CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

B11.1 Jaarstukken VRU 2023.pdf

Gemeenteraad 3 oktober 2024, gemeente OudewaterBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken18.922 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

6.3.1 Netto schuldquote Onze positie met betrekking tot de schuldquote is gunstig te noemen. De norm ligt tussen de 0100%. Wij liggen hiermee ruimschoots onder het maximum van 100%. De daling van de schuldquote is veroorzaakt door een hogere stand van de liquide middelen. 6.3.2 Solvabiliteitsratio Onze positie met betrekking tot de schuldquote is gunstig te noemen. De norm ligt tussen de 0100%. Wij liggen hiermee ruimschoots onder het maximum van 100%. De daling van de schuldquote is veroorzaakt door een hogere stand van de liquide middelen. 6.3.3 Structurele exploitatieruimte Alle middelen zijn structureel bestemd.

34

7 Onderhoud kapitaalgoederen 7.1

Activeren en afschrijven

Conform artikel 59 van het BBV activeren wij alle materiële vaste activa. Investeringen schrijven wij lineair af vanaf het jaar volgend op het investeringsjaar. Als uitgangspunt voor het activeren geldt dat dit plaatsvindt vanaf € 10.000 per object. 7.1.1 Investeringen in gebouwen De VRU had ultimo 2023 drie brandweerkazernes in eigendom. De overige kazernes zijn in eigendom van de gemeenten. De kazernes worden om niet ter beschikking gesteld aan de VRU. Investeringen in gebouwen die in eigendom van de gemeenten zijn, komen in principe voor rekening van de betreffende gemeenten. Investeringen in gebouwen die eigendom zijn van de VRU, worden bij de VRU geactiveerd. De kapitaallasten worden doorbelast aan de gemeenten die de gebouwen aan de VRU hebben overgedragen, via het individueel gemeentelijk pluspakket. 7.1.2 Investeringen in overige kapitaalgoederen Ten aanzien van de investeringen in overige kapitaalgoederen (inventaris en installaties, automatisering, vervoersmiddelen en materiaal) hanteert de VRU een meerjarig investeringsplan welke periodiek wordt geactualiseerd. In de begroting is een constant bedrag opgenomen voor kapitaallasten. De werkelijke kapitaallasten fluctueren. Tezamen met het meerjaren investeringsplan is daarom ook een egalisatiereserve kapitaallasten ingesteld om de verschillen tussen begrote en werkelijke kapitaallasten op te vangen.

Meerjarig wordt gestuurd op een sluitende investeringsbegroting.

7.2 7.2.1

Onderhoud Onderhoud gebouwen en installaties

Hoofdkantoor Het hoofdkantoor van de VRU is gehuisvest in het provinciehuis. Het onderhoud voor deze locatie is onderdeel van de servicekosten die wij naast de huur aan de provincie Utrecht betalen. Brandweerkazernes De kosten voor het beheer en onderhoud van de brandweerkazernes zijn voor rekening en risico van de gemeenten. 7.2.2 Onderhoud materieel Het onderhoud van materieel wordt grotendeels in eigen beheer door - uitgevoerd of uitbesteed via het VRU-organisatieonderdeel Bedrijf Preparatie Brandweer.

35

8 Financiering Het wettelijke kader voor het financieringsbeleid is vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Het treasury-beleid van de VRU ligt vast in het treasurystatuut VRU.

8.1

Kasgeldlimiet

Het kasgeldlimiet laat het maximumbedrag zien waarmee een gemeente of gemeenschappelijke regeling haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. De norm bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten vóór bestemming van de reserves. Ons netto overschot in 2023 bedroeg gemiddeld € 20,5 miljoen. Onderstaande tabel laat de berekening zien van de kasgeldlimiet in 2023. Daaruit blijkt dat de gemiddelde liquiditeitspositie over heel 2023 voldoet aan de norm. Tabel 16 Kasgeldlimiet

36

8.2

Renterisiconorm

De renterisiconorm heeft tot doel het renterisico bij herfinanciering te beperken. De jaarlijkse renteherzieningen en de verplichte aflossingen mogen niet méér bedragen dan 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. Uit de volgende tabel blijkt dat is voldaan aan de renterisiconorm. Tabel 17 Renterisiconorm

37

9 Bedrijfsvoering 9.1

Personeel

9.1.1 Organisatiestructuur Bij Veiligheidsregio Utrecht (VRU) werken mensen met een passie. Een passie om levens te redden, om incidenten te voorkomen en te bestrijden en om samen met burgers en partners de veiligheid en zelfredzaamheid in onze samenleving te vergroten.

Figuur 1 Organisatiestructuur

Onze organisatie is gericht op onze drie hoofdtaken: Brandweer, Risicobeheersing en Crisisbeheersing & Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR). Deze onderdelen werken niet alleen onderling nauw samen, maar dat doen we ook met onze partners. Zo zetten we ons met bijna 2.500 betrokken collega’s iedere dag in voor de veiligheid van alle 1,4 miljoen inwoners van de 26 gemeenten in onze regio. Samen dragen wij bij aan de veiligheid. Elke dag weer, steeds beter. In het organisatiemodel zijn de vier thema’s uit onze bestuursagenda duidelijk herkenbaar: Toekomstbestendige brandweerzorg, Veilige en gezonde leefomgeving, Versterking crisisbeheersing en bouwen aan een Great place to work. De rode lijn geeft aan dat we samen één organisatie zijn. De onderdelen Bedrijfsvoering en Bestuur & Control zijn ondersteunend aan de drie hoofdtaken. De directie van de VRU bestaat uit de algemeen directeur en drie leden die samen verantwoordelijk voor de hele organisatie. Binnen het directieteam wordt gewerkt met een portefeuilleverdeling.

38

9.1.2 Formatie en bezetting De formatie en bezetting (in fte) ultimo 2023 zijn als volgt: Tabel 18 Formatie & bezetting

Het verschil tussen formatie en bezetting betreft een momentopname. Een deel van de vacatures is moeilijk in te vullen door onder andere de krapte op de arbeidsmarkt. Daarnaast wordt een deel van de vacatures bewust aangehouden. 9.1.3

Aantal medewerkers en diversiteit

Figuur 2 In- en uitstroom ambtenaren

Figuur 3 Leeftijd ambtenaren Leeftijd ambtenaren

In- en uitstroom ambtenaren 2023 57

60 50

250 200

42 40

150 30

100

20 50

10

0

0 Instroom

Uitstroom

16-25 jaar

26-35 jaar

36-45 jaar

46-55 jaar

56-66 jaar

Eind 2023 zijn er 683 ambtenaren in dienst. Dit zijn in totaal 15 ambtenaren minder dan in begin 2023. De gemiddelde leeftijd van de ambtenaren is 46 jaar.

39

Figuur 4 Ambtenaren tot en met schaal 9

Figuur 5 Ambtenaren tot en met schaal 12

Ambtenaren tot en met schaal 9

Ambtenaren schaal 10 t/m 12

20%

34%

Man

Man

Vrouw

Vrouw 66%

80%

Figuur 6 Ambtenaren vanaf schaal 13 Ambtenaren vanaf schaal 13

33%

Man Vrouw

67%

Er zijn in tot en met schaal 9 505 ambtenaren in dienst, van schaal 10 tot en met 12 181 in dienst, en vanaf schaal 13 zijn er 27 ambtenaren in dienst. Sommige ambtenaren hebben meerdere functies, wat het verschil verklaart tussen het aantal ambtenaren en het aantal ambtenaren in verschillende functieschalen opgeteld. Het percentage vrouwen vanaf schaal 13 is gestegen van 30% naar 33%. 9.1.4 Aantal vrijwilligers Het aantal vrijwilligers dat werkzaam is voor de VRU is als volgt: Tabel 19 Vrijwilligers

In 2023 is het aantal vrijwilligers toegenomen met 54 tot 1.687. Vanaf november 2022 heeft de VRU aanstellingsdagen voor vrijwilligers. Vanuit de hele regio worden de vrijwilligers op de ademluchtwerkplaats in Houten op één dag gekeurd en wordt er een assessment afgenomen en een pak aangemeten. De vrijwillige posten hebben actief geworven en vrijwilligers voor de aanstellingsdagen aangemeld. Vanaf 2023 zie je die instroom terug in de stijging van het aantal vrijwilligers. De uitstroom is lager dan gebruikelijk. Doorgaans is de uitstroom rond de 100 personen. De gemiddelde uitstroom van de vrijwilligers tussen 2022 en 2023 is dat ook.

40

Figuur 7 Leeftijd vrijwilligers Leeftijd vrijwilligers 600 500 400 300

200 100 0 t/m 29 jaar

30-39 jaar

40-49 jaar

50-59 jaar

60 jaar en ouder

De gemiddelde leeftijd van de vrijwilligers is 41 jaar. Figuur 8 Verhouding man/vrouw vrijwilligers Vrijwilligers 7%

Man Vrouw

93%

Het aantal vrouwen bij de vrijwillige brandweer stijgt van 6% (in 2022) naar 7%. 9.1.5 Jeugdbrandweer Het gemiddeld aantal jeugdbrandweerleden bedroeg 403. Er zijn 7 jeugdleden doorgestroomd naar de reguliere brandweer. 9.1.6 Wet banenafspraak De VRU heeft voor 2023 de ambitie gesteld om 15 garantiebanen te realiseren. Ultimo 2023 zijn er 12,7 fte garantiebanen gerealiseerd. 9.1.7 Diversiteit In 2023 is het project Diversiteit met een eigen projectleider officieel van start gegaan. De focus lag in deze eerste periode op bewustwording. Dit hebben we onder andere gedaan door hier in het leiderschapsprogramma in 2023 op meerdere momenten aandacht aan te besteden door middel van lezingen en workshops voor zowel ambtelijk leidinggevenden als postcommandanten. Er is een meedenkgroep van medewerkers gestart die in september voor het eerst bij elkaar is gekomen. 16 november is de Charter Diversiteit ondertekend door VRU bij SER Diversiteit in bedrijf, waarmee we ons zowel intern als extern committeren om ons in te zetten voor een meer diverse en inclusievere organisatie. In de aanloop hiertoe hebben we tussen Diversity Day (3 oktober) en de ondertekening regelmatig berichten op intranet gedeeld van medewerkers die aangeven waarom een diverse organisatie belangrijk is.

De samenwerking met JINC (non profit organisatie die zich richt op het vergroten van kansengelijkheid van jongeren) is gecontinueerd, in 2023 zijn er bij verschillende organisatieonderdelen van de VRU-bliksemstages georganiseerd. In juni hebben we een vmboleerling een dag laten ervaren hoe het is om de baas van de VRU te zijn. Verder heeft een aantal VRU-collega’s sollicitatietrainingen gegeven aan leerlingen op VMBO scholen.

41

In wervingsuitingen geeft de VRU nog steeds consequent aan naar inclusiviteit en talent te streven: “Veiligheidsregio Utrecht werft mensen met de beste capaciteiten en laat zich niet leiden door culturele achtergrond, fysieke of mentale beperking, genderidentiteit, geloofsovertuiging, geaardheid of leeftijd. Wij zijn op zoek naar mensen met talent.” Hiernaast zijn we ook bewuster bezig met het schrijven van inclusievere vacatureteksten, zodat iedereen zich uitgenodigd voelt om te solliciteren. 9.1.8 Verzuim Het verzuimpercentage bij de VRU in 2023 is 5,47% en is gedaald ten opzichte van 2022 (6,09%). Het verzuimpercentage ligt net boven de streefwaarde van 5%. Landelijk is er een dalende trend zichtbaar in bijna alle sectoren. Hoewel dit een positieve ontwikkeling lijkt, blijft het lange verzuim hoog, ook bij de VRU. De landelijke trend is dat stijging van het langdurend verzuim door psychische klachten doorzet. Vanaf medio 2022 is naar aanleiding van het oplopende verzuim de visie en aanpak op verzuim aangescherpt. We handelen sneller en proberen sneller inzicht te krijgen in de juiste begeleiding. Deze aanpak voor verzuim werpt nog steeds zijn vruchten af. Ons doel is om het verzuimpercentage bij de VRU als geheel verder te verlagen.

We richten ons vooral op langdurig verzuim, dat deels werk gerelateerd is vanwege mentale belasting, al is dat per directie wel verschillend in welke mate. We bieden actief en preventief ondersteuning aan mensen in deze situatie. Tabel 20 Verzuim

9.1.9 Geestelijke verzorging In 2023 is verder uitvoering gegeven aan de pilot geestelijke verzorging en is de eindevaluatie gedaan. De geestelijk verzorger is sinds 2021 een nieuwe functie binnen onze organisatie. Wij hebben door middel van een tweejarige pilot onderzocht op welke wijze inzet van een geestelijk verzorger kan bijdragen aan de duurzame inzetbaarheid van medewerkers. De tussentijdse eindevaluatie heeft in juni 2023 conform planning plaatsgevonden. Na de aanvankelijke focus op individuele begeleiding en advies (vanwege de beperkingen van corona), werd het na corona ook mogelijk om meer te investeren op groepswerk, introducties voor teams en trainingen. De cirkel van bereikte brandweerposten en andere teams binnen de organisatie wordt steeds groter. De uitkomsten van de evaluatie laten zien dat geestelijke verzorging een belangrijke meerwaarde heeft binnen de VRU.

42

Gezien de positieve resultaten en ervaringen die afgelopen twee jaar zijn opgedaan is besloten de geestelijke verzorging binnen de VRU voort te zetten en uit te breiden. Dit past ook bij het thema ‘Great place to work’ uit de bestuursagenda, waarbij geestelijke verzorging onderdeel uitmaakt van de zorg voor de mens achter de taak. Ook wordt zo een bijdrage geleverd aan een veilige werkomgeving en duurzame inzetbaarheid van de collega’s binnen de VRU. 9.1.10 Melden van Onveilige Situaties en (bijna) Ongevallen (OSIO) Het melden van incidenten (onveilige situaties en(bijna)ongevallen) is bedoeld om te leren van de situatie en de kwaliteit van de zorg te verbeteren. OSIO-meldingen geven inzicht in de risico’s voor de veiligheid, gezondheid en het welzijn van de VRU medewerkers. Door de meldingen te analyseren kan er worden geleerd en kunnen maatregelen worden genomen om soortgelijke incidenten en situaties in de toekomst te voorkomen. Door bovendien te kijken naar de meer fundamentele oorzaken (de oorzaak achter de oorzaak) kan de veiligheids- of arbozorg binnen de VRU naar een hoger niveau worden getild waardoor andersoortige ongevallen, die dezelfde basisoorzaken hebben, kunnen worden voorkomen. In het kalenderjaar 2023, zijn er 178 incidenten op medewerkersniveau gemeld, waarvan ▪ 95 ongevallen; ▪ 80 bijna ongevallen/onveilige situaties; ▪ 3 meldingen agressie en geweld.

Het aantal incidenten op medewerkersniveau is ten opzichte van 2022 gestegen van 171 naar 178.

9.2

Inhuur

Het volgende overzicht is een weergave van de besteding per inhuurcategorie. Tabel 21 Besteding per inhuurcategorie

De hogere kosten voor inhuur reguliere werkzaamheden betreft voornamelijk ziektevervanging en de inhuur op een aantal moeilijk in te vullen vacatures.

43

9.3

Beleidsindicatoren

Tabel 22 Beleidsindicatoren

Apparaatskosten zijn alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de ambtelijke organisatie. Dit zijn in feite de totale lasten van de VRU minus de jaarlijkse bijdrage aan het WVSV. De externe inhuur bestaat voor 8% uit reguliere inhuur. Het restant van 12% is gerelateerd aan externe inhuur voor het project Ontheemden Oekraïne, die volledig gedekt worden uit een specifieke rijksbijdrage.

9.4

Duurzaamheid

In onze samenleving ligt een grote uitdaging op het gebied van duurzaamheid. Om de aandacht voor duurzaamheid vast te houden en te verstevigen is een duurzame bedrijfsvoering als beleidsbeginsel opgenomen in het VRU-beleidsplan 2020-2023. In onze interne communicatie en in onze bedrijfsvoering besteden we steeds meer aandacht aan duurzaamheid. Waar de uitvoering van onze taken dit niet in de weg staat, kiezen we voor duurzame oplossingen. In 2023 heeft de VRU een heldere ambitie en aanpak voor de komende jaren opgesteld op basis van de in 2022 uitgevoerde duurzaamheidsscan. Als overheidsorganisatie committeren we ons uiteraard aan de landelijke afspraken op het gebied van duurzaamheid. Deze duurzaamheidsambitie is opgenomen in de Bestuursagenda VRU 2024-2027. Een aantal voorbeelden van duurzaamheidsinitiatieven van het afgelopen jaar: ▪ Oprichting Kerngroep verduurzamen VRU ▪ Plan van aanpak 2023-2027 verduurzaming opgesteld en uitvoering activiteiten: ▪ Wettelijke verplichtingen ▪ 3 speerpunten vastgesteld: verduurzamen facilitaire diensten, dienstvervoer en inkoopbeleid ▪ Communicatieplan t.b.v. inspireren en enthousiasmeren ▪ Nulmeting CO2 voetafdruk door ImpactNow betreffende het jaar 2022

44

9.5

Privacy

De VRU zet zich in om de fysieke veiligheid van burgers te beschermen. Onderdeel daarvan is het (beveiligen van het) verwerken van persoonsgegevens. De VRU verwerkt vooral persoonsgegevens van medewerkers (repressief en kantoorpersoneel), maar incidenteel ook van andere hulpverleners en burgers. De visie van de VRU ten aanzien van de bescherming van de privacy van deze betrokkenen concentreert zich op het toepassen van de (U)AVG, zowel de letterlijke betekenis en toepassing, als de bedoeling daarvan. De VRU ontwikkelt zich voortdurend. Ook waar het de bescherming van persoonsgegevens betreft. Privacy is ingebed in de gehele organisatie. Verwerkingen die een hoog risico opleveren voor de bescherming van de persoonsgegevens van betrokkenen mogen alleen plaatsvinden als er een reglement is. In 2023 is er net als in voorgaande jaren weer veel aandacht besteed aan het onderwerp Privacy. Met vaste interval worden berichten over privacy op intranet geplaatst, en het onderwerp is een vast onderdeel van elk project. Animaties die de privacy bewustwording specifiek op de brandweerposten (onder het repressieve personeel) gaan verbeteren zijn ontwikkeld en worden begin 2024 uitgerold. In 2023 zijn 21 datalekken gemeld, ongeveer evenveel als in 2022. Eén melding bleek geen datalek te betreffen. Er zijn geen datalekken bij de Autoriteit Persoonsgegevens gemeld.

Er zijn geen DPIA’s uitgevoerd, hoewel diverse verkennende gesprekken over zijn gevoerd. Er zijn 9 verwerkersovereenkomsten gesloten.

45

9.6

Rechtmatigheid

9.6.1

Grondslagen van de rechtmatigheidsverantwoording

Algemene grondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid van de Commissie BBV van november 2023. Dat betekent dat: • •

De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten en balansmutaties; De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: o Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 25 maart 2024 door het algemeen bestuur is vastgesteld; o Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het algemeen bestuur zijn gemeld. o Ten aanzien van het M&O criterium is binnen de Veiligheidsregio Utrecht vooralsnog geen nota M&O beleid opgesteld. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.

De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2023 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: •

•

Een verantwoordingsgrens van 1% van de totale lasten van de Veiligheidsregio Utrecht inclusief de dotaties aan de reserves (zijnde € 1,27 miljoen) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; Een rapporteringstolerantie van € 100.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.

46

9.6.2

Rechtmatigheidsverantwoording

Begrotingscriterium Voor de baten, laten en reserves zijn onder- danwel overschrijdingen geconstateerd ultimo boekjaar. Deze zijn gedurende het jaar medegedeeld aan het Algemeen Bestuur en ten tijde van de jaarrekening gemeld. Volgens de financiële verordening dienen wij afwijkingen ten opzichte van de begroting tijdig te melden, zodat deze niet als onrechtmatig worden beschouwd. Melding tijdens de jaarrekening wordt in dit geval tevens gezien als tijdige melding. Derhalve zijn deze onder- en overschrijdingen niet onrechtmatig en worden deze niet weergegeven in de jaarrekening. Voorwaardencriterium In 2023 is voor € 0,6 miljoen aan fouten geconstateerd ten aanzien van de naleving van Europese aanbestedingsregels. Dit betrof twee gevallen (€ 0,5 miljoen) waarbij een Europese aanbesteding had moeten plaatsvinden, maar waar dit niet is gebeurd vanwege tijdsdruk en een onjuiste inschatting van de geldende drempelwaarde. Daarnaast is gebleken dat € 0,1 miljoen aan bestedingen buiten geldige contracten vielen. Dit betrof geldige contracten bij drie leveranciers die afliepen in 2023 en niet zijn/konden worden verlengd. De gerapporteerde fout betreft het totaal van de inkopen buiten de geldige contracttermijn.

Om deze fouten in de toekomst te voorkomen zullen onze medewerkers beter worden voorgelicht en zal er eerder gebruik worden gemaakt van de kennis en ervaring van de medewerkers inkoopafdeling. Misbruik en oneigenlijk gebruik Misbruik is het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens met als doel ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen te verkrijgen of niet dan wel een te laag bedrag aan heffingen aan de overheid te betalen. Oneigenlijk gebruik is het door het aangaan van rechtshandelingen, al dan niet gecombineerd met feitelijke handelingen, verkrijgen van overheidsbijdragen of het niet dan wel tot een te laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid. De VRU kent geen subsidies of uitkeringen en doet ook geen heffingen. Hierdoor is vastgesteld dat binnen de VRU geen handelingen voorkomen die onder de M&O-criterium vallen.

47

10 Openbaarheid Per 1 mei 2022 is de Wet open overheid in werking getreden. De Wet open overheid (Woo) is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Waar de Wob voornamelijk zag op het passief openbaar maken van informatie, richt de Woo zich voornamelijk op het actief openbaar maken van informatie en het op orde brengen van de informatiehuishouding van bestuursorganen. Een van de verplichtingen die uit de Woo volgt, is dat bestuursorganen jaarlijks in de begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van de Woo en in de verantwoording verslag doen van de uitvoering van de wet, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. Bestuursorganen gaan in de openbaarheidsparagraaf in op de beleidsvoornemens (c.q. behaalde resultaten) met betrekking tot de actieve en passieve openbaarmaking en de verbetering van de informatiehuishouding. Passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek) Er is in 2023 een Woo-contactfunctionaris aangesteld die het eerste aanspreekpunt is voor de behandeling van Woo-verzoeken. De Woo-contactfunctionaris is de aangewezen persoon om met verzoekers in contact te treden wanneer het verzoek niet duidelijk of concreet genoeg is. Het afgelopen jaar hebben we opnieuw verschillende verzoeken om informatie ontvangen. In totaal heeft de VRU zeven verzoeken om informatie op grond van de Woo ontvangen.

Daarnaast hebben gemeenten uit onze gemeenschappelijke regeling ook verzoeken om informatie op grond van de Woo ontvangen. Wanneer het verzoek betrekking had op informatie die van de VRU afkomstig was (bijvoorbeeld een advies over een bouwvergunning, of een advies over een bestemmingsplan) dan vragen de gemeenten aan de VRU een zienswijze. De VRU kan dan aangeven of er bezwaar is tegen de openbaarmaking van bepaalde informatie. In 2023 hebben we zeven keer een zienswijze gegeven. Naast de formele Woo verzoeken zijn er ook altijd nog de ‘gewone’ verzoeken om informatie. In 2023 hebben we vijf keer een informatieverzoek ontvangen. Actieve openbaarmaking Omdat we een toename zien in de vraag naar informatie is actieve openbaarmaking een belangrijk onderwerp voor onze organisatie. Het behandelen van verzoeken om informatie, zowel de formele verzoeken op grond van de Woo als de informele informatieverzoeken, kost ons veel tijd. Het is van belang dat we de ontsluiting van onze informatie goed weten vorm te geven. Met de lancering van onze nieuwe website hebben we hier vorig jaar een verbeterslag in gemaakt. Het afgelopen jaar hebben we de website verder aangevuld met verschillende beleidsdocumenten, regelingen, vergaderstukken en hebben we een aparte pagina voor de Woo ingesteld: elk afgehandeld Woo verzoek is hier te vinden.

Het nieuwe digitale platform voor het actief openbaar maken van documenten (het Platform voor Open Overheidsinformatie (PLOOI)) is er niet gekomen. In plaats daarvan heeft de Rijksoverheid de ‘Woo-index’ in het leven geroepen. Dit is feitelijk een grote zoekmachine waarbinnen gezocht kan worden naar informatie die onder de Woo openbaar gemaakt is. Elk bestuursorgaan moet

48

hier aangeven waar de afgehandelde Woo-verzoeken op de eigen website te raadplegen zijn. De VRU heeft aan deze verplichting voldaan. Vanaf 1 juli 2023 kunnen documenten die ter inzage worden gelegd ook digitaal worden ingezien. Deze digitale ter inzagelegging is een wettelijke verplichting die wordt geïntegreerd in het bestaande DROP (Decentrale regelgeving en officiële publicaties) dat al gebruikt wordt voor het rechtsgeldig bekend maken van algemeen verbindende voorschriften en besluiten. Informatiehuishouding op orde Bij de wijze van openbaarmaking van onze documenten en de stappen die wij genomen hebben door de implementatie van de Woo, hebben wij gewerkt aan het verbeteren van de vindbaarheid, leesbaarheid en beschikbaarheid van informatie. Daarnaast richten wij ons op de implementatie van de nieuwe Archiefwet. Wij brengen in kaart wat de nieuwe Archiefwet voor onze informatiehuishouding betekent en bereiden ons voor op de implementatie.

49

11 Verbonden partijen Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's (WVSV) De WVSV is de werkgeversvereniging van de 25 veiligheidsregio’s die met de werknemersorganisaties op landelijk niveau tot afspraken komt over arbeidsvoorwaarden voor alle werknemers van de veiligheidsregio’s (met uitzondering van het personeel dat onder een eigen Cao valt bijvoorbeeld Cao Ambulancezorg). De WVSV is per 1 januari 2022 officieel van start gegaan. Belang De WVSV maakt namens haar leden afspraken met de vakbonden over collectieve arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. Deze afspraken worden vastgelegd in de “CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s” (voorheen CAR-UWO). Met het vaststellen van de begrotingen voor 2023 en 2024 heeft de Algemene Vergadering ook de contributiebedragen voor beide jaren vastgesteld. Statutair is bepaald dat het lidmaatschap van de veiligheidsregio’s op gelijkwaardige basis plaatsvindt en dat elke veiligheidsregio 1/25ste van het saldo van de begroting bijdraagt. Financiële informatie Eigen en vreemd vermogen voor bestemming 2023: € 16,6 miljoen en € 76,9 miljoen Jaarresultaat 2023: -/- € 1,1 miljoen Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s Het algemeen bestuur van de VRU heeft op 28 maart 2022 een besluit genomen tot oprichting van en deelname aan de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s.

Met deze stichting hebben de veiligheidsregio’s een gezamenlijk expertisebureau waarmee voorzien wordt in het: ▪ ▪ ▪ ▪

Beheren van de landelijke set van aanspraken bij dienstongevallen; Collectief inkopen van ongevallenverzekering en de makelaarsdienst; Adviseren en bemiddelen ten aanzien van complexe casussen; Afwikkelen van schades.

Op termijn kunnen ook andersoortige risico’s door dit expertisebureau worden opgepakt. Hiermee ontstaat een professionele organisatie die invulling geeft aan het risicobeheer van veiligheidsregio’s. De Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s heeft bovendien tot doel om samenwerkingsverbanden af te sluiten met soortgelijke organisaties, zoals VNG Risicobeheer en Verzekeringsbedrijf Groot Amsterdam om het initiatief waar mogelijk te versterken. Financiële informatie Eigen en vreemd vermogen voor bestemming 2023: nog niet bekend Jaarresultaat 2023: nog niet bekend

50

Jaarrekening 2023

51

1 Grondslagen voor de waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft

1.1

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en lasten worden slechts genomen voor zo ver zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende, arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken. 1.1.1

Vaste activa

Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen en eventuele bijdragen van derden in de kosten van dit actief. Ten aanzien van de investering en afschrijving worden de bepalingen en termijnen toegepast zoals deze zijn vastgelegd in de nota activabeleid. Financiële vaste activa Leningen u/g zijn opgenomen tegen nominale waarde. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht. 1.1.2

Vlottende activa

Vorderingen, liquide middelen en overlopende activa Vorderingen, liquide middelen en overlopende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid van de vorderingen wordt een voorziening in mindering gebracht. Deze voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen.

52

1.1.3

Vaste passiva

Voorzieningen Jaarlijks wordt op basis van bestaande afspraken vastgesteld of de voorzieningen nog toereikend zijn om aan de daaruit voortvloeiende verplichtingen te voldoen. De voorzieningen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Langlopende schulden Langlopende schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De langlopende schulden hebben een rente typische looptijd van één jaar of langer. 1.1.4

Vlottende passiva

Netto-vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar De schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende passiva De overlopende passiva worden opgenomen tegen nominale waarde. 1.1.5

Resultaatbepaling

Algemeen De baten en de lasten worden toegerekend aan het jaar, waarop zij betrekking hebben. De lasten zijn bepaald met inachtneming van de hierboven vermelde waarderingsgrondslagen en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben. Baten zijn verantwoord in het jaar waarin de diensten zijn verricht. Verliezen zijn in aanmerking genomen in het jaar waarin ze voorzienbaar zijn. Kapitaallasten De geactiveerde investeringen worden afgeschreven met de lineaire afschrijvingsmethode met de daarbij behorende afschrijvingstermijnen. Hierbij wordt de restwaarde bij de bepaling van de afschrijvingsbedragen op nihil gesteld. Van de activa die in de loop van het jaar 2023 in gebruik zijn genomen, wordt vanaf januari 2024 gestart met afschrijven. Aan de geactiveerde investeringen is een rekenrente van 2,25% toegerekend. De rente wordt berekend over de boekwaarde per 1 januari en jaarlijks ten laste van de exploitatie gebracht. De hoogte van de interne rekenrente wordt bij begroting vastgesteld. Lasten FLO-overgangsrecht Op 1 januari 2006 is het Functioneel leeftijdsontslag (FLO) afgeschaft. Voor medewerkers die nog niet met FLO waren, maar wel onder deze regeling vielen, is landelijk het zogeheten FLOovergangsrecht afgesproken. De kosten voor het FLO-overgangsrecht maken onderdeel uit van het gezamenlijke basistakenpakket.

In de begroting van de VRU bevat een structurele post voor de lasten voor het FLO-overgangsrecht. Schommelingen in de begroting worden zoveel mogelijk geëgaliseerd via de bestemmingsreserve FLO-overgangsrecht. Afwijkingen ten aanzien van de realisatie worden toegelicht in de jaarrekening.

53

Jaarlijks wordt de meerjarenraming voor de lasten voor het FLO-overgangsrecht herijkt. Hierbij wordt getoetst of de beschikbare middelen (in meerjarig perspectief) toereikend zijn. Als ontwikkelingen daar aanleiding toe geven, wordt de begroting (en de daarin opgenomen bijdrage voor het gezamenlijke basistakenpakket) bijgesteld, zodat de VRU te allen tijde aan haar verplichtingen kan (blijven) voldoen.

54

2 Overzicht van baten en lasten 2.1

Overzicht van baten en lasten naar categorie

Tabel 23 Overzicht baten en lasten naar categorie

Het jaar 2023 sluit met een positief resultaat voor bestemming van €4,5 miljoen (circa 4% van de begroting). Een deel van de afwijkingen op de verschillende rubrieken is technisch van aard en aan elkaar gerelateerd. Per saldo zorgen deze afwijkingen niet voor een resultaateffect. Deze saldo-neutrale afwijkingen zijn in tabel 1 in de samenvatting apart inzichtelijk gemaakt om vervolgens inzicht te geven in de gecorrigeerde afwijkingen die leiden tot het gerealiseerde rekeningresultaat. Uit de afwijkingen blijkt dat het resultaat van ruim € 4,5 miljoen hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door de aanvullende overheadvergoeding crisisnoodopvang (CNO) van in totaal € 4,1 miljoen met betrekking tot de werkzaamheden voor de crisisnoodopvang in 2022 (€ 1,6 miljoen) en 2023 (€ 2,5 miljoen). Deze vergoeding is niet in de begroting verwerkt, omdat deze pas na het vaststellen van de begroting overeen is gekomen. De directe kosten voor de crisisnoodopvang worden rechtstreeks vergoed door het COA. Deze aanvullende vergoeding heeft betrekking op de indirecte kosten/overhead, zoals de leiding en coördinatie, inzet van beleid/adviescapaciteit en ondersteunende afdelingen binnen de VRU (ICT, HRM, Financiën etc.). Het betreft dus een vergoeding voor de inzet van de VRU organisatie voor deze tijdelijke niet-wettelijke taak.

Op hoofdlijnen bestaat het resultaat uit hogere personele lasten (€ 1 miljoen) en lagere materiële lasten (€ 1,7 miljoen) enerzijds en hogere baten (€ 5 miljoen) anderzijds. De lagere personele lasten worden voornamelijk veroorzaakt door een incidenteel voordeel op de vergoedingen aan vrijwilligers, doordat de aantallen vrijwilligers lager is dan de streefwaarde. En lagere salarislasten door moeilijk in te vullen vacatures. Tevens is sprake hogere lasten met betrekking tot de FLO, vanwege een fiscale tegenvaller.

55

De hogere materiele kosten worden voornamelijk veroorzaakt door hogere kosten voor operationeel materieel (o.a. huur van voertuigen en hogere brandstof en onderhoudskosten). De kosten voor de opvang van Oekraïense ontheemden bedroegen in 2023 € 12 miljoen. Deze kosten worden één op één vergoed door het rijk. Zowel de kosten als de baten maken onderdeel uit van de exploitatie van de VRU, zie tabel 1. De directe kosten voor de crisisnoodopvang bedroegen in 2023 € 16,3 miljoen. Deze kosten zijn rechtstreeks doorbelast aan het COA en daarmee geen onderdeel van de exploitatie van de VRU, met uitzondering van de overheadvergoeding die de VRU heeft ontvangen.

56

2.2 2.2.1

Toelichting op het overzicht van baten en lasten naar categorie Categorie L1 – Personele lasten

Tabel 24 Personele lasten

1 Hogere personele kosten opvang ontheemden Oekraïne (-€ 2.012k): dit betreft voornamelijk hogere kosten voor inhuur. Tegenover de hogere lasten staat een hogere rijksbijdrage. Per saldo is geen sprake van een resultaateffect. (zie B2-1) 2 Uitgestelde activiteiten gedekt uit de reserve (€ 773k): er waren middelen toegekend uit de reserve en een deel van de activiteiten is nog niet afgerond en schuiven door naar 2024. Door de lagere kosten, is de onttrekking lager. Deze middelen blijven beschikbaar in de reserve en worden in de begroting 2024 verwerkt. Per saldo geen resultaateffect. (zie R2-1, R2-2 en R2-3). 3 Hogere kosten FLO-overgangsrecht (- € 1.291k): de VRU is recent geconfronteerd met een fiscale tegenvaller voor de kosten van het FLO-overgangsrecht. De belastingdienst heeft geconcludeerd dat over de werkgeversbijdragen van het netto FLO-spaartegoed een RVUheffing van 52% verschuldigd is. Dit betekent met terugwerkende kracht vanaf 1-1-2022 een (mogelijk structurele) verhoging van de kosten van het FLO-overgangsrecht van circa € 0,3 miljoen. Daarnaast hebben we hogere kosten FLO in verband met onvoorzienbare pensioenlasten en AOW-compensatie. 4 Kosten voorziening tijdelijke regeling vervroegd uittreden (- € 255k): in 2023 is de tijdelijke regeling voor vervroegd uittreden opgenomen in de CAO, medewerkers hebben de mogelijkheid eerder met pensioen te gaan.

De VRU keert vervolgens een maandelijks bedrag uit totdat de medewerker de AOW-leeftijd heeft bereikt. 5 Lagere vergoedingen vrijwilligers (€ 684k): de vrijwilligersvergoedingen waren in 2023 lager dan begroot. Dit komt voornamelijk doordat het aantal vrijwilligers in 2023 lager was dan de streefsterkte. 6 Lagere kosten pensioenlasten (€ 758k): in de geactualiseerde begroting 2023 is structureel rekening gehouden met de pensioengrondslag op basis van de nieuw afgesloten cao 2023. Op basis van wet- en regelgeving is de peildatum voor de pensioenopbouw 1 januari. De nieuwe cao is ingegaan per 2 januari 2023, waardoor de pensioenlasten in 2023 (incidenteel) € 0,7 miljoen lager zijn ten opzichte van de begroting. 7 Lagere salariskosten door vacatures en saldo overige afwijkingen (€ 359k): dit betreft voornamelijk het saldo aan lagere salarislasten door vacatureruimte en hogere kosten in-, door- en uitstroom en hogere kosten voor vervangende inhuur. Een deel van de vacatures blijkt lastig in te vullen, zodat vacatures langer open staan en meer inspanningen nodig is om deze in te vervullen. *In dit saldo is een bedrag van € 11k saldo neutrale afwijkingen opgenomen.

57

2.2.2

Categorie L3 – Materiële lasten

Tabel 25 Materiële lasten

1 Lagere materiële kosten opvang ontheemden Oekraïne (€ 2.601k): in de geactualiseerde begroting was rekening gehouden met hogere materiele kosten voor de opvang van ontheemde Oekraïners dan uiteindelijk is gerealiseerd. De lagere kosten worden in de eindafrekening verrekend in de rijksbijdrage, waardoor per saldo geen sprake is van een resultaateffect. (zie B2-1). 2 Uitgestelde activiteiten gedekt uit de reserve (€ 266k): dit bestaat uit activiteiten waarvan de kosten gedekt zouden worden uit de reserve. De lagere kosten bestaan uit vertraagde uitlevering van operationele kleding van € 155k (blushandschoenen en uniform). Daarnaast zijn der lagere kosten voor een aantal ICT projecten voor € 111k. Tegenover de lagere kosten, staat ook een lagere onttrekking uit de reserve 2023 plaatsvindt. Per saldo geen resultaateffect. (zie R2-1, R2-2 en R2-3). 3 Lagere kosten beheerpakketten brandweerposten (€ 155k): de gemeenten zijn verantwoordelijk voor de brandweerposten en stellen deze om niet ter beschikking aan de veiligheidsregio. Gemeenten kunnen via het individueel gemeentelijk pluspakket beheertaken door de VRU laten uitvoeren en betalen daarvoor een kostendekkende vergoeding. De lagere kosten in 2023 zijn verrekend met een lagere vergoeding voor het individueel pluspakket. Per saldo is geen sprake van een resultaateffect. (Zie B1-1).

4 Saldo operationele kosten (- € 924k): dit betreffen operationele kosten voor uitvoer van de brandweeractiviteiten. Hierin zijn hogere brandstofkosten € 105k, huur voor voertuigen € 163 en onderhoud materieel € 656k opgenomen 5 Saldo overige afwijkingen (- € 230k): dit betreft voornamelijk hogere materiële kosten in verband met ICT kosten. De licenties voor 2023 zijn € 255k hoger uitgevallen. 2.2.3

Categorie B1 – Bijdragen en vergoedingen gemeenten

Tabel 26 Bijdragen en vergoedingen gemeenten

1 Lagere vergoeding beheerpakketten brandweerposten (- € 155k): dit betreft de verrekening van de lagere huisvestingskosten met betrekking tot de brandweerposten (zie L3-3).

58

2.2.4

Categorie B2 – Rijksbijdrage

Tabel 27 Rijksbijdrage

1 Lagere vergoeding rijksbijdragen voor Ontheemden Oekraïne (€590k): dit betreft het saldo van de eindafrekening met betrekking tot de opvang van ontheemde Oekraïners. Tegenover deze lagere opbrengsten staan per saldo ook lagere kosten (zie L1-4 en L3-1). Per saldo is geen sprake van een resultaateffect. 2 Hogere vergoeding BDUR (€ 611k): dit betreft een hogere bijdrage dan begroot door de toekenning van de loon- en prijsaanpassing voor 2023. 2.2.5

Categorie B3 – Overige baten

Tabel 28 Overige baten

1 Boekwinst verkoop activa (€ 313k): dit betreft de gerealiseerde boekwinst op de verkocht activa die conform het activabeleid wordt gedoteerd aan de egalisatieserve kapitaallasten (zie R1). Per saldo leidt dit niet tot een resultaateffect. 2 Overheadvergoeding Crisisnoodopvang (CNO) (€ 4.110k): dit betreft een aanvullende overheadvergoeding met betrekking tot de werkzaamheden voor de crisisnoodopvang in 2022 (€ 1,6 miljoen) en 2023 (€ 2,5 miljoen). Deze vergoeding is niet in de begroting verwerkt, omdat deze pas na het vaststellen van de begroting overeen is gekomen. De directe kosten voor de crisisnoodopvang worden rechtstreeks vergoed door het COA. Deze aanvullende vergoeding heeft betrekking op de indirecte kosten/overhead, zoals de leiding en coördinatie, inzet van beleid/adviescapaciteit en ondersteunende afdelingen binnen de VRU (ICT, HRM, Financiën etc.). Het betreft dus een vergoeding voor de inzet van de VRU organisatie voor deze tijdelijke niet-wettelijke taak. 3 Saldo overige afwijkingen (€ 747k): dit betreffen hogere opbrengsten detacheringen € 320k, werkplaatsen € 116k, hogere renteopbrengsten € 244k en overige afwijkingen € 66k).

59

2.2.6

Categorie R1 – Storting reserves

Tabel 29 Storting reserves

1 Hogere dotatie kapitaallastenreserve (-€ 277k): conform het activabeleid wordt de gerealiseerde boekwinst (zie B3-1) op verkochte activa gedoteerd aan de egalisatieserve kapitaallasten (- € 269k). De overige afwijking (- € 8k) betreft de dotatie van het positieve saldo van de lagere kapitaallasten. Per saldo leidt dit niet tot een resultaateffect. 2.2.7

Categorie R2 – Onttrekking reserves

Tabel 30 Onttrekking reserves

1 Lagere onttrekking ontwikkel- en egalisatiereserve (- €474k): de lagere onttrekking betreft doorgeschoven activiteiten (zie L1-2 en L3-2). 2 Lagere onttrekking reserve 2e loopbaan (- € 58k): dit betreft de dotatie van het saldo lagere lasten 2e loopbaan (zie L1-3). 3 Lagere onttrekking kapitaallastenreserve (- € 516k): dit betreft doorgeschoven activiteiten. (zie (zie L1-2).

2.3

Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening 2023

Tabel 31 Overzicht baten en lasten

60

3 Balans 3.1

Balans ultimo boekjaar

Tabel 32 Balans per 31 december

3.2

Toelichting op de balans

3.2.1 Materiële vaste activa De VRU heeft uitsluitend investeringen met een economisch nut. De volgende tabel geeft het verloop van de boekwaarde van de materiële vaste activa weer. Tabel 33 Materiële vaste activa

De volgende tabel geeft inzicht in de gerealiseerde investeringen (€20.158k minus € 275k activa in uitvoering) van € 19.884k ten opzichte van de geactualiseerde begroting.

61

Tabel 34 Investeringen

Het verschil tussen de begroting en de gerealiseerde investeringen wordt voor het grootste deel veroorzaakt door het doorschuiven van (het gereedkomen van) de investeringen. Ten aanzien van deze investeringen is al wel een deel uitgegeven (activa in uitvoering ultimo 2023 bedraagt € 3.826k). 3.2.2

Financiële vaste activa

Tabel 35 Financiële vaste activa

De financiële vaste activa betreft voor de regionalisering verstrekte hypotheken aan personeelsleden die toen in dienst waren van de gemeente. Er worden door de veiligheidsregio geen nieuwe leningen verstrekt. In 2023 werd €3k aan rente ontvangen 3.2.3

Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar

In de volgende tabel is een nadere specificatie opgenomen van de uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder. Tabel 36 Uitzettingen korter dan één jaar

De uitzetting in ’s Rijksschatkist is lager dan ultimo 2022 doordat in 2023 een langlopende lening is afgesloten voor de financiering van investeringen. De Regeling schatkistbankieren decentrale overheden geeft de VRU de mogelijkheid om een percentage van het begrotingstotaal aan geldmiddelen buiten ’s Rijksschatkist aan te houden. De volgende tabel toont dat de VRU aan deze bepaling heeft voldaan in 2023.

62

Tabel 37 Regeling schatkistbankieren

3.2.4

Liquide middelen

Het saldo van de liquide middelen betreft uitsluitend het saldo van de rekening-courant verhouding met de BNG Bank. Deze middelen staan ter vrije beschikking van de VRU. Tabel 38 Liquide middelen

3.2.5

Overlopende activa

Tabel 39 Overlopende activa

De vooruitbetaalde bedragen hebben voornamelijk betrekking op de voorgeschoten kosten voor de opgang vluchtelingen. Deze kosten worden vergoed door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. De nog te ontvangen bedragen, bestaan voornamelijk uit detacheringsopbrengsten. De nog te ontvangen gelden van de GGD heeft betrekking op de voorschot nota van de kosten Ontheemden Oekraïne. De afname van de nog te ontvangen van gemeente heeft te maken met de specifieke uitkering incidentele bijdrage ondersteuning naleving controle op toegangsbewijzen. In 2023 is de afrekening van het ministerie ontvangen en heeft de afrekening met de gemeente plaatsgevonden. De vorderingen op gemeente is opgenomen onder de vorderingen op openbare lichamen.

63

3.2.6

Eigen vermogen

Tabel 40 Eigen vermogen

Hierna worden de mutaties per reserve toegelicht. De bestemming van het rekeningresultaat over 2022 is verwerkt conform het besluit van het algemeen bestuur. Bedrijfsvoeringreserve Door het aanhouden van een reserve is de VRU in staat om een deel van de risico’s op te vangen, zonder dat dit direct afgewenteld hoeft te worden op de gemeenten. De schommelingen die optreden worden opgevangen met deze reserve. De omvang van de bedrijfsvoeringreserve (weerstandvermogen) is minimaal gelijk aan de op basis benodigde weerstandscapaciteit (zie paragraaf 6.2 van het jaarverslag). De bedrijfsvoeringreserve valt met 1,2% van het begrotingsvolume binnen de afgesproken bandbreedte (1% - 2%). Egalisatiereserve kapitaallasten Via het meerjarig investeringsplan wordt gestuurd op een meerjarig evenwicht tussen de begrote en gerealiseerde kapitaallasten (afschrijving en rente). Om de kosten van afschrijving en rente over de jaren te egaliseren wordt gebruik gemaakt van een egalisatiereserve. Tekorten op de kapitaallasten worden aan deze reserve onttrokken. Overschotten worden aan deze reserve gedoteerd. Boekwinst (opbrengst activa) of –verlies (versnelde afschrijving) bij afstoten van activa wordt ten gunste of ten laste van de exploitatie gebracht en vervolgens via een dotatie/onttrekking gemuteerd in de reserve egalisatie kapitaallasten.

Egalisatiereserve lasten FLO-overgangsrecht De reserve ‘lasten FLO-overgangsrecht’ wordt ingezet om de kosten voor het FLO-overgangsrecht meerjarig te kunnen egaliseren. Hiermee wordt een (structurele of incidentele) stijging van de gemeentelijke bijdrage voorkomen en ontstaat een beperkte buffer om fluctuaties die het gevolg zijn van de afspraken in het FLO-overgangsrecht in meerjarig perspectief op te vangen. Egalisatiereserve tweede loopbaan Vanwege het wegvallen van het FLO voor repressief brandweerpersoneel is tweede loopbaanbeleid geïntroduceerd. Om hieraan uitvoering te kunnen gaan geven, is de egalisatiereserve tweede loopbaan gevormd. Jaarlijks wordt een storting gedaan om de kosten voor onder andere om-/bijscholing en vervanging te dekken. In 2023 is hierin conform begroting

64

een bedrag gestort van € 313K. De werkelijke kosten voor tweede loopbaanbeleid fluctueren en worden jaarlijks aan deze reserve onttrokken. Ontwikkel- en egalisatiereserve Het doel van de ontwikkel- en egalisatiereserve is het vermijden van incidentele verhogingen of teruggaven van de gemeentelijke bijdragen. Dit leidt tot financiële stabiliteit in de begroting van de VRU en de bijdrage van de gemeenten. De middelen uit de reserve zijn bestemd voor: ▪ Het mogelijk maken van incidentele/projectmatige (beleids)activiteiten om de beleidsdoelstellingen uit het beleidsplan of structurele efficiencyvoordelen te realiseren; ▪ Het dekken van incidentele kosten die voortvloeien uit exogene factoren. Bestemmingsreserve meldkamer De Meldkamer Midden-Nederland zal naar verwachting in 2025 in gebruik genomen worden. Middels deze reserve worden de door het rijk en de Nationale Politie toegekende middelen ingezet als dekking voor de project- en frictiekosten. Bestemmingsreserve Omgevingswet De kosten voor de invoering van de omgevingswet worden uit deze reserve onttrokken. Door de invoering van de omgevingswet per 2024 is in 2023 € 47k onttrokken. Bestemmingsreserve hervorming OMS-stelsel De OMS-opbrengsten zijn tot en met 2021 algemeen dekkingsmiddel in de begroting van de VRU verwerkt.

De reserve OMS-fonds is in 2021 ingesteld om te voorkomen dat het wegvallen van de opbrengsten per 2022 in deze beleidsperiode doorwerkt als verhoging op de gemeentelijke bijdrage. De middelen uit de reserve worden in 2022 en 2023 ingezet om het wegvallen van de opbrengsten op te vangen. Vanaf 2024 is voor 1 miljoen structurele dekking gevonden binnen de begroting. Dit is onder andere gerealiseerd door een besparing op overhead (verkleinen van de topstructuur).Hiermee is voorkomen dat de gemeentelijke bijdrage stijgt of dat bezuinigd moet worden op onze operationele taken. 3.2.7

Voorzieningen

Tabel 41 Voorzieningen

In 2023 zijn er op basis van de regeling verlofsparen verlofuren opgenomen en gespaard. De financiële waarde van de gespaarde verlofuren zijn toegevoegd – en de opgenomen verlofuren zijn onttrokken aan de voorziening. Het financiële effect is per saldo € 125k. In 2023 is een tijdelijke regeling voor vervroegd uittreden opgenomen in de CAO. Medewerkers die gebruik maken van deze regeling ontvangen een maandelijks bedrag tot zij de AOW-leeftijd bereiken. Een aantal medewerkers maakt gebruik van deze regeling. De hieruit voortvloeiden verplichting voor 2024 en verder bedraagt € 255k. Hiervoor is geen (structureel) budget

65

opgenomen in de begroting. * € 59k is heeft een kortlopend karakter en zal in 2024 worden uitgekeerd. 3.2.8

Vaste schulden met een rente typische looptijd langer dan 1 jaar

Tabel 42 Vaste schulden langer dan één jaar

De langlopende schulden worden hoofdzakelijk gebruikt voor de financiering van de vaste activa. In 2023 zijn twee nieuwe leningen afgesloten, één langlopende lening en één kortlopende lening welke reeds is afgelost. 3.2.9 Netto-vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar De in de balans opgenomen netto-vlottende schulden met een rente typische periode korter dan 1 jaar, bestaat uitsluitend uit het crediteurensaldo. Tabel 43 Vlottende schulden korter dan één jaar

3.2.10

Overlopende passiva

Tabel 44 Overlopende passiva

Te betalen aan het Rijk Onder deze post is de afrekening van de bekostiging eerste opvang ontheemden Oekraïne opgenomen. De Minister van Justitie en Veiligheid heeft deze bijdrage aan de veiligheidsregio verstrekt. De uitkering voor VRU bedroeg € 11,9 miljoen. Hiervan is in 2023 circa € 12 door de VRU besteed. Het resterende saldo van € 65k moet conform de regeling worden terugbetaald aan het Rijk.

66

Tabel 45 Specificatie vorderingen en schulden specifieke uitkeringen

3.3

Waarborg en garanties

In 2021 is een bankgarantie verstrekt van € 56K met betrekking tot de huur van de nieuwe ademluchtbescherming-werkplaats in Houten. De bankgarantie loopt tot en met 2037.

3.4

Niet in de balans opgenomen verplichtingen

Tabel 46 Niet in de balans opgenomen verplichtingen

Huurverplichtingen Ons hoofdkantoor aan de Archimedeslaan in Utrecht is contractueel tot juli 2025 gevestigd in het Huis van de Provincie te Utrecht. De jaarlijkse huur- en servicekosten bedragen € 604k (prijspeil 2023). Vanaf medio 2022 wordt voor 15 jaar een pand in Houten gehuurd waarin de adembeschermingswerkplaats wordt gevestigd. De huur bedraagt € 229K per jaar (prijspeil 2023). Verplichtingen investeringen In het overzicht zijn grote investeringen opgenomen die reeds zijn besteld, maar waarvan de levering nog moet plaatsvinden. Niet opgenomen verlofdagen Ten aanzien van de verlofdagen zijn uitsluitend de feitelijke jaarlasten in de rekening opgenomen. Ultimo 2023 is een totaal openstaand verlofsaldo van 77.003 uur aanwezig, dit is gemiddeld 118,8 uur per FTE

3.5

Gebeurtenissen na balansdatum

Er is geen sprake van gebeurtenissen na balansdatum met een materiële impact op de jaarrekening 2023.

67

4 Wet normering topinkomens (WNT) 4.1

Bezoldiging topfunctionarissen 2023

Tabel 47 Bezoldiging topfunctionarissen

68

4.2

Onbezoldigde topfunctionarissen

Tabel 48 Toezichthoudende topfunctionarissen

69

5 Single informatie Single Audit (SISA) Figuur 9 Single Information Single Audit

70

6 Rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordelijkheid dagelijks bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het dagelijks bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het algemeen bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het algemeen bestuur op 27 maart 2023 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het algemeen bestuur bepaald en bedraagt 1% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 1,27 miljoen.

De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2023 van de Commissie BBV van november 2023.

Conclusie Het dagelijks bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens.

71

65

7 Controleverklaring van de onafhankelijke accountant CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT Aan het algemeen bestuur van gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2023 Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2023 van gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht te Utrecht gecontroleerd. Naar ons oordeel geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van zowel de grootte en de samenstelling van de baten en lasten over 2023 als van het vermogen van gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht op 31 december 2023 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De jaarrekening bestaat uit: 1. 2. 3.

4. 5.

Het overzicht van baten en lasten over 2023. De balans per 31 december 2023. De toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen, waaronder de rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur over de financiële rechtmatigheid van baten, lasten en balansmutaties over 2023. De SiSa-bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen. De bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld (bijlage 3).

De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), de Nota verwachtingen accountantscontrole 2023, het controleprotocol, het normenkader dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 6 november 2023 en het Controleprotocol Wet normering topinkomens (WNT) 2023 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’. Wij zijn onafhankelijk van gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

72

Informatie ter ondersteuning van ons oordeel Wij hebben onze controlewerkzaamheden bepaald in het kader van de controle van de jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover. Onderstaande informatie ter ondersteuning van ons oordeel en onze bevindingen moeten in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen of conclusies. Materialiteit Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 1.273.000. De bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie bedraagt voor fouten 1% en voor onzekerheden 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan reserves, zoals voorgeschreven in artikel 2 lid 1 Bado. Op basis van de Nota verwachtingen accountantscontrole 2023 hebben wij bij de controle van de SiSa-bijlage dezelfde materialiteit toegepast als bij de controle van de jaarrekening. In de Nota verwachtingen accountantscontrole 2023 zijn tevens een aantal specifieke controle- en rapportagetoleranties opgenomen, die wij hebben toegepast. Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in het Controleprotocol WNT 2023.

Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn, zoals ook bedoeld in artikel 3 Bado. Wij zijn met het algemeen bestuur overeengekomen dat wij aan u tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de € 100.000 rapporteren alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve, SiSa- of WNT-redenen relevant zijn. Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2023 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is. Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen andere informatie Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvatten de jaarstukken andere informatie, die bestaat uit: • •

Het jaarverslag, waaronder de programmaverantwoording en de paragrafen. Bijlagen 1 en 2

Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de

73

Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. Het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het jaarverslag in overeenstemming met het BBV. Verklaring betreffende overige door wet- of regelgeving gestelde vereisten Wij hebben onderzocht of de baten en lasten, alsmede de balansmutaties met betrekking tot specifieke uitkeringen als bedoeld in artikel 17 Financiële-verhoudingswet (hierna: de specifieke uitkeringen) rechtmatig tot stand zijn gekomen. In de jaarrekening is verantwoordingsinformatie opgenomen over deze specifieke uitkeringen (de SiSa-bijlage). Naar ons oordeel zijn de baten en lasten, alsmede de balansmutaties over 2023 met betrekking tot de specifieke uitkeringen in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de vereisten aan de specifieke uitkeringen bij en krachtens artikel 58a BBV en de Financiële-verhoudingswet - Regeling Informatieverstrekking SiSa.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/591/documents/18648