CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

B14 - Ingekomen stuk College van B&W Oudewater - Beantwoording technische vragen CUSGP-fractie inzake raadsvoorstel ‘Afwegingskader'.pdf

Gemeenteraad 15 juli 2021, gemeente OudewaterBij agendapunt: 15.: Raadsvoorstel ‘Afwegingskader grootschalige duurzame energie’1.948 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen D/21/027642 Z/21/020887

Vragen gesteld door:

Fractie ChristenUnie-SGP

Van de Fractie(s) :

ChristenUnie-SGP

Op datum:

29 juni 2021

Naar aanleiding van:

Raadsvoorstel Afwegingskader grootschalige duurzame energie

Datum beantwoording:

6 juli 2021

Opsteller:

Krispijn Beek

Beantwoording van de vragen:

Vragen Afwegingskader: Vraag 1, pagina 14 De ‘voorwaarden zon’ bieden een hoge uitzondering om zonnevelden van 2,5m hoog toe te staan. Waarom wil het college deze uitzondering maken? Antwoord: Om deze mogelijkheid open te houden voor uitzonderlijke gevallen waar sprake is van zwaarwegende belangen vanuit de bodemkwaliteit. In gebieden waar sprake is van bodemdroogte en/of waar de bodemecologie onder druk staat, moet volgens het college de afweging kunnen worden gemaakt om zonnevelden met een maximale hoogte van 2,5 m onder voorwaarden toe te staan. Vraag 2, pagina 15: Waarom wil het college kleinschalige zonnevelden van 2,5 m hoog toestaan? Antwoord: Kleinschalige zonnevelden kunnen in principe alleen in het bouwblok worden gerealiseerd. Vanwege deze voorwaarde kan er slechts beperkt invloed zijn op de openheid van het landschap. Daarom wordt de mogelijkheid geboden om, wederom vanuit het belang van bodemkwaliteit of functiecombinatie (bv overkappen van kuilvoer), kleinschalige zonnevelden tot 2,5 m hoog toe te staan. Vraag 3, pagina 17: Waarom heeft de polder Ruige Weide volgens het college minder cultuur historische waarden dan de polders in gebied B? Pagina 1 van 8

Antwoord: Voor de waardetoekenning van de polders is gebruik gemaakt de kaart van Borger en de (concept) waardering in de Biografie Groene Hart. Polder Ruige Weide valt onder de categorie ‘middenwaarde’

Borgerkaart (1996, bijgesteld)

Pagina 2 van 8

Conceptwaarderingskaart Groene Hart landschapsbiografie

Deelgebied B valt grotendeels onder de categorie ‘Hoge waarde’. Met uitzondering van het noordwestelijke deel dat aan de zuidkant grofweg wordt begrensd door van de bebouwing van Papekop. Om die reden stelt het college voor om ook in zone B3 het gebiedsproces op te starten.

Vraag 4, pagina 19: Heeft het college contact met de spoorbeheerder over de ambities m.b.t. Hun eigendommen? Pagina 3 van 8

Antwoord: De gemeente heeft een eerste contact gelegd met ProRail. Vraag 5: Waarom wordt de grens met Lopik niet gezien als onderdeel van deelgebied D? Antwoord: De zones zijn tot stand gekomen op basis van landschappelijke analyses, de huidige functie, gesprekken met bewoners en gesprekken met experts (op gebied van landschap en cultuurhistorie). Op basis van de opbrengst van sessies met bewoners en landschappelijk experts kwam deze lijn naar voren. Het argument is dat er voor windturbines gezocht wordt naar aansluiting met grote lijnen door het landschap. Zo werd de spoorlijn genoemd, of de snelweg (maar die ligt niet in de gemeente). De grenslijn bij gebied G maakt onderdeel uit van een lange landschappelijke structuur in de Oost-west richting. Deze lijn wordt daarom als een losse zone meegenomen. Vraag 6: Waarom wordt de strook langs Tappersheul niet gezien als onderdeel van deelgebied B? De zones zijn tot stand gekomen op basis van landschappelijke analyses, de huidige functie, gesprekken met bewoners en gesprekken met experts (op gebied van landschap en cultuurhistorie). De nabijgelegen functie van Tappersheul werd door veel mensen gezien als een andere ‘zone’. Mede doordat hier al meer geluid aanwezig is.

Vraag 7: Waarom wordt de strook onder de hoogspanningskabel niet gezien als onderdeel van deelgebieden A en B? Antwoord: De zones zijn tot stand gekomen op basis van landschappelijke analyses, de huidige functie, gesprekken met bewoners en gesprekken met experts (op gebied van landschap en cultuurhistorie). De functie de hoogspanningslijn wordt ervaren als een lijn door het landschap en is daarom als een losse zone beschouwd. Vanuit initiatiefnemers is in de schriftelijke reactieronde gevraagd om het mogelijk maken van initiatieven die deels in zone A en deels in zone F10 (hoogspanningslijn) vallen. Om die reden heeft de gemeente beoogd om zone F10 – Hoogspanningslijn alleen open te stellen indien de aangrenzende zone wordt open gesteld. Dus wel F10 langs A, maar niet F10 in B. Deze voorwaardelijkheid is abusievelijk niet in het afwegingskader terecht gekomen. Het presidium wordt voorgesteld om na het forum een gewijzigde versie van het Afwegingskader aan te bieden aan de raad, waarin dit gecorrigeerd is. Een laatste reden om F10- Hoogspanningslijn apart te beschouwen is dat er vanuit TenneT aanvullende voorwaarden aan initiatiefnemers gesteld kunnen worden in verband met de aanwezigheid van de hoogspanningskabels. Vraag 8: Waarom is ervoor gekozen de landschappelijk eenheid van bepaalde polders op te delen in verschillende zones? Pagina 4 van 8

Antwoord: De zones zijn tot stand gekomen op basis van landschappelijke analyses, de huidige functie, gesprekken met bewoners en gesprekken met experts (op gebied van landschap en cultuurhistorie). De verschillende structuren en verkavelingspatronen hebben verschillende waardes. Daarnaast liggen sommige polders ingebed tussen begroeiing, waar andere uitgestrekter zijn. De combinatie van deze structuren, met de functies die er in of rondom liggen bepalen in grote mate de voorwaarden die gesteld worden aan de mogelijke opwekking van duurzame energie. Daarnaast kunnen deze waarden er ook voor zorgen dat bepaalde gebieden al eerder onderzocht worden dan andere. Als voorbeeld de polder naast het landgoed: door de kronkelende weg wordt het landschap telkens vanuit een andere hoek beleefd. Ook hebben de polders hier nog een meer originele verkavelingsstructuur. Hierdoor zijn zonnevelden lastiger in te passen dan in een andere polder. Vraag 9, pagina 20: Waarom wordt de afstand tot de linten gesteld op 200meter? Antwoord: Inwoners hechten aan hun uitzicht en geven aan dat ze vrezen dat hun vrije uitzicht vervangen wordt door uitzicht op een zonneweide van 1,5 tot 2,5 meter hoog. Het college neemt deze zorgen serieus en wil inwoners in de linten enige mate van vrij zicht geven.

Vraag 10: Wat wordt verstaan onder een ‘visuele onderbreking?’ Antwoord: Het kan bij visuele onderbrekingen bijvoorbeeld gaan om begroeiing of bebouwing/bouwwerken, waardoor het zicht op het zonnepark vanuit de woning(en) ontnomen wordt. Het gaat erom dat in de huidige situatie reeds geen of beperkt sprake is van een ‘vrij uitzicht’. Vraag 11: Kan het college het verschil aanduiden tussen deelgebied J en A? Antwoord: De verkavelingsrichting is hetzelfde in deze twee polders. Het grootste verschil is dat Zone J wordt onderbroken door de spoorlijn, waardoor deze anders wordt beleefd. Hierdoor ligt de lintbebouwing ten zuiden van het spoor, de bebouwing in de buurgemeente ligt een stuk verder. In zone A loopt de lintbebouwing door de polder heen. Vraag 12, pagina 23: Waarom wordt zone G niet uitgesloten van wind? Antwoord: De zones zijn tot stand gekomen op basis van landschappelijke analyses, de huidige functie, gesprekken met bewoners en gesprekken met experts (op gebied van landschap en cultuurhistorie). Op basis van de opbrengst van sessies met bewoners en landschappelijk experts kwam deze lijn naar voren. Het argument is dat er voor windturbines gezocht wordt naar aansluiting met grote lijnen door het landschap. Zo werd de spoorlijn genoemd, of de snelweg (maar die ligt niet in de gemeente).

De grenslijn bij gebied G maakt onderdeel uit van een lange landschappelijke structuur in de Oost-west richting. Deze lijn wordt daarom als een losse zone Pagina 5 van 8

meegenomen, waar kansen gezien worden om in samenspraak met buurtgemeenten deze landschappelijke lijn te benadrukken met turbines. Zone G maakt komt ook voor als denklijn in de regionale landschappelijke studie ‘Energielandschappen RES-U16’. Vragen Stappenplan: Vraag 13: Welke gronden heeft het college om een omgevingsvergunning voor een zonnepark die aan het afwegingskader voldoet en binnen de gevraagde 12 GWh valt te weigeren? Antwoord: Als een project voldoet aan de voorwaarden van het afwegingskader en de gevraagde 12 GWh niet wordt overschreden, moet de gemeente altijd nog beoordelen of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het is in het belang van de initiatiefnemers om een zo hoog mogelijke score te behalen op het projectplan, aangezien het plan met de hoogste score door mag gaan naar de ruimtelijke procedure. De combinatie van het creëren van schaarste door hoeveelheden hernieuwbare elektriciteit uit zon en wind vast te leggen, het vaststellen van het Afwegingskader als nota ex. Afd. 4:3 Awb en de daaruit volgende tendersystematiek zorgt hiervoor. Vraag 14: In hoeverre is de waardering van de scores op de ontwerpplannen aanvechtbaar door indieners? Antwoord: De betreffende procedure van het scoren van projectplannen zoals beschreven in het stappenplan is vormvrij en deze waardering is dus niet aanvechtbaar.

Vraag 15: Heeft het college de begrenzing van 12 GWh zonnevelden voldoende hard vastgelegd, om te voorkomen dat Oudewater meer energie opwekt dan gewenst via zonnevelden? Antwoord: Ja, deze hoeveelheid is vastgelegd in een raadsbesluit. Het raadsbesluit geeft hiervoor voldoende basis. Vraag 16: Waarom is het advies van de gemeenteraad op de te verlenen omgevingsvergunning vrijblijvend (‘mogelijkheid’) en niet vereist? Antwoord: Onder de Omgevingswet treedt de gemeenteraad op als adviseur voor een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor zover de aanvraag betrekking heeft op een door de gemeenteraad aangewezen geval. Dit volgt uit artikel 4.21 Ob. Als de gemeenteraad als adviseur wil optreden voor duurzame energieprojecten moet zijn die categorie, samen met andere gevallen, in een besluit vastleggen. Het advies aan het college is vervolgens niet vrijblijvend, dit advies moet door het college ‘in acht worden genomen’. (zie art. 16.15b Ow). Vraag 17: Zijn ecologie en bodemgesteldheid verplichte onderdelen van het parkontwerp? Pagina 6 van 8

Antwoord: Ja. In het hoofdstuk parkontwerp moet worden ingegaan op alle ruimtelijke aspecten die in het afwegingskader zijn opgenomen. Het afwegingskader bevat ook voorwaarden ten aanzien van ecologie en bodemkwaliteit. Vraag 18: Op welke wijze houdt het college de raad op de hoogte van het doorlopen van het stappenplan? Antwoord: In stap 1 t/m 5 van het stappenplan is beschreven wat de rol is van college dan wel raad. Stap één is het vaststellen van het afwegingskader door de raad, waarmee ook de eerste gebieden aangewezen worden waar stap 2 van het stappenplan van start gaat. Stap twee is het doorlopen van een gebiedsproces waarvoor in het geval van windenergie een raadsbesluit benodigd is. In stap drie beslist het college op basis van de scores behaald door de ingediende plannen welke initiatiefnemers door mogen naar de ruimtelijke procedure. In stap 4 wordt de gemeenteraad geconsulteerd over de conceptaanvraag en in stap 5 adviseert de raad over de ontwerpvergunning (zon) of neemt de raad een besluit over het omgevingsplan (wind). Vragen Zienswijze Mooisticht: Vraag 19: Waarom zijn de door Mooisticht aangedragen punten niet allen verwerkt in het afwegingskader? In het bijzonder de ashoogte van lage windmolens a 15 meter en de zinsnede over ruimtelijke kwaliteit ‘zoveel mogelijk’ behouden.

Antwoord: De opmerking van Mooisticht voor wat betreft de ashoogte is al een gepasseerd punt. Het buitengebied van Oudewater is verdeeld in twee bestemmingsplangebieden. In het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Hekendorp en Papekop’, welke in 2018 is vastgesteld, is in de regels een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen om kleinschalige windmolens toe te staan met een ashoogte van maximaal 20 meter. Om hieraan medewerking te verlenen gelden de volgende voorwaarden: a. de windturbines worden geplaatst op bestaande bouwpercelen; b. aangetoond dient te worden dat de windturbines landschappelijk goed inpasbaar zijn; c. de landschappelijke en natuurlijke waarden zoals benoemd in lid 3.1 onder b, alsmede de landschappelijke en natuurlijke waarden die zijn benoemd in de bestemmingsomschrijving van de aan het bouwperceel grenzende gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuuren landschapswaarden' en 'Natuur', niet onevenredig worden aangetast. De gemeente is voornemens deze afwijkingsmogelijkheid ook op te nemen voor het bestemmingsplangebied ‘Landelijk gebied Oudewater en Willeskop’. Het advies over de zinsnede ruimtelijke kwaliteit ‘zoveel mogelijk’ behouden is abusievelijk niet overgenomen in het Afwegingskader. Het presidium wordt voorgesteld om na het forum een gewijzigde versie van het raadsvoorstel aan te bieden aan de raad.

Bijlagen:

Pagina 7 van 8

Pagina 8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/397/documents/12525