CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

B1. AB20241212 Kaderbrief 2026.pdf

Gemeenteraad 6 maart 2025, gemeente OudewaterBij agendapunt: 9: Raadsvoorstel zienswijze Kaderbrief 2026 Gemeenschappelijke regeling Ferm Werk (169084)6.141 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

3 alinea's met “maatschappij”: 30 45 88

Kaderbrief 2026 GR Ferm Werk

November 2024

Inhoudsopgave Inhoudsopgave

pagina 2

Voorwoord

pagina 3

Inleiding

pagina 4

Visie, Verbinden en Vasthouden

pagina 5

Programma 1: Inkomensregelingen

pagina 6

Programma 2: Arbeidsinschakeling

pagina 6

Programma 3: Werkbedrijf en Beschut Werk

pagina 9

Programma 4: Aanvullende Dienstverlening

pagina 11

Bedrijfsvoering

pagina 12

Financieel overzicht

pagina 12

Vervolg en planning

pagina 13

Kaderbrief 2026 GR Ferm Werk

november 2024

2

Voorwoord Geachte college- en raadsleden, Er is een Nederlands gezegde dat stelt dat ontwikkeling en groei ontstaan met het nemen van risico’s: “Aan de rand van het ravijn, bloeien de mooiste bloemen.” Voor onze inwoners1 zijn de risico’s van ‘het ravijn’ heel persoonlijk. Samen met ons zoeken zij de grenzen op van wat comfortabel is. Zodat zij deze steeds een beetje kunnen verleggen. Ook werkgevers trotseren hun ongemak, als zij met de inzet van onze doelgroep een antwoord willen vinden op hun voortdurende behoefte aan arbeid. Maar ook zorgen hebben over begeleidingskosten of uitval van medewerkers. Van onze professionals vraagt het lef om elke dag datgene te doen wat nodig is om invulling te geven aan de ontwikkeling van anderen én zichzelf. Het woord ‘ravijn’ roept bij u waarschijnlijk iets anders op. Zeker in de context van het jaar 2026. Dat jaar kenmerkt zich voor gemeenten door een tijdelijke verdeelsystematiek van rijksmiddelen, die samengaat met een forse landelijke bezuiniging. Natuurlijk legt dit gegeven een sterke nadruk op de keuzes die gemeenten maken voor hun begroting van dat jaar. Het is belangrijk om daar oog voor te hebben. Maar ook om daarbij niet uit het oog te verliezen wie op ons rekenen om mee te kunnen doen in de samenleving. De impact van te maken financiële keuzes moet voor hen zo klein mogelijk zijn.

Onze gemeenten hebben zich hier duidelijk over uitgesproken en wij denken hier zeker hetzelfde over. Ferm Werk ziet het als een gezamenlijke opgave om een balans te vinden tussen kosten en baten. Hierbij voelen wij eigenaarschap om bij te dragen aan een financieel gezonde gemeentebegroting. De start hiervoor begint met deze Kaderbrief. De Kaderbrief is een bestuurlijk document. Dat wil zeggen dat het de beleidsmatige en financiële kaders schetst waarbinnen Ferm Werk uitvoering moet geven aan de verschillende wetten waarvoor het verantwoordelijk is. Het is daarmee een document van uw gemeenteraad. U koos er in 2024 met ons voor om extra in te zetten op de meest kwetsbare inwoners van uw gemeenten. En dit in 2025 te onderstrepen en voort te zetten. Voor het jaar 2026 houden wij deze koers grotendeels vast. En blijven wij verder op zoek gaan naar manieren om kosteneffectief invulling te geven aan onze wettelijke taken. Dat doen wij niet alleen. Gemeentelijke uitdagingen zijn ook ónze uitdagingen, zoals die van ons ook uw uitdagingen zijn. Ferm Werk wil hierin verbindend zijn. Daar is de inwoner het meest bij gebaat en u zult in deze Kaderbrief lezen dat daarvoor in 2026 extra aandacht is. Al met al kunnen we stellen dat een ‘ravijn’ erom vraagt goed op te letten. Binnen de context van leren en ontwikkelen, is het iets om nieuwsgierig tegemoet te treden, berekenend en verstandig.

Voor 2026 zien wij het als onze taak om een evenwicht te vinden tussen financiële behoedzaamheid en ontwikkelgerichte durf. Zodat ook in dat jaar en de jaren erna, inwoners op ons kunnen blijven rekenen en zij zich welkom en waardevol voelen en waarde toevoegen aan onze maatschappij. Hoogachtend, Namens het dagelijks bestuur GR Ferm Werk,

Guido Eggermont Algemeen Directeur

1

Daar waar in deze Kaderbrief ‘inwoners’ staat worden de inwoners uit onze vier gemeenten bedoeld die Ferm Werk nodig hebben om mee te doen.

3 Kaderbrief 2026 GR Ferm Werk

november 2024

Inleiding In het voorwoord heeft u kunnen lezen dat Ferm Werk kostenbewust is. Dat is ook bittere noodzaak, zoals wij in de Kaderbrief 2024 met u deelden. Ferm Werk heeft met een toenemende doelgroep te maken die steeds complexer is. Dat komt door de stijging van aan de ene kant het aantal asielstatushouders en aan de andere kant het aantal inwoners met problemen op meerdere leefgebieden. Daarbovenop is de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering 2021 gekomen en is het, ook voor ons, moeilijk om goede arbeidskrachten te vinden. Door deze ontwikkelingen zijn de kosten voor u als gemeente toegenomen, ook door stevige inflatie en cao-loonstijgingen. Deze kostenstijgingen worden grotendeels gecompenseerd in het gemeentefonds. Dat geldt niet voor kostenstijgingen als gevolg van nieuw gemeentelijk beleid. Daarom hebben we onze aandacht voor 2026 vooral gericht op het verschuiven van onze focus en het aanwenden van extra externe middelen. Dat zijn middelen die het rijk ad hoc ter beschikking stelt voor opgaven waar sociaal ontwikkelbedrijven als Ferm Werk voor staan. Het zijn ook middelen die in onze arbeidsmarktregio’s ontstaan of beschikbaar komen via landelijke subsidieregelingen. En ook binnen de kaders van Social Return On Investment (SROI) liggen kansen voor gemeenten.

Uiteraard zullen wij in deze kaderbrief benadrukken en onderbouwen dat de eerdergenoemde middelen hard nodig zijn voor de ondersteuning van de inwoners van uw gemeente door Ferm Werk en hopen daarmee uw raad daarvan te overtuigen. Meer dan ooit tevoren voelen wij een sterke behoefte aan samenwerking en zichtbaarheid met en bij onze vier gemeenten. Uitdagingen als die van het ‘ravijnjaar’ 2026 zijn ook de onze. En onze opgaven zijn ook die van u. Deze wederzijdse afhankelijkheid maakt dat samenwerken geen keuze is, maar een gegeven. En dat omarmen wij. Financiële uitgangspunten voor 2026 Zoals elk jaar zullen kosten stijgen als gevolg van de loon- prijsontwikkelingen. Gemeenten worden voor deze kostenstijgingen gecompenseerd via het gemeentefonds, maar het is toch goed om deze hier te benoemen. Voor 2026 geldt een voorlopige indexatie van 2,7%2. Voor de prognose van de volumeontwikkeling baseren wij ons op de meest recente schatting van het CPB. Op het moment dat wij deze Kaderbrief schrijven, voorziet het CPB, in de schatting voor de middellange termijn van september 20243, voor 2026 een daling van het landelijke bijstandsvolume van 1,4%. De loon- en prijsindexatie en de schatting van het CPB van het bijstandsvolume nemen wij mee als uitgangspunten voor de begroting 2026. Leeswijzer In deze Kaderbrief brengen wij eerst ons V3-programma onder de aandacht.

Vervolgens nemen wij u per programma mee langs bestaand beleid wat u zult herkennen uit de vorige Kaderbrief en begroting. Vaak gaat het om de wettelijke kerntaken van de drie wetten die wij uitvoeren: de Participatiewet, de Wet sociale werkvoorziening en de Wet inburgering 2021. Bij elk programma schetsen wij ook wat nieuw beleid is, waarbij wij aangeven wat het verwachte maatschappelijke en financiële effect is. Zo ontstaat een duidelijk beeld van wat u van ons in 2026 mag verwachten. Dit gaat bij de meeste programma’s om besparingen, maar dat is niet overal het geval. Een belangrijke kanttekening is hierbij op z’n plaats: gezien de doorlooptijd van het proces van de totstandkoming van de Kaderbrief, zijn alle cijfermatige uitgangspunten, dus ook de financiële doorrekeningen daarvan, omgeven met een zekere mate van onzekerheid.

2 3

https://www.cpb.nl/raming-september-2024-mev-2025 https://www.cpb.nl/raming-september-2024-mev-2025

4 Kaderbrief 2026 GR Ferm Werk

november 2024

Visie, Verbinden en Vasthouden In onze begroting 2025 hebben wij u een eerste maal meegenomen in onze vernieuwde visie, missie en kernwaarden. Deze zijn voortgekomen uit ons interne programma V3 dat staat voor Visie, Verbinden en Vasthouden. Dit programma heeft als doel om invulling te geven aan de transitie waar Ferm Werk voor staat als toekomstbestendig sociaal ontwikkelbedrijf en waaraan wij eerder refereerden in de raadsinformatiebijeenkomst van eind 2023. Recent heeft de Staatssecretaris Participatie en Integratie de Tweede Kamer een update4 gegeven van deze transitie. Hierin wordt onder andere het impulsbudget genoemd dat gemeenten krijgen om de transitie van de ontwikkelbedrijven waaraan zij gelieerd zijn, te financieren. Het gaat hier om landelijk 35 miljoen euro in 2025 en dit loopt door tot 2034 (19,8 miljoen euro). In de meicirculaire 2025 zullen deze middelen worden verdeeld, zodat deze ten gunste kunnen komen aan de ontwikkeling van Ferm Werk en daarmee aan die van de inwoners van onze vier gemeenten. Verdere details zullen later door de rijksoverheid bekend worden gemaakt. Maar het is duidelijk dat deze extra middelen in het licht van het ‘ravijnjaar’ 2026 als geroepen komen. Alhoewel deze middelen nog niet zijn opgenomen in deze Kaderbrief, rekenen wij hier wel op.

Zodat de weg naar het strategische doel dat wij onszelf hebben gesteld aan het eind van dit decennium bewandeld kan blijven worden. Dit doel is dat Ferm Werk hét regionale ontwikkelbedrijf is voor inwoners die ons nodig hebben om mee te doen. Hierdoor dragen wij optimaal bij aan het verwezenlijken van onze droom, onze visie:

Een samenleving waarin iedereen door mee te doen zich welkom en waardevol voelt en waarde toevoegt aan de maatschappij. Het verloop van V3 Ons V3-programma richt zich op alle onderdelen van onze organisatie, zoals onze visie, missie en kernwaarden. Maar ook op de strategische doelen waar wij ons de komende jaren op willen richten, zodat wij het sociaal ontwikkelbedrijf voor uw inwoners kunnen zijn en blijven. V3 raakt onze dienstverlening én onze identiteit en cultuur. Daarmee is het een programma dat meerdere jaren duurt. Dat maakt dat niet alleen een lange adem nodig is. Ook is het vasthouden van onze focus cruciaal en dit verklaart dan ook de derde V van V3. Wij blijven u via onze kwartaalrapportages meenemen in de voortgang van V3.

4

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2024/10/15/voortgangsbrief-infrastructuur-sociaal-ontwikkelbedrijvenen-beschut-werk

5 Kaderbrief 2026 GR Ferm Werk

november 2024

Programma 1: Inkomensregelingen Bestaand beleid Ontwikkelen en meedoen lukt beter zonder geldzorgen. Onze inkomensondersteuning raakt de portemonnee van de inwoner direct. In 2026 verstrekken wij uitkeringen aan iedereen die niet zelfstandig in het eigen levensonderhoud kan voorzien. Deze ondersteuning laat de financiële onzekerheid van inwoners afnemen en is tijdelijk totdat de inwoner financieel zelfredzaam is. Voor bijzondere en noodzakelijke kosten kunnen inwoners een beroep doen op de bijzondere bijstand. Ook deze vormen van bijstand zorgen voor minder geldstress bij onze inwoners. Hierdoor ontstaat bij hen ruimte om te ontwikkelen. Die ontwikkeling is de kern van ons werk en inkomensondersteuning is daarbij onmisbaar. Nieuw beleid: samenwerking en zichtbaarheid Wat is nieuw? De zichtbaarheid van Ferm Werk is belangrijk. Om een beroep te kunnen doen op onze inkomensondersteuning moeten inwoners ons kunnen vinden en om ons te vinden, moeten zij ons kunnen zien. Voor sommige inwoners ligt Ferm Werk niet ‘om de hoek’. In 2026 willen wij onze ‘voordeur’ dichter bij de inwoner brengen. Bijvoorbeeld door aan te sluiten bij de bestaande lokale toegang. Uiteraard dient er een balans te zijn tussen zichtbaarheid en de efficiëntie van onze dienstverlening. Alles met als doel om de toegankelijkheid van onze dienstverlening te vergroten.

Dit ligt in lijn met ons uitgangspunt dat de inwoner centraal staat; de behoefte van de inwoner en het effect van de dienstverlenging daarop, is leidend. Wat is het maatschappelijk en financieel effect? We verwachten niet dat het verhogen van de toegankelijkheid van Ferm Werk leidt tot significant meer aanvragen. Wel verwachten we dat het bijdraagt aan de klantgerichtheid en het gevoel bij de inwoner dat hij of zij welkom bij ons is. Daarbij komt dat het verhogen van onze zichtbaarheid de samenwerking met maatschappelijke partners ten goede komt. Ook daarbij is de inwoner gebaat.

Programma 2: Arbeidsinschakeling Bestaand beleid Maximalisatie van participatie, als het kan door werk. Dat is ons doel. Voor onze cliënten betekent dit dat wij ons richten op het potentieel dat zij hebben. Daar waar dat kan, is het contact met onze inwoners frequent, intensief en persoonlijk. Als wat iemand kan, of kan ontwikkelen, aansluit op de vraag vanuit het lokale bedrijfsleven, werken wij toe naar duurzame plaatsingen. Zo voegen wij waarde toe aan de samenleving, voor inwoners en werkgevers. Dat doen en kunnen wij niet alleen. Samenwerking met onze maatschappelijke partners, lokale werkgevers en onze vier gemeenten is essentieel. De vragen die wij ons daarbij steeds stellen zijn: Wat heeft de inwoner nodig? Wat kunnen wij zelf bieden? Wat kunnen andere partijen beter? Hoe kunnen de gemeenten ons hierbij helpen? Binnen programma 2 valt ook de uitvoering van de Wet inburgering 2021. Een complexe taak die landelijk - en dus ook bij Ferm Werk - veel van de uitvoering vraagt. En van de inwoner en samenleving. Daarmee is inburgering niet alleen een wettelijke taak, maar ook een maatschappelijke opgave, die alleen slaagt door inspanningen van de hele samenleving. De uitvoering van de wet vindt plaats in een keten. Ferm werk is daarbij gericht op samenwerking, afstemming en met elkaar lering trekken.

Zo dragen wij bij aan een vlotte en effectieve inburgering van asielstatushouders en gezinsmigranten. Dat komt de inwoner én de samenleving ten goede, want een goede integratie is een voorwaarde om mee te doen.

Kaderbrief 2026 GR Ferm Werk

november 2024

6

Nieuw beleid: Beleidscapaciteit Inburgering Wat is nieuw? In aanloop naar de start van de Wet Inburgering 2021, hebben wij ingeschat dat het aanstellen van een Beleidsadviseur Inburgering niet nodig was. Zo hebben wij de structurele kosten voor onze gemeenten lager kunnen houden. In de praktijk blijkt echter dat deze wet, die continu in ontwikkeling is, een te grote belasting is op onze structurele beleidscapaciteit. Er is vooral beleidscapaciteit nodig om ervoor te zorgen dat er in de keten effectief en efficiënt wordt samengewerkt en er een goede afstemming is met de inburgeringsbeleidsadviseurs van onze vier gemeenten. Om dit te waarborgen, is extra beleidscapaciteit op het vlak van inburgering onmisbaar gebleken. Deze hebben wij de afgelopen jaren telkens moeten inhuren. Om de kosten hiervoor omlaag te krijgen, vraagt Ferm Werk structurele formatieruimte. Wat is het maatschappelijk en financieel effect? Inburgering is een randvoorwaarde voor werk en participatie. Hoe effectiever de inburgering, hoe kleiner de kans op bijstand, een sociaal isolement en hoge kosten die daarmee gemoeid zijn. Ook werkgevers profiteren meer van een effectieve inburgering, als asielstatushouders hierdoor beter inzetbaar zijn binnen hun bedrijven. De kosten van de inzet van een Beleidsadviseur Inburgering zijn € 97.000,-5 euro.

Nieuw beleid: SROI Wat is nieuw? Ferm Werk voert voor de gemeenten Woerden en Oudewater6 de SROI-regeling uit. Dit gaat over de verplichting van gegunde opdrachtnemers binnen gemeentelijke (en soms regionale) aanbestedingsprocedures om te investeren in een sociaal doel. De voorkant van dit proces, de beleidsvorming en het opnemen van de verplichtingen in de aanbestedingen, ligt bij de gemeente. De achterkant, het toezien op naleving van die verplichtingen en het adviseren over de invulling ervan, ligt bij Ferm Werk. In de aanloop naar 2026 wil Ferm Werk samen met Woerden en Oudewater het totale proces ten aanzien van SROI naar een hoger plan tillen. Met name op dit vlak zal samenwerking met deze gemeenten van cruciaal belang zijn. Hiervan kunnen op termijn mogelijk ook BodegravenReeuwijk en Montfoort profiteren. Wat is het maatschappelijk en financieel effect? Ferm Werk wil de mogelijke opbrengsten van SROI inzetten voor de begeleiding van onze doelgroep. Hierdoor kunnen wij meer voor onze inwoners betekenen, zonder dat dit gemeenten meer kost. Met een effectief SROI-beleid kunnen gemeenten het signaal afgeven dat het nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid niet alleen een taak is van de gemeente. Het is een taak van de gehele samenleving. Het versterken van het SROI-proces kan leiden tot extra ondersteuning van onze inwoners en extra plaatsingen.

Om dit te kunnen waarmaken, zal inzet van uitvoeringscapaciteit nodig zijn van Ferm Werk én gemeenten. Als de wens is om dat kostenneutraal te doen, dan zal deze capaciteit ten koste gaan van iets anders. Dit vraagt dan om een verandering van focus. Op dit moment is het nog onduidelijk hoeveel capaciteit hiervoor nodig is en wat hiervan de consequenties zijn. Lopende het jaar 2025 zal dit duidelijker worden. Hoe dan ook benadrukken wij dat SROI echt een gezamenlijke aangelegenheid is. Alleen als gemeenten en Ferm Werk samen met een sluitende aanpak komen, ontstaan voor onze kwetsbare inwoners extra kansen. Als dit lukt, schatten wij dat het meer kunnen profiteren van SROI leidt tot minimaal 5 extra uitstroom uit de uitkering in 2026.

5

Het gaat hier om structurele middelen. De kosten die Ferm Werk nu maakt door deze capaciteit in te huren, liggen hoger. Voor de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk wordt SROI door de arbeidsmarktregio uitgevoerd en voor Montfoort is op dit moment onduidelijk wie dit uitvoert. Dit wordt nog onderzocht. 6

7 Kaderbrief 2026 GR Ferm Werk

november 2024

Nieuw beleid: schrappen van de middelen voor ontwikkelcapaciteit Wat is nieuw? In de kaderbrief 2024 hebben wij aangekondigd te gaan werven voor extra beleidscapaciteit. Deze capaciteit zou met name ingezet moeten worden om meer te kunnen profiteren van middelen en mogelijkheden vanuit de arbeidsmarktregio’s. Ontwikkelingen in de arbeidsmarktregio en een toename van de effectiviteit van onze huidige beleidscapaciteit hebben ervoor gezorgd dat de noodzaak om de extra beleidscapaciteit op het vlak van de arbeidsmartkregio’s in te zetten, is afgenomen. Dit doet niets af aan het feit dat de behoefte aan capaciteit om in te zetten op de doorontwikkeling van interne processen hoog blijft. Zoals in het kader van ons V3-programma. Tegelijkertijd zien wij in het niet realiseren van deze beleidscapaciteit een mogelijkheid om gehoor te geven aan de financiële oproep van onze gemeenten. Om die reden schrappen wij deze middelen. Wat is het maatschappelijk en financieel effect? Met het schrappen van de structurele ontwikkelcapaciteit besparen wij € 97.000,-. Daar staat tegenover dat een aantal interne doorontwikkelingen die zijn gericht op bijvoorbeeld efficiëntie en effectiviteit, langer zullen duren. Nieuw beleid: Wet van school naar duurzaam werk Wat is nieuw? Samen met de sociaal en jeugdteams van onze gemeenten zet Ferm Werk proactief in op preventie bij kwetsbare jongeren.

Het doel is hen te activeren naar school, (vervolg)onderwijs of werk, op het moment dat er een groot risico is dat zij thuis komen te zitten of blijven zitten. Dit is Jongeren In Participatie (JIP), dat sinds 2024 valt onder Programma 2: Arbeidsparticipatie. Op het moment van schrijven van deze Kaderbrief heeft de Raad van State een advies uitgebracht ten aanzien van de nieuwe Wet van school naar duurzaam werk. Deze wet heeft als doel om “jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt te ondersteunen richting economische zelfstandigheid”7. Verschillende beleidsterreinen van gemeenten en scholen moeten regionaal gaan samenwerken om uitvoering te geven aan deze nieuwe wet. Hiervoor ontvangen gemeenten middelen vanuit het rijk. Wat is het maatschappelijk en financieel effect? De nieuwe wet moet op 1 januari 2026 in werking treden. Als inderdaad de ondersteuning van de jongere vanuit de nieuwe wet geborgd is (voor Ferm Werk een keiharde voorwaarde), kan dit mogelijk worden beschouwd als een voorliggende voorziening ten opzichte van JIP. Ferm Werk kijkt hier goed naar, want het mag niet zo zijn dat de dienstverlening aan de jongere afneemt. Daarom zullen wij in de gaten houden hoe de jongere wordt ondersteund en of dit voldoet aan de kwaliteitseisen die wij nu voor JIP hanteren. Dit doen wij in aanloop naar en na invoering van de wet.

Als het voorgaande naar wens verloopt, zullen er geen maatschappelijke gevolgen zijn voor de jongeren die nu onder JIP vallen. De wet moet nog naar de Tweede en Eerste kamer, voordat deze in werking treedt. Op dit moment is er dus nog onzekerheid over de wet en de invulling ervan. Ook zal er bij de nieuwe wet in het begin extra afstemming nodig zijn tussen de nieuwe en bestaande uitvoering. Dit, in combinatie met wat in de alinea hierboven is beschreven, maakt dat wij ervoor kiezen om de uitvoeringscapaciteit voor JIP niet direct te schrappen, maar af te bouwen in 3 jaren. Voor 2026 betekent dit dus nog geen afname van de kosten. De afbouw leidt tot een uiteindelijke kostendaling van € 109.0008,- bij Ferm Werk in 2029.

7

https://wetgevingskalender.overheid.nl/Regeling/WGK013026 In de begroting zullen wij dit mogelijk opnemen in de risicoparagraaf, omdat de voorwaarde voor deze besparing is dat de dienstverlening aan de jongere vanuit de nieuwe wet minstens zo effectief is als de dienstverlening van JIP. Ook als de dienstverlening in het kader van de nieuwe wet ondergebracht wordt bij Ferm Werk, zullen de kosten niet afnemen. Daartegenover staan dan weliswaar wel de rijkmiddelen die gemeenten ontvangen voor de uitvoering van de nieuwe wet. 8

Kaderbrief 2026 GR Ferm Werk

november 2024

8

Nieuw beleid: samenwerking en zichtbaarheid Wat is nieuw? Voor wat betreft werk en re-integratie zien wij een toegevoegde waarde in het verder vergroten van onze zichtbaarheid. Ferm Werk is nu al aanwezig in bestaande voorzieningen van onze gemeenten, zoals het DoeMeeHuis in Montfoort of het Huis van Alles in Bodegraven-Reeuwijk. Maar er zijn zonder meer mogelijkheden voor het vergroten van onze zichtbaarheid. Dit moet leiden tot het verder verlagen van de drempel voor inwoners om stappen te zetten richting werk en participatie. Hierin is de samenwerking met lokale partijen essentieel. Om samen te kunnen werken, moet je eerst samen tot de conclusie komen dat samenwerken werkt. De gezamenlijke conclusie dat iets níet kan, is dan ook winst. Ferm Werk heeft daar hulp bij nodig in de vorm van een duidelijk aanmoedigend signaal van onze gemeenten om een wederkerige en constructieve samenwerking met ons te zoeken. De samenwerking met werkgevers is voor ons essentieel en verdient altijd aandacht, ook in 2026. Hun roep om geschoold en ervaren personeel kunnen wij echter vaak niet beantwoorden; onze doelgroep sluit daar simpelweg niet goed op aan. Wij zullen hierin duidelijk moeten zijn naar werkevers.

Wat kunnen we niet en wat kunnen we wel? Zeker met de ontwikkelingen van de arbeidsmarktinfrastructuur9 verdient het aandacht om dichtbij de werkgever te gaan staan en samen te zoeken naar mogelijkheden om het arbeidspotentieel van onze inwoners in te zetten voor het bedrijfsresultaat. Wat is het maatschappelijk en financieel effect? Als de dienstverlening van samenwerkingspartners aansluit op die van Ferm Werk en is afgestemd op de ondersteuningsbehoefte van onze doelgroep, leidt dit tot meer participatie tegen maatschappelijk lagere kosten. Dat is onze overtuiging. En hoewel het onmogelijk is om dit te kwantificeren, denken wij dat een gezamenlijke focus op wat de inwoner nodig heeft, altijd leidt tot de beste en meest duurzame dienstverlening. En daarmee wordt zonder meer bespaard op kostbare voorzieningen en uitvoeringskosten op de middellange en lange termijn.

Programma 3: Werkbedrijf en Beschut Werk Bestaand beleid Het is niet voor iedereen mogelijk om zonder ondersteuning betaald te werken. Ferm Werk helpt inwoners die op gesubsidieerde basis werken. Dat kunnen garantiebanen10 bij reguliere werkgevers zijn. Maar ook werkplekken voor mensen die op een beschutte werkplek het beste tot hun recht komen, vallen hieronder. Voor deze doelgroep zetten wij ons werkbedrijf in, zoals we dat al jaren doen voor onze Sw-medewerkers. Net als in de jaren ervoor streeft Ferm Werk ook in 2026 naar het behalen van de regionale doelstellingen voor garantiebanen. En voor beschut werk is de taakstelling vanuit het rijk het streven. Is de vraag naar beschutte werkplekken groter, dan gaan wij met de betreffende gemeente in gesprek over het creëren van extra formatieruimte. Nieuw beleid: doorstroombanen Wat is nieuw? Vorig jaar hebben wij u tijdens een themabijeenkomst meegenomen in de toekomst van gesubsidieerde arbeid. Deze toekomst wordt gekenmerkt door een afname van de ‘oude’ doelgroep Sw en een toename van de ‘nieuwe’ doelgroep: loonkostensubsidie. Dit is de doelgroep die voorheen in de Sw instroomde. Nu gaan zij aan de slag bij reguliere werkgevers: garantiebanen (banenafspraak) of komen in dienst bij Ferm Werk: nieuw beschut. In beide gevallen is er sprake van loonkostensubsidie.

9

https://www.samenvoordeklant.nl/onderwerp/hervorming-arbeidsmarktinfrastructuur Begrotingstechnisch vallen garantiebanen onder ‘Programma 2: Arbeidsparticipatie’. Voor de leesbaarheid van deze Kaderbrief is ervoor gekozen om alle gesubsidieerde arbeid onder het kopje ‘Programma 3: Werkbedrijf en Beschut Werk’ te laten vallen. 10

9 Kaderbrief 2026 GR Ferm Werk

november 2024

Tijdens de themabijeenkomst hebben wij nog een derde groep genoemd. Dit is een groep inwoners met een indicatie banenafspraak die nog niet klaar is om aan het werk te gaan bij een reguliere werkgever. Deze inwoners kunnen ook niet werken op een beschutte werkplek, omdat ze daar de indicatie niet voor hebben. De doelgroep is ook door Berenschot11 geïdentificeerd en door de toenmalige Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen in haar kamerbrief d.d. 21 december 202312. Dit heeft ervoor gezorgd dat er extra structurele rijksmiddelen beschikbaar komen voor deze doelgroep met als doel om landelijk 10.000 extra werkplekken te realiseren. Ferm Werk wil in 2026 de extra rijksmiddelen inzetten om inwoners met een uitkering en een indicatie banenafspraak een tijdelijk dienstverband aan te bieden. Deze dienstverbanden hebben als doel om de inwoner te ontwikkelen naar een garantiebaan bij een reguliere werkgever. De focus ligt dus op ontwikkeling en doorstroming. Daarom noemen we deze banen doorstroombanen. Wat is het maatschappelijk en financieel effect? Doorstroombanen hebben veel voordelen. Ze bieden de inwoner een inkomen en uitstroom uit de bijstand. Ook kan de inwoner zich verder ontwikkelen, wat de zelfredzaamheid en duurzaamheid ten goede komt. Bij werkgevers zorgen doorstroombanen voor gemoedsrust.

Zij kunnen menskracht inzetten, zonder daarbij grote werkgeversrisico’s te lopen. Bovendien zorgen doorstroombanen ervoor dat een deel van de ondersteuningsinfrastructuur van Ferm Werk behouden kan blijven. Denk hierbij nog even terug aan het onderzoek van Berenschot en onze themabijeenkomst, waarin deze ondersteuningsinfrastructuur een punt van aandacht was. De ondersteuningsinfrastructuur komt onder druk te staan door de uitstroom van Sw-medewerkers tegenover de drie keer zo lage instroom van beschutte werknemers. Bovendien verandert de ondersteuningsbehoefte van de doelgroep in dienst bij Ferm Werk. Extra arbeidsplaatsen in de vorm van doorstroombanen, zijn hiervoor deels de oplossing. Berenschot heeft met zijn Maatschappelijke Kosten-Baten Analyse13 (MKBA) aangetoond dat er een groot maatschappelijk voordeel ontstaat als mensen met een indicatie banenafspraak of beschut werk met loonkostensubsidie aan het werk gaan. Deze voordelen komen terecht bij gemeenten, de rijksoverheid, het bedrijfsleven en - niet op de laatste plaats - bij de inwoner zelf. Het doel van een doorstroombaan is dat de inwoner uiteindelijk bij een reguliere werkgever gaat werken. Een doorstroombaan is dus geen eindstation; het gaat immers om doorstroom naar een externe garantiebaan. Om doorstroom te realiseren, hebben wij onze lokale werkgevers hard nodig.

Werkgevers die hiervoor openstaan, kunnen rekenen op advies over hoe zij het operationeel resultaat van de doelgroep kunnen optimaliseren. Daarbovenop ontvangen zij loonkostensubsidie en hulp bij de begeleiding van de medewerker op de werkvloer. Een sterk lokaal netwerk van bereidwillige werkgevers ontstaat niet zomaar. Wij hebben de inzet en expertise van onze gemeenten hierbij hard nodig. Wij zien ernaar uit om hierin samen op te trekken in het belang van een groep kwetsbare inwoners met arbeidspotentieel. Als een inwoner binnen twee jaar doorstroomt naar een externe garantiebaan, leidt dit tot een financieel voordeel. Hierbij houden wij rekening met de rijksmiddelen die gemeenten ontvangen: de BUIG-middelen en de extra vergoeding voor doorstroombanen die in de Septembercirculaire Gemeentefonds 202414 is opgenomen. Dat is ook hoe de berekening van Berenschot is opgebouwd. Daarnaast is in die berekening meegewogen dat het realiseren van werkplekken zorgt voor een

11

Infrastructuur Sociale Ontwikkelbedrijven, Berenschot, juni 2023. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2023/12/21/kamerbrief-infrastructuur-sociaal-ontwikkelbedrijven 13 MKBA Loonkostensubsidie, Berenschot, februari 2024. 14 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/circulaires/2024/09/17/septembercirculaire-gemeentefonds-2024 12

10 Kaderbrief 2026 GR Ferm Werk

november 2024

kostenreductie op het uitvoerings- én voorzieningenapparaat voor alle gemeentelijke afdelingen, bijvoorbeeld doordat de kans op kosten voor maatschappelijke ondersteuning afneemt. Een uitkering kost momenteel ongeveer 18.000 euro per jaar. Daarvoor ontvangt de gemeente het BUIG-budget. Als een inwoner start op een doorstroombaan en daardoor uit de uitkering stroomt, besparen gemeenten die 18.00015 euro. Dat bedrag kan vrij besteed worden, dus ook voor de financiering van een doorstroombaan. De loonkosten van een doorstroombaan zijn ongeveer 24.000 euro. Gemeenten ontvangen een budget voor loonkostensubsidie van het rijk en een tegemoetkoming in de begeleiding op een doorstroombaan van respectievelijk ongeveer 11.00016 euro en 3.600 euro. De kosten voor doorstroombanen zijn dan per saldo zo’n 9.400 euro. Deze kosten blijven ongeveer gelijk, zolang de doorstroombaan voortduurt. In de eerste twee jaar na uitstroom kan de helft van de bespaarde uitkering worden aangewend om de doorstroombaan te financieren. Daarna zal het BUIG-budget naar beneden worden bijgesteld17, als gevolg van de gerealiseerde uitstroom. Het voordeel op BUIG zal dan (deels) verdwijnen en kan dan niet meer worden ingezet voor een doorstroombaan. Mede hierdoor duren doorstroombanen nooit langer dan twee jaar. Binnen die twee jaar houden gemeenten dan zo’n 8.600 euro over van de bespaarde uitkering.

Een doorstroombaan zorgt voor perspectief voor kwetsbare inwoners. En voor een positief resultaat voor gemeenten in de eerste twee jaar. Ferm Werk wil hierop inzetten door al in 2025 te starten met het in beeld brengen van de doorstroomgroep, zodat zo vroeg mogelijk in 2026 de doorstroombanen kunnen starten. Met de inzet van doorstroombanen denken wij in 2026 7 extra uitstroom uit de bijstand te kunnen realiseren.

Programma 4: Aanvullende Dienstverlening Bestaand beleid Zoals voorgaande jaren verricht Ferm Werk taken in het kader van de huisvesting van statushouders. Dat doen wij samen met het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), Vluchtelingenwerk Nederland, woningbouwverenigingen en onze vier gemeenten. Daarnaast voeren wij voor Woerden, Montfoort en Oudewater de regeling Tegemoetkoming Meerkosten Zorg uit. Voor 2026 zetten wij deze taken voort. Nieuw beleid: minimaregelingen Wat is nieuw? Met de komst van de Groene Hart Pas (GHP), vervalt de taak voor Ferm Werk om het recht op de Declaratieregeling te beoordelen en deze te verstrekken voor de gemeenten Woerden, Montfoort en Oudewater. En voor de gemeente Bodegraven-Reeuwijk vervalt de taak om te adviseren met betrekking tot het Ondersteuningsfonds. Tegelijkertijd komen er taken bij die verband houdt met de GHP. Wat is het maatschappelijk en financieel effect De Groene Hart Pas heeft als doel om inwoners, voor wie dat financieel minder vanzelfsprekend is, in de gelegenheid te stellen om mee te doen in de maatschappij. Meedoen betekent erbij horen en dat is

15

In dit rekenvoorbeeld gaan we uit van een voordeel dat maximaal in een jaar kan ontstaan als een inwoner op 1 januari start met de doorstroombaan en anders dat hele jaar bijstand zou ontvangen. 16 De rijksbijdrage voor de loonkostensubsidie is naar realisatie en kost gemeenten dus uiteindelijk niets. Het bedrag wordt door gemeenten voorgeschoten in het eerste jaar, waarna het in het BUIG-budget wordt vergoed het jaar erop. Ferm Werk zal hiermee rekening houden in de risicoparagraaf van de begroting. 17 Deze bijstelling verschilt sterk tussen gemeenten, waarbij grote gemeenten minder verlaging merken, dan kleine gemeenten.

Kaderbrief 2026 GR Ferm Werk

november 2024

11

belangrijk voor iedereen. Maar meedoen betekent ook minder stress en dat is nodig om ruimte te hebben om je te ontwikkelen richting de hoogst haalbare vorm van participatie. Met de komst van de GHP hoopt Ferm Werk dat meer mensen voor wie dit is bedoeld, gebruik gaan maken van deze voorziening. Zodat de participatie van hen kan toenemen. De organisatie en uitgifte van de GHP wordt niet door Ferm Werk uitgevoerd, maar enkele taken die hiermee samenhangen, voeren wij wel uit. Er gaan dus taken weg, maar er komen ook taken bij. Dat betekent onderaan de streep voor 2026 dat de uitvoeringskosten bij programma 4 met € 103.000,-18 dalen. De overige kosten die niet meer in de begroting Ferm Werk terug te vinden zullen zijn, zijn de voorzieningskosten: € 828.000,-19.

Bedrijfsvoering Tijdens 2024 hebben wij u in onze kwartaalrapportages meegenomen in de focuspunten die moeten leiden tot een betere bedrijfsvoering. Het gaat hier om, onder andere, procesoptimalisatie, het stroomlijnen van onze P&C-cyclus, het terugdringen van verzuim, het verhogen van de compliance ten aanzien van privacy, informatieveiligheid en aanbestedingen en communicatie. De doorontwikkeling op deze vlakken was en is hoogstnoodzakelijk. En alhoewel op de meeste vlakken verbeteringen zichtbaar zijn, zoals u in onze rapportages kunt lezen, willen wij extra aandacht vragen voor ICT. Digitale toepassingen en IT-voorzieningen zijn in toenemende mate van strategisch belang voor de dienstverlening en bedrijfsvoering van Ferm Werk. Dit vraagt om een professionele inrichting van de beheerorganisatie. Niet alleen om het primaire proces goed te kunnen ondersteunen, maar ook als gevolg van externe factoren die een professionalisering nodig maken. Er zijn wettelijke ontwikkelingen (NIS2, Wmebv en Archiefwet) die zorgen dat wij op het gebied van digitale dienstverlening en informatieveiligheid moeten opschalen. Ook wordt van ons verwacht dat we steeds meer via digitale kanalen samenwerken met onze partners (UWV, arbeidsmarktregio’s, Belastingdienst). Dat stelt eisen aan onze infrastructuur en de kwaliteit van onze data.

Door de accountant en ook de archiefinspecteur is geconstateerd dat de huidige inrichting en organisatie van de informatievoorziening uitermate kwetsbaar is en de continuïteit van de bedrijfsvoering en daarmee de dienstverlening grote risico’s lopen. Daarom is besloten om tezamen met de gemeente Woerden, i.v.m. diens verantwoordelijkheid voor onze infrastructuur, te onderzoeken of de inrichting en samenwerkingsafspraken van de organisatie van informatievoorziening toekomstbestendig zijn. De uitkomsten van het onderzoek worden verwacht in de loop van 2025 en zullen waarschijnlijk leiden tot strategische keuzes die aan u worden voorgelegd.

Financieel overzicht Totaaloverzicht nieuw beleid Ferm Werk heeft met de totstandkoming van deze Kaderbrief gezocht naar mogelijkheden om te besparen, maar de ruimte hiervoor is zeer beperkt. Het zou ook verwonderlijk zijn als besparingsmogelijkheden makkelijk waren gevonden, gezien onze financiële urgentie die u met uw zienswijzen op de Kaderbrieven van 2024 en 2025 hebt onderstreept. Voor 2026 hebben wij vooral gezocht naar kansen om meer rendement te halen uit de mogelijkheden die het sociaal domein biedt.

18

Impactanalyse Groene Hart Pas, oktober 2024, Ferm Werk. Deze kosten (begroting 2025) verdwijnen weliswaar van de begroting van Ferm Werk, maar deze zullen elders terugkeren op de gemeentelijke begroting i.h.k.v. de GHP. 19

12 Kaderbrief 2026 GR Ferm Werk

november 2024

Hieronder volgt een overzicht van de impact van de in deze Kaderbrief genoemde beleidsontwikkelingen, uitgedrukt in euro’s. We gaan dan uit van constante ontwikkelingen, met uitzondering van JIP. Tabel 1. Ontwikkelingen en besparingsimpact

Ontwikkeling 5 extra uitstroom a.g.v. SROI 7 extra uitstroom a.g.v. Doorstroombanen Kosten 7 Doorstroombanen Kosten Beleidsadviseur Inburgering Schrappen ontwikkelcapaciteit GHP: besparing op uitvoeringskosten GHP: besparing op voorzieningskosten Wet van school naar duurzaam werk i.p.v. JIP Totaal

2026

2027

2028

2029

90.000

90.000

90.000

90.000

126.000

126.000

126.000

126.000

-65.800

-65.800

-65.800

-65.800

-97.000

-97.000

-97.000

-97.000

97.000

97.000

97.000

97.000

103.000

103.000

103.000

103.000

828.000

828.000

828.000

828.000

0

36.000

73.000

109.000

1.081.200

1.117.200

1.154.200

1.190.200

De bedragen in bovenstaande tabel zijn besparingen die gelden als de richtingen uit deze Kaderbrief worden gevolgd. Indexaties en de raming van het CPB ten aanzien van de bestandsontwikkeling worden hierin niet meegenomen, omdat deze geen gevolg zijn van beleidskeuzes. De bedragen uit de tabel moeten niet worden beschouwd als absolute bedragen die positief afwijken van de begroting 2025. De kosten van 2026 zullen zonder meer stijgen ten opzichte van 2025, als gevolg van de gebruikelijke indexaties. Zoals eerder benadrukt, worden gemeenten gecompenseerd voor dergelijke indexaties. De besparingen die hier worden genoemd, betreffen kosten die gemaakt zouden zijn geweest, als de Kaderbrief 2026 geen beleidswijzigingen zou bevatten.

Vervolg en planning Begroting GR Ferm Werk 2026 – 2029 Nadat de kaderbrief 2026 is vastgesteld door het Dagelijks Bestuur van Ferm Werk op 5 december en het Algemeen Bestuur op 12 december ermee heeft ingestemd, wordt deze aangeboden aan uw gemeenteraden met het verzoek een zienswijze uit te brengen. Hiermee betrekken wij de raden aan de voorkant van ons proces tot het opstellen van de meerjarenbegroting. De raden hebben tot en met 7 maart 2025 de gelegenheid om hun zienswijze te formuleren. Het Dagelijks Bestuur stelt de definitieve Kaderbrief 2026 vast op 27 maart 2025 en het Algemeen Bestuur stemt met de definitieve Kaderbrief 2026 in op 3 april 2025. De ontwerpbegroting 2026-2029 wordt eveneens op 27 maart 2025 opgesteld in het Dagelijks Bestuur en op 3 april 2025 vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Hierna wordt de ontwerpbegroting 20262029 aangeboden voor zienswijze aan de vier gemeenteraden. De data nog even op een rij: 5 december 2024 12 december 2024 13 december 2024 7 maart 2025 27 maart 2025 27 maart 2025 3 april 2025 3 april 2025 4 april 2025

Vaststellen Kaderbrief 2026 door DB Inhoudelijke behandeling Kaderbrief 2026 door AB Toezending Kaderbrief 2026 naar de vier gemeenteraden Uiterlijke datum waarop raden hun zienswijze kunnen indienen Vaststellen Kaderbrief inclusief zienswijzen door DB Opstellen ontwerpbegroting 2026-2029 door DB Instemmen Kaderbrief inclusief zienswijzen door AB Vastellen ontwerpbegroting 2026-2029 door AB Toezending ontwerpbegroting 2026-2029 naar de vier gemeenteraden

Kaderbrief 2026 GR Ferm Werk

november 2024

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/636/documents/19255