A9 Bijlage rapport technische en financiele analyse warmtetransitie gemeente oudewater - rev02.pdf
Tekst van het document
Rapport Technische en financiële analyse warmtetransitie gemeente Oudewater
projectnummer 465156.100 definitief 8 maart 2021
Rapport Technische en financiële analyse warmtetransitie gemeente Oudewater
projectnummer 465156.100 definitief revisie 02 8 maart 2021
Auteurs G.W. Schuur
Opdrachtgever Gemeente Oudewater Waardsedijk 219 3421 NE OUDEWATER
datum vrijgave 08-03-2021
beschrijving revisie 02 definitief
goedkeuring G.W. Schuur
vrijgave D. Martens-Bakker
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
2
Technische analyse
3
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Huidige warmteverbruik van de panden Warmteverbruik van de panden na isolerende maatregelen Inventarisatie alternatieven voor aardgas Meest passende warmtealternatief per buurt Conclusies en aanbevelingen technische analyse
3 4 5 7 10
3
Financiële analyse
11
3.1 3.2 3.3 3.4
Drie kostenvarianten Wat is berekend? Resultaat berekeningen Conclusies en aanbevelingen financiële analyse
11 11 12 13
4
Advies strategie warmtetransitie
14
Bijlage 1 Begrippenlijist Bijlage 2 Warmtekansenkaarten Bijlage 3 Koppeling kostenvarianten aan warmtebronnen Bijlage 4 Kosten van drie varianten per cluster
Rapport Technische en financiële analyse warmtetransitie gemeente Oudewater projectnummer 465156.100 8 maart 2021 revisie 02
1
Inleiding Dit rapport is een studie naar de mogelijkheden om de gebouwde omgeving in Oudewater anders te verwarmen en op een andere manier water warm te verkrijgen. We noemen dit een warmtetransitie. Het rapport is opgedeeld in twee onderdelen: Een technische analyse (wat is er mogelijk?) Een financiële analyse (wat kost het?) Het schetsen van de mogelijkheden en de kosten geeft de gemeente en inwoners van Oudewater handvatten voor een gesprek over de warmtetransitie. Wat vinden het college, de raad en de inwoners belangrijk? Op basis van dit gesprek kan vervolgens de Transitievisie Warmte Oudewater worden opgesteld. Wat is de Warmtetransitie? De warmtetransitie is de omschakeling om de gebouwde omgeving klimaatneutraal en aardgasloos te maken. Aanleiding voor de transitie is het streven van de Rijksoverheid om Nederland te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering en de opwarming van de aarde. Opwarming van de aarde kan beperkt worden door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Denk hierbij aan de broeikasgassen die vrijkomen bij de verbranding van aardgas. Om de uitstoot van broeikasgassen te beperken zijn nationale en internationale doelen afgesproken. De Rijksoverheid heeft met allerlei partijen afspraken gemaakt over hoe Nederland deze doelen gaat behalen. Ook het afbouwen van de gaswinning in Groningen speelt hierbij een rol.
Gemeentes hebben een belangrijke rol in de aanpak van de warmtetransitie. Gedurende de warmtetransitie zullen gebouwen steeds energiezuiniger worden en steeds minder aardgas verbruiken. Duurzame technieken om gebouwen te verwarmen kunnen hierbij helpen. Denk aan elektrisch verwarmen, bijvoorbeeld met warmtepompen of infraroodpanelen. Of via een collectieve warmtevoorziening zoals warmtenetten, met aqua- of geothermie of met duurzame brandstoffen zoals groen gas en waterstofgas. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat alle Nederlandse gemeenten in 2021 een Transitievisie Warmte opstellen en vaststellen. In de Transitievisie Warmte beschrijft de gemeente besparingsmogelijkheden en de hoeveelheid energie die nodig is om te voldoen aan de vraag naar warmte. Daarnaast wordt beschreven welke warmtebronnen ingezet worden en welke warmteinfrastructuur nodig is met als doel om in 2050 CO2-neutraal te zijn. Het tussendoel is om in 2030 20% van de woningvoorraad, dus één van de vijf woningen, aardgasvrij(ready) te hebben, dat is het tempo zoals afgesproken in het Klimaatakkoord. Dit alles binnen de kaders van haalbaar en betaalbaar. Scope van deze studie De technische en financiële analyse maken inzichtelijk welke oplossingen nu mogelijk lijken. Op basis daarvan kan vervolgens een afweging gemaakt worden. De uitkomst biedt geen definitieve keuze, maar legt hiervoor een basis.
Het aardgasloos maken van de productieprocessen in bedrijven maakt geen onderdeel van deze studie uit. Dit rapport richt zich op het verduurzamen van woningen, appartementen en kantoren.
Blad 1 van 14
Rapport Technische en financiële analyse warmtetransitie gemeente Oudewater projectnummer 465156.100 8 maart 2021 revisie 02
Leeswijzer Dit rapport is opgebouwd uit de volgende onderdelen: Hoofdstuk 2 - Technische analyse - presenteert de resultaten van een analyse op basis van beschikbare bronnen; Hoofdstuk 3 – Financiële analyse – presenteert de resultaten van de kosten voor de verduurzaming per buurt en per woning; Hoofdstuk 4 – Advies energietransitiepad.
Blad 2 van 14
Rapport Technische en financiële analyse warmtetransitie gemeente Oudewater projectnummer 465156.100 8 maart 2021 revisie 02
2
Technische analyse Voordat een pand aardgasvrij kan worden, moet worden gezocht naar een andere manier waarmee het pand wordt verwarmd en warm water wordt verkregen. In de technische analyse is voor elke buurt in Oudewater onderzocht welke oplossing technisch gezien het meest haalbaar is op basis van de huidige gegevens. De technische analyse bestaat uit een aantal onderdelen: Een nulmeting van het warmteverbruik in de huidige situatie. Deze nulmeting bevat een analyse van het huidige gasverbruik van de woningen en grootverbruikers in Oudewater; Een inschatting van de mogelijke besparing die bereikt kan worden door de panden te isoleren; Een inventarisatie van de beschikbaarheid van alternatieve warmtebronnen in de gemeente; Een verdeling van de panden in clusters met een vergelijkbare warmteoplossing. De resultaten van ieder geanalyseerd onderdeel zijn weergegeven op kaarten.
2.1
Huidige warmteverbruik van de panden Het warmteverbruik van de panden wordt sterk bepaald door het type en de ouderdom van het pand. Om het huidige warmteverbruik te begrijpen is daarom als eerste stap een pandenkaart gemaakt met daarop het bouwjaar van de bestaande panden.
Figuur 2-1: Pandenkaart met bouwjaar
Op de kaart is de karakteristieke oude kern van Oudewater te zien (bebouwing t/m 1945). Deze kernen zijn elk weer omgeven door nieuwere bebouwing (vanaf 1945) met als grote uitbreidingen de buurten Klein Hekendorp, Brede Dijk en de Noortsyde. Een klein deel van de
Blad 3 van 14
Rapport Technische en financiële analyse warmtetransitie gemeente Oudewater projectnummer 465156.100 8 maart 2021 revisie 02
panden is na 2000 gebouwd. Dit betreft met name de woningen aan de oostzijde van de buurt de Noortsyde, de appartementengebouwen aan de Westsingel en de Oude Singel (tevens medisch centrum) en het woonzorgcomplex De Wuiverhorst aan de Prins Bernardstraat. De volgende stap is om per woning of appartement het huidige warmteverbruik in beeld te brengen. Zie onderstaande figuur. Het warmteverbruik is een manier om het gasverbruik uit te drukken. Het gasverbruik wordt uitgedrukt in kubieke meters (m3) en het warmteverbruik in kilowattuur (kWh) per vierkante meter (m2). Met het warmteverbruik kan makkelijker bepaald worden welk warmtealternatief in de plaats van aardgas kan komen. De grootverbruikers (met name bedrijven en grote kantoren) zijn niet op deze kaarten opgenomen omdat de ontwikkeling van de warmtescenario’s zich op woningen en kleine kantoren richt.
Figuur 2-2: huidig gasverbruik kleinverbruikers per verblijfsobject
De meeste panden vallen binnen de klassen >100 kWh/m2 en 71 – 100 kWh/m2. Deze panden hebben een relatief hoog respectievelijk gemiddeld warmteverbruik. Als het warmteverbruik wordt vergeleken met de ouderdom van de panden is een duidelijk verband te zien: hoe ouder het pand hoe hoger het warmteverbruik.
2.2
Warmteverbruik van de panden na isolerende maatregelen In de tweede stap van de analyse is onderzocht wat het warmteverbruik van de panden is nadat deze zijn geïsoleerd. Hierbij is ervan uitgegaan dat panden geïsoleerd worden tot maximaal energielabel B. Energielabel A is voor een deel van de panden ook haalbaar maar voor de meeste panden worden de kosten van de verduurzaming dan onrealistisch hoog. Daarom wordt landelijk en ook in deze studie voor Oudewater het bereiken van energielabel B als maximaal haalbaar gezien. Voor de panden met een hoog warmteverbruik (bijvoorbeeld energielabel F) is energielabel B echter niet realistisch omdat dit of technisch niet kan of te duur is. Voor die panden is het
Blad 4 van 14
Rapport Technische en financiële analyse warmtetransitie gemeente Oudewater projectnummer 465156.100 8 maart 2021 revisie 02
uitgangspunt dat geïsoleerd wordt tot label D. Voorbeelden van panden met een energielabel F zijn een historisch pand of een enkelsteens jaren ’60 woning. Samenvattend: panden met een hoog warmteverbruik zullen voor deze analyse geïsoleerd worden totdat zij voldoen aan het energielabel D. Panden met een gemiddeld of laag warmteverbruik zullen voor deze analyse geïsoleerd worden totdat zij voldoen aan het energielabel B. Met de uitsplitsing van isolerende maatregelen in twee categorieën (energielabel B & D) is dus rekening gehouden met de haalbaarheid van de isolerende maatregelen. Het resultaat is gepresenteerd op onderstaande kaart. Na het treffen van isolerende maatregelen daalt het warmteverbruik drastisch. Veel panden vallen dan in de klasse < 70 kWh/m2, een relatief laag warmteverbruik. Veel van historische panden en de woningen die in de jaren ’60, ’70 en ’80 zijn gebouwd, vragen na de isolerende maatregelen nog om meer dan 70 kWh/m2 blijven soms zelfs in de hoogste klasse.
Figuur 2-3: gasverbruik kleinverbruikers per verblijfsobject ná isolerende maatregelen
2.3
Inventarisatie alternatieven voor aardgas Met het treffen van isolerende maatregelen kan het warmteverbruik flink worden verminderd. De volgende stap om de panden aardgasvrij te maken is het zoeken naar een alternatieve energievoorziening om de panden te verwarmen. De warmte die normaal uit aardgas wordt gehaald, kan uit allerlei alternatieve bronnen worden gewonnen, bijvoorbeeld uit de lucht, de bodem, oppervlaktewater, biomassa en restwarmte uit de industrie. Daarnaast zou ook groen gas (biogas) en in een verdere toekomst mogelijk ook waterstofgas ingezet kunnen worden. In deze analyse is onderzocht welke alternatieven voor aardgas in de gemeente Oudewater beschikbaar zijn. Daarbij is gekeken wat er nu al kan en welke technieken de komende tien jaar ingezet kunnen worden. Voor ieder warmtealternatief is bepaald of deze warmte van hoge temperatuur (hoger dan 80 °C), midden temperatuur (50 tot 70 °C) of lage temperatuur (lager dan 50 °C) kan leveren. Goed geïsoleerde woningen hebben bijvoorbeeld genoeg aan warmtevraag op lage temperatuur.
Blad 5 van 14
Rapport Technische en financiële analyse warmtetransitie gemeente Oudewater projectnummer 465156.100 8 maart 2021 revisie 02
Anderzijds hebben slecht geïsoleerde panden een hoge warmtevraag. Hier zijn alleen warmtealternatieven die een hoge temperatuur kunnen leveren toepasbaar. Daarnaast is voor ieder warmtealternatief bepaald of de warmte via een collectieve voorziening, zoals een warmtenet, naar de panden moet worden gebracht, of dat ieder pand een eigen individuele voorziening kan krijgen. Sommige warmtealternatieven zijn zowel collectief als individueel toepasbaar. De alternatieve warmtebronnen in Oudewater zijn in bijlage 2 op zogenaamde warmtekansenkaarten gezet. In de onderstaande tabel is een samenvatting gegeven. Tabel 2-1: overzicht beschikbare alternatieve warmtebronnen in Oudewater Temperatuurniveau van de warmtebron
Warmtebronnen geschikt voor aansluiting op warmtenet (collectief)
Warmtebronnen zonder aansluiting op warmtenet (individueel)
Hoge temperatuur warmte (HT)
Aardwarmte (geothermie) Groen gas (in de toekomst mogelijk waterstof) Biomassa (houtpellets, reststromen) Restwarmte van bedrijven
Groen gas (in de toekomst mogelijk waterstof) Biomassa (houtpellets, reststromen)
Midden temperatuur warmte (MT)
Zonnewarmte (met opslag)
Oppervlaktewater (aquathermie) Zonnewarmte (met opslag)
Lage temperatuur warmte (LT)
Verklaring:
Restwarmte van bedrijven
Zonnewarmte (met opslag)
Zonnewarmte (met opslag)
Luchtwarmte
Bodemwarmte (WKO)
Bodemwarmte (WKO)
Oppervlaktewater (aquathermie)
Oppervlaktewater (voor appartementen, kantoren)
Afvalwater (riothermie)
Afvalwater (voor blokverwarming, kantoren)
Beschikbaar / technisch kansrijk Beperkt beschikbaar / technisch minder kansrijk Nauwelijks beschikbaar / niet kansrijk
Toelichting op de tabel: Biomassa en groen gas: onder biomassa worden snoeihout, bermmaaisel en groen afval uit de agrarische sector verstaan. Dit kan worden verstookt in een biomassaketel. Groen gas kan worden gemaakt uit bijvoorbeeld mest en kan direct als alternatief voor aardgas worden gebruikt. Biomassa en groen gas zien we alleen als geschikt alternatief als er lokale reststromen uit bosbeheer of de agrarische sector zijn en deze ook daadwerkelijk voor verwarming gebruikt kunnen worden. In Oudewater is nauwelijks bos en de veeteeltsector kan een beperkte hoeveelheid groen gas produceren. De beschikbare agrarische reststromen worden meestal al voor andere doeleinden gebruikt en kunnen niet voor de verwarming van de panden worden ingezet. Als biomassa of groen gas de enige alternatieven zijn om panden van het aardgas te halen, zal dit voor een belangrijk deel van buiten de gemeente moeten worden gehaald. Op lange termijn, vrijwel zeker niet voor 2030, is waterstof mogelijk een geschikt alternatief voor aardgas. Voor de korte termijn vallen waterstoftoepassingen echter nog in de categorie niet kansrijk. Aardwarmte (geothermie): dit is warmte die op een grote diepte (meerdere kilometers) uit de aarde wordt gewonnen. Op basis van de huidige geologische gegevens lijkt de gemeente Oudewater minder geschikt hiervoor.
De rijksoverheid is op dit moment bezig met een grootschalig onderzoek naar aardwarmte en dit kan ander licht op deze warmtebron werpen. Restwarmte: dit is warmte die overblijft bij bedrijfsmatige en industriële processen. Het enige bedrijf dat mogelijk een kleine hoeveelheid restwarmte kan leveren is het slachthuis Westfort. Dit zal hooguit voor enkele tientallen woningen zijn. Verder zijn er binnen de gemeente geen bedrijven die voldoende restwarmte voor de verwarming van bepaalde buurten kunnen leveren.
Blad 6 van 14
Rapport Technische en financiële analyse warmtetransitie gemeente Oudewater projectnummer 465156.100 8 maart 2021 revisie 02
2.4
Aquathermie: dit is warmte die uit oppervlaktewater wordt gewonnen. Deze warmtebron is kansrijk, met name langs de Hollandsche IJssel. In de bebouwde omgeving is aquathermie economisch haalbaar vanaf ca. 50 woningen of voor een groot kantoor of een bedrijfspand. Ook moet het oppervlaktewater op niet meer dan 5 kilometer afstand van de panden liggen: bij langer transport verliest het water te veel aan warmte. Een aquathermieproject is het meest rendabel als de warmte in lage temperatuur (maximaal 40⁰C) aan goed geïsoleerde panden wordt geleverd, zoals de meest recent gebouwde woningen met energielabel A of B. Met extra warmtepompen kan ook midden temperatuur warmte (70 ⁰C) worden verkregen. Dit kan via een midden temperatuur warmtenet (70 ⁰C) aan minder goed geïsoleerde panden worden aangesloten. Riothermie: dit is warmte die uit met name persrioleringen en bij waterzuiveringen wordt gewonnen. De hoeveelheid warmte die in Oudewater uit deze bronnen kan worden gewonnen, is zeer beperkt. Zonnewarmte: in zonnecollectoren op het dak of in het veld wordt water door de zon opgewarmd. Dit warme water wordt opgeslagen in een zonneboiler en om ook warm water in de winter te hebben, kan het warme water ondergronds worden opgeslagen in de bodem of in een vat. Vooral de opslag van de warmte in de winter is vaak nog een technisch en financieel struikelblok voor zonnewarmte.
Bodem- en luchtwarmte: de warmte wordt uit de bodem of uit de lucht gewonnen en door middel van een elektrische warmtepomp omgezet in warmte voor het pand. Luchtwarmtepompen zijn vooral voor individuele woningen geschikt en bodemwarmtepompen kunnen voor individuele panden en clusters van panden worden ingezet.
Meest passende warmtealternatief per buurt Voor iedere buurt is onderzocht welk warmtealternatief technisch gezien het beste bij de panden past. Voor deze zogenaamde voorkeursoplossing is gezocht naar een warmtebron die qua temperatuurniveau bij het pand past, dus bij een pand met een lage warmtevraag is naar een warmtebron gezocht die lage temperatuurwarmte levert. Verder is onderzocht waar de warmtevraag voldoende hoog is om een haalbaar en betaalbaar warmtenet aan te leggen. Waar dat kan, is voor de optie met het warmtenet gekozen omdat daarmee de grootste beperking van de uitstoot van broeikasgassen kan worden bereikt. De analyse is gedaan in de situatie zowel voor als na het treffen van isolerende maatregelen. Het resultaat is op de volgende pagina gevisualiseerd. Het meest passende warmtealternatief in de huidige situatie In de huidige situatie (zonder het treffen van aanvullende isolerende maatregelen) komt de bebouwde kom van Oudewater uit de analyse naar voren als technisch geschikt voor een collectief warmtenet. De panden vragen om warmte van hoge temperatuur. Aangezien warmtebronnen die een hoge temperatuur kunnen leveren in de praktijk nauwelijks beschikbaar zijn in Oudewater, zie ook tabel 2-1, is dit warmtealternatief in de huidige situatie op dit moment moeilijk te realiseren. Uitzondering vormen de woningen aan de oostzijde van de buurt Noortsyde.
Deze recent gebouwde huizen kunnen van een eigen warmtesysteem met lage temperatuur warmte worden voorzien. Dit komt in de praktijk al snel neer op een all-electric oplossing met bijvoorbeeld een luchtwarmte- of bodemwarmtepomp. Voor de lintbebouwing is een warmtenet niet geschikt. Hier moet voor ieder pand een eigen (hoge temperatuur) oplossing worden gevonden.
Blad 7 van 14
Rapport Technische en financiële analyse warmtetransitie gemeente Oudewater projectnummer 465156.100 8 maart 2021 revisie 02
Figuur 2-4: meest passende warmteoplossing in huidige situatie
Figuur 2-5: meest passende warmteoplossing na isolatie
Het meest passende warmtealternatief nadat de panden zijn geïsoleerd Na isolerende maatregelen is het beeld heel anders (zie figuur 2-5). In de buurten Noortsyde en Brede Dijk ligt een cluster panden dat geschikt is voor een collectief (midden temperatuur) warmtenet. De overige buurten hebben de meeste panden voldoende aan warmte van lage temperatuur maar een de aanleg van een collectief warmtenet lijkt hier niet haalbaar. De beste oplossing in deze buurten is om ieder pand afzonderlijk van een eigen systeem te voorzien. Dit komt in de praktijk al snel neer op een all-electric oplossing met bijvoorbeeld een luchtwarmteof bodemwarmtepomp. In de oude kern van Oudewater is dit voor ca. 70% van de woningen haalbaar. De overige 30%, veelal de historische panden, heeft ook na isoleren nog behoefte aan warmte van hoge of midden temperatuur en blijft afhankelijk van een daarbij passende bron zoals groen gas. Welke warmtebron in welke buurt? Om te bepalen welke warmtebron technisch het meest geschikt is om het aardgas te vervangen, is figuur 2-5 verder verfijnd en daarbij is waar mogelijk de buurtindeling gevolgd. Het resultaat is hieronder op een kaart en in een tabel gepresenteerd. Op de kaart en in de tabel is aangegeven welke warmtebron technisch het meest geschikt is om het aardgas te vervangen, ná het treffen van isolerende maatregelen.
Dat wil niet zeggen dat andere alternatieven niet mogelijk zijn maar de technische haalbaarheid wordt als minder kansrijk gezien.
Blad 8 van 14
Rapport Technische en financiële analyse warmtetransitie gemeente Oudewater projectnummer 465156.100 8 maart 2021 revisie 02
Figuur 2-6: meest passende warmteoplossing na isolatie in Oudewater Tabel 2-2: overzicht meest passende warmteoplossing na isolerende maatregelen in Oudewater Buurt / cluster 41 Recente appartementen 42 Oostkant Noortsyde 43 70% van de panden 30% van de panden 45 46 Buitengebied
Meest passende warmteoplossing na isolatie Warmtenet midden temperatuurwarmte Warmtepomp (all-electric, lage temperatuurwarmte) Warmtenet midden temperatuurwarmte Warmtepomp (all-electric, lage temperatuurwarmte) Warmtepomp (all-electric, lage temperatuurwarmte) Groen gas Warmtepomp (all-electric, lage temperatuurwarmte) Warmtepomp (all-electric, lage temperatuurwarmte) Warmtepomp (all-electric, lage temperatuurwarmte) Zonnethermie (midden temperatuurwarmte) Groen gas of biomassaketel
Blad 9 van 14
Warmtebron Zonnethermie of aquathermie Luchtwarmte of bodemwarmte (WKO) Zonnethermie of aquathermie Luchtwarmte of bodemwarmte (WKO) Luchtwarmte of bodemwarmte (WKO) Groen gas Luchtwarmte of bodemwarmte (WKO) Luchtwarmte of bodemwarmte (WKO) Luchtwarmte of bodemwarmte (WKO) Zonnewarmte Groen gas, houtpellets of reststromen)
Rapport Technische en financiële analyse warmtetransitie gemeente Oudewater projectnummer 465156.100 8 maart 2021 revisie 02
2.5
Conclusies en aanbevelingen technische analyse Uit de technische analyse kunnen enkele conclusies getrokken worden die van belang zijn voor vervolgkeuzes. Deze conclusies en enkele aanvullende aanbevelingen zijn: Op dit moment verbruiken de panden in de gemeente Oudewater relatief veel warmte. Dit wordt nu geleverd door aardgas. Als de panden in de huidige staat van het aardgas zouden moeten, zou voor de meeste panden in de kernen de aansluiting op een collectief warmtenet technisch gezien de beste oplossing zijn. Dit zou dan een warmtenet moeten zijn dat warmte van hoge temperatuur moet kunnen leveren. Probleem daarbij is dat er in Oudewater geen geschikte warmtebronnen zijn die deze hoge temperatuurwarmte kunnen leveren. Het aansluiten van de panden op een warmtenet is in de huidige situatie dus niet haalbaar. Uitzondering zijn de recent gebouwde woningen, zoals die aan de oostkant van de buurt Noortsyde en de meest recente appartementengebouwen. Deze panden zijn al voldoende geïsoleerd en kunnen van een eigen warmtevoorziening zoals een luchtwarmte- of bodemwarmtepomp worden voorzien. De panden die in de huidige staat niet van het aardgas af kunnen, moeten eerst worden geïsoleerd. Na isolatie vragen de panden om minder warmte en zijn er wel warmtebronnen die in plaats van aardgas gebruikt kunnen worden.
Voor de meeste panden is het technisch gezien het beste om deze na isolatie niet op een warmtenet aan te sluiten maar van een eigen elektrische warmtepomp te voorzien. Met een elektrische warmtepomp kan de warmte uit lucht of de bodem worden gehaald. Voor de panden in een deel van de buurten Brede Dijk en Noortsyde is het technisch gezien beter om deze wel op een warmtenet aan te sluiten. Dit warmtenet moet warmte van lage en midden temperatuur kunnen leveren en daarvoor zijn diverse warmtebronnen geschikt, zoals bodemwarmte en het oppervlaktewater van de Hollandsche IJssel. Voor de panden in het buitengebied is de aanleg van een warmtenet in elk geval niet rendabel en voor de meeste van deze panden is na isolatie een eigen elektrische lucht- of bodemwarmtepomp het meest geschikt. Een deel van de panden vraagt na isolatie om midden of hoge temperatuurwarmte en hiervoor kan zonnewarmte, biomassa of groen gas worden gebruikt.
Blad 10 van 14
Rapport Technische en financiële analyse warmtetransitie gemeente Oudewater projectnummer 465156.100 8 maart 2021 revisie 02
3
Financiële analyse
3.1
Drie kostenvarianten Voor iedere buurt en voor iedere woning is aan de hand van kentallen bepaald wat de globale kosten zijn als de panden niet meer met aardgas worden verwarmd maar met een alternatieve warmtebron. Daarbij zijn drie varianten tegen het licht gehouden: 1. Voorkeursvariant: dit is de variant die technisch gezien de meest passende warmteoplossing na het treffen van isolerende maatregelen biedt (zie tabellen 2-2, 2-3 en 2-4). 2. Fallback-variant: in sommige buurten komt het aanleggen van een warmtenet als voorkeursvariant uit de bus. Als een warmtenet niet mogelijk is, omdat dit te duur is of technisch erg lastig, moet er naar een oplossing worden uitgeweken waarin ieder pand zichzelf van warmte voorziet. In de fallback-variant is voor de betreffende buurten deze zogenaamde individuele warmteoplossing bepaald en berekend. 3. Variant met minimale besparende maatregelen: deze variant gaat ervan uit dat de panden met beperkte isolerende maatregelen niet verder dan energielabel D worden geïsoleerd. Voor veel panden betekent dit dat er niet geïsoleerd wordt en het energieverbruik niet verandert. In bijlage 3 is toegelicht hoe de alternatieve warmtebronnen aan de bovengenoemde alternatieven zijn gekoppeld.
3.2
Wat is berekend? Per variant is berekend wat de extra kosten voor het duurzaam verwarmen van de panden zijn ten opzichte van de kosten voor de huidige verwarming met gas (o.b.v. het prijspeil in 2030). Deze extra kosten betreffen de totale financiële kosten van alle maatregelen die nodig zijn om een buurt van duurzame warmte te voorzien, inclusief de baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Daarbij is niet gekeken naar wie die kosten betaalt. Dit worden de totale maatschappelijke meerkosten genoemd. Een deel van deze kosten komt ten laste van de bewoner of de eigenaar van een bedrijfspand en een ander deel dragen bijvoorbeeld netbeheerders en overheden. In de kostenkentallen zijn afschrijvingstermijnen voor bijvoorbeeld isolatiemaatregelen en netwerken verwerkt. In feite wordt ervan uitgegaan dat er ieder jaar een vast bedrag voor de nieuwe warmtevoorziening wordt betaald, bijvoorbeeld in de vorm van een extra hypotheek of een aflossing van een lening uit een warmtefonds. De totale maatschappelijke meerkosten zijn onderverdeeld in 1) de individuele meerkosten (exclusief de kosten voor een eventueel warmtenet), 2) de collectieve meerkosten en 3) de extra energielasten.
Wat zeggen deze kostenberekeningen? De berekeningen zijn uitgevoerd om de buurten en verschillende varianten financieel met elkaar te vergelijken, als één van de indicatoren voor de uiteindelijke keuze van het meest geschikte warmtealternatief. Belangrijke kanttekening is dat opgevoerde bedragen niet te absoluut moeten worden genomen. De werkelijke kosten kunnen in de praktijk behoorlijk afwijken door lokale omstandigheden, zeker als op woningniveau wordt gekeken. Denk aan hogere aanlegkosten van warmtenetwerken als gevolg van beperkte ruimte in het openbare gebied of andere isolatiekosten als gevolg van afwijkende woningkarakteristieken.
Blad 11 van 14
Rapport Technische en financiële analyse warmtetransitie gemeente Oudewater projectnummer 465156.100 8 maart 2021 revisie 02
In onderstaande tabel is aangegeven uit welke kostenonderdelen deze kostengroepen bestaan. Tabel 3-1: overzicht kostenonderdelen totale maatschappelijke meerkosten Individuele meerkosten (excl. kosten warmtenet) K08 Schilmaatregelen gebouw K09 Installatiemaatregelen gebouw K14 Onderhoud/Beheer gebouw
3.3
Collectieve meerkosten
Extra energielasten
K01 Elektriciteitsnet verzwaren K02 Gasnet verwijderen K03 Gasnet aanpassen K04 Warmtedistributie buurt K05 Warmtedistributie pand K06 Warmtetransport K07 Warmtebronnen K15 Onderhoud/Beheer warmtenetten K16 Onderhoud/Beheer elektriciteits/gasnetten
K11 Inkoop warmte K12 Inkoop gas K13 Inkoop elektriciteit
Resultaat berekeningen In de meegeleverde Exceltabellen zijn voor ieder van de drie varianten de totale maatschappelijke meerkosten per woning gepresenteerd. In bijlage 4 worden in een tabel op buurtniveau de drie varianten met elkaar vergeleken. Dit is gedaan voor het gemiddelde per woning. In de onderstaande figuur zijn de totale maatschappelijke meerkosten (gemiddelde per woning) inzichtelijk gemaakt. Dit zijn dus de gemiddelde extra kosten per woning, per jaar in vergelijking met de huidige vorm van verwarming per gas. Niet al deze kosten zijn voor rekening van de gebruikers. Een deel wordt opgevangen door bijvoorbeeld de Rijksoverheid en netbeheerder Stedin.
Figuur 3-1: totale maatschappelijke meerkosten (gemiddelde per woning) per buurt/subcluster.
In figuur 3-2 op de volgende pagina zijn de individuele meerkosten inzichtelijk gemaakt. Dit zijn de kosten die de eigenaar of gebruiker voor de aanpassingen aan het pand moet maken. De kosten voor het aanleggen en onderhouden van een eventueel warmtenet zijn hier niet in begrepen. Deze maken onderdeel uit van de collectieve meerkosten.
Blad 12 van 14
Rapport Technische en financiële analyse warmtetransitie gemeente Oudewater projectnummer 465156.100 8 maart 2021 revisie 02
Figuur 3-2: individuele meerkosten (gemiddelde per woning, exclusief kosten warmtenet) per buurt/subcluster.
3.4
Conclusies en aanbevelingen financiële analyse Deze financiële analyse heeft de doelstelling om de kosten van de warmte-alternatieven per buurt met elkaar te vergelijken. Door verschillen in de lokale omstandigheden kunnen de werkelijke kosten voor de verduurzaming (behoorlijk) afwijken. De uitkomsten uit de financiële analyse zijn: De rijwoningen in het oostelijke gedeelte van de buurt Noortsyde en de meest recent gebouwde appartementen zoals die aan de Oude Singel, de Jhr. A. van Swietenstraat en de Prins Bernardstraat komen financieel gezien als de minst kostbare panden uit de bus om de warmtetransitie mee te starten. Hier zijn zowel de totale kosten als de kosten voor de eigenaar relatief laag. De reden hiervoor is de woningen pas kortgeleden zijn gebouwd en niet extra geïsoleerd hoeven te worden. De woningen kunnen het beste van een eigen luchtof bodemwarmtepomp worden voorzien. Het alternatief, aansluiten op een warmtenet, is een stuk duurder. De maatschappelijke kosten voor de aansluiting van de woningen in de buurten Brede Dijk, Noortsyde en Klein Hekendorp zijn gemiddeld en de kosten voor de pandeigenaar relatief laag. In het oudste gedeelte van Oudewater zijn de kosten relatief hoog, ook die voor de eigenaar. De meeste panden zijn hier oud en voor een deel ook historisch.
Het isoleren kost relatief veel geld en ook na isolatie blijft een deel van de panden aangewezen op groen gas.
Blad 13 van 14
Rapport Technische en financiële analyse warmtetransitie gemeente Oudewater projectnummer 465156.100 8 maart 2021 revisie 02
4
Advies strategie warmtetransitie Deze studie geeft technische en financiële argumenten voor de te maken keuzes. Andere argumenten dan de techniek of de financiën kunnen uiteindelijk meer bepalend voor de strategie zijn. Denk daarbij aan bijvoorbeeld een groep enthousiaste bewoners die versneld hun eigen woningen willen aanpakken. De gemeente, bewoners, ondernemers en overige belanghebbende partijen moeten met elkaar bepalen hoe de panden in de periode tot2050 stap voor stap zonder aardgas verwarmd kunnen worden. Als alleen naar de uitkomsten van deze studie wordt gekeken, kan de warmtetransitie als volgt stap worden vormgegeven. Stap 1: isoleren De studie laat zien dat het niet goed mogelijk is om de panden in de gemeente van het aardgas te krijgen zonder deze eerst te isoleren tot in ieder geval energielabel B, of energielabel D als de kosten voor isolatie buitensporig hoog zijn. Het is dus belangrijk om een goed stappenplan voor de isolatie van de woningen te ontwikkelen. Dat zorgt er ook voor dat het energieverbruik en daarmee de CO2-uitstoot in de gemeente fors daalt. Door lokale ondernemers in deze isolatieaanpak te betrekken, kan de werkgelegenheid in de gemeente worden verbeterd. De gemeente kan stimuleringspakketten voor woningeigenaren ontwikkelen om de isolatieaanpak te versnellen.
Woningeigenaren hebben over het algemeen behoefte aan ontzorging en deze stimuleringspakketten zouden zich kunnen richten op het financieel ondersteunen van woningeigenaren, bijvoorbeeld in de vorm van een aantrekkelijke duurzaamheidslening of subsidie, of op het ondersteunen bij de invulling van de te nemen isolatiemaatregelen en de keuze van de aannemer. Voor een succesvolle isolatie-aanpak is het belangrijk dat de gemeente goed zicht heeft op de momenten dat woningeigenaren hun pand gaan verbouwen. Dat zijn uitgelezen kansen om de woning gelijk te isoleren. Omdat verbouw van panden vaak gebeurt na de aankoop van een woning, kan de hulp van makelaars, notarissen en banken inroepen. Ook aannemers en installateurs spelen een belangrijke rol bij het onder de aandacht brengen van de isolatie-opties. Stap 2: een strategie voor een collectieve aanpak Een deel van de buurten in de gemeente is geschikt voor aansluiting op een warmtenet. Voordeel van zo’n collectieve warmtevoorziening is dat er in één keer een aanzienlijk aantal panden verduurzaamd kan worden. Dit kan voor een olievlekwerking en versnelling zorgen omdat bewoners in andere buurten dan ook zien dat het kan.
De buurt Waterrijk en verschillende appartementengebouwen kunnen zonder of met weinig isolerende maatregelen van het aardgas af door deze aan te sluiten op een warmtenet of, voor de appartementengebouwen, op een collectieve bodemwarmtepomp. Dit zijn mooie startpunten voor de verdere uitrol van de warmtetransitie. Bij de ontwikkeling van een warmtenet kunnen varianten bedacht worden waarmee ook andere buurten of gebouwen op termijn aan het net worden gekoppeld. Stap 3: een strategie voor een individuele aanpak Voor een groot deel van de buurten lijkt de aansluiting op een warmtenet niet haalbaar en moeten de panden van een eigen warmtebron worden voorzien, zoals een bodem- of luchtwarmtepomp. Een deel van de woningen is reeds geschikt hiervoor maar het grootste deel zal eerst geïsoleerd moeten worden (zie stap 1). De aanpak hiervoor kan op een vergelijkbare manier worden opgezet als stap 1, dus een combinatie van stimuleringsmaatregelen en het benutten van momenten dat de woningen worden verbouwd of gerenoveerd. Door goede afspraken met de woningbouwcorporatie en VVE’s te maken, kan deze aanpak worden versneld.
Blad 14 van 14
Rapport Technische en financiële analyse warmtetransitie gemeente Oudewater projectnummer 465156.100 8 maart 2021 revisie 02
Bijlage 1 Begrippenlijist
Rapport Technische en financiële analyse warmtetransitie gemeente Oudewater projectnummer 465156.100 8 maart 2021 revisie 02
Bijlage 1 Begrippenlijist Aquathermie
Aquathermie is een verzamelnaam voor verschillende technologieën waarmee warmte wordt onttrokken uit verschillende waterbronnen.
BAG
De BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen) bevat gemeentelijke basisgegevens van alle adressen en gebouwen in een gemeente en wordt door het Kadaster beheerd.
Duurzame warmtebronnen
Hernieuwbare warmtebronnen die opgewekt kunnen worden zonder fossiele brandstoffen te verbranden en die een reductie in CO2-uitstoot realiseren ten opzichte van fossiele warmtebronnen.
ECN
Energieonderzoek Centrum Nederland is een van de grootste onderzoeksinstituten in Europa op het gebied van energie met een sterke internationale positie.
Energielabels
Het energielabel van je woning laat onder meer zien hoe goed jouw huis geïsoleerd is: A voor goed geïsoleerd en op basis van een afnemende isolatiewaarde aflopend naar G.
HT-warmte
Hoge temperatuur warmte: aanvoertemperatuur > 80°C graden.
kWh elektriciteit
Energieverbruik uitgedrukt in kWh elektriciteit.
kWh/m2
Energieverbruik uitgedrukt in de eenheid kWh per vierkante meter vloeroppervlakte van een gebouw. Via conversiefactoren kan ook gasgebruik worden omgerekend naar een equivalent in kWh.
LT-warmte
Lage temperatuur warmte: aanvoertemperatuur < 50°C graden.
MT-warmte
Midden temperatuur warmte: aanvoertemperatuur 50°C tot 70°C graden
m3 aardgas
Energieverbruik uitgedrukt in kuub aardgas.
PC6-gebieden
Benaming voor de cijfer- en lettercombinatie van postcodegebieden. (1234 AB)
TEA
Thermische Energie uit Afvalwater.
TED
Thermische Energie uit Drinkwater.
TEO
Thermische Energie uit Oppervlaktewater.
TJ/GJ/MJ
Energieverbruik uitgedrukt in de eenheid joule. MJ (Megajoule) is hierbij 1 miljoen joule, GJ (Gigajoule) is 1000 MJ en TJ (Terrajoule) is 1000 GJ.
Rapport Technische en financiële analyse warmtetransitie gemeente Oudewater projectnummer 465156.100 8 maart 2021 revisie 02
Vesta/MAIS
Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft het Vesta/MAIS (Multi Actor Impact Simulatie) model ontwikkeld, dat inzicht geeft in de effecten van veranderingen in de warmtevoorziening en beleidsinstrumenten waaronder belastingen, subsidies en verplichtingen, de kosten en baten van actoren die betrokken zijn bij de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Belangrijke actoren die worden onderscheiden zijn energieproducenten, transporteurs, distributeurs, leveranciers, financiers alsmede eigenaren en huurders van gebouwen en de overheid.
WKO-systemen
WKO-systemen zijn systemen om ondergronds Warmte- en Koude Opslag (WKO) te realiseren. Er bestaan verticale en horizontale systemen, open en gesloten systemen en variërend in diepte van enkele meters tot enkele honderden meters diepte.
Zonthermie
Zonthermie is een verzamelnaam voor verschillende technologieën waarmee warmte wordt opgewekt uit zonnestraling. De meest toegepaste technologie is een zonneboiler. Een alternatief zijn PVTsystemen, die zowel warmte als elektriciteit opwekken.
Rapport Technische en financiële analyse warmtetransitie gemeente Oudewater projectnummer 465156.100 8 maart 2021 revisie 02
Bijlage 2 Warmtekansenkaarten
W oerden
Warmtekansenkaart: Restwarmte
Snel en Polanen
N ie u w e rb ru ga a nd e n R ijn
M olenvliet
Lin sch o te n W a a rd e r
1C h e m -D ry A lfa
P a p e k o p
D rie b ru g g e n
3-B ra n d e n b u rg V le e se n V le e sw a re nB .V . V seN e e h 1 5-S ix C o p e V 9-W e stfo rt 1 4N a u ticS e rv ice O u d e w a te r 2 0-C a rT ra d e st A 8 1 N a ss 3 1 e m r a l F rce a rijfM d e tsb e o p 4-G & BS tra a l-e n to u A C o n se rv e rin g ste ch n ie k 1 6-L u n e n b e rg V le e sB .V .
1 1B la n k e stijn V O F
1 9Y e llo w b e llie s P e u te rg ro e p
5-W o o n -e n zo rg ce n tru m d e W u lv e rh o rst
6-B o u w m a rk t S n e lB .V .
O udew ater
H o g e b ru g
1 0-S u p e rm a rk tM TGH e ijm a n sB V 2 1-K in d e rd a g v e rb lijf Jipe nJa n n e k e
7-E ch te B a k k e rJo h n T re u rB V 8-R W Z I O u d e w a te r
Sn e lre w a a rd
1 7K le p p e r T im e
H e k e n d o rp
2-H o o g e n b o o m B o e re nZ u iv e l
P o lsb ro e k e rd a m
P o lsb ro e k V lim stte R e stw a rm te b ro n n e nM T /L T(W a r A tla s,E C W ,G e m e e n teO u d e w a te r) G e m e e n te g re n sO u d e w a te r
0
0 ,5
1
2K ilo m e te rs
G e m e e n te g re n sO u d e w a te r
R io th e rm ieR W Z I(W a rm te a tla s)
K o u d eu itG e m a le n /S tu w e n(W a rm te a tla s) R io th e rm ieR io o le nG e m a le n(T E A )(W a rm te a tla s) K o u d eu itW a te rlo p e n /P la sse n(W a rm te a tla s) A q u a th e rm ieO p e nW a te r(T E O )(W a rm te a tla s)
0
0 ,7 5
1 ,5
3K ilo m e te
G e m e e n te g re n sO u d e w a te r P o te n tiezo n th e rm ieo pd a k e n(>2 .0 0 0m 2 )(A n te aG ro u p ) P o te n tiezo n th e rm ieo pv e ld e n(R V O )
0
0 ,7 5
1 ,5
3K ilo m e te
G e m e e n te g re n sO u d e w a te r
W K Og e b ie d e nm e ta a rd k u n d ig ew a a rd e n(W a rm te a tla s)
W K Op o te n tiev o o rg e slo te nw a rm teo p sla g(W a rm te a tla s)W K Oa a n d a ch tsg e b ie d e nn a tu u r(W a rm te a tla s) W K Ore strictie sru im te lijk eo rd e n in g(W a rm te a tla s) W K Ore strictie sp ro v in cia a lb e le id(W a rm te a tla s) W K Ov e rb o d sg e b ie d e n(W a rm te a tla s) 0
0 ,7 5
1 ,5
3K ilo m e te rs
G e m e e n te g re n sO u d e w a te r
W K Oa a n d a ch tsg e b ie d e nn a tu u r(W a rm te a tla s)
W K Op o te n tiev o o rg e slo te nk o u d eo p sla g(W a rm te a tla s)W K Ore strictie sru im te lijk eo rd e n in g(W a rm te a tla s) W K Ore strictie sp ro v in cia a lb e le id(W a rm te a tla s) W K Ov e rb o d sg e b ie d e n(W a rm te a tla s) W K Og e b ie d e nm e ta a rd k u n d ig ew a a rd e n(W a rm te a tla s) 0
0 ,7 5
1 ,5
3K ilo m e te rs
G e m e e n te g re n sO u d e w a te r
W K Oa a n d a ch tsg e b ie d e nn a tu u r(W a rm te a tla s)
W K Op o te n tiev o o ro p e nw a rm teo p sla g(W a rm te a tla s) W K Ore strictie sru im te lijk eo rd e n in g(W a rm te a tla s) W K Ore strictie sp ro v in cia a lb e le id(W a rm te a tla s) W K Ov e rb o d sg e b ie d e n(W a rm te a tla s) W K Og e b ie d e nm e ta a rd k u n d ig ew a a rd e n(W a rm te a tla s) 0
0 ,7 5
1 ,5
3K ilo m e te rs
G e m e e n te g re n sO u d e w a te r
W K Oa a n d a ch tsg e b ie d e nn a tu u r(W a rm te a tla s)
W K Op o te n tiev o o ro p e nk o u d eo p sla g(W a rm te a tla s)
W K Ore strictie sru im te lijk eo rd e n in g(W a rm te a tla s) W K Ore strictie sp ro v in cia a lb e le id(W a rm te a tla s) W K Ov e rb o d sg e b ie d e n(W a rm te a tla s)
W K Og e b ie d e nm e ta a rd k u n d ig ew a a rd e n(W a rm te a tla s) 0
0 ,7 5
1 ,5
3K ilo m e te rs
G e m e e n te g re n sO u d e w a te r T e ch n isch ep o te n tieg e o th e rm iev o o rw o n in g e n(T h e rm o G is) 0-0 ,1P J/k m 2 0 ,1-0 ,3P J/k m 2 0 ,3-0 ,5P J/k m 2 0 ,5-1P J/k m 2 1-1 ,7 4P J/k m 2
0
0 ,7 5
1 ,5
3K ilo m e te
Rapport Technische en financiële analyse warmtetransitie gemeente Oudewater projectnummer 465156.100 8 maart 2021 revisie 02
Bijlage 3 Koppeling kostenvarianten aan warmtebronnen
Rapport Technische en financiële analyse warmtetransitie gemeente Oudewater projectnummer 465156.100 8 maart 2021 revisie 02
Bijlage 3 Koppeling kostenvarianten aan warmtebronnen Om de kosten voor de bewoners te bepalen, zijn de kengetallen zoals opgenomen in het VestaMAIS-model gebruikt. De uitkomst van de clustering bepaalt de keuze voor de voorkeursvariant, de fall back variant en de variant met minimale besparing. Aan de hand van het temperatuurniveau (hoog, midden, laag) en de geschiktheid voor een collectieve oplossing (wel/niet geschikt) is volgens onderstaande mapping een VestaMAIS scenario toegekend. Uitkomst clustering HT Collectief
MT Collectief LT Collectief HT Individueel MT Individueel LT Individueel
Voorkeur
Fallback
Minimale besparing
Restwarmtebronnen HT/MT label B / Geothermie label B Restwarmtebronnen HT/MT label B / Geothermie label B Restwarmtebronnen LT Label B Groengas Label B Groengas Label B
Groengas Label B
Restwarmtebronnen HT/MT Label D / Geothermie Label D Restwarmtebronnen HT/MT Label D / Geothermie Label D Restwarmtebronnen LT Label B Groengas Label D Groengas Label D
Luchtwarmtepomp/WKO Label B
Luchtwarmtepomp/WKO Label B Luchtwarmtepomp/WKO Label B Groengas Label B Luchtwarmtepomp/WKO Label B Luchtwarmtepomp/WKO Label B
Luchtwarmtepomp/WKO Label B
Nadere toelichting: Indien een woning binnen een cluster niet (voldoende) verwarmd kan worden middels de dominante oplossingsrichting voor het cluster krijgt deze middels cascadering een individuele oplossing op het laagst mogelijke temperatuurniveau toegewezen (een HT-woning in een LTwarmtenet-geschikt gebied krijgt dus groen gas). Geothermie Label B en Geothermie label D zijn geothermie oplossingen waarop kan worden teruggevallen voor collectieve HT/MT clusters wanneer in een gebied onvoldoende restwarmtebronnen (Restwarmtebronnen HT/MT Label B of Restwarmtebronnen HT/MT Label D) aanwezig zijn. Bij de voorkeursvariant sluiten de woningen zoveel mogelijk aan bij de oplossing voor het betreffende cluster. In de fallbackvariant is daar minder waarde aan gehecht en is voor elke woning een oplossing op het goede temperatuurniveau toegewezen (in de tabel staat de dominante oplossingsrichting). Door de ‘uitzonderingswoningen’ die hierdoor ontstaan kan hier en daar een woning iets duurder of goedkoper uitvallen, maar dit verschil is verwaarloosbaar.
Rapport Technische en financiële analyse warmtetransitie gemeente Oudewater projectnummer 465156.100 8 maart 2021 revisie 02
Bijlage 4 Kosten van drie varianten per cluster
Rapport Technische en financiële analyse warmtetransitie gemeente Oudewater projectnummer 465156.100 8 maart 2021 revisie 02
Bijlage 4 Kosten van drie varianten per cluster In de apart meegeleverde Exceltabellen zijn voor ieder van de drie varianten de totale maatschappelijke meerkosten per woning gepresenteerd. In de onderstaande tabel worden op clusterniveau de drie kostenvarianten met elkaar vergeleken. Dit is gedaan voor het gemiddelde per woning. De nummers van de clusters verwijzen naar de onderstaande kaart:
Rapport Technische en financiële analyse warmtetransitie gemeente Oudewater projectnummer 465156.100 8 maart 2021 revisie 02
Subcluster Gemiddelde Extra Nationale kosten per woning per jaar
41 42 43 45 46
Voorkeur Fallback Minimale besparing Warmteoplossing Totale kosten Individueel Collectief Energielasten Warmteoplossing Totale kosten Individueel Collectief Energielasten Warmteoplossing Totale kosten Individueel Collectief Energielasten MT Warmtenet € 1.397 € 369 € 1.248 -€ 220 Bodemwarmtepomp € 1.138 € 1.051 €7 € 80 HT Warmtenet € 1.055 € 26 € 1.248 -€ 219 MT Warmtenet € 1.326 € 255 € 1.217 -€ 146 Bodemwarmtepomp € 1.127 € 958 € 13 € 156 HT Warmtenet € 1.005 -€ 70 € 1.217 -€ 142 Luchtwarmtepomp € 1.122 € 1.131 € 45 -€ 54 Luchtwarmtepomp € 1.110 € 1.131 € 33 -€ 54 HT Warmtenet € 1.092 € 78 € 1.248 -€ 234 Luchtwarmtepomp € 1.375 € 1.272 € 69 € 34 Luchtwarmtepomp € 1.355 € 1.272 € 49 € 34 HT Warmtenet € 1.214 € 89 € 1.316 -€ 191 Luchtwarmtepomp € 1.157 € 1.102 € 50 € 5 Luchtwarmtepomp € 1.146 € 1.102 € 39 € 5 HT Warmtenet € 1.076 € 30 € 1.243 -€ 197
Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema’s zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.
Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT T. 0162 48 70 00 E. dieuwke.martens-bakker@anteagroup.nl
www.anteagroup.nl
Copyright © 2020 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.