B1. Tegenreactie participatieraad Oudewater leerlingvervoer.pdf
Tekst van het document
Advies en reactie Participatieraad Oudewater Onderwerp: concept Verordening leerlingenvervoer gemeente Oudewater 2026 Geachte Participatieraad Oudewater, mevrouw Tissink, Allereerst wil ik u bedanken voor uw reactie op de concept verordening leerlingenvervoer Oudewater. In deze mail reageren wij op uw bevindingen en adviezen. Bij de besluitvorming zal zowel uw advies als onze reactie als bijlage worden toegevoegd voor de raad. Wij hebben uw opmerkingen bekeken en waar mogelijk verwerkt in de concept verordening. Op de opmerkingen die om meer uitleg vroegen komen wij in deze brief terug. 1. Art 3: “het passende en goedkoopste vervoer” Deze beschrijving leidt vaak tot misverstanden. Een betere omschrijving zou zijn “de meest passende en in die passende situatie de goedkoopste vorm van vervoer” Reactie: dit advies is overgenomen en opgenomen in de concept verordening. 2. Art 6.9: “De uitkomst kan afwijken” In zijn algemeenheid is het onderzoek van de toelatingscommissie degelijk, objectief en goed. Waarom gaat de gemeente nogmaals onderzoeken? Vaak nutteloze tijdsinvestering. Wij adviseren akkoord te gaan met de uitkomst van de toelatingscommissie of deze uitslag in ieder geval leidend te laten zijn. Reactie: Het advies van de toelatingscommissie is leidend. Echter, de gemeente heeft hiermee de mogelijkheid om maatwerk te bieden.
Dit kan de gemeente, doordat zij de leerling kennen, door bijvoorbeeld in overleg met ouders een vervoerstraining aan te bieden, om een leerling op termijn zelfstandig te laten reizen. 3. Art 8 punt 6 en 7: Hier is sprake van het beëindigen, opschorten, herzien van een afgesproken regeling. Het is duidelijk dat de in punt 6 en 7 genoemde situaties de veiligheid van alle betrokkenen in gevaar kunnen brengen en dus niet kunnen worden gecontinueerd. Maar vaak is het de handicap van de leerling, die dit gedrag van de leerling tot gevolg heeft. Dan biedt stoppen, opschorten, herzien, intrekken zeker geen oplossing en zou er gezocht moeten worden naar een veiliger en passend alternatief van vervoer.
Reactie: Als een leerling niet passend is in het leerlingenvervoer, dan wordt er uiteraard gezocht naar een passend alternatief, maar dit gebeurt buiten de regeling van het leerlingenvervoer. Dit doet de gemeente in overleg met het Stadsteam. 4. Art 22.1 : Naast “goedkoper” zou in deze zin ook de term “meer passend” of “aantoonbaar beter” gebruikt kunnen worden. Zie ook opmerking bij art 3. Reactie: Deze aanpassing is opgenomen in de concept verordening. 5. Art 25 en 26: In deze artikelen wordt gesproken over de vergoedingen. Deze tekst is waarschijnlijk overgenomen uit een eerdere regeling? Dit zou aangepast moeten worden, met name: “ De jaarlijkse aanpassing vanaf 1 januari 1999 ”. Dit begrijpt waarschijnlijk niemand meer… . Reactie: Om juridische redenen kan deze zin niet aangepast worden. Wij zijn het met u eens dat het een lastige zin is. 6. Verder is er de vraag of er een klachtencommissie c.q. geschillencommissie is waar ouder/verzorger van leerling/kind terecht kan. Dit zou in verordening opgenomen moeten worden. Reactie: Er is een onafhankelijk klachtenmeldpunt waar de ouder/verzorger terecht kan, dit staat vermeld in het contract met de vervoerder. Echter, deze zijn afhankelijk van het contract waar de gemeente op dat moment in zit. Dat kan dus per aanbesteding afwijken en daarom niet in de verordening worden opgenomen.
Wij hopen u met deze reactie voldoende geïnformeerd te hebben.
Met vriendelijke groet, Amber van Bergeijk