B18.1 2025-Q4-GHV-magazine-#6.pdf
Tekst van het document
IE S I V
fh ona
elijk ank
, ins
pire
rend
, op
in
NOVEMBER 2025 | #6
nd iëre
E I S I V
e ank h f a on
l i jk,
ire insp
rend
,
ië opin
rend
Thema: Wie bewaakt de ziel van het Groene Hart? Aan het woord Paul Meurs Een landschap met geheugen vraagt om keuzes De Polderwachter: Als we niets doen, dan worden onze computers gehackt, dan gaan we nat Matthijs Schouten over luisteren naar het landschap Mirjam Sterk: Je moet aan een tafel blijven
Els Otterman: 'Water is geen stoel aan de tafel. Water ís de ondergrond van de tafel...'
IE S I V
fh ona
elijk ank
, ins
pire
rend
,o
re pinië
INHOUDSOPGAVE
nd
In deze editie
09
Van de hoofdredacteur Een landschap met geheugen vraagt om keuzes Wie het Groene Hart wil bewaren, moet accepteren dat het nooit stil heeft gestaan
25
22
Over richting, druk, drang & doordouwen Een heel mooi landschap, maar wie bewaakt de ziel van het Groene Hart?
19
De man die het landschap in woorden schildert Luister eerst naar een landschap dat zich alles herinnert Colofon
04
2
IE S I V
fh ona
elijk ank
, ins
pire
rend
,o
re pinië
WELKOM
nd
HET GROENE HART STELT DE VRAGEN WAAR WE NIET OMHEEN KUNNEN Jacoba van Beieren begreep het al bijna 600 jaar geleden: je kunt alleen wonen in een land dat je voortdurend opnieuw vormgeeft. ‘Haar’ Keure van de Krimpenerwaard maakte van moeras een maakbaar landschap. Met lijnen, afspraken en verantwoordelijkheid. Nieuw land, dat altijd weer terug kan slaan. Precies dat is het Groene Hart: nooit vanzelf, nooit af. Maar nu? Wat zien we écht als we naar buiten kijken? Weilanden als vertrouwd decor of de waarschuwing dat stilstand geen behoud is, terwijl de bodem onder ons wegzakt? We vroegen het aan mensen die dit landschap lezen als biografie, toekomst en strijdtoneel tegelijk. Matthijs Schouten zegt: luister eerst. Welke lagen fluisteren wat wij vergeten? Voor hem begint elke ontwikkeling met het erkennen dat landschap een levend geheugen heeft en dat wij daar slechts deel van zijn, niet eigenaar. Els Otterman stelt de ongemakkelijke vraag: water stuurt ons: erkennen we dat voordat het ons over-
stroomt? Mirjam Sterk pro- vragen: wie bepaalt beert regie te voeren waar hier wat past? regie altijd gedeeld is. Hoe bewaak je kernwaarden Wie zijn wij in dit landals iedereen een andere schap? Bewoners of toeuitkomst ziet? schouwers? RentmeesPaul Meurs waarschuwt ters of recreanten? Waar voor het museumlandligt de grens tussen schap: behoud zonder beschermen en vasthoubeweging is verlies. den? Tussen toekomst De Polderwachter prikt en nostalgie? hypocrisie door: waarom Het Groene Hart kijkt accepteren we dozen langs de snelweg wel ons aan en stelt één en windturbines niet? vraag terug: durven we te kiezen vóór de Caroline Waltman en toekomst en niet alleen haar dochter ontdekten vóór onszelf? in quarantaine een wereld in het klein: kwetsbaar Veel leesplezier én veelzeggend. Hoofdredacteur Kees van Velzen verbindt AnneMarie Visser beleid aan dagelijkse keuzes, maar blijft
3
IE S I V
fh ona
elijk ank
, ins
pire
rend
,o
re pinië
VISIE & CONTEXT
nd
“Een bizar fenomeen met twee gezichten,” zo noemt architectuurhistoricus Paul Meurs het Groene Hart. “Aan de buitenkant is het de pauzeruimte tussen steden, midden in een metropool van miljoenen inwoners. Aan de binnenkant is het een volwaardig historisch platteland met een middeleeuwse structuur.” Denk aan kleine steden als Schoonhoven en de karakteristieke waardengebieden in het zuiden: “Uniek in de wereld.”
‘Een landschap met geheugen vraagt om keuzes’ Paul Meurs over het Groene Hart, kernwaarden en rentmeesterschap FOTO: KEES HUMMEL
4
Paul Meurs (1963), architectuurhistoricus en partner bij SteenhuisMeurs, bureau voor cultuurhistorisch onderzoek en ruimtelijke ontwikkeling. Hij studeerde architectuur aan de TU Delft en promoveerde aan de Vrije Universiteit Amsterdam. SteenhuisMeurs werkte in opdracht van het Coördinatiebureau Groene Hart aan de Gebiedsbiografie en het Toekomstperspectief Groene Hart 2050. Hierin wordt het verleden geduid als richtinggevend instrument voor toekomstige keuzes.
M
eurs, mede-auteur van ‘Het Groene Hart: Wereld tussen de steden’, benadrukt dat dit landschap nooit stil heeft gestaan. “Het Groene Hart is nooit statisch geweest; het heeft zich steeds opnieuw uitgevonden.” Hij leest het gebied als een gebiedsbiografie: lagen over lagen. “Het landschap van de melkveehouderij en de grote openheid is relatief jong. Oudere beelden tonen juist méér groen.” Die gelaagdheid biedt kansen. “Niet vasthouden aan een ‘authentiek’ beeld, maar wél zorgen dat oude structuren leesbaar blijven zodra je nieuwe lagen toevoegt.”
OPENHEID ZONDER VERLIES In zogenoemde kroonjuwelenstudies, onder meer in Aarlanderveen, de Middelpolder en de Meije, werkte SteenhuisMeurs met richtlijnen. “Die laten zien hoe je verandering kunt opnemen zónder kwaliteit te verliezen. Openheid hoeft niet altijd ‘kaal’ te zijn, zegt Meurs. “Met natuurontwikkeling kun je groen en biodiversiteit toevoegen, zonder de weidsheid te breken. Je hoeft de horizon niet dicht te zetten om kwaliteit terug te brengen.” DRUK VAN STAD EN VEEN Wat vandaag onder druk staat, weet hij precies.
“Eén: verstedelijking en infrastructuur. Langs de A4 en A12, rukt de stad op. Linten verpieteren, samenhang brokkelt af. Twee: Veenoxidatie en verzilting. Zoet water wordt schaarser. Op sommige plekken is de houdbaarheid van het gebruik van de bodem echt aan de grens. Draagkracht en laadvermogen verschillen per deelgebied. Keuzes zijn daarom onvermijdelijk," volgens Meurs. “Je kunt niet overal op dezelfde manier doorgaan”, voegt hij toe. MAATWERK BOVEN UITROL Hoe voorkom je nivellering? Meurs denkt even na. “Door de verschil-
5
ervaart vooral de onderscheidende kwaliteit van zijn omgeving. Spreek mensen dáár op aan.”
len in het Groene Hart leidend te maken. Het domste is grote opgaven waar we voor staan overal hetzelfde willen uitrollen. Soms kun je verdichten, bijvoorbeeld langs de A12, mits je open verbindingen ontziet. Anders hou je ‘kleine groene hartjes’ over.” Elders kies je juist voor een nieuw, robuuster landschapsbeeld. “Het is integraal werk; cultuurhistorie, naast bodem, water, natuur, landbouw en gebruik.” Die denkwijze ligt ook aan de basis van het Toekomstperspectief Groene Hart 2050. “Niet voorschrijven, maar verkennen wat past. Waar kies je het bestaande landschap, waar een uitdagend nieuw landschap en waar is modernisering op zijn plek?”
DUURZAAMHEID IN LAGEN Daarbij verwijst Meurs naar de lagenbenadering: “Traag: ondergrond, water, rivieren, blijven min of meer waar ze zijn. Vast: infrastructuur, verandert, maar verschuift zelden van plek. Dynamisch: de invulling van alledag, hier hoort de beweging.” Duurzaamheid, zegt hij, “is zo min mogelijk veranderen waar het traag is en slim aanpassen in de bovenste laag. Luiheid in de goede zin: verander alleen wat nodig is.” Vandaar zijn adagium: niets is zo duurzaam als een monument. “Ik woon in een monument en heb van alles aangepast, vanuit liefde voor wat er ís.” RENTMEESTERSCHAP EN IDENTITEIT Moet je het Groene Hart dan als monument benaderen? “Een gelabeld monument roept allergie op," is het antwoord. "Het Groene Hart is altijd in beweging. Denk liever in rentmeesterschap: goed zorgen voor wat er is; koesteren én verstandig aanpassen. Dat verbindt.” Rentmeesterschap is, volgens Meurs, de balans tussen vernieuwen en beschermen. Voor de volgende generatie. En bestaat er eigenlijk één Groene Hart-identiteit? “Het begrip is planologisch jong (naoorlogs) en mensen identificeren zich vaak sterker met deelgebieden: Krimpenerwaard, Vechtstreek, Meije. Samen vormen ze een eenheid in veelzijdigheid. Trots is er zeker. Bewoners wonen er, werken er, ze doen er álles. De stedeling ‘esthetiseert’ het; de bewoner
DE ESSENTIE VAN KWALITEIT De essenties die het verhaal dragen, liggen volgens hem in de archetypen van het gebied: de Oude Rijn vanaf Utrecht, ‘een film van de geschiedenis’ en de Oude Hollandse Waterlinie, die zich vanaf de snelweg openvouwt. “Het Groene Hart is te groot voor één beeld, maar deze
plekken ankeren het verhaal. Kwaliteit hoort vóór de spreadsheets te komen,” zegt Meurs stellig. “Begin met de vraag: wat willen we behouden, wat móet veranderen en hoe doen we dat gebiedseigen?” Hij ziet het langzaam kantelen. “Projectontwikkelaars bellen ons vóórdat ze ontwerpen, om cultuurhistorie te duiden. Zo maak je plannen die draagvlak krijgen. Als kwaliteit het doel is, kun je elkaar vinden. ‘Voor’ of ‘tegen’ zet alles vast.” MET LIEFDE VOOR WAT ER IS En dan, bijna terloops maar met nadruk, vat hij het samen in één kernwaarde. “Behandel het Groene Hart als landschap. Een buffer met een eigen tempo en mentaliteit tussen de steden. Zo’n landschap kan veel opnemen, maar er zijn grenzen. Laat de corridors niet dichtgroeien tot één stedentapijt. Koester open verbindingen en verscheidenheid en verander met liefde voor wat er is.” ♥
Paul: ‘Kwaliteit hoort vóór de spreadsheets te komen: begin met wat we willen behouden, wat móet veranderen. En doe dat altijd gebiedseigen’
6
Kernwaarden Groene Hart
Het Groene Hart Wereld tussen de steden (2023) is een gebiedsbiografie van het Groene Hart, geschreven door Marinke Steenhuis, Paul Meurs en Vita Teunissen in opdracht van het Bestuurlijk Platform Groene Hart. Het rijk geïllustreerde boek onderzoekt hoe het Groene Hart zich ontwikkelde van middeleeuws veenweidelandschap tot dynamisch cultuurlandschap tussen de grote steden. Aan de hand van kaarten, verhalen en
analyses laat het zien dat het Groene Hart geen leegte is, maar een levend systeem waarin geschiedenis, bodem en identiteit richting geven aan de toekomst. Meer info via mail@ steenhuismeurs.nl.
In het gesprek met Paul Meurs keren de kernwaarden van het Groene Hart steeds terug als moreel en ruimtelijk kompas. Ze vormen geen nostalgische checklist, maar een levende set principes waarmee bestuurders, ontwerpers en bewoners richting kunnen geven aan verandering. Zonder de ziel van het landschap te verliezen. • Openheid & open verbindingen Behoud weidsheid en doorzichten; voorkom dat corridors aan elkaar groeien tot één stedentapijt • Gelaagdheid & leesbaarheid Voeg nieuwe lagen toe zonder oude structuren te wissen; houd het verhaal door de tijd zichtbaar • Landschapskwaliteit & gebiedseigen maatwerk Geen copy-paste-oplossingen; ontwerp per plek vanuit identiteit, gebruik en historie • Bodem & water leidend Handel naar draagkracht en schaarste van het veenweide- en watersysteem • Rentmeesterschap Koester wat werkt, pas aan waar nodig en denk in generaties, niet in projectcycli
7
IE S I V
fh ona
elijk ank
, ins
pire
rend
,o
re pinië
XXX XXXXXX
nd
Hoe 1430 het Groene Hart, mede, tekende
J
e ziet het misschien niet meteen, maar wie vandaag door het Groene Hart rijdt, langs lintdorpen op opgehoogde kaden, smalle lange kavels en sloten in repeterende patronen, kijkt naar een landschap dat ruim zeshonderd jaar geleden bestuurlijk is geordend. In dat verhaal speelt Jacoba van Beieren (1401-1436), de laatste Gravin van Holland, Zeeland en Henegouwen, een sleutelrol. VAN LOSSE DIJKBRIEVEN NAAR ÉÉN KEUR Na de Zoen van Delft (1428) bleef Jacoba gravin, al voerde zij het bestuur niet zelfstandig.
Besluiten verschenen echter nog ‘in haar naam’. Eén daarvan vormt een scharnierpunt voor de Krimpenerwaard: de keur van 1430. Die bundelde bestaande lokale afspraken, ambachtskeuren, dijkbrieven en schouwregels, tot één samenhangend raamwerk voor de hele waard. Niet meer ieder dorp voor zich, maar een gezamenlijk waterregime. REGELS DIE WERKTEN De keur is allesbehalve plechtige papieren pracht. Het document regelt wie dijken en kaden aanlegt en onderhoudt, hoe water via weteringen en sluizen wordt afgevoerd, wie betaalt bij schade en wie toezicht houdt. Schouwen zijn geen formaliteit: wie een sloot laat dichtgroeien, riskeert een boete. De kracht zit in uitvoerbaarheid. Heldere taken, meetbare plichten, handhaving met tanden. Zo groeiden de voorlopers van het hoogheemraadschap: heemraden die besluiten, rekenen én handhaven. LIJNEN VAN TOEN IN HET LANDSCHAP VAN NU De effecten zijn zichtbaar tot op de dag van vandaag. Verkavelingsrichting, peilvakken, hoogteverschillen tussen kade en polder, de loop van oude tochten: ze verwijzen naar keuzes uit Jacoba’s tijd. Ook actuele
dossiers, bodemdaling, peilbeheer, waterberging, sluiten aan bij de logica van die vroegere ordening: collectieve verantwoordelijkheid, gebiedsdekkende afspraken en duidelijke handhaving. Jacoba wordt vaak herinnerd om machtspolitiek en huwelijken. In het Groene Hart is haar tastbare nalatenschap: een handtekening onder regels die het water de baas bleven en het landschap vormgaven. Kijk je om je heen, dan zie je de contouren van 1430 nog altijd in het gras, in de kade, in de slootkant. ♥
^ Jacoba van Beieren, Hollandse school ca. 1600 in bezit van Haags Historisch Museum
Het oudste nog bestaande hoogheemraadschap van Nederland is het Hoogheemraadschap van Rijnland, voor het eerst officieel genoemd in 1255. De Zoen van Delft (1428) maakte een einde aan Jacoba’s machtsaanspraken: zij behield de titel, maar Filips de Goede kreeg het bestuur én haar huwelijksrecht in handen.
8
IE S I V
fh ona
elijk ank
, ins
pire
rend
,o
re pinië
OPGAVEN & DRUK
nd
Els Otterman, Hoogheemraad De Stichtse Rijnlanden, over water, identiteit en het recht op toekomst
Wie het Groene Hart wil bewaren, moet accepteren dat het nooit stil heeft gestaan Het Groene Hart lijkt een onveranderlijk erfgoed van weilanden, lintdorpen en stilte. Maar wie de geschiedenis kent, weet dat het juist is ontstaan door verandering: door turfwinning, keerkaden en droogmalen. Uit eeuwenlange pogingen het water te temmen. Juist daarom dringt zich een vraag steeds nadrukkelijker op: kunnen we de kernwaarden van het Groene Hart behouden, nu water en bodem opnieuw de toekomst gaan dicteren? FOTO’S: BRAM TACKENBERG
9
“W
ater laat zich niet sturen,” zegt Els Otterman, hoogheemraad bij De Stichtse Rijnlanden. “Het stuurt óns. We hebben lang gedaan alsof we de voorwaarden konden negeren. Maar water en bodem zijn de ondergrond van alles, letterlijk. Dat vraagt andere keuzes dan alleen behoud.” BODEM EN WATER STUREND: GEEN BELEIDSLEUS MAAR REALITEIT Het principe bodem en water sturend klinkt technocratisch, maar betekent simpelweg dat je rekening houdt met de ondergrond en het watersysteem. “Welke functie past dáár? Landbouw, natuur, wonen? Dat is geen ideologie, dat is eerlijk kijken.”
Els Otterman is hoogheemraad bij De Stichtse Rijnlanden, met waterveiligheid, ruimtelijke ordening en klimaatadaptatie in haar portefeuille. Vanuit haar achtergrond in gebiedsontwikkeling pleit ze voor een toekomst waarin water geen randvoorwaarde is, maar uitgangspunt.
In het veenweidegebied, het hart van het Groene Hart, betekent dat concreet: hogere waterpeilen om verdere bodemdaling te voorkomen, minder CO₂-uitstoot en ruimte reserveren voor waterberging. “Dat is ingrijpend,” erkent ze. “Maar je kunt niet tegelijk zeggen dat je het landschap wilt behouden en doorgaan met het uitputten ervan.” HET LANDSCHAP ALS MOZAÏEK MAAR VERANDERLIJK Veel mensen denken bij de kernwaarden van het Groene Hart aan openheid en weidevogels, aan stilte en herkenbaarheid. Otterman nuanceert dat beeld: “Ik weet niet of die kernwaarden per se in gevaar zijn. Verandering hoeft niets af te breken. Nederland heeft een sterke ontwerptraditie. We hebben altijd gepuzzeld.” Maar de puzzel is complexer geworden. Klimaatverandering dwingt. Waterberging is noodzaak, niet
10
XXX XXXXXX
Houten-Zuid — officieel net buiten het Groene Hart, maar wél een Vinexvoorbeeld van nieuwbouw met veel water, groene eilanden en een auto-luwe opzet. foto: Bram Tackenberg
Els: ‘Je kunt niet tegelijk zeggen dat je het landschap wilt behouden en doorgaan met het uitputten ervan’
alleen vanwege piekbuien maar ook om pieken in de energievraag af te vlakken. “Onze gemalen gebruiken veel stroom. Die piekbelasting van het net kunnen we opvangen door water vast te houden op momenten dat het stroomnet overbelast is en pas weg te pompen wanneer het netwerk weer ruimte heeft. Dat noemen wij de blauwe batterij.”
Volgens Otterman hoeft dat geen waterbassin te zijn zoals bij kassen, maar kan het ook een landschap zijn dat meebeweegt met het ritme van energie en water. “Denk aan weilanden of natuurgebieden die tijdelijk water kunnen bergen.” Zo verschuift de identiteit van het Groene Hart: openheid kan ook open water zijn. Maar het roept een nieuwe vraag op: kunnen we dat omarmen zonder te vervallen in esthetisch verlies?
nenburg ten zuidwesten van Utrecht, aan de rand van het Groene Hart. Daar ligt een spanningsveld tussen bouwen, klimaat en waterbeheer. “Nee, tenzij,” is haar antwoord. “Tenzij je klimaat- en bodembestendig bouwt.”
BOUWEN MET WATER OF BOUWEN TEGEN BETER WETEN IN Water dicteert niet alleen het landschap, maar ook de woonopgave. Otterman is uitgesproken over bouwen in veengebieden, zoals in het poldergebied Rij-
Ze pleit niet voor stilstand, maar voor radicaal anders: drijvend wonen, amfibische wijken, bouwen dat meebeweegt.
11
WAT BETEKENT ‘BODEM EN WATER STUREND’? De nationale koers bodem en water sturend vraagt om keuzes die niet langer kunnen worden doorgeschoven. Volgens Els Otterman gaat het om concrete ruimtelijke opgaven: In Oudewater wordt dit al getest. “We kijken of wijken letterlijk kunnen drijven. Dan zakt je huis niet mee, maar past het systeem zich aan.” Het klinkt visionair, maar onder de visie sluimert een ongemakkelijke waarheid: wie werkelijk toekomst bouwt, moet afscheid durven nemen van het idee dat alles op land hoeft te staan. ROUW VS RUIMTE Otterman weet dat verandering pijn doet. Ze vertelt over een wijk in Zwolle, waar afbraak leidde tot een rouwritueel. “Verandering gaat altijd gepaard met verlies. Dat moet je erkennen. Maar vasthouden aan het oude kan ook onrecht doen aan de toekomst.” Is het Groene Hart dan in rouw? “Nee,” zegt ze. “Maar we moeten ons wel bewust zijn dat dingen zullen veranderen. Onvermijdelijk. De klimaatopgave laat zich niet wegpraten. Zelfs al zouden we nu stoppen met fossiele brandstoffen, dan gaat klimaatverandering nog door.” Daar schuurt opnieuw een fundamentele vraag: willen we bescherming of willen we toekomst? WATER ALS ONDERGROND VAN DE TAFEL In de ruimtelijke ordening is water zelden de hoofdgast. Maar Otterman formuleert het scherp: “Water is
geen stoel aan de tafel. Water ís de ondergrond van de tafel.” “We zitten als waterschap steeds vaker aan tafel,” zegt ze. “Maar het begint pas. Veel beslissingen worden nog steeds genomen vanuit bereikbaarheid, mobiliteit en economische druk. Daar ligt een culturele omslag, het watersysteem is geen sluitpost, maar basis voor het ontwerp. Niet waarschuwen, maar richting geven. Niet beschermen tegen water, maar ontwerpen met water. We moeten stroomopwaarts werken, niet alleen controleren maar meedenken.” WAT BLIJFT, WAT VERANDERT Wat is dan heilig? “Voor ons is dat het watersys-
teem,” zegt Otterman. “Het moet toekomstbestendig zijn. Of er koeien lopen of natuur ontstaat, dat ontwerpen we samen. Maar het systeem moet kloppen. Daar begint alles.” En misschien is dat precies de essentie van een nieuw Groene Hart: kernwaarden niet zien als relieken, maar als werkwoorden. Openheid wordt ademruimte. Stilte wordt ruimte voor verandering. Identiteit wordt keuze. Als water de toekomst stuurt, dan is de vraag niet wat we verliezen, maar wat we durven doorgeven. ♥
1 Hogere waterpeilen in veenweidegebieden Om bodemdaling en CO2-uitstoot te beperken moeten veengebieden natter worden. Landgebruik moet zich aanpassen aan het natuurlijke bodemen watersysteem. 2 Ruimte reserveren voor waterberging De laagste delen van polders moeten water kunnen opvangen – als berging bij piekbuien én als onderdeel van de energietransitie (blauwe batterij). 3 Extreme regen kunnen opvangen (71 mm per uur) Nieuwe woonwijken moeten een bui die eens in de 100 jaar valt – circa 71 mm – binnen de eigen omgeving kunnen bergen, zonder dat het systeem overloopt. 4 Bouwen op geschikte bodem of aangepast bouwen Verstedelijking hoort op gronden die water- en bodembestendig zijn. In veen is ‘gewoon bouwen’ niet houdbaar; drijvend of amfibisch bouwen wordt noodzaak. 5 Water als basis voor het ontwerp, niet als sluitpost. Waterbeheerders moeten niet achteraf toetsen, maar vanaf het begin aan tafel zitten. Water is niet een belang naast anderen, maar de ondergrond van alle keuzes.
12
IE S I V
fhan ona
kelijk
, in
eren spir
d, o
pinië
rend
Wat worden de kernwaarden van het Groene Hart als bodem en klimaat de spelregels bepalen? Buro Sant en Co, een toonaangevend bureau voor landschapsarchitectuur, maakte in een ontwerpend onderzoek Groene Hart (2018–2019) onder meer inzichtelijk hoe gedifferentieerde bodemopbouw en uiteenlopende klimaatproblemen de ruimtelijke keuzes in het Groene Hart bepalen. www.santenco.nl
13
IE S I V
fh ona
elijk ank
, ins
pire
rend
,o
re pinië
REPORTAGE
nd
C
aroline Waltman en haar dochter Gloria (toen net 13) ontvluchtten tijdens het uitbreken van corona de Amsterdamse drukte en belandden in het Groene Hart: in een klein, zelfvoorzienend huisje in de Krimpenerwaard, ver weg van de bewoonde wereld. Het was bedoeld als tijdelijke schuilplaats, maar werd een nieuwe manier van kijken. Terwijl het land op slot ging, ontdekten ze een landschap dat niet alleen rust gaf, maar ook richting. Een plek waar stilte niet leeg is, maar vol leven. Als je het wilt zien. Door te tekenen, te fotograferen en te vragen naar wat zich onder hun ogen afspeelde, groeide hun nieuwsgierigheid. Het Groene Hart werd hun leermeester: een tuin die liet zien dat alles met elkaar verbonden is, van bodem en water tot mens en dier. Zodra het kon, ontmoetten ze de mensen die dat dagelijks vormgeven: boeren die balanceren tus-
sen toekomst en traditie, molenaars, imkers en weidevogelwachters die beschermen wat kwetsbaar is. Zo veranderde een toevluchtsoord in een wereld vol inzicht. Caroline noemt het ‘kijken zoals een kind kijkt’: zonder oordeel, maar met het besef dat hier geschiedenis leeft en dat iedereen die hier woont mede bepaalt hoe de toekomst eruitziet. Architect en denker Hans Ruijssenaars, gespecialiseerd in hoe we landschap en leefomgeving betekenis geven, herkent in dat perspectief de schoonheid van de tussenschaal: precies tussen het piepkleine en
het wereldgrote wordt de essentie van het Groene Hart zichtbaar. Naturalis-directeur Koos Biesmeijer wijst erop dat natuur niet ergens anders begint, maar juist onder onze voeten. Zo werd het Groene Hart voor Caroline en Gloria geen achtergrond, maar een beweeglijk geheel vol verhalen en keuzes die ertoe doen. Uit die quarantaineervaring ontstond De wereld in het klein. Als uitnodiging om de toekomst te zoeken in wat dichtbij is. ♥ De wereld in het klein | ISBN 978 905 615 951 1 | Paperback | 576 pagina’s
14
IE S I V
fh ona
elijk ank
, ins
pire
rend
,o
re pinië
SAMENWERKING & IMPACT
nd
Een gesprek met Kees van Velzen over richting geven in een tijd van druk, drang en doorduwen.
Het begint met een constatering die bijna iedereen deelt: het Groene Hart is uniek. Een open polder-landschap, veenweide met slagenverkaveling, kleine (lint) dorpen, rust en lange zichtlijnen; een gebied vol cultuurhistorie en kwetsbare natuur. “Iedereen vindt dat,” zegt Kees van Velzen. “Maar zit het ook tussen ieders oren als 15 uitgangspunt? Dáár begint het!”
Mr. C.J (Kees) van Velzen, voorzitter stichting Groene Hart Kees van Velzen was 17 jaar wethouder in Rijnwoude en Alphen aan den Rijn, waar hij zich onder andere inzette voor samenwerking in het Groene Hart, met aandacht voor identiteit, recreatie en natuur. Eerder werkte hij als beleidsmedewerker bij het ministerie van VROM en als directeur van een adviesbureau.
Kees: ‘Veel en hoog breekt openheid en historie. Kleiner, zorgvuldig ingepast kan wél’
I
n het pamflet kiest de stichting scherp positie. Niet tegen verandering, “die komt, die móét zelfs”, maar tegen ongerichte verandering. De lijst aan plannen is bekend: woningbouw op grote schaal, nieuwe bedrijventerreinen, infrastructuur, windmolens en zonnevelden. De vraag is niet óf er gebouwd wordt, maar waar, hoe en met welk kompas. “Wij zijn niet tegen beweging,” zegt Van Velzen. “Maar wat ervoor in de plaats komt, moet passen binnen de kernwaarden van het Groene Hart.” Die kernwaarden worden in het pamflet expliciet gemaakt: natuurlijke waarden (veenweide, slagenlandschap, leefgebied voor weidevogels en bedreigde soorten), belevingswaarden (rust, openheid, lintbebouwing, knotwilgen, bokpalen), historische waarden (cultureel en agrarisch erfgoed, Hollandse Waterlinie, Limes) en economische waarden (melkveehouderij in samenhang met landschapsbeheer, zelfkazende boeren, kleinschalige recreatie, streekproducten, wonen en werken nabij).
GEEN MUSEUM, WEL EEN RICHTINGGEVEND KADER Dat kader ontbreekt nu te vaak aan de besluitvormende tafels, vindt Van Velzen. “We krijgen dan het antwoord: ‘we proberen ernaar te kijken’. Dat is het dus níet. Het moet een uitgangspunt zijn. Anders verdampt verantwoordelijkheid tussen gesprekstafels en overlegplatforms.” Daarom pleit de stichting voor erkenning als Nationaal Landschap en landelijke regie. “Op gemeentelijk niveau kom je hier niet uit. Het is te complex, te
16
omstreden. Eén regime geeft helderheid aan bestuurders, ontwerpers en ontwikkelaars.” Waar ligt de grens tussen noodzakelijke ontwikkeling en aantasting? Van Velzen zoekt die niet in rigide grenzen, maar in massa en maat. “Veel en hoog breekt openheid en historie. ‘Kleiner, zorgvuldig ingepast kan wél. Denk aan vrijkomende agrarische erven: geen bedrijventerrein, geen ‘dozen’, maar kleinschalig hergebruik voor zorg of wo-
nen, mits het ontwerp bij het landschap begint. Landschapsarchitectuur als vertrekpunt, niet als sluitstuk.” INVESTEER IN OPSLAG Dan het lastige hoofdstuk energie. Windmolens in een open veenweidelandschap? “Nee,” zegt Van Velzen. Grote zonneparken? “Daar heb ik het moeilijk mee.” Hij wijst op een andere kier in de deur: opslag. “We produceren pieken die we wegsluizen naar andere landen of – te gek
voor woorden – we zetten molens en zonnepanelen uit. Investeer in batterijen en benut daken beter. Dat past bij het karakter van het gebied. Het is geen technofobie; het is landschapslogica.” WEIDEVOGELS KUNNEN OOK WATERVOGELS ZIJN Openheid is geen star begrip, benadrukt hij. Water kan, groen kan; het gaat om de beleving van rust en zichtlijnen, het ontbreken van verstorende elementen. “Weidevogels kunnen ook watervogels worden. Het kompas blijft hetzelfde.” Ook de tijdslaag vormt geen bezwaar: kernwaarden zijn geen stilstaand beeld. “Het Groene Hart is een gemaakt landschap. Door de eeuwen heen is er ontwikkeld binnen een context. Precies díe context dreigt nu verloren te gaan als we geen helder kader afspreken.” Van Velzen ziet in de status van Nationaal Landschap géén blokkade voor wonen en economie,
Kees: ‘Ontwikkel dóór, maar laat rust, openheid en historie leidend zijn, anders raakt het Groene Hart zijn ziel kwijt’ Het pamflet van Stichting Groene Hart kiest scherp positie: niet tegen verandering, maar tegen ongerichte verandering. Het roept op om de kernwaarden van het Groene Hart, de natuurlijke, historische, economische en belevingswaarden, tot vast vertrekpunt te maken in elke ruimtelijke keuze. Daarom pleit de stichting voor landelijke regie en erkenning als Nationaal Landschap, zodat verantwoordelijkheid niet meer verdampt tussen overlegtafels en versnipperde besluiten. (www.hetgroenehart.info)
17
maar juist een kans. “Het ontbreken van waarden leidt tot teloorgang. Met waarden stuur je dóór. In een verstedelijkte omgeving hebben natuur-, belevings- en historische waarden enorme economische potentie: zorg, rust, recreatie, in balans. Laat het landschap spreken, dan krijg je betere wijken en sterker landschap.” Concreet wijst hij op een houding die inmiddels voorzichtig in sommige ontwerpen doorklinkt, meer groen, landschappelijk ingepast, met oog voor context, maar hij blijft huiverig voor sim-
plificatie. “Het gaat niet om een lijst ‘mag wel, mag niet’. Het gaat erom dát het landschap bepaalt hóe je ontwerpt. Als dat helder is, weten ontwerpers waar ze aan toe zijn.” HET IS NU AAN POLITIEK EN BESTUUR Politiek en bestuur krijgen in het pamflet een duidelijke opdracht mee: maak van kernwaarden het vertrekpunt en borg het nationaal. “Anders val je terug op wisselende coalities en versnipperde keuzes. Dan verdwijnt wat we belangrijk vinden.” Het gesprek eindigt waar het begon: bij richting. “Rentmeesterschap is geen nostalgie,” zegt Van Velzen. “In steden slopen we na vijftig jaar en bouwen we opnieuw. Dat mag met het Groene Hart niet gebeuren. Ontwikkel dóór, maar laat rust, openheid en historie leidend zijn. Dán blijft het Groene Hart ook in de toekomst de groene long van de Randstad.” Het pamflet ligt op tafel. Nu is het aan de politiek om samen de weg te banen naar een Groene Hart dat erkend wordt als Nationaal Landschap met een krachtige landschapsvisie. ♥
Missie van de stichting Groene Hart Stichting Groene Hart zet zich in vanuit de overtuiging dat het landschap van betekenis is – voor de regio én daarbuiten. Ze wil invloed uitoefenen op ontwikkelingen die de kernkwaliteiten van het gebied versterken, stimuleert initiatieven van anderen en vergroot het besef van de kwetsbaarheid van het Groene Hart. Door actief een brede achterban op te bouwen en samen te werken met gebiedspartners, positioneert de stichting zich als een gesprekspartner, die inzet op behoud én vernieuwing.
18
IE S I V
fh ona
elijk ank
, ins
pire
rend
,o
re pinië
XXX XXXXXX
nd
Een heel mooi landschap, maar wie bewaakt de ziel van het Groene Hart? Ze kent het dossier van de regio door en door. Mirjam Sterk, gedeputeerde in de provincie Utrecht (Natuur en Landbouw, Transitie Landelijk Gebied, Groen Groeit Mee en Europa) en voorzitter van het Bestuurlijk Platform Groene Hart, begint zonder twijfel: “Ik vind het eigenlijk nog best wel heel landelijk. Veel water, veel vogels, veel weilanden en veel kleine dorpjes.” Dan volgt die ene veelzeggende toevoeging: “Maar óók heel veel opgaven.” De paradox is duidelijk: Het Groene Hart als geliefd landschap én als gebied waar hard aan gewerkt moet worden. FOTO’S: HANNE HANSEN PHOTOGRAPHY
19
DE CENTRALE VRAAG Waar ligt de regie om kernwaarden als openheid, rust en het mozaïeklandschap te bewaren? En zijn die waarden in een veenweidegebied met bodemdaling en CO₂-uitstoot nog wel houdbaar? Het is een vraag die Mirjam Sterk, als bestuurder én voorzitter, niet uit de weg gaat. IDENTITEIT IN BEWEGING Sterk geeft toe dat ze het landschap eerst vooral 'zag vanuit de auto'. Tot het besef kwam: dit is veenweidegebied. “En veenweide kent zijn vraagstukken: bodemdaling, uitstoot. Dan moet je zoeken naar een nieuwe invulling.”
REGIE ZONDER BLAUWDRUK Institutioneel staat er iets, zegt Sterk. “Sinds 1958 is er een integrale aanpak. Als drie provincies met de waterschappen zijn we doorgegaan, later is het Rijk aangehaakt. Uniek is dat er vier overheidslagen samenwerken.”
Identiteit is geen stilstaand beeld, benadrukt ze. “Heel vroeger was het akkerbouw. Daarna grasland. Nu dwingt klimaatverandering opnieuw tot een herdefinitie. Je moet opnieuw met elkaar die identiteit bepalen. Geen gestolde identiteit, wél iets in beweging.”
Maar frictieloos is dat niet. “Het gaat niet zonder slag of stoot. Het schuurt ook wel af en toe. Maar het is wel uniek dat we het toch op deze manier met elkaar proberen.”
Toch blijft herkenbaarheid essentieel. “Rijd je over de snelweg, dan zie je het Groene Hart nog steeds. Het is geen Utrechtse verstedelijking en ook niet de Randstad, maar een heel eigen en uniek gebied.”
De echte spanning zit lokaal. Woningbouw of energieplannen landen bij gemeenteraden. Daar
treedt versnippering op. De kunst, aldus Sterk, is een platform te leiden dat niet alleen luistert, maar ook durft te sturen. “We doen veel: luisteren naar wat er ligt, maar ook zoeken naar gedeelde visie. De waarden lopen niet zó uiteen, de invalshoeken soms wél.” DRAAGVLAK IS GEEN REFERENDUM Sterk is nuchter over de rol van bewoners. “Burgers zijn niet unaniem in wat zij vinden dat moet gebeuren. Niet iedereen wil woningen, niet iedereen wil natuur.” Daarom investeert het platform in een bredere maatschappelijke klankbordgroep. “Geen beslissende rol, wél
20
adviserend. De democratische legitimiteit ligt bij raden en staten, maar de stem van de inwoners is van groot belang. Daarom hebben we ook een maatschappelijke adviesgroep ingesteld. Naar hen luisteren is essentieel.” LEREN DOOR TE DOEN Sleutelprojecten zijn volgens Sterk cruciaal. Zoals bouwen op water in Oudewater. “Vernatting is nodig voor het veenweidegebied, maar dorpen hebben ook woningen nodig. Hoe integreer je dat? Dat is de kern van de NOVEX-aanpak.”
Integratie, geen compartimentering. “Bodem- en watersturend is leidend, maar daarmee los je nog niet álle vraagstukken op.” GRENZEN TREKKEN, WAARDEN BEWAKEN Is het tijd om delen van het Groene Hart strikt te beschermen en elders verstedelijking toe te laten? Sterk denkt liever niet in of/of. “Waarom zou je niet kunnen wonen in een natuurlijke omgeving, waar je ook energie opwekt én waar weidevogels zijn? Het gaat om integreren.” Maar dat vraagt wel keuzes. “Soms moet je als overheid zeggen: dit kan niet. Dat is niet altijd leuk, maar het hoort bij het hogere schaalniveau waar je het goede gesprek voert.” SAMEN VERANTWOORDELIJK Een uitspraak die ze graag herhaalt, geleend van een wethouder: “Als het bij de buurgemeente regent, drupt het bij mij.” “Daarom,” aldus Sterk, “moet je aan één tafel blijven. Over grenzen van gemeente, waterschap, provincie en Rijk heen: met elkaar bouwen aan de toekomst.”
HOUDBAARHEID ALS WERKWOORD Waar ligt de regie en zijn de kernwaarden houdbaar? “Bij iedereen én bij niemand,” zegt Sterk impliciet. “De regie ligt verspreid en dat is zowel kracht als kwetsbaarheid. Houdbaarheid is geen belofte, maar een werkwoord: sleutelprojecten, waarden voorop, luisteren én leiden. Soms het lef hebben om ‘nee’ te zeggen.” Alleen zó blijft het Groene Hart herkenbaar als wat Sterk in het begin zo achteloos zei: “Een heel mooi landschap.” ♥
21
IE S I V
fh ona
elijk ank
, ins
pire
rend
,o
re pinië
COLUMN
nd
De man die het landschap in woorden schildert Al jaren doorkruist de Polderwachter alias Marcel Blekendaal het landschap: wandelend, peinzend, luisterend. De kunstenaar brengt verhalen boven water die wij vaak over het hoofd zien. Met een polsstok in de hand verkent hij weilanden en slootjes en legt stilletjes bloot hoe wij daarin bewegen, bouwen, veranderen of juist niet. Met een scherp oog voor het alledaagse neemt Marcel je mee in een beschouwing over water, grond, verandering en verantwoording over hoe het landschap ons vormt én wij het landschap. FOTO’S: LISA VAN DORRESTEIN
22
IE S I V
fh ona
elijk ank
, ins
pire
rend
,o
re pinië
XXX XXXXXX
nd
In 2004 bedacht ik de Polderwachter. Hij vertelt verhalen, hij leest voor uit ons landschap. Mijn collega-landschapschilders schilderen met verf op doek, ik doe dat met woorden in een verhaal. EEN LAND DAT NIET STIL KAN STAAN Het Groene Hart zie ik als een werklandschap. “Niets doen, houden zo,” hoor ik mijn publiek wel eens zeggen. Maar niets doen is in het Hollandse landschap onmogelijk. Dan sta je binnen de kortste keren tot je enkels, knieën, middel, nek of volledig onder water. (Kijk op de hoogtekaart van Nederland wat op uw situatie van toepassing is.) Dus we doen: we pompen, we maaien, we baggeren, we bouwen, we bewegen. We veranderen ons landschap voortdurend. En daar vinden we dan ook weer allemaal iets van. Dus we polderen. Dat lees ik in het Groene Hart, daar lees ik uit voor. POLDEREN IS EEN WERKWOORD Ik ben kunstenaar en wandel graag in de links-progressieve hoek. Ik kijk vooruit en zie mogelijkheden, kansen. Die zullen het landschap veranderen. Maar als we dat doen met een achterliggend plan en met kennis van de kernwaarden, dan hebben we het toekomstbeeld nog redelijk in eigen hand. Als we
niets doen, als we alles tegenhouden, als we koste wat kost het oude willen behouden, dan verandert het landschap ook. Maar dan buiten onze controle. Dan breekt een dijk, dan worden onze computers gehackt, dan gaan we nat. DE KUNST VAN HET MEEBEWEGEN Oude dingen kunnen best mee veranderen. Kijk naar het hergebruik van oude fabriekspanden als cultuurcentra, naar de slootjes die al duizend jaar ons cultuurlandschap droog houden en nu als lijnen door nieuwe natuurgebieden lopen, of naar een traditionele koe als natuurbeheerder. Geen boer boert nog zoals opa dat deed. VERONTWAARDIGING MET EEN BIJSMAAK Ik verbaas mij over hoe selectief onze verontwaardiging tegenwoordig is. Hoog oplopende commotie als het gaat om de bouw van ranke windturbines (horizonvervuiling!), maar oorverdovende stilte als er weer een distributieloods (totale horizonvernietiging) wordt gebouwd. Of een nieuwbouwwijk die als schimmel de polder in glijdt, een beetje schaamgroen eromheen en ‘je ziet er niets meer van.’ Wees dan eerlijk: zet een mooi groot gebouw neer,
23
IE S I V
fhan ona
kelijk
, in
eren spir
d, o
pinië
rend
met op de onderste etages de parkeerplaatsen zodat het ook hoog water kan hebben. Zo’n gebouw zie je, maar als het echt mooi is, wil je het ook zien. VAN WIE IS HET UITZICHT? En dan misschien wel de meest ingewikkelde vraag: van wie is het landschap eigenlijk? Wie zou de doorslaggevende stem moeten hebben als we polderen: de oude wijze mannen die weten hoe het zit (maar nog maar even in dat landschap rondwandelen) of de jongere generaties die hier nog hun hele verdere leven in moeten wonen, werken en bewegen? OVER HONDERD JAAR, IN HET WATER OF ERBOVEN? Ik zou graag een schilderij willen maken, misschien met woorden op papier, van het Groene Hart over honderd jaar. Wat zien, horen, ruiken, doen we dan? Staan onze kernwaarden dan nog op de gulden snede of staat er een bordje bij: PAS OP: NAT. ♥ www.polderwachter.nl
Het Groene Hart ‘door de jaren heen’ Prehistorie uitgestrekt veenmoeras > ca. 1000 na Chr. veenontginning; basis van het huidige veenweidegebied > 16e eeuw intensieve turfwinning; ontstaan grote veenplassen > 17e–18e eeuw: droogmakerijen veenplassen; ontstaan polders > 19e eeuw vorming huidig agrarisch landschap; kleine kernen; steden aan de randen groeien door > 1958 term ‘Groene Hart’ geïntroduceerd in rapport De ontwikkeling van het Westen des Lands > 1960–1980 Eerste en Tweede Nota Ruimtelijke Ordening; Groene Hart als te beschermen open ruimte > 1977 Derde Nota; grenzen Groene Hart planologisch vastgelegd > 1990–2000 Vierde Nota Extra (Vinex, 1991); verstedelijking aan de randen; middengebied moet open blijven > 2004 Nota Ruimte; Groene Hart aangewezen als Nationaal Landschap > Vanaf 2011 verantwoordelijkheid naar provincies en regio; landschapsbiografieën en gebiedsagenda’s; identiteit integraal benaderd > 2020 Nationale Omgevingsvisie (NOVI): de langetermijnvisie van het Rijk op ruimte, water, energie, landbouw, natuur, wonen en mobiliteit.
Het Groene Hart valt daarbinnen als belangrijk gebied, maar nog niet als apart ‘dossier’ > 2021 Aangewezen als NOVEX gebied: Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen spreken af samen te sturen, plannen te versnellen en keuzes te bundelen > Vandaag en richting 2050 grote transities; bodemdaling, landbouwvernieuwing, energie, woningbouw, natuurherstel, recreatie; Groene Hart als sleutelgebied.
24
IE S I V
fh ona
elijk ank
, ins
pire
rend
,o
re pinië
DNA
nd
Matthijs Schouten over het Groene Hart, onze ontworteling en een natuurcontract
L ̒ uister eerst naar een landschap dat zich alles herinnert’ Hij kent het Groene Hart vooral vanuit de trein: een landschap dat voorbijglijdt. Tegelijk is het één van de grondlandschappen van zijn ziel, verbonden met zijn Nederlanderschap. We spreken met Matthijs G.C. Schouten (1952), ecoloog, filosoof en emeritushoogleraar, die in de weidsheid van het veenweidelandschap geen schuilplaats ziet >>> FOTO’S: DIANE VAN DER MAREL
25
<<< maar een uitnodiging: in de open ruimte hoor je je eigen adem, je herinnert je dat je je tot deze wereld moet verhouden. Schouten geldt als een van de invloedrijkste denkers over de culturele en ethische relatie tussen mens en natuur. Over Matthijs Schouten Matthijs G.C. Schouten (1952) is ecoloog, filosoof en emeritus-hoogleraar aan Wageningen University & Research. Hij werkte jarenlang bij Staatsbosbeheer en was buitengewoon hoogleraar Natuur- en Landschapsbescherming aan University College Cork in Ierland. Schouten geldt als één van de meest gezaghebbende denkers over de spirituele, culturele en ethische dimensies van natuur en landschap. Zijn werk draait om de vraag hoe mens en natuur opnieuw met elkaar in relatie kunnen staan.
DE KERN: EEN LANDSCHAP DAT ONS TERUGPLAATST IN DE WERELD Hij kent het Groene Hart vooral vanuit de trein. “Voor mij is het een landschap dat aan mij voorbijgaat wanneer ik reis naar het Westen. Maar het is ook één van de grondlandschappen van mijn ziel geworden, verbonden met mijn Nederlanderschap.” Schouten, opgegroeid in Limburg, beschrijft de weidsheid van het veenweidelandschap als iets wat geen geborgenheid biedt, maar je dwingt “een ontmoeting met jezelf aan te gaan”: in de open ruimte hoor je je
eigen adem en hartslag. “Dan weet ik weer: ó ja, ik ben er binnen een wereld, en ik ga mij met die wereld verhouden.” GELAAGD, NIET MUSEAAL: HET GROENE HART ALS PALIMPSEST Schouten ziet het gebied als een palimpsest: een herbeschreven perkament met lagen over elkaar. “De oudste tekst is vaag leesbaar, de meest recente het helderst. Het Groene Hart is zo’n landschap met meerdere lagen van mens en natuur. Een levend landschap, geen gefossiliseerd stuk perkament. Maar levend zijn vraagt zorgvuldigheid: moderne ingrepen mogen de oudere lagen niet overschreeuwen. De uitdaging is dat het moderne verhaal niet al het andere laat overstemmen. Het gaat om veranderlijkheid mét geheugen: vernieuwen zonder de onderliggende laag te wissen.” HET MORELE RAAMWERK: VAN SOCIAAL CONTRACT NAAR NATUURCONTRACT Hoe voorkom je dat de grote opgaven het landschap slechts “opslokken”? Schouten verwijst naar de Franse filosoof Michel Serres en zijn voorstel voor
26
een natuurcontract. We hebben een sociaal contract tussen mensen, maar handelden te vaak alleen naar menselijke belangen. Serres (en in Schoutens woorden ook het denken van Bruno Latour over een ‘parlement der dingen’) schuift het niet-menselijke aan tafel: water, bodem, planten, dieren “alle andere aanwezigheden” in het landschap. “Bij alles wat je onderneemt, landbouw, infrastructuur, bebouwing, vraag je: wat is hier het menselijk belang én wat is het niet-menselijk be-
lang?” Dat begint met een houding: aandacht. “Aandacht is eigenlijk eredienst: respect betonen voor de aanwezigheden. Het moeilijke is niet daarna samen plannen maken; het moeilijke is eerst werkelijk laten aanwezig zijn wat er allemaal speelt.” DRIE LAGEN DIE MEEBESLISSEN: ABIOTISCH, BIOTISCH, CULTUREEL Als je zo kijkt, ontstaat een eenvoudige maar strenge vraagstelling per plek: • Abiotisch: welke water- en bodemprocessen dragen dit landschap, en hoe houden we die kwalitatief en kwantitatief in stand? • Biotisch: welke planten en dieren zijn hier en wat hebben ze nodig? • Cultureel: hoe gebruiken mensen deze ruimte en welke mentale waarden spelen mee (welzijn, schoonheid, rust)? “Dat zijn allemaal aanwezigheden die je beschouwt. Vervolgens zoek je naar handelen dat al die lagen,
Matthijs: ‘Als we niet meer kijken, raken
we het landschap geestelijk kwijt en zonder worteling verdwijnt uiteindelijk onze zorg voor de wereld om ons heen’
27
XXX XXXXXX
inclusief de onze, zo rijk mogelijk laat voortbestaan.” ROMANTIEK IS OOK KOLONISATIE Schouten is helder: romantisering is riskant. “Een geromantiseerd landschap fossiliseert. Soms moet je bewaren, zoals we Rembrandts bewaren, maar dat wil niet zeggen dat je geen moderne schilderijen meer maakt.” Een Disneyficatie van het landschap. Onze projecties van wat ‘mooi’ is koloniseert de natuur. “Echt contact betekent respect: óók voor wat niet direct in ons schoonheidsbeeld past.” WAT WE VERLIEZEN ALS WE NIET MEER KIJKEN Schouten citeert socioloog Zygmunt Bauman: ‘vloeibare moderniteit’
maakt ons ontworteld. We wonen niet meer waar we geboren zijn, verliezen sense of place; ruimte wordt transit. Iets waar je doorheen scrolt. “Als oriëntatie en betekenis verdwijnen, volgt achteloosheid. We raken verweesd: los van natuur, grond, gemeenschap. Dat leidt tot maatschappelijk onbehagen: onrust en een hunkering naar verbinding en thuishoren. Landschappen zoals het Groene Hart zijn fysieke ruimten van verbinding; zorgvuldig omgaan met zulke landschappen draagt bij aan de ziel van een samenleving. Als we het landschap geestelijk kwijtraken, doordat we niet meer kijken, verliezen we worteling. En zonder worteling verdwijnt zorg.” PRAKTISCH KOMPAS: LUISTEREN VÓÓR JE PLANT Wat vraagt dit van bestuurders en ontwerpers? “Respectvol kijken en luisteren. Vooral luisteren.” Hij citeert de Ierse dichter Seamus Heaney: ‘the memory of a landscape’. Het landschap herinnert zich alles. “Wij plakken er vaak meteen labels op. Begin met luisteren naar wat er al is en was. Dán kun je toekomst vormgeven.” SLOT: EEN OPROEP IN ÉÉN ZIN “Luister eerst naar het landschap dat zich alles herinnert en sluit daarna het natuurcontract. Laat het abiotische, het biotische en het culturele meepraten. Pas dan zijn we werkelijk aanwezig, als mens ín een wereld en niet erbóven.” ♥
Kernwaarden in dit verhaal: wat mag niet verloren gaan
In Schoutens woorden komen de kernwaarden van het Groene Hart vanzelf bovendrijven als aanwezigheden die je eerst moet laten spreken: • Openheid en weidsheid: geen coulissen en geborgenheid, maar een ruimte die je plaatst in de wereld en je dwingt tot aandacht. • Water en bodem: het dragende abiotische systeem waar je je toe te verhouden hebt, niet iets wat je naar believen overschrijft. • Levend erfgoed en gelaagdheid: het palimpsest waarin oude en nieuwe lagen naast elkaar leesbaar moeten blijven. • Rust, beleving en verbondenheid: de mentale waarde van oriëntatie en thuishoren die worteling mogelijk maakt. Die kernwaarden zijn geen decorstukken, maar toetsstenen: ze geven richting aan wat je waar wél en niet doet, juist omdat ze in de lagen van het gebied besloten liggen.
28
IE S I V
fhan ona
kelijk
, in
eren spir
d, o
pinië
rend
‘Toen ze het middelpunt vonden, bleek het niet daar te liggen waar ze het verwacht hadden’ — Seamus Heaney —
Seamus Heaney (1939–2013) was een Ierse dichter, essayist en Nobelprijswinnaar (1995), afkomstig uit een boerenfamilie in County Derry, Noord-Ierland. Zijn werk verkent thema’s als landschap, traditie, geweld en innerlijke verzoening. Heaney schreef met een diepe verbondenheid met de grond, letterlijk en symbolisch en groeide uit tot een van de meest invloedrijke stemmen van de 20e-eeuwse poëzie.
We zoeken het midden vaak op de kaart, alsof het een vast punt is. Maar sommige gebieden laten zich niet vangen in coördinaten. Het Groene Hart is zo’n plaats: geen centrum van stenen, maar van stilte, bodem en geheugen. Wat zich hier afspeelt in polders, kernen, kades is geen randgebied, maar een innerlijk landschap. Een ruimte waar traditie en toekomst elkaar raken, waar beleid geen procedure is maar zorg: voor grond, voor gemeenschappen, voor tijd. Wie hier bestuurt, beslist niet alleen over vandaag, maar over de vraag wat wij als samenleving ‘bewaren’ willen. Niet uit nostalgie, maar als stille vorm van richting.
29
IE S I V
fh ona
elijk ank
, ins
pire
rend
,o
re pinië
COLOFON
nd
Groene Hart Visie is een uitgave van Stichting Groene Hart, die als missie heeft de kwaliteiten van het Groene Hart – het open landschap van de kenmerkende Hollandse polders, de oude boerderijen en forten en de rust te midden van de Randstad – te behouden en deze op een duurzame manier verder te ontwikkelen.
Samen investeren, samen waarden kiezen Afgelopen weken zijn de samenwerkende Groene Hart-partners druk geweest met het opstellen van een Regionale Investeringsagenda (RIA) voor het Groene Hart. Een regionale investeringsagenda is een uitvoeringsdocument van het eerder opgestelde Ontwikkelperspectief Groene Hart en past bij de Realisatieagenda. We hebben ervoor gekozen te werken met sleutelprojecten, die we hebben opgehaald in verschillende gebieden. Dat klinkt als een lineair proces, maar bij het opstellen van een regionale investeringsagenda ontstaan er discussies: zijn deze sleutelprojecten wel de juiste, welke veranderingen streven we na, is er voldoende impact, enzovoort. KERNWAARDEN IN HET GROENE HART Na het lezen van het magazine zie ik dat onze discussies van de afgelopen weken terug te leiden zijn naar de vraag welke kernwaarden belangrijk worden gevonden. De kernwaarden veranderen door de tijd heen, maar ze verschillen ook van persoon tot persoon. Stilstaan bij je eigen kernwaarden (voor mij vertrouwen en duurzaamheid) en stilstaan bij wat jij vindt dat de kernwaarden
zijn van het Groene Hart en hoe we hier in gezamenlijkheid mee om kunnen gaan. Vaak is er geen tijd om dergelijke gesprekken te voeren, want er zijn deadlines voor het afronden van een product of een vergadering. Deze Groene Hart Visie is een mooie aanleiding om het gesprek te blijven voeren met elkaar; de Groene Hart-partners kunnen in 2026 een uitnodiging hiervoor verwachten. Patricia Braaksma, Programmadirecteur Coördinatiebureau Groene Hart
HOOFDREDACTIE Hoofdredactie & tekst: AnneMarie Visser Redactieraad: Joke Stoop en Theo Vogelzang VORMGEVING Matthja Sterk – Studio Matthja FOTOVERANTWOORDING Pagina 4: Kees Hummel Pagina 9: Bram Tackenberg Pagina 15: Dronefotografie: Patrick Vegt Pagina 19: Hanne Hansen Photography Pagina 22: Lisa van Dorrestein Pagina 25: Diane van der Marel Pagina 5, 18, 20, 21, 27, 29: Caroline Rijnbeek
30