CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

B03. Hans Stupers, mailbericht inzake pluimveebedrijf.pdf

Gemeenteraad 7 juli 2022, gemeente OudewaterBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken1.747 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Van: Hans Stupers Verzonden: dinsdag 7 juni 2022 12:58 Aan: gemeenteraad; college van b&w CC: (…) Onderwerp: Met het oog op uw beraadslagingen over de pluimveehouderij in Hekendorp Geachte leden van de gemeenteraad, geachte leden van het College van B&W, Op de raadsvergadering van 9 juni aanstaande komt een motie over het pluimveebedrijf in Hekendorp aan de orde. Over dit pluimveebedrijf is al vaker in het gemeentebestuur gesproken, laatst nog in het Forum Samenleving van 30 mei. Graag vraag ik, mede namens andere direct omwonenden (cc), uw aandacht voor de volgende punten. 1. De juridische situatie De gemeente stelt zich op het standpunt dat het Pluimveebedrijf zich houdt aan de wet- en regelgeving. Een grote groep omwonenden, ondersteund door de gespecialiseerde jurist Valentijn Wösten, bestrijdt dit. Natuurlijk is het mogelijk opnieuw een oordeel aan de rechter te vragen. In het verleden is het kwartje soms de ene en soms de andere kant op gevallen. De omwonenden zijn bereid de juridische procedures te blijven volgen, maar zouden liever zien dat dit niet nodig is. Er ontstaat hierdoor immers een situatie waarin omwonenden en gemeente tegenover elkaar staan. Voor de goede orde merk ik op dat de omwonenden geen juridische procedures voeren tegen het pluimveebedrijf. Dit is voor de beeldvorming belangrijk.

De juridische procedures vinden plaats of tussen het pluimveebedrijf en de gemeente en of tussen de omwonenden en de gemeente. 2. De “ervaren” overlast Zoals u weet bestaat de overlast voor omwonenden vooral uit de componenten geluid en stank en hebben zij zorgen over gezondheids- en veiligheidsrisico’s. Ik ga eerst in op de overlast. De term “ervaren” overlast suggereert een subjectiviteit die ik niet kan plaatsen en die ook geen steun vindt in de feiten. Het is reële overlast. 

De uitgevoerde geluidmetingen laten zien dat het bedrijf soms de norm overschrijdt en soms niet. Er zijn weinig metingen uitgevoerd, en slechts na aandringen van omwonenden. De (voor zover ik weet) laatste metingen, uit oktober 2021 kwamen uit op 31 db en 29,2 db, terwijl de wettelijke norm 30 db is, bij een onnauwkeurigheidsmarge van 1 db. Dit is dus, wettelijk gezien, op het randje, althans bij déze metingen, die zijn verricht in een situatie die niet representatief was: zonder kippen in de stal en zonder de hoeveelheid ventilatie waar ’s zomers sprake van is. Eerdere metingen uit augustus 2020 kwamen dan ook op (hogere) overschrijdingen uit. Wellicht weet u dat de directe buurman, de heer Vork, wekenlang zijn bed uit de slaapkamer heeft verplaatst naar de woonkamer, omdat de geluidsoverlast het hem onmogelijk maakte te slapen. Het heeft uiterst lang geduurd heeft voordat de gemeente via een last onder dwangsom het pluimveebedrijf wist te bewegen tot het nemen van maatregelen. Hoe de situatie zal zijn als er weer kippen in de stallen mogen, is nog niet te zeggen. Er is hier (al jaren, en onbetwist) sprake van een stankoverbelaste situatie. Dus een overschrijding van de normen. Dat is op zich al een merkwaardig fenomeen.

Nu hoort u ongetwijfeld van verschillende zijden dat “stank’ er nu eenmaal bijhoort en dat je, als je in deze omgeving komt te wonen, kon weten dat er sprake is van stankoverlast. Graag zet ik daar tegenover dat stankoverlast iets anders is dan stankoverbelast. Stanknormen zijn er niet voor niets. Stank is niet alleen een kwestie van persoonlijke ervaringen (er meer of minder

last van hebben), stank is ook een signaal dat er problematische bronnen zijn. In elk geval heeft het moment waarop mensen zich al dan niet eerder hier gevestigd hebben dan dit bedrijf, weinig van doen met de vraag of het wenselijk of zelfs toegestaan is zoveel stank te veroorzaken. Tijdens de Forumvergadering van 30 mei kwam een beetje de teneur naar voren dat omwonenden en de pluimveehouder met elkaar in goed gesprek moesten gaan hierover. De gedachte hierachter is dat overlast minder hinderlijk is als de persoonlijke verhoudingen goed zijn dan wanneer ze slecht zijn. Om die reden kondigen mensen van tevoren een feestje aan zodat de buren weten dat er op een bepaalde avond sprake kan zijn van geluidsoverlast. En dat helpt inderdaad. Dat helpt echter vooral omdat het een incidentele vorm van geluidsoverlast is. Als er elke dag een feestje zou worden aangekondigd, zou het snel over zijn met de goede verstandhouding. En dat is nu precies de situatie die zich bij het pluimveebedrijf voordoet. Een CDA-raadslid bracht tijdens de Forumvergadering in herinnering dat er al 12 jaar gesprekken met het pluimveebedrijf lopen, maar dat dit nooit heeft geholpen. Eerder heeft het de verhoudingen verslechterd. Hoewel de omwonenden altijd bereid zijn tot een goed gesprek, is het dan ook twijfelachtig of het helpt bij het terugdringen van de overlast.

Dat valt de ondernemer nauwelijks te verwijten. Zijn ondernemersstandpunt is: als het mag, mag het.

De vraag is of een “goed gesprek”, indien al mogelijk, hier het juiste instrument is. Is hier wel sprake van een geschil tussen de ondernemer en de omwonenden? Ik betwist dat. Het is eerder een geschil tussen de gemeente en de omwonenden, omdat de gemeente zich, al jarenlang, weinig ambitieus toont in het bestrijden van deze ongewenste situatie. Ik pleit ervoor dat de gemeente de situatie met meer ambitie bekijkt en zelf de verantwoordelijkheid voor de oplossing neemt. Het is voor omwonenden moeilijk te verteren als zij – via al jarenlang niet slagende gesprekken – verantwoordelijk zouden worden gemaakt om de problemen op te lossen die voortkomen uit de vergunningenhistorie waarop veel is af te dingen, maar niet dat de gemeente daarvoor de hoofdverantwoordelijke is. 3. Gezondheid Gelukkig heeft het advies van de GGD raadsleden de ogen geopend voor de gezondheidsrisico’s die er zijn. De gemeente heeft, zoals het hoort, dit advies gevraagd. Opmerkelijk genoeg leiden de serieuze adviezen van de GGD nog niet tot strengere voorwaarden. De gemeente lijkt te overwegen dat het wettelijk geen nadere eisen hoeft te stellen. Tijdens de forumvergadering bracht ik in herinnering dat de bedrijven waar geiten en schapen worden gemolken en waar de Q-koorts epidemie is ontstaan, strikt wettelijk gezien ook aan de voorwaarden voldeden.

Als u de gevolgen van de Q-koorts wilt weten, verwijs ik u naar de website van het RIVM. Mij lijkt het een bestuurlijke verantwoordelijkheid om de preventie hoog te prioriteren, hoger dan nu gebeurt. Fijnstof, endotoxines en dergelijke worden vanwege hun effect op de langere termijn “sluipmoordenaars” genoemd. Daarnaast treft de vogelgriep menige pluimveehouderij. Tot nog toe vallen er vooral slachtoffers onder de dieren. Dat de vogelgriep blijft, en dat de veroorzaker muteert, en dat daaraan grote risico’s kleven – ook dat is onbetwist. U kunt als gemeentebestuur de wet- en regelgeving niet maken, dus hiervoor bent u niet verantwoordelijk. Maar naar mijn mening gaan de gezondheidsrisico’s u wel aan. U kunt als gemeentebestuur bijvoorbeeld actief het probleem bespreekbaar maken bij bewindslieden en Kamerleden en aandringen op maatregelen. U kunt ook strengere voorwaarden stellen. Dat is iets anders dan zeggen dat de regels nu eenmaal zijn zoals ze zijn. De twee Zembla-uitzendingen over stank en andere hinder van grote (pluimvee)veestallen hebben duidelijk gemaakt dat ook ChristenUnie-minister Henk Staghouwer en CDAstaatssecretaris Vivianne Heijnen zich realiseren dat de bestaande wetgeving in het verleden met een te eenzijdig oog is aangenomen.

Het moment lijkt dus daar om u als gemeentebestuur hard te maken voor de bereidheid om die wetgeving aan te passen, en wel met meer oog voor de gezondheid van mensen (en trouwens ook van dieren).

Misschien hoeft de gemeente niet meer te doen dan nu. De vraag is of dat verstandig en verantwoordelijk is. 4. Brandveiligheid Zo ongeveer wekelijks ontstaat er bij een (pluim)veehouder in Nederland een stalbrand. Tussen 2016 en 2020 stierven bij stalbranden twee keer zoveel kippen als in de vier jaar daarvoor (zie Bekijk: waar vonden afgelopen acht jaar stalbranden plaats? - Investico (platform-investico.nl)). Bij stalbranden sterven niet zelden tienduizenden dieren per keer. Omdat stalbranden zo vaak voorkomen, is het duidelijk dat de vergunningsvereisten niet voldoen. Dit veroorzaakt onnodig dierenleed, levert risico’s op voor medewerkers en omwonenden én het is kapitaalvernietiging. Ook bij het pluimveebedrijf in Hekendorp heeft zich, in 2012, een grote brand voorgedaan, gelukkig zonder persoonlijke ongelukken. Extra alertheid lijkt mij hier wel een vereiste. Om een voorbeeld te noemen: de brandwerende platen die in de vergunningsaanvraag worden genoemd, voldoen volgens de producent van die platen helemaal niet aan de preventievereisten (vanwege de aangebrachte ventilatiegaten). 5. Teneur van de discussie over een megastal in een bewoonde omgeving Er wordt in de discussie snel een tegenstelling gecreëerd tussen de belangen van de ondernemer en die van de omwonenden.

Dit komt mede doordat nu eens een omwonende dan weer de ondernemer zelf nogal scherpe formuleringen gebruikt. Ik begrijp dat daardoor het beeld ontstaat van een burenruzie. Ik vraag u hierboven te staan en de zaak te bezien vanuit uw bestuurlijke verantwoordelijkheid. Natuurlijk heeft de ondernemer een financieel belang bij het in stand houden van de huidige situatie en het is begrijpelijk dat hij trots is op zijn bedrijf en het graag wil overdragen aan zijn zoon. Ik vraag u meer acht te slaan op de balans tussen dit financiële (en emotionele) belang van één enkele ondernemer en de gezondheidsrisico’s, de voortdurende overlast en op de veiligheidsrisico’s die een dergelijke industriële megastal met zich meebrengt in een bewoond gebied. De wethouder zei tijdens de laatste Forumvergadering van 30 mei dat hij, als hij naast het pluimveebedrijf zou wonen, ook in actie zou komen. Volgens mij staat niets hem in de weg dit nu al te doen. Dit ook om redenen van bestuurlijke mores. De omwonenden voelen zich nu door hun gemeente in de steek gelaten. Zij zien zich genoodzaakt de juridische strijd aan te gaan en stuiten daarbij niet zelden op een muur van onbegrip. De gemeente heeft zelfs een keer de stelling ingenomen dat de omwonenden niet worden gezien als derdebelanghebbenden. Er moest een rechter aan te pas komen om dit te corrigeren.

U hebt er niets aan om partij te kiezen (al dan niet uit vermeende achterbanbelangen) of het oplossen van dit serieuze probleem over te laten aan ‘strijdende partijen’, zeker niet nu deze partijen – om uiteenlopende redenen – in juridische zin juist strijd voeren met de gemeente en niet met elkaar. Natuurlijk: er is een probleem. Een moeilijk oplosbaar probleem. Daarmee is het een voor bestuurders belangrijke kwestie. Makkelijk oplosbare problemen vragen geen bestuurlijke inzet. Moeilijke wel. Ik wens u veel wijsheid toe en dank u voor uw aandacht! Met vriendelijke groet, Hans Stupers xxx

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/461/documents/14577