CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

B06.1 Bijlage Dekkingsplan VRU.pdf

Gemeenteraad 5 februari 2026, gemeente OudewaterBij agendapunt: 7: Ingekomen stukken19.701 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.2.3 Rietkapbrandbestrijding (RI)

De Veiligheidsregio Utrecht (VRU) beschikt sinds circa vijftien jaar over het specialisme rietenkapbrandbestrijding. Dit specialisme is gericht op het ondersteunen van de reguliere brandweerzorg bij incidenten waarbij sprake is van brand of dreigende brand in gebouwen met rieten daken. De uitvoering van dit specialisme is belegd bij vier brandweerposten binnen de regio. Voor het oostelijke deel van de regio zijn dit de posten Werkhoven en Cothen-Langbroek; voor het westelijke deel betreft het de posten Kamerik en Kockengen. Aan het specialisme rietenkapbrandbestrijding zijn geen specifieke opkomsttijden gekoppeld. De inzet van deze eenheden vindt plaats op basis van beschikbaarheid en operationele noodzaak.

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 2

Dekking beschrijven

40

4.3

Natuurbrandbestrijding (NBB)

4.3.1

CCFM

Een CCFM is een speciaal ontworpen natuurbrandbestrijdingsvoertuig dat wordt ingezet voor het blussen van natuurbranden. De afkorting CCFM staat voor Camion Citerne Feux de Forêts Moyen, wat Frans is voor ‘middelgrote tankwagen voor bosbranden’. Het voertuig is compacter en wendbaarder dan reguliere brandweervoertuigen, en is uitgerust met voorzieningen voor zelfbescherming, zoals een koelsysteem voor de cabine. Dankzij de hoge bodemvrijheid, robuuste vering en aandrijving op alle wielen kan het voertuig zich goed verplaatsen over onverhard terrein zoals zand, modder, heide en bosgrond. Dankzij de mogelijkheid om rijdend te blussen en de robuuste bouw is het voertuig uitermate geschikt voor snelle en veilige inzet bij natuurbranden.

4.3.2 Combi TS 4x4

Een combi TS 4x4 is een tankautospuit die speciaal is aangepast voor inzet in natuurgebieden. Het voertuig combineert de functionaliteit van een reguliere tankautospuit met terreinvaardigheid dankzij vierwielaandrijving. Hierdoor kan het zich beter verplaatsen over onverhard terrein zoals zandpaden, heide of bosgrond. In tegenstelling tot een CCFM, dat specifiek is ontworpen voor natuurbrandbestrijding en beschikt over eigenschappen zoals een zelfbeschermingssysteem en pump & roll-capaciteit (rijdend blussen), is de combi TS 4x4 een meer veelzijdig voertuig dat ook geschikt is voor reguliere brandbestrijding. De CCFM is robuuster en beter bestand tegen extreme omstandigheden, terwijl de combi TS 4x4 vooral een compromis biedt tussen terreinvaardigheid en brede inzetbaarheid.

4.3.4 Grootschalige watervoorziening natuurbrandbestrijding

Door de aanwezigheid van geboorde putten op de Utrechte Heuvelrug is er bij benadering altijd binnen een straal van 1.000 meter een bluswatervoorziening beschikbaar. Bij natuurbrandbestrijding wordt ingezet op twee flanken. Voor een optimale bestrijding heeft elke flanken een afzonderlijke watervoorziening. Hiervoor zijn twee bronpompen, twee watertransportbakken van 12m³ en twee waterbasinbakken van 24m³ beschikbaar. De watertankwagens (WT) zijn geplaatst op de posten Leusden en Driebergen. De bronpomp en het waterbassin zijn geplaatst op de posten Soest-Hoofdpost en Woudenberg. Interoperabele inzet van materieel Naast de rol binnen de natuurbrandbestrijding kunnen de grootschalige watervoorzieningen voor natuurbrandbestrijding bij uitstek ook worden ingezet voor andere incidenttypen waarbij een (snelle) aanvullende watervoorziening gewenst is. In eerdere beleidscycli is er voor gekozen om twee terreinvaardige WT-systemen te stationeren op Leusden en Driebergen-Rijsenburg. Het schuimblusvoertuig van de VRU (die ook ingezet kan worden als WT) is gestationeerd op post Houten-West. Binnen de regio loopt op dit moment een project om te komen tot een nieuwe aanbesteding voor waterwagens als aanvullende bluswatervoorziening. In dat project wordt ook gekeken naar de gewenste opkomsttijden van dit type voertuig en de daaruit volgende spreiding van de eenheden.

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 2

Dekking beschrijven

41

4.4

Hulpverlening (HV) Inleiding De tankautospuiten – als de basiseenheid binnen de brandweerzorg – zijn standaard uitgerust met redgereedschap. Het repressieve personeel dat deze voertuigen bemant, is adequaat opgeleid en beschikt over de juiste middelen om reguliere hulpverleningsinzetten zelfstandig en effectief uit te voeren.

4.4.1

Hulpverleningsvoertuigen (HV’s)

Bij complexere en zwaardere incidenten, zoals ongevallen met bussen, vrachtwagens of landbouwvoertuigen, wordt aanvullend een hulpverleningsvoertuig ingezet. Deze voertuigen zijn uitgerust met uitgebreider en zwaarder redgereedschap, evenals diverse specialistische hulpmiddelen die niet op een tankautospuit aanwezig zijn. Op dit moment beschikt de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) over twaalf hulpverleningsvoertuigen. De spreiding en het aantal van deze voertuigen zijn afgestemd op een beoogde opkomsttijd van maximaal 15 minuten. De hulpverleningsvoertuigen zijn in de huidige situatie gestationeerd op de volgende brandweerposten: ■ Amersfoort-Noord; ■ Amerongen; ■ Baarn; ■ Bilthoven; ■ Breukelen; ■ Bunnik; ■ Linschoten; ■ Maarn-Maarsbergen; ■ Meerkerk; ■ Nieuwegein-Noord; ■ Veenendaal; ■ Wilnis.

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 2

Dekking beschrijven

42

4.5

Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen (IBGS)

4.5.1

Schuimblusvoertuig (SB)

Een schuimblusvoertuig (SB) is ontworpen voor het bestrijden van branden met brandbare vloeistoffen. Het voertuig beschikt over een grote hoeveelheid water, blusmiddel en schuimvormende middelen, en kan deze snel en effectief inzetten om een vloeistofbrand af te dekken en te verstikken. Hierdoor worden de effecten op de omgeving beperkt, onder meer door het reduceren van uitdamping, en wordt de periode tot de inzet van specialistische IBGSeenheden overbrugd. Het voertuig kan ook worden ingezet om een vloeistofplas af te dekken zonder dat er sprake is van brand. Het doel van een dergelijke inzet is het beperken van het effect van de vloeistof naar de omgeving en/of het reduceren van het risico op ontsteking van de vloeistofplas. Voor het afdekken van de vloeistofplas is in het geval van het maatgevende scenario bij benadering 30 minuten nodig. Uitgaande van een situatie waarin de SB optimaal kan opereren, mag redelijkerwijs worden aangenomen dat aan de gestelde taakstelling wordt voldaan. De SB is gestationeerd op post Houten-West. Doordat deze uitruklocatie op een centrale plek in de regio ligt, kan met dit ene voertuig een relatief goede dekking worden gegenereerd binnen de vastgestelde opkomsttijd. Voor de SB geldt een opkomsteis van 30 minuten.

4.5.2 Verkenningseenheden Brandweer (VEB)

Een VEB verricht ondersteunende werkzaamheden op het gebied van verkenning, waarneming en het uitvoeren van metingen en monstername volgens de ‘quick and dirty’-methode. Deze werkzaamheden zijn gericht op het snel verkrijgen van een eerste beeld van de aard en omvang van een incident met gevaarlijke stoffen. De eenheid opereert onder leiding van de coördinator verkenningseenheden of een AGS, die de inzet aanstuurt en de verzamelde informatie integreert in het bredere operationele beeld. Op basis van het Besluit Veiligheidsregio (Bvr) art. 4.2.1 staat dat binnen 30 minuten na alarmering twee verkenningseenheden de uitvoering van hun taken op de aangegeven meetlocatie aan dienen te vangen. Een derde en eventueel vierde meetploeg dient binnen 60 minuten na alarmering de taken aan te vangen op de aangewezen meetlocaties. De volgende posten zijn voorzien van een verkenningseenheid: ■ De Meern; ■ Eemnes; ■ Leersum; ■ Schalkwijk.

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 2

Dekking beschrijven

43

4.5.3 Gaspakkenteam

Een gaspakkenteam (ook wel IBGS-eenheid genoemd) is belast met het redden van mensen en dieren uit een met gevaarlijke stoffen besmet gebied. Daarnaast richt de eenheid zich op het bestrijden van de bron van het incident, bijvoorbeeld door het stoppen van lekkages of het stabiliseren van een situatie waarin gevaarlijke stoffen vrijkomen. Ook het ontsmetten van hulpverleners, slachtoffers en mogelijk betrokken burgers – in samenwerking met de bezetting van de BOE – behoort tot hun taken. Op grond van artikel 4.2.1 Bvr dient het team binnen 30 minuten na alarmering de werkzaamheden op de plaats van het incident aan te vangen.

4.5.4 Basisontsmettingseenheid (BOE)

De BOE is belast met het ontsmetten en reinigen van eigen ingezet personeel (ook arbeidshygiënisch). Daarnaast is de eenheid verantwoordelijk voor het ontsmetten van slachtoffers die zijn blootgesteld aan gevaarlijke stoffen, met een capaciteit tot maximaal tien personen per inzet. Deze ontsmetting is essentieel om verdere verspreiding van de stof te voorkomen en om slachtoffers veilig over te kunnen dragen aan medische hulpdiensten. De aanwezigheid van de BOE is in bepaalde gevallen een noodzakelijke voorwaarde om met gaspakken te kunnen inzetten, omdat een veilige en gecontroleerde ontsmettingsprocedure onderdeel is van het totale risicobeheersingsproces bij een inzet in een met gevaarlijke stoffen besmet gebied. Er geldt geen wettelijke opkomsttijd voor de BOE.

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 2

Dekking beschrijven

44

4.6

Waterongevallenbestrijding (WO) Inleiding Waterongevallenbestrijding is een brandweertaak die voor een deel belegd is bij specialistische teams, maar waarin ook de basisbrandweereenheden een rol vervullen. De taken van een basisbrandweereenheid in het kader van waterongevallenbestrijding zijn: ■ Het uitvoeren van een grijpredding; ■ Het fungeren van de manschappen als opstappers voor brandweervaartuigen en vaartuigen van ketenpartners; ■ Het ondersteunen van de duik- en oppervlaktereddingsteams. De verschillende teams en eenheden zijn modulair inzetbaar en hebben ieder hun eigen specifieke taak. De onderstaande afbeelding geeft schematisch aan hoe het modulaire inzetsysteem is georganiseerd, op basis van waterdiepte en afstand tot de wal.

Afbeelding 10: Modulair inzetsysteem waterongevallenbestrijding

De specialistische inzetcapaciteit van de VRU in het kader van waterongevallenbestrijding is onder te verdelen in drie typen teams. In de onderstaande tabel is per type het aantal en de positionering van de teams binnen de regio weergegeven.

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 2

Dekking beschrijven

45

Type

Aantal

Locaties (brandweerposten)

Oppervlaktereddingsteams (OR)

3

Abcoude Vianen Woerden

Brandweervaartuigen (BRV)

5

Bunschoten Breukelen Vianen Vinkeveen Wijk bij Duurstede

Duikteams

6

Amersfoort Bunschoten Maarssen Mijdrecht Utrecht Wijk bij Duurstede

Deze teams zijn geografisch verspreid over de regio om een optimale dekking te realiseren voor incidenten op, rond en onder water. Hieronder wordt de taakstelling en de positionering van de specialistische WO-eenheden kort beschreven.

4.6.1

Brandweervaartuigen (BRV)

Een BRV kan voor veel doeleinden ingezet worden: voor het blussen van branden, voor het zoeken en redden van te water geraakte slachtoffers, voor het slepen van boten, voor het transport van mensen en middelen, als duikplatform voor brandweerduikers, et cetera. In de basis worden de boten ingezet bij (levens)bedreigende acute noodsituaties, maar ook in andere situaties kan de hoogste leidinggevende bij een incident besluiten om ze in te zetten. De bemanning van een brandweervaartuig bestaat altijd minimaal uit een schipper en een opstapper (bemanningslid).

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 2

Dekking beschrijven

46

Belangrijk is wel te vermelden dat voor het blussen van branden de bluscapaciteiten van de brandweervaartuigen beperkt is en met name bedoeld is voor het blussen van kleine branden op vanaf land moeilijk bereikbare plaatsen. De vaartuigen zijn gestationeerd in Vinkeveen, Breukelen, Vianen, Wijk bij Duurstede en Bunschoten-Spakenburg. Hierdoor staan ze strategisch gepositioneerd ten opzichte van grote oppervlaktewateren (zoals de Vinkeveense Plassen of de Lek).

4.6.2 Oppervlaktereddingsteams (OR-teams)

De VRU beschikt over WO-teams die zowel in staat zijn om oppervlaktereddingen als duiken uit te voeren, maar ook over WO-teams die uitsluitend zijn opgeleid en uitgerust voor het uitvoeren van oppervlaktereddingen. Om verwarring te voorkomen, wordt naar deze verschillende teams verwezen met de termen ‘oppervlaktereddingsteam (OR-team)’ en ‘duikteam’. Een OR-team kan worden ingezet als de te redden persoon of het te redden dier zich (gedeeltelijk) boven water bevindt en niet meer dan 200 meter van de walkant of van een brandweervaartuig (BRV) af ligt. De VRU beschikt op het moment van schrijven over drie teams die specifiek voor de OR-taak zijn opgeleid. Ook de WO-teams/duikteams zijn in staat om een oppervlakteredding uit te voeren. De OR-teams zijn strategisch gepositioneerd langs de Lek, het Amsterdam-Rijnkanaal en nabij recreatiegebieden zoals de Vinkeveense Plassen. De spreiding biedt dekking voor zowel stedelijke als landelijke gebieden. De ligging van Abcoude en Woerden biedt bovendien interregionale dekking richting Amsterdam-Amstelland en Hollands Midden.

4.6.3 Duikteams

Als de drenkeling dieper dan anderhalve meter onder het wateroppervlak is afgezonken, tot een maximale diepte van 15 meter, en maximaal 50 meter uit de walkant ligt, kunnen duikteams worden ingezet. Veiligheidsregio Utrecht beschikt op het moment van schrijven over zes duikteams. De duikteams zijn geografisch goed verspreid over de regio, met dekking van west (Mijdrecht) tot oost (Amersfoort en Wijk bij Duurstede). De aanwezigheid van meerdere duikteams in het stedelijk gebied Utrecht en de spreiding richting de randen van de regio zorgen voor een robuuste dekking. De teams kunnen elkaar onderling ondersteunen bij gelijktijdige of langdurige inzetten.

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 2

Dekking beschrijven

47

4.7

Leiding & coördinatie

4.7.1

Officier van Dienst (OvD)

De Officier van Dienst (OvD) is verantwoordelijk voor de operationele leiding bij grote of complexe incidenten, waarbij meerdere brandweereenheden worden ingezet. Vanuit deze rol coördineert de OvD de inzet van personeel en materieel, stelt de inzetstrategie vast en bewaakt de voortgang van de incidentbestrijding. Ook de afstemming met andere hulpdiensten, zoals politie, ambulancezorg en eventueel gemeentelijke of provinciale diensten valt binnen het takenpakket van de OvD. Naast de operationele aansturing draagt de OvD zorg voor het naleven van geldende procedures en richtlijnen, het waarborgen van de veiligheid van het ingezette personeel en het faciliteren van een gestructureerde afhandeling van het incident. Indien nodig initieert de OvD opschaling en draagt hij of zij bij aan de besluitvorming binnen de Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure (GRIP), een landelijke werkwijze voor de samenwerking tussen hulpdiensten, gemeenten en andere bestuurslagen tijdens een crisis of ramp. De VRU beschikt over een zevental OvD-gebieden. Deze gebieden zijn zo vormgegeven, dat de opkomsttijden van 20 minuten in categorie I buurten en 25 minuten in categorie II en III gebieden kan worden realiseerd.

4.7.2

Hoofdofficier van Dienst (HOvD)

De Hoofdofficier van Dienst (HOvD) vervult ter plaatse de rol van Taakcommandant Brandweer (TC-B) en geeft leiding aan de ingezette brandweereenheden (pelotons) bij de bestrijding van het incident. De TC-B is verantwoordelijk voor de operationele aansturing van de brandweer op de incidentlocatie. In een maximaal opgeschaalde situatie kan hij beschikken over meerdere pelotonscommandanten die de eenheden aansturen, evenals een informatiemanager, communicatieadviseur, pelotonscommandant logistiek en diverse ondersteuners en specialisten. Binnen de VRU zijn gelijktijdig twee Hoofdofficieren van Dienst actief: één voor het westelijk en één voor het oostelijk deel van de regio.

4.7.3

Algemeen Commandant Brandweer (AC-B)

Vanaf GRIP 2 neemt de AC-B namens de brandweer deel aan het ROT. De AC-B is de hoogste operationeel leidinggevende van de brandweer bij een incident, hij geeft leiding aan het Actiecentrum Brandweer en stuurt, afhankelijk van de aard en grootte van het incident, één of meerdere proceshoofden en adviseurs aan. VRU beschikt over één dienstdoende AC-B die of wordt ingevuld door een eigen piketfunctionaris of door middel van vrije instroom van een beschikbare Hoofdofficier. In 2026 zal een verkenning plaatsvinden over de huidige structuur van Leiding & Coördinatie binnen de brandweer in verband met de komst van de kolomvertegenwoordiger brandweer in het Operationeel Kernteam Permanent (OKT-p).

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 2

Dekking beschrijven

48

De Algemeen Commandant Brandweer (AC-B) geeft via het actiecentrum brandweer leiding aan de volledige brandweerinzet, gericht op bron- en effectbestrijding. Hij is verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen binnen het effectgebied. Vanaf GRIP 2 vertegenwoordigt de AC-B de brandweer in het Regionaal Operationeel Team (ROT). Als hoogste operationeel leidinggevende binnen de brandweer bij een incident stuurt hij het actiecentrum brandweer aan en, afhankelijk van de aard en omvang van het incident, één of meerdere proceshoofden en adviseurs. Binnen de VRU is er altijd één dienstdoende AC-B beschikbaar. Deze functie wordt ingevuld door een eigen piketfunctionaris of via vrije instroom van een beschikbare Hoofdofficier van Dienst. In 2026 vindt een verkenning plaats naar de huidige structuur van leiding en coördinatie binnen de brandweer, in verband met de introductie van de kolomvertegenwoordiger brandweer in het Operationeel Kernteam Permanent (OKT-p).

4.7.4

Commandant van Dienst (CvD)

De Commandant van Dienst Brandweer, is namens de commandant brandweer, 24/7 belast met de operationele leiding van de brandweer, als onderdeel van het geheel van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. VRU beschikt over één piket CvD met de opkomsttijd van 60 minuten binnen de regio.

4.7.5

Mobiele Commando Unit (MCU)

De Mobiele Commando Unit (MCU) is een mobiel coördinatiecentrum dat wordt ingezet bij grootschalige incidenten. Het biedt hulpdiensten een fysieke (overleg)ruimte in de nabijheid van het incident waarin zij snel en effectief samen kunnen werken, met toegang tot communicatiemiddelen en operationele systemen. Zo ondersteunt de MCU de besluitvorming en afstemming tussen disciplines direct in het veld. Daarnaast worden de MCU’s in toenemende mate ingezet voor de ondersteuning van het monoproces van de brandweer. In dat kader start in 2025 ook een pilot om te kijken in hoeverre het actiecentrum brandweer effectief ingezet kan worden op de incidentlocatie, met een MCU als mobiele werkplek. Veiligheidsregio Utrecht beschikt over twee MCU’s, die gestationeerd zijn in Amersfoort en Houten-West. De prestatie-eisen voor deze eenheid komen uit het landelijk beschreven wettelijk kader voor het optreden tijdens GRIP-incidenten.

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 2

Dekking beschrijven

49

4.8

Overige eenheden en middelen

4.8.1

Hoogteredding/terrorismegevolgbestrijding

Binnen de VRU is gekozen voor een integratie van het Hoogtereddingsteam (HRT) en het Quick Response Team (QRT). Beide teams vervullen een cruciale rol bij de inzet op complexe en risicovolle incidenten. Door de inzet van middelen en personeel efficiënt te organiseren en rekening te houden met de regionale en interregionale taakstelling van beide teams, is besloten om deze specialistische taken onder te brengen in één geïntegreerd team. Hoogtereddingsteam (HRT) De afgelopen decennia is het verzorgingsgebied van de VRU steeds intensiever bebouwd geraakt. Hogere bouwwerken en complexere technische installaties zorgen ervoor dat werkzaamheden steeds vaker plaatsvinden op moeilijk bereikbare locaties. Dit heeft geleid tot een toename van incidenten waarbij hoogteverschillen of besloten ruimten een bepalende factor zijn. Het Hoogtereddingsteam is gespecialiseerd in het uitvoeren van reddingsoperaties op dergelijke moeilijk bereikbare plaatsen. Denk hierbij aan industriële installaties, bouwputten, kranen, silo’s, windturbines en tanks. Het team beschikt over geavanceerde klim- en hijsmaterialen en is speciaal opgeleid om slachtoffers onder uitdagende omstandigheden veilig te benaderen, te stabiliseren en te evacueren.

Om de inzet van de brandweer bij incidenten met hoogteverschillen effectief te organiseren, wordt gewerkt met drie inzetscenario’s: ■ Simpel: inzet door een basiseenheid waarbij de eigen middelen van een TS toereikend zijn. ■ Ingewikkeld: inzet waarbij de middelen van een basiseenheid onvoldoende zijn of het risico te groot is, waardoor een redvoertuig noodzakelijk is. ■ Complex: inzet waarbij zowel de basiseenheid als het redvoertuig niet volstaan en waarbij de inzet van een specialistische (hoogtereddings)team noodzakelijk is. Met dit opschalingsmodel vormt het hoogtereddingsteam een belangrijke specialistische aanvulling op de reguliere hulpverlening, doordat het team in staat is om onder uitdagende omstandigheden reddingsoperaties uit te voeren op locaties die voor reguliere eenheden moeilijk of niet bereikbaar zijn. Quick Response Team (QRT) Het Quick Response Team (QRT) van de Veiligheidsregio Utrecht is ingericht voor inzet bij incidenten met een verhoogd risico, waaronder situaties met terroristische dreiging of grof geweld. De aanleiding voor de oprichting van dit team ligt in de terroristische aanslagen in Parijs en België in 2015 en 2016, die duidelijk maakten dat ook hulpdiensten voorbereid moeten zijn op het opereren onder deze extreme omstandigheden.

Daarnaast speelt de toenemende verharding in de maatschappij en het groeiende aantal incidenten met mensen met onbegrepen gedrag een belangrijke rol in de noodzaak voor specialistische inzet.

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 2

Dekking beschrijven

50

Het QRT is getraind om onder risicovolle omstandigheden hulp te verlenen en werkt daarbij intensief samen met specialistische eenheden van de politie en andere veiligheidspartners. De inzet van het team richt zich op situaties waarin sprake is van grof en extreem geweld of een dreiging daarvan, en waarbij de brandweer een operationele taak heeft. Denk hierbij aan incidenten zoals aanslagen, confrontaties binnen het criminele circuit, complexe reddingen bij ongevallen met gepantserde voertuigen en meldingen van explosieven waarbij ondersteuning (lees: redding) aan bomverkenners van de EODD noodzakelijk is. Binnen de VRU vervult het QRT tevens taken op het gebied van hoogteredding, waardoor er sprake is van een geïntegreerde inzetstructuur met het HRT. Spreiding De bussen van deze eenheden rukken uit vanuit de posten Nieuwegein-Noord, Leersum, Amersfoort-Centrum en Hilversum (VR Gooi & Vechtstreek). Naast dienstbussen wordt er ook met dienstvoertuigen, die zich dynamisch door de regio verplaatsen uitgerukt naar het plaats incident door het QRT/HRT. Voor dit dekkingsplan wordt uitgegaan van de standplaatsen van de dienstbussen. Hoewel er voor deze taak geen wettelijke opkomsttijden zijn vastgesteld, hanteert de regio prestatiedoelen met gewenste opkomsttijden tussen de 20 en 25 minuten.

Deze tijdsnormen zijn afgestemd op de opkomsttijden van de samenwerkingspartners waarvan het QRT afhankelijk is om effectief te kunnen inzetten.

4.8.2 Grootveeredding

Voor het incidenttype “redding van grote dieren uit diepte” zijn binnen de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) twee specialistische teams beschikbaar. Deze teams bieden ondersteuning aan basiseenheden bij onder andere het bevrijden van grote dieren uit mest- of gierkelders. Daarnaast kan de veeredtakel – waarmee de teams onder andere zijn uitgerust – worden ingezet voor het verticaal verplaatsen van dieren, bijvoorbeeld voor het takelen van een paard uit een moeilijk bereikbare positie. De specialistische teams beschikken over specifiek materieel, deskundigheid en ervaring die hen in staat stellen effectief op te treden bij dit type incidenten. De teams zijn primair ingericht op verticale verplaatsing van dieren. Voor incidenten waarbij dieren zich bevinden in sloten, greppels of natuurgebieden zijn de middelen van deze teams beperkt toereikend. In dergelijke gevallen kunnen zij wel een ondersteunende of adviserende rol vervullen op basis van hun expertise. De personele bezetting van de teams bestaat uit zes functionarissen: één chauffeur/ veiligheidsfunctionaris, één bevelvoerder, twee gierpakdragers en twee helpers, die tevens als back-up fungeren voor de gierpakdragers. Aan de specialistische teams voor grootveeredding is geen vaste opkomsttijd gekoppeld.

Eén team is geografisch gepositioneerd aan de westzijde van de regio (post Benschop), het andere aan de oostzijde (post Achterveld), ten behoeve van een optimale spreiding en bereikbaarheid.

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 2

Dekking beschrijven

51

4.8.3 Patiëntenvervoer Terrein-voertuigen (PAT’s)

In 2024 zijn door de Veiligheidsregio Utrecht twee nieuwe Patiëntenvervoer Terrein-voertuigen (PAT’s) aangeschaft. Deze investering is voortgekomen uit een toenemende behoefte aan adequaat patiëntenvervoer in moeilijk begaanbare gebieden, zoals natuurgebieden, uiterwaarden en bossen, waar reguliere ambulances beperkt inzetbaar zijn. De regio kent een hoge mate van recreatief gebruik van natuurgebieden, hetgeen steeds vaker leidt tot incidenten op locaties die voor conventionele hulpdiensten lastig bereikbaar zijn. Hoewel de brandweer reeds een ondersteunende rol vervulde bij dergelijke incidenten, is besloten om via een zorgvuldig aanbestedingstraject specifieke voertuigen aan te schaffen die beter aansluiten bij deze operationele behoefte. De PAT-voertuigen worden ingezet door de brandweer voor het lokaliseren, redden en vervoeren van personen in terreinen met beperkte toegankelijkheid. In nauwe afstemming met de ambulancedienst worden patiënten overgedragen op een locatie die wél bereikbaar is voor reguliere medische hulpverlening. Daarnaast worden de voertuigen ingezet voor logistieke ondersteuning bij de bestrijding van natuurbranden en andere operationele taken. Het betreft twee zogenoemde All Terrain Vehicles (ATV’s), die voldoen aan alle functionele eisen en beschikken over een hoge mate van inzetbaarheid en flexibiliteit.

Hierdoor kunnen zij tevens van waarde zijn binnen andere repressieve, logistieke en ondersteunende processen van de Veiligheidsregio Utrecht. De twee voertuigen zijn gestationeerd op de posten Elst en Baarn. Deze posten hebben een strategische ligging ten opzichte van het belangrijkste natuurgebied in de regio, de Utrechtse Heuvelrug.

4.8.4 Logistiek

De repressieve logistiek binnen de VRU is ingericht als een ondersteunend proces dat nauw verweven is met de operationele inzetstructuur. De organisatie volgt de landelijke Visie Logistiek Grootschalig Brandweer Optreden – Specialistisch Optreden (GBO-SO), maar heeft deze vertaald naar een regionale aanpak waarin ook de basislogistiek is meegenomen. Dit heeft als doel dat de overgang van reguliere ondersteuning naar grootschalige ondersteuning soepel verloopt. Binnen de repressieve logistiek is er sprake van een bevelstructuur. De Pelotonscommandant Logistiek (PC-log) is verantwoordelijk voor de afstemming en coördineert de logistieke processen bij grotere incidenten. Daaronder opereert de Functionaris Logistiek (F-log), die zowel uitvoerende als coördinerende taken heeft. De Medewerker Logistiek (MeLo) ondersteunt in het veld en kan ook worden ingezet in het Regionaal Crisiscentrum. De aansturing van deze functies in de ‘koude’ lijn is gelijk aan die van andere brandweerpiketten. Alarmering van de verschillende functionarissen is afhankelijk van de ernst van het incident.

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 2

Dekking beschrijven

52

De repressieve logistiek wordt ondersteund door diverse gespecialiseerde eenheden die flexibel inzetbaar zijn, afhankelijk van de aard van het incident. Zo is er bijvoorbeeld de ademluchthaakarmbak (ABH), die ter plaatse ademluchtflessen kan hervullen bij langdurige inzetten. Ook andere eenheden, bijvoorbeeld voor brandstofvoorziening of persoonlijke beschermingsmiddelen, zorgen ervoor dat de operationele inzet langdurig en veilig kan worden voortgezet. De inzet en coördinatie van deze eenheden ligt bij de PC-Log, die op basis van de situatie bepaalt welke middelen nodig zijn. Voor logistieke functies en eenheden gelden geen wettelijke opkomsttijden, maar wel richttijden. Zo wordt voor de PC-log en F-log een opkomsttijd van 30 minuten nagestreefd, terwijl de MeLo binnen 25 minuten op de logistieke kazerne moet zijn. Voor materiële eenheden zoals de ABH zijn eveneens richttijden vastgelegd, meestal rond de 30 tot 60 minuten.

4.8.5 Eenheid bijzondere brandbestrijdingsmiddelen (BBM)

De VRU beschikt binnen al enkele jaren over een eenheid bijzondere brandbestrijdingsmiddelen, de BBM. Deze staat gestationeerd op post Nieuwegein-Zuid. Deze eenheid is als pilot gestart. Echter de praktijk heeft uitgewezen dat deze eenheid van onmiskenbare waarde kan zijn voor een veilige en effectieve brandbestrijding. Een tankautospuit is in de meeste gevallen uitgerust met de benodigde middelen voor brandbestrijding. De ontwikkelingen in de bebouwde omgeving, waaronder de toenemende complexiteit van gebouwen, het gebruik van nieuwe bouwmaterialen en de groeiende diversiteit aan bouwwerken, evenals voortschrijdende inzichten in het kader van brandbestrijding en toenemende andere risico’s als gevolg van de energietransitie, maken echter duidelijk dat deze standaarduitrusting in bepaalde situaties niet toereikend is. Om in dergelijke gevallen toch effectief te kunnen optreden, beschikt de BBM over specialistische middelen die een waardevolle aanvulling vormen op de standaarduitrusting van tankautospuiten. Het is niet realistisch om te verwachten dat alle brandweermedewerkers in de regio volledig op de hoogte zijn van de meest recente inzichten, bouwstijlen en toegepaste bouwmaterialen.

Om deze reden is het personeel van de BBM extra training, die hen in staat stelt om tijdens complexe inzetten als inhoudelijk adviseur op te treden ten behoeve van de operationele besluitvorming. De personele bezetting van de BBM bestaat uit vier tot zes personen, waaronder een bevelvoerder, een voertuigbediener en één tot twee koppels manschappen. Aan de BBM is op dit moment geen vaste opkomsttijd gekoppeld.

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 2

Dekking beschrijven

53

4.8.6 Team Digitale Verkenning Binnen Veiligheidsregio Utrecht wordt actief geëxperimenteerd met robotica op land, in de lucht en in het water. Het doel van deze experimenten is dat deze technologie uiteindelijk ingezet kan worden om de veiligheid van hulpverleners te vergroten en de effectiviteit van incidentbestrijding te verbeteren. Sinds januari 2025 is binnen de VRU een Team Digitale Verkenning (TDV) in oprichting, in nauwe samenwerking met de regio’s Gooi- en Vechtstreek en Flevoland. Het gezamenlijke doel is de vorming van een Team Digitale Verkenning Midden-Nederland. TDV-VRU bestaat uit vier experimentele onderdelen: water, lucht, land (blus- en verkenning) en land (verkenning en monitoring). Elk onderdeel bevindt zich in een andere ontwikkelfase en wordt stap voor stap getest en geëvalueerd. Vanwege het experimentele karakter van deze initiatieven wordt in dit dekkingsplan niet verder ingegaan op de operationele inzet van het TDV-VRU en maakt de stappen die de VRU hierin zet verder geen deel uit van deze versie van het dekkingsplan.

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 2

Dekking beschrijven

54

Processtap 3 Dekking beoordelen

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 3

Dekking beoordelen

55

5 Dekking beoordelen Processtap 3 In de voorgaande processtap is de verwachte prestatie met betrekking tot de repressieve dekking beschreven aan de hand van de parameters snelheid, capaciteit, paraatheid en slagkracht. In dit hoofdstuk is deze repressieve dekking beoordeeld aan de hand van de beoordelingskaders uit de landelijke handreiking: ■ Snelheid van optreden; ■ Capaciteit / Slagkracht; ■ Grootschalig Brandweeroptreden (GBO); ■ Ondersteunende eenheden. Omdat beoordelingskaders voor de parameters paraatheid en inzetdruk in de landelijke handreiking nog ontbreken, komen deze parameters in deze processtap niet aan bod.

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 3

Dekking beoordelen

56

5.1

Basisbrandweerzorg (gebouwbrandbestrijding)

5.1.1

Snelheid van optreden

Het uitgangspunt is dat gestreefd wordt naar het verzorgen van goede dekking op het gebied van snelheid van optreden. Gebieden met een ‘voldoende’ score geven aan dat de opkomsttijd binnen de wettelijke bandbreedte valt, maar boven de referentiewaarde ligt. Dit wordt gezien als een marge: voldoen aan de wet, maar niet aan de gewenste opkomsttijd, de referentiewaarde. Gebieden met een ‘goede’ score staan voor opkomsttijden die lager zijn dan de referentiewaarde en vormen het uitgangspunt voor het streven naar optimale snelheid van optreden. Pas wanneer de opkomsttijd buiten de wettelijke bandbreedte valt, ontstaat een gebied met ‘onvoldoende’ dekking. Het dekkingsplan is daarom gericht op het realiseren van goede snelheid van optreden, niet op het minimaliseren van onvoldoende dekking.

ANW-situatie In de onderstaande afbeelding is de dekking per CBS-buurt in de ANW-situatie in beeld gebracht. Uit de afbeelding en de onderliggende data blijkt dat in 852 van de 971 CBS-buurten (87,7 %) in het werkgebied van de VRU de opkomsttijd van de eerste tankautospuit lager dan de referentiewaarde ligt, wat de beoordeling ‘goed’ oplevert. In 116 buurten (11,9%) ligt de opkomsttijd tussen de referentiewaarde en de maximum bandbreedte, waardoor de dekking als ‘voldoende’ wordt beoordeeld. In de overige drie buurten (0,3%) ligt de opkomsttijd buiten de bandbreedte, waardoor de dekking ‘onvoldoende’ is. Het gaat hierbij om de buurt ‘PolsbroekDorp’ in de gemeente Lopik en om de ‘Waddeneilandenbuurt’ en de ‘ZuiderzeestedenbuurtOost’ in de gemeente Amersfoort.

Afbeelding 11: Waardering opkomst eerste tankautospuit in de ANW-situatie

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 3

Dekking beoordelen

57

Over het algemeen genomen is de dekking op CBS-buurtniveau in de ANW-situatie goed. De buurten die nu onvoldoende gedekt zijn, vereisen extra aandacht. Dagsituatie Vanwege het niet beschikbaar hebben van vrijwilligers overdag kan de post Amersfoort-Noord in de dagsituatie niet worden bemenst op basis van een opkomstprofiel. Om die reden is er sinds november 2020 een dagdienstbezetting aanwezig op de post Amersfoort-Noord om de tankautospuit te bemensen. Deze bezetting bestaat uit vier personen. Op basis van het beoordelingskader GGO mag een TS met afwijkende bezetting (anders dan TS-6) niet worden meegerekend in de dekking. Dit resulteert in meerdere buurten die onvoldoende scoren in de dagsituatie.

Afbeelding 12: Waardering opkomst eerste tankautospuit in de dagsituatie

Voor de gebieden in en rond Nieuwegein en Houten verandert de dekking ook, maar vallen de wijzigingen binnen de referentiewaarde en/of de bandbreedte waarmee in zowel de dagsituatie als in de ANW-situatie er sprake is van voldoende of goede dekking. In bijlage C wordt nader ingegaan op de verschillen tussen de dag- en ANW-situatie.

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 3

Dekking beoordelen

58

5.1.2

Aandachtsgebieden

Voor wat betreft de aandachtsgebieden geldt dat in de avond- nacht en weekendsituatie er sprake is van een drietal buurten waar onvoldoende dekking is voor de eerste tankautospuit. Het gaat hierbij om de buurt ‘Polsbroek-Dorp’ in de gemeente Lopik en om de ‘Waddeneilandenbuurt’ en de ‘Zuiderzeestedenbuurt-Oost’ in de gemeente Amersfoort. Polsbroek-Dorp, Lopik Polsbroek-Dorp is een landelijk gelegen dorpskern met een voornamelijk agrarisch karakter. Het aantal inwoners bedraagt 640 (CBS, 2023) waarvan 14,8% van de bevolking 65 jaar of ouder is. Er staan in totaal om en nabij 250 woningen in deze CBS-buurt, waarvan het merendeel van voor 2000 (83%). De incidentdruk ligt in deze kern laag (7 gebouwbranden in de periode 20202025). Waddeneilandenbuurt, Amersfoort De Waddeneilandenbuurt in Amersfoort is een relatief kleine buurt, gelegen in het noordoosten van de gemeente Amersfoort. De tamelijk jonge bevolking bestaat uit ongeveer 270 personen, waarvan 2% van de bevolking 65 jaar en ouder is. Het aantal woningen wordt door het CBS ingeschat op 150, waarvan 100% van de bebouwing na 2000 is gebouwd, met name appartementen (57%). De incidentdruk ligt in deze buurt laag. Zuiderzeestedenbuurt-Oost, Amersfoort De Zuiderzeestedenbuurt-Oost in Amersfoort is met 2.545 inwoners tamelijk omvangrijke buurt in het noordoosten van Amersfoort.

De buurt kenmerkt zich met een relatief hoge bevolkingsdichtheid (12.984 personen per km²) en bestaat uit 1.076 woningen, allemaal gebouwd na 2000. Het aantal personen van 65 jaar of ouder ligt op 8,6%.

5.1.3

Aandachtspuntenlijst

In Bijlage E is een overzicht van de objecten waar de brandweer niet binnen de gestelde tijd van 10 minuten ter plaatse kan zijn. Dit zijn objecten waarbij de buurtcategorisering waarin zij gelegen zijn 2 of 3 is, maar de objecten zelf vallen onder categorie 1.

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 3

Dekking beoordelen

59

5.1.4

Capaciteit (slagkracht)

Beoordeling tweede tankautospuit Op het gebied van de opkomst van de tweede TS geldt dat de dekking in de 37 van de 65 categorie-1-buurten (57%) als goed wordt beoordeeld, in 26 buurten (40%) als voldoende en in een enkele buurt (1,5%) onvoldoende. De buurt die onvoldoende scoort voor wat betreft de opkomsttijd van de tweede TS is de buurt ‘Amaliapark’ in Baarn. Voor de 625 categorie-2-buurten geldt dat de dekking in 577 buurten (92,3%) als goed wordt beoordeeld, in 49 buurten (7,7%) als voldoende en geen enkele buurt als onvoldoende.

Afbeelding 13: Waardering opkomst tweede tankautospuit in de ANW-situatie

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 3

Dekking beoordelen

60

Beoordeling opkomsttijd derde tankautospuit Voor de opkomsttijd van de derde TS geldt dat de dekking in 23 van de 65 categorie-1-buurten (35%) als goed wordt beoordeeld, in 33 buurten (51%) als voldoende en in negen buurten (14%) als onvoldoende. De buurten die een onvoldoende scoren zijn gelegen in Amersfoort, Baarn, Zeist, Maarssen, Vianen en Oudewater.

Afbeelding 14: Waardering opkomst derde tankautospuit in de ANW-situatie

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 3

Dekking beoordelen

61

5.1.5

Regionaal overzicht en conclusie slagkracht

In onderstaand overzicht staat op regionaal niveau het aantal buurten weergegeven. Daarin staat de categorisering van de buurt en in hoeverre de snelheid van optreden van de eerste TS maar ook de tweede (in categorie-I- of -II-buurten) of derde TS (in categorie-I-buurten) binnen de referentiewaarde ligt of onvoldoende is.

Categorie

Capaciteit

Tussen Onder referentiewaarde referentiewaarde en bandbreedte (goed) (voldoende)

Categorie I

1e TS 2e TS 3e TS

23 37 23

Categorie II

1e TS 2e TS

Categorie III

1e TS

Boven bandbreedte (Onvoldoende)

Aantal totaal

42 26 33

0 1 9

65

549 577

74 49

3 0

626

280

0

0

280

Totaal aantal buurten

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

971

Processtap 3

Dekking beoordelen

62

5.2

Ondersteunende voertuigen brandbestrijding

5.2.1

Redvoertuigen

Qua dekking van de redvoertuigen is in onderstaande overzicht weergegeven wat de prestaties zijn. Op basis van het uitgangspunt zoals beschreven in hoofdstuk 4.2.1 dient binnen 15 minuten een redvoertuig ter plaatse te zijn. De VRU kent geen objecten waaraan een redvoertuig hard gekoppeld is.

Afbeelding 15: Dekking redvoertuigen VRU

Toelichting afbeelding 15 In het bovenstaande overzicht zijn een aantal rode gebieden waarneembaar, daar waar niet binnen 18 minuten een redvoertuig aanwezig zal zijn. Dit betreft met name op de Heuvelrug bosrijk gebied met verminderd toegankelijke bospaden. Daarnaast zijn er kernen in onder andere de gemeenten Baarn, Eemnes, Lopik, Vijfheerenlanden, Houten, Leusden, De Ronde Venen, Stichtse Vecht overschrijdingen waarneembaar, echter is op deze plaatsen geen sprake van hoogbouw of is dit in zeer beperkte mate aanwezig.

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 3

Dekking beoordelen

63

Interregionale samenwerking Op basis van de convenanten basisbrandweerzorg is geregeld met de omliggende veiligheidsregio’s dat ongeacht de regiogrens beroep gedaan kan worden op elkaars redvoertuigen. In onderstaande afbeelding is te zien dat de dekking van de meeste kernen die in de voorgaande afbeelding te zien waren als waar overschrijding te verwachten is, binnen 15 of 18 minuten worden bediend door deze voertuigen. In enkele kernen van de gemeenten Lopik, Vijfheerenlanden, Utrechtse Heuvelrug en Houten blijft echter de dekking lager dan 18 minuten.

Afbeelding 16: Dekking redvoertuigen met interregionale samenwerking

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 3

Dekking beoordelen

64

5.2.2

WTS1500

Zoals in hoofdstuk 4.2.2 reeds is beschreven, zijn er geen wettelijke eisen gesteld aan de opkomsttijd van het WTS-systeem. De prestaties van de teams op dat vlak zijn in die hoedanigheid dus niet te beoordelen. Desondanks wordt de dekking die deze teams (in theorie) kunnen realiseren wel in beeld gebracht in de onderstaande afbeelding, zodat eventuele aandachtsgebieden wel geïdentificeerd kunnen worden. In eerdere versies van het dekkingsplan is gerekend met een opkomsttijd van 30 minuten voor het ter plaatse hebben van een WTS1500. Met de spreiding van onze systemen op drie locaties in de regio hebben we voor 78% een dekking binnen 30 minuten. Alleen in het zuiden van de gemeente Vijfheerenlanden en rondom Bunschoten, Baarn en een gedeelte van Soest ligt de opkomsttijd hoger.

Afbeelding 17: Dekking watertransportsystemen 1500 VRU

Zoals in bovenstaande afbeelding te zien is met name de dekking in het noordoosten en zuiden van de regio tussen de 30 en 45 minuten.

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 3

Dekking beoordelen

65

Interregionale samenwerking Op basis van interregionale afspraken wordt vrijwel overal in de regio voorzien in een opkomsttijd binnen 30 minuten na alarmering. Enkel nabij minder toegankelijke bospaden op de Utrechtse Heuvelrug kan niet in de dekking van 30 minuten worden voorzien. Echter zal bij incidenten in het natuurterrein worden geopereerd met specialistisch natuurbrandbestrijdingsmaterieel en leent een WTS-1500 systeem zich minder voor effectief optreden ten behoeve van de waterwinning.

Afbeelding 18: Dekking watertransportsystemen 1500 met interregionale samenwerking

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 3

Dekking beoordelen

66

5.2.3

Rietenkapbrandbestrijding

Zoals in hoofdstuk 4.2.3 reeds is beschreven, zijn er geen eisen gesteld aan de opkomsttijd van de RI-teams. De prestaties van de teams op dat vlak zijn in die hoedanigheid dus niet te beoordelen. Desondanks is de dekking die deze teams (in theorie) kunnen realiseren wel in beeld gebracht in de onderstaande afbeelding, zodat eventuele aandachtsgebieden geïdentificeerd kunnen worden.

Afbeelding 19: Dekking rietenkapbrandbestrijdingsteams VRU

Uit de afbeelding valt op te maken dat binnen 45 minuten in de hele regio een RI-team ter plaatse kan zijn. Voor dit specialisme geldt dat altijd in gezamenlijkheid van twee teams geopereerd wordt. Dat laat onverlet dat bij aankomst van het eerste team al met de werkzaamheden kunnen worden aangevangen.

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 3

Dekking beoordelen

67

Interregionale samenwerking Omdat RI-eenheden vanuit de buurregioposten Blaricum en Laren in het kader van interregionale samenwerking ook uitrukken naar incidenten binnen de VRU, wordt een betere dekking gerealiseerd dan in afbeelding 19 is weergegeven. Met behulp van deze eenheden kan er sneller hulp geboden worden in het gebied rond Eemnes/Bunschoten. De kleuren op de kaart veranderen echter niet of nauwelijks, omdat ook met de RI-eenheden vanuit de VRU van 45 minuten behaald wordt.

Afbeelding 20: Dekking rietenkapbrandbestrijdingsteams VRU met interregionale samenwerking

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 3

Dekking beoordelen

68

5.3

Natuurbrandbestrijding

5.3.1

CCFM

De VRU kent op de volgende posten eenheden voor natuurbrandbestrijding. Amerongen

Amersfoort-Centrum

Baarn

Bilthoven

Doorn

Driebergen

Elst

Leersum

Leusden

Maarn-Maarsbergen

Maartensdijk

Renswoude

Rhenen-Achterberg

Soest-Hoofdpost

Soesterberg

Woudenberg

Zeist Wettelijk bestaan er geen opkomsteisen voor natuurbrandeenheden. Echter, dit neemt niet weg dat de situatie bij natuurbrand juist vraagt om een zo snel mogelijke interventie om de kans op een onbeheersbare natuurbrand zo klein mogelijk te maken. Op basis van het risicoprofiel NBB bevindt het risico op natuurbrand zich in het gebied van de Utrechtse Heuvelrug. De Utrechtse Heuvelrug valt voor een groot deel binnen de VRU. Een klein deel ligt in de regio Gooi en Vechtstreek. VRU beschouwt Utrechtse Heuvelrug als één natuurgebied. De spreiding uit het dekkingsplan van 2014 werd in het vorige MPBSP grotendeels gehandhaafd. De NBB-voertuigen zijn in principe zo veel mogelijk verdeeld over de posten met een eerstelijns verzorgingsgebied voor natuurbrand, vervolgens op basis van het zo snel mogelijk leveren van slagkracht in natuurbrandgebied. Hiermee kan (bij gelijktijdige alarmering) een eerste peloton binnen 20-25 minuten worden gerealiseerd.

5.3.2

Combi TS 4x4

Daarnaast heeft de VRU op de posten Veenendaal en Wijk bij Duurstede een combi natuurbrandvoertuig ter beschikking. Deze voertuigen zullen volledig meetellen in de slagkracht voor natuurbrandbestrijding en zijn derhalve ook meegenomen in het regionale overzicht met de opkomsttijden (afbeelding 21). Naast een taak binnen de natuurbrandbestrijding zijn deze combi-tankautospuiten ook volledig inzetbaar voor gebouwbrandbestrijding en worden deze meegenomen in de dekking op het gebied van gebiedsgerichte opkomsttijden.

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 3

Dekking beoordelen

69

Afbeelding 21: Dekking natuurbrandbestrijdingseenheden VRU

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 3

Dekking beoordelen

70

5.2.3

Grootschalige watervoorziening ten behoeve van natuurbrandbestrijding

De eenheden ten behoeve van de grootschalige watervoorziening natuurbrand, bestaande uit twee pelotons met ieder de beschikking over een bronpomphaakarmbak, watertankhaakarmbak en waterbassinhaakarmbak zijn in staat om vrijwel overal op de Utrechtse Heuvelrug binnen 30 minuten aanwezig te zijn. Hierbij dient te worden aangetekend dat de bospaden waarover berekend is, een maximum snelheid hebben in het rekenprogramma van 5 kilometer per uur. In praktijk liggen deze snelheden hoger, maar door deze theoretische rijsnelheid is de opkomstberekening negatiever ten opzichte van de realiteit. De VRU is met deze grootschalige watervoorziening met daarbij de mogelijkheid een vooruitgeschoven vulpunt te creëeren uniek. Omliggende regio’s hebben de watervoorziening op het gebied van natuurbrand anders ingevuld, bijvoorbeeld met behulp van alleen waterwagens. Voor deze eenheden gelden geen (wettelijke) opkomsttijden. Echter is het zaak om bij een natuurbrand zorg te dragen om zo snel mogelijk de blussende eenheden van water te kunnen voorzien, om hiermee een adequate blussing te kunnen uitvoeren. In de volgende afbeelding zijn de opkomstprestaties van een of meer eenheden (bronpomp of watertankwagen) inzichtelijk gemaakt. Voor de waterbassinhaakarmbak geldt dat deze op dezelfde posten staan als waar de bronpomp gestationeerd is.

De achterliggende gedachte hierbij is dat wanneer de bronpomp is afgezet, het haakarmvoertuig terugrijdt naar de betreffende kazerne om de waterbassinhaakarmbak op te halen. In de tussentijd wordt de bronpomp operationeel gemaakt.

Afbeelding 22: Dekking eenheden ten behoeve van de grootschalige watervoorziening NBB

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 3

Dekking beoordelen

71

5.4

Hulpverleningsvoertuigen

Zoals reeds benoemd in hoofdstuk 4.4, geldt voor de HV’s een opkomsttijd van 15 minuten. In de onderstaande kaart (afbeelding 23) is in beeld gebracht in hoeverre hieraan naar verwachting voldaan kan worden.

Afbeelding 23: Dekking hulpverleningsvoertuigen VRU

In de bovenstaande afbeelding is te zien dat in grote delen van de regio een HV binnen 15 minuten ter plaatse kan zijn. Er zijn echter ook relatief veel gebieden die niet binnen 15, of zelfs niet binnen 18 minuten bediend kunnen worden door een HV. Het gaat hierbij met name om een gedeelte van de stad Utrecht, een groot gebied ten oosten van Bilthoven, de westkant van de gemeente Vijfheerenlanden, een gebied rond Leusden, een gebied in rond Nieuwegein en Vianen, het gebied rond Polsbroek, Lopik en Cabauw en ten slotte een gebied in de omgeving van Abcoude. Voor een gedeelte is dit te verklaren door de slechte bereikbaarheid van deze gebieden (zoals het gebied ten oosten van Bilthoven, dat zich midden op de Utrechtse Heuvelrug bevindt), en voor een gedeelte is dit te herleiden naar de spreiding van de HV’s in de regio.

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 3

Dekking beoordelen

72

Interregionale samenwerking Middels interregionale samenwerking kan er ook worden bijgedragen aan het realiseren van een goede dekking op het gebied van HV. In de onderstaande kaart is in beeld gebracht hoe het gesteld is met de dekking als er ook gebruik gemaakt kan worden van HV’s van buurregio’s.

Afbeelding 24: Dekking hulpverleningseenheden met interregionale samenwerking

Uit de kaart blijkt dat de dekking in deze situatie in het noorden (ten oosten van Abcoude) en in het oosten (ter hoogte van Achterveld/de Glind) van de regio iets verbetert.

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 3

Dekking beoordelen

73

5.5

IBGS

5.5.1

Schuimblusvoertuig

Zoals in hoofdstuk 4.5.1 reeds is beschreven, geldt voor de SB een opkomsteis van 30 minuten. In de onderstaande dekkingskaart (afbeelding 25) is in beeld gebracht in hoeverre hieraan voldaan kan worden.

Afbeelding 25: Dekking schuimblusvoertuig VRU

Uit de dekkingskaart blijkt de SB vanaf de huidige uitruklocatie in het grootste deel van de regio binnen 30 minuten ter plaatse kan zijn. Enkel aan de randen van de regio zijn een aantal gebieden waar deze opkomsttijd niet wordt behaald, voornamelijk rond Veenendaal, Rhenen, Amersfoort, Bunschoten en Mijdrecht. Binnen 45 minuten kan de SB overal in de regio ter plaatse zijn. Deze 45 minuten is geen vastgestelde normtijd, maar een willekeurig gekozen grotere tijdsspanne zonder formele status, uitsluitend bedoeld om de operationele prestaties van deze eenheid weer te geven.

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 3

Dekking beoordelen

74

Interregionaal Indien op dit beleidsterrein wordt samengewerkt met omliggende veiligheidsregio’s ontstaat de onderstaande dekkingssituatie. In dit geval zal de overschrijding van 30 minuten enkel nog zijn in het westelijke stuk van de regio nabij de gemeenten Lopik, Oudewater en Woerden.

Afbeelding 26: Dekking schuimblusvoertuigen en eenheden van de VRU en omliggende regio’s

5.5.2

VEB’s

Voor de verkenningseenheden gelden de opkomsttijden zoals die zijn vastgelegd in het Bvr. Zoals in hoofdstuk 4.5.2 is beschreven liggen de opkomsttijden voor het ter plaatse zijn van twee verkenningseenheden op 30 minuten, en op 60 minuten voor het ter plaatse zijn van vier verkenningseenheden. Met de vier verkenningseenheden kan in een groot gedeelte van de regio binnen 30 minuten gestart worden met het verrichten van de werkzaamheden door twee teams en in 60 minuten met alle vier de teams.

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 3

Dekking beoordelen

75

In onderstaande afbeelding (afbeelding 27) is per kazerne die belast is met de VEB-taak weergegeven wat het bereik binnen 30 minuten bedraagt. 2 Daar waar een tweetal lagen over elkaar gelegen zijn (en daarmee als een donkerder gekleurde groene laag zichtbaar is), is sprake van dekking van twee of meer VEB-eenheden in 30 minuten. Te zien is dat met name in het centrale deel van de regio de opkomst van twee teams binnen dertig minuten gerealiseerd kan worden. Op de randen, en dan met name in het westen, noordoosten en het zuidoosten van de regio is er één of minder dan één VEB ter plaatse binnen dertig minuten en wordt de wettelijke opkomsttijd niet gehaald.

Afbeelding 27: Dekking verkenningseenheden brandweer VRU

Interregionale samenwerking De overschrijding dat op niet iedere plek in de regio binnen 30 minuten een VEB ter plaatse is, is beperkt in omvang. Interregionale samenwerking maakt het mogelijk om de dekking binnen 30 minuten in vrijwel de gehele regio te realiseren met twee teams en eventuele overschrijdingen weg te nemen. Wel is het feit dat interregionaal optreden met verkenningseenheden wat praktische uitdagingen kan opleveren, zoals op het gebied van communicatieapparatuur en operationele afspraken. Het verdient aanbeveling om de komende periode een verkenning te doen naar samenwerkingsafspraken met buurregio’s op dit vlak. 2

Bij de totstandkoming van de dekkingskaart voor de VEB’s is uitgegaan van de uitruktijden van de tankautospuiten van de betreffende posten. In de praktijk kan het wat langer duren voordat de eenheden zijn uitgerukt, omdat zij geen eigen voertuig hebben en daardoor eerst hun uitrusting in het voertuig moeten laden voordat ze kunnen vertrekken.

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 3

Dekking beoordelen

76

5.5.3

Gaspakkenteam

In Veiligheidszorg op Maat (2014) is het volgende beschreven ten aanzien van de inzet van IBGSeenheden: “Voor de uitvoering van deze taak beschikt de VRU over één gaspakkenteam, één ontsmettingsunit en vier meetploegen. Met voornoemde beschikbare inzet is het mogelijk om binnen de gehele regio de wettelijke tijdnorm van 30 minuten voor een gaspakkenteam te realiseren.” De huidige situatie met betrekking tot het gaspakkenteam is ongewijzigd ten opzichte van 2014. De tekst uit Veiligheidszorg op Maat voldoet hiermee nog steeds. Om die reden is er voor deze eenheid geen dekkingskaart opgesteld.

5.5.4 BOE

Zoals in hoofdstuk 5.5.3 reeds is beschreven, blijkt uit Veiligheidszorg op Maat dat het gaspakkenteam en ondersteunende eenheden, waaronder een ontsmettingsunit (de BOE), binnen 30 minuten overal in de regio ter plaatse kunnen zijn. Omdat er sindsdien geen significante wijzigingen hebben plaatsgevonden met betrekking tot de positionering en de bezetting van de BOE, is ervoor gekozen om voor deze eenheid geen dekkingskaart op te stellen.

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 3

Dekking beoordelen

77

5.6

Waterongevallenbestrijding (WO)

5.6.1

Brandweervaartuigen (BRV)

Zoals in hoofdstuk 4.6 reeds is beschreven, gelden voor de specialistische WO-eenheden (BRV’s, OR-teams, duikteams) geen wettelijke opkomsttijden. Om desondanks de operationele prestaties van de eenheden in beeld te kunnen brengen, is de onderstaande dekkingskaart gegenereerd (zie afbeelding 28). De gekozen tijdsvensters (binnen 25 en 30 minuten) hebben dus geen betrekking op wettelijke normtijden, maar betreffen willekeurig gekozen grotere tijdsspannes zonder formele status.

Afbeelding 28: Dekking brandweervaartuigen VRU

Zoals uit de afbeelding valt op de maken, kan het overgrote deel van de regio met de huidige spreiding van de brandweervaartuigen binnen 25 minuten bediend worden. In de overige gebieden kunnen de BRV’s niet binnen 25 minuten, maar wel binnen 30 minuten ter plaatse zijn. Het gaat hierbij met name om een gebied in het oosten van de regio (ter hoogte van Veenendaal, Rhenen en Woudenberg), een klein gedeelte van de regio ten westen van Amersfoort, en een gebied in de omgeving van Oudewater. Er zijn ook locaties die geen kleur hebben gekregen, bijvoorbeeld het Eemmeer. Dit heeft te maken met het feit dat er op het deze locaties geen autowegen lopen, waardoor de opkomsttijd op de betreffende plekken niet berekend kan worden.

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 3

Dekking beoordelen

78

Interregionale samenwerking Middels interregionale samenwerking kan er echter wel worden bijgedragen aan het realiseren van de gewenste opkomsttijden. In de onderstaande afbeelding is inzichtelijk gemaakt hoe het gesteld is met de dekking als er ook gebruik gemaakt wordt van eenheden uit aangrenzende regio’s. Het gebied dat niet binnen 25 minuten bediend wordt, is hiermee aanzienlijk kleiner.

Afbeelding 29: Dekking brandweervaartuigen met interregionale samenwerking

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 3

Dekking beoordelen

79

5.6.2

Oppervlaktereddingsteams (OR-teams)

Ook voor de OR-teams gelden geen wettelijke opkomsttijden, maar net als bij de BRV’s zijn de verwachte operationele prestaties in de onderstaande dekkingskaart (zie afbeelding 30) aan de hand van willekeurig gekozen tijden in beeld gebracht. Naast de OR-teams van Woerden, Abcoude en Vianen zijn ook de duikteams zichtbaar, aangezien zij eveneens in staat zijn een oppervlakteredding uit te voeren.

Afbeelding 30: Dekking oppervlaktereddingsteams VRU

Uit afbeelding 30 blijkt dat de gebieden rond de posten binnen 12 minuten bediend kunnen worden. Er blijft echter ook een groot deel van de regio over, waar deze tijd niet gehaald wordt. Aan de oostkant van de regio betreft dit een gebied dat ongeveer vanaf Eemnes met een bocht naar Rhenen loopt. Dit gebied volgt grofweg de contouren van de Utrechtse Heuvelrug. In dit bosrijke gebied is het risico op waterongevallen relatief laag, met uitzondering van recreatieplassen als het Henschotermeer. Aan de westkant van de regio valt met name het gebied in de gemeente Vijfheerenlanden op. Ook rond Loenen a/d Vecht en ten noorden van Woerden zijn een aantal plekken die niet binnen 15, maar wel binnen 30 minuten bediend kunnen worden.

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 3

Dekking beoordelen

80

Interregionale samenwerking Met interregionale bijstand kan worden bijgedragen aan het verkleinen van het gebied waar de opkomsttijden relatief hoog liggen. In en rond Rhenen kunnen de teams vanuit Wageningen en Opheusden relatief snel ter plaatse zijn, terwijl het team van Asperen en Gorinchem een groot deel van de gemeente Vijfheerenlanden kunnen bedienen.

Afbeelding 31: Dekking oppervlaktereddingsteams met interregionale samenwerking

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 3

Dekking beoordelen

81

5.6.3

Duikteams

Ook voor de duikteams gelden geen wettelijke opkomsttijden. In de onderstaande kaart is aan de hand van willekeurig gekozen tijdsframes in beeld gebracht welke dekking met de huidige (spreiding van) teams en middelen wordt gerealiseerd.

Afbeelding 32: Dekking duikteams VRU

In de kaart is te zien dat rond de posten waar de teams gestationeerd zijn, binnen 15 minuten een relatief groot gebied bediend kan worden. Door de strategische positionering van de teams ten opzichte van gebieden als het Henschotermeer, de Vinkeveense Plassen en de rivieren, kunnen deze gebieden relatief snel (binnen 15 tot 20 minuten) bediend worden door één van de teams. Er zijn echter ook een aantal gebieden binnen de regio waar binnen 20, of zelfs binnen 25 minuten geen duikteam ter plaatse kan zijn. Het gaat hierbij met name om de gemeente Vijfheerenlanden, delen van de Utrechtse Heuvelrug en het gebied rond Rhenen, Veenendaal en Renswoude.

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 3

Dekking beoordelen

82

Interregionale samenwerking In dit geval hebben teams van buurregio’s slechts een gering effect op de dekking. Enkel vanuit de posten Amstelveen, Nederhorst den Berg en Gouda wordt naar de incidenten binnen de grenzen van de VRU uitgerukt. Hierdoor verbetert de dekking in het noorden en het westen van de regio enigszins, maar in de rest van de regio blijft de dekking ongewijzigd.

Afbeelding 33: Dekking duikteams met interregionale samenwerking

Veiligheidsregio Utrecht

Dekkingsplan

Processtap 3

Dekking beoordelen

83

5.7

Leiding & coördinatie

5.7.1

OvD Brandweer

In het rapport toekomstbestendige OvD gebieden uit 2023 is er voorschot genomen op de opkomsttijden van de OvD Brandweer. Als uitgangspunt is gekozen om de opkomsttijden van de categorie I buurten te stellen op 20 minuten vanaf het moment van alarmering, bestaande uit vijf minuten uitruktijd en maximaal 15 minuten rijtijd. Dit geldt ook voor de gekazerneerde OvD Utrecht. Reden hiervoor is de zwaardere slagkrachteis die voor deze buurten gelden; immers zal de behoefte aan leiding & coördinatie ook bij het verkorten van de opkomsttijd voor meerdere eenheden voor basisbrandweerzorg sneller van toepassing zijn. Voor categorie II en III gebieden wordt in het onderzoek als maximale opkomsttijd 25 minuten voorgesteld. Voor de OvD geldt een dynamische inzet op basis van actuele locatie. Met de invoering van de nieuwe OvD gebieden per 01 januari 2026 wordt voldaan aan de opkomsttijden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/699/documents/20747