B14. Raad van State, voorlopige voorziening Plesmanplantsoen 6 (Geanonimiseerd)
Tekst van het document
vanState Afdeling bestuursrechtspraak hade var Raad van de gemeente Oudewater 2 7 AUG. 2026 Postbus 100 3420 DC OUDEWATER | Datum Ons nummer Uw kenmerk 25 augustus 2026 202601407/2/R4 Inlichtingen Onderwerp | Oudewater (coördinatieregeling) Bp. en omgevingsvergunning Plesmanplantsoen 6, Oudewater (geanonimiseerd) Procedure Voorlopige voorziening Geachte heer/mevrouw, In bovengenoemde procedure heeft de Afdeling uitspraak gedaan. De procedure is | daarmee beëindigd. Een kopie van deze uitspraak treft u hierbij aan. Aangezien dit bericht geautomatiseerd is aangemaakt, is dit niet ondertekend. Hoogachtend, de griffier Postbus 20019 - 2500 EA Den Haag - T 070 426 44 26 - F 070 365 13 80 - www.raadvanstate.nl Bij correspondentie de datum en het nummer van deze brief vermelden 4510480(CAO) « 1 Raad vansState 202601407/2/R4. Datum uitspraak: 25 augustus 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: en anderen, allen wonend in Oudewater, gemeente Oudewater, verzoekers, (geanonimiseerd) en 1. de raad van de gemeente Oudewater, 2. het college van burgemeester en wethouders van Oudewater, verweerders.
202601407/2/R4 | 2 | 25 | augustus | 2026 Procesverloop Bij | besluit | van | 12 | maart | 2026 | heeft | de | raad | het | bestemmingsplan “Plesmanplantsoen | 6, | Oudewater" | vastgesteld. Bij | besluit | van | 26 | maart | 2026 | heeft | het | college | aan | (geanonimiseerd) | Oudewater MNM Beheer | B.V. | een | omgevingsvergunning | voor | het | bouwen | van 4 | appartementen | aan | het | Plesmanplantsoen | 6 | in Oudewater | verleend. Deze | besluiten | zijn | gecoördineerd | voorbereid | en | bekendgemaakt | met toepassing | van | artikel | 3.30 | en | 3.32 | van | de | Wet | ruimtelijke | ordening | (Wro). Tegen | deze | twee | besluiten | hebben | (geanonimiseerd)en anderen | beroep | ingesteld. BM (geanonimiseerd)en anderen | hebben | de | voorzieningenrechter | verzocht | een | voorlopige B voorziening | te | treffen. De | raad | en | het | college | hebben | een | verweerschrift | ingediend. De | voorzieningenrechter | heeft | het | verzoek | op | een | zitting | behandeld | op 23 | juni | 2026, | waar | (geanonimiseerd)en anderen, | bijgestaan | door BEM mr. | (geanonimiseerd) | advocaat | in Amsterdam, | en | de | raad | en | het | college, vertegenwoordigd | door | mr. | (geanonimiseerd) | en | (geanonimiseerd) | zijn | verschenen. GN | ON Voorts | is | op | de | zitting | (geanonimiseerd) | vertegenwoordigd | door BEM (geanonimiseerd) | coor.
MN brief | van | 29 | juni | 2026 | hebben | (geanonimiseerd)en anderen | een | nader | stuk Bij | MM ingediend. Daartoe | in | de | gelegenheid | gesteld, | hebben | de | raad | en | het | college | een schriftelijke | reactie | op | het | nader | stuk | naar | voren | gebracht. Geen | van | de | partijen | heeft | binnen | de | gestelde | termijn | verklaard | gebruik | te willen | maken | van | het | recht | om | op | een | nadere | zitting | te | worden | gehoord. | De Afdeling | heeft | vervolgens | het | onderzoek | gesloten. Overwegingen De | Op | 1 januari | 2024 | zijn | de | Omgevingswet | en | de | Invoeringswet Omgevingswet | in werking | getreden. Op | grond | van | artikel | 4.6, | derde | lid, van | de | Invoeringswet Omgevingswet | blijft | op | een | beroep | tegen | een | besluit | tot | vaststelling | van | een bestemmingsplan | waarvan | het | ontwerp | vóór | het | tijdstip | van | inwerkingtreding van | de | Omgevingswet | ter | inzage | is gelegd | het | recht | zoals | dat | gold onmiddellijk | vóór | dat | tijdstip | van | toepassing | tot | het | bestemmingsplan onherroepelijk | is.
Als | een | aanvraag | om | een | omgevingsvergunning | is | ingediend | vóór het | tijdstip | van | inwerkingtreding | van | de | Omgevingswet, | dan | blijft | op | grond van | artikel | 4.3, | aanhef | en | onder | a, van | de | Invoeringswet | Omgevingswet | het recht | zoals | dat | gold | onmiddellijk | vóór | dat | tijdstip | van | toepassing | tot | het besluit | op | die | aanvraag | onherroepelijk | wordt, | met | uitzondering | van 202601407/2/R4 3 25 augustus 2026 artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wabo. Het ontwerpplan is op 20 december 2023 ter inzage gelegd. De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 1 maart 2023. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wro, Wabo en de Crisis- en herstelwet, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft. 2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend voor de bodemprocedure. 3. Het plan voorziet in een appartementengebouw voor 4 appartementen in 2 bouwlagen aan het Doctor Plesmanplantsoen 6 in Oudewater. In de bestaande situatie is op het perceel een verouderd gebouw van 1 bouwlaag aanwezig. Het college heeft de omgevingsvergunning verleend voor de bouw van die 4 appartementen. Door toepassing van de coördinatieregeling van de Wro worden beide besluiten gelijktijdig door de Afdeling behandeld.
BM en anderen wonen in de directe omgeving van het plangebied en hebben bezwaren tegen het plan over, onder andere, het beschermd stadsgezicht, parkeren en hun privacy naar voren gebracht. (geanonimiseerd) 4, In de betogen over de aantasting van het beschermd stadsgezicht, het welstandsadvies en de aantasting van de privacy van omwonenden, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor schorsing van de besluiten. Anders dan BM en anderen stellen, is het de voorzieningenrechter niet gebleken dat in het welstandsadvies aan de verkeerde welstandscriteria is getoetst. Het appartementencomplex is door de bouwhoogte van 7 m niet of nauwelijks zichtbaar vanaf de beeldbepalende Noord-Linschoterkade. Het Plesmanplantsoen waaraan het gebouw komt te staan, ligt niet in het beschermd stadsgezicht. Dat het toekomstige appartementengebouw zichtbaar zal zijn vanaf het parkeerterrein aan het Plesmanplantsoen is in dit kader dan ook niet relevant. De voorzieningenrechter volgt BM en anderen daarom niet in het betoog dat het plan het beschermd stadsgezicht onevenredig zal aantasten. Gezien de beperkte bouwhoogte, de afstand tot de omliggende woningen en het feit dat de locatie in het centrum van Oudewater ligt, is van een onevenredige aantasting van de privacy van omwonenden geen sprake.
De voorzieningenrechter verwacht dan ook niet dat de Afdeling in de bodemprocedure zal oordelen dat het plan op de voorgaande punten gebrekkig is. (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) B Zoals op de zitting ook is besproken, is een van de belangrijkste bezwaren van BM en anderen de verschijningsvorm van het bouwplan, namelijk een vierkant gebouw met een plat dak. BM en anderen zijn niet tegen woningbouw, maar zien liever kleinere, grondgebonden woningen met een traditioneel zadeldak op deze plek zoals volgens hen in het vorige bestemmingsplan ook was voorzien met een wijzigingsbevoegdheid. EM en anderen hebben ook schetsen overgelegd van een mogelijke alternatieve invulling. Op de zitting is bevestigd dat bij die alternatieve invulling maximaal 2 kleine, grondgebonden woningen met de daarvoor benodigde parkeerplaatsen kunnen worden gerealiseerd in het plangebied. Dat een vorig bestemmingsplan voorzag een andere invulling betekent niet dat de raad bij een nieuw plan — na afweging van alle betrokken belangen — niet voor een geheel andere invulling mag kiezen. Het (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) 202601407/2/R4 4 25 augustus 2026 is immers vaste rechtspraak van de Afdeling dat aan een geldend plan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend.
Dus dat het voorliggende plan niet in een zadeldak maar in een plat dak voorziet, betekent op zichzelf niet dat het plan al daarom in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. B en anderen hebben hun alternatief ook in hun zienswijze tegen het ontwerpplan ingebracht en in de zienswijzennota is daarop gereageerd. Dat de raad het plan niet heeft aangepast, betekent niet dat de raad in de besluitvorming over de vaststelling van het plan dat alternatief niet heeft betrokken. De voorzieningenrechter volgt de raad in zijn standpunt dat het feit dat ook andere invullingen denkbaar zijn, niet betekent dat het plan niet voldoet aan artikel 3.1 van de Wro. In dit verband heeft de raad ook mogen laten meewegen dat in het plan zoals het nu voorligt meer betaalbare woningen worden gerealiseerd en daarmee dus weliswaar een bescheiden, maar grotere bijdrage wordt geleverd aan de woningbouwopgave van de gemeente dan in het alternatieve voorstel van BEM en anderen. (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) 6. B en anderen voeren ook aan dat de vier parkeerplaatsen in het plangebied te klein zijn en niet voldoen aan de NEN-norm in de gemeentelijke parkeernota. Die parkeerplaatsen zullen daardoor onbruikbaar zijn voor de toekomstige bewoners, waardoor zij zullen op het Plesmanplantsoen gaan parkeren, terwijl daar al sprake is van een te hoge parkeerdruk.
Ook is er te weinig manoeuvreerruimte op het kleine parkeerterrein, waardoor auto’s niet zullen kunnen keren en vooruit of achteruit het parkeerterrein op moeten rijden wat tot verkeersonveilige situaties kan leiden. Wat betreft de NEN 2443 die in een voetnoot op bladzijde 11 van de ‘Nota parkeernormen 2021’ wordt genoemd, constateert de voorzieningenrechter het volgende. In die voetnoot wordt onderscheid gemaakt tussen parkeerplaatsen op straat, waarvoor de richtlijnen in de ‘Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom’ (ASVV) van het CROW worden aangehouden, en parkeerplaatsen in een gebouwde voorziening, waarvoor de NEN 2443 wordt gebruikt. Aangezien het hier geen parkeergarage betreft maar vier parkeerplaatsen op straat, is de NEN 2443 niet van toepassing op dit geval. Gelet hierop ziet de voorzieningenrechter geen reden voor het oordeel dat de parkeerplaatsen niet voldoen aan de Nota parkeernormen 2021 en dus niet bruikbaar zullen zijn voor de toekomstige bewoners. Voor zover de Afdeling in de bodemzaak toch zou oordelen dat de vier parkeervakken niet groot genoeg zijn, verwacht de voorzieningenrechter dat dit gebrek hersteld kan worden en bestaat in zoverre geen reden voor schorsing van beide besluiten.
Op de zitting is nog toegelicht dat op het parkeerterreintje eventueel parkeerliften kunnen worden geplaatst, waardoor minder ruimte nodig is voor het parkeren van 4 auto's. Die zijn echter niet in het plan of de omgevingsvergunning opgenomen. In het geval dat de Afdeling het plan op dit punt gebrekkig zou achten in de bodemprocedure, is dat gebrek te herstellen. Door toepassing van de coördinatieregeling ligt immers ook de vergunning ter beoordeling aan bij de Afdeling voor. Anders dan Hartog en anderen stellen, bestaat gezien het voorgaande geen grond voor de vrees dat de bestaande parkeerdruk in de omgeving zal toenemen, omdat de toekomstige bewoners niet op eigen terrein kunnen parkeren. Een ander punt waardoor de parkeerdruk zou kunnen toenemen is (geanonimiseerd) 202601407/2/R4 5 25 augustus 2026 het feit dat voor het plan vijf parkeerplaatsen benodigd zouden zijn en maar vier parkeerplaatsen op eigen terrein zijn voorzien. Op de zitting is namens de raad toegelicht dat die vijfde parkeerplaats via het gemeentelijke parkeerfonds in de openbare ruimte zal worden aangelegd binnen de komende 10 jaar.
Gelet hierop verwacht de voorzieningenrechter niet dat de Afdeling in de bodemprocedure zal oordelen dat het plan leidt tot een onaanvaardbare toename van de parkeerdruk, mede omdat de verplichting tot het realiseren van die vijfde parkeerplaats binnen 10 jaar ook is vastgelegd in artikel 6 van de ‘Verordening Parkeerfonds Oudewater 2021’. Wat betreft de gestelde onveilige verkeersituatie is de voorzieningenrechter het met BM en anderen eens dat het parkeerterrein achter de toekomstige woningen krap is. Op basis van de overgelegde tekeningen kan de voorzieningenrechter niet vaststellen of het mogelijk is om te keren op dat parkeerterreintje, als bewoners vooruit een parkeervak zijn ingereden. Dat kan betekenen dat in de praktijk bewoners dus achteruit rijdend het parkeerterrein moeten verlaten of achteruit rijdend het parkeerterrein moeten oprijden. Maar mede gezien de beperkte lengte van de oprit van ongeveer 15 m volgt de voorzieningenrechter het standpunt van de raad dat dit niet problematisch is en niet tot een onveilige verkeersituatie leidt. Als bewoners achteruit het parkeerterrein oprijden bestaat goed zicht voor de bestuurder op de kruising met de Van der Griendstraat bij het verlaten ervan. In het geval het parkeerterrein achteruit rijdend wordt verlaten, is het zicht beperkter voor de bestuurder.
Maar dit deel van de Van der Griendstraat is een korte, doodlopende straat voor autoverkeer waardoor autoverkeer hier beperkt is en auto’s — mede door de weginrichting — niet hard kunnen rijden. Wat betreft fietsers overweegt de voorzieningenrechter dat direct tegenover de uitrit van het plangebied een bestaand parkeerterrein ligt met vier parkeerplaatsen en vijf garageboxen voor een appartementencomplex. Voor fietsers is dit dus geen ongebruikelijke verkeerssituatie bij dit deel van de Van der Griendstraat. (geanonimiseerd) Je Omdat de voorzieningenrechter, gelet op het voorgaande, niet verwacht dat de bestreden besluiten in de bodemprocedure geen stand zullen houden, bestaat geen aanleiding om in afwachting van die bodemprocedure een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek wordt daarom afgewezen. 8. De raad en het college hoeven geen proceskosten te vergoeden. '202601407/2/R4 | 6 | 25 | augustus | 2026 Beslissing De | voorzieningenrechter | van | de | Afdeling | bestuursrechtspraak | van | de | Raad van | State: wijst | het | verzoek | af. Aldus | vastgesteld | door | (geanonimiseerd) | een | in tegenwoordigheid | van | mr Tg (geanonimiseerd) | griffier. w.g. | (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) | w.g. | (geanonimiseerd) voorzieningenrechter | griffier Uitgesproken | in het | openbaar | op | 25 | augustus | 2026 571 Verzonden: | 25 | augustus | 2026