Antwoorden vragen VVD Oudewater - bij RV Verordening Leerlingenvervoer gemeente Oudewater.pdf
Tekst van het document
1.
In Art 2 Wordt gesteld dat deze verordening van toepassing is op leerlingen die niet zelfstandig van en naar school kunnen reizen. Dit terwijl juist wordt ingezet op meer zelfstandig reizen. Waarom wordt de reikwijdte zo gedefinieerd? De reikwijdte wordt zo gedefinieerd dat het van toepassing is op leerlingen die in verband met hun individuele omstandigheden niet zelfstandig van en naar school kunnen reizen of die door de afstand voor een vervoersvoorziening in aanmerking komen. Het gaat voor de leerlingen die wel zelfstandig kunnen reizen dus vooral over de reisafstand die zij moeten afleggen.
2. In Art 4 lid 5 wordt gesproken over nadere voorwaarden. Wat voor soort voorwaarden worden hier bedoeld? Dit is afhankelijk van de individuele situatie die zich kan voordoen. Voorbeeld: de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor de desbetreffende leerling heeft een wachtlijst. De leerling gaat vervolgens naar de volgende dichtstbijzijnde toegankelijke school, die verder van het woonadres ligt. Dan kan de voorwaarde gesteld worden dat de ouders de leerling op de wachtlijst van de dichtstbijzijnde toegankelijke school plaatst, zodat de leerling op termijn naar een school dichterbij huis kan. 3. In Art 6 lid 7 wordt de leeftijd van 9 genoemd als moment om een ontwikkelplan te maken. Waarom wordt deze leeftijd gehanteerd? Het moment waarop de leerling de leeftijd van negen jaar bereikt, is een goed moment om het eerste vervoersontwikkelingsplan samen met de ouders en de leerling te maken. Dit plan kijkt namelijk twee tot drie jaar vooruit. Door het plan vanaf negen jaar mogelijk te maken, kan juist al vooruit gekeken worden naar een ontwikkelplan tot en met de overgang naar de middelbare school als het kind twaalf jaar is. De ontwikkeling van kinderen staat niet stil en maakt dat een kind zich sneller kan ontwikkelen dan gedacht of juist langzamer, maar met de jaarlijkse aanvraag kan het plan steeds geëvalueerd worden en waar nodig aangepast. 4.
Welke beleidsruimte is er in het bepalen van de afstandgrens en het toekennen van leerlingenvervoer bij een specifieke onderwijskundige behoefte? De landelijke norm van 6 kilometer afstand wordt aangehouden bij het toekennen van een vervoersvoorziening. Deze afstand geldt voor alle vormen van speciaal onderwijs waar het leerlingenvervoer voor bedoeld is. 5. Voor hoe lang wordt in beginsel een voorziening leerlingenvervoer toegekend? Wordt bij iedere nieuwe toekenning opnieuw bekeken of wordt voldaan aan de voorwaarden? De voorziening leerlingenvervoer wordt in beginsel voor een schooljaar toegekend. Ouders dienen elk jaar een nieuwe aanvraag in. Daarbij wordt gekeken of de aanvraag voldoet aan de voorwaarden. Met de voorliggende verordening is het ook mogelijk om een beschikking voor meerdere jaren af te geven. 6. Welke beleidsruimte is er voor de grens van 20 kilometer zoals bedoeld in artikel 26 lid 1? De grens van 20 kilometer wordt landelijk aangehouden als minimale afstand voor het betalen van een draagkrachtafhankelijke bijdrage. Dit is in lijn met alle andere gemeenten uit de regio. Deze bijdrage wordt gevraagd als de school de keuze van de
ouder is. Mocht een leerling noodgedwongen naar een school verder weg moeten, omdat de dichtstbijzijnde toegankelijke school geen plaats heeft, is deze bijdrage niet van toepassing. 7. Hoe wordt periodiek het inkomen van de ouders opnieuw bezien? Ouders dienen elk schooljaar een nieuwe aanvraag in, waarbij zij (in de gevallen waar dit nodig is) hun inkomen doorgeven. 8. Welk effect omtrent aanwezigheid, tijdigheid en financiën wordt verwacht van deze verordening? De voorliggende verordening sluit aan bij de huidige werkwijze in het leerlingenvervoer. Uiteindelijk is het doel dat de leerlingen die gebruik maken van het leerlingenvervoer, dit zo zelfstandig mogelijk doen. Het doel van deze verordening is niet dat zo min mogelijk leerlingen van de regeling gebruik kunnen maken, maar wel dat zij waar kunnen gebruik maken van de meest zelfstandige vorm, omdat dit positief is voor hun ontwikkeling. Uiteindelijk zou dit tot een gedeeltelijke kostenbesparing kunnen leiden, omdat het zelfstandige vervoer goedkoper is dan het aangepast vervoer. Afspraken over tijdigheid worden gemaakt binnen het contract met de desbetreffende vervoerder. Daar heeft een verordening geen invloed op. Het is onduidelijk waar het woord aanwezigheid in deze vraag betrekking op heeft. 9.
Hoe worden de voorgaande effecten gemeten? De effecten wat betreft de financiën kunnen gemeten worden door over een langere tijd de aantallen leerlingen per vervoersvorm te vergelijken. De tijdigheid van het aangepast vervoer wordt gemeten door data-aansluitingen in de voertuigen.