B1. OBP Plesmanplantsoen 6 Oudewater toelichting en regels versie 30-08-2023.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan PLESMANPLANTSOEN 6, OUDEWATER Gemeente Oudewater
STATUS:
ONTWERP
DATUM:
30 augustus 2023
IMRO IDN:
NL.IMRO.0589.Plesmanplantsoen6-ON01
OPDRACHTNEMER IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl
OPDRACHTGEVER Aannemersbedrijf van Zuylen Beheer B.V. Hoenkoopsebuurtweg 27a 3421 GA Oudewater
STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
DATUM 4 april 2022 7 juni 2022 30 augustus 2023
VERSIE 2e versie 1e versie 2e versie
bestemmingsplan Plesmanplantsoen 6, Oudewater
Toelichting
Toelichting
3
bestemmingsplan Plesmanplantsoen 6, Oudewater
4
Toelichting
bestemmingsplan Plesmanplantsoen 6, Oudewater
Inhoudsopgave Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende beheersverordening 1.4 Leeswijzer
7 7 7 7 8
Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur
9 9
Hoofdstuk3
11
3.1 3.2
Planbeschrijving
Nieuwe situatie Verkeer en parkeren
11 13
Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid
17 17 19 22
Hoofdstuk5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleid Rijk en provincie 5.3 Beleid hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden 5.4 Waterhuishouding
27 27 27 28 29
Hoofdstuk6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten
31 31 39 43 46
Hoofdstuk7 Juridische opzet 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels 7.4 Handhaving bestemmingsplan
47 47 47 47 49
Hoofdstuk8 Economische uitvoerbaarheid 8.1 Financiële haalbaarheid
51 51
Hoofdstuk9 Maatschappelijke betrokkenheid 9.1 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 9.2 Communicatie 9.3 Zienswijzen
53 53 53 53
Regels
55
Hoofdstuk1
Toelichting
Inleidende regels
56
5
bestemmingsplan Plesmanplantsoen 6, Oudewater
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
56 60
Hoofdstuk2
Bestemmingsregels
61
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Wonen Waarde - Archeologie 1 Waarde - Cultuurhistorie
61 63 66
Hoofdstuk3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
67 67 68 69 70 71
Hoofdstuk4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
72 72 73
Bijlagen toelichting Bijlage 1
Bezonningsstudie
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 3
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek archeologie
Bijlage 4
Notitie stikstofberekeningen
Bijlage 5
Ecologisch onderzoek
Bijlage 6
Inspraakreactienota
6
Inhoudsopgave
bestemmingsplan Plesmanplantsoen 6, Oudewater
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Op het perceel Plesmanplantsoen 6 in Oudewater staat een verouderde woning die momenteel wordt bewoond door arbeidsmigranten. Het perceel op de hoek van het Plesmanplantsoen en Van der Griendstraat oogt verrommeld en vraagt om opwaardering. De eigenaar van het perceel heeft een plan ingediend om de bestaande bebouwing te slopen en hiervoor in de plaats een kleinschalig appartementengebouw te realiseren met vier wooneenheden voor de doelgroep starters. Het planinitiatief speelt in op de lokale woningbehoefte, omdat er een tekort is aan betaalbare starterswoningen. Vanuit planologische en volkshuisvestelijke overwegingen ontmoet deze planontwikkeling dan ook geen bezwaren. Dit bestemmingsplan maakt de voorgenomen woningbouwontwikkeling juridisch planologisch mogelijk.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt ten noorden van het centrum van Oudewater. Het ligt in een blok, omsloten door Plesmanplantsoen, Biezenpoortstraat, Amsterdamse Veer/ Noord-Linschoterkade en Van der Griendstraat. De planlocatie ligt in het noordoostelijk deel hiervan op de hoek van het Plesmanplantsoen en de Van der Griendstraat. In figuur 1 is de ligging van het plangebied en omgeving weergegeven.
Figuur 1: Situering plangebied (zwart gestippeld omlijnd) en omgeving.
1.3
Vigerende beheersverordening
Voor het plangebied geldt de volgende beheersverordening: Beheersverordening “Oudewater en landelijk gebied Hekendorp en Papekop"
Toelichting
Raadsbesluit 28 september 2017
Raad van State N.v.t.
7
bestemmingsplan Plesmanplantsoen 6, Oudewater
In de beheersverordening is vastgelegd dat de regeling zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Binnenstad' van toepassing blijft met uitzondering van onder andere de wijzigingsbevoegdheden, strafbepalingen en slotbepalingen. Het perceel Plesmanplantsoen 6 is bestemd voor 'Erven'. Deze gronden behoren bij de aangrenzende hoofdgebouwen aan de Amsterdamse Veer. Voor het plangebied gelden tevens de dubbelbestemmingen 'Archeologisch waardevol gebied' en 'Beschermd stadsgezicht' met de gebiedsaanduiding 'Zone B beschermd stadsgezicht'. De planontwikkeling is in strijd met dit bestemmingsplan, omdat in de bestemming 'Erven' geen hoofdgebouwen mogen worden gebouwd. In figuur 2 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan 'Binnenstad' opgenomen.
Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Binnenstad'. Plangebied zwart gestippeld omlijnd.
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de waterparagraaf. Hoofdstuk 6 omvat de milieuaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 9 wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.
8
Toelichting
bestemmingsplan Plesmanplantsoen 6, Oudewater
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande situatie
Ruimtelijke en functionele structuur
Het Plesmanplantsoen betreft een perceel in een blok, omsloten door de Amsterdamse Veer/ Noord-Linschoterkade, de Biezenpoortstraat en de Van der Griendstraat. Het wordt in de noordzijde omsloten door het Plesmanplantsoen en de achterzijde van de woonpercelen van de Amsterdamse Veer en Noord-Linschoterkade. De bebouwing aan de Amsterdamse Veer/ Noord-Linschoterkade maakt deel uit van een historisch bebouwingslint van Oudewater met ten zuiden hiervan de omwalling- en grachtenstructuur. De diepe achtererven met erfbebouwing liepen vroeger door tot het Plesmanplantsoen. De bebouwing wordt tegenwoordig gebruikt kleinschalige bedrijfsactiviteiten en opslag. Aan het begin van straat zijn inmiddels woningen gerealiseerd aan het Pesmanplantsoen 2 en 2a. Voor het overige deel van deze randzone was in het bestemmingsplan 'Binnenstad' een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de bestemming onder voorwaarden naar woondoeleinden te wijzigen. Deze is na het vaststellen van de Beheersverordening komen te vervallen, omdat een Beheersverordening geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk kan maken door middel van een wijzigingsbevoegdheid. De huidige bebouwing maakt onderdeel uit van planmatige uitbreidingen van de kern. Daarmee ligt het plangebied op de grens van de historische kern. De noordzijde van het Plesmanplantsoen is in gebruik als parkeerterrein met deels een groene inrichting.
Hier staan enkele speeltoestellen. Aan de oostzijde van het plangebied staat aan de Van der Griendstraat 10-19 een kleinschalig appartementengebouw. Woningen met opslag aan Plesmanplantsoen. Opslagruimten aan Plesmanplantsoen.
Amsterdamse Veer/ Noord-Linschoterkade.
Naastgelegen appartementengebouw.
Planspecifiek Op de planlocatie staat een verouderd gebouw met verharding. De éénlaagse bebouwing ligt enigszins verscholen achter een groenstrook en muur dat momenteel wordt bewoond door arbeidsmigranten. Het geheel heeft een armoedige uitstraling op de hoek van het Plesmanplantsoen en de Van der Griendstraat.
Toelichting
9
bestemmingsplan Plesmanplantsoen 6, Oudewater
Plangebied vanaf Plesmanplantsoen.
Perceel ligt verscholen achter groen en schutting.
Ingang vanaf Van der Griendstraat.
Huidige woning.
10
Toelichting
bestemmingsplan Plesmanplantsoen 6, Oudewater
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Nieuwe situatie
Stedenbouwkundig De geplande nieuwbouw op de hoek van het Plesmanplantsoen en Van der Griendstraat vormt een heldere afsluiting van de bebouwing aan het Plesmanplantsoen. Hiermee worden mogelijk toekomstige ontwikkelingen aan het Plesmanplantsoen aangemoedigd en zorgt de heldere vormentaal en gebruik van baksteen voor een herkenbare entree van de straat. De inpandige balkons en lichte baksteen kleur met een rode vleug zorgen voor een ingetogen karakter en laten het plan goed aansluiten in haar omgeving waar sprake is van een combinatie van rode en gele/beige bakstenen. De gezamenlijke entree bevindt zich aan het Doctor Plesmanplantsoen en de parkeerplaatsen zijn bereikbaar via de Van der Griendstraat. De oprit en parkeerplaatsen zorgen voor een buffer tussen de nieuwbouw en de achterliggende woningen. De afronding van het gebouw en de balkons aan de Van der Griendstraat zorgen dat er een ruimtelijke en overzichtelijke overgang komt van het Doctor Plesmanplantsoen naar de Van der Griendstraat. Er ontstaat als het ware een klein plein waar de schaal en ruimte zorgen voor een prettige plek voor voetgangers en fietsers.
Stedenbouwkundig inpassing Op basis van de stedenbouwkundige uitgangspunten is een bouwplan ontwikkeld dat zorgvuldig is afgestemd op de bestaande bebouwing in de directe omgeving, waarbij met name aansluiting is gezocht met het oostelijk gelegen appartementencomplex door ook hier een kleinschalig appartementengebouw met twee verdiepingen te realiseren. De centrale entree is op het Plesmanplantsoen georiënteerd. De kleinschaligheid blijft behouden met een aantrekkelijk en rustig woonmilieu. Op elke verdieping komen twee wooneenheden met een gebruiksvloeroppervlakte van ca. 86 m² tot 90 m². met een half verdiepte kelder waar vier bergingen worden aangelegd. Alle appartementen krijgen een buitenruimte. De bouwhoogte wordt circa 6,7 m. Deze is afgestemd op de omliggende bebouwing. Aan de achterzijde van het gebouw komen vier parkeerplaatsen, zodat elk appartement beschikt over één parkeerplaats. Deze ontsluiting wordt gemeenschappelijk eigendom van de (nieuwe) eigenaren. Een verkavelingstekening van het plangebied is weergegeven in figuur 3. Enkele aanzichttekeningen zijn opgenomen in figuur 4.
Toelichting
11
bestemmingsplan Plesmanplantsoen 6, Oudewater
Figuur 3: Verkavelingstekening. Toelichting appartementengebouw en de inpassing Het kleinschalige appartementencomplex met 4 appartementen aan het Plesmanplantsoen wordt gekenmerkt door ingetogen baksteen architectuur. Het complex vormt een passende beëindiging van de hoek Plesmanplantsoen/ Van der Griendstraat. De kleinschaligheid wordt door de architectuur onderstreept. Door baksteen verbijzonderingen worden de entree, plint, ramen en dakrand extra aangezet, passend bij de gevarieerde belendende bebouwing. Op deze manier ontstaat een vanzelfsprekend gebouw dat aanzet en ruimte laat voor verdere ontwikkeling van de bebouwing aan deze straat.
12
Toelichting
bestemmingsplan Plesmanplantsoen 6, Oudewater
Figuur 4: Aanzichttekeningen nieuwbouw (indicatief).
3.1.1 Bezonningsstudie Met een bezonningsstudie is het verschil tussen de bestaande situatie en de nieuwe situatie inzichtelijk gemaakt. Voor 4 verschillende data (20 maart, 21 juni, 22 september en 21 december) zijn steeds (met uiztondering van 21 december) 6 tijdstippen gekozen: 07:00 uur, 09:00 uur, 11:00 uur, 13:00 uur, 15:00 uur en 17:00 uur. Uit de bezonningsstudie van Arco Architecten van 19 september 2022 volgt dat door de voorziene bebouwing met name op 20 maart en 22 september vanaf 17:00 een afname van de bezonning op enkele woningen kan worden geconstateerd ten opzichte van de huidige situatie. Voor het overige blijkt uit de vergelijking dat er nagenoeg geen schaduwwerking is. De bezonningsstudie is opgenomen in Bijlage 1. Conclusie Gelet op de ligging van de planlocatie in binnenstedelijk gebied is vermindering van bezonning en privacy ten opzichte van de huidige situatie niet onaanvaardbaar. De belangen van omwonenden worden hierdoor niet onevenredig geschaad.
3.2
Verkeer en parkeren
Verkeer Het Plesmanplantsoen vormt de verbinding tussen de Van der Griendstraat en de Biezenpoortstraat. De Van der Griendstraat is vanaf het plangebied ingericht als voetpad en kan niet door auto's worden gebruikt. Het Plesmanplantsoen is daardoor doodlopend. De enige ontsluiting van het Plesmanplantsoen vindt dus plaats via de Biezenpoortstraat. De Biezenpoortstraat sluit via de Oude Singel aan op de Joh. J. Vierbergenweg. Deze sluit vervolgens in het zuiden aan op de Goudsestraatweg (N228); in het noorden op de Rijksweg A12. Hierdoor is de Biezenpoortstraat, ingericht als wijkverzamelweg, een belangrijke toegangsroute naar het centrum. Ten zuiden van het Plesmanplantsoen versmalt de Biezenpoortstraat. Door de inrichting van het Plesmanplantsoen als parkeerterrein zal een deel van de auto's van bezoekers van Oudewater hier niet meer komen. Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie van 4 appartementen zal gemiddeld met 6 verkeersbewegingen per appartement
Toelichting
13
bestemmingsplan Plesmanplantsoen 6, Oudewater
toenemen (totaal 24 mvt/dag). Dit verkeer kan worden afgewikkeld over de bestaande wegen. Derhalve vormt het aspect verkeersgeneratie geen belemmering. Parkeren De gemeenteraad van Oudewater heeft op 7 juli 2021 de 'Nota Parkeernormen 2021' vastgesteld. Deze Nota heeft het karakter van een beleidsregel en wordt gebruikt bij de invulling van bevoegdheden op grond van de Wet ruimtelijke ordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de APV. De parkeernormen zijn gebaseerd op de CROW (publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen' van december 2018). De parkeerkencijfers zijn opgenomen in tabel 3.1. Tabel 3.1 Parkeerkencijfers Norm rest bebouwde kom Aandeel bezoekers Functies koop, appartement, midden 1,6 per woning excl. 0,3 per woning koop, appartement, goedkoop 1,3 per woning excl. 0,3 per woning Op basis van het woningbouwprogramma dient rekening te worden gehouden de in tabel 3.2 opgenomen parkeerbehoefte. Tabel 3.2 Parkeerbehoefte nieuwe situatie. typologie Functies Woningen koop, appartement, midden Woningen koop, appartement, goedkoop Totaal
Parkeernorm 1,6 per woning 1,3 per woning
Aantal 2 2 4
Totaal pp 3,2 2,6 6,0 pp (afgerond)
Parkeerdrukonderzoek Binnenstad Oudewater In opdracht van de gemeente Oudewater heeft Empaction Mobility B.V. een parkeerdrukonderzoek uitgevoerd (rapport van 6 november 2018). Dit onderzoek is uitgevoerd in en rond het centrum van Oudewater. De openbare parkeercapaciteit in alle gemeten straten, pleinen en parkeerterreinen is 1.351 parkeerplaatsen. Aan het Plesmanplantsoen zijn 131 parkeeerplaatsen aanwezig (124 op parkeerterrein en 7 langsparkeerplaatsen). Uit het onderzoek blijkt dat de bezettingsmeting op de vrijdagavond aan het Plesmanplantsoen maximaal 96% is (maatgevend moment). Op overige momenten is dat 90%. Parkeeroplossing toevoegen vier starterswoningen Afgerond zijn zes parkeerplaatsen nodig voor de vier startersappartementen. Op eigen terrein worden vier parkeerplaatsen gerealiseerd. In het openbaar gebied, grenzend aan het plangebied, is geen mogelijkheid om vier parkeerplaatsen toe te voegen in het openbaar gebied. Het bezoekersaandeel kan evenwel gebruik maken van de bestaande parkeerplaatsen aan het Plesmanplantsoen, omdat hier nog voldoende parkeergelegenheid is op grond van de resultaten van het Parkeerdrukonderzoek Binnenstad Oudewater van 2018. Deze parkeerplaatsen bevinden zich op een acceptabele loopafstand van minder dan 50 meter.
Voor het tekort van twee parkeerplaatsen zal een bijdrage worden geleverd in het parkeerfonds, waarmee de gemeente parkeercapaciteit kan realiseren. In figuur 3 is de parkeersituatie op het binnenterrein weergegeven. Bij uitwerking van het bouwplan dient te worden aangetoond dat kan worden voldaan aan deze parkeerkencijfers met de hierin opgenomen afwijkingsbevoegdheid. In de Overige regels van het bestemmingsplan wordt dit geborgd.
14
Toelichting
bestemmingsplan Plesmanplantsoen 6, Oudewater
Plesmanplantsoen.
Biezenspoorstraat richting centrum.
Van der Griendstraat (links plangebied).
Parkeerterrein aan Plesmanplantsoen.
Toelichting
15
bestemmingsplan Plesmanplantsoen 6, Oudewater
16
Toelichting
bestemmingsplan Plesmanplantsoen 6, Oudewater
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld. De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.
De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.
Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 3 'Sterke en gezonde steden en regio's' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stads- en dorpsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk wil het rijk de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. De voorgenomen ontwikkeling
Toelichting
17
bestemmingsplan Plesmanplantsoen 6, Oudewater
voorziet in de herontwikkeling met vier nieuwe woningen in bestaand stedelijk gebied. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.
Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de Ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De Ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. De planontwikkeling wordt getoetst aan de Ladder zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt. Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Bij het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking wordt het volgende geconstateerd.
Ad bestaand stedelijk gebied Bestaand stedelijk gebied wordt in de Bro gedefinieerd als 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Oudewater (bestaand stedelijk gebied). Dit bestemmingsplan maakt het oprichten van vier woningen mogelijk, waarvan één vervangende nieuwbouw. Het begrip 'woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Het bouwen van 11 woningen is geen stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder (ABRvS 16 september 2015, nr. 201308263/2/R4). Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen. Toetsing aan de ladder is derhalve niet nodig. De invulling van het plangebied met vier woningen levert vanuit de verstedelijkingsladder geen belemmering op. Ad behoefte Er is sprake van een behoefte. Dit blijkt onder andere uit paragrafen 4.2.2 en 4.3.2.
De invulling van het plangebied met vier woningen voor de doelgroep starters sluit goed aan op de provinciale en gemeentelijke ambitie, waarbij gestreefd wordt naar duurzame woningen in de woonkern. De gewenste ontwikkeling voldoet aan de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte.
18
Toelichting
bestemmingsplan Plesmanplantsoen 6, Oudewater
4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing voor deze planontwikkeling. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening vastgesteld. Daarmee zijn deze documenten definitief geworden. De Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening treden vanaf 1 april 2021 in werking. Wonen en leven Vitale steden en dorpen De provincie Utrecht kent een grote diversiteit aan steden, dorpen en kernen en een grote diversiteit aan woon- en vestigingsmilieus. De grote steden Utrecht en Amersfoort zijn een populaire vestigingsplaats voor zowel inwoners als bedrijven en groeien snel. Naar verwachting verwelkomt de stad Utrecht in 2024 de 400.000e inwoner. Samen met omliggende kernen maken deze Utrechtse steden deel uit van het stedelijk netwerk van de noordelijke Randstad. Naast deze agglomeraties ligt de charme van de provincie voor een belangrijk deel juist in kleinschaligheid en een aantrekkelijke, vriendelijke leefomgeving in de kleinere, landelijk gelegen kernen. Ruimte voor wonen en leven De provincie streeft onder andere de volgende ambities na. 2050: het realiseren van circulaire woningen of woonwijken. 2040: iedereen die in de provincie Utrecht wil wonen kan beschikken over passende woonruimte. Dit betekent onder andere een voldoende aanbod aan woningen in het sociale en middeldure segment. 2040: het realiseren van energieneutrale woningen of woonwijken.
2030: alle nieuwbouw in de provincie Utrecht gebruikt 50% minder primaire abiotische grondstoffen. Stedelijke kwaliteit Gezien de grote ruimtevraag die op de provincie afkomt, is het zaak om zorgvuldig om te gaan met de ruimte. Een groot gedeelte van de mensen woont graag in een stedelijke of dorpse omgeving. De menging en aanwezigheid van functies zoals wonen, werken en voorzieningen draagt bij aan deze aantrekkelijkheid. Binnen het stedelijk gebied van steden en dorpen is nog veel ruimte aanwezig die kan worden benut voor verdichting, herontwikkeling of intensivering. In de afgelopen jaren zijn er weliswaar al veel binnenstedelijke locaties ontwikkeld, maar er zijn nog steeds binnenstedelijke mogelijkheden en er komen continu nieuwe mogelijkheden bij. Door structurele economische veranderingen verliezen veel gebouwen en locaties hun oorspronkelijke functie en komen daarmee voor herontwikkeling in beeld. Deze drie aspecten maken dat wij primair blijven inzetten op binnenstedelijke ontwikkeling. De provincie vraagt daarbij aandacht voor de wijze van verdichting. Om te kunnen voldoen aan de toekomstige behoefte aan wonen en werken zal de provincie zich moeten inspannen om, in alle kernen, innovatiever en compacter te bouwen dan we tot nu toe gewend zijn.
De mate van compactheid is afhankelijk van de locatie, en hangt ook af van hetgeen mogelijk is relatie tot onze opgaven en ambities op het gebied van onder andere binnenstedelijke kwaliteit, energieneutraliteit en gezondheid. Levend landschap, erfgoed en cultuur Een aantrekkelijke leefomgeving draagt bij aan het welzijn van mensen. Daarom zet de provincie in op het doorontwikkelen van onze aantrekkelijke landschappen, het beschermen en benutten van historisch erfgoed en het ondersteunen van een goed cultureel aanbod. Het Utrechtse landschap is mooi, verrassend en veelzijdig. De landschappelijke kwaliteiten en structuren zijn belangrijk voor het goede woon-, werk- en leefklimaat, het vestigingsklimaat en de recreatieve aantrekkelijkheid van de provincie. Landschappelijke kwaliteit is een belangrijk onderdeel van een gezonde leefomgeving. De provincie kent vijf karakteristieke landschappen. Het plangebied ligt in de kernrandzone van het landschap Groene Hart met de volgende kernkwaliteiten: 'openheid, (veen)weidekarakter (incl. strokenverkaveling, lintbebouwing, etc.), landschappelijke diversiteit
Toelichting
19
bestemmingsplan Plesmanplantsoen 6, Oudewater
en rust & stilte.' Het Groene Hart is door het Rijk in de Nationale Omgevingsvisie aangewezen als bijzonder landschap. De kernrandzone is het gedeelte van het landschap en het landelijk gebied dat direct aansluit aan het stedelijk gebied. Deze zone om de Utrechtse kernen is van grote waarde voor de leefbaarheid van de kern als uitloopgebied en door de hier aanwezige stedelijke functies. Toetsing planinitiatief De planontwikkeling ligt in het binnenstedelijk gebied aan de kernrandzone van het Groene Hart. Er is sprake van intensivering van grondgebruik binnen de rode contour. Deze herontwikkeling is in overeenstemming met de Ladder van duurzame verstedelijking. In de Provinciale Omgevingsvisie is het plangebied aangeduid als Algemene beleidslijn voor verstedelijking. Een uitsnede van kaart 11: 'Vitale steden en dorpen' is opgenomen in figuur 5. Conclusie Het plangebied ligt binnen de rode contour, waarbij optimaal gebruik wordt gemaakt van de binnenstedelijke ruimte. De planontwikkeling is in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking en de Provinciale Omgevingsvisie. Er is geen strijd met de Provinciale belangen.
Figuur 5: Uitsnede kaart 11 'Vitale steden en dorpen'. Het plangebied is zwart omlijnd aangeduid.
20
Toelichting
bestemmingsplan Plesmanplantsoen 6, Oudewater
4.2.2 Interim Omgevingsverordening Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten van Utrecht de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht vastgesteld. Deze verordening is gebaseerd op artikel 4.1, eerste lid, van de Wro. Doel van de verordening is om provinciale belangen op het gebied van de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. De verordening bevat daartoe bepalingen die bij het opstellen van gemeentelijke bestemmingsplannen in acht moeten worden genomen. De verordening heeft alleen betrekking op nieuwe plannen en besluiten. De verordening bevat geen bepalingen die de burger rechtstreeks binden. Normen uit de verordening moeten eerst vertaald worden in een gemeentelijk planologisch besluit. Paragraaf 9.2 (Stedelijke functies in stedelijk gebied) Bepalingen over verstedelijking (voor woningbouw) zijn vastgelegd in paragraaf 9.2 (Stedelijke functies in stedelijk gebied). In artikel 9.15 is vastgelegd dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Stedelijk gebied bestemmingen en regels kan bevatten voor woningbouw mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de woningbouw past in het door gedeputeerde staten vastgestelde programma Wonen en werken; b. de woningbouw leidt niet tot extra bodemdaling. Een motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan.
In de toelichting is hierover opgenomen dat het provinciaal programma Wonen en werken de hoofdlijnen bevat van de gezamenlijke regionale programmeringsafspraken van gemeenten en provincie. In deze regionale programmering: worden de basisprincipes voor verstedelijking gevolgd, te weten: 1. zo veel mogelijk binnenstedelijk/binnendorps (binnen het stedelijk gebied) nabij knooppunten; 2. daarnaast in overig stedelijk gebied; 3. eventuele nieuwe (grootschalige) uitleg koppelen aan hoogwaardig openbaar vervoer en aan (bestaande of nieuwe) knooppunten van de belangrijkste infrastructurele corridors); worden afspraken vastgelegd om te borgen dat binnen het programma tenminste 50% van de te bouwen woningen in het sociale en middensegment plaatsvindt; en worden afspraken gemaakt over energieneutrale, circulaire, klimaatadaptieve woningbouw, evenredige groenontwikkeling en efficiënt ruimtegebruik. Toetsing planinitiatief De planontwikkeling is in overeenstemming met artikel 9.15, omdat het plangebied als zodanig is aangewezen en vastgelegd in het GML-bestand (binnenstedelijk gebied) en is verbeeld op de kaart 19 'Wonen, werken en recreëren kaart 2' (figuur 6).
In de toelichting op artikel 9.15 is vastgelegd dat de toelichting op het ruimtelijk plan een beschrijving bevat van de wijze waarop rekening is gehouden met energieneutrale, circulaire, klimaatadaptieve woningbouw en efficiënt ruimtegebruik. In paragraaf 4.3.4 wordt hierop ingegaan. Conclusie Het plangebied is op grond van artikel 9.15 aangewezen als 'Wonen, werken en recreëren'. De vier woningen liggen in stedelijk gebied. Mitsdien is dit bestemmingsplan in overeenstemming met de Interim Omgevingsverordening. Eveneens wordt voldaan aan de richtlijnen voor duurzaamheid. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de provinciale belangen.
Toelichting
21
bestemmingsplan Plesmanplantsoen 6, Oudewater
Figuur 6: Uitsnede kaart 19 'Wonen, werken en recreëren kaart 2'. Het plangebied is zwart omlijnd aangeduid.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1 Omgevingsvisie 2022-2040 De gemeenteraad van Oudewater heeft op 9 juni 2022 de Omgevingsvisie 2022-2040 'Nu: de toekomst van Oudewater' opgesteld. De Omgevingsvisie Oudewater biedt een inhoudelijk en samenhangend kader. Een koers die richting gaat geven aan gewenste ontwikkelingen binnen de gemeente. Het is een strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving van de gemeente Oudewater. In de omgevingsvisie zijn diverse opgaven met een ruimtelijke impact op een evenwichtige manier afgewogen en samengebracht. Daarmee blijft het voor iedereen in de gemeente Oudewater goed leven, wonen, leren, werken en ontspannen. De kernambitie is om een vitale, duurzame, sociale en inclusieve (gezonde) en veilige woon-, werk- en leefomgeving te borgen en te ontwikkelen. Ankerpunten hierin zijn haar eigen identiteit (onze waarden) in het landschap. Met deze kernambitie bevordert de gemeente een toekomstbestendige samenleving en leefomgeving in Oudewater. De uitgangspunten en waarden zijn hierbij richtinggevend. De visie op hoofdlijnen wordt verwoord in vier verhaallijnen, te weten: 1. kleinschalige groei omwille van de vitaliteit 2. innige band met het landschap 3. Vitale, gezonde, veilige en sociale wijken en kernen 4. Passende en duurzame economie Het plangebied ligt ten noorden van de Kernen in bestaand stedelijk gebied.
Vitale, gezonde, veilige en sociale wijken en kernen Oudewater is in 2040 een levendige, gezonde, veilige en sociaal-inclusieve gemeente, waarin iedereen mee doet. De wijken en kernen hebben elk een eigen karakter en sociale structuur. Deze eigenheid en diversiteit ziet de gemeente als basis voor het ondersteunen van de saamhorigheid en gemeenschapsgevoel. Dat doet zij door het soort voorzieningen aan te laten sluiten op de behoefte en op specifieke maatschappelijke vraagstukken in de wijk. Bijvoorbeeld voor ouderen, jeugd of gezinnen. Ook het woningaanbod sluit hierop aan. De openbare ruimte speelt een belangrijke rol in het ontmoeten
22
Toelichting
bestemmingsplan Plesmanplantsoen 6, Oudewater
van elkaar en het gezond kunnen bewegen. Hier kan worden gewandeld, gefietst, gespeeld en gesport. Gezonde lucht, water en milieunormen ondersteunen een veilige leefomgeving. De gemeente streeft tevens naar meer gemengde gebieden waar wonen, werken en recreëren in elkaars nabijheid plaats vinden. Dit zorgt voor leefbare, diverse en levendige wijken en gebieden. Zo kunnen jongeren en ook jonge gezinnen zich ontwikkelen binnen Oudewater. De mooie en unieke binnenstad van Oudewater heeft hierbij een bijzondere status, vanwege de zo gewaardeerde cultuurhistorische kwaliteit. Dit brengt specifieke kansen en uitdagingen met zich mee op het gebied van wonen, werken, bereikbaarheid, recreatie, toerisme, klimaatadaptatie en schone energie. Opgaven op het gebied van klimaatadaptatie zoals het voorkomen van hittestress, overstroming en droogte worden aangepakt door vergroening van het stedelijk gebied. Maar ook door aanpassingen in de openbare ruimte, door in te spelen op vragen en samen te werken met betrokken partijen en overheden op het gebied van landbouwtransitie en bodemdaling. De omschakeling naar schone warmte opwek in de wijken en kernen krijgt een gebiedsgerichte aanpak, met een warmtevisie per kern of wijk. De focus van deze omgevingsvisie ligt op de onderwerpen wonen, werken, mobiliteit, landbouw, recreatie, natuur, klimaatadaptatie, energie en bodemdaling.
Voor dit plan is het thema Wonen relevant. Wonen: Toekomstbestendig, inclusief en gezond Oudewater kent een prettig leefklimaat waar mensen zich snel thuis voelen. Specifiek worden de rust, ruimte en schoonheid gewaardeerd. Voor de kleinere kernen wordt het in stand houden van de vitaliteit als uitdaging gezien. Landelijk en regionaal is er al jaren sprake van een grote druk op de woningmarkt door een tekort aan woningen. Ook in onze gemeente is dit aan de orde. Er is een tekort aan woningen voor alle doelgroepen, maar specifiek voor jongeren en starters op de woningmarkt. Ook het aantal passende woningen voor senioren is te beperkt. Als gevolg van toenemende vergrijzing neemt deze behoefte verder toe. Omdat ouderen onvoldoende mogelijkheden hebben om te verhuizen naar passende woningen, stagneert ook de rest van de woningmarkt en is het voor starters moeilijk om een betaalbare woning te vinden. De stijgende prijzen voor wonen, zowel in de koop als huursector, een landelijk fenomeen, zet ook de woningmarkt in Oudewater verder onder druk. De mooie landelijke ligging, in de luwte van in de stedelijke regio Utrecht, Gouda en de randstad én middenin het groene Hart, stuwt de woningbehoefte en de woningmarkt verder op.
Naast een demografische aanleiding voor het aanpakken van de woningvoorraad, geven klimaatverandering (vernatting, verdroging, opwarming) en bodemdaling, maar ook landelijke en Europese doelstellingen op het gebied van schone energie en warmte, stikstof- en CO2-reductie concrete en urgente aanleiding voor het verduurzamen van onze bestaande en nieuwe woningen en de woonomgeving. Ook zullen digitalisering en de gevolgen daarvan, zoals meer thuiswerken en webwinkelen, nieuwe behoeftes creëren voor de manier waarop we in de toekomst willen wonen, ontmoeten en bewegen in een gezonde en veilige en inclusieve woonomgeving. Opgave Het zorgen voor voldoende beschikbare, betaalbare én geschikte woningen voor alle inwoners, is een belangrijke opgave van de gemeente Oudewater. De bevolking neemt toe met circa 600 inwoners tot 2040. Afhankelijk van het gerealiseerde woningbouwprogramma kan dit aantal nog toe- of afnemen. Opvallend is dat het aantal huishoudens relatief harder groeit dan de bevolking. Dit komt door huishoudensverdunning (minder personen per huishouden), onder meer veroorzaakt door de vergrijzing. Dit betekent dat er flink gebouwd moet worden in de gemeente Oudewater. Er zijn voor alle doelgroepen woningen nodig. Nieuwbouw moet voor diverse doelgroepen een goede aanvulling zijn op de huidige woningvoorraad.
De nadruk ligt op bouwen voor jongeren, ouderen en levensloopbestendige woningen. Zo ontstaat er doorstroming en ook dat draagt bij aan de opgave, te weten voldoende, betaalbare en geschikte woningen voor alle doelgroepen. Het realiseren van meer woningen is ook in het belang van het behoud van voldoende voorzieningen op het gebied van sport, onderwijs, cultuur, groen, recreatie en andere maatschappelijke voorzieningen. Doelstellingen De kerndoelstelling op het gebied van wonen is zoals in de Woonvisie omschreven: in de gemeente Oudewater willen we zorgen voor voldoende beschikbare, betaalbare en geschikte woningen voor al onze inwoners. Concreet werkt de gemeente dit uit in onderstaande doelstellingen: Voor inwoners die in Oudewater willen blijven wonen is er een passende woning beschikbaar in aantrekkelijke, toekomstbestendige woongebieden met een toereikend voorzieningenaanbod en ruimtelijk passend bij de identiteit en waarden van Oudewater. Dit betekent een extra inspanning voor de levensloopbestendige woningen en starterswoningen, om de doorstroming op de
Toelichting
23
bestemmingsplan Plesmanplantsoen 6, Oudewater
woningmarkt voor alle doelgroepen te bevorderen. De gemeente wil het prettige woon- en leefklimaat met voldoende voorzieningen behouden en waar mogelijk verbeteren. Daarom ontwikkelt zij gezonde, veilige, toekomstbestendige en sociaalinclusieve woongebieden. Het ontwikkelen van een duurzame woonomgeving die klimaatadaptief is en waarin gebruik wordt gemaakt van duurzame energie. Voldoende en passende woningen en voorzieningen De woningbehoefte kan worden bepaald door de demografische ontwikkeling te combineren met de ontwikkeling in de woningbezetting. Voor de gemeente Oudewater is de woningbehoefte berekend op 320 woningen tot en met 2030 en 530 woningen tot 2040 (met planuitstel van 30% plannen we voor 760 woningen). De gemeente wil een prettig woon- en leefklimaat behouden en uitbreiden. Zij heeft de ambitie om de woningvoorraad jaarlijks gemiddeld met 30 woningen uit te breiden. Dit volgt uit de woningbehoefte (Woonvisie 2020-2025) door bevolkingsgroei en de groei van het aantal huishoudens. Deze woningbouw vindt voornamelijk plaats in de kern Oudewater. De gemeente geeft de hoogste prioriteit aan bouwen binnen het huidige stedelijke gebied en zet tevens in op passende uitbreiding (naar behoefte) buiten de rode contour. Na 2030 wordt de woningbehoefte mogelijk naar beneden bijgesteld, op basis van de dan beschikbare prognoses en voortgang in de woningbouwrealisatie.
Toetsing planinitiatief aan Omgevingsvisie De gemeente geeft de eerste prioriteit aan bouwen van binnen het huidige stedelijk gebied. De herontwikkeling naar een kleinschalig appartementengebouw voor de doelgroep starters speelt hierop in. De woningen worden duurzaam en klimaatadaptief gebouwd, zoals toegelicht in paragraaf 4.3.4. Conclusie De Omgevingsvisie heeft een hoog abstractieniveau waar ontwikkelingen op perceelsniveau niet zijn beschreven. De ruimtelijke kwaliteit van het gebied wordt opgewaardeerd in stedelijk gebied met vier woningen voor de doelgroep starters waaraan veel behoefte is. Het oprichten van een kleinschalig appartementengebouw is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie. 4.3.2 Woonvisie 2020-2025 De gemeenteraad van Oudewater heeft op 5 oktober 2020 de Woonvisie 2020--2025 vastgesteld. Deze Woonvisie 2020-2025 biedt een kader voor de ontwikkeling van de woningbouwprojecten en de woningbouwplanning waarin wordt afgewogen en gepland welke woningbouwprojecten op welk moment ontwikkeld kunnen worden. Daarnaast zorgt het college op basis van de Woonvisie 2020 - 2025 ervoor dat de prestatieafspraken met de woningcorporaties (De Woningraat en Habion) opgesteld worden. Voor de uitvoering van de Woonvisie 2020-2025 werkt de gemeente samen met haar strategische partners.
Naast De Woningraat zijn dat ook ontwikkelaars, particuliere beleggers, zorgpartijen, eigenaar-bewoners en huurders. Met hen zoekt de gemeente verbinding en draagvlak voor ambities, doelstellingen en maatregelen, en maakt zij afspraken over te bereiken resultaten. Met het vaststellen van de Woonvisie 2020-2025 kan het college actief uitvoering geven aan het woonbeleid in de vorm van de volgende speerpunten: 1. Versnellen van woningbouwprojecten 2. Extra plancapaciteit 3. Doorstroming 4. Optimaal benutten van de bestaande woningvoorraad. Woningbouwplanning Omdat de wereld sterk in beweging is, is een continue monitoring en bijstelling noodzakelijk van het woonbeleid en het woningbouwprogramma. Daarbij kan ingespeeld worden op veranderingen in wet- en regelgeving, financiële mogelijkheden en de actuele marktcapaciteit. Er is dan ook altijd een korte termijn (5 jaar) en een langere termijn waarnaar gekeken wordt (2040). In de Woningbouwplanning staat het totaal overzicht van alle woningbouwprojecten in de gemeente Oudewater. Aan de hand hiervan wordt gestuurd op het woningbouwprogramma, planning en fasering: wat wordt er voor wie, wanneer en waar gebouwd. Waar ziet de gemeente tekorten ontstaan? De woningbouwprogramma's worden gezamenlijk opgesteld door de ontwikkelende partijen in overleg met en binnen de kaders van de gemeente.
De woningbouwplanning wordt jaarlijks gemonitord en waar nodig bijgesteld
24
Toelichting
bestemmingsplan Plesmanplantsoen 6, Oudewater
Doorstroming In de Woonvisie staat het stimuleren van doorstroming centraal. Door doorstroming creëert de gemeente in de bestaande wijken meer ruimte voor starters en jonge gezinnen. De natuurlijke opbouw van de wijken en dorpen in de gemeente Oudewater, met een mix van type woningen, prijsklassen en bewoners, blijft daardoor behouden. In de nieuwbouw kiest de gemeente bewust voor aanvulling op de bestaande woningvoorraad: het bouwen van woningen geschikt voor 1- en 2 persoonshuishoudens, zoals starters en senioren, zodat iedereen die wil in Oudewater kan blijven wonen. Dit betekent niet dat er niets gedaan wordt voor andere groepen ,zoals gezinnen en mensen met hogere inkomens. Ook voor deze huishoudens wordt gebouwd. In samenwerking tussen gemeente en marktpartijen wordt een goede mix aan woningen gerealiseerd, afgestemd op de vraag. Woningbouwprojecten Conform het coalitieprogramma is het afgelopen jaar flink vaart gemaakt met de laatste binnenstedelijke woningbouwprojecten. Het ziet er naar uit dat vanaf 2021 jaarlijks (ruim) 30 woningen opgeleverd worden. Maar het ontwikkelen van binnenstedelijke locaties is ingewikkeld. Hierdoor kan de bouw later starten dan gepland. Ook is het aantal binnenstedelijke locaties in Oudewater eindig. Om in de toekomst voldoende woningen te kunnen realiseren, zal de gemeente aan de slag moeten gaan met de verkenning van nieuwe locaties.
Een vergelijkbare problematiek ziet de gemeente in de kleine kernen, waar de rode contour de bouwmogelijkheden beperkt. Inzicht in de kwalitatieve en kwantitatieve vraag is daarvoor essentieel. Om deze reden is besloten de Woonvisie 2016-2020 te herijken. Dit betekent niet een volledig nieuwe visie, maar een actualisatie van de cijfers en een aanscherping van het beleid. Samenvattend Wonen is één van de basisbehoeften voor mensen. Voor inwoners die in Oudewater willen blijven wonen, is er voor hen een passende woning beschikbaar in aantrekkelijke woongebieden. Deze ontwikkeling past binnen de doelstelling om een prettig woon- en leefklimaat te behouden en uit te breiden. Daarnaast past het binnen de ambitie van de Woonvisie om de woningvoorraad uit te breiden. In de Woonvisie 2020-2025 is het voornemen om de ambitie te verhogen van 20 woningen per jaar - zoals opgenomen in de Woonvisie 2016-2020 - naar 30 woningen per jaar. Toetsing planinitiatief aan Woonvisie Met het oprichten van vier appartementen wordt een bijdrage geleverd aan het tekort naar woningen in een betaalbare koopsector (tot circa € 325.000,- v.o.n. per appartement) binnen de woonkern, omdat ingespeeld wordt op de behoefte aan voldoende woningen voor de doelgroep starters. Hierdoor kunnen jongeren in Oudewater blijven wonen.
Conclusie De ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt is in overeenstemming met de uitgangspunten van de gemeentelijke Woonvisie. De voorgenomen ontwikkeling en daarmee ook het bestemmingsplan wordt vanuit volkshuisvestelijk oogpunt haalbaar geacht. 4.3.3 Welstandsbeleid Aanvragen omgevingsvergunning dienen te worden getoetst aan eisen van welstand. Deze eisen hebben betrekking op het uiterlijk van bouwwerken en de situering van deze bouwwerken in hun omgeving. Gekeken wordt of het bouwwerk dat men wenst te plaatsen op zichzelf of in verhouding tot de omgeving voldoende passend is. De gemeenteraad van Oudewater heeft in 2004 een welstandsnota vastgesteld. Hierin staan criteria omtrent de redelijke eisen van welstand. Het gaat daarbij om de volgende aspecten: karakteristiek van de bestaande bebouwing; openbare ruimte; landschap; stedenbouwkundige context; massa, structuur, maat en schaal, detaillering, materiaalkeuze en kleurstelling; samenhang in het bouwwerk (de onderlinge relatie tussen samenstellende delen). De criteria kunnen afhankelijk van de specifieke ruimtelijke kwaliteiten en uiterlijke kenmerken van de omgeving per dorp, wijk, buurt of deelgebied verschillen. Daartoe zijn in de welstandsnota specifieke gebiedscriteria opgesteld. Het plangebied is in de gebiedsgerichte criteria aangemerkt als 'Historisch gegroeide woon- en gemengde gebieden (H-gebieden)'.
Het welstandsniveau is hier 'plus'.
Toelichting
25
bestemmingsplan Plesmanplantsoen 6, Oudewater
Conclusie Het bouwplan zal rekening houden met de welstandscriteria zoals opgenomen in de welstandsnota. Het voorlopig ontwerp zal om advies worden voorgelegd aan de commissie voor Ruimtelijke kwaliteit en erfgoed. Eventueel door de commissie gemaakte opmerkingen zullen worden overgenomen. 4.3.4 Duurzaam bouwen Wettelijk kader Duurzaam bouwen is gericht op het beperken van de negatieve milieuaspecten in alle fasen van het bouwproces en het vergroten van de ecologische kwaliteiten van het leefgebied. Concreet betekent dit het terugdringen van verspilling van grondstoffen, het verlengen van de levensduur, een flexibeler gebruik van gebouwen en het bevorderen van hergebruik van bouwmaterialen. Bij duurzaam bouwen wordt o.a. aandacht besteed aan waterhuishoudingsaspecten (bijv. afkoppeling hemelwaterafvoer), stedenbouwkundige structuur (bijv. oriëntatie van gebouwen op de zon) en bouwkundige maatregelen (isolatie, zonnecollectoren, materiaalgebruik). Provinciaal beleidskader In de Provinciale Interim Omgevingsverordening is in de toelichting op artikel 9.15 vastgelegd dat de toelichting op het ruimtelijk plan een beschrijving bevat van de wijze waarop rekening is gehouden met energieneutrale, circulaire, klimaatadaptieve woningbouw en efficiënt ruimtegebruik. Tot ruimtelijke plannen behoren onder meer bestemmingsplannen. Dit ruimtelijk plan ligt in het stedelijk gebied.
Duurzaam Oudewater In de Woonvisie Oudewater 2020-2025 is aandacht besteed aan een duurzaam woonbeleid, waarin rekening wordt gehouden met de volgende generaties. Dat heeft in ieder geval te maken met een toekomstbestendige woningvoorraad waarvan de (technische) kwaliteit op peil blijft. Bij nieuwbouw is de ambitie dat alle woningen energieneutraal - nul op de meter - worden gebouwd. (Ontwerp) Omgevingsvisie 2022-2040 De gemeente heeft in de (ontwerp) Omgevingsvisie 2022-2040 'Nu: de toekomst van Oudewater' opgaven beschreven over klimaatadaptatie en duurzaamheid. Doelstelling is onder andere het ontwikkelen van een duurzame woonomgeving die klimaatadaptief is en waarin gebruik wordt gemaakt van duurzame energie. Duurzaamheid is een belangrijk thema. Duurzaamheid speelt zowel een rol in de bestaande woningvoorraad als in de nieuwbouw. Door duurzaam te bouwen of woningen te verduurzamen, wordt bijgedragen aan energiebesparing in woningen. Duurzaamheid is echter meer dan energiebesparing. Het draagt ook bij aan voorkomen van uitputting van grondstoffen, een beter woon- en leefklimaat, een gezond binnenmilieu en gezondheid van bewoners. Duurzaam bouwen heeft ook een positieve weerslag op de leefbaarheid van de woningen en de woonomgeving en op de betaalbaarheid, woonlasten worden lager.
Toetsing plan aan Duurzaam bouwen De woningen worden overeenkomstig de eisen van Bijna EnergieNeutrale Gebouwen (BENG) gerealiseerd. Hiervoor wordt het volgende plan uitgewerkt: het bouwen van woningen zonder gasaansluiting; het aanbrengen PV panelen op het dak; het plaatsen van energiezuinige installaties, zoals warmtepompdrogers; Bovendien wordt beoogd een aantal duurzame maatregelen op te nemen om het milieu te ontlasten, zoals beperking van watergebruik en toepassing van circulair materiaalgebruik. Ook is er aandacht voor de gezondheid door onder andere geluidwering, luchtkwaliteit en thermisch comfort. Conclusie De vier woningen worden duurzaam gebouwd, waarbij rekening wordt gehouden met de gemeentelijke beleidsuitgangspunten op het gebied van duurzaam bouwen en klimaatadaptief bouwen.
26
Toelichting
bestemmingsplan Plesmanplantsoen 6, Oudewater
Hoofdstuk 5 5.1
Water
Inleiding
Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een Watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Doel van de watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken.
5.2
Beleid Rijk en provincie
5.2.1 Rijk Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016 – 2021 (NWP2) vastgesteld. Het NWP2 is het formele rijksplan voor het nationale waterbeleid en is, voor wat betreft de ruimtelijke aspecten, een structuurvisie zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. In de Waterwet is vastgelegd dat het Rijk dit plan eens in de zes jaar actualiseert. Het NWP2 geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016 - 2021 voert om te komen tot duurzaam waterbeheer. Het NWP2 richt zich op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. In het Nationaal Waterplan zijn de maatregelen benoemd die worden genomen om de verschillende doelen te bereiken. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: Nederland blijft de veiligste delta in de wereld; Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater; Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement; Nederlanders leven waterbewust.
Het waterbeleid zoals geformuleerd in het NWP2 werkt door op provinciaal en regionaal niveau, om zo te komen tot gebiedsgericht beleid. Via het provinciaal en gemeentelijk waterbeleid en het beleid van de waterschappen dient het rijksbeleid zoals geformuleerd in het NWP door te werken tot op bestemmingsplanniveau. De watertoets, die is geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening, blijft een belangrijk instrument om de waterbeheerder vroegtijdig bij ruimtelijke planprocessen te betrekken. Daarnaast is in het NWP2 aangegeven dat aandacht moet worden geschonken aan de planologische borging van beschermingszones van primaire waterkeringen, door deze vast te leggen in bestemmingsplannen. Eén en ander is op rijksniveau in het Barro vastgelegd. 5.2.2 Provincie De watersystemen in stedelijk gebied zijn voornamelijk afgestemd op afvoer (bij regen) en aanvoer (in droge perioden) van water. Een dergelijk systeem bezit onvoldoende veerkracht om te kunnen inspelen op de toekomstige ontwikkelingen.
Aandachtspunten bij het streven naar een veerkrachtige duurzame inrichting en beheer in zowel bestaand als nieuw stedelijk gebied zijn de realisering van extra open water, de afkoppeling van schoon verhard oppervlak van de riolering, de aanleg van een verbeterd gescheiden rioleringsstelsels, het saneren van vervuilingsbronnen, de realisering van een natuurvriendelijke oeverinrichting en een duurzamer gebruik van (leiding)water (duurzame waterketen). Vanaf het begin van planvorming dient overleg gevoerd te worden tussen gemeente, waterbeheerders en andere betrokkenen. Doel van dit overleg is gezamenlijk de uitgangspunten en wensen vanuit duurzame watersystemen en veiligheid te vertalen naar concrete gebiedsspecifieke ruimtelijke uitgangspunten. Hierbij geldt dat afwenteling moet worden voorkomen en dat de drietrapsstrategie “vasthouden, bergen en afvoeren” moet worden gehanteerd. Voor nieuw stedelijk gebied, dient rekening te worden gehouden met de eis voor het minimale wateroppervlak ten behoeve van de waterberging; dit moet 10% van het bruto stedelijk gebied worden (inclusief stadsrand).
Toelichting
27
bestemmingsplan Plesmanplantsoen 6, Oudewater
5.3
Beleid hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden
Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden. Dit schap is in het gebied verantwoordelijk voor de waterhuishouding: het waterkwaliteitsbeheer, het waterkwantiteitsbeheer en de zorg voor de waterkeringen. Voor elk bestemmingsplan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over de effecten van de bouwmogelijkheden op het waterbeheer. De waterbeheerder voert de Watertoets uit. De Watertoets heeft als doel het voorkomen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden die in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. De opmerkingen van de waterbeheerder worden verwerkt in deze waterparagraaf. Waterbeheerprogramma 2022 - 2027: Stroomopwaarts, klimaatbestendig en duurzaam In het op 22 december 2021 vastgestelde waterbeheerprogramma staan de ambities van het waterschap voor de komende zes jaar. Grote maatschappelijke opgaven Nederland staat de komende jaren voor grote maatschappelijke opgaven. De snelheid van klimaatverandering is ongeëvenaard en de effecten (extreme droogte én extreme neerslag) zijn nu al zichtbaar. Ook de afname van biodiversiteit gaat sneller dan ooit in de menselijke geschiedenis. Om dit tegen te gaan is een energietransitie gaande, moet het hoogheemraadschap een omslag maken naar een klimaatbestendige inrichting, een circulaire economie en meer duurzame landbouw. In al deze uitdagingen speelt water een rol.
Daarnaast is er een grote woningbouwopgave. Deze opgaven samen leveren een grote druk op de ruimte op. Stroomopwaarts werken Het hoogheemraadschap wil als waterschap meer aan het roer zitten om water een sturende rol in de ruimtelijke ordening te geven. Zij noemen dat stroomopwaarts werken, gericht op de toekomst. Het hoogheemraadschap investeert zelf - op haar eigen terreinen - in biodiversiteit, circulariteit en duurzaamheid. Zij stimuleert waterbewust gedrag, en vraagt daarmee ook iets van de inwoners. Tegelijk zet zij zich volop in voor een veilige, gezonde en prettige leefomgeving voor iedereen. Toekomstbestendig gebied Om voorbereid te zijn op de toekomst investeert het hoogheemraadschap in het watersysteem. Zij werkt samen met partners aan gezamenlijke maatschappelijke opgaven: De komende jaren versterkt het waterschap de dijk langs de Lek; dit project Sterke Lekdijk biedt kansen voor groen en landschap. Daarnaast vraagt zij haar partners om de gevolgen van overstromingen tegen te gaan via ruimtelijke inrichting (2e laag waterveiligheid); Voor de zoetwatervoorziening van West-Nederland is tijdens extreem droge periodes de wateraanvoer via het watersysteem van De Stichtse Rijnlanden van essentieel belang. Deze aanvoercapaciteit vergroot zij de komende jaren via het project Capaciteitsuitbreiding Klimaatbestendige Wateraanvoer (KWA+).
Zij gaat de inlaat vanuit de Neder-Rijn bij Wijk bij Duurstede ook bij extreem lage rivierwaterstanden zeker stellen door het bouwen van een inlaatgemaal; De afvoer van water gaat voor een groot deel van de regio via het Amsterdam-Rijnkanaal, waarin beperkt ruimte is om extremere buien op te vangen. Het is nodig het watersysteem te optimaliseren en de afhankelijkheid ervan te verkleinen door een meer waterrobuuste inrichting van steden en polders; Verbeteren waterkwaliteit en vergroten biodiversiteit. Het hoogheemraadschap streeft overal naar schoon en levendig water: gezond water in de stad, levendige boerensloten en natuurwater vol leven. Dit vraagt de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het is nodig voor een robuuste, gezonde en prettige leefomgeving. Voor elke categorie gaan we de samenwerking aan met de relevante partners; Warmte en grondstoffen uit (afval)water. Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) en afvalwater (TEA) heeft veel potentie én kansen in onze regio vanwege de grote woningbouwopgave langs grote wateren. Het hoogheemraadschap stimuleert het gebruik van warmte en grondstoffen uit (afval)water.