CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

B17 - Ingekomen stuk College van B&W Oudewater - Beantwoording technische vragen VVDD66-fractie inzake raadsvoorstel 'Bijdrage Oudewater aan RES'.pdf

Gemeenteraad 11 maart 2021, gemeente OudewaterBij agendapunt: 7.: Lijst van ingekomen stukken1.987 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen D/21/011067 Z/21/006180

Vragen gesteld door:

Gijs Hoogenboom

Van de Fractie(s) :

VVD en D66

Op datum:

1 maart 2021

Naar aanleiding van:

Raadsvoorstel bijdrage regionale energiestrategie U16

Datum beantwoording:

1 maart 2021

Opsteller:

Krispijn Beek

Beantwoording van de vragen: Vraag 1: Is er bekend wat de insteek van andere gemeenten in het Lopikerwaard samenwerkingsverband is? Antwoord: De insteek is samen optrekken binnen de RES-U16. Een nadere toelichting hierop zal gegeven worden tijdens de vijfradenconferentie van 9 maart. Vraag 2: Bij punt 4 wordt gesproken over “één of meer grondgebonden zonneparken”: a. Waarom opgenomen, in het coalitie akkoord is immers vermeld dat zonneparken op grond niet gewenst zijn? Antwoord: Er ligt een opgave op duurzame energie op te wekken in Oudewater. Het coalitieakkoord bevat ook een passage om CO2-uitstoot te verminderen. Zoals toegelicht in het raadsvoorstel is de keuze voor één of meer grondgebonden zonneparken gebaseerd op de grotere maatschappelijke acceptatie voor grondgebonden zonneparken boven grootschalige windenergie, en op regionale ruimtelijke afwegingen waar het noordelijke zoekgebied voor grootschalige windenergie niet in past. Tegelijkertijd ligt er wel een opgave voor Oudewater, die naar verwachting te groot is om met enkel zon op dak en kleine windmolens in te vullen. Vraag 2b: Wat is de geprognosticeerde omvang? Antwoord: De verwachting is dat naast zon op dak en kleine windmolens ongeveer 15 tot 20 hectare zonneveld nodig is om 19 GWh aan duurzame elektriciteit op te wekken.

Op basis van de beschikbare netwerkcapaciteit is de verwachting dat zonnevelden maximaal 10 hectare groot worden, uitgaande van een intensieve oostwest opstelling of intensieve zuid-opstelling. Als meer aandacht wordt gegeven aan ecologische waarden of bodemkwaliteit wordt het benodigde oppervlakte groter. Vraag 2c: Hoe wordt gewaarborgd dat er energie opgewekt wordt voor eigen gebruik en niet voor buitenlandse partijen? Antwoord: Pagina 1 van 5

In het elektriciteitsnetwerk is geen rechtstreekse koppeling tussen de producent en de afnemer van elektriciteit. Het is daarom niet te waarborgen dat de opgewekte elektriciteit gebruikt wordt voor eigen gebruik. De verkoop van elektriciteit en de garanties van oorsprong zijn een steeds belangrijk onderdeel van de business case. Langjarige leveringscontracten met binnenlandse of buitenlandse partijen zijn daardoor van groeiend belang. Ook bij verkoop aan een buitenlandse partij telt de energieproductie mee voor de bijdrage van Oudewater aan het bod van de regionale energiestrategie U16. In het Afwegingskader wordt wel 50% lokaal eigenaarschap als voorwaarde opgenomen, op die manier wordt gezorgd dat de opbrengsten van energie opwek op z’n minst gedeeltelijk lokaal blijven. Vraag 2d: “één of meer” kunnen er ook 100 zijn, veel te onbepaald; is er een concrete opgave beschikbaar? Antwoord: In antwoord 2b is aangegeven dat de verwachting is dat er, naast zon op dak en kleine windmolens, 15 tot 20 hectare zonneveld nodig is om 19 GWh op te wekken. Uitgaande van zonnevelden van maximaal 10 hectare gaat dat om 2 zonnevelden. Als er in plaats daarvan 20 inwoners in het buitengebied zijn die een kleinschalig zonneveld voor eigen verbruik van 0,5 hectare aan willen leggen, dan zijn voor hetzelfde aantal hectare 11 zonnevelden nodig.

Vraag 3: Graag onderbouwing van het raadsvoorstel 5 “te erkennen dat grootschalige windenergie op langere termijn noodzakelijk is om de doelen van het klimaatakkoord te behalen”. Wij hebben nl informatie dat er nu al voor 33 Twh aan subsidiebeschikkingen zijn toegekend; voor 2030 is ingetekend voor 35Twh. Daarbij, de opstelsom van de regionale plannen is 52,5 Twh; Daarnaast zal er op de langere termijn (hoeveel langer?) wellicht andere vormen van duurzame electriciteitsopwek zijn. Waarom wordt dit stellige besluit voorgelegd? Antwoord: Grootschalige windenergie is nu ook al nodig om de doelen van het Klimaatakkoord te halen. Van de bijna 33 TWh aan subsidiebeschikkingen die zijn toegekend bestaat 18 TWh uit wind op land en 15 TWh grootschalige zonne-energie. Dat betekent dat zonder windenergie 18 TWh extra opgewekt moet worden met zonne-energie om de doelstellingen van 2030 te halen. Uitgaande van historische realisatie gegevens van PBL betekent dat 41 tot 52 TWh aan extra zonne-energieprojecten. Windenergie is nodig voor een stabiele duurzame energieproductie en efficiënt gebruik van het elektriciteitsnetwerk. In het raadsvoorstel is aangegeven dat PBL een mix tussen wind- en zonne-energie wenselijk vind vanuit het oogpunt van netwerkstabiliteit, een van de onderdelen waarop de regionale energiestrategie beoordeeld wordt.

Ook Stedin geeft richting de gemeente en de regio aan dat er naast zonne-energie ook windenergie nodig is. Gelet op het profiel van windenergie is windenergie ook nodig om in de elektriciteitsvraag in herfst, winter en het voorjaar te voorzien. Zowel PBL als Stedin geven aan dat windenergie ook een hogere energieopbrengst hebben ten opzichte van het geïnstalleerd vermogen. Daardoor heeft windenergie een hogere netwerkefficiëntie. De totale opgave wordt in de toekomst mogelijk hoger Het klopt ook dat de regio’s voor bijna 52,5 TWh aan concept biedingen hebben gedaan. In de aan de raad gestuurde ‘monitor concept-RES’ stelt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) dat de verwachte realisatie daarvan 31,2 tot 45,7 TWh bedraagt met een middenwaarde van 38,2 TWh. Of het doel van 35 TWh wordt gehaald, is volgens PBL nog geen gegeven. Daarnaast is het mogelijk dat de opgave voor 2030 hoger wordt door een hoger EU doel voor 2030, door keuzes van het nieuwe Kabinet of door het uitfaseren van de ondersteuning voor biomassa. In het Klimaatakkoord is de mogelijkheid opgenomen om de doelstelling voor duurzame elektriciteit met 36 TWh op te hogen als gekozen wordt voor 55% CO2-reductie in 2030. Deze ophoging is nog niet uitgesplitst over wind op zee, kleinschalige zonnedaken en grootschalige opwek in de regio’s.

Andere vormen van energie-opwekking kunnen inderdaad de behoefte aan wind op land na 2030 verminderen Pagina 2 van 5

Op welke termijn er andere vormen van duurzame elektriciteitsproductie beschikbaar komen is lastig te zeggen. Voor de periode tot 2030 is de verwachting dat zonne-energie en windenergie de belangrijkste opties zijn. Richting 2030 kunnen ook andere technieken doorbreken. De regionale energiestrategie wordt iedere twee jaar geactualiseerd, dat biedt ruimte om nieuwe technieken in te passen. In de Klimaatwet is vastgelegd dat de elektriciteitsproductie in 2050 volledige CO2-neutraal moet zijn. Dat betekent dat op de lange termijn, de periode na 2030, ook andere technieken mogelijk zijn. Op landelijk niveau kan het dan gaan om kernenergie of biogascentrales met CO2-opslag of CO2-hergebruik. Lokaal valt te denken aan elektriciteitsproductie uit aardwarmte. Vraag 4: Graag onderbouwing wat bedoeld wordt bij punt 6 met ‘de raad hierbij te betrekken’. Is er een raadsbesluit nodig voor eventuele grootschalige windenergie of is een RIB afdoende? Antwoord: Grootschalige windenergie vergt aanpassing van het bestemmingsplan en vergt daarmee altijd een raadsbesluit.

Vraag 5: In het gehele raadsvoorstel worden de nadelen van zonneparken bevestigd: zeer beperkte capaciteit van het electriciteitsnetwerk, windenergie is effectiever dan zonne-energie, zonneparken leveren in de zomer stroom terwijl wij dan minder stroom nodig hebben, landschappelijke experts hebben zorgen=polders worden glazen toendra’s, landschappelijke inpassing is nagenoeg onmogelijk omdat zonneparken “industrieel” aangemerkt worden en dan zwijgen nog maar over de plantendiversiteit …. Waarom dan toch inzetten op zonneparken? Antwoord: Zie antwoord op vraag 2a. Vraag 6: Wat wordt de bestemming van de gronden als deze worden ingezet voor zonnepark of windmolens? Antwoord: Hier zijn verschillende opties voor, die intern nog besproken worden. Een van de opties is om te werken met een (tijdelijke) dubbelbestemming, waarbij een stuk grond naast een agrarische bestemming ook de bestemming voor energieproductie door zonnepark of windturbine krijgt. Vraag 7: Wat is de consequentie als de gemeenteraad van Oudewater niet instemt met het onderliggend raadsvoorstel? Antwoord: De consequenties van niet instemmen door de gemeenteraad van Oudewater met het onderliggend raadsvoorstel hebben effect op de verdere uitwerking van het Afwegingskader grootschalige energie opwek en op de ruimte die het college heeft binnen de Lopikerwaard en binnen de RES-U16.

Hoe groot deze consequenties zijn hangt af van de besluitpunten waar de raad niet mee instemt. De consequentie van niet instemmen met samenwerking met de Lopikerwaard-gemeenten betekent bv. dat mogelijk het landschap, dat gemeentegrens overstijgend is, minder recht kan worden gedaan omdat de opgave dan weer op gemeenteniveau bekeken wordt, ook vanuit de RES-U16. De consequentie van niet instemmen met zonnevelden betekent bv. dat het concept afwegingskader aangepast zal worden om recht te doen aan het besluit van de raad. Deze aanpassingen worden verwerkt voordat inwoners de mogelijkheid krijgen om schriftelijk te reageren op het afwegingskader. Vraag 8: Monitor concept RES: waarom is er sprake van “concept” Antwoord: Het college heeft de term ontwerp RES met concept bod gehanteerd, waar landelijk de term concept-RES wordt gehanteerd. Er is sprake van een concept, omdat het een voorlopige regionale energiestrategie betreft. De concept-RES’en van de 30 regio’s zijn door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) kwalitatief en kwantitatief beoordeeld. De uitkomsten van deze beoordeling staan in de ‘monitor conceptPagina 3 van 5

RES. De bedoeling is dat regio’s deze uitkomsten gebruiken om de kwaliteit en onderbouwing van de definitieve regionale energie strategie (in landelijk jargon RES 1.0) te verbeteren. Vraag 9: Wat wordt bedoeld met “financiële participatie” van de burgers? Antwoord: Bij financiële participatie investeert de omgeving in het project en/of ervaart de voordelen van de opbrengsten van het project voor duurzame opwek. Financiële participatie van de omgeving kan op verschillende manieren worden bereikt. Dat kan bijvoorbeeld door mede-eigenaarschap, bijvoorbeeld via een energiecoöperatie, maar het kan ook door het opzetten van een omgevingsfonds. Meer informatie over de verschillende vormen van financiële participatie vind u op: Energieparticipatie.nl. Vraag 10: Wat ziet het college als concrete stappen om meer zon op dak gerealiseerd te krijgen. Antwoord: Het college heeft in de regio aangedrongen op een analyse van geschikte daken, gekoppeld aan de beschikbare netwerkcapaciteit van Stedin. De uitkomsten hiervan worden voor het zomerreces verwacht. Op basis van deze analyse wil de gemeente samen met Stedin bepalen welke gebieden kansrijk zijn door een combinatie van geschikte daken en beschikbare netwerkcapaciteit. In deze gebieden wil de gemeente samen met inwoners actief aan de slag om te komen tot vraagbundeling om meer zon op dak gerealiseerd te krijgen.

Waarbij het belangrijk is om te beseffen dat beschikbare netwerkcapaciteit slechts één van de mogelijke knelpunten voor het realiseren van zonnedaken is. Het gaat daarnaast ook om zaken als asbest op daken en ongeschikte dakconstructies. Van regionale partijen, zoals het zonnecollectief Lopikerwaard van Duurzaam Lopikerwaard, leren we dat het realiseren van meer zon op dak in de praktijk maatwerk vergt. Vraag 11: Er is een procesdoel per regio: regio’s stellen een Regionale Structuur Warmte (RSW) waarmee zij regie nemen op de inzet van de bovenlokale warmtebronnen voor de gemeentelijke warmteplannen. Is er al een RSW voor de gemeente Oudewater? Antwoord: Nee, nog niet. In de regionale energiestrategie U16 wordt gewerkt aan de regionale structuur warmte (RSW). Deze maakt onderdeel uit van RES 1.0. Vraag 12: In de concept RES is vermeld dat “voor de concept RES bestuurlijk draagvlak voor is verkregen”. Wie heeft deze bestuurlijke draagvlak vanuit Oudewater gegeven, en wanneer? Antwoord: De raad van Oudewater heeft op 11 juni 2020 ingestemd met het raadsbesluit “Ontwerp regionale energiestrategie U16 met concept bod” (20R.00320). Met dit besluit is bestuurlijk draagvlak voor de concept RES gegeven.

Vraag 13: Is er in de afweging tussen wind of zon ook rekening gehouden met financiële argumenten en zijn hier business cases voor opgesteld om dit te vergelijken? Antwoord: Er is bij de afweging tussen wind en zon geen rekening gehouden met financiële argumenten. Er zijn ook geen business case opgesteld om dit te vergelijken. Het opstellen van business cases is aan initiatiefnemers. Wel heeft er een overleg met verschillende projectontwikkelaars en energiebedrijven plaatsgevonden over het concept afwegingskader. In dit overleg hebben de commerciële partijen geen financiële bezwaren geuit tegen het concept afwegingskader.

Bijlagen:

Pagina 4 van 5

Technische vragen fractie VVD D66, tweede set

Pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/381/documents/11402