B14. Stichting 1575, Zwembad opheffing geheimhouding aanbesteding en btw gevolgen.pdf
Tekst van het document
Geachte leden van de gemeenteraad, Oudewater, 22 januari 2026
Namens Stichting 1575 wenden wij ons tot u naar aanleiding van de verdere besluitvorming rond de realisatie van het zwembad. Aanleiding vormt de samenloop van de omgevingsaanvraag door de stichting, de bestuurlijke duiding daarvan, en de daarmee samenhangende fiscale en juridische consequenties m.b.t uitvoering van een overheidstaak alsmede de geheim verklaarde documenten. Deze brief is opgesteld uitsluitend op basis van thans openbaar beschikbare informatie, waaronder vastgestelde beleidsstukken en het openbare advies van Treem, aangezien onderliggende documenten geheim zijn verklaard.
1. Burgerinitiatief binnen een publiek gestuurd kader Het zwembad is ontstaan als een burgerinitiatief, opgezet voor en door inwoners, waarbij de uitvoerings- en exploitatierisico’s in de basis bij het initiatief liggen. Tegelijkertijd vervult de gemeente een substantiële rol via:
omvangrijke subsidieverstrekking;
en het verstrekken van een gemeentegarantie, die in de beleidsnotitie van 20 januari 2022 expliciet is gekoppeld aan de uitoefening van een overheidstaak.
Deze publiekrechtelijke inkadering is relevant voor de vraag wie feitelijk opdrachtgever is en wie bestuurlijk richting geeft aan het proces.
2. Intrekking bezwaar Raad van State (2025) als randvoorwaarde In 2025 is het bij de Raad van State aanhangige bezwaar ingetrokken. Pas vanaf dat moment bestond feitelijk en juridisch ruimte voor verdere uitvoering. Daarvóór was realisatie onzeker en kon redelijkerwijs niet worden gesproken van een uitvoeringsgereed project.
De beoogde bouwstart is voorzien voor medio 2026.
3. Prematuriteit van de aanvraag omgevingsvergunning dd 25 november 2025
Tegen deze achtergrond constateren wij dat de aanvraag omgevingsvergunning door de stichting is ingediend in een fase waarin:
de uitvoering nog niet was aangevangen;
essentiële besluiten nog niet onherroepelijk zijn;
en de feitelijke bouw nog niet is voorzien.
Onder deze omstandigheden kan de aanvraag moeilijk anders worden gekwalificeerd dan als prematuur.
4. Sturingsrol van het college Gelet op:
de beperkte uitvoeringsruimte van de stichting zonder publiekrechtelijke medewerking;
de beleidsmatige verankering van de gemeentegarantie als overheidstaak;
en de bestuurlijke context waarin de bouwaanvraag tot stand is gekomen,
kan niet worden uitgesloten dat het college hierin een richtinggevende of sturende rol heeft vervuld. Indien de aanvraag is ingediend mede op aandringen, instructie of in nauwe afstemming met het college, dan heeft dit directe gevolgen voor:
de beoordeling van het feitelijk opdrachtgeverschap;
de toerekening van verantwoordelijkheden;
en de fiscale kwalificatie van het project (btw, BCF, BOSA).
5. Geen opdrachtverlening door een intentieovereenkomst Wij benadrukken dat:
de intentieovereenkomst uit 2022 geen bouwopdracht bevat;
geen verplichting tot realisatie schept;
en geen onomkeerbare investeringsbeslissing vastlegt.
Het bestaan van een aanvraag kan deze juridische realiteit niet met terugwerkende kracht veranderen.
6. Gevolgen voor btw, BCF en BOSA
Een prematuur ingediende aanvraag, zeker indien bestuurlijk gestuurd, kan niet worden gebruikt om te stellen dat fiscale posities reeds definitief zijn vastgelegd. Voor zover wordt gewezen op de BOSA-regeling merken wij op dat:
deze regeling slechts gedeeltelijke compensatie biedt;
afhankelijk is van jaarlijkse voorwaarden;
en geen volwaardig alternatief vormt voor btw-compensatie.
Juist daarom is zorgvuldigheid in de fase voorafgaand aan daadwerkelijke opdrachtverlening essentieel.
7. Oproep aan de raad Gelet op:
de prematuriteit van de bouwaanvraag;
de mogelijke sturing door het college;
de geheimhouding van onderliggende stukken;
en de aanzienlijke financiële belangen,
verzoekt Stichting 1575 de raad om bij haar oordeelsvorming:
terughoudend te zijn met het trekken van definitieve conclusies over opdrachtgeverschap en btw;
en het college te verzoeken volledige openheid te geven over haar rol en afwegingen in deze fase.
Tot slot Stichting 1575 blijft zich inzetten voor een transparant en zorgvuldig proces en is bereid deze brief nader toe te lichten, indien de raad dat wenselijk acht.
Met vriendelijke groet,
Stichting 1575 J.I.M. Sluijs