B01 - Ingekomen stuk College van B&W Oudewater - Beantwoording technische vragen inzake raadsvoorstel ‘Afwegingskader duurzame energie’.pdf
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen D/21/028802 Z/21/018248
Vragen gesteld door:
René van den Hoogen
Van de Fractie(s) :
De Onafhankelijken
Op datum:
7 juli 2021
Naar aanleiding van:
Raadsvoorstel Afwegingskader grootschalige duurzame energie
Datum beantwoording:
13 juli 2021
Opsteller:
Krispijn Beek en Hanny Greven
Beantwoording van de vragen: Vraag Kan nadere onderbouwing gegeven worden van de maximale hoogtes van 1,5 meter en 2,5 meter voor zonnevelden in het Afwegingskader? Antwoord Tijdens het Forum Ruimte van 7 juli 2021 heeft de raadsfractie van de Onafhankelijken vragen gesteld over de maximale hoogtes voor zonnevelden in het Afwegingskader grootschalige duurzame energie. Het college heeft toegezegd hier een nadere onderbouwing voor te sturen aan de raad. Hierbij ontvangt u deze onderbouwing, die is opgesteld in samenwerking met Bosch & Van Rijn. Gebruikte bronnen voor onderbouwing Er bestaat weinig bruikbare wetenschappelijke literatuur over het onderwerp. Wat wel een bewezen feit is, is de algemene relatie tussen bodemkwaliteit en de mate waarin zonlicht en regenval tot de bodem kunnen komen. Uitgangspunt is dat het ideale ontwerp voor een zonneveld dus het ontwerp is waarbij het meeste zonlicht en regen tot de bodem kan komen in en zoveel mogelijk gelijkmatig verdeeld. De mogelijkheden om een gunstige situatie te bereiken voor bodemecologie worden volgens Bosch & Van Rijn kleiner naarmate de hoogte van het ontwerp wordt beperkt. Onderstaande onderbouwing is gebaseerd op de wetenschappelijk aangetoonde relatie tussen licht- en regenval en bodemkwaliteit, gesprekken met de ecoloog van Bosch & Van Rijn en expert judgement uit eerdere projecten.
Vanuit Bosch & Van Rijn komt het vermoeden dat de 40-80 cm waarnaar gerefereerd werd tijdens het Forum Ruimte vermoedelijk gaat over het laagste punt van de tafel waar de zonnepanelen op gemonteerd worden. Zonnepanelen worden in een hellingshoek gemonteerd waardoor de tafel (vanuit dwarsperspectief) oploopt van laag naar hoog. Bij een starthoogte van 80cm en een minimale hellingshoek van 15 graden (nodig voor een haalbare business case) heeft een tafel zonnepanelen van gemiddelde diepte (4m) al een maximale hoogte van 175 cm. Dit voorbeeld illustreert de beperkte mogelijkheden voor het zonneveld-ontwerp bij een hoogtebeperking van max 150cm. Onderbouwing maximale hoogte zonnevelden De bestaande wetenschappelijke literatuur biedt onvoldoende aanknopingspunten om harde uitspraken te doen over de relatie tussen bodem ecologie en de hoogte van de ‘tafels’ zonnepanelen in een veldopstelling. Recentelijk heeft de Wageningen University & Research wel een eerste verkenning uitgevoerd naar bodemkwaliteit onder zonneparken, waaruit geconcludeerd wordt dat oost-west opstellingen in de meeste gevallen een negatief effect zullen hebben op bodem en vegetatie. Echter is het, vanwege de onderzoeksopzet en het beperkte aantal onderzochte projecten, niet mogelijk om op basis van Pagina 1 van 2
deze verkenning harde uitspraken te doen over de relatie tussen de maximale hoogte en bodemecologie. Empirisch onderzoek naar deze specifieke relatie is ingewikkeld omdat de hoogte van de tafels slechts één ontwerpaspect is dat meespeelt. Andere voorbeelden van ontwerpaspecten die eveneens een rol spelen zijn de hoeveelheid vrije ruimte tussen de rijen, de breedte/diepte van iedere rij met zonnepanelen en de hellingshoek waarin de panelen (moeten) worden geplaatst. Daarnaast kunnen locatie specifieke omgevingsfactoren bepalend zijn voor het ‘optimale’ ontwerp vanuit het perspectief van bodemecologie. Idealiter wordt per locatie en per project bekeken hoe de verschillende ontwerpaspecten en omgevingsfactoren optimaal op elkaar worden afgestemd voor het meest gunstige effect op de bodem. De algemene relatie tussen (zon)lichtinval en (regen)water en de bodemkwaliteit is daarentegen wél wetenschappelijk aangetoond. Het is een feit dat de hoeveelheid licht en water die de bodem kan bereiken en de gelijkmatige verdeling hiervan bepalend is voor de ecologische staat van de bodem. Daarom is het meest optimale ontwerp van een zonneveld in principe altijd het ontwerp waarbij het meeste licht en regenwater tot de bodem kan komen. Dit hoeft niet in alle situaties het ontwerp te zijn met de grootste afmetingen.
Het is echter wel de ervaring van Bosch & Van Rijn uit zonprojecten dat bij zonnevelden met hogere tafels bijvoorbeeld ook vaker een (relatief) grote vrije tussenruimte tussen de rijen wordt gerealiseerd. Ook kan er bij hogere tafels meer zonlicht komen tot de bodem onder de panelenrijen, al is dit effect waarschijnlijk beperkt positief. Het algemene beeld van Bosch & Van Rijn uit projecten is dat zonnevelden met hogere tafels vaak een ontwerp hebben waarbij meer zonlicht en regen tot de bodem kan komen. Wanneer vanuit beleid strenge hoogtebeperkingen worden opgelegd aan veldopstellingen van zonnepanelen dan worden de opties om het ontwerp optimaal af te stellen vanzelf ook een stuk beperkter. Bij een maximale hoogte van 1,5m is de kans aanwezig dat een gunstige situatie voor de bodem niet meer kan worden bereikt. Om deze reden biedt het afwegingskader de mogelijkheid om hier in uitzonderlijke gevallen vanaf te wijken, onder voorwaarde dat het een zuidgeoriënteerde opstelling betreft en er zwaarwegende belangen spelen vanuit de bodemkwaliteit. Deze mogelijkheid voor afwijking betekent niet dat zo’n afwijking automatisch resulteert in een zonneveld van 2,5m hoogte.
Bijlagen:
Pagina 2 van 2