CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

B12.1 eerste-analyse-van-het-hoofdlijnenakkoord-voor-gemeenten.pdf

Gemeenteraad 13 juni 2024, gemeente OudewaterBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken10.898 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

scanapparatuur, wordt afgebouwd in strategisch belangrijke sectoren en diensten vanuit landen met verhoogde spionagerisico’s. Spionage wordt strenger bestraft. Gebruik van AI (artificiële intelligentie) door de overheid biedt voordelen maar wordt ook aan voorwaarden gebonden zodat veiligheid, privacy en rechtsbescherming geborgd zijn. De overheid, waarbij de kennis van digitalisering moet worden versterkt, en de maatschappij worden weerbaar gemaakt tegen desinformatie en ‘deepfakes’. Wat betekent dit voor gemeenten? Cybercriminelen wanen zich onaantastbaar en de pakkans is relatief laag. Daar moet verandering in komen. Strraffen voor cybercriminelen gaan omhoog en het is goed dat hiervoor meer aandacht komt. Een klein aantal cybercriminelen kan immers enorm veel slachtoffers maken via de digitale weg en grote (financiële) schade berokkenen aan inwoners en ondernemers. Dit in tegenstelling tot de klassieke vormen van criminaliteit. De ondersteuning voor lokale bestuurders in hun eigen weerbaarheid tegen desinformatie en ‘deepfakes’ versterken moet versterkt worden. Er lijkt goede aandacht voor de maatschappelijke opgave rondom cybercriminaliteit en noodzakelijke aandacht voor de weerbaarheid.

Weerbaarheid verhogen is echter geen aangelegenheid van alleen de veiligheidsdiensten, maar ook van gemeenten, maatschappelijke partners en het bedrijfsleven en dat vergt dus brede(re) investeringen Dit vraagt om een goede informatiepositie van gemeenten en alle partijen en waar nodig het wegnemen van barrières in die informatiedeling, inclusief waarborgen voor de privacybescherming met oog voor de positie van kwetsbare inwoners.

26

Internationaal en Europa Internationaal Wat staat er in het akkoord? Het kabinet wil drastisch bezuinigen op het budget voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. De vermindering van het budget loopt tot 2028 op tot € 2,4 miljard, wat meer dan een halvering is ten opzichte van het huidige budget. Vanaf 2027 wordt maximaal 10% van het budget voor ontwikkelingssamenwerking ingezet voor de dekking van de kosten voor de eerstejaarsopvang van asielzoekers in Nederland; dat percentage ligt momenteel hoger. Het nieuwe kabinet wil in het buitenland een bijdrage leveren aan voedselzekerheid, watermanagement en migratiebeleid (inclusief opvang in de regio van migranten). Wat betekent dit voor gemeenten? De grote bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking kan gevolgen hebben voor internationale projecten van gemeenten en voor de werkzaamheden van VNG International. Een krachtig lokaal bestuur is een belangrijke voorwaarde in de aanpak van mondiale uitdagingen, zoals klimaatverandering, armoede en migratie, en daarmee voor de verbetering van veiligheid en stabiliteit in de regio. Nederlandse gemeenten hebben een sterke reputatie en dragen onder meer via de VNG met hun expertise bij aan de versterking van lokaal bestuur, gemeentelijke dienstverlening en gemeentelijke wederopbouw in het buitenland.

Het is belangrijk dat deze internationale kennisuitwisseling en investeringen worden voorgezet. Niet in de laatste plaats omdat het tegengaan van de grondoorzaken van migratie elders in de wereld, invloed hebben op Nederland. Het ministerie van Buitenlandse Zaken en VNG International hebben een strategisch partnerschapprogramma voor sterk lokaal bestuur dat loopt tot medio 2026. Nederlandse gemeenten kunnen met kennis en expertise bijdragen aan het programma. Ook wordt vanuit dit programma een bijdrage geleverd aan ondersteuning en wederopbouw in Oekraïne. Dit programma draagt bij aan de beleidsprioriteiten die het akkoord voor ontwikkelingssamenwerking schetst, maar de grote bezuiniging creëert onzekerheden. Europa Wat staat er in het akkoord? De nieuwe coalitie wil zo snel mogelijk een opt-out clausule voor het Europees asiel- en migratiebeleid indienen. Op gebied van natuur en milieu wil de coalitie de Europese richtlijnen zo aanpassen dat ze werkbaar zijn en het verdienmodel ondersteunen. Er wordt o.a. ingezet op een nieuwe, regio-specifieke derogatie van de Nitraatrichtlijn en op Herijking van de Natura2000-gebieden. Een uitbreiding van de rol van woningcorporaties in middenhuur en versnelling woningbouw stuit op Europese staatssteunregels.

Het akkoord zet erop in bij de Europese Commissie om de inkomensgrens te verhogen waarbinnen woningcorporaties mogen bouwen zonder dat dit wordt gezien als staatssteun. Door het vaststellen van een Europawet, met inbegrip van een regeling van informatievoorziening en procedures bij voorbereiding en totstandkoming van Europese wetgeving, en door binnen een nieuw op te richten vaste TK-commissie grondrechten en constitutionele toetsing met daarbinnen ook aandacht 27

voor implementatie van EU-regelgeving, wil het kabinet zorgen voor meer transparantie naar en betrokkenheid van de Tweede Kamer bij Europese besluitvorming. De nieuwe coalitie wil inzetten op lagere EU-afdrachten. Het kabinet zal er in de onderhandelingen voor de nieuwe meerjarige financiële begroting van de EU op inzetten dat de Nederlandse afdrachten aan de Europese begroting vanaf 2028 met € 1,6 miljard minder zullen stijgen dan nu in de meerjarenraming is voorzien. Wat betekent dit voor gemeenten? Een opt-out op Europees asiel- en migratiebeleid een Europese behoeft een verdragswijziging en kan daarmee niet op korte termijn gerealiseerd worden. Daarnaast zien gemeenten graag in ieder geval EUcoördinatie voor de ontheemden uit Oekraïne geregeld voor de lange termijn. Op die manier krijgen gemeenten meer zekerheid over hun opgave met betrekking tot opvang van ontheemden. Meer invloed van de Tweede Kamer over het maken van Europese regels zou ervoor zorgen dat gemeenten (voornamelijk indirect) meer beïnvloedingsmogelijkheden krijgen. Tegelijkertijd kunnen de plannen om in te zetten op lagere EU-afdrachten leiden tot problemen. Gemeenten investeren veel met Europees geld, o.a. vanuit het Europees cohesiebeleid. Dit is onverminderd nodig is om stappen te kunnen zetten m.b.t. de groene, digitale en arbeidsmarkttransities.

Ook vraagt de VNG aandacht voor het feit dat de ambities op gebied van landbouw, natuur, milieu en energie uit het hoofdlijnenakkoord gebonden zijn aan minimumnormen in Brusselse regelgeving. De rechter toetst nationale regels aan EU-regelgeving. Op de lange termijn zou deze regelgeving kunnen worden aangepast, maar Nederland is hierbij afhankelijk van andere lidstaten en de EU-instellingen. Verandering vergt steun van anderen in Brussel. Tot die tijd zullen gemeenten aan de slag moeten met de implementatie van milieu- en natuurwetgeving; tussentijds terugdraaien of veranderen zet extra druk op de (uitvoeringstaken van) gemeenten.

28

Solide overheidsfinanciën, economie en vestigingsklimaat Gemeentefinanciën Wat staat er in het akkoord? De voornemens van het kabinet op het terrein van gemeentefinanciën zijn kort samengevat: • Voortbouwen op het bestaande budgettaire kader uit de Voorjaarsnota, dus geen correctie op het lager vaststellen van het gemeentefonds vanaf 2026 • Afschaffen van alle specifieke uitkeringen vanaf 2026 (met uitzondering van de BUIG) en de middelen na aftrek van 10% efficiencykorting aan het gemeentefonds toevoegen • Twee nieuwe belastingen introduceren waarvan de opbrengsten (uitsluitend) ten goede komen aan woningbouw en infra in betreffende gemeente: een planbatenheffing en een (onbebouwde) grondheffing. • Afspraken maken met gemeenten om de woonlasten (OZB) te maximeren • De extra bezuiniging op de Jeugdzorg van € 511 miljoen vervalt • Er komen extra middelen voor woningbouw en infrastructuur Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten betekenen de maatregelen het volgende: • De financiële positie van gemeenten verbetert niet. Vanaf boekjaar 2026 zullen gemeenten moeten gaan bezuinigen om tot een meerjarig sluitende begroting te komen. De impact voor burgers hangt af van de keuzes per gemeente, maar in zijn algemeenheid zal dit betekenen dat het niveau van voorzieningen en dienstverlening omlaag zal gaan.

• Het afschaffen van de specifieke uitkeringen zou kunnen betekenen dat gemeenten meer ruimte krijgen voor eigen beleidskeuzes, meer integrale aanpak, minder administratieve lasten en met een jaarlijkse indexering. Als dat gerealiseerd wordt is een efficiencykorting te billijken. Aandachtspunt is dat de besparing al wel verwerkt wordt in de rijksbegroting, maar er nog geen zicht is op daadwerkelijke overheveling van specifieke uitkeringen. Dit laatste vraagt besluitvorming binnen het rijk en mogelijk aanpassing van wet- en regelgeving. Bovendien is de besparing gebaseerd op de omvang van de spuks in 2022. Mogelijk is de omvang in 2026 kleiner of gaat maar een beperkt deel over. Als de besparing bij Miljoenennota wordt verwerkt in de gemeentefondsbegroting betekent dit een verdere verslechtering van het financiële beeld vanaf 2026. Het is echter ook mogelijk dat de besparing neer zal slaan op de departementale begrotingen. In alle gevallen is het voor gemeenten van belang dat er alleen over het bedrag dat daadwerkelijk wordt overgeheveld naar het gemeentefonds een korting wordt gerealiseerd. • De nieuwe belastingen kunnen beide een bijdrage leveren aan het versnellen van woningbouw en bijbehorende infrastructuur en de bekostiging ervan. Belangrijk aandachtspunt is de exacte vormgeving en de uitvoerbaarheid.

Omdat waardeontwikkeling van de grond niet met terugwerkende kracht belast kan worden en er voor beide belastingen wetgeving nodig is zullen de extra inkomsten zich pas over enige jaren voordoen. • Het maximeren van OZB beperkt gemeenten in hun mogelijkheid om extra eigen inkomsten te verwerven. De financiële situatie van gemeenten vanaf 2026 vraagt eigenlijk wel om die mogelijkheid. De tekst in het hoofdlijnenakkoord spreekt expliciet over afspraken met gemeenten

29

•

en laat ruimte voor interpretatie en uitwerking. Onderdeel daarvan kan zijn om als gemeenten gecompenseerd te worden voor een beperking van deze mogelijkheid. De extra bezuiniging op Jeugdzorg van €511 miljoen wordt geschrapt. Omdat gemeenten nu al geen rekening hoefden te houden met deze extra bezuiniging verandert dit niets aan het financiële beeld.

Generieke taakstelling subsidies Wat staat er in het akkoord? In het hoofdlijnenakkoord staat een generieke taakstelling van € 1 miljard op subsidies. Onduidelijk is precies welke subsidies hierdoor geraakt worden. Wat betekent dit voor gemeenten? De impact op geldstromen richting gemeenten is niet bekend. Vanuit verschillende beleidsterreinen wordt gevreesd dat deze taakstelling effect gaat hebben. Gemeenten kijken uit naar de uitwerking van het regeerprogramma hiervoor en zijn alert op deze taakstelling, Circulaire economie Wat staat er in het akkoord? Er is een grote toekomst voor bedrijven die schoon zijn, en toegevoegde waarde leveren voor Nederland. Hierbij is een visie op de ruimtelijke en economische structuur van Nederland belangrijk. Dit leidt niet alleen tot een schonere omgeving, maar ook tot economische groei en nieuwe zakelijke kansen. Bij de grondstoffentransitie, staat het verminderen van de afhankelijkheid van andere landen centraal. Waar mogelijk worden materialen hergebruikt. Wat betekent dit voor gemeenten? Bedrijven die schoon zijn leveren een belangrijke bijdrage in het streven naar het realiseren van een gezonde leefomgeving, waarbij de aanwezigheid van bijv. zeer zorgwekkende stoffen of slechte luchtkwaliteit tot een minimum wordt beperkt.

Dit kan een positief effect hebben op de leefomgeving Genoemde investeringen kunnen kansen bieden voor innovatie rondom de transitie naar een meer circulaire economie. Door inzet op grondstoffenzekerheid ontstaat er mogelijk ruimte om hergebruik van materialen binnen Nederland te stimuleren. Dit kan betekenen dat er vraag gaat ontstaan naar bijvoorbeeld afvalstromen om te kunnen recyclen in plaats van deze te verbranden. In theorie kan dit leiden tot lagere kosten voor afvalverwerking. Economie en vestigingsklimaat Wat staat er in het akkoord? Een stabiele Nederlandse economie en gezonde bedrijven kunnen niet zonder een goed vestigingsklimaat. Nederland moet behoren tot de top 5 van de landen met een goede concurrentiepositie. Bedrijven moeten zich in Nederland willen vestigen en willen blijven. Het verdienvermogen van Nederland moet voorop staan. Nederland moet een land blijven waar bedrijvigheid ontkiemt, bloeit en groeit. En Nederlandse bedrijven, groot en klein en ook de agrarische sector moeten kunnen blijven exporteren. Onze Nederlandse industrie is van groot belang voor ons verdienvermogen. 30

Het is van belang dat gemeenten hun fabrieken behouden. Er is een grote toekomst voor bedrijven die schoon zijn, en toegevoegde waarde leveren voor Nederland. Hierbij is een visie op de ruimtelijke en economische structuur van Nederland belangrijk. Tegelijkertijd is er ook direct actie nodig; nu is er te veel knellende regelgeving die in de weg zit. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zijn positief dat er aandacht is voor economie, MKB en vestigingsklimaat en zien VNG standpunten hierop komen goed terugkomen. Er is oog voor brede MKB door steun en lastenverlichtingen voor ondernemers en ook voor terugdringen van regeldruk. Dit sluit aan op de inzet vanuit de VNG ten aanzien van ondernemersdienstverlening. Wat betreft regionale economie en brede welvaart zal worden ingezet meer structurele en meerjarige samenwerking en afspraken met regio. Ook positief dat vestigingsbeleid vanuit een bredere afweging wordt gestimuleerd, door meer te kijken naar de ruimte, energie en arbeid die het vraagt en die gemeenten nodig hebben, waar de VNG ook toe oproept in het position paper ruimte voor werken en ondernemen. Verder vinden we het positief dat er aandacht is voor de krapte op de arbeidsmarkt en de impact ervan op zowel het economisch verdienvermogen als het realiseren van grote opgaven zoals de woningbouw en energietransitie.

De beschikbaarheid van talent en het stimuleren van een kenniseconomie krijgt zelfs prioriteit in het economisch beleid. Daarbij blijft echter onduidelijk “hoe” hier op ingezet zal worden. Ook valt op dat er in de budgettaire bijlage hiervoor geen middelen zijn opgenomen, sterker nog er wordt bezuinigd op maatregelen hiervoor. • Er zijn geen expliciete middelen/investeringen in om- en bijscholing, arbeidsbesparende innovaties, of andere human capital gerelateerde thema’s benoemd. • Het nationaal groeifonds (rondes 4 en 5 komen te vervallen) verdwijnt – waarvoor veel human capital gerelateerde voorstellen in voorbereiding waren -, • De intensivering van de TAZ wordt teruggedraaid vanaf 2026; • en het fonds voor onderzoek en wetenschap wordt bezuinigd met € 1,1 miljard. Hoe bovenstaande thema’s en voorstellen de komende maanden worden uitgewerkt is belangrijk. Daarbij is uitvoerbaarheid een essentieel aandachtspunt.

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/585/documents/18311