CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

B18.2 bijlage2 implementatiehandleiding model subsidieregeling lokale aanpak isolatie.pdf

Gemeenteraad 6 maart 2025, gemeente OudewaterBij agendapunt: 7: Ingekomen stukken6.234 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Implementatiehandleiding bij de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie (nieuw model 20 februari 2025) Inleiding Deze implementatiehandleiding ondersteunt gemeenten bij het opstellen van een Subsidieregeling lokale aanpak isolatie op basis van de VNG Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie. De handleiding geeft een toelichting op keuzemogelijkheden die gemeenten hebben om in het kader van de “Regeling houdende regels verstrekking specifieke uitkering aan gemeenten verduurzaming slecht geïsoleerde woningen van eigenaar-bewoners en woningen van verenigingen van eigenaars, woonverenigingen en wooncoöperaties” (hierna SpUk LAI) een subsidieregeling op te stellen en uit te voeren. Het model is gebaseerd op de SpUk LAI zoals gewijzigd op 27 juni 2024 (Stcrt. 2024, 20127). Afhankelijk van de bevoegdheden die in Algemene Subsidieverordening van de gemeente zijn opgenomen kan het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) een subsidieregeling vaststellen en daarbij een subsidieplafond opnemen. Als de Algemene Subsidieverordening hiervoor geen grondslag biedt, kan de gemeenteraad een specifieke Subsidieverordening vaststellen. In dat geval kunnen de modelbepalingen uit de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie ter inspiratie dienen voor de op te stellen verordening.

(Zie voor meer informatie hierna bij de grondslagen van de regeling.) Deze handleiding helpt bij het maken van de keuzes en het consequent doorvoeren van gemaakte keuzes in de subsidieregeling. Ook geeft de handleiding een toelichting op bij het opstellen van het model gemaakte keuzes. In de handleiding worden eerst enige algemene punten toegelicht. Vervolgens worden de grondslagen en de artikelen, waar nodig, artikelsgewijs behandeld. Algemeen Het model is nadrukkelijk geen uniform landelijk model voor de Lokale Aanpak Isolatie. De subsidieregeling kan in iedere gemeente verschillen op basis van lokaal maatwerk. Het model bevat een aantal opties, maar gemeenten hebben de mogelijkheid om op lokaal niveau andere keuzes te maken. In geld of in natura De model subsidieregeling voorziet uitsluitend in een uitkering in geld. De gemeente kan er ook voor kiezen om in plaats van in geld, in natura uit te keren door zelf maatregelen uit te (laten) voeren of goederen te (laten) verstrekken. •

Een gemeente kan ervoor kiezen om zelf als opdrachtgever op te treden in plaats van de eigenaar-bewoner of Vereniging van Eigenaren (hierna: VvE) en zo aanvragers ontzorgen. Met de gemeente als opdrachtgever hoeft de aanvrager niet zelf offertes aan te vragen en een aanbieder te vinden. In plaats daarvan komt de gemeente samen met het isolatiebedrijf langs. Wanneer de gemeente als opdrachtgever optreedt is er sprake van een overheidsopdracht en is de Aanbestedingswet 2012 van toepassing. Voor een gedetailleerd verschil tussen een subsidie en overheidsopdracht wordt verwezen naar het kenniscentrum Europa decentraal. Wanneer er wordt gekozen voor een overheidsopdracht is er sprake van een zogeheten

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

vng.nl

•

‘subsidie in natura’ en zijn er diverse juridische aandachtspunten. Hiervoor heeft de VNG een quickscan laten uitvoeren. Voor doe-het-zelvers kan er gewerkt worden met een voucher of cadeaubonnen systeem. Er zijn verschillende partijen in de markt die dit aanbieden. Ook op de keuze voor een of meer van deze partijen bij wie de vouchers ingeleverd kunnen worden zijn de aanbestedingsregels van toepassing. In het model is dit verder niet uitgewerkt, omdat het op vele artikelen invloed heeft en dit de leesbaarheid niet ten goede komt.

De natura varianten zijn juridisch complexer om te implementeren. Gelet op de rijksbijdrage die per woning beschikbaar is, is het aan de gemeente om af te wegen of deze uitvoeringslasten opwegen tegen de mogelijke voordelen voor de aanvragers. De rijksbijdrage die via de gemeente kan worden doorgegeven zal ook niet kostendekkend kunnen zijn, maar slechts een tegemoetkoming bieden in de werkelijke kosten die eigenaar-bewoner of VvE heeft te maken om het gebouw te isoleren. Bovendien kan een eigenaar-bewoner een beroep doen op de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (hierna: ISDE), bedoeld in titel 4.5 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies en kan een VvE een beroep doen op de Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars (hierna: SVVE). In het model zijn de naturavarianten daarom niet uitgewerkt. Opgemerkt zij dat gemeenten ook een beroep kunnen doen op de ISDE (zie hierna onder andere beleidsterreinen). Het voucher of cadeaubonnen systeem zou ook benut kunnen worden voor invulling van de op grond van artikel 3, derde lid, van de SpUk LAI aan te vragen aanvullende uitkering. Hiervoor gelden namelijk andere regels voor de besteding (artikel 2, tweede lid, aanhef en onder a, van de SpUk LAI), hetgeen ook vertaald is in afwijkende verantwoordingseisen (artikel 6, eerste lid, aanhef en onder d, van de SpUk LAI).

Inzet eigen middelen Het model is opgesteld vanuit het doel om te voldoen aan de maatregelen en (verantwoordings)eisen die de SpUk LAI stelt aan het subsidiëren van energiebesparende isolatiemaatregelen, eventueel in combinatie met energiezuinige ventilatiemaatregelen. Wanneer de gemeente naast de SpUk LAI ook eigen financiële middelen inzet, kunnen bijvoorbeeld de te subsidiëren maatregelen worden uitgebreid of kunnen er andere eisen aan de verantwoording worden gesteld. Andere beleidsterreinen Tot slot nog enige algemene informatie in relatie tot andere beleidsterreinen waarmee de regeling raakvlakken kan hebben. Deze informatie is overigens niet uitputtend bedoeld en het is goed om bij de voorbereiding van het opstellen en implementeren van deze regeling contact te zoeken met medewerkers op andere beleidsterreinen binnen de gemeente om te kijken of er wellicht andere (lokale) initiatieven zijn waarbij kan worden aangehaakt. •

•

Een eventuele isolatiesubsidie aan een bijstandsgerechtigde heeft geen invloed op de omvang van de bijstand. Zie subsidieregeling voor isolatie in relatie tot de participatiewet voor een gedetailleerde toelichting. Het stellen van inkomensgrenzen voor isolatiesubsidie is geen ongeoorloofd inkomensbeleid. Zie subsidieregeling voor isolatie in relatie tot de participatiewet voor een gedetailleerde toelichting.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/13

•

•

•

Als gemeente kun je naast subsidie ook rekening houden met de aantrekkelijke financieringsmogelijkheden van het Nationaal Warmtefonds. Het gaat hier om: 1. De energiebespaarlening: een reguliere lening, die ook beschikbaar is voor VVE’s. 2. De energiebespaarlening met 0% rente: een reguliere lening met 0% rente. 3. De energiebespaarlening met combinatielening: speciale lening die eigenaar-bewoners met beperkte of geen leenruimte toch in staat stelt om verduurzamingsmaatregelen te treffen. Klik hier voor de voorwaarden van deze drie varianten. Op energiebesparende isolatiemaatregelen zoals spouwmuurisolatie, gevelisolatie van buitenaf en dakisolatie van buitenaf is de natuurbeschermingswetgeving uit de Omgevingswet en aanverwante regelgeving van toepassing. Vraag bij de provincie na welke isolatiemaatregelen eveneens hieronder vallen. Dit betekent dat deze maatregelen alleen mogen worden uitgevoerd als: a. er vooraf wordt onderzocht door een vakbekwame ecoloog of er sprake is van een verboden handeling (artikel 11.47, van het Besluit activiteiten leefomgeving) zoals het verstoren of doden van vleermuizen of het vernielen of verstoren van voortplantings- of rustplaatsen (verblijfplaatsen zoals in spouwmuren of daken van gebouwen).

In dat geval mogen de isolatiewerkzaamheden alleen plaatsvinden met een omgevingsvergunning floraen fauna activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onder g, van de Omgevingswet; b. er sprake is van een gebiedsdekkende ontheffing van de provincie onder de Wet natuurbescherming (zoals van toepassing tot 31 december 2023) of een omgevingsvergunning flora- en fauna activiteit onder de Omgevingswet op basis van een aanpak of soortenmanagementplan van de gemeente; of c. bovenstaande toestemmingen niet zijn verkregen of kunnen worden verkregen, maar de werkzaamheden zullen worden uitgevoerd volgens de tijdelijke aanpak natuurvriendelijk isoleren zoals beschreven in de kamerbrief van 4 oktober 2023 en 22 december 2023. Deze tijdelijke aanpak en de voorwaarden staan op de website www.natuurvriendelijkisoleren.nl en https://www.volkshuisvestingnederland.nl/onderwerpen/nationaalisolatieprogramma/landelijke-aanpak-natuurvriendelijk-isoleren. Sinds 1 februari 2024 is het voor de ISDE als gemeente ook mogelijk om deze te ontvangen, zie https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/isde/gemeenten. Dit biedt aanvullende mogelijkheden voor gemeenten om inwoners in het subsidieproces te ontzorgen.

Grondslagen van de regeling Bij het opstellen van de regeling is het noodzakelijk oog te hebben voor de bevoegdheidsvraag om de regeling op mogen te stellen (de grondslag van de regeling). Wanneer het gaat om het opstellen van een subsidieregeling dan is de gemeenteraad bevoegd om op grond van de gemeentelijke autonome verordenende bevoegdheid een subsidieverordening vast te stellen (artikel 149 van de Gemeentewet). Op grond van die bevoegdheid kan zij de bevoegdheid echter ook delegeren aan het college (artikel 156 van de Gemeentewet). Dit laatste wordt dan geregeld door middel van een verordening, de Algemene Subsidieverordening (ASV). De VNG heeft in haar Model Algemene Subsidieverordening (Model-ASV) een aantal varianten aangeboden waarmee deze bevoegdheid (deels) aan het college wordt gedelegeerd. Voor de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie wordt ervan uitgegaan dat de gemeente een variant van de VNG Model-ASV heeft overgenomen en het college bevoegd is een subsidieregeling vast te stellen op het gebied van de Lokale Aanpak Isolatie. Om te bepalen of dit het geval is, moet gekeken worden naar reikwijdte van de gemeentelijke ASV op basis van de gekozen variant van

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/13

artikel 2, eerste lid, van de Model-ASV. Als gekozen is voor Variant 2, de Lokale Aanpak Isolatie binnen de in Variant 1 gekozen beleidsterreinen valt of de Lokale Aanpak Isolatie niet binnen de in Variant 3 uitgesloten beleidsterreinen valt; is het college op grond van artikel 3, van de ASV bevoegd tot het vaststellen van een subsidieregeling. De opzet van de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie is in de vorm van ‘nadere regels’ op basis van de Model-ASV. In de ASV is de hoofdstructuur van het subsidieproces vastgelegd. Let op dat er tussen het model en de ASV van jouw gemeente geen tegenstrijdigheden zijn, of dat, als de ASV dat toestaat, er expliciet van de ASV wordt afgeweken. In de aanhef van het model zijn ook een aantal grondslagen facultatief gemaakt. Of die grondslagen moeten worden opgenomen is afhankelijk van de keuzes die in de subsidieregeling gemaakt worden. In de aanhef van de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie zijn een aantal grondslagen opgenomen die aansluiten op de VNG Model-ASV. Mocht de lokale ASV anders zijn, dan zullen de grondslagen daaraan moeten worden aangepast: • Artikel 3, van de Model-ASV, vormt de grondslag voor het vaststellen van de subsidieregeling. • Artikel 4, tweede lid, van de Model-ASV, verplicht tot opname van een verwijzing naar het Europees steunkader waar toepassing aan wordt gegeven.

Dat staat in artikel 3 van de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie. • Artikel 5, eerste lid, van de Model-ASV, vormt (als gekozen is voor variant 1 uit het model) de grondslag voor het vaststellen van een subsidieplafond. In de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie is dit een facultatieve optie, geregeld in artikel 7. Daarom is deze grondslag in de aanhef van het model als facultatief opgenomen. Artikel 5, van de Model-ASV bevat ook nog mogelijkheden om het subsidieplafond te verlagen, maar daarvan wordt in de facultatieve bepaling van de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie geen gebruik gemaakt. De betreffende leden zijn dan ook niet facultatief in de aanhef opgenomen. • Artikel 6, vierde lid, van de Model-ASV biedt de mogelijkheid om af te wijken van de in de ASV vereiste aanvraagbescheiden. In artikel 9 van de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie zijn in afwijking van artikel 6, van de Model-ASV de aanvraagbescheiden opgenomen. • Artikel 7, vierde lid, van de Model-ASV biedt de mogelijkheid om af te wijken van de aanvraagtermijnen. In artikel 9 van de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie wordt afgeweken. • Artikel 8, derde lid, van de Model-ASV biedt de mogelijkheid om af te wijken van de beslistermijnen inzake subsidieverlening.

In artikel 10, van de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie biedt een facultatieve mogelijkheid om af te wijken. • Artikel 14, derde lid en 15, derde lid, van de Model-ASV bieden de mogelijkheid om af te wijken van de verantwoordingseisen bij subsidies van meer dan € 5.000,00. In artikel 12, van de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie wordt hiervan afgeweken. • Artikel 16, derde lid, van de Model-ASV biedt de mogelijkheid om af te wijken van de beslistermijnen inzake subsidievaststelling. In artikel 12 van de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie wordt hiervan afgeweken. Artikelsgewijs In deze artikelsgewijze implementatietoelichting worden enkele keuzeopties toegelicht die op lokaal niveau gemaakt kunnen worden. Artikel 1. Definities

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

4/13

college Deze definitie aanvullen met de gemeentenaam. doe-het-zelver In het model wordt een definitie van “doe-het-zelver” gegeven die aansluit bij de definitie van “doehet-zelfmaatregel” uit de SpUk LAI, zijnde een maatregel die door een ander wordt uitgevoerd dan een bouwbedrijf. Gemeenten kunnen er ook voor kiezen om het begrip “doe-het-zelfmaatregel” te gebruiken, maar daarvoor zullen zij het model wel consequent aan moeten passen. Omdat de Subsidieregeling lokale aanpak isolatie gericht is op het subsidiëren van energiebesparende isolatiemaatregelen, eventueel in combinatie met een energiezuinige ventilatiemaatregel, en het verschil in wat voor subsidie in aanmerking komt niet in de aard van deze maatregelen zelf zit, maar in wie die uitvoert, is gekozen voor het begrip “doe-het-zelver”. Het zijn geen immers geen andere maatregelen, maar het is de hoedanigheid van diegene die ze uitvoert die het verschil maakt en bepaalt of de tijdsinvestering van die persoon ook voor subsidie in aanmerking komt. De maatregelen zelf moeten aan dezelfde eisen voldoen. “Doe-hetzelfmaatregel” impliceert dat het om andere maatregelen gaat, terwijl dat niet het geval is. slecht geïsoleerde woning Binnen de SpUk LAI bestaan verschillende definities van een slecht geïsoleerde woning met afwijkende criteria. Uit de toelichting blijkt dat gemeenten hier keuzeopties hebben.

Als het gaat om een eigenaar-bewoner dan kan de gemeente kiezen voor de mogelijkheid om te kijken naar ofwel het energielabel dat energielabel D of lager moet zijn ofwel naar twee slechte bouwdelen in een woning; bij de beoordeling of een woning slecht geïsoleerd is (Stcrt. 2024, 20127, p. 20). In het model is gekozen om beide opties te combineren, maar de gemeente zou er ook voor kunnen kiezen om bijvoorbeeld uitsluitend woningen met een energielabel D of lager als slecht geïsoleerd te bestempelen en de alternatieve mogelijkheid van twee slecht geïsoleerde bouwdelen weg te laten. Om te bepalen of een gebouw slecht geïsoleerd is zijn verschillende aanpakken denkbaar. Bijvoorbeeld door: • een schatting te maken op basis van bekende data; • een uitvraag te doen via vragenlijsten; of • een eenvoudige (onafhankelijke) opname te laten uitvoeren door energiefixers, energieadviseurs of uitvoerders (die de maatregelen niet zelf zullen realiseren en daardoor geen financieel belang hebben bij de bepaling van de isolatiewaarde). In de SpUk LAI wordt een woning die eerder is aangemerkt als een slecht geïsoleerde woning ook bij een nieuwe aanvraag automatisch aangemerkt als een slecht geïsoleerde woning, ook als de woning door de eerder getroffen maatregelen niet langer aan dit criterium voldoet. In het model is deze optie bewust niet opgenomen.

Daarmee wordt voorkomen dat er aanvullende uitvoeringslasten voor rekening van de gemeente komen door getrapte aanvragen. De woning telt in het kader van de verantwoording van de besteding van de SpUk LAI ook maar één keer mee. Gemeenten kunnen er echter voor kiezen om deze uitzondering wel mee te nemen in hun lokale regeling. Artikel 2. Doelgroep van de subsidie

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

5/13

De doelgroep afbakening is gebaseerd op de SpUk LAI en de daaruit voortvloeiende verantwoordingsverplichtingen. De doelgroep kan uitgebreid of ingeperkt worden, mede afhankelijk van de vraag of de gemeente andere financiële middelen dan de SpUk LAI inzet. Het hanteren van een maximale WOZ-waarde helpt in de focus op de doelgroep met energiearmoede. Het zorgt er ook voor dat de gemeente kan voldoen aan de eis vanuit de SpUk LAI dat minimaal 80% van de met de op grond van de SpUk LAI ontvangen subsidie slecht geïsoleerde woningen een lagere WOZ-waarde per 1-1-2022 heeft dan de gemiddelde WOZwaarde per 1-1-2022 (bijlage I, van de, SpUk LAI) of een WOZ-waarde lager dan € 429.300 (artikel 6, eerste lid, onder b, van de SpUk LAI). Gemeenten zullen zelf nog de gemeentenaam en de voor hun gemeente geldende maximale WOZwaarde in moeten vullen. Het hanteren van deze maximale WOZ-waarde kan wel complicaties geven bij aanvragen vanuit een VvE of GVvE. In een gebouw kunnen zich zowel goedkopere appartementen bevinden die aan de criteria voldoen, alsook duurdere appartementen die daardoor niet aan de criteria voldoen. Het is mogelijk om een uitzondering op de maximale WOZ-waarde op te nemen in de regeling, bijvoorbeeld voor een bepaald percentage van de zich binnen een gebouw bevindende appartementen.

In het model is deze keuzeoptie opgenomen, waarbij als voorbeeld een maximaal percentage van 20% van de woningen is aangeven. Daarmee wordt alsnog voldaan aan de hiervoor aangehaalde verantwoordingseisen die voortvloeien uit de SpUk LAI. Artikel 3. Staatssteun De artikelen 107 t/m 109, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie hebben betrekking op het geven van staatssteun. Er is sprake van staatssteun als voldaan wordt aan de vijf cumulatieve staatssteuncriteria, genoemd in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (https://europadecentraal.nl/onderwerp/staatssteun/criteriastaatssteun/): 1. de steun wordt verleend aan een onderneming die een economische activiteit verricht; 2. de steun wordt door staatsmiddelen bekostigd; 3. deze staatsmiddelen verschaffen een economisch voordeel dat niet via normale commerciële weg zou zijn verkregen (non-marktconformiteit); 4. de maatregel is selectief: het geldt voor één of enkele ondernemingen, een specifieke sector of regio; en 5. de maatregel vervalst de mededinging (in potentie) en (dreigt te) leiden tot een ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer in de EU. Het geven van subsidie aan een verhuurder voldoet aan deze criteria. Er zijn echter de nodige uitzonderingen op het staatssteunverbod.

Voor lage steunbedragen kan gebruik worden gemaakt van de de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 2023/2831). In de modelsubsidieregeling wordt, overeenkomstig artikel 4, tweede lid, van de Model-ASV, verwezen naar deze verordening. Voor meer praktische informatie zie Europa Decentraal (https://europadecentraal.nl/onderwerp/staatssteun/vrijstellingsmogelijkheden/de-minimis/). In de toelichting bij de SpUk LAI wordt aangegeven dat de gemeente naast de deminimisverordening wellicht ook de Algemene groepsvrijstellingsverordening (Verordening (EU) nr.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

6/13

651/2014) (hierna: AGVV) kan toepassen, zoals bijvoorbeeld artikel 38bis AGVV met betrekking tot de investeringssteun ten behoeve van energie-efficiëntie maatregelen in gebouwen. Hierbij gelden voorwaarden waaronder maximumpercentages van de kosten van de activiteiten die vergoed mogen worden. Vanwege de beperkte bedragen en de complexiteit wordt in de modelsubsidieregeling enkel de de-minimisverordening gebruikt. Voor woningcorporaties kan in bepaalde gevallen sprake zijn van een verhuuractiviteit die valt onder de noemer: Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB). Meer informatie over deze uitzondering is te vinden op: https://europadecentraal.nl/onderwerp/staatssteun/beleidsterreinen/woningcorporaties/. In de modelsubsidieregeling is dit niet meegenomen, aangezien de woningcorporatie dit zelf kan aangeven op het moment dat er een de-minimisverklaring wordt gevraagd. Het is wel van belang om hier bij de uitvoering rekening mee te houden. Artikel 4. Maatregelen die voor subsidie in aanmerking komen

• •

Alle vermelde maatregelen voldoen aan de eisen uit de SpUk LAI.

•

De energiebesparende isolatiemaatregelen voor eigenaar-bewoners zijn gelijk aan de energiebesparende isolatiemaatregelen, bedoeld in artikel 4.5.2, derde lid, van de ISDE. Voor een actueel overzicht zie de isolatiemaatregelen woningeigenaren van de ISDE. De energiebesparende isolatiemaatregelen voor VvE’s en GVvE’s zijn gelijk aan de energiebesparende isolatiemaatregelen, bedoeld in de SVVE.

•

Facultatief is als eis opgenomen dat bepaalde maatregelen, vanwege de potentiële impact op beschermde diersoorten, moeten worden uitgevoerd door een gecertificeerd bedrijf. Via de website www.natuurvriendelijkisoleren.nl kan worden nagegaan of het bouwbedrijf de Training Natuurvrij Maken heeft gevolgd en beschikt over het certificaat. Naar dit programma wordt ook door de landelijke overheid verwezen (https://www.volkshuisvestingnederland.nl/actueel/nieuws/2023/10/04/natuurvriendelijkisoleren-je-woning-verduurzamen-zonder-vleermuizen-te-schaden). De Omgevingswet en aanverwante regelgeving biedt op dit punt echter voldoende waarborgen, zodat het niet noodzakelijk is om deze bepaling in de subsidieregeling op te nemen.

•

In het tweede lid is in overeenstemming met de SpUk LAI een mogelijkheid opgenomen om af te wijken van de minimale m2 eis bij kleine woningen. Omdat er in het kader van de verantwoording van de SpUk LAI slechts een beperkt deel van 10% van het totale budget mag worden besteed aan isolatiemaatregelen waarbij niet is voldaan aan de m2 eis, is in artikel 6 een afzonderlijk subsidieplafond voor deze woningen opgenomen.

•

Voor doe-het-zelf maatregelen is in de SpUk LAI een aanvullend budget opgenomen. Hiervoor gelden andere regels voor de besteding (artikel 2, tweede lid, aanhef en onder a, van de SpUk LAI), hetgeen ook vertaald is in afwijkende verantwoordingseisen (artikel 6, eerste lid, aanhef

De gemeente moet de ingangsdatum nog invullen. Dat kan de ingangsdatum voor de subsidieregeling zijn. In plaats van de ingangsdatum van de subsidieregeling kan ook voor een beperkt eerdere datum gekozen worden, omdat er bijvoorbeeld al eerder over deze subsidieregeling is gecommuniceerd en inwoners hier rekening mee hebben gehouden. Daarvoor is ook een facultatieve passage in de modeltoelichting opgenomen. De SpUk LAI is bedoeld voor het stimuleren van isolatie en niet om al uitgevoerde isolatie voor ingang van de subsidieregeling te subsidiëren. Mocht er gekozen worden voor een eerdere datum dan is het belangrijk te weten dat in artikel 2, vierde lid van de SpUk LAI als eis is opgenomen dat de maatregelen moeten zijn uitgevoerd na 31 december 2022.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

7/13

en onder d, van de SpUk LAI). Gemeenten kunnen er voor kiezen dit te vertalen in een afwijkende regeling voor besteding van deze gelden of door een afzonderlijk subsidieplafond op te nemen voor doe-het-zelf maatregelen die niet aan de standaardeisen voldoen uit het eerste lid. Artikel 5. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen Gemeenten hebben veel ruimte om te bepalen welke kosten in welke mate voor subsidie in aanmerking komen en de inhoud is afhankelijk van de aanpak van de gemeente. Met artikel 4 wordt voldaan aan de SpUk LAI. In het model is gekozen voor de optie met de minste complexiteit voor de aanvrager en de gemeente, door uit te gaan van facturen van bedrijven. Het niet subsidiëren van de door de doe-het-zelver gemaakte uren is geen harde eis vanuit de SpUk LAI. Er kan bijvoorbeeld gekozen worden voor een fictief uurloon en een maximum aantal uren. De gemeente kan ook kiezen voor een kostenplafond door bijvoorbeeld een maximumbedrag per m2 op te nemen. Dit verhoogt wel de administratieve last van zowel de aanvrager als de gemeente. Artikel 6. Hoogte van de subsidie Dit artikel biedt gemeenten veel ruimte om te bepalen hoe hoog de subsidie maximaal is. Bovendien kunnen zij daarbij differentiatie aanbrengen in verschillende doelgroepen en maatregelen. De inhoud is afhankelijk van de aanpak van de gemeente. Een aantal opties: 1.

Er kan gewerkt worden met een bedrag per m2 die bijvoorbeeld gelijk is aan de ISDE of SVVE. Op deze manier wordt het gebruik van bijv. biobased materialen extra gesubsidieerd. Zie https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/isde/woningeigenaren/isolatiemaatregelen. 2. Er kan een combinatie gemaakt worden van een bedrag per maatregel en inkomenseisen (differentiatie op basis van inkomenseisen). 3. Er kan gewerkt worden met een vast bedrag per woning zolang de subsidiabele kosten toereikend zijn. 4. Er kan gekozen worden voor differentiatie via WOZ-waarden. Dus bijvoorbeeld tot WOZ € 300.000 bedrag of percentage X, van WOZ € 300.000 t/m € 500.000 bedrag of percentage Y. In het model is gekozen voor de optie met de minste complexiteit voor aanvrager en gemeente. Voor extra focus en financiële tegemoetkoming van de doelgroep is de hiervoor beschreven optie 2 een mooie invulling. Belangrijk hierbij is wel dat er in de gehele lokale aanpak oog is voor de doelgroep en zij ook, wanneer gewenst, ondersteuning kunnen krijgen bij bijvoorbeeld het aanvragen van deze subsidie, een ISDE-subsidie en eventueel een lening bij het Warmtefonds. Houd bij het kiezen van een maximumbedrag per woning de eisen van de SpUk LAI in de gaten.

Het gemiddelde bedrag per woning inclusief ondersteuning mag niet hoger zijn dan de ontvangen SpUk gedeeld door het aantal woningen waarvoor is ingeschreven, tenzij de gemeente bereid is er eigen middelen bij te leggen. Dit bedrag zal variëren tussen € 1.800 - € 2.510 per woning, zie de toelichting in de SpUk LAI van 28 november 2023 (Stcrt. 2023, 31936). Afhankelijk van het gekozen maximum per huishouden is dit een mogelijk aandachtspunt voor de gemeente in de monitoring om te voorkomen dat het maximum gemiddelde bedrag niet wordt overschreden. Artikel 7. Subsidieplafond

•

Een subsidieplafond is facultatief en kan alleen in de subsidieregeling worden opgenomen op het moment dat de ASV die bevoegdheid aan het college heeft gedelegeerd (dit is het geval bij

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

8/13

variant 1 van artikel 5 van de Model-ASV). In andere gevallen zal de gemeenteraad het subsidieplafond moeten bepalen (dit is het geval bij variant 2 van artikel 5 van de Model-ASV).

•

Het bedrag zal gelijk zijn aan SpUk LAI voor jouw gemeente als er door de gemeente geen aanvullende financiële middelen worden ingezet.

•

Het tweede lid bevat een specifiek subsidieplafond voor maatregelen die niet voldoen aan artikel 4, eerste lid, maar wel aan artikel 4, tweede lid. De opgenomen 10% norm sluit aan bij de uitzonderingsbepaling van artikel 6, eerste lid, aanhef en onderdeel b, onder 2e, van de SpUk LAI.

Artikel 8. Wijze van verdeling Deze bepaling is noodzakelijk op het moment dat er een subsidieplafond wordt gehanteerd. De verplichting om in de subsidieregeling een verdelingsregeling op te nemen op het moment dat er een subsidieplafond wordt vastgesteld is ook vastgelegd in (beide varianten van) artikel 5, eerste lid, van de Model-ASV. In de modeltoelichting wordt ook facultatief gewezen op de compleetheid van het aanvraagformulier. Deze passage is uiteraard alleen aan de orde op het moment dat er bij artikel 9, derde lid, gekozen is om de facultatieve bepaling waarin het gebruik van een aanvraagformulier wordt verplicht, over te nemen. Artikel 9. Aanvraag

•

De aanvraag kan worden ingediend vanaf de ingangsdatum van de regeling tot en met de einddatum van de regeling. Deze data moeten nog worden ingevuld. Bij de bepaling van de data is het van belang rekening te houden met het feit dat de aanvraag ook nog tijdig afgehandeld moet worden, zodat de gemeente de besteding kan verantwoorden in het kader van de SpUk LAI. Voor de SpUk LAI geldt 31 december 2027 als uiterste realisatiedatum. De gemeente heeft dan nog tot half 2028 voor haar verantwoording in SiSa.

•

Uit artikel 7, derde lid, van de Model-ASV volgt dat aanvragen moeten worden ingediend voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Op grond van artikel 7, vierde lid, van de model ASV kan hiervan bij subsidieregeling worden afgeweken. Het model voorziet hierin door een afwijking in de tweede volzin van het eerste lid. De voorbeeldtermijn van 24 maanden is gelijk aan de termijn uit de ISDE en SVVE, maar kan aangepast worden. Deze moet gelijk zijn aan de termijn in artikel 11.

•

Houd bij alle keuzes in het achterhoofd dat de administratieve last voor inwoners en gemeente zo minimaal mogelijk is. Gemeenten kunnen er in hun aanpak, mede gezien de doelgroep, voor kiezen om inwoners te ontzorgen in het verduurzamingsproces of het subsidie- of financieringsproces.

•

Om te voldoen aan de benodigde informatie voor de SiSa SpUK en het monitoringsbestand LAI moet de aanvraag, het aanvraagformulier of het individuele subsidiedossier minimaal de volgende informatie bevatten: a. adres, postcode en woonplaats van de aanvrager; b. het energielabel van de woning, te vinden op https://www.energielabel.nl/woningen/zoek-je-energielabel/; c. de twee bouwdelen die niet of slecht geïsoleerd zijn. Dit is enkel van toepassing als er geen definitief energielabel (www.ep-online.nl) aanwezig is; d. de WOZ waarde van de woning per 1-1-2022, te vinden op https://www.wozwaardeloket.nl/;

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

9/13

e. het jaar van uitvoering; f. een specificatie van de uit te voeren maatregelen met toelichting op de isolatiewaarde en aantal m2 en hoe deze uitgevoerd worden (doe-het-zelf of bouwbedrijf). Het tweede lid bevat daarom een opsomming van deze gegevens. Daarbij is een bewijs van de WOZ-waarde niet opgenomen, omdat de gemeente daar reeds over beschikt en die informatie dus heel eenvoudig zelf kan controleren en aan het dossier kan toevoegen.

•

Op grond van artikel 6, vierde lid, van de de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 2023/2831), moet de gemeente bij het verlenen van de-minimissteun zich er eerst van vergewissen dat met het verlenen van deze (nieuwe) steun aan de onderneming het in artikel 3, tweede lid, van de de-minimisverordening opgenomen plafond niet wordt overschreden.

•

Het aanleveren van een foto of iets dergelijks is geen harde eis vanuit de SpUk LAI en is dus facultatief opgenomen. Het niet overnemen van deze eis houdt de administratieve last zo laag mogelijk. Echter, wanneer de doe-het-zelver de maatregel uitvoert wordt wel geadviseerd om een dergelijke eis op te nemen, omdat er in tegenstelling tot een bouwbedrijf minder zekerheid is dat de maatregel daadwerkelijk wordt uitgevoerd.

•

Om het aanvraagproces te vereenvoudigen en soepeler te laten verlopen kan het gebruik maken van een aanvraagformulier verplicht worden gesteld. Het derde lid bevat hiertoe een facultatieve bepaling. In de bijlage is een overzicht opgenomen van de elementen die in de aanvraagformulier kunnen worden opgenomen.

Artikel 10. Subsidieverlening[ en beslistermijn] De subsidie wordt, als de maatregelen nog niet zijn uitgevoerd, voor bepaalde tijd verleend. Binnen die tijd moet de aanvrager de maatregelen uitvoeren. In het model wordt als voorbeeld een begunstigingstermijn van 12 maanden genoemd, maar een andere termijn is ook denkbaar. Het is in elk geval belangrijk om, in verband met de verantwoording van de SpUk LAI, de einddatum van de regeling in acht te nemen. De maatregelen die vanuit de eerste tranche SpUk LAI worden betaald moeten uiterlijk 31 december 2026 zijn uitgevoerd en uitbetaald. In uitzonderlijke gevallen kan maximaal drie keer uitstel worden verleend voor maximaal één jaar (zie artikel 6, eerste lid, onderdeel c, onder 1e en tweede lid, onderdeel a, van de SpUk LAI). Voor maatregelen die vanuit de tweede tranche worden betaald geldt dat deze uiterlijk 31 december 2027 moeten zijn uitgevoerd en uitbetaald. In uitzonderlijke gevallen kan ook hierbij maximaal drie keer uitstel worden verleend voor maximaal één jaar (zie artikel 6, eerste lid, onderdeel c, onder 2e en tweede lid, onderdeel b, van de SpUk LAI). De einddatum van de subsidieregeling moet hier dus voor liggen om ook tijdig de betalingen te voldoen. In 2025 komt er nog een nieuwe tranche met nieuwe einddatum. Houd hier rekening mee bij het definitief bepalen van de einddatum van de subsidieregeling.

In artikel 8, tweede lid, van de Model-ASV is een beslistermijn opgenomen. Op grond van het derde lid van deze bepaling kan bij subsidieregeling van die termijn worden afgeweken. Het facultatieve tweede lid van het model voorziet hierin. Als hier gebruik van wordt gemaakt, dan dient die grondslag (artikel 8, derde lid) ook in de aanhef opgenomen te worden. Ook zal hierop een toelichting gegeven moeten worden. Artikel 11. Weigering, lagere vaststelling of intrekking

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

10/13

In artikel 9 van de Model-ASV zijn al weigeringsgronden opgenomen. Die worden in het model dan ook niet herhaald, maar slechts aangevuld of nader geconcretiseerd. Het is van belang ook hier goed te kijken naar de eigen ASV. De opgenomen gronden zullen aan moeten sluiten bij de in de regeling opgenomen voorwaarden. Dit betekent dat als het in de modelregeling als facultatief opgenomen subsidieplafond niet wordt overgenomen, overschrijding van het subsidieplafond ook in deze bepaling niet moet worden opgenomen. Ook dienen de termijnen consistent te worden ingevuld. Als de aanvrager een GVvE is, dan vraagt dit extra aandacht in verband met de mogelijke verlening van verboden staatssteun. De belangrijkste aandachtspunten zijn: 1. Bij een GVvE, waar dus ook wooncoöperatie en/of commerciële verhuurders onderdeel zijn van de VvE, moet er rekening worden gehouden met staatssteun. 2. Voor meer informatie over bovenstaande twee punten zie de veelgestelde vraag ‘Mag ik woningen met een beter energielabel, of die beter geïsoleerd zijn dan bedoeld in de regeling, ook aanpakken met het budget?’ 3. De Verklaring Staatssteunkaders SVVE biedt een oplossing voor mogelijke staatssteun. 4. De aanvrager en ontvanger van de subsidie is de GVvE, omdat de te treffen energiebesparende isolatiemaatregelen vrijwel altijd in het gemeenschappelijk deel plaatsvinden.

Mogelijke uitzondering zijn ramen en deuren. Het tweede lid voorziet daarom in het weigeren, lager of op nihil vaststellen, of intrekken van de subsidie als niet voldaan is aan de de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 2023/2831) Artikel 12. Subsidievaststelling en beslistermijn In het model is gekozen voor de route subsidieverlening en ambtshalve vaststelling bij een subsidieaanvraag vóór uitvoering van de maatregel. Door de keuze voor een ambtshalve vaststelling hoeft de inwoner niet apart een verzoek tot subsidievaststelling in te dienen. Wel is een melding nodig, zodat de gemeente weet dat zij de realisatie kan komen controleren. Bij een subsidieaanvraag nadat de maatregel is uitgevoerd is gekozen voor de route van directe subsidievaststelling. De twee routes zorgen voor de laagste administratieve last voor zowel inwoner als gemeente, maar wel met een acceptabel financieel risico voor de gemeente. Juridisch gezien is er namelijk een belangrijk verschil tussen subsidieverlening en subsidievaststelling. Een subsidieverlening biedt de gemeente de mogelijkheid om aanvullende voorwaarden te stellen in de verleningsbeschikking. Dit is wenselijk als inwoners een aanvraag doen vóórdat de maatregel wordt uitgevoerd. Directe subsidievaststelling vóórdat de maatregel is uitgevoerd is ook mogelijk, maar verplicht de gemeente ook tot uitbetaling.

Het wordt daarom uit financieel oogpunt niet geadviseerd, om te werken met directe subsidievaststelling bij een subsidieaanvraag vóórdat de maatregelen zijn uitgevoerd. Let op: in de ASV van jouw gemeente is vaak een maximumbedrag opgenomen tot waar er direct vastgesteld kan worden vóórdat de te subsidiëren activiteiten zijn uitgevoerd. Advies is om hoofdstuk 5 van de Handreiking basisbeginselen subsidierecht van de VNG door te nemen. Het model voorziet in een expliciete afwijking van de Model-ASV. Artikel 13. Uitbetaling Door de mogelijkheid van directe betaling aan het bouwbedrijf op verzoek van de aanvrager hoeft de aanvrager het bedrag niet voor te schieten. De aanvrager kan de verleningsbeschikking dan aan het bouwbedrijf overhandigen als bewijs dat de subsidie aan het bouwbedrijf wordt uitgekeerd na uitvoering. Gezien de doelgroep van deze regeling is dit wenselijk. Echter, wanneer het bouwbedrijf een aanbetaling vraagt, zal er door aanvrager alsnog een deel voorgeschoten moeten worden. De

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

11/13

gemeente kan ervoor kiezen om te werken met voorschotten vóór uitvoering van de maatregel(en). Advies is om dit bij uitzondering toe te passen en alleen op verzoek. Dit kan gerealiseerd worden door bij een subsidieaanvraag vóór uitvoering van de maatregel ervoor te kiezen om in de verleningsbeschikking op verzoek een voorschot tot 100% op te nemen. Het tweede lid bevat hiervoor een facultatieve bepaling. Aandachtspunt is dat de ASV van jouw gemeente deze mogelijkheid biedt. Terugvordering kan gerealiseerd worden wanneer er niet wordt voldaan aan de eisen uit de verleningsbeschikking. Houd hierbij in het achterhoofd dat terugvorderen in theorie een groot verschil kan geven ten opzichte van de praktijk.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

12/13

Mogelijke onderdelen aanvraagformulier: a. naam, adres, postcode en woonplaats van de aanvrager; b. het eigendomsbewijs (akte van levering) van de woning als de aanvrager nog niet woont op het adres waar subsidie voor wordt aangevraagd; c. het emailadres en eventueel telefoonnummer van de aanvrager; d. het energielabel van de woning te vinden op https://www.energielabel.nl/woningen/zoek-je-energielabel/; e. de WOZ waarde van de woning per 1-1-2022 te vinden op https://www.wozwaardeloket.nl/. f. zie https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/svve/aanvraagproces voor aanvullingen wanneer een GVvE de aanvrager is. g. een beschrijving van de twee bouwdelen die niet of slecht geïsoleerd zijn. Dit is enkel van toepassing als er geen energielabel aanwezig is; h. de datum van de subsidieaanvraag; i. het jaar van uitvoering; j. bij een subsidieaanvraag vóór uitvoering van de maatregel: 1. Een offerte of opdrachtbevestiging van het bouwbedrijf voor de maatregelen waar subsidie voor wordt gevraagd met hieraan toegevoegd (wanneer onvoldoende gespecificeerd op de offerte of opdrachtbevestiging) een toelichting op de isolatiewaarde en aantal m2 en wanneer van toepassing de kenmerken van de energiezuinige ventilatiemaatregel. 2.

Bij een doe-het-zelver een uitleg van de totale kosten inclusief een toelichting op de isolatiewaarde en aantal m2 en wanneer van toepassing de kenmerken van de energiezuinige ventilatiemaatregel. k. bij een subsidieaanvraag na uitvoering van de maatregel: 1. Een factuur van het bouwbedrijf voor de maatregelen waar subsidie voor wordt gevraagd met hieraan toegevoegd (wanneer onvoldoende gespecificeerd op de offerte) een toelichting op de isolatiewaarde en aantal m2 en wanneer van toepassing de kenmerken van de energiezuinige ventilatiemaatregel. 2. Bij een doe-het-zelver een factuur of kassabon voor de maatregelen waar subsidie voor wordt aangevraagd met hieraan toegevoegd (indien onvoldoende gespecificeerd op de factuur of kassabon) een toelichting op de isolatiewaarde en aantal m2 en wanneer van toepassing de kenmerken van de energiezuinige ventilatiemaatregel. Aangevuld met foto’s dat de maatregelen daadwerkelijk in de woning zijn uitgevoerd. l. de betalingsgegevens van aanvrager of de betalingsgegevens van het bouwbedrijf wanneer er voor directe uitbetaling aan het bouwbedrijf wordt gekozen; m. het certificaat Training Natuurvrij Maken (Isolatiebedrijf - Natuurvriendelijk isoleren) wanneer de energiebesparende isolatiemaatregel door een bouwbedrijf worden uitgevoerd en de maatregelen onder de regelgeving inzake natuurbescherming vallen; n.

een handtekening, waarmee men zich tevens bekend en akkoord verklaart met de subsidievoorwaarden.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

13/13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/636/documents/19354