CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

antwoorden vragen ONAFH bij raadsvoorstel verordening Jeugdhulp februari 2025 {T-944].pdf

Gemeenteraad 6 maart 2025, gemeente OudewaterBij agendapunt: 10: Raadsvoorstel Verordening Jeugdhulp gemeente Oudewater 2025 (142419)1.504 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragen bij agendapunt 5: raadsvoorstel verordening Jeugdhulp Dank voor het nieuwe voorstel verordening jeugdhulp. De Onafhankelijken zijn blij met de aangepaste versie, welke tot stand gekomen is na overleg tussen de gemeenteraad, ambtenaren en een aantal ervaringsdeskundigen. Als het aan de Onafhankelijke ligt wordt betrekken van ervaringsdeskundigen bij beleid een standaard manier van werken in de gemeente. Immers, ervaringsdeskundigen weten als geen ander wat zij nodig hebben en waar de beleidskaders (kunnen) knellen. Wij hebben de volgende vragen: 1. Afgelopen najaar heeft er een benen op tafel sessie plaatsgevonden, waaraan raadsleden, beleidsmedewerkers en ervaringsdeskundigen deelgenomen hebben. Welke punten hebben de ervaringsdeskundigen tijdens deze sessie aangedragen? Welke punten zijn meegenomen in deze nieuwe verordening en welke niet. En waarom? Kan de raad daar inzicht in krijgen? De ervaringsdeskundigen hebben die avond vooral meegegeven dat er begrip is voor het hebben van regels en wetgeving, maar dat we niet het persoonlijke, het maatwerk uit het oog moeten verliezen. Dit is ook meegenomen in de verordening en zal ook een onderdeel zijn van de nog aan te passen beleidsregels. 2.

Tijdens de benen op tafel sessie afgelopen najaar is er toegezegd dat de raad een overzicht zou krijgen van knoppen binnen de verordening jeugdzorg waaraan de raad kan draaien (wat wordt bepaald door hogere overheden en hoe kunnen wij lokale kleur aan de verordening geven?). Wanneer kunnen wij dit overzicht verwachten? Bij de totstandkoming van deze verordening is de input van de raadsleden gegeven tijdens de raadsavond van juli 2024 en het benen op tafel gesprek meegenomen. Daarnaast is er schriftelijk input geleverd na deze avond. Een apart overzicht is derhalve niet meer uitgevraagd. 3. Nav de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep dd 29 mei 2024 is de verordening flink uitgebreid. Er ligt nu een geheel aan kaders wat duidelijkheid geeft voor welke gevallen de jeugdzorg bedoeld is. Echter, het geheel aan kaders komt ons benauwend over. Een gezin dat om hulp vraagt, lijkt door een heel smal hoepeltje te moeten springen om voor een beschikking in aanmerking te komen. Wat nou als een gezin dit niet kan? Omdat zij geen rondje/hoepeltje zijn maar een driehoekje of vierkantje? a.

De vraag achter de vraag: Hoe bindend zijn de kaders? Welke ruimte is er na aannemen van deze verordening voor maatwerk, verruimen of negeren van kaders of toepassen van een hardheidsclausule? Door kaders aan te geven komt er veel meer duidelijk voor ouders over wanneer een beroep op vrijwillige jeugdhulp kan worden gedaan en wat de gemeente o.a. verwacht ten aanzien van eigen kracht en probleemoplossend vermogen, de vereisten aan het onderzoek en de mogelijkheden met betrekking tot de inzet van zorg. Er is altijd ruimte voor maatwerk.

b. In welke gevallen en op welke manier kan een ouder beroep doen op de hardheidsclausule (artikel 23)? Een hardheidsclausule in de Jeugdwet is in principe niet nodig in de verordening. Immers, de gemeente hoort in het kader van de Jeugdwet al maatwerk te leveren, dit blijkt ook uit de vereisten bij het onderzoek (o.b.v. het toetsingskader van de CRvB die wordt gehanteerd). Bij een hardheidsclausule in de verordening Jeugdwet gaat het dan eigenlijk om maatwerk te leveren bij het leveren van maatwerk. Op verzoek is wel een hardheidsclausule opgenomen. Daar staat in als er sprake is van “onbillijkheid van overwegende aard”. Deze bepaling sluit aan bij de Algemene wet bestuursrecht in het kader van evenredigheid; een belanghebbende mag niet onevenredig veel nadeel van een besluit ondervinden. De nadelige gevolgen van het besluit moeten in verhouding staan tot het doel dat het besluit dient. Kortom, situaties waar echt sprake is van een onredelijk gevolg dat niet de bedoeling van de verordening is geweest. De gemeente beoordeeld of dat in de situatie van toepassing is. Dat kan dus ook via bezwaar (bezwaar is een volledige heroverweging van het besluit). c. Hoe kan de raad inzicht krijgen in de werkbaarheid van de kaders? Hoe gaat de tweejaarlijkse evaluatie (artikel 25) er uit zien? Er wordt doorlopend een cliënttevredenheidsonderzoek uitgevoerd.

Hiervan wordt jaarlijks een rapportage gemaakt, die wordt opgenomen in het jaarverslag van het Stadsteam welke wordt gedeeld met uw raad. Iedere 2 jaar (of zoveel eerder als noodzakelijk) wordt de verordening door het college getoetst aan nieuwe wetgeving en/of jurisprudentie. Als het nodig is dat de verordening een aanpassing vereist, dan wordt die doorgevoerd en via het bestuurlijk proces komt de aangepaste verordening dan voor besluitvorming uw kant op. 4. De Onafhankelijken hebben met meerdere ouders gesproken de afgelopen jaren, over casussen binnen de jeugdzorg. Zonder in details te treden, viel het ons op dat er vaak veel stress gepaard gaat met het traject op zoek naar de passende hulp. Stress dat veroorzaakt wordt door het niet ingekocht zijn van de benodigde hulp, stress omdat benodigde hulp te duur zou zijn volgens de kaders, stress omdat er geen goede verstandhouding met de zorgconsulent van de gemeente is, etc. Ouders die om hulp vragen doen dit niet voor hun lol. Het proces waar zij in stappen, vraagt om vertrouwen, rust, ruimte en doorzettingsvermogen van alle partijen. Stress, niet passende kaders, nee kan niet volgens de regels, we zoeken nog even verder, etc. Dit werkt niet mee aan het proces waar een gezin dat hulp vraagt doorheen moet.

Hoe draagt deze verordening jeugdzorg bij aan het wegnemen van deze (onnodige kader)stress die ouders aangeven te ervaren? Zie hiervoor ook de beantwoording bij vraag 3: Door kaders aan te geven komt er veel meer duidelijk voor ouders over wanneer een beroep op vrijwillige jeugdhulp kan worden gedaan en wat de gemeente o.a. verwacht ten aanzien van eigen kracht en probleemoplossend vermogen, de vereisten aan het onderzoek en de mogelijkheden met betrekking tot de inzet voor zorg. Door de verordening duidelijk op te stellen en aan te passen aan de recente rechtspraak is het juist transparant voor ouders wat ze mogen verwachten van de gemeente ten aanzien van de gevraagde jeugdhulp. Door transparant te zijn over de kaders en (on)mogelijkheden is

er juist sprake van een betrouwbare gemeente. Hierdoor kunnen ook de verwachtingen over en weer duidelijk worden waardoor onduidelijkheden (en misschien ook de spanning en stress) worden verminderd. Ook de rechtsbescherming van ouders is opgenomen. Uit de verordening blijkt de mogelijkheid van bezwaar en de klachtenprocedure. Tevens de mogelijke inzet van vertrouwenspersonen en de onafhankelijke clientondersteuning (deze zit voor Oudewater bij MEE) die jeugdigen en ouder(s) kunnen ondersteunen bij hun vragen en belangen bij het verkrijgen van hulp en ondersteuning is opgenomen in de verordening. In de nadere regels en beleidsregels zal een verdere, gedetailleerder, uitwerking komen van een aantal kaders. 5. Een van de belangrijkste problemen, waar ouders mee geconfronteerd kunnen worden is de combinatie van werk en zorg voor de kinderen. En dat geldt zeker voor de ouders met kinderen, die onder de reikwijdte van deze verordening vallen. In de verordening wordt gesteld dat zorg boven werk gaat (o.a. art. 7 lid 5b t/m 5d en artikel 10 lid 3a). De participatiewet gaat er echter van uit dat het hebben, verkrijgen of behouden van werk het belangrijkst is. Als ouder zit je dus ingeklemd tussen deze twee wettelijke regelingen.

De Onafhankelijken vinden dat zorg en werk in evenwicht moeten zijn, al was het alleen al omdat dit stressverlagend kan werken en derhalve de eigen mogelijkheden van de ouders vergroot. Is het College dit met ons eens en zo ja, op welke wijze voorziet de verordening in het creëren van dit evenwicht? Ouders en andere verzorgers en opvoeders zijn in eerste instantie verantwoordelijk voor het verzorgen en opvoeden van de jeugdige en het houden van toezicht. Dit blijkt ook uit het Burgerlijk wetboek. In het eerste lid van de Jeugdwet is ook opgenomen dat een gemeente alleen een voorziening hoeft te treffen voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en zijn ouders ontoereikend zijn. Bij de in de verordening opgenomen beoordeling gaat het om het belang van de ouders om te voorzien in een inkomen. Bijvoorbeeld de vraag: moeten ouder(s) een gedwongen keuze maken tussen de zorg voor hun kind(eren) en het verwerven van inkomen. Bijvoorbeeld: er is sprake van een gezinsinkomen en 1 ouder werkt. De andere ouder wil ook graag gaan werken maar dit is niet te combineren met de zorgtaken voor het zorgbehoevend kind. Er is dan geen sprake van een gedwongen keuze tussen de zorg en het verwerven van inkomen. Er is immers sprake van een gezinsinkomen.

Met betrekking tot de combinatie van zorg voor kinderen en werken kunnen ouders over bepaalde zorgtaken afspraken maken met hun werkgever. Er zijn in de Wet Arbeid & Zorg (WAZO) diverse vormen van verlof vastgelegd die het combineren van werk en zorgtaken eenvoudiger maken. Ouders zitten, ons inziens, niet klem tussen 2 regelingen. Ook in de Participatiewet geldt dat als de ouder niet kan voldoen aan de re-integratie verplichting er tijdelijk ontheffing verleend kan worden, afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden. Dank voor het beantwoorden van de vragen.

Met vriendelijke groet, Trudi van Eck

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/636/documents/19359