CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

B1. Programmabegroting 2026 - 2029 OW definitief.pdf

Gemeenteraad 6 november 2025, gemeente OudewaterBij agendapunt: 11: Raadsvoorstel Programmabegroting 2026-2029 Oudewater (196967)35.048 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

12 alinea's met “vreemd”: 845 4401 4553 4655 4725 4789 4790 4854 4887 4925 4958 4989

Riolering

1.303

1.326

1.117

2.4

Economische havens en waterwegen

169

168

151

btw exploitatie en op investeringen

250

204

200

Storting in de voorzienig riolering

621

441

544

2.343

2.139

2.012

Totale lasten Baten 7.2

Doorberekende kosten huisaansluitingen

6

6

22

7.2

Rioolheffingen woningen

2.337

2.133

1.990

Totale baten

2.343

2.139

2.012

Saldo (=mutatie reserve; min = onttrekking) Kostendekkendheidsgraad

56

€0

€0

€0

100%

100%

100%

De lasten nemen toe door de hogere extracomptabele doorbelastingen conform de BBV en de financiële verordening. Dit betreft met name de hogere doorbelasting van de btw op baggeren. De baten daarentegen stijgen conform nieuw vast te stellen GWK met 5% naast de index van 3,5%. Dit resulteert in de volgende mutaties van de Voorziening riolering cf. raadsbesluit GWP Oudewater : (stand per 1-1-2025 € 5.238.000 ) 2026

storting

€ 419

2027

storting

€ 443

2028

storting

€ 483

2029

storting

€ 485

Oudewater heeft gekozen voor een grote stijging van de rioolheffing in de eerste jaren, zodat de rioolheffing daarna nagenoeg gelijk kan blijven. Het gevolg hiervan is dat de Voorziening riolering fors toeneemt om latere investeringen te dekken.

C. Rechten In onderstaande tabellen is voor de verschillende rechten opgenomen wat de begrote baten en lasten zijn en wat de kostendekkendheid is. Nagestreefd wordt een kostendekkendheidsgraad van 100%. Zichtbaar is dat dit voor een aantal tarieven nog niet is gerealiseerd. Ad 1 Leges burgerzaken Onder de naam ‘leges’ wordt een aantal verschillende rechten geheven ‘ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten’. Sommige leges zijn niet voor 100% kostendekkend omdat er voorgeschreven wettelijke tarieven zijn (voorbeelden: uittreksels burgerlijke stand, reisdocumenten en rijbewijzen). Taak-

Begroting

Begroting

Rekening

veld

2026

2025

2024

Burgerzaken

549

530

553

Totale lasten

549

530

553

Baten

206

190

225

€ x 1.000

-€ 343

-€ 340

-€ 328

Kostendekkendheidsgraad

38%

36%

41%

Lasten 0.2

0.2

Saldo

Ad 2 Begrafenisrechten Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats.

57

Taak-

Begroting

Begroting

Rekening

veld

2026

2025

2024

Lasten 7.5

Begraafplaatsen

2

37

2

7.5

Baten

4

4

7

€ x 1.000

€2

-€ 33

€5

Kostendekkendheidsgraad

200%

11%

350%

Saldo

nl : in 2023 heeft de overdracht van de aula plaatsgevonden.

Nb: in 2025 eenmalig extra budget van 35 k voor vervolgonderzoek begraafplaatsen en actualiseren begraafplaatsinformatie en administratie. De kostendekkendheid lijkt > 100% , dat is in de praktijk niet zo aangezien de kosten van de gemaakte uren van de buitendienst verwerkt zitten in de post 'dienstenovereenkomst Woerden'. Ad 3 Marktgelden Onder de naam marktgeld wordt een recht geheven voor het innemen van een standplaats. Begrotingstechnisch zijn er geen bijzonderheden t.o.v. 2025. Als de markt maximaal bezet is, is er sprake van kostendekkendheid. Taak-

Begroting

Begroting

Rekening

veld

2026

2025

2024

Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen

48

47

52

Totale lasten

48

47

52

Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen

29

28

23

Totale baten

29

28

23

€ x 1.000

-€ 19

-€ 19

-€ 29

Kostendekkendheidsgraad

60%

60%

44%

Lasten 3.3

Baten 3.3

Saldo

Ad 4 Bruggelden De doorvaart van de Hoenkoopse brug is per vaartuig verhoogd van € 3,-- naar € 4,--. Met de opbrengst hiervan wordt een deel van de brugbediening door medewerkers van Ferm Werk bekostigd. Taak-

Begroting

Begroting

Rekening

veld

2026

2025

2024

Verkeer en vervoer

49

49

59

Totale lasten

49

49

59

Baten

18

13

16

€ x 1.000

-€ 31

-€ 36

-€ 43

Kostendekkendheidsgraad

37%

27%

27%

Lasten 2.1

2.4

Saldo

58

Ad 5 Omgevingsvergunningen Binnen het taakveld omgevingsvergunning is de kostendekkendheid afhankelijk van de baten. Temporisering van de baten levert een lagere kostendekkenheid. Echter, hogere baten zijn meestal gekoppeld aan een grotere werklast, wat uiteindelijk kan leiden tot meer capaciteitsinzet. Gevolg hiervan is dat de kostendekkendheid dan niet wordt verhoogd maar gelijk blijft. Taak-

Begroting

Begroting

Rekening

veld

2026

2025

2024

Wonen en bouwen

787

876

514

Totale lasten

787

876

514

Wonen en bouwen

412

398

523

Totale baten

412

398

523

€ x 1.000

-€ 375

-€ 478

€9

Kostendekkendheidsgraad

52%

45%

102%

Lasten 8.3

Baten 8.3

Saldo

D. Vergelijking met andere gemeenten Belastingsoort 2025

Oudewater

Woerden

BodegravenReeuwijk

Montfoort

De Ronde Venen

OZB woningen

0,1163%

0,1162%

0,1242%

0,1099%

0,0726%

OZB niet-woningen

0,6098%

0,6609%

0,6792%

0,6984%

0,4898%

Eenpersoonshuishouden

€ 269

€ 262

€ 277

€ 244

€ 288

Meerpersoonshuishouden

€ 298

€ 323

€ 340

€ 398

€ 388

€ 409

€ 315

€ 368

€ 322

€ 244

Afvalstoffenheffing

Rioolheffing

59

PARAGRAAF 2 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Wat is het doel van deze paragraaf? De financiële positie van een gemeente bestaat uit de exploitatie en het eigen vermogen. Het niet geoormerkte vermogen (= weerstandsvermogen) is van belang om te bepalen of de gemeente financieel gezond is, hetgeen (mede) afhankelijk is van het risicoprofiel. Voor het beoordelen van de financiële positie is daarom inzicht nodig in de omvang en achtergronden van de risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit. De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in het vermogen van de gemeente Oudewater om niet gedekte risico’s op te vangen.

Wettelijk kader en gemeentelijk beleid Wettelijk kader De gemeente heeft voor wat betreft het weerstandsvermogen en risicobeheersing met een aantal wetten en toezichthoudende partijen te maken: Gemeentewet, het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), Rijk, provincie Utrecht en accountant. De informatie in deze paragraaf is vooral gebaseerd op het BBV. Hierin staat dat in deze paragraaf een inventarisatie van de weerstandscapaciteit, een inventarisatie van de risico's en het beleid over de weerstandscapaciteit en de risico’s moet worden opgenomen. Gemeentelijk beleid Hoe we omgaan met risico’s en de bepaling en aanwending van het weerstandsvermogen hebben we vastgelegd in de Financiële Verordening. De recentste versie van dit document is door de raad vastgesteld in april 2025. Ons beleid is erop gericht om goed zicht te hebben op de risico’s die het behalen van onze doelstellingen in de weg kunnen staan. De risico’s die we onderkennen worden geanalyseerd en afhankelijk van het type risico worden beheersmaatregelen opgesteld en uitgevoerd. Dit proces is cyclisch opgebouwd en maakt onderdeel uit van ons planning-en-control-instrumentarium. Over de aanwending van de weerstandscapaciteit bepaalt ons beleid: •

Voor zover mogelijk treffen we maatregelen ter beperking van de schade.

•

Voor zover de schade niet kan worden beperkt, analyseren we in hoeverre de kosten kunnen worden betaald uit de daarvoor bedoelde programmabudgetten. Dit geldt ook voor de kosten die verbonden zijn aan het treffen van de maatregelen.

•

Als dat niet mogelijk of bestuurlijk ongewenst is, wordt een beroep gedaan op de aanwezige weerstandscapaciteit.

Beschikbare weerstandscapaciteit Zoals er sprake is van incidentele en structurele risico’s, zo is ook sprake van incidentele en structurele weerstandscapaciteit. In onderstaande tabel is opgenomen welke onderdelen kunnen worden onderscheiden binnen onze gemeente en in hoeverre deze structureel of incidenteel zijn. Conclusie op basis van dit overzicht is dat er aanmerkelijk meer incidentele dan structurele risicodekking is. Dit is geen probleem. Bij de kwantificering van de risico’s wordt hier rekening mee gehouden door structurele risico’s dubbel te laten meetellen. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat binnen een tijdsbestek van drie tot vier jaar een structureel risico kan worden opgevangen, waarbij in het eerste jaar de impact 100% bedraagt, in het tweede jaar 75%, in het derde jaar 25% en in het vierde jaar 0%.

60

Bedragen x € 1.000

Rekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Algemene reserve

incidenteel

7.806

7.863

8.877

8.884

8.891

8.898

Reserve Sociaal Domein

incidenteel

450

-

450

450

450

450

Stille reserves

incidenteel

-

-

-

-

-

-

Onbenutte belastingcapaciteit

structureel

264

264

700

700

700

700

Onvoorzien

structureel

-

-

-

-

-

-

Totaal

8.520

8.127

10.027

10.034

10.041

10.048

Totaal

Op de tabel is de volgende toelichting te geven: •

Algemene reserve. De incidentele weerstandscapaciteit van de gemeente Oudewater wordt hoofdzakelijk gevormd door de Algemene Reserve. Andere reserves worden niet meegerekend, omdat hiervoor een bestemming in de begroting is opgenomen. Uitzondering is de reserve Sociaal Domein.

•

Stille reserves. De stille reserves van de gemeente Oudewater worden vanwege hun speculatieve karakter op 0 gewaardeerd.

•

Onvoorzien. Ter dekking van onvoorziene begrotingsuitgaven in de loop van het jaar werd t/m 2024 in de begroting een budget onvoorzien opgenomen.

•

Onbenutte belastingcapaciteit. Deze indicator geeft aan in welke mate wij risico's op kunnen vangen door belastingen te verhogen en zo dus de inkomsten te verhogen. Daarbij maken wij gebruik van de zogenoemde artikel 12-norm. Dit is de norm die het Rijk aangeeft tot welk bedrag de OZB kan worden verhoogd op het moment dat een gemeente in de financiële problemen komt. De berekening ziet er als volgt uit:

Bedragen x € 1.000

Baten begroting 2026

Tarief OZB

Totale WOZ-waarde

Eigenaren woningen

2.383

0,1087%

2.192.272

Eigenaren niet-woningen

673

0,3439%

195.696

Gebruikers niet-woningen

446

0,2756%

Totale baten

3.502

Art.12-norm

0,1648%

Maximale baten (0,1595% x totale WOZ-waarde)

161.829 2.549.797

4.202

Onderdekking rioolheffing

-

Onderdekking afvalstoffenheffing

-

Onbenutte ruimte (maximale totale baten)

700

Risico's De risicopositie van de gemeente wordt bepaald door de risico’s te kwantificeren op basis van de kans dat het risico zich voordoet en de financiële impact van het risico. Voor de beoordeling van de kans is de onderstaande schaalindeling gehanteerd: Risico

Omschrijven als

Geschatte kans van voorkomen

Zeer klein

Zeer onwaarschijnlijk

5%

Klein

Onwaarschijnlijk

25%

Gemiddeld

Aannemelijk

50%

Groot

Waarschijnlijk

75%

Zeer groot

Zeer waarschijnlijk

95%

Per risico is de maximale financiële impact en de kans dat het risico zich kan voordoen ingeschat. Het weerstandsvermogen dient om risico’s af te dekken waarvoor nog geen voorziening is getroffen of waarvoor geen verzekering is afgesloten. De risico’s zijn navolgend gekwantificeerd en toegelicht.

61

Program- Omschrijving ma

6

Toelichting

Beheersmaatregel

Maat- Impact Kans I/S Kans x regel (Bedrag * omvang uitge- x € (Bedrag voerd 1.000) x€ 1.000)

Grondexploitaties

Binnen de grondexploitaties Projectbeheersing van de bestaan risico's op o.a. grondexploitaties, sturing op de kostenstijgingen, lagere (financiële) uitkomst. opbrengsten en langere exploitatieperiodes. In het MPG (Meerjarenperspectief Grondbedrijf) zijn deze risico's via een Monte Carlo simulatie berekend. (n.b. omdat er op dit moment maar één lopende grondexploitatie is, Tappersheul, met een verwachte ruim positieve uitkomst, is het risico op nihil gesteld).

Ja

2 en 6

Urenschrijven

In de begroting rekenen wij met een bepaald aantal uren dat declarabel is op investeringen, kostenverhaal en projecten. Het risico is aanwezig dat minder declarabele uren gemaakt worden dan begroot.

Opstellen teamplannen, sturing op declarabele uren en herijking van werkzaamheden.

Nee

400 75% S

600

3

Maatwerk jeugd

Toenemende kosten jeugdzorg Beheersing via periodieke Doordat jeugdzorgtaken ‘open monitor sociaal domein. Bij einde regelingen’ zijn, is geen afwijkingen worden zo mogelijk zekerheid te krijgen en geen maatregelen getroffen om de grens te stellen aan het aantal kostenstijging te beperken. aanvragen voor ondersteuning. Een specifieke oorzaak voor dit risico is dat andere organisaties dan de gemeenten (mn SAVE en de huisartsen) jeugdigen kunnen indiceren voor hulpverlening. Ook speelt hier de beperkte beschikbaarheid van aanbieders een rol, wat een opwaarts effect kan hebben op de tarieven.

Ja

400 50% S

400

3

WMO

Toenemende kosten door vergrijzing en door de aanzuigende werking door het abonnementstarief.

Mogelijke maatregel in het volume van de verstrekking, aantal uur per week dat Huishoudelijke hulp verstrekt wordt. Onderzoeken welke ruimte de wet biedt. Andere maatregelen onderzoeken met sociaal team.

Nee

400 50% S

400

2

IBOR - Riolering

IBOR budgetten zijn mogelijk ontoereikend bij noodzakelijk onderhoud.

Het mogelijk aanvullend benodigde onderhoudsbudget kan worden bijgeraamd in de begroting ten laste van de Algemene Reserve. Binnen de financiële spelregels is hiervoor ruimte.

Ja

200 75% S

300

5

Zwembad

Hogere kosten voor nieuw zwembad door gestegen prijzen en vertraging project

Afspraken met SBZO

Nee

400 50%

I

200

7

Wethouderspensioenen De benodigde voorziening voor Geen wethouderspensioenen wordt actuarieel berekend en is sterk afhankelijk van de renteontwikkelingen. Een rentedaling kan zorgen dat een aanvullende storting nodig is om de voorziening voor wethouderspensioenen weer op het benodigde niveau te krijgen.

Nee

160 50% S

160

62

0

Program- Omschrijving ma

63

Toelichting

Beheersmaatregel

Maat- Impact Kans I/S Kans x regel (Bedrag * omvang uitge- x € (Bedrag voerd 1.000) x€ 1.000)

2

IBOR - Meldingen Openbare Ruimte

De toename in meldingen 1. Maatregelen voor het inlopen hebben een negatief effect op de van achterstanden in onderhoud effectieve inzet van middelen en per beheerdiscipline. personeel. Inzet van geld en 2. Communicatie over capaciteit voor meldingen heeft vertragingen en een negatief effect op de capaciteitsproblemen, om beschikbare middelen voor dubbele meldingen te regulier onderhoud. voorkomen.

Nee

80 75% S

120

3

Werk en inkomen

Doordat de door de gemeente * Adequaat begroten door zowel uitgevoerde taken op het gebied Ferm Werk als gemeente van werk & inkomen ‘open einde * juiste ervaringscijfers genereren regelingen’ zijn, is geen * prognoses opstellen zekerheid te krijgen en geen * juiste informatie verwerven over grens te stellen aan het aantal arbeidsmarktontwikkelingen en aanvragen om voor een uitkering instroom statushouders in aanmerking te komen. * actuele budgetoverzichten Daarnaast wordt begroot op bijhouden basis van een BUIG-budget dat * krachtige inzet op wij van het rijk ontvangen in april uitstroombeleid via van het voorgaande jaar. Dit prestatieafspraken en de wordt nadien nog 3x bijgesteld opgaven werk & inkomen en tot het definitieve bedrag. Dit kan integratie statushouders zowel positief als negatief * scherpe analyse van de uitvallen. kwartaalrapportages van FermWerk

Ja

120 50% S

120

1

Personeel en Organisatie

Kwalitatieve en/of kwantitatieve Constante aandacht van het mismatch tussen gevraagde management voor omvang en de omvang en competenties van de kwaliteit van de formatie en formatie ten opzichte van de sturing op inhuur. aanwezige omvang en Opleidingsmogelijkheden bieden, competenties. Ook ziekteverzuim zoals via de Groene Hart leidt tot hogere uitval van academie. medewerkers. Dit kan ook leiden tot hoge kosten voor inhuur.

Ja

80 50% S

80

7

Rente

Bij crisis/ inflatie is er kans op Temporiseren of verminderen een rentestijging hetgeen van investeringen en/of uitgaven. gevolgen heeft voor de begroting

Nee

80 50% S

80

1

Continuiteit ICT voorzieningen

Externe aanvallen (Hacking / 1. Aandacht voor gevaren van DDOS-aanvallen), bijv. phishingmails in de stroomstoringen. ICT architectuur organisatie. 2. is kwetsbaar met als gevolg een Uitwijkmogelijkheden inrichten 3. instabiele of niet werkende Analyse van ICT-architectuur 4. netwerkomgeving. Continuïteit Meer samenwerken in plaats van van dienstverlening en zelf ontwikkelen. 5. Crisisplan werkprocessen komt hiermee in schrijven en oefenen crisis. 6. gevaar. Aanpakken kwetsbaarheden.

Ja

160 50%

I

80

4

Onderwijshuisvesting

De gemeente heeft een wettelijke Indien een aanvraag wordt financiele taak ten aanzien van ingediend om de vergoeding van het herstel van constructiefouten de herstelkosten van de in schoolgebouwen. Als bij de constructiefouten: onderzoek bouw van nieuwe naar de vraag of er inderdaad schoolgebouwen sprake is van sprake is van constructiefouten. constructiefouten; dit kan Daarnaast onderzoek naar de (financiele) consequenties voor verhaalbaarheid van de kosten de gemeente hebben. op aannemer, architect en/of eventuele rechtsopvolgers. Ook onderzoek naar de rol en de verantwoordelijkheid van de school als bouwheer en van de rol van de gemeente.

Nee

200 25%

I

50

7

Gemeentefonds

De Algemene Uitkering kan hoger of lager uitvallen. In de praktijk blijkt de Algemene Uitkering aan grote schommelingen onderhevig is. Doordat de Algemene Uitkering

Nee

400 5%

S

40

Geen beheersmaatregel, wel periodieke monitoring bij verschijnen nieuwe circulaires.

Program- Omschrijving ma

Toelichting

Beheersmaatregel

Maat- Impact Kans I/S Kans x regel (Bedrag * omvang uitge- x € (Bedrag voerd 1.000) x€ 1.000)

vanaf 2028 verlaagd wordt, wordt de kans op een nóg verdere verlaging zeer klein geschat. 6

Claims ivm ruimtelijke ontwikkelingen

Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen leiden tot claims bij de gemeente, die niet altijd verlegd kunnen worden naar ontwikkelende partijen.

Geen

Nee

80 50%

I

40

7

Leningen / Garantiestellingen

De gemeente staat garant voor Geen leningen aan instellingen met een maatschappelijk belang. Uitstaande leningen worden mogelijk niet terugbetaald of uitstaande garanties worden aangesproken doordat de betreffende partij in financiële problemen komt. Een groot deel van de garantiestellingen heeft betrekking op leningen aan woningcorporaties die via het WSW worden geborgd. Als gemeente hebben wij hierbij een achtervangpositie.

Nee

400 5%

I

20

2

IBOR - Openbare verlichting

Het verlichtingsareaal is sterk verouderd en de constructieve veiligheid is niet inzichtelijk.

Nee

80 25%

I

20

Juridische kwaliteit van het Geen handelen van de gemeente voldoet niet; kwaliteitsnormen worden niet altijd gehaald en regelgeving is niet (volledig) actueel, de gemeente voldoet niet aan alle wet- en regelgeving door achterstand implementatie wet- en regelgeving. Geen/minimale inzet op juridische kwaliteitszorg

Nee

80 25%

I

20

Overhead Juridische zaken

Lichtmasten ouder dan 40 jaar worden op sterkte gemeten obv een z.g.n. rotatie-meting. Op basis van inspectie wordt een vervangingsprogramma voor geheel OVL-areaal opgesteld en daarna uitgevoerd.

6

Legesopbrengsten

Teruglopende bouwactiviteiten of Geen uitstel van projecten kunnen leiden tot lagere opbrengsten van bouwleges.

Nee

80 25%

I

20

2

IBOR - Elektrische installaties

De elektrische installaties van de Geen gemeente (ook buiten IBOR) zijn niet aantoonbaar elektrisch veilig. Veilig werken cf. de regelgeving is niet mogelijk doordat geen Installatieverantwoordelijke binnen de gemeente is aangewezen en er geen handboek voor aanwezig is.

Nee

200 5%

S

20

Subtotaal risico’s groter dan of gelijk aan € 100.000 Subtotaal risico’s kleiner dan € 100.000 Totaal risico’s

2.770 100 2.870

Fraude- en continuïteitsrisico’s Net als elke organisatie loopt ook de gemeente Oudewater een risico op fraude. Hiervoor is een frauderisicoanalyse uitgevoerd en wordt in de organisatie aandacht besteed aan het onderwerp integriteit.

64

Het continuïteitsrisico is beperkt door het 'vangnet' van een artikel-12 status. Hierdoor is het niet mogelijk voor een gemeente om failliet te gaan. De ontwikkeling van de schuldquote en het structurele begrotingssaldo blijven in dit kader wel een punt van aandacht.

Weerstandsvermogen Het is van belang te weten of sprake is van een toereikend weerstandsvermogen. Aangezien het risicoprofiel bekend is, kan een relatie worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De verhouding tussen beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit wordt ook wel het weerstandsvermogen genoemd. Deze wordt als volgt berekend: Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit / benodigde weerstandscapaciteit. Het totaalbedrag aan kwantificeerbare risico’s bedraagt € 2.870.000. Het is te verwachten dat het jaarlijkse totaal berekende bedrag aan risico’s fluctueert. In de Financiële Verordening is een bandbreedte afgesproken. Die bandbreedte is: •

minimaal de totale netto waarde van de geïnventariseerde (rest)risico’s (dit zijn de risico’s waarvoor geen voorziening of vereveningsreserve in het leven is geroepen) en

•

maximaal de totale netto waarde van de geïnventariseerde (rest)risico’s vermenigvuldigd met een onzekerheidsfactor van 1,43. Deze onzekerheidsfactor gaat ervan uit dat de geïnventariseerde (rest)risico’s 70% van de totale risico’s vormen.

Wanneer de ratio weerstandsvermogen minder dan 1,0 bedraagt, is een gemeente kwetsbaar. De gemeente beschikt dan niet over voldoende capaciteit om de geïdentificeerde risico’s af te dekken. Er kunnen zich echter onvoorziene situaties voordoen waarbij een gemeente binnen één jaar meerdere tegenslagen heeft te verwerken, ook al was de kans daarvoor laag ingeschat. Het spreekt voor zich dat hoe hoger het weerstandsvermogen is, hoe meer (onvoorziene) tegenvallers opgevangen kunnen worden. Echter, ook een groot weerstandsvermogen is niet altijd ideaal. Wanneer de ratio hoog oploopt kan men zich afvragen of de gemeente dit geld ook niet voor andere doeleinden zou kunnen inzetten, bijvoorbeeld voor de uitvoering van nieuw beleid. Een ratio van 1,0 wordt in termen van risicomanagement overigens gekwalificeerd als voldoende. Wij streven naar een weerstandsvermogen van 1,0 t.o.v. de geïdentificeerde netto risico's die niet worden gedekt door bestemmingsreserves of voorzieningen. Indien de ratio op enig moment buiten de toegestane ondergrens komt, doet het college zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen één jaar, een voorstel om het beschikbare weerstandsvermogen te verhogen. De verhouding tussen de risico’s en de benodigde weerstandscapaciteit binnen de afgesproken bandbreedte staat in de tabel hieronder.

Uit de tabel blijkt dat er voldoende dekking is voor de risico’s vanuit de beschikbare weerstandscapaciteit, gemeten naar de huidige afspraken omtrent de bandbreedte. Het weerstandsvermogen bedraagt 3,5. Dit voldoet ruim aan het minimumniveau zoals vastgelegd in de Financiële Verordening. Bedragen x € 1.000

Rekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Beschikbare weerstandscapaciteit

8.520

8.127

10.027

10.034

10.041

10.048

Ondergrens benodigde weerstandscapaciteit

4.095

4.295

2.870

2.870

2.870

2.870

Bovengrens benodigde weerstandscapaciteit (risico's x 1,4%)

5.733

6.142

4.018

4.018

4.018

4.018

2,1

1,9

3,5

3,5

3,5

3,5

Weerstandsvermogen ondergrens

65

Kengetallen Financiële positie Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans. Zij kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een gemeente. Daarom schrijft het Besluit begroting en verantwoording (BBV) voor dat de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen bevat: a. 1) netto schuldquote en 2) de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen b. solvabiliteitsratio c. grondexploitatie d. structurele exploitatieruimte e. belastingcapaciteit Kengetal

Rekening 2024

Begroting Actueel 2025 Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

a1. netto schuldquote

73%

127%

98%

116%

116%

127%

117%

a2. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

72%

126%

97%

115%

115%

126%

116%

b. solvabiliteitsratio

22%

14%

19%

17%

17%

16%

17%

c. grondexploitatie

12%

13%

14%

4%

-5%

-5%

-4%

d. structurele exploitatieruimte

5,2%

1,7%

1,1%

1,2%

1,8%

-0,5%

0,4%

e. belastingcapaciteit

128%

128%

123%

119%

119%

119%

119%

Aan de kengetallen zijn door de toezichthouder geen normen verbonden, maar ze hebben wel een signaleringswaarde. Deze signaleringswaarden zijn als volgt: Signaleringswaarden

Minste risico

Neutraal

Meeste risico

a1. netto schuldquote

< 90%

90 - 130%

> 130%

a2. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

< 90%

90 - 130%

> 130%

b. solvabiliteitsratio

> 50%

20 - 50%

< 20%

c. grondexploitatie

< 20%

20 - 35%

> 35%

d. structurele exploitatieruimte

> 0%

0%

< 0%

e. belastingcapaciteit

< 95%

95 - 105%

> 105%

De kengetallen geven inzicht in de (ontwikkeling van de) financiële positie van de gemeente. Ze maken onder meer inzichtelijk(er) over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Daarnaast geven ze inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid van de gemeente. Hieronder wordt per kengetal uitgelegd welke verhouding wordt uitgedrukt en hoe het betreffende kengetal zich ontwikkelt. In totaliteit geven deze indicatoren het beeld dat de financiële situatie zorgelijk is. a. netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de financiële positie drukken. De streefwaarde voor de netto schuldquote bedraagt 90% en de tweede signaalwaarde is 130%. Wanneer de netto schuld groter is dan 130% van de inkomsten, is sprake van een erg hoge schuld. De schuldquote overschrijdt de streefwaarde maar blijft binnen de tweede signaalwaarde. De schuldquote zal de komende jaren verder toenemen en in 2026 uitkomen op 117%. Het investeringsvolume is t.o.v. de meerjarenbegroting 2025-2028 gereduceerd, wat een gunstig effect heeft op de schuldquote. b.

solvabiliteitsratio Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te

66

voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Bij een solvabiliteitsratio lager dan 20% (signaalwaarde) heeft een gemeente haar bezit zwaar belast met een schuld. De solvabiliteitsratio ligt met 17% in 2026 onder de norm. Ook de komende jaren blijft de solvabiliteitsratio onder deze (bodem)signaalwaarde. Dit wordt met name veroorzaakt doordat het balanstotaal van de gemeente toeneemt (als gevolg van het relatief hoge investeringsniveau dat (nagenoeg) volledig met externe leningen gefinancierd zal moeten worden. c. grondexploitatie Dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde van de in exploitatie genomen bouwgronden) is ten opzichte van de totale jaarlijkse baten. Het geeft aan of een gemeente veel geld heeft geïnvesteerd in haar grondexploitatie. Dit geld moet namelijk nog worden terugverdiend vanuit grondverkopen. Een grondexploitatie van 20% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. De boekwaarde van de in exploitatie genomen gronden van de gemeente blijven ruim binnen dit percentage. d. structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan in welke mate de structurele lasten van de gemeente worden gedekt door structurele baten. Een kengetal van 0% of hoger geeft aan dat er sprake is van een structureel sluitende begroting.

Een negatief kengetal betekent dat het structurele deel van de baten in de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. In de jaren 2026, 2027 en 2029 ligt dit kengetal boven 0%. Voor 2028 is geen sprake van een structureel sluitende begroting. e. Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. Een laag percentage betekent dat de gemeente in principe meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt, is een politieke beleidskeuze. Een kengetal boven de 100% kan een indicatie geven van de mate waarin de gemeente voor het structureel kunnen dekken van de begroting afhankelijk is van de eigen belastingbaten. Dit is echter niet alleen bepalend. Met name de eventueel nog beschikbare ruimte in de onbenutte OZB-belastingcapaciteit geeft aan of er nog ruimte is voor verhoging van de OZB-baten.

67

PARAGRAAF 3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN Wat is het doel van deze paragraaf? De gemeente Oudewater heeft de openbare ruimte in beheer. In die ruimte vindt een groot aantal activiteiten plaats, zoals wonen, werken en recreëren. Voor die activiteiten bestaat de openbare ruimte uit een aantal kapitaalgoederen op gebied van infrastructuur (wegen, water, riolering, kunstwerken), voorzieningen (groen, verlichting, sportfaciliteiten) en gebouwen. Al deze kapitaalgoederen dienen onderhouden te worden. Gezien de duurzaamheid van de kapitaalgoederen is dat een taak die continu budgettaire middelen vergt. Doel van deze paragraaf is om daar inzicht in te geven en het kader te schetsen voor zes hoofdonderwerpen: integraal beleid openbare ruimte (o.a. wegen, groen, kunstwerken en meubilair), riolering, baggeren, sportvelden en gebouwen.

Wettelijk kader en gemeentelijk beleid Integraal beheer openbare ruimte Het model Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) vormt de basis van het integrale gemeentelijk beleid voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Het model gaat in de basis uit van het bekende onderstaande model waarbij aan drie verschillende knoppen wordt gedraaid. Alle drie houden direct verband met elkaar, dus draai je aan een ervan dan bewegen de andere twee mee.

Om de knop Kwaliteit te definiëren wordt gebruikgemaakt van de landelijke richtlijnen van het CROW. De Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van het CROW beschrijft, met zogenoemde Beeldmeetlatten, verschillende onderhoudsniveaus voor objecten in de openbare ruimte. Om de beeldkwaliteit helder te beschrijven, is gekozen voor vijf onderhoudsniveaus. De vijf niveaus variëren van zeer hoog (A+) tot zeer laag (D). Deze beeldmeetlatten zijn onder te verdelen in de thema’s: •

Schoon: het gaat er hierbij om of de openbare ruimte schoon en netjes is.

•

Heel en veilig: het gaat er hierbij om of er schades in de openbare ruimte aanwezig zijn. Deze schades kunnen invloed hebben op de uitstraling (heel) en/of de bruikbaarheid (veilig) van de openbare ruimte.

Beleid en belangrijkste projecten per hoofdonderwerp In 2026 ondernemen we stappen om te gaan werken met de beleidsinstrumenten onder de Omgevingswet. We maken de overstap van sectorale en thematische beleidsplannen naar integrale omgevingsprogramma’s. De omgevingsprogramma’s komen voort uit de ambities en opgaven die zijn benoemd in de Omgevingsvisie. Zo wordt er gewerkt aan één integraal omgevingsprogramma voor de thema’s water, groen, bomen, ecologie en klimaatadaptatie. Terwijl er wordt gewerkt aan het opstellen van nieuwe omgevingsprogramma’s, blijven we werken met de huidige vigerende beleids- en beheerplannen: •

68

Actieplan Klimaatbestendig Oudewater 2050

•

Gemeentelijk Waterbeleidsplan (GWP) 2020 – 2024

•

Nota Openbare Speelruimte 2013

•

Meerjaren onderhoudsplan gemeentelijke gebouwen (MOP)

•

Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR)

•

Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Oudewater 2025

Kwaliteitsniveaus vertaald naar de begroting De kwaliteitsniveaus zijn in financiële zin gedeeltelijk vertaald in de begroting (zie ook

programma 2). In 2026 wordt de Herijking IBOR opgestart. Met dit traject moet de kosten en ambities voor de lange termijn in samenhang worden gebracht. De hierna volgende tabel geeft weer wat in 2026 de budgetten zijn voor onderhoud (interne uren en derden), overig (kapitaallasten, belastingen etc.) en welke beschikbaar zijn voor vervanging en reconstructie. De vervangings- en reconstructiemaatregelen worden daarbij gedeeltelijk via investeringen gefinancierd. Daarnaast zijn investeringen opgenomen die worden afgeschreven. In de tweede kolom staan de investeringen 2026. BEGROTING 2026

Onderhoud 2026

Kapitaallasten 2026

Totaal exploitatie 2026

Vervanging/ reconstructie

1-Verhardingen

€ 2.201

A) IBOR

€ 1.096

€ 390

€ 1.486

1-Gladheidbestrijding

€ 66

€ 10

€ 76

€0

2-Groenvoorziening

€ 363

€ 79

€ 442

€ 85

2-Onkruidbestrijding

€ 150

€0

€ 150

€0

2-Speelvoorzieningen

€ 12

€ 23

€ 35

€ 43

3-Straatmeubilair

€ 44

€0

€ 44

€0

3-Elektrakasten

€0

€5

€5

€0

3-Verlichting

€ 339

€ 90

€ 429

€ 305 €0

4-Beschoeiingen/kademuren 5-Civiele kunstwerken Subtotaal

€0

€ 258

€ 258

€ 193

€ 125

€ 318

€0

€ 2.263

€ 980

€ 3.243

€ 2.634

B)

Riolering

€ 1.662

€ 256

€ 1.918

€ 3.115

C)

Baggeren

€ 186

€0

€ 186

€0

D)

Sportvelden (complex)

€0

€0

€0

€0

€ 4.111

€ 1.236

€ 5.347

€ 5.749

Totaal x 1.000 euro

Overzicht hoeveelheden In de onderstaande tabel treft u een overzicht van de actuele omvang van het areaal (onderscheid in beheeronderdelen). Bij het onderhoud van de openbare ruimte wordt als CROW beeldkwaliteitsniveau B of wettelijke zorgplicht aangehouden.

69

Type asset

Omvang (indicatie)

Verharding

590.000 m2

CROW Beeldkwaliteit B

Beplanting

103.000 m2

Zorgplicht

8.000 stk

Zorgplicht

Bomen Bruggen en steigers Gras

57 stk

Kwaliteitseis

CROW Beeldkwaliteit B voor rijbaan als onderdeel van verharding

543.000 m2

Zorgplicht

Inrichtingselementen

3.000 stk

Zorgplicht

Kademuren en damwanden

1300 meter

Zorgplicht

onbekend meter

Zorgplicht

Lichte beschoeiingen Markt- en Evenementenkasten

1 stk

Zorgplicht

2700 stk

Zorgplicht

Openbare verlichting elektrakasten

23 stk

Zorgplicht

Speeltoestellen

117 stk

Zorgplicht

Openbare Verlichting

Belangrijkste aandachtspunten ad A - IBOR 1. Verharding, straatreiniging en gladheidsbestrijding Voor het wegenonderhoud wordt het benodigde onderhoud bepaald op basis van de laatste inspectiegegevens uit 2024. Het streven is om het wegenareaal op kwaliteitsniveau B/C onderhouden. Het wegenonderhoud wordt zo goed mogelijk afgestemd op het onderhoud van de rest van de openbare ruimte (groen, civiele kunstwerken, beschoeiingen en riolering). Hierbij wordt zo veel mogelijk gewerkt middels het principe 'werk met werk maken'. 2. Groen en speelvoorzieningen Ook voor het onderhoud van het groen en de speelvoorzieningen gelden de beleidskaders vanuit het IBOR. Groen: Het groen wordt onderhouden op basis van een vastgestelde frequentie uitgevoerd. Er zijn wensen om het groenbeheer nader te onderzoeken en hier een heroverweging qua kwaliteitsniveau en ecologische waarde op te doen. Speelplaatsen: Het regulier onderhoud van de speelplaatsen vindt plaats conform de doelstellingen vanuit IBOR en op basis van de Nota Openbare Speelruimte uit 2013. 3. Overig meubilair en Openbare verlichting Overig meubilair: Het overige meubilair wordt onderhouden conform de doelstellingen vanuit IBOR. Bij vervanging wordt indien mogelijk gekozen voor een circulaire en modulaire invulling. Openbare verlichting: Sinds 2025 is de openbare verlichting in eigendom van de gemeente.

Het onderhoud onder leiding van de gemeente is in dat jaar opgestart. De vervanging van het verouderde areaal moet in 2026 vorm krijgen. 4. Beschoeiingen/kademuren Onderhoud en vervanging worden ingepland op basis van inspectie en de kwaliteitsdoelstellingen vanuit IBOR. 5. Civiele kunstwerken Onderhoud en vervanging worden ingepland op basis van inspectie en de kwaliteitsdoelstellingen vanuit IBOR. ad B - Riolering Eind 2024 is begonnen met het opstellen van een nieuw omgevingsprogramma voor de thema’s water, riolering en klimaatadaptatie. In dit nieuwe omgevingsprogramma worden de ambities en maatregelen van het Gemeentelijk Waterbeleidsplan 2020-2024 en het Actieplan Klimaatbestendig Oudewater 2050 verwerkt tot één integraal omgevingsprogramma. Het nieuwe

70

omgevingsprogramma omschrijft de invulling van het gemeentelijk waterbeheer, bevat de maatregelen die genomen moeten worden om de gemeente Oudewater klimaatbestendig te maken en geeft een overzicht van de financiële gevolgen. Om het omgevingsprogramma op te stellen is eerst in 2024 een vernieuwd financieel kader vastgesteld door de gemeenteraad. Op basis van dit kader wordt het omgevingsprogramma verder uitgewerkt. Het beheer, onderhoud en vervanging van de riolering in 2026 vindt ook plaats op basis van het vernieuwde financiële kader. ad C - Baggeren Het baggeronderhoud in 2026 vindt plaats op basis van het vastgestelde Baggerplan en gemaakte afspraken met het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden.

Vastgoed Uitgangspunt voor het onderhoud aan het gemeentelijk vastgoed (gebouwen) is het meerjarenonderhoudsplan (MJOP), gebaseerd op de NEN 2767. Het MJOP is in 2021 voor de periode 2021-2030 vastgesteld en wordt eenmaal per vier jaar geactualiseerd. In 2025 worden de voorbereidingen gestart om het MJOP te actualiseren. Het beleidsniveau voor de uitvoering is conditiescore 3 (wat overeenkomt met cijfer van ongeveer 6,5 op een schaal van 10). Bij de berekening van de benodigde jaarlijkse middelen is uitgegaan van het afstoten van diverse vastgoedobjecten om in meerjarenperspectief een sluitende onderhoudsbegroting te realiseren. Het onderhoud aan het af te stoten vastgoed wordt gedekt uit de bestemmingsreserve. De bestemmingreserve zal in 2026 nagenoeg uitgeput zijn. Dat betekent dat er budget voor onderhoud aan deze objecten beschikbaar gesteld zal moeten worden. Dit zal bij de actualisatie inzichtelijk worden gemaakt. De jaarlijkse begrotingslast voor uitvoering van het meerjarenonderhoudsplan bedraagt plusminus 170K. Programma

Jaarlijkse Storting

1. Bestuur, dienstverlening en veiligheid

€ 7.434

2. Fysiek beheer openbare ruimte en vervoer

€ 24.386

3. Sociaal domein

-

4. Cultuur, economie en milieu

€ 14.937

5. Sport en Onderwijs

€ 94.569

6. Ruimtelijke ontwikkeling en wonen

€ 9.307

8. Overhead

€ 18.525

Totaal

€ 169.158

Het beleid is erop gericht om gemeentelijke gebouwen die vanwege hun functie niet noodzakelijk eigendom dienen te zijn van de gemeente, indien mogelijk te verkopen. In het verlerden hebben wij het gebouw Tjonkie overgedragen aan Stichting Tjonkie. Daarnaast is ook de Aula aan de Waarsdedijk overgedragen aan de NH Kerk. Steeds wordt geprobeerd het meerjarenonderhoudsplan goedkoper uit te voeren, door het voeren van scherpe onderhandelingen met aannemers. Het ligt echter in de lijn der verwachting dat onderhoudskosten zullen stijgen als gevolg van inflatie en conjuncturele invloeden. Daarnaast zijn of worden sommige gebouwen in de praktijk slechts in geringe mate onderhouden, omdat als gevolg van besluitvorming de verwachting is dat deze gesloopt, gerenoveerd of verkocht worden.

71

PARAGRAAF 4 FINANCIERING Wat is het doel van deze paragraaf? De financieringsparagraaf heeft als doel de raad te informeren over het beleid op het vlak van financiering/treasury en de daarmee samenhangende risico’s.

Wettelijk kader en gemeentelijk beleid De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) vormt het wettelijk kader. Het doel van deze wet is het bevorderen van de kredietwaardigheid en van de transparantie van het financieringsbeleid. In de Wet Fido zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde inrichting en uitvoering van de financieringsfunctie van de decentrale overheden. Voorbeelden hiervan zijn de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. De gemeente beschikt verder op grond van de Wet Fido over een Treasurystatuut dat op 14 maart 2024 door de raad is vastgesteld. Vanwege de samenwerking met Woerden, geldt voor beide gemeenten hetzelfde statuut. Eind 2013 is de Wet Hof (Houdbare overheidsfinanciën) in werking getreden. Hierin is opgenomen dat het Rijk en de medeoverheden een gelijkwaardige inspanningsplicht hebben om de begrotingseisen te respecteren. De gelijkwaardige inspanning wordt uitgedrukt in een macronorm voor het EMU-saldo van de medeoverheden gezamenlijk. Gemeenten, provincies, waterschappen en openbare lichamen ingesteld op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn verplicht tot deelname aan schatkistbankieren, wat inhoudt dat zij hun liquide middelen moeten aanhouden bij de schatkist van het Rijk. Verplicht schatkistbankieren voor decentrale overheden is ingesteld om de overheidsschuld terug te dringen.

Het rekening-courantsaldo bij de Bank Nederlandse Gemeenten wordt afgeroomd ten gunste van de rekening-courant van het Rijk. Het beleid is erop gericht de rentelasten zo veel als mogelijk te beperken door op het juiste moment te consolideren op basis van de voorliggende treasuryprognose en de actuele renteontwikkeling. Ontwikkelingen Financieringspositie Het geïnvesteerd vermogen, dat zijn de boekwaarden van alle geactiveerde investeringen (inclusief voorraden), bedraagt per 1 januari 2024 € 49,8 miljoen. Het schuldrestant van de aangetrokken langlopende geldleningen bedraagt per 1 januari 2024 € 20 miljoen en de stand van de eigen reserves en voorzieningen € 14,3 miljoen. Risicobeheer Onder risico’s wordt begrepen: rente-, krediet-, liquiditeits- en valutarisico’s. Deze spelen in Oudewater als volgt een rol:

72

•

De te beheersen renterisico’s op grond van de Wet Fido uiten zich concreet in de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Beide instrumenten beogen de renterisico’s te begrenzen die verbonden zijn aan de korte en lange schuld. Deze worden in de volgende paragrafen nader toegelicht.

•

Valutarisico’s spelen geen rol. Transacties in vreemde valuta doen zich niet voor en de gemeente neemt alleen deel in het aandelenvermogen van twee (semi)overheidsgerichte instellingen, namelijk Bank Nederlandse Gemeenten en Vitens. Dit aandelenbezit is echter niet gebaseerd op winstoogmerk c.q. speculatieve doeleinden. Het risico van deze aandelen vinden wij verwaarloosbaar. De aandelen worden gewaardeerd tegen de historische kostprijs.

•

De kredietrisico’s zijn zeer gering. De risico’s die voortvloeien uit een mogelijke waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het (niet) tijdig kunnen nakomen van de verplichtingen door de tegenpartij (kredietrisico) worden in het Treasurystatuut geregeld conform de eisen die de Wet Fido stelt.

1.

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet is het maximumbedrag waarvoor kortlopende middelen mogen worden aangetrokken op de geldmarkt. Dit maximum bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal (lasten) met een minimum van € 300.000. De kasgeldlimiet wordt voor 2026 geraamd op € 2,9 miljoen. In onderstaande tabel is informatie opgenomen over de verwachte kasgeldlimiet. Bij het structureel overschrijden van de kasgeldlimiet dienen maatregelen genomen te worden zoals het aantrekken van langlopende geldleningen en/of het beperken van het aangaan van de korte schuld. Grondslag Begrotingsomvang (excl. mutaties reserves)

Begroting

Begroting

Begroting

2026

2027

2028

Begroting 2029

35.321

24.838

34.371

34.517

Toegestane kasgeldlimiet - in procenten

8,5

8,5

8,5

8,5

- in bedrag

3.002

2.111

2.922

2.934

(bedragen x € 1.000)

2.

Renterisiconorm

Het renterisico op de vaste schuld is de mate waarin het saldo van de rentelasten verandert door wijzigingen in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van een jaar of langer. Om dit risico te beperken, schrijft de wet voor dat herfinanciering jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal mag bedragen. Het doel van deze norm is om overmatige afhankelijkheid van het renteniveau in één jaar te voorkomen. Indien wordt afgeweken van de renterisiconorm kan ontheffing worden verleend. Als bij afwijkingen de toezichthouder wordt geïnformeerd en ontheffing wordt verkregen, handelt de gemeente rechtmatig. Afwijking van de renterisiconorm is niet aan de orde voor de gemeente Oudewater. Grondslag Begrotingsomvang (excl. mutaties reserves)

Begroting

Begroting

Begroting

2026

2027

2028

Begroting 2029

35.321

24.838

34.371

34.517

Toegestane renterisiconorm - In procenten

20%

20%

20%

20%

- In bedrag, maximum

7.064

4.968

6.874

6.903

- In bedrag, minimum (wettelijk bepaald)

2.500

2.500

2.500

2.500

Renterisico - Renteherziening

0

0

0

0

1.480

1.480

1.480

1.480

- Toegestane renterisiconorm

7.064

4.968

6.874

6.903

- Begroot renterisico

1.480

1.480

1.480

1.480

Onderschrijding renterisiconorm

€ 5.584

€ 3.488

€ 5.394

€ 5.423

Overschrijding renterisiconorm

€0

€0

€0

€0

- Aflossing Renterisiconorm Toets renterisiconorm

(bedragen x € 1.000)

3. Renteresultaat op treasury Het BBV geeft als aanbeveling om in de financieringsparagraaf het renteresultaat op treasury op te nemen. Met onderstaand overzicht wordt gehoor gegeven aan deze aanbeveling.

73

Begroting

Werkelijk

Begroting

2026

2024

2025

a1. externe rentelasten lange financiering

695

362

588

a2. externe rentelasten korte financiering

0

60

0

b. rentebaten

0

-58

0

totaal a+b

695

364

588

c1. rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

0

-41

3

c2. rente projectfinanciering door te berekenen taakvelden

0

0

0

totaal c

0

-41

3

695

323

591

d1. rente over reserves/voorzieningen

0

0

0

d2. rente voorzieningen tegen contante waarde

0

0

0

totaal d

0

0

0

e. aan taakvelden door te berekenen externe rente (a+b+c+d)

695

323

591

f. werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

550

326

441

Renteresultaat op treasury (e-f)

145

-3

151

Saldo door te berekenen externe rente (a+b+c)

4. Financieringsbehoefte en leningenportefeuille De financieringspositie heeft betrekking op de financiering van de organisatie voor de lange termijn. De financieringsstructuur wordt hierbij bepaald door de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen versus de waarde van investeringen. Zodra de financieringsmiddelen (de reserves, voorzieningen en opgenomen geldleningen) lager zijn dan het totaal van de boekwaarde van de investeringen, is dit een teken dat de gemeente een vaste geldlening moet aantrekken. De financieringsbehoefte van de gemeente wordt bepaald aan de hand van de liquiditeitsprognose. Op basis van de verwachte baten en lasten (kasstromen) wordt een schatting gemaakt van het verwachte liquiditeitsverloop. Voor een goede liquiditeitsplanning is vooral inzicht nodig in de financiële planning van grote projecten en investeringen. Wekelijks wordt de liquiditeitspositie bepaald, waardoor snel ingespeeld kan worden op de financieringsbehoefte van de gemeente. Het verloop van het saldo van de langlopende geldleningen en de hieraan gekoppelde gemiddelde rentepercentages zijn in onderstaande tabel opgenomen: Overzicht langlopende leningen (bedragen x € 1.000)

Jaarrekening

Prognose

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Beginstand per 1 januari

19.627

28.813

31.639

38.256

38.079

40.581

Nieuwe geldleningen

10.000

4.306

8.097

1.303

3.982

-1.568

814

1.480

1.480

1.480

1.480

1.480

28.813

31.639

38.256

38.079

40.581

37.533

Aflossingen Eindstand per 31 december

De afgesloten leningen van de laatste tien jaar zijn in onderstaande tabel opgenomen:

74

jaar

bedrag (€ x 1.000)

rente

2012

2.000

2,91%

2019

4.000

-0,25%

2021

7.000

0,207%

2022

10.000

2,026%

2023

0

0,00%

2024

5.000

3,132%

2024

5.000

2,754%

5. Uitgangspunten In de meerjarenbegroting 2026-2029 is rekening gehouden met de volgende rentepercentages: Rente-omslagpercentage 1,00 % Rente nieuwe investeringen 3,00 % Rente grondbedrijf 1,00 % De netto-rentelasten die de gemeente verschuldigd is voor de aangetrokken geldleningen worden via het rente-omslagpercentage verdeeld over de programma's. De toerekening vindt plaats op basis van de boekwaarde van de Materiële Vaste Activa. De rente wordt berekend vanaf 1 januari van het boekwaarde volgend op de betreffende investering.

6. Verwachting Prognoses over de rente hebben doorgaans een min of meer ‘’glazenbol’’ niveau. Dit gegeven wordt nog versterkt door de vele onzekerheden in de geopolitiek. De rente op de geld- en kapitaalmarkt is het afgelopen twee jaar gestegen, na een relatief lange periode van historisch lage rente. De komende jaren verwachten wij dat de rente stabiel blijft op het huidige niveau. Voor nieuwe geldleningen gaan we in de begroting uit van 3,0% rente, gebaseerd op de gemiddelde rentepercentages bij verschillende looptijden gedurende de eerste drie maanden van 2025.

75

PARAGRAAF 5 BEDRIJFSVOERING Wat is het doel van deze paragraaf? Bedrijfsvoering draait om de vraag: hoe sturen en beheersen we de organisatie om de geplande resultaten effectief en efficiënt te realiseren? Ook voor de ambities in deze begroting is een goeie bedrijfsvoering onontbeerlijk. Deze paragraaf geeft daarom inzicht in de belangrijkste ontwikkelingen, te behalen resultaten en activiteiten voor de gemeentelijke bedrijfsvoering. Hieronder volgt eerst een stuk over de DVO en UVO met de gemeente Woerden. Vervolgens komen de ontwikkelingen rondom informatiebeleid en rechtmatigheid aan bod.

DVO en UVO met gemeente Woerden Dienstverleningsovereenkomst (DVO) / Samenwerkingsovereenkomst (SOK) Op 1 januari 2026 zal de organisatie met de nieuwe samenwerkingsovereenkomst werken voor Woerden en Oudewater. Centraal daarin staat één gezamenlijke opdracht aan de organisatie, waarmee dubbele aansturing wordt voorkomen en de beschikbare ambtelijke capaciteit beter aansluit bij de bestuurlijke prioriteiten. Ook wordt de rolverdeling tussen eigenaar, opdrachtgever en opdrachtnemer helder vastgelegd, zodat sturing, uitvoering en verantwoording logisch en voorspelbaar verlopen. De samenwerking biedt ruimte voor zowel maatwerk als uniformiteit, met als uitgangspunt dat uitvoering altijd zo praktisch en eenvoudig mogelijk moet zijn. De borging vindt plaats via de ONS-desk (Onze Nieuwe Samenwerking-desk), die coördineert, faciliteert en de schakel vormt tussen bestuur en organisatie. . In onderstaande tabel staan de bedragen die gemoeid zijn met de dienstverlening door Woerden. Omschrijving

Bedrag

Te betalen aan de gemeente Woerden: DVO - SOK Basis dienstverlening

4.862.744

DVO - SOK Meerwerk

1.653.372

DVO - SOK Berekende bijdrage overhead

1.166.043

DVO - SOK Aanvullende dienstverlening

702.474

DVO - SOK BTW-deel Totaal te betalen aan de gemeente Woerden

70.431 € 8.455.064

Communicatie Communicatie door de gemeente moet helpen om maatschappelijke opgaven te realiseren. Wij brengen inwoners, ondernemers, organisaties en de gemeente met elkaar in verbinding. Zodat de Ouderwaternaren gehoord en gezien worden, weten wat er in de gemeente speelt en waar zij met hun vragen of ideeën terecht kunnen. De gemeentelijke communicatieadviseurs doet dit door inwoners via verschillende communicatiekanalen te informeren en contact te houden met de samenleving en actief te volgen wat er in de omgeving speelt. Maar ook door bij te dragen aan het versterken van het communicatief vermogen van de organisatie. Bij crises en ingrijpende gebeurtenissen in de samenleving, zorgt het team met de bestuurders voor gerichte betekenisvolle uitingen van steun of duiding. Sinds 2025 werken we volgens de methodiek ‘Communiceren met focus’. Hierin staan de maatschappelijke opgave, de behoeften vanuit de samenleving en de impact die communicatie al dan niet kan maken centraal bij het bepalen van de communicatieve prioriteiten. Dit vraagt om een vernieuwde werkwijze. Zowel in team communicatie als in de organisatie. In 2026 zetten we deze ontwikkeling voort. Daarnaast blijven we ons inzetten voor duidelijke communicatie. Dat doen we onder andere door veel verstuurde brieven te herschrijven en collega’s te helpen om zelf duidelijk te communiceren.

We onderzoeken de mogelijkheden die kunstmatige intelligentie (AI) daarin kan spelen. Met gerichte arbeidsmarktcommunicatie dragen we bij aan het aantrekken en behouden van nieuwe medewerkers. Tot slot leveren we met interne communicatie een bijdrage aan de organisatieontwikkeling.

76

Informatiebeleid Informatiebeleid 2026 ICT is onmisbaar voor het functioneren van de gemeente. Onze bedrijfsprocessen zijn in toenemende mate afhankelijk van digitale middelen. Daarbij zoeken we voortdurend naar een balans tussen gebruiksvriendelijkheid en een hoge mate van informatiebeveiliging. Ook onze inwoners en ondernemers verwachten betrouwbare, toegankelijke en veilige digitale dienstverlening. De ontwikkeling naar een informatiesamenleving biedt kansen én uitdagingen. Digitale technologie maakt het enerzijds mogelijk om onze bedrijfsvoering en dienstverlening te verbeteren. Tegelijkertijd vraagt dit om goede randvoorwaarden op het gebied van veiligheid, privacy en tegenwoordig in toenemende mate autonomie. In deze context is het zeer belangrijk dat de Rijksoverheid, provincies, gemeenten, waterschappen en publieke dienstverleners in 2025 met een gezamenlijk Nederlandse Digitalisering Strategie (NDS) zijn gekomen. Afgesproken in de NDS is dat we gezamenlijk gaan werken aan zes met elkaar samenhangende prioriteiten om daarop te versnellen.

Deze prioriteiten zijn (in willekeurige volgorde): - Cloud: het verkennen van een gezamenlijke soevereine cloud; - Datagedreven werken via een federatief stelsel met bindende afspraken en standaarden; - Artificial intelligence inzetten om maatschappelijke problemen op te lossen, bedrijfsvoering en onze dienstverlening te verbeteren; - De overheid stelt de burgers en ondernemers centraal in (digitale) dienstverlening; -Versterking van onze digitale weerbaarheid en autonomie van de overheid; -Digitaal vakmanschap en een moderne werkomgeving. Deze prioriteiten sluiten perfect aan bij het transitieprogramma van de VNG, common ground, voor een gezamenlijke, moderne informatievoorziening. In 2026 is onze ambitie om bij dit programma actiever aan te sluiten. Zo profiteren we van de ervaring van de koplopergemeenten, terwijl we in ons eigen tempo kunnen aansluiten. Ook kijken wij, na onze pilots met AI in 2025, met andere gemeenten hoe en op welke wijze we in 2026 onze dienstverlening en bedrijfsvoering met artificial intelligence duurzaam kunnen verbeteren. Verder blijven wij inzetten op datagedreven werken. We zetten data in om maatschappelijke en ruimtelijke vraagstukken inzichtelijk te maken. Dit doen we via dashboards, rapportages en geografische kaarten.

Voor het sociaal domein wordt dit al breed toegepast; steeds vaker gebruiken we deze inzichten ook voor bedrijfsvoering en organisatieontwikkeling. Informatiebeveiliging en privacy De verwevenheid van ICT in al onze processen maakt informatiebeveiliging cruciaal. De Europese richtlijn NIS2, die in Nederland wordt omgezet in de cyberbeveiligingswet, is uitgesteld tot 2026. Deze wet zal aanzienlijke gevolgen hebben voor gemeenten. De richtlijn verplicht ons om hogere beveiligingsnormen na te leven, ook op terreinen die tot nu toe minder aandacht kregen, zoals technische automatisering (bijv. verkeersregelinstallaties en brugbediening). Daarnaast worden er strengere eisen gesteld aan de beveiliging van uitbestede taken en ketensamenwerkingen. Ook wordt de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) wettelijk verplicht en zullen we moeten toewerken naar een hoger volwassenheidsniveau. Ons Gemeentelijk Informatiebeveiligingsbeleid vormt hierbij het kader. De BIO en de tien bestuurlijke principes zijn leidend. Jaarlijks leggen we via ENSIA verantwoording af over de stand van de informatiebeveiliging. Hierbij wordt nadrukkelijk ingezet op security by design, zodat veiligheid al vanaf het ontwerp van processen en applicaties wordt meegenomen. Naast beveiliging staat privacy onverminderd centraal.

De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de Wet politiegegevens (Wpg) vormen hiervoor het kader. We werken vanuit Privacy by Design, stellen strenge eisen aan leveranciers en sluiten verwerkersovereenkomsten. Bij processen met een hoog privacyrisico werken we intensief samen met de verantwoordelijke afdelingen om risico’s te beperken. Privacy is niet alleen een verantwoordelijkheid van de specialisten, maar van de hele organisatie. Daarom blijven we medewerkers bewustmaken via communicatieacties en campagnes.

77

Rechtmatigheid Het primaire doel van de verbijzonderde interne controle auditors (hierna VIC) is om inzicht te krijgen in de kwaliteit van de bedrijfsvoering binnen de ambtelijke organisatie. Dit vanuit een accountantsperspectief. Indien nodig geeft de VIC aanbevelingen om de kwaliteit van de processen te verhogen en de kans op fouten en fraude te mitigeren. De VIC voert ook de controles uit met betrekking tot de rechtmatigheidsverantwoording en rapporteert het oordeel middels de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening. De controlerend accountant geeft een oordeel over de getrouwheid van de rechtmatigheidsverantwoording. De VIC is een continu intern controleproces. Zowel qua inhoud als aanpak (jaarplanning) wordt afstemming gezocht met de controlewerkzaamheden van de controlerend accountant. Per verslagjaar worden afspraken gemaakt met de controlerend accountant (ETL) voor een zo constructief en efficiënt mogelijke samenwerking. De interne controles liggen in lijn met de materialiteit en rapporteringstoleranties welke de controlerend accountant hanteert. De VIC voert verbijzonderde interne controles uit op basis van een jaarlijks geactualiseerd VIC-plan. In samenspraak met de accountant is de scope van de financiële processen bepaald. Deze scope bestaat uit materiële en risicovolle processen.

De VIC is onafhankelijk in staat om een oordeel te geven over de interne beheersing van de ambtelijke organisatie. De VIC is voornamelijk gericht op het controleren van de rechtmatigheid maar om aan te sluiten op de accountantscontrole worden getrouwheidsaspecten ook meegenomen in de interne controles. De bevindingen en aanbevelingen van de interne controles worden teruggekoppeld aan de ambtelijke organisatie. De voortgang van de opvolging van de aanbevelingen van de VIC en van de accountant wordt meerdere keren per jaar gemonitord binnen de ambtelijke organisatie door middel van de auditmonitor. Elk half jaar rapporteert de VIC de bevindingen van de controles en de auditmonitor via de VIC-rapportage. Deze rapportages worden, om transparant te zijn, ook besproken met de Auditcommissie.

78

PARAGRAAF 6 VERBONDEN PARTIJEN Wat is het doel van deze paragraaf? Een gemeente kan in principe zelf bepalen hoe een bepaalde taak wordt uitgevoerd. De gemeente kan er bijvoorbeeld voor kiezen de uitvoering zelf ter hand te nemen of de uitvoering te regelen (via een gemeenschappelijke regeling) met een aantal regiogemeenten gezamenlijk. Kernvragen blijven steeds of de doelstellingen van het uitvoerende orgaan nog steeds corresponderen met die van de gemeente en of de doelstellingen van de gemeente gerealiseerd worden. Vanwege de bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen en mogelijke risico’s is het gewenst dat in de begroting aandacht wordt besteed aan rechtspersonen, waarmee de gemeente een band heeft. Deze paragraaf geeft dan ook per verbonden partij informatie over de verbonden partijen en de bestuurlijke doelstelling die via de verbonden partij wordt gerealiseerd.

Wettelijk kader en gemeentelijk beleid Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) geeft als definitie van een verbonden partij: “Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft”. Bestuurlijk belang is zeggenschap, hetzij op basis van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Er is sprake van een verbonden partij als de wethouder, het raadslid of de ambtenaar van de gemeente namens de gemeente in het bestuur van de partij plaatsneemt, of namens de gemeente stemt. Bij alleen een benoemingsrecht of een voordrachtsrecht – wanneer de gemeente een bestuurder of commissaris in de organisatie mag benoemen of voordragen – is er strikt genomen geen sprake van een verbonden partij. Gemeenten maken vaak van een dergelijk recht gebruik om ervoor te zorgen dat er goede bestuurders in het bestuur van de partij terechtkomen. Ook de stichting waarin bijvoorbeeld de wethouder cultuur op persoonlijke titel als bestuurder plaatsneemt – en dus niet de gemeente vertegenwoordigt– is volgens deze definitie geen verbonden partij.

Een financieel belang is een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat, of een bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Dit betekent dan ook dat, wanneer een verbonden partij failliet gaat, de deelnemers in deze verbonden partij, dus ook de gemeente Oudewater, voor extra kosten zullen komen te staan. Uit bovenstaande blijkt dus ook dat bij leningen en garantstellingen geen sprake is van een verbonden partij: de gemeente houdt juridisch verhaal als de partij failliet gaat. Ook bij exploitatiesubsidies is er geen sprake van een verbonden partij: het gaat om overdrachten (subsidies). Met deze paragraaf voldoen wij aan onze wettelijke plicht (BBV) om per verbonden partij inzicht te geven in de volgende onderwerpen: •

de beleidsvoornemens van de verbonden partij

•

de beleidslijnen met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten

•

onze visie op de verbonden partij in relatie tot de realisatie van de doelstellingen in onze programmabegroting

•

naam en de vestigingsplaats, het openbaar belang dat op deze wijze wordt behartigd, veranderingen die zich hebben voorgedaan gedurende het begrotingsjaar, het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan begin en einde van het begrotingsjaar, het financiële resultaat van de verbonden partij

De verbonden partijen waarin de gemeente Oudewater bestuurlijke en financiële belangen heeft, worden hierna een voor een volgens hetzelfde stramien toegelicht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/657/documents/20283