.
het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; i. het aanleggen van gesloten oppervlakteverhardingen; j. het verrichten van grondroeractiviteiten, zoals het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage, anders dan normaal spit- en ploegwerk; k. het planten van hoogopgaande bomen en/of houtopstanden die dieper (kunnen) wortelen dan 30 cm; l. het verlagen of verhogen van het waterpeil. 26.4.2 Uitzondering op verbod Het in 26.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. in het kader van archeologisch onderzoek en opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; c. die reeds legaal in uitvoering zijn of nog legaal mogen worden uitgevoerd op het moment van het van kracht worden van het bestemmingsplan; d. die reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning; dan wel indien: e. op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; f. naar het oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie voldoende is vastgesteld.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201599
76
26.4.3 Strijd met de bestemming a. Uitvoering van de andere-werken is in strijd met de bestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde hoog (WR-AVWH)' indien daardoor dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen een onevenredige aantasting van de waarden van deze gronden kan plaatsvinden, hetgeen dient te blijken uit een rapport waarin de archeologische waarde van de gronden in voldoende mate is vastgesteld. b. Een rapport als bedoeld onder a is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van de gronden middels advisering door een deskundige afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan ook als een rapport beschouwd. 26.4.4 Procedure Alvorens te beslissen over een aanvraag voor een aanlegvergunning kunnen burgemeester en wethouders advies inwinnen van een ter zake deskundige. 26.5 Wijzigingsbevoegdheid 26.5.1 Wijziging Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen en de bestemming van het gebied wijzigen dan wel laten vervallen: a. indien de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft; b. indien andere wettelijke regelen daartoe aanleiding geven.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201599
77
Artikel 27 AVWM)
Waarde - Archeologische verwachtingswaarde middelhoog (WR-
27.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde middelhoog (WR-AVWM)' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en) (basisbestemming), mede bestemd voor: a. het behoud en de bescherming van de archeologische waarden; met daarbijbehorende: b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden; d. voorzieningen. 27.2 Bouwregels Op de voor 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde middelhoog (WR-AVWM)' aangewezen gronden mag, in afwijking van hetgeen in de overige regels is bepaald, niet worden gebouwd. 27.2.1 Uitzonderingen Het bepaalde in 27.2 is niet van toepassing op: a. een bouwplan die betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en de bodem op een grotere diepte dan 0,3 m niet verder wordt verstoord; b. bouwwerken en bouwplannen met een oppervlakte van niet meer dan 2.500 m2; c. een bouwplan die betrekking heeft op een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 1 m en zonder heiwerkzaamheden zal worden geplaatst; d. bouwwerken en voorzieningen ten behoeve van instandhouding en bescherming van en onderzoek naar aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden; e. activiteiten waar geen omgevingsvergunning voor bouwen vereist is; f.
bouwplannen waarvoor een omgevingsvergunning voor bouwen is verleend en waarbij een rapport is overlegd waarin de archeologische waarde van de gronden in voldoende mate is vastgelegd. 27.3 Afwijken van de bouwregels 27.3.1 Afwijken Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 27.2 en toestaan dat wordt gebouwd ten dienste van en conform de (basis)bestemming. 27.3.2 Afwegingskader Een in 27.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien vooraf door de aanvrager een rapport is overlegd waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld en daartegen uit hoofde van de bescherming van de archeologische waarde geen bezwaar bestaat. 27.3.3 Omgevingsvergunning niet vereist Een in 27.3.1 genoemde omgevingsvergunning is niet vereist indien: a. op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b. naar het oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie voldoende is vastgesteld; c.
het bouwplan betrekking heeft op wijziging of vervanging van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt gebruikt.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201599
78
27.3.4 Verplichtingen Aan een in 27.3.1 genoemde omgevingsvergunning dan wel een omgevingsvergunning voor het bouwen kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg de volgende verplichtingen worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 27.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden 27.4.1 Verbod Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden op de tot 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde middelhoog (WR-AVWM)' bestemde gronden de volgende werken of werkzaamheden over een oppervlakte van 2.500 m2 of meer uit te voeren: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
het egaliseren en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; het ophogen van gronden met meer dan 30 cm; het verlagen van de bodem en afgraven van gronden; het uitvoeren van graafwerkzaamheden en het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 100 cm onder peil; het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; het aanleggen van gesloten oppervlakteverhardingen; het verrichten van grondroeractiviteiten, zoals het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage, anders dan normaal spit- en ploegwerk; het planten van hoogopgaande bomen en/of houtopstanden die dieper (kunnen) wortelen dan 30 cm; het verlagen of verhogen van het waterpeil.
27.4.2 Uitzondering op verbod Het in 27.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. in het kader van archeologisch onderzoek en opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; c. die reeds legaal in uitvoering zijn of nog legaal mogen worden uitgevoerd op het moment van het van kracht worden van het bestemmingsplan; d. die reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning; dan wel indien: e. op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; f. naar het oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie voldoende is vastgesteld.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201599
79
27.4.3 Strijd met de bestemming a. Uitvoering van de werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden is in strijd met de bestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde middelhoog (WR-AVWM)' indien daardoor dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen een onevenredige aantasting van de waarden van deze gronden kan plaatsvinden, hetgeen dient te blijken uit een rapport waarin de archeologische waarde van de gronden in voldoende mate is vastgesteld. b. Een rapport als bedoeld onder a is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van de gronden middels advisering door een deskundige afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan ook als een rapport beschouwd. 27.4.4 Procedure Alvorens te beslissen over een aanvraag voor een aanlegvergunning kunnen burgemeester en wethouders advies inwinnen van een ter zake deskundige. 27.5 Wijzigingsbevoegdheid 27.5.1 Wijziging Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen en de bestemming van het gebied wijzigen dan wel laten vervallen: a. indien de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft; b. indien andere wettelijke regelingen daartoe aanleiding geven.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201599
80
Artikel 28
Waarde - Ecologie (WR-E)
28.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Ecologie (WR-E)' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. de instandhouding en ontwikkeling van de ecologische verbindingszone; b. de instandhouding en/of ontwikkeling van ter plaatse voorkomende dan wel aan deze gronden eigen landschaps- en natuur(wetenschappe)lijke waarden; met daarbijbehorende: c. bouwwerken; d. voorzieningen. 28.2 Bouwregels Op de voor 'Waarde - Ecologie (WR-E)' aangewezen gronden mogen, in afwijking van hetgeen in de overige regels is bepaald, ingevolge dit plan toegestane bouwwerken slechts worden opgericht indien en voor zover de belangen van de ecologische verbindingszone en de ter plaatse voorkomende dan wel aan deze gronden eigen landschaps- en natuurwaarden dit toestaan. 28.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. het waarborgen van de landschappelijke, ecologische en natuurlijke kwaliteit ter plaatse; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 28.4 Specifieke gebruiksregels 28.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval gerekend: a.
het gebruik van meststoffen en/of bestrijdingsmiddelen ten gevolge waarvan een onevenredige aantasting van de natuurwetenschappelijke ter plaatse plaatsvindt; b. de nieuwvestiging van agrarische functies of teelten die voor de bedrijfsvoering (al dan niet deels) afhankelijk zijn van het gebruik van meststoffen en/of bestrijdingsmiddelen als bedoeld onder a; alsmede het gebruiken en laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken op een wijze die: c. de instandhouding en/of ontwikkeling van ter plaatse voorkomende dan wel aan deze gronden eigen natuur-, ecologische- en landschappelijke waarden aantast of negatief kan beïnvloeden.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201599
81
28.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden 28.5.1 Verbod Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden op de tot 'Waarde - Ecologie (WR-E)' bestemde gronden de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. de bedrijfsmatige teelt van gewassen die naar hun aard en wijze van telen negatieve invloed kunnen hebben op natuur(wetenschappe)lijke waarden, indien en voor zo ver deze teelten nog niet aanwezig waren op het tijdstip waarop dit plan rechtskracht krijgt; b. het aanleggen of verharden van paden, wegen of parkeergelegenheden of het aanbrengen van andersoortige terreinverhardingen met een breedte van meer dan 3 m; c. het verlagen, ophogen, afgraven of egaliseren van de bodem; d. het beplanten met houtachtige gewassen van gronden die ten tijde van het van kracht worden van dit bestemmingsplan niet als met bedoelde gewassen beplante gronden konden worden aangemerkt, met dien verstande dat het aanleggen en rooien van geriefbosjes/landschapselementen vergunningsvrij is indien wordt voldaan aan het convenant landschapselementen; e. het aanbrengen van boven- of ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f.
het kappen van knotbomen en waardevolle bomen zoals deze zijn opgenomen in Bijlage 2 Beschermde bomenlijst; g. het aanleggen van tijdelijke baggerdepots voor de opslag van baggerspecie. 28.5.2 Uitzondering op verbod Het in artikel 28.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden die: a. het normale beheer, onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen; b. reeds legaal in uitvoering zijn of nog legaal mogen worden uitgevoerd op het moment van het van kracht worden van het bestemmingsplan; c. die reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning; d. betrekking hebben op de verbetering van de landschappelijke kwaliteit ter plaatse e. betrekking hebben op de ecologische kwaliteit ter plaatse; f. betrekking hebben op de natuurwetenschappelijke kwaliteit ter plaatse. 28.5.3 Strijd met bestemming a. Uitvoering van de werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden is in strijd met de bestemming indien daardoor dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen een onevenredige aantasting van de waarden van deze gronden kan plaatsvinden, hetgeen dient te blijken uit een rapport waarin de landschappelijke, ecologische en natuurwetenschappelijke waarde van de gronden in voldoende mate is vastgesteld. b.
Een rapport als bedoeld onder a is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de landschappelijke, ecologische en natuurwetenschappelijke waarde van de gronden middels andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan ook als een rapport beschouwd.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201599
82
Artikel 29
Waterstaat - Waterkering (WS-WK)
29.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterkering (WS-WK)' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor waterhuishouding door middel van dijken, kaden, dijksloten en andere voorzieningen ten behoeve van de waterkering, waarbij deze bestemming ten opzichte van de onderliggende bestemming van primaire betekenis is. 29.2 Bouwregels Op de op de plankaart voor 'Waterstaat - Waterkering (WS-WK)' aangewezen gronden mogen, in afwijking van hetgeen in de overige regels is bepaald: a. bouwwerken, geen gebouw zijnde ten dienste van de bestemming 'Waterstaat - Waterkering (WSWK)' worden gebouwd; b. gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde ten dienste van de basisbestemming met dien verstande dat: 1. de belangen van de waterkering hierdoor niet worden geschaad; 2. Burgemeester en wethouders hierover schriftelijk advies inwinnen bij de beheerder van de waterkering omtrent de vraag of bij de bouwplannen het aan hem toevertrouwde belang voldoende wordt ontzien en omtrent de eventueel te stellen voorwaarden.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201599
83
Hoofdstuk 3
Artikel 30
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201599
84
Artikel 31
Algemene bouwregels
31.1 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan: a. de situering, de verhouding breedte-diepte, de nokrichting en dakvorm van gebouwen; b. de situering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. teneinde aldus zeker te stellen dat gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, aansluiten op de in het gebied gebruikelijke bouwvormen en passen in de ruimtelijke karakteristiek van de omgeving; daarbij wordt rekening gehouden met de reeds aanwezige bebouwing en oriëntatie van de voorgevels; het stellen van nadere eisen op dit punt mag er niet toe leiden dat de gebruiks- en inrichtingsmogelijkheden van aangrenzende gronden en gebouwen in onevenredige mate worden aangetast; d. het aantal en de situering van parkeervoorzieningen op het eigen terrein, mede in relatie tot die in het openbaar gebied. 31.2 Overschrijding voorgevelrooilijn De voorgevelrooilijn mag niet met gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden overschreden, tenzij het betreft: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, funderingen, balkons, erkers en entreeportalen, mits de overschrijding niet meer dan 1,5 m bedraagt; b. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt; c. terreinafscheidingen. 31.3 Geluidszones langs wegen Indien en voor zover gronden zijn gelegen binnen een zone van: a.
250 m ter weerszijden van een weg met een of twee rijstroken; b. 400 m ter weerszijden van een weg met drie of vier rijstroken; mogen toegelaten geluidgevoelige functies uitsluitend worden gerealiseerd of vervangen met inachtneming van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder of een vastgestelde hogere grenswaarde, behoudens voor zover artikel 76 lid 3 van de Wet geluidhinder van toepassing is.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201599
85
Artikel 32
Algemene gebruiksregels
32.1 Strijdig gebruik Onder een gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruiken of het laten gebruiken van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting; b. het gebruik van onbebouwde gronden als opslagplaats voor bagger en grondspecie; c. het gebruiken van onbebouwde gronden als opslagplaats van vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe bouwmaterialen, afval, puin, grind of brandstoffen; d. de uitstalling-, opslag-, stand- of ligplaats voor kampeer- en verblijfsmiddelen; e. het gebruiken van bijgebouwen ten behoeve van bewoning. 32.2 Uitzondering strijdig gebruik Onder een gebruik strijdig met de bestemming, wordt niet verstaan: a. vormen van gebruik als genoemd in 32.1 die verenigbaar zijn met het doel waarvoor de grond ingevolge de bestemmingsomschrijving mag worden gebruikt; b. het gebruiken of het laten gebruiken van gronden ten behoeve van kortstondige, incidentele evenementen, festiviteiten en manifestaties, indien en voor zover daardoor ingevolge een wettelijk regel, vergunning of ontheffing vereist is en deze is verleend; c. het aanleggen of laten aanleggen van kabels en/of leidingen, met uitzondering van buisleidingen waarop het Besluit externe veiligheid buisleidingen van toepassing is, tenzij deze in dit plan specifiek zijn geregeld.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201599
86
Artikel 33
Algemene aanduidingsregels
33.1 milieuzone 33.1.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone' mogen geen nieuwe geur- of geluidgevoelige objecten worden gerealiseerd, tenzij ze behoren tot de inrichting waarvoor een milieuzone is gegeven. 33.2 veiligheidszone 33.2.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone' mogen geen (beperkt) kwetsbare objecten als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen worden gerealiseerd, tenzij ze behoren tot de inrichting waarvoor een veiligheidszone is gegeven. 33.2.2 Wijziging Burgemeester en wethouders kunnen de aanduiding 'veiligheidszone' a. b.
wijzigen, indien en voorzover de propaantank is verplaatst naar een locatie waardoor de veiligheidszone wordt gewijzigd; verwijderen, indien en voor zover de propaantank feitelijk is verwijderd.
33.3 veiligheidszone - lpg 33.3.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - lpg' mogen geen (beperkt) kwetsbare objecten als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen worden gerealiseerd, tenzij ze behoren tot de inrichting waartoe het lpg-vulpunt behoort. 33.3.2 Wijziging Burgemeester en wethouders kunnen de aanduiding 'veiligheidszone - lpg' a. wijzigen, indien en voorzover het lpg-vulpunt is verplaatst naar een locatie waardoor het groepsrisico wordt verkleind; b. verwijderen, indien en voor zover het lpg-vulpunt feitelijk is verwijderd. 33.4 vrijwaringszone - straalpad 33.4.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - straalpad' gelden voor die gronden in afwijking van hetgeen in de overige regels is bepaald de navolgende aanvullende regels. 33.4.2 Bouwregels Voor een bouwwerk geldt de volgende regel: De bouwhoogte mag niet meer dan 32m bedragen. 33.4.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 33.4.2 en toestaan dat de bouwhoogte wordt verhoogd tot niet meer dan 40 m. 33.4.4 Afwegingskader Een in 33.4.3 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien uit overleg met de straalpadbeheerder blijkt dat daartegen met het oog op het doelmatig functioneren van de straalverbinding geen bezwaar bestaat.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201599
87
Artikel 34
Algemene afwijkingsregels
34.1 Afwijkingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van: a. artikel 3, 4 en 22 ten behoeve van de realisering van een kleinschalig kampeerterrein, met dien verstande dat: 1. het kleinschalig kampeerterrein landschappelijk wordt ingepast met afschermende en groenblijvende beplanting; 2. het gebruik van de gronden ten behoeve van een kleinschalig kampeerterrein niet meer bedraagt dan 0,5 ha, met dien verstande dat de voorzieningen ten behoeve van de landschappelijke inpassing buiten het kleinschalig kampeerterrein mogen worden aangelegd; 3. per kleinschalig kampeerterrein niet meer dan 3 trekkers- en/of hooiberghutten zijn toegestaan; 4. de oppervlakte van een trekkers- of een hooiberghut mag niet meer dan 30 m2bedragen; 5. vrijstaande bijgebouwen zijn niet toegestaan; 6. de bouwhoogte van een trekkershut mag niet meer dan 3 m bedragen; 7. de bouwhoogte van een hooiberghut mag niet meer dan 3,8 m bedragen; 8. sanitaire voorzieningen zijn toegestaan, met dien verstande dat: de oppervlakte van de gebouwen ten behoeve van sanitaire voorzieningen niet meer dan 40 m2 bedragen; de goothoogte van de gebouwen ten behoeve van de sanitaire voorzieningen niet meer dan 3 m bedraagt; b. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; c.
de bestemmingsregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; d. de bestemmingsregels met het oog op de aanpassing aan de werkelijke afmetingen van het terrein mits de structuur van het bestemmingsplan niet wordt aangetast en de bij afwijking gewenst en noodzakelijk wordt geacht voor de juiste verwezenlijking van het bestemmingsplan; e. de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde en toestaan dat de bouwhoogte wordt vergroot tot niet meer dan 10 m; f. de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde en toestaan dat de bouwhoogte van kunstwerken en van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot niet meer dan 40 m; g. de bestemmingsregels en toestaan dat de grenzen van het bouwperceel naar de buitenzijde worden overschreden door: 1. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen; 2. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; 3. (hoek)erkers over maximaal de halve gevelbreedte, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen, mits de bouwperceelgrens met niet meer dan 1,50 m wordt overschreden; 4.
het bepaalde over de afstand van uitbouwen tot aan de voorgevel en het verlengde daarvan voor het bouwen van (hoek)erkers, mits de diepte van de (hoek)erker, gemeten uit de zijgevel, niet meer bedraagt dan 1,50 m; 5. het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201599
88
34.2 Afwegingskader Een in 34.1 genoemde omgevingsvergunning kan worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de woonsituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de milieusituatie; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; f. de sociale veiligheid.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201599
89
Artikel 35
Algemene wijzigingsregels
35.1 Algemene wijzigingsbevoegheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen te wijzigen: a. ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voorzover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voorzover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; b. voor en de bouw van antenne-installaties ten behoeve van (mobiele) telecommunicatie met dien verstande dat: c. de hoogte van de antenne-installatie niet meer mag bedragen dan 5 m, gemeten tussen de voet van de antenne en het hoogste punt van de antenne-installatie; d. de gebruikers zoveel mogelijk gebruik dienen te maken van elkaars installaties, tenzij dit technisch niet mogelijk is. 35.2 Afwegingskader De in 35.1 genoemde wijziging kan worden toegestaan indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de woonsituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de milieusituatie; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; f. de sociale veiligheid.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201599
90
Artikel 36
Algemene procedureregels
36.1 Nadere eis Voor een besluit tot het stellen van een nadere eis geldt de volgende voorbereidingsprocedure: a. een ontwerpbesluit ligt, met bijhorende stukken, gedurende vier weken ter inzage; b. de terinzagelegging wordt vooraf bekend gemaakt in één of meer dag-, nieuws- of huis-aanhuisbladen of op een andere geschikte wijze; c. de bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid voor belanghebbenden tot het naar voren brengen van zienswijzen gedurende de onder a genoemde termijn; d. burgemeester en wethouders delen aan hen die zienswijzen naar voren hebben gebracht de beslissing daaromtrent mede.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201599
91
Artikel 37
Overige regels
37.1 Werking wettelijke regelingen De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit bestemmingsplan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201599
92
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201599
93
Hoofdstuk 4
Artikel 38
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
38.1 Bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het bestemmingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan. 38.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 38.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat bestemmingsplan.
38.4 Gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet, behoudens voor zover uit de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand onderscheidenlijk van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, beperkingen voortvloeien ten aanzien van ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaand gebruik. 38.5 Strijdig gebruik a. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 38.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat bestemmingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. b. Indien het gebruik, bedoeld in 38.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201599
94
38.6 Uitzondering op het overgangsrecht gebruik Het bepaalde in 38.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat bestemmingsplan.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201599
95
Artikel 39
Slotregel
Deze planregels kunnen worden aangehaald als: Regels van het BP LG Oudewater & Willeskop - 1e herziening.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201599
96
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201599
BIJLAGEN BIJ DE REGELS
99
Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201599