B11. uitspraak beroep inzake Populierenweg (geanonimseerd).pdf
Tekst van het document
\_% de
02 DEC. 202
Rechtspraak Rechtbank
Midden-Nederland
| IAANTEKE
EN | | PER
POST
[ | EM
De gemeenteraad van de gemeente Oudewater Postbus
100
3420
Oudewater
DC
Bestuursrecht
bezoekadres
Vrouwe Justitiaplein 1 3511
EX
Utrecht
correspondentieadres Postadres: datum onderdeel
contactpersoon doorkiesnummer ons uw
kenmerk
1 december 2022 Team
1088 36 20000
1
| 088 zaaknummer
16005,
Utrecht
trect
rechtspraak nl/ContacUMNL w rechtspraak.nl UTR
20 /4730
WABOA
V174
Bij beantwoording de datum en
kenmerk
ons kenmerk
bijlage(n) onderwerp
DA
Postbus
3500
het beroep van E
Geachte
vermelden.
slechts één zaak
beardeen
Wilt u
in uw brief
heer/mevrouw,
Over het beroep met zaaknummer UTR 20 /4730 WABOA
V174 deel ik u het volgende mee.
De rechtbank heeft uitspraak gedaan. Ik stuur u een kopie van de uitspraak. Indien in deze uitspraak wordt verwezen naar een uitspraak met een ECL I-nummer, is de tekst van de betreffende uitspraak onder dat nummer gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Tegen deze uitspraak staat voor een belanghebbende en het bestuursorgaan hoger beroep open. Dit dient te worden ingesteld binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak door een beroepschrift en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. In uw beroepschrift moet u vermelden waarom u het niet eens bent met de uitspraak. U kunt ook digitaal hoger beroep instellen bij de Afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State. Kijk op www.raadvanstate.nl voor meer informatie over het indienen van digitaal beroep. Als u naar aanleiding van deze brief vragen hebt, kunt u contact opnemen met de admí rechtbank op het hierboven vermelde doorkiesnummer.
Als u de rechtbank belt of schrijft, verzoek ik u het zaaknummer te vermelden.
de griffier
BE023
Uw persoonsgegevens en indien van toepassing de van uw chnt worden. voor zover nodig. voor een goede procesvoering verwerktin de registratiesystemen van de Rechtspraak
uitspraak RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Zitingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer:
UTR
20/4730
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 november 2022 in de zaak tussen
B
i O e
s
(gemachtigde: mr. en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oudewater, verweerder
(zemachtigde:
N
Als derde-partijen nemen aan het geding deel: 1. AST Beheer B.V, gevestigd te Oudewater. vergunninghouder
(gemachtigde: . 2. de raad van de gemeente Oudewater
Inleiding 1
Deze zaak gaat over een aan vergunninghouder verleende omgevingsvergunning
voor bedrijfsgebouwTappersheul. op het perceel Populierenwe; _.. Oudewater. ligt opeenhetnieuw bedrijventerrein Het gebouw is al gereafiseerd en bestaat Hetuit perceel twee verdiepingen. Op de
begane grond zijn bedrijfshallen aanwezig en op de eerste verdieping
zelfstandige kantoorruimte. Het bedrijf B
2.
in de kantoorruimte gevestigd.
Deze uitspraak is het vervolg op de tussenuitspraak van 10 maart 2022.! In de
tussenuitspraak heeft de rechtbank het college in de gelegenheid gesteld om binnen acht weken na verzending van de tussenuitspraak. met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit te
herstellen. Voor de besluitvorming die heeft plaatsgevonden en het procesverloop tot aan de zitting van 9 februari 2022, verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak.
3
In de tussenuitspraak heeft de rechtbank, kort gezegd, overwogen dat het college
onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de zelfstandige
kantoorfunctie op de eerste
verdieping van het bedrijfsgebouw in overeenstemming is met de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013, herijking 2016 (PRV).
4.
Het college heeft in reactie op de tussenuitspraak een aanvullende motivering
ingediend.
t ECLI:NL:RBMNE:2022:1098.
zaaknummer:
UTR
20/4730
w
5 Eiser en vergunninghouder hebben daartegen een zienswijze ingediend. Het college en vergunninghouder hebben ook nog schrifielijk gereageerd op de zienswijze van eiser. 6. Een tweede onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 september 2022 Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Het college en de raad hebben zich
laten vertegenwoordigen door gemachtigde mr. n ing beleidsadviseur ruimtelijke ordening. Namens vergunninghouder is bijgestaan door gemachtigde mr. . Vcrder was namens B e van de kantoorruimte. B c wc7ie
Iverschenen,
Beoordeling door de rechtbank Juiste adres eïser
7
In de tussenuitspraak staat vermeld dat eiser eigenaar s
het adres
van eiser niet klopt: eiser is eigenaar van het bedrijfspand op het perceel
Populierenwe;
at tegenover het perceel Populierenweg
van het perceel
B ligt. De rechtbank stelt vast dat
PopulierenwegB De rechtbank is bij de beoordeling uitgegaan van het juiste adres, maar
abusievelijk is een verkeerd huisnummer in de tussenuitspraak terecht gekomen. Dat is nu hersteld.
$
Voor het overige blijft de rechtbank bij wat zij in de tussenuitspraak overwogen en
beslist hee
Beroepsgrond
fmetingen parkeerpl:
9 Op de eerste zitting is afgesproken dat vergunninghouder eiser een duidelijkere tekening met afinetingen van de parkeerplaatsen zou toesturen. Dat is gebeurd en na bestudering daarvan heeft eiser de rechtbank schritelijk laten weten dat hij de beroepsgrond over de afmetingen
van de parkeerplaatsen intrekt
Beoordelingof gebrek is hersteld
10.
_ Omdat in de tussenuitspraak een gebrek is geconstateerd, is het beroep gegrond. De
rechtbank zal het bestreden besluit daarom vernietigen. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank eerst of het college met de aanvullende motivering het gebrek heeft hersteld. De
vraag is of het college met de aanvullende motivering gevolgd kan worden in het standpunt dat de zelfstandige kantoorfunctie niet in strijd is met de PRV. Daarmee hangt ook samen de discussie tussen partijen of het bouwplan voldoet aan de ladder duurzame verstedelijking Zelfstandige kantoorfunctie is in overeenstemming met de PRV
N Artikel 4,3, tweede lid, aanhef en onder a, van de PRV bepaalt dat cen ruimtelijk besluit geen bestemmingen en regels bevat die voorzien in nieuwvestiging van zelfstandige kantoren, tenzij het betrekking heeft op zelfstandige kantoren met een [okaal vestigingsgebied, oftewel zelfstandige kantoren waarvan de activiteiten in hoofdzaak een
aan de gemeente gebonden karakter hebben of gebonden zijn aan één specifieke locatie, voor zover deze niet gevestigd kunnen worden in gerealiseerde gebouwen of binnen
plancapaciteit op basis van het vigerende planologische regime
zaaknummer:
UTR
20/4730
3
12. Inhet vijfde lid van artikel 4.3 van de PRV staat dat de toelichting op een ruimtelijk besluit een ruimtelijke onderbouwing bevat waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden
3
is voldaan
In de tussenuitspraak is al vastgesteld dat in de ruimtelijke onderbouwing of het
bestreden besluit geen aandacht s besteed aan de vraag waarom een zelfstandig kantoor gelet op het bepaalde in de PRV ter plaatste is toegestaan, waardoor niet voldaan is aan lid
vijf van artikel 4.3 van de PRV. Verder is in de tussenuitspraak geoordeeld dat de op zitting gegeven toelichting van het college dat de zelfstandige kantoorruimte mogelijk is op grond van het bepaalde in artikel 4.3, tweede lid, aanhefen onder c‚ van de PRV over transformatie, onvoldoende
14
is
In de aanvullende motivering stelt het college
uitzonderingssituatie uit artikel
4.3, tweede lid, aanhef
dat sprake is van de en onder a, van de PRV.
het college uiteen dat de activiteiten van de huurde _in en
Daartoe zet
hoofdzaakkantoor zijn
gericht op Ouderwater en daardoor kunnen worden aangemerkt afs
zelfstandig
met een lokaal vestigingsgebied. Volgens het college zijn er voor B
c
vestigingsmogelijkheden in al gerealiseerde gebouwen of binnen plancapaciteit op basis van het geldende planologische regime. Tot slot motiveert het college dat de ontwikkeling voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking 15
In de toelichting bij artikel 4.3, tweede lid, aanhef en onder a, van de PRV staat het
volgende staat:
Bij een kantoor met een lokaal vestigingsgebied kan gedacht worden aan stadskantoren, lokaal gebonden makelaarskantoren en haven- en veilinggebonden kantoren.
Nieuwvestiging van een kantoor is enkel toegestaan indien er geen vestigingsmogelijkheden zijn in gerealiseerde kantoren en er geen bestaande, geschikte plancapaciteit is n de
gemeente. In het geval dat er vestigingsmogelijkheid s n bestaande gebouwen, hoeft bij eventuele herbestemming geen rekening gehouden te worden met een maximaal bruto vloeroppervlakte van 1.500 m2 zoals genoemd onder c. De voorwaarden gesteld in dit lid nemen niet weg dat conform het Besluit ruimtelijke ordening de zogenaamde “duurzame verstedelijkingsladder” moeten worden toegepast. 16.
_
Eiser betwist dat het om een bedrijf met een lokaal vestigingsgebied gaat. Een
accountantskantoor kan, anders dan stadskantoren. makelaarskantoren en haven-
en
veilinggebonden kantoren, ook buiten het vestigingsgebied opereren. Voor
e
estaat geen noodzaak om in Oudewater gevestied te zijn. Dat het merendeel
van het personeel en de cliënten afkomstig zijn uit Oudewater en dat het bedrijf een maatschappelijke binding met Oudewater heeft, vindt eiser onvoldoende.
17.
_
De rechtbank overweegt dat het standpunt van eiser erop neer komt dat objectief
beoordeeld moet worden of een bedrijf gelet op aard van de activiteiten aangemerkt kan worden als bedrijf met een lokaal vestigingsgebied. Het college en de raad vinden dit een te
enge interpretatie en menen dat een ruimere uitleg mogelijk is in die zin dat ook bedrijven die feitelijk activiteiten verrichten die n hoofdzaak een aan een gemeente gebonden karakter hebben daaronder kunnen vallen. De rechtbank is van oordeel dat het college en de raad met deze uitleg binnen hun beleidsruimte zijn gebleven en in redelijkheid hebben
kunnen stellen dat e
kantoor met een lokaal vestigingsgebied is. Zij
hebben bij de beoordeling mogen betrekken dat !
75 jaar in Oudewater
zaaknummer:
UTR
20/4730
4
is gevestied en daarmee volledig in Oudewater s geworteld. Dat blijkt ook uit de klandizi het eliëntenbestand bestaat tussen de 60 en 70% uit bedrijven en particulieren uit of rondom Oudewater en meer dan 50% van de bedrijven die op het bedrijventerrein Tappersheul zijn
gevestigd zijn klant bij B
B
Op de ziting heeft (
nB
e b
om in Oudewater gevestigd e zijn toegelicht. Het opgebouwde
Ouderwaterse netwerk
is cruciaal om klanten binnen te halen, omdat vertrouwen in het
accountantsvak belangrijk is. Verder is het zo dat veel werknemers van E in Oudewater wonen en veelal op de fiets naar het werk komen. j huurt één van de bedrijfshallen op de begane grond voor het opladen en stallen van (elektrische) fietsen. Omdat een nieuw zelfstandig kantoor op grond van de PRV verder alleen is
aan als er geen vestigingsmogelijkheden zijn in gerealiseerde kantoren en geen ncapaciteit beschikbaar is. moet de vraag beantwoord worden of bevestigd kan worden in al gerealiseerde gebouwen of binnen bestaande
plancapaciteit.
Hierbij rijst de vraag wat het toetsingsmoment daar voor is. Partijen hebben
hierover verschillende
standpunten ingenomen.
De rechtbank is van oordeel dat in beginsel
moet worden uitgegaan van de datum van het bestreden besluit, dus 12 november 2020,
zoals het college ook heeft gedaan. Daarnaast zal bekeken moeten worden of de situatie ten tijde van het nemen van het herstelbesluit met de aanvullende motivering - 17 mei 2022 — anders was.
19. _ Hetcollege en vergunninghouder stellen da er geen andere vestigingsmogelijkheden in al gerealiseerde kantoren zijn, terwijl eiser meent dat die er wel
zijn.
Eiser noemt verschillende locaties: .
KE
20
N
.
De rechtbank stelt vast dat B
i e steen volzt dt N
v 51; a 20 de
c kantoor met cen
oppervlakte van ongeveer 950 m? nodig heeft. Het pand aan de was met een oppervlakte van 814 m? te klein. Om die reden huurd:
sinds 2014 al cen extra locatie met een oppervlakte van 120 m? aan de N . G
N c de huur van het pand aan de B o d toen duidelijk werd dat er een kantoorgebouw zou komen waarin
eeen hel bedrijf op éé Ioestie gevestied kongehuurd worden. BB kantoorlocatie aan de
f tocn ‘idctij
H De rechtbank is van oordeel dat het college bij de beoordeling heeft mogen betrekken dat E n <én kantoor gevestigd wil worden. Op de zitting heeft e e e wens toegelicht. Onbetwist is dat een kantoorruimte nodig heeft met een oppervlakte van 950 m.
De locatie
aan de
Bwas e klein en daarom ongeschikt. 22
Eiser voert in de zienswijze aan dat het voor
iet noodzakelijk
as om de huur van het pand Op Ie zeggen en te verhuizen. Naar het oordeel van de rechtbank is dat niet relevant. Het gaat erom of deze locatie op 12 november 2020 geschikt en beschikbaar was. Uit overweging 20 volgt dat ook deze
locatie te klein is. Verder blijkt uit de stukken dat voor dit pand op 15 juni 2019 een tijdelijke omgevingsvergunning is verleend voor een wijziging van het gebruik van kantoor naar bedrijf en dat het pand sinds 12 november 2020 wordt verhuurd aan een ander bedrijf.
zaaknummer:
23
UTR 20/4730
5
Eiser wijst ook op de locatie aan de N
e
o
D rechtbank oordeelt dat
i n dt kantoor gevestigd kon worden. Van belang hierbij is dat
dit (monumentale) pand een oppervlakte heeft van 915 m? en op 12 november 2020 deels werd verhuurd. Om die reden was het pand niet geschikt. Ook betrekt de rechtbank bij haar oordeel dat voor dit pand op 16 december 2021 een omgevingsvergunning is verleend voor het realiseren van 15 appartementen.
24. _ Overde locatie var rechtbank dat dit B
overweegt de n maatschappelijke bestemming heeft.
e2020 gaan kongebruiken zich daarvoorduswoonzorgactiviteiten, niet zomaar vestigen.zoalsBovendien stond het pand „i 12 november eiser naar voren heeft gebracht, is geen reden niet te huur of te koop. Dat de mogelijkheid wordt onderzocht om
(geanonimiseerd) om te oordelen dat het een
vestigingsmogelijkheid voo
was.
25
De rechtbank volgt het college in zijn standpunt dat er voor —
26.
Op de zitting heeft het college toegelicht dat ook gekeken is naar geschikte
geen vestigingsmogelijkheden in gerealiseerde kantoren waren. Naar het oordeef an de rechtbank heeft het college voldoende onderbouwd dat geen kantoorgebouwen met voldoende oppervlakte beschikbaar waren.
plancapaciteit, maar dat die er niet is. De hiervoor genoemde locaties zijn de enige locaties
met enige omvang. Verder is toegelicht dat er locaties zijn waarop een dubbelbestemming voor kantoren rust,
maar dat dit kleinschalige locaties zijn die daarom niet geschikt zijn voor
M
D c
0ank ziet geen reden om te twijfelen aan het standpunt van het
college dat geen locaties beschikbaar zijn binnen bestaande plancapaciteit.
Eiser heeft hier
ook niets tegen ingebracht.
Ladder duurzame verstedelijking 27
In de toelichting bij de PRV staat dat de
niet
voorwaarden uit artikel 4.3, tweede lid,
wegnemen dat de ladder duurzame verstedelijking moet worden toegepast. In de
aanvullende motivering is het college hierop ingegaan. Volgens het college voldoet de ontwikkeling aan de ladder duurzame verstedelijking, omdat de locatie van het
bedrijfsgebouw binnen bestaand stedelijk gebied ligt, behoefte bestaat aan bedrijfs- en kantoorruimte en de overschrijding van het maximale ruimtebeslag relatief gering i. 28. _ Eiservindt de motivering van het college ontoereikend, omdat de behoefte aan deze stedelijke ontwikkeling niet objectief. aan de hand van actuele, concrete en
cijfermatige gegevens is onderbouwd, terwijl dat volgens rechtspraak wel is vereist. 29.
_
Tussen partijen is niet in geschil dat het bouwplan een nieuwe stedelijke
ontwikkeling is, zodat getoetst moet worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Op grond van vaste rechtspraak geldt dat in de toelichting op het bestemmingsplan,
afhankelijk van de aard van de stedelijke ontwikkeling die het plan mogelijk maakt, op objectieve wijze, aan de hand van de in de beschrijving vermelde voldoende actuele concrete en zo mogelijk cijfermatige gegevens, de behoefie aan deze stedelijke ontwikkeling
? Artikel 3.1.6, tweede en derde lid, van het Besluit ruimtelijke ordening.
zaaknummer:
UTR
20/4730
6
dient te worden beschreven.’ Ook dient in deze beschrijving tot
uitdrukking te komen dat
deze behoefte is afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij ook de planologische capaciteit een factor van belang kan zijn
Deze rechtspraak is ook van toepassi
op een omgevingsvergunning die met toepassing
van artikel 2.12, eerste lid. onder a, ten derde, van de Wabo orde.
1
30.
_
is verleend, zoals hier aan de
Hetcollege heeft uiteengezet dat binnen de gemeente Oudewater behoefte bestaat
aan bedrijfs- en kantoorfuncties. Voor beide functies is meer vraag dan aanbod en het beperkte aanbod dat er is sluit niet aan op de vraag. Ook voorziet de bestaande plancapaciteit niet in de bestaande vraag. Dit blijkt volgens het college ook uit het aantal inschrijving voor de uitbreiding van het bedrijventerrein Tappersheul IT. De kantoorruimte
is gebouwd. zodat B
c daar kon vestigen. B
ccít zich
vervolgens ook daadwerkelij 2d in het kantoorgebouw. De rechtbank is van oordeel dat het college de behoefte aan het bouwplan voldoende heeft onderbouwd. Bij de beoordeling van de behoefte heeft het college rekening gehouden met het bestaande aanbod en de bestaande plancapaciteit. Dit moest ook worden betrokken bij de vraag of de ontwikkeling n overeenstemming is met de PRV. Omdat het om een relatief kleinschalige ontwikkeling gaat en gelet op de aard van de ontwikkeling, is naar het oordeel van de
rechtbank geen cijfermatige onderbouwing van de behoefie van de ontwikkeling nodig. de rechtspraak leidt de rechtbank niet af dat voor alle stedelijke ontwikkelingen een
Uit
cijfermatige onderbouwing is vereist
3.
Eiserstelt dat de behoefte van de uitbreiding van het bedrijventerrein Tappersheul
ook bij de afweging over de ladder duurzame verstedelijking betrokken had moeten worden. De rechtbank volgt eiser hier niet
ontwikkeling is waarmee rekening behoefte en het bestaande aanbod.
in. omdat deze mogelijke ontwikkeling nog geen concrete
gehouden had moeten worden bij de vraag naar de Voor deze ontwikkeling zal een
bestemmingsplanprocedure doorlopen worden én in het kader van dat bestemmir voor het bedrijventerrein zelf voldaan moeten worden aan de ladder duurzame
lan zal
verstedelijking. Gebrek is hersteld, beoordeling overige beroepsgronden 32. _ De rechtbank is van oordeel dat het gebrek is hersteld. Het bouwplan is niet in strijd met de PRV. Hierna zal de rechtbank de beroepsgronden over de parkeerproblematiek, het voorschrift over het inpandig parkeren, de aanvaardbaarheid van de kantoorfunctie op het bedrijventerrein en de bouwmassa bespreken. Als deze beroepsgronden niet slagen, dan kan de rechtbank
Voorgenomen
de rechtsgevolgen
van het bestreden
besluit in stand
laten.
gebruik van kantoor zonder baliefunctie
33. _ Eiser voert aan dat op de verdieping een kantoor is gevestigd met een baliefunctie, terwijl bij de berekening van de parkeerbehoefte is uitgegaan van een kantoor zonder baliefunctie. Daarbij wijst hij op rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de
Raad van State (Afdeling).* Overzichtsuitspraak ladder voor duurzame verstedelij
ng van 28 juni 2017,
ECLENL:RVS:2017:1724
* Artikel 5.20 van het Besluit omgevingsrecht gelezen n samenhang met artikel 3.1.6 van het Besluit uimtelijke ordening
$ Uitspraak van 6 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1829.
zaaknummer:
34.
_
UTR
20/4730
7
Op grond van deze rechtspraak dient bij de toetsing van een bouwplan aan een
bestemmingsplan niet slechts te worden bezien of het bouwwerk overeenkomstig de bestemming kan worden gebruikt, maar dient mede te worden beoordeeld of het bouwwerk ook met het oog op zodanig gebruik wordt opgericht
35.
_
Bij de beoordeling van het bouwplan is uitgegaan van het voorgenomen gebruik op
de eerste verdieping als kantoor zonder baliefunctie. De rechtbank ziet geen enkele reden
om aan te nemen dat dat onjuist is geweest. Of het huidige gebruik van N daarmee in overeenstemming is, kan in een handhavingsprocedure aan de orde gesteld worden. Eiser heeft overigens laten weten dat een handhavingsverzoek zal worden
ingediend tegen het gebruik van NNN
omgevingsvergunning
‘n afwijking van de
36. Eiserstelt dat de parkeerbehoefte onjuist is berekend. Hij vreest voor verergering van de al bestaande parkeerproblematiek op het bedrijventerrein In de ruimtelijke onderbouwing is ingegaan op het parkeren, Op grond van het estemmingsplan moet op eigen terrein in de parkeerbehoefte worden voorzien, maar
38.
Eiser betoogt dat de raad bij het afgeven van de verklaring van geen bedenkingen
(vveb) ten onrechte geen rekening heeft gehouden met het bestaande parkeertekort.
bestaand tekort
Een
aan parkeerplaatsen is één van de planologische aspecten die de raad bij de
besluitvorming moet betrekken.
39
De rechtbank ziet di
nders.
j is van oordeel dat uit de rechtspraak niet kan
worden afgeleid dat de raad verplicht is een bestaand tekort aan parkeerplaatsen bij de beoordeling te betrekken, Daarbij wijst de rechtbank op de uitspraak van de Afdeling van 2 januari 2019 Uit deze uitspraak volgt dat de gemeenteraad bij de beoordeling of hij een verklaring van geen bedenkingen wil afgeven voor een project een bestaand tekort aan
parkeerplaatsen mag betrekken. Naar het oordeel van de rechtbank is het niet onredelijk dat de raad in dit geval bij de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid alleen rekening heeft gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het bouwplan. 40.
_
Verder kan eiser zich niet verenigen met de gehanteerde parkeernormen. Hij
betoogt dat voor de kantoorfunctie ten onrechte de minimale parkeernorm is toegepast en dat voor bedrijfshallen ten onrechte niet is uitgegaan van de maximale mogelijkheden 41 Voor de berekening van de parkeerbehoefte is gekeken naar het bruto vloeroppervlakte en de functie van het gebouw. In de ruimtelijke onderbouwing is verder
rekening gehouden met de voorwaarde dat de gebruikers van de bedrijfshallen op de begane grond enkel inpandig mogen parkeren en dat het kantoor op de verdieping geen baliefunctie mag hebben. Voor de parkeerbehoefte van de kantoorfunctie is uitgegaan van 980 m? en de * ECLI:NL:RVS:2019:9
zaaknummer:
UTR
20/4730
8
CROW-norm van 23 parkeerplaatsen per 100 m?. Het gaat om de categorie weinig stedelijk
gebied, rest bebouwde kom, kantoor zonder baliefunctie. De CROW geeft voor deze categorie een minimum norm van 2,3 en maximum van 2.8 aan. De minimale norm is gebaseerd op het basisniveau van bereikbaarheid 42.
Onder verwijzing naar overweging 35, overweegt de rechtbank dat bij de
beoordeling terecht s uitgegaan van de norm die hoort bij een kantoor zonder baliefunctie. 43. Eiser vindt het gelet op het aantal werknemers onterecht dat van de minimale norm wordt uitgegaan. De rechtbank overweegt dat het aan het college is om te motiveren
waarom is aangesloten bij de minimumnorm. Zoals het college terecht heeft gesteld is nict uitgegaan van het aantal medewerkers, maar van het bruto vloeroppervlakte van de kantoorruimte. Dit is de systematiek van de CROW-parkeernormen. Op de zitting heeft het college toegelicht dat gekozen is voor de lagere norm, omdat het om een Ouderwaters bedrijf gaat, waarbij medewerkers overwegend op de fiets komen. Gelet hierop vindt de rechtbank het redelijk dat het college voor de kantoorfunetie de minimumnorm
gehanteerd.
van 2,3 heeft
Dit komt neer op 23 parkeerplaatsen voor de kantoorfunctie.
44 _ Voor de bedrijfshallen is in de ruimtelijke onderbouwing uitgegaan van de categorie bedrijf arbeidsextensiel/bezoekersextensief (loods/opslag). Eiser brengt hier
tegenin dat de beperking van het gebruik voor opslag niet is vastgelegd in de voorschriften bij de omgevingsvergunning. Voor de bedrijfshallen had daarom uitgegaan moeten worden van de maximale mogelijkheden. Volgens eiser is het gebouw aan te merken als
bedrijfsverzamelgebouw, waarbij een parkeernorm hoort van minimaal 1,7 en maximaal 2,2 parkeerplaatsen per 100 m De rechtbank is van oordeel dat het colleg: niet van de maximale planologische mogelijkheden heeft hoeven uitgaan.
Het
at om
cen
omgevingsvergunning waarmee wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Uit de stukken waaronder de aanvraag en de ruimtelijke onderbouwing volgt dat het bouwplan op de begane grond bestaat uit bedrijfshallen die worden uitgevoerd
als garageboxen met de
functie opslag. Dat is wat het college vergund heeft. Bij de beoordeling van de parkeerbehoefie van de bedrijfshallen heeft het college daarom uit kunnen gaan van de categorie bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief
(lo ds/opslag).
ij hoort een norm
van 0,8 parkeerplaatsen per 100 m? bruto vloeroppervlakte. De bruto vloeroppervlakte van de bedrijfshallen bedraagt 495 m Dat komt neer op afgerond4 parkeerplaatsen. De rechtbank is van oordeel dat de parkeerbehoefte
voor de bedrijfshallen op juiste wijze s
berekend.
Voorschrift over het inpandig parkeren
45. Aan de omgevingsvergunning is het voorschrift verbonden dat gebruikers van de bedrijfsruimte op de begane grond alleen inpandig mogen parkeren. Eiser is van mening dat dit voorschrift
46.
_
niet uitvoerbaar en niet handhaafbaar
is.
Hetcollege heeft zich op het standpunt gesteld dat er niet op voorhand van
uitgegaan kan worden dat de gebruikers van de bedrijfshallen het voorschrift niet zullen naleven.
47. _ De rechtbank oordeelt dat het voorschrift in ieder geval uitvoerbaar is, omdat in de bedrijfshallen geparkeerd kan worden. Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken dat het voorschrift niet te handhaven is. Hierbij betrekt zij dat het voorschrift volgens het
zaaknummer:
UTR 20/4730
9
college, hoewel dat niet eenvoudig zal zijn, handhaafbaar is en dat vergunninghouder aangesproken kan worden als blijkt dat niet aan het voorschrift wordt voldaan. Vergunninghouder heeft op de zitting verklaard dat het inpandig parkeren in de huurovereenkomst voor de bedrijfshallen is gewaarborgd Kantoorfunctie op bedrijventerrein en bouwmassa
48.
Eiser stelt zich op het standpunt dat een kantoor niet passend is op een
bedrijventerrein. Hij vreest dat in het kantoor aanzienlijke overlast te verwachten valt, omdat op het bedrijventerrein bedrijven tot en met milieucategorie 4.2 zijn toegestaan en in
de directe omgeving van het gebouw bedrijven tot en met milieucategorie 3.2. Als gevolg daarvan zullen de gebruiksmogelijkheden van zijn pand worden belemmerd. Daarnaast wijst eiser erop dat een kantoor, ook als is het geen geluidgevoelig object. toch cen zekere mate van bescherming geniet.
49.
_
Inde ruimtelijke onderbouwing staat dat de omliggende bedrijven zich aan de Wet
milieubeheer en het Activiteitenbesluit milieubeheer moeten houden, zodat niet aannemelijk is dat sprake zal zijn van aanzienlijk geluidoverlast in het kantoor. Naar het oordeel van de
rechtbank heeft het college op basis hiervan het standpunt kunnen innemen dat aannemelijk is dat ter plaatse van de kantoorfunctie geen sprake zal zijn van onaanvaardbare
geluidhinder en dat geen bijzondere bescherming nodig
is. Verder acht de rechtbank het
aannemelijk dat de kantoorfunctie geen onaanvaardbare gevolgen zal hebben voor het pand van eiser. De kantoorfunctie heeft niet tot gevolg dat voor het pand van eiser andere geluidnormen gaan gelden, dus in zoverre valt geen belemmering te verwachten. Eiser heeft nog aangevoerd dat geen akoestisch onderzoek is uitgevoerd, maar daartoe bestond ook geen verplichting
50.
_
Eiser betoogt dat de bouwmogelijkheden op het vrij kleine perceel ten onrechte
maximaal zijn benut. Het gevolg hiervan is dat de parkeervraag deels op de openbare weg wordt afgewenteld.
51 Uitde stukken blijkt dat het bouwplan op verschillende punten niet voldoet aan het geldende bestemmingsplan. Zo is het bouwplan niet gesitueerd in het bouwvlak, wordt het
bebouwingspercentage van 80% overschreden, bedraagt de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minder dan twee meter en s de afstand tot de naar de weg gekeerde grens minder dan vijf meter. Op deze punten is van het bestemmingplan afgeweken. In de ruimtelijke onderbouwing staat gemotiveerd waarom het ruimtelijk acceptabel wordt
gevonden dat nagenoeg het gehele bouwperceel wordt volgebouwd.
Daarbij is onder meer
betrokken dat het een bijzondere bouwplan is met overkragend bouwdeel, dat de
onderdoorgang en 50% van maaiveld vrijgehouden is van bebouwing. Het college heeft verder nog toegelicht dat de afwijkingen van het bestemmingsplan geen onaanvaardbare inbreuk maakt op de belangen van de omgeving. De rechtbank ziet in wat eiser heeft aangevoerd, geen grond om te oordelen dat het bouwplan qua omvang en situering op het
perceel ruimtelijk niet aanvaardbaar is. Dat voor dit bouwplan extra parkeerplaatsen op de openbare weg zijn gerealiseerd, maakt niet dat het bouwplan daarom niet ruimtelijk aanvaardbaar is. Het college heeft nog opgemerkt dat die parkeerplaatsen openbaar zijn en dus door iedereen gebruikt mogen worden. Eindconeclusie
zaaknummer:
52
UTR
20/4730
10
Gelet op het in de tussenuitspraak geconstateerde gebrek, is het beroep gegrond. De
rechtbank vernietigt het bestreden besluit. Omdat het college in reactie op de tussenuitspraak het gebrek heeft hersteld en de overige beroepsgronden niet slagen, laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand. Dat betekent dat gebruik mag worden gemaakt van de omgevingsvergunning. erecht en proceskosten Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet het college aan eiser het
53.
door hem betaalde griffierecht vergoeden.
54.
_
Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding voor de proceskosten die
hij heeft gemaakt. Het college moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door cen gemachtigde levert 2,5 punten op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, | punt voor het verschijnen op de eerste zitting, en 0,5 punt voor het indienen van een schriftelijke zienswijze na een bestuurlijke lus). De waarde per punt bedraagt € 759,- en de wegingsf actor is 1, waardoor € 1.897,50 wordt toegekend.
zaaknummer:
UTR 20/4730
1
Beslissing De
rechtbank:
s -
verklaart het beroep gegrond: vernietigt het bestreden besluit:
ë =
bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven; draagt het college op het betaalde griffierecht van € 178.- aan eiser te vergoeden; veroordeelt het college in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.897,50.
Dezeipeakisgedaan mr. RRR 'i iinn heta ezigheidvan mr. . doo griffier. De uitspraak 1s uitgesproken openbaar op 18 ndvember
202:
en afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet
eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak en de tussenuitspraak/tussenuitspraken, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.