A26 - Ingekomen stuk ODRU - Reactie op zienswijze Kadernota 2022.pdf
Tekst van het document
Bezoekadres: Archimedeslaan 6 3584 BA Utrecht
Gemeente Oudewater Aan de gemeenteraad, ter attentie van het College van B&W Postbus 100 3420 DC OUDEWATER
Postadres: Postbus 13101 3507 LC Utrecht 088 – 0225000 info@odru.nl www.odru.nl kvk 55523544 btw NL85 1750 126 B01 iban NL35 BNGH 0285 1555 71
Utrecht, 15 januari 2021
DIGITAAL VERZONDEN 15 JANUARI 2021
Uw kenmerk: Ons kenmerk: Behandeld door:
20U.15930 INT20.1011/3868 A.E. van Vuuren
Onderwerp:
Kadernota 2022 ODRU
Geacht college,
Op 27 november 2020 hebben wij uw brief ontvangen, waarin u aangeeft voornemens te zijn akkoord te gaan met de (ontwerp) Kadernota 2022. Wij danken u voor het in ons gestelde vertrouwen en voor de aandachtspunten die u ons meegeeft. In de vergadering van 17 december 2020 is de Kadernota 2022 unaniem vastgesteld door het algemeen bestuur van Omgevingsdienst regio Utrecht. Bijgaand treft u de vastgestelde Kadernota 2022 aan. De ODRU is verheugd dat de gemeenten instemmen met de Kadernota. Dat was niet vanzelfsprekend want het is duidelijk: voor alle gemeenten geldt dat het financiële vraagstuk een zeer belangrijk aandachtspunt is ten aanzien van de Kadernota 2022. De ODRU begrijpt dat de financiële situatie veel vraagt van de gemeenten. Het betreft zowel bezuinigingen als onduidelijkheden en onzekerheden over de komst van de Omgevingswet en andere relevante regelgeving die ook in 2022 geëffectueerd worden, zoals de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). We willen graag, als verlengd lokaal bestuur in nauwe samenwerking met de deelnemende gemeenten, die onzekerheden en vraagstukken aanpakken. Daartoe zal de ODRU gedurende het komende jaar concrete voorstellen doen aan het algemeen bestuur van de ODRU. De ODRU waardeert de zorgvuldige wijze waarop de gemeenten de Kadernota 2022 hebben beschouwd.
De ingediende zienswijzen zijn in de vergadering van het algemeen bestuur op 17 december 2020 aan de orde geweest. In het merendeel van de ontvangen zienswijzen staat een aantal gelijke thema’s en aandachtspunten. Daarom treft u in deze notitie een samenvatting aan van deze gedeelde thema’s en aandachtspunten en geeft de ODRU daarop een reactie.
Belangrijkste gedeelde thema’s en aandachtspunten en reactie van de ODRU A.
Kosten Omgevingswet
Door de deelnemende gemeenten is aangegeven dat zij tevreden zijn dat de verwachte kostenstijging voor anders werken en extra taken is bijgesteld van 27% naar 16%. Ze zien de onzekerheden en onduidelijkheden rondom de invoering van de Omgevingswet. Een enkele gemeente verwacht uiteindelijk kostenbesparingen te zien en andere gemeenten geven juist aan - vanwege de nog altijd grote onzekerheden - extra voorzichtig te zijn met het verstrekken van cijfers ten aanzien van de kostenontwikkeling als gevolg van de Omgevingswet. De gemeenten verzoeken ons om goed meegenomen te worden in de ontwikkelingen en de consequenties van de Omgevingswet op taakinhoud en -verdeling, mogelijke kosten(besparingen) en de begroting. Zij vinden dat uitbreidingen goed onderbouwd en gedekt moeten zijn. In de Kadernota staan inderdaad voorlopige berekeningen voor de structurele kosten, omdat de exacte invloed van de Omgevingswet op de activiteiten nog niet kan worden aangegeven. We hebben afgesproken de gemeenten flexibiliteit te bieden door het opnemen van extra tijdelijke uren in het UVP 2022 en de DVO pas later aan te passen. Zodra de financiële gevolgen van de Omgevingswet duidelijker worden, zal de ODRU dat communiceren naar de deelnemende gemeenten.
De ODRU trekt zoveel mogelijk gezamenlijk op met de deelnemende gemeenten en zal de keuzemogelijkheden aan de gemeenten voorleggen ten aanzien van de inhoud en kwaliteit van dienstverlening, waarbij de kostenontwikkeling nadrukkelijk in beeld is. De ODRU is vanaf het begin van het Programma Omgevingswet alert om efficiencyvoordelen te realiseren. Wij willen de uitvoering zo efficiënt mogelijk doen, waarbij de kosten voor de gemeenten beheersbaar blijven. Wij willen dat bereiken door verdergaande digitalisering en uniforme inrichting van de processen. De mogelijkheden voor die uniforme inrichting van processen zijn mede afhankelijk van beleidsmatige keuzes die gemeenten maken.
B.
Kostenbesparingen
Kostenbesparing algemeen Verschillende gemeenten uiten in de zienswijze waardering voor de aanpak van de ODRU om kostenbesparingen te realiseren. Verder wordt aandacht gevraagd, vanwege het belang hiervan voor de begrotingscyclus van de gemeenten, voor de mogelijkheid om kostenbesparingen te verwerken in de begroting van 2022 en besparingen en verhogingen goed zichtbaar te maken. De gemeenten hebben aangegeven graag samen met de ODRU toe te werken naar het stroomlijnen van de processen, waarbij aandacht wordt gevraagd voor plaatselijke verschillen. In het voorjaar van 2021 wordt bij het opstellen van de begrotingswijziging 2021 en de begroting 2022 bekeken, welk deel van de te realiseren kostenbesparing in beide stukken verwerkt kan worden. Waar nodig en mogelijk brengen we dan ook de noodzakelijke kostenverhogingen en/of tegenvallers in beeld. In onderstaande paragrafen besteden we aandacht aan de verschillende sporen van kostenbesparingen.
2 van 5
Kostenbesparingen: bezetting op toegestane vaste formatie Diverse gemeenten hebben aangegeven achter het streven te staan om de flexibele schil terug te dringen en daarmee besparingen te realiseren. De ODRU werft actief om de vaste personele bezetting meer aan te laten sluiten bij de toegestane vaste formatie. Deze toegestane vaste formatie is gebaseerd op de door gemeenten gegarandeerde contracturen (de DVO-uren). Het verhogen van de verhouding tussen vast en tijdelijk personeel is een belangrijk aandachtspunt van het managementteam. De verhouding is al iets in de gewenste richting opgeschoven en de ODRU blijft zich inspannen om deze ontwikkeling verder door te zetten. Uw gemeente kan bijdragen aan het terugdringen van de flexibele schil door de van de ODRU af te nemen uren zoveel mogelijk onder te brengen in de gegarandeerde (DVO-) uren.
Kostenbesparingen: minder uren/verlaging kwaliteit dienstverlening Diverse gemeenten hebben aangegeven geen voorstander te zijn van het verlagen van de kwaliteit van dienstverlening of schrappen van taken, omdat dit mogelijk leidt tot ontevredenheid en hogere kosten voor de gemeenten die geen taken schrappen. Om de efficiëntie te bevorderen is het nodig dat de gemeente (opdrachtgever) en de ODRU (opdrachtnemer) duidelijke afspraken maken over de gewenste kwaliteit en de benodigde inzet. Hierbij wordt o.a. de volgende aanpak gehanteerd: • Bij het bespreken van een opdracht komt de kwaliteit aan de orde en worden er afspraken gemaakt over wat de opdrachtgever verwacht. Daarmee wordt voorkomen dat er meer wordt gedaan dan nodig. • Bij Toezicht en Handhaving wordt gewerkt volgens een vastgelegde standaard kwaliteit. Wanneer er grote problemen zijn bij een bedrijf vindt er overleg plaats met de gemeente over de aanpak. Bij de aanpak komt ook de benodigde inzet aan de orde. Keuzes zijn met name mogelijk in de diepgang waarmee een zaak behandeld wordt. Hoe nauwkeuriger bijvoorbeeld een vergunningaanvraag beoordeeld wordt, hoe kleiner het risico dat er later toch nog iets misgaat (en andersom). Die risicoafweging is primair een zaak van de gemeente als opdrachtgever, waarbij de ODRU wel een grens ontwikkelt van kwaliteit waaronder zij niet wil leveren.
De ODRU wil benadrukken dat er ruimte blijft voor maatwerk en regionale verschillen.
Kostenbesparingen: andere samenwerkingsvormen/taakverdeling (in de keten) In diverse ontvangen zienswijzen wordt ondersteuning gegeven aan de oproep om als deelnemende gemeenten meer samen te werken. Wel wordt uiting gegeven aan de wens om meer duidelijkheid te krijgen hoe dit vorm te geven en wat de effecten hiervan kunnen zijn. Enkele gemeenten wijzen op het belang van keuzevrijheid voor een gemeente. De Kadernota richt zich op het berekenen van het uurtarief 2022, op basis van de begrote vaste kosten en het aantal DVO-uren. De efficiency en optimalisatie van taken en ook de aanpassingen van de contracten komen jaarlijks aan de orde bij het opstellen en bespreken van de DVO en het UVP per gemeente. In die bespreking wordt nadere invulling gegeven aan de benodigde hoeveelheid uren per taakveld. De voordelen van samenwerking en de wens om taken uit te wisselen komen dan ook aan de orde. In het algemeen bestuur zal worden gesproken over een gezamenlijke aanpak om de samenwerking meer gestalte te geven. Daarnaast wordt het gesprek hierover ook gevoerd in het algemeen bestuur en anderszins met de gemeenten aan de hand van de voorbereiding op de introductie van de Omgevingswet. 3 van 5
C.
Verantwoordingsrapportages en kengetallen
In de zienswijzen geven diverse gemeenten aan dat de kwartaalrapportages nog onvoldoende inzicht geven waardoor onder andere het maken van de jaarlijkse UVP-afspraken wordt bemoeilijkt. De betreffende gemeenten hechten groot belang aan de doorontwikkeling van rapportages met aantallen en kengetallen. Ook de ODRU hecht hier groot belang aan. De ODRU heeft veel aandacht voor harmonisatie en het stroomlijnen van processen, waardoor efficiency toeneemt en er minder uren nodig zijn voor het realiseren van een product. Met behulp van het programma SMV (sturing, monitoring en verantwoording) worden onder meer kengetallen per product (zoals gemiddelde duur en doorlooptijd) ontwikkeld, als ook andere prestatieindicatoren (op kwaliteit en klanttevredenheid). De eerste resultaten zijn inmiddels beschikbaar en dienen als basis voor doorontwikkeling. De ODRU doet dit in nauw overleg met de gemeenten opdat rapportages steeds beter inzicht geven in de geleverde dienstverlening en de bijbehorende inzet door de ODRU.
D.
Tarieven/Tariefdifferentiatie
Diverse gemeenten stemmen in met de ontwikkeling van het uurtarief en de daarin verwerkte stijging met 1,92 %. Wel hebben enkele gemeenten vragen over dit tarief: • Een aantal gemeenten vraagt zich af of de tariefstijging van voor of tijdens de coronacrisis is. Het tarief is berekend op basis van de CPB-cijfers die zijn uitgebracht in augustus van dit jaar. Het betreft de verwachtingen voor de komende jaren. De CPB-cijfers houden rekening met de inflatiecijfers tot en met augustus. Tot dusver heeft de coronacrisis vooral invloed op de economische groei en is de invloed op de inflatie gering. Mogelijk wijzigen door de crisis de cijfers in grotere mate dan in een normale situatie. Het systeem van berekenen houdt rekening met een nacalculatie waarbij verschillen worden meegewogen en gecorrigeerd. • Daarnaast plaatsen gemeenten een kanttekening bij het uurtarief in verband met het ontbreken van tariefdifferentiatie. Het principe van een integraal uurtarief is door het algemeen bestuur vastgesteld als wijze om het uurtarief van de ODRU te berekenen. In dit tarief zijn de begrote vaste kosten van de toegestane formatie en de overige vaste kosten afgestemd op de verwachtte omzet vanuit de DVO’s (basisbegroting). Door deze berekeningssystematiek worden alle begrote structurele (vaste) kosten gedekt en dit geeft een stabiele financiële basis voor de ODRU en de gemeenten.
Onder andere naar aanleiding van de vraag vanuit diverse gemeenten over tariefdifferentiatie, doet de ODRU onderzoek naar de financieringssystematiek. Conform afspraak zijn de resultaten van dit onderzoek gepresenteerd in de vergadering van het algemeen bestuur van 17 december 2020. Het algemeen bestuur heeft ingestemd met het voorstel om een combinatie van input-financiering en outputsturing verder uit te werken. Het streven is om in de april vergadering van het algemeen bestuur deze uitwerking te agenderen voor verdere bespreking. • Tot slot is er, omdat door de coronacrisis bepaalde kosten in een ander daglicht zijn komen te staan, behoefte aan meer inzicht in de opbouw van het uurtarief. De verwachting is dat de kosten vanwege de veranderende situatie door meer thuiswerken niet veel zullen veranderen. De kantoorruimte wordt gehuurd t/m juli 2024. Qua reiskosten zal er mogelijk wel wat veranderen, maar hier komen andere kosten voor in de plaats. Denk aan kosten voor inrichting van de thuiswerkplek. Mochten er zich substantiële wijzigingen voordoen, dan zal dat worden meegenomen in de begrotingswijziging. 4 van 5
Wij hopen u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben en danken u nogmaals voor het in ons gestelde vertrouwen. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer A.E. van Vuuren, directeur, via telefoonnummer 088– 0220.5000 of via het e-mailadres bestuurssecretariaat@odru.nl.
Met vriendelijke groet, het algemeen bestuur Omgevingsdienst regio Utrecht,
Namens deze, G.F. Naafs voorzitter
bijlage:
Kadernota 2022
c.c.
Regievoerder
5 van 5
Kadernota 2022 OMGEVINGSDIENST REGIO UTRECHT
Omgevingsdienst regio Utrecht 3 december 2020
Kadernota 2022
Colofon Titel
Kadernota 2022
Revisie
1
Datum
3 december 2020
Aantal Pagina’s
28 (inclusief titelpagina)
Auteurs
Omgevingsdienst regio Utrecht
Contactpersoon
Planning & Control
ODRU
Archimedeslaan 6, 3584 BA Utrecht
Copyright
© Omgevingsdienst regio Utrecht
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
opgesteld door
Planning & Control
beoordeeld door
managementteam 1 september 2020
vastgesteld door
dagelijks bestuur 10 september 2020
Besproken
algemeen bestuur 1 oktober 2020
vastgesteld door
algemeen bestuur 17 december 2020
Kenmerk
INT20.1011/18014
1 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
Inhoudsopgave Samenvatting ..........................................................................................................................................3 1.
Inleiding .............................................................................................................................6
1.1
Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) ............................................................................6
1.2
Proces .................................................................................................................................7
1.3
Leeswijzer ...........................................................................................................................7
2.
Ontwikkelingen .................................................................................................................8
2.1
Algemeen ............................................................................................................................8
2.2
Omgevingswet (OGW) ........................................................................................................9
2.3
Beleidsontwikkelingen 2021 en verder ............................................................................ 10
2.3.1
Duurzaamheid.................................................................................................................. 10
2.3.2
Klimaat ............................................................................................................................. 11
2.3.3
Vergunningverlening, toezicht en handhaving ................................................................. 11
2.3.4
Wettelijke ontwikkelingen ................................................................................................. 12
2.4
Economische ontwikkeling ............................................................................................... 12
2.5
Vernieuwingen BBV ......................................................................................................... 13
3.
Wat mag het kosten ....................................................................................................... 14
3.1
Wijze van financiering ...................................................................................................... 14
3.2
Financiële uitgangspunten begroting 2022 ...................................................................... 15
3.3
Financieel beleid .............................................................................................................. 15
3.4
Vermogensontwikkeling ................................................................................................... 16
3.5
Baten en Lasten ............................................................................................................... 17
3.5.1
Toelichting op de lasten ................................................................................................... 17
3.5.2
Toelichting op de baten ................................................................................................... 18
4.
Loon- en prijsontwikkeling ........................................................................................... 18
4.1
Inleiding ............................................................................................................................ 18
4.2
Loon- en prijsontwikkeling ............................................................................................... 18
4.3
Tarief 2022 ....................................................................................................................... 20
5.
Planning en tijdschema ................................................................................................. 22
6.
Verantwoording.............................................................................................................. 22
6.1
Rapportages .................................................................................................................... 22
6.2
Jaarrekening .................................................................................................................... 22
BIJLAGE 1.
Uren per gemeente ...................................................................................................... 23
BIJLAGE 2.
Berekening loon- en prijsontwikkeling .......................................................................... 26
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
2 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
Samenvatting Voor u ligt de Kadernota 2022 voor de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU). In deze Kadernota beschrijven we de uitgangspunten die worden gehanteerd bij het opstellen van de begroting 2022. Het belangrijkste uitgangspunt in deze Kadernota is de vaststelling van het uurtarief voor 2022. Het uurtarief wordt, op basis van de in de afgelopen jaren gehanteerde rekenmethodiek, als volgt berekend: begrote vaste toegestane formatie en vaste overige kosten voor 2022 (meerjarenbegroting) gedeeld door de gegarandeerde G-uren (huidige DVO’s/vaste contracten). En hierop vindt de correctie van de loon- en prijsontwikkeling plaats. De ODRU kent tot op heden een structureel gezonde exploitatie, hetgeen meegenomen is in de, in het voorjaar van 2020 gemaakte, (financiële) uitwerking van de meerjarenbegroting. Dit betekent dat de ODRU werkt met een integraal uurtarief waaruit alle (vaste) kosten worden gedekt. Gevolg hiervan is dat wanneer bijvoorbeeld door verdere digitalisering een besparing mogelijk is op het benodigde aantal uren voor een taak, dit leidt tot een verhoogd uurtarief omdat de ICT-kosten in het uurtarief verdisconteerd zijn. Een ander gevolg van de systematiek is dat wanneer het aantal door gemeenten gegarandeerde/vaste uren toeneemt, het uurtarief daalt (en andersom).
Externe ontwikkelingen In deze Kadernota wordt een aantal externe ontwikkelingen genoemd die van belang zijn voor de ODRU, omdat deze uiteindelijk effect zullen hebben op het uurtarief en/of voorbereidingen vergen die uit een bestemmingsreserve worden gedekt. Deze externe ontwikkelingen zijn niet verwerkt in het uurtarief van 2022, omdat het exacte financiële effect nog niet bekend is en de kosten niet zijn meegenomen in de meerjarenbegroting. Gezien de grote betekenis van deze ontwikkelingen voor de ODRU, behoeven deze tevens een nauwgezette monitoring, sturing en verantwoording. De twee belangrijkste zijn: •
•
De coronacrisis. Het Centraal Plan Bureau (CPB) verwacht een krimp van de economie met 5% in 2020, gevolgd door een groei van 3% in 2021. Bij het scenario waarin er een tweede golf komt van het coronavirus daalt de economie ook in 2021. Over de consequenties hiervan voor de gemeenten en de ODRU bestaat veel onzekerheid. De lage werkloosheid loopt naar verwachting op van 3,4% in 2019, naar 7% in 2021. De Omgevingswet in 2022. Voorlopige berekeningen voor de structurele kosten zijn gemaakt maar de exacte invloed op de activiteiten is nog niet aan te geven. De afspraak is nu om gemeenten flexibiliteit te bieden door het opnemen van extra tijdelijke uren in het UVP 2022 en het DVO pas later aan te passen. De insteek is de aanpak gezamenlijk met gemeenten zo efficiënt mogelijk te doen.
Financiële situatie gemeenten Onze eigenaar gemeenten bevinden zich in financieel zwaar weer. Wij realiseren ons vanuit de ODRU de financiële situatie waar al onze eigenaar gemeenten mee te maken krijgen. Daarom heeft de ODRU nu onderzocht hoe wij zelf actie kunnen ondernemen om onze gemeenten te helpen kosten te besparen (separate AB-notitie ’mogelijkheden voor kostenbesparingen’). Wij hanteren om de kostenbesparingen zichtbaar te maken en te realiseren het volgende drie-sporen traject: 1. Kostenbesparingen in de sfeer van de interne bedrijfsvoering. Belangrijkste snelle actie hierbinnen is het verhogen van de vaste bezetting en verminderen van de inhuur. De praktijk is dat ODRU continu zo’n 10 % onder de toegestane vaste formatie-bezetting opereert.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
3 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
2. Kostenbesparingen door minder uren te besteden. Dit omvat twee onderdelen: a. Minder uren voor tenminste dezelfde kwaliteit en omvang van de dienstverlening. Dit is te realiseren door standaardisering, digitalisering in combinatie met procesoptimalisatie en door werkstructuur (wie is waarvan), rolvastheid en sturing te verbeteren. b. Minder uren door de kwaliteitseisen te verlagen en/of schrappen van taken (binnen de wettelijke mogelijkheden). Dit is afhankelijk van welke keuzes gemeenten hierin willen maken. 3. Kostenbesparingen in de “keten”. Dit is te realiseren wanneer de gemeenten en de ODRU op onderdelen komen tot andere samenwerkingsvormen en/of taakverdelingen. Hier valt de grootste besparing te behalen en wordt netto bespaard op de kosten die de gemeente maakt doordat: a. er zowel bij de gemeente als bij de ODRU minder uren nodig zijn voor hetzelfde resultaat op bestaande taken. b. er voor bestaande taken minder uren bij de gemeente nodig zijn doordat een taak van gemeente naar ODRU wordt overgeheveld omdat deze door de ODRU vanwege schaalvoordeel en uitvoering oriëntatie efficiënter kan worden uitgevoerd; c. er nieuwe taken komen (Omgevingswet, toezicht verplichting energielabel c voor kantoren en andere taken op gebied van duurzaamheid en klimaat) waarbij we onnodige kosten voorkomen (dus geen echte kostenbesparing).
Op basis van uitsluitend spoor 1 en 2a menen wij in 2021 € 200.000 en in 2022 daarbovenop € 500.000 te kunnen besparen (totaal ca 4 % van de totale bijgestelde begrote kosten voor 2020). Voornoemde kostenbesparingen zijn voorzichtigheidshalve nu nog niet verwerkt in het onderstaande uurtarief. In het voorjaar van 2021 wordt bij het opstellen van de begrotingswijziging 2021 en de begroting 2022 bekeken welk deel van de te realiseren kostenbesparing in beide stukken verwerkt kan worden. Verdere kostenbesparingen zijn -afhankelijk van de keuzes van gemeenten - mogelijk via de sporen 2b en 3. Daarnaast zijn er extra structurele en noodzakelijke kosten nodig in 2021 (minimaal € 80.000) en in 2022 (daarbovenop minimaal € 90.000) voor de professionalisering van de ODRU, zoals het up to date houden van de ICT en digitaliseren van de documentenstromen. De ODRU stelt voor om uit de besparingen de extra structurele kosten te dekken. Indien in 2021 een saldo van de besparingen overblijft stelt ODRU voor om dit restant bedrag te gebruiken om verdere besparingen te kunnen realiseren. Om het meeste effect uit dit drie-sporen traject voor kostenbesparing te behalen, is het noodzakelijk dat gemeenten gezamenlijk gaan inzetten op meer uniformiteit, standaardisatie en schaalvoordelen (spoor 3).
Ter voorkoming van financiele risico’s (geen dekking voor formatie en vaste kosten) is een koppeling met meerjaren afspaken met de gemeenten benodigd.
Tarief 2022 De tarieven van de ODRU dienen tenminste kostendekkend te zijn, waarbij ernaar wordt gestreefd deze zo laag mogelijk te houden door heldere afspraken en een efficiente bedrijfsvoering. Een factor waar de ODRU geen invloed op heeft, is die van de loon- en prijsontwikkeling. Indien de verwachtingen van het CPB worden doorgevoerd resulteert dit in een tariefstijging van 1,92%. In lijn hiermee is in deze Kadernota 2022 over het jaar 2020 een correctie berekend op basis van de werkelijke loon- en prijsontwikkeling. Dit sluit aan bij de manier waarop er bij de Rijksoverheid en bij de lokale overheden, door middel van een bijstelling van het gemeentefonds, met de loon- en prijsontwikkeling wordt omgegaan. Met deze correctie wordt de stijging van de reële lasten in 2020 en 2021 opgevangen. In de bijlage bij deze Kadernota zijn de exacte berekeningen opgenomen.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
4 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
Het tarief voor 2022 is als volgt berekend: Voor- en nacalculatie
Tarief 2022
Loon correctie
2,10%
Prijs correctie
1,30%
Gewogen L/P
1,92%
Stijging (€ 95 * 1,92%)
€ 1,75
Berekend tarief 2022
€ 96,75
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
5 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
1.
Inleiding
Voor u ligt de Kadernota 2022 van de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU). In deze Kadernota beschrijven we de uitgangspunten die worden gehanteerd bij het opstellen van de begroting 2022. Het belangrijkste uitgangspunt in deze Kadernota is de vaststelling van het uurtarief voor 2022. In deze Kadernota worden diverse externe ontwikkelingen, zoals de Omgevingswet, de energietransitie, de bouwopgave, de commissie van Aartsen, beschreven die effect hebben op het uurtarief en/of de R&D kosten van de ODRU. Gezien de betekenis van deze ontwikkelingen voor de ODRU vergen deze ontwikkelingen voorbereidingen en behoeven een nauwgezette monitoring, sturing en verantwoording. Deze externe ontwikkelingen zijn niet verwerkt in het uurtarief van 2022 omdat het exacte financiële effect nog niet bekend is en de kosten niet zijn meegenomen in de meerjarenbegroting. Er kunnen ook externe ontwikkelingen zijn die niet van invloed zijn op het uurtarief, maar wel op het aantal uren (producten en diensten) dat door gemeenten van de ODRU gevraagd wordt.
1.1
Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU)
De ODRU is een gemeenschappelijke regeling (GR) van vijftien middelgrote en kleine gemeenten in de provincie Utrecht. Los van landelijke ontwikkelingen hebben zij al eerder hun krachten gebundeld op het gebied van het omgevingsrecht. Dit levert voor zowel de gemeenten samen, als voor elk van de gemeenten afzonderlijk, betere garanties voor kwaliteit van de uitvoering, financiële schaalvoordelen en vermindering van kwetsbaarheid. De Rijksoverheid heeft met het Besluit omgevingsrecht bepaald welke taken gemeenten minimaal moeten overdragen aan hun Omgevingsdienst. De ODRU is uitvoerder van gemeentelijke VTH (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) en het kennis- en expertisecentrum voor milieu en duurzaamheid. Wij werken in opdracht van vijftien gemeenten in de provincie Utrecht. De deelnemende gemeenten zijn: Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, IJsselstein, Montfoort, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden en Zeist. Ruim 200 vakspecialisten, variërend in leeftijd en achtergrond, ondersteunen gemeenten en andere samenwerking-organisaties zoals de veiligheidsregio, het waterschap en de GGD bij de uitvoering van hun milieu- en omgevingstaken.
FIGUUR 1: MISSIE ODRU
Dat doen we met een breed aanbod van producten en diensten op het gebied van bodem, milieu-, bouwen woningtoezicht, vergunningen en meldingen, geluid en lucht, natuur- en milieueducatie, ruimtelijke ordening, klimaat, energie en duurzaamheid. Onze visie luidt: • onze gemeenten te ontzorgen; • onze brede kennis en onafhankelijke positie centraal te stellen; • vanuit een dienstverlenende houding te werken;
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
6 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
• • •
alert te zijn op politiek gevoelige dossiers en lokale verhoudingen; meer vanuit mogelijkheden te denken; in alle fasen van ontwikkeling een logische partner van de gemeenten zijn en vroegtijdig betrokken zijn in ontwikkelingen. Voorop staat het denken in mogelijkheden en het helpen realiseren van initiatieven, met behoud van de waarden in de fysieke leefomgeving. Kernwaarden Bij het werken aan de organisatie laten wij ons leiden door kernwaarden, die ons handelen naar klanten, partners en collega’s onderling bepalen:
• • • • • •
Dichtbij Samen Deskundig Objectief Anticiperend Maatschappelijk bewust. FIGUUR 2: KERNWAARDEN ODRU
1.2
Proces
De leden van het algemeen bestuur (AB) van de ODRU stellen de Kadernota 2022 vast. Uiterlijk acht weken voor de voorgenomen datum van vaststelling wordt de (ontwerp)Kadernota toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten. Deze raden kunnen binnen acht weken bij het dagelijks bestuur (DB) hun zienswijzen naar voren brengen. Het DB voegt de ingebrachte zienswijzen bij de Kadernota 2022 ten behoeve van de definitieve vaststelling door het AB. De planning voor de vaststelling van de Kadernota 2022 is als volgt: • • •
Ontwerp vaststellen door AB Zienswijze termijn gemeenteraden (8 weken) Vaststelling door AB
1 oktober 2020 30 november 2020 (uiterlijk retour) 17 december 2020
De Kadernota 2022 vormt hierna het financiële kader voor de Begroting 2022, die in het voorjaar van 2021 wordt opgesteld. Het AB stelt de Kadernota en Begroting vast vanuit de rol van eigenaar. De gemeenten hebben de rol van opdrachtgever bij de totstandkoming van de dienstverleningsovereenkomst en het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. 1.3
Leeswijzer
In deze Kadernota kijken we eerst in hoofdstuk 2 naar de ontwikkelingen in het fysieke domein die op ons afkomen. Waar moeten we op inspelen, welke voorbereiding vergen deze en wat betekenen deze ontwikkelingen voor de uitvoering van de taken van de ODRU? Ook de beleidsontwikkelingen, macroeconomische ontwikkelingen en vernieuwingen in het BBV komen hier aan de orde. Hoofdstuk 3 beschrijft hoe de ODRU wordt gefinancierd en wat de financiële uitgangspunten voor de begroting 2022 zijn. In hoofdstuk 4 gaan we in op de verwachte loon- en prijsontwikkelingen. Hierin wordt het tarief berekend op basis van de nacalculatiemethode. Afsluitend vindt u in de hoofdstukken 5 en 6 de tijdsplanning en de verantwoordingsrapportages.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
7 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
2.
Ontwikkelingen
2.1
Algemeen
Een aantal ontwikkelingen in Nederland hebben duidelijk een financieel effect op de ODRU, denk aan de gevolgen van de economische crisis voor de arbeidsmarkt en inhuurtarieven. Voor een overzicht van alle relevante ontwikkelingen op bouw en milieu verwijzen we naar ons Document Nieuwe Ontwikkelingen. Hier gaan we kort in op een aantal ontwikkelingen, waarop de ODRU zich moet voorbereiden, die innovatie en investeringen vragen en/of die een effect kunnen hebben op ons uurtarief. De economische crisis betekent voor de ODRU en andere uitvoeringsorganisaties: we moeten ‘het’ anders doen, meer met minder. En scherp zijn op kostenverhogende effecten van ontwikkelingen.
Koers 2019-2022 De Koers kent twee grote inhoudelijke thema’s: de Omgevingswet en Klimaat, Energietransitie en Duurzaamheid. In paragrafen 2.2 en 2.3. lichten wij die toe. De Koers kent ook vier organisatorische speerpunten. Het betreft: • • • •
Uniformiteit en schaalvoordelen; ICT en digitalisering; Sturing, monitoring en verantwoording; Kwaliteit van dienstverlening.
De Koers kent een interne veranderopgave: van activiteiten- naar procesgericht, meer integrale advisering en resultaatsturing en -verantwoording. Daarin staan een strakkere resultaatsturing en transparantie naar de eigenaargemeenten voorop: contractering en verantwoording op cijfers en normen (op aantal, duur en doorlooptijden. Wij verwachten hiermee organisatiekosten beheersbaar te houden of op onderdelen zelfs te verminderen. De grootste winst is te behalen in verdergaande uniformiteit en het realiseren van schaalvoordelen. In de afspraken tussen de ODRU en de gemeenten kan nog veel bereikt worden. Het gaat erom dat zoveel mogelijk gemeenten zoveel mogelijk dezelfde producten en diensten, in een uniforme werkwijze met zo maximaal mogelijk mandaat bij de ODRU beleggen. Dit heeft een aantoonbaar gunstig effect op de organisatiekosten en mogelijk op het toekomstig uurtarief. In het kader van de Koers zijn voor de professionalisering van de ODRU in de afgelopen jaren extra structurele en incidentele ICT-kosten gebudgetteerd. Extra structurele kosten zijn gemaakt om de ICT up to date te maken, voor de digitalisering van onze documentenstromen en het GIS/ GEO-loket. Ook zijn er ten behoeve van passende kantoorfaciliteiten, extra structurele kosten gebudgetteerd voor de huisvestingskosten op de tweede verdieping.
Deze structurele kosten zijn/worden gedekt uit het ontstane structurele resultaat dat door de DVO-uitbreidingen van de afgelopen jaren is ontstaan als gevolg van schaalvergroting. Deze structurele en noodzakelijke uitbreidingen in de kosten hebben door een adequaat financieel beleid niet geleid tot een hoger uurtarief. Verder konden we voor 2020 nog een reductie van € 1,00 per uur verwerken en dit betekent op basis van het verwachte aantal te leveren uren van 195.000 uur (Begrotingswijziging 2020) een doorgevoerde besparing van € 195.000. Ook voor 2022 (en gedeeltelijk al in 2021) worden als gevolg van nieuwe ontwikkelingen extra structurele en noodzakelijke kosten verwacht om verder te professionaliseren: •
Nieuwe aan te besteden zaaksysteem (VTH) en het Document Management Systeem (kosten nog onbekend);
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
8 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
• • • •
Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) koppeling en software voor toepasbare regels (60k); de digitalisering van de documentstromen: van analoog naar digitaal (kosten nog onbekend); de datakwaliteit door geautomatiseerde selectie en categorisering van documenten (30k). de ondersteuning bij aanbestedingen ten behoeve van rechtmatige inkopen (80k).
Deze kosten waren nog onbekend bij de in het voorjaar van 2020 gemaakte meerjarenbegroting en zijn derhalve ook niet in het uurtarief van 2022 verwerkt. Met deze extra structurele en noodzakelijke kosten dient de ODRU rekening te houden bij de beoogde en te realiseren besparingen voor de komende jaren. Er zijn twee bestuurlijke ontwikkelingen die daarnaast effect kunnen hebben op ons uurtarief, we lichten ze hier kort toe. Commissie van Aartsen Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft opdracht gegeven aan de commissie van Aartsen om het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) in het milieudomein onder de loep te nemen. De hoofdvraag voor de commissie is hoe milieuhandhaving, -toezicht en vergunningverlening effectiever en slagvaardiger kan worden gemaakt. Ook moet de commissie in kaart brengen hoe de onafhankelijkheid, deskundigheid en doorzettingsmacht van toezichthouders - in het bijzonder omgevingsdiensten – kan worden versterkt. De huidige verdeling van rollen, taken en bevoegdheden wordt tegen het licht gehouden. Het ministerie geeft aan hiermee te willen bereiken dat het accent meer op voorkómen van milieuschade komt te liggen in plaats van herstelwerk achteraf. De commissie moet begin 2021 het rapport hebben voltooid.
Wetswijziging Gemeenschappelijke regelingen De Raad van State heeft afgelopen juli haar advies gepubliceerd over de wetswijziging om de politieke verantwoording over gemeentelijke samenwerkingen te versterken. De voorgestelde wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) houdt verschillende maatregelen in die de betrokkenheid van raadsleden, statenleden en inspraak van inwoners en maatschappelijke organisaties verbeteren, zoals het versterken van de positie van gemeenteraden bij de besluitvorming in en door gemeenschappelijke regelingen en de introductie van aanvullende controle-instrumenten. Dit kan gevolgen hebben voor de werkwijze, de producten en de diensten van de ODRU. Volgens het kabinet zorgen de wijzigingen op korte termijn voor verbetering. Tegelijkertijd realiseert het kabinet zich dat er behoefte is aan meer flexibele samenwerkingsvormen en dat de toename van gemeenschappelijke regelingen vraagt om een principiëlere discussie over de betekenis daarvan voor de inrichting van het openbaar bestuur. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft daarom aangekondigd die discussie te gaan voeren over de volle breedte van het openbaar bestuur.
2.2
Omgevingswet (OGW)
De inwerkingtreding van de OGW is uitgesteld naar 1 januari 2022. De OGW raakt ook de ODRU, die nieuwe taken (b.v. bodemtaken) krijgt, dan wel aan de hand van nieuwe regels moet werken. Dat kan effect hebben op de werkwijze in meerdere producten en diensten. Voor 2022 worden de gevolgen van OGW meegenomen in het Uitvoeringsprogramma per gemeente. Er zijn (nog) geen afspraken over de gevolgen die de OGW kan hebben voor de Dienstverleningsovereenkomsten, en daarmee dus ook niet over het uurtarief. Uiteraard moet een en ander wel in het komende jaar worden onderzocht. De centrale vraag is: wat is het effect van de Omgevingswet op de structurele exploitatie van de ODRU en hoe kunnen we eventuele kostenverhogingen beperken?
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
9 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
Landelijk Het totale nieuwe stelsel van de Omgevingswet (inclusief het Digitaal Stelsel Omgevingswet DSO) is inhoudelijk nog niet klaar en dus zijn nog niet alle onderdelen financieel onderzocht. Er moet nog een aantal onderzoeken naar de financiële consequenties gedaan worden. Met name de financiële effecten van de toegenomen decentrale beleidsruimte van het lokaal bevoegd gezag zijn nog niet in beeld gebracht. Het is de bedoeling dat nog in 2020 een zodanig inzicht verkregen wordt dat het ministerie van BZK en de VNG naar het totaalplaatje kunnen kijken en een goed integraal financieel beeld maken van het nieuwe stelsel. ODRU Wij hebben een actualisering gemaakt met de verwachte structurele gevolgen van de Omgevingswet, deze wordt in oktober 2020 besproken in het AB (aparte notitie ”Tweede doorrekening rechtdoor variant structurele wijziging OGW”). Hierbij is gebruik gemaakt van informatie uit landelijk onderzoek naar de financiële effecten van de Omgevingswet, Model voor berekening van de verandering van de structurele bijdragen aan de ODRU en een benchmark van onder andere omgevingsdiensten naar hun benadering. In het scenario ‘ODRU rechtdoor’ is de voorlopige verwachting dat de structurele bijdrage aan de ODRU stijgt met circa 6%. Dit wordt veroorzaakt door verschuiving van het bevoegd gezag van een aantal bodemtaken van de Provincie naar de gemeenten.
Deze kostenstijging zou gedekt moeten worden uit de financiële bijdrage die gemeenten voor deze nieuwe taken krijgen. Daarnaast stijgt de bijdrage met circa 10% door de andere manier van werken en taken die onder de Omgevingswet door de ODRU worden uitgevoerd. Dit is een indicatie; de werkelijke stijging is afhankelijk van nog te maken keuzes en meer inzicht in de gevolgen van de Omgevingswet. De gemeenten kunnen tussen nu en de invoering van de Omgevingswet veel keuzes nog niet maken. De ODRU gaat daarom in het programmaplan aansluiten bij het scenario ‘ODRU rechtdoor’ en waar mogelijk ruimte houden voor gemeenten om in een later stadium alsnog andere keuzes te maken voor specifieke parameters. Hoe meer de ODRU-gemeenten vergelijkbare keuzes maken, hoe beperkter de stijging van de ureninzet voor de ODRU zal zijn. Samen met de projectleiders Omgevingswet en financiële experts van de gemeenten gaan we aan de slag om de te maken keuzes door de gemeenten in kaart te brengen en te bezien of er effect komt op het uurtarief en hoe we onnodige kostenstijgingen kunnen voorkomen.
2.3
Beleidsontwikkelingen 2021 en verder
De ontwikkelingen rondom de energie- en duurzaamheidsopgave heeft consequenties voor diverse werkzaamheden bij de ODRU. Het gaat hierbij om werkzaamheden zoals advisering bij gebiedsvisies en omgevingsplannen, ruimtelijke inpassing duurzame energie en infrastructuur. Maar ook ondersteuning bij participatietrajecten, bodemtaken voor duurzame warmtesystemen en taken op het gebied van bouw- en woningtoezicht. Energiebesparing, duurzaam vervoersmanagement en duurzaamheid van gebouwen vormen een steeds groter aandachtspunt in de VTH-taken van de Omgevingsdienst. Ook op het gebied van geluid verandert er een en ander. Voor deze nieuwe wettelijke taak moeten gemeenten en provincie rekening houden met extra kosten, waarvan nog niet bekend is hoe groot deze zijn. 2.3.1
Duurzaamheid
In de energie- duurzaamheidsopgave zijn er wettelijke taken met financiële consequenties die mogelijk een effect op het uurtarief van de ODRU hebben.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
10 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
•
•
•
Uitvoering Regionale energiestrategie In 2021 stellen de RES-regio’s de definitieve Regionale Energiestrategie (RES 1.0) vast en borgen ze de besluiten en doelstellingen in de gemeentelijke omgevingsplannen en omgevingsvergunningen. Dit proces moet elke twee jaar worden herhaald. Alle RES’en van de regio’s worden opgeteld en getoetst aan de afspraken uit het nationale klimaatakkoord (49% CO2besparing t.o.v. 1990) en de afspraken uit het Klimaatakkoord van Parijs (2015). Uitvoeren en actualiseren transitievisie warmte Gemeenten hebben de regie in de verduurzaming van de gebouwde omgeving (woning- en utiliteitsgebouwen). Als trekker van het transitieproces stellen ze in 2021 een Transitievisie Warmte op. De gemeenten concretiseren de Transitievisies in wijkuitvoeringsplannen warmtetransitie. De Transitievisie Warmte en de wijkuitvoeringsplannen zijn een programma binnen het Omgevingsplan van de gemeente. Uitvoeren regionale duurzaamheid mobiliteitsplannen Gemeenten hebben in 2020 een Duurzaam mobiliteitsplan voor de vervoersregio’s opgesteld en werken dat vanaf 2021 uit in projecten. Dat vergt investeringen in duurzame mobiliteit bij bedrijven. Omgevingsdiensten krijgen een rol in het toezicht op duurzaam vervoersmanagement bij bedrijven.
2.3.2
Klimaat
De klimaatadaptatie gaat over de thema’s waterveiligheid/overstromingen, wateroverlast, droogte en hittestress. Gemeenten hebben in 2019, door middel van stresstesten, hun kwetsbaarheden in beeld gebracht. In 2020 is de adaptatiestrategie verankerd in beleid, visies, plannen en een uitvoeringsagenda. Vanaf 2021 voeren de gemeenten de agenda’s uit. Deze agenda kan voor iedere gemeente anders zijn, afhankelijk van de lokale situatie. Gemeenten toetsen elk ruimtelijk plan of ingreep in de openbare ruimte aan klimaatadaptatie (bestuursakkoord Deltaplan ruimtelijke adaptatie). De ODRU kan, vanwege gebiedskennis en beschikbare data, de gemeenten en provincie hierbij ondersteunen. De bodemdaling in een groot gedeelte van deze regio verergert de kwetsbaarheid van dit gebied. De ODRU neemt momenteel actief deel aan het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling. Er lopen diverse pilots in de regio Midden-Holland om bodemdaling te beperken. De Omgevingswet biedt kansen voor de toepassing van specifieke innovaties voor specifieke problemen. Om dergelijke innovaties te stimuleren trekt de Omgevingsdienst nu al een traject onder de vlag van het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling. In 2021 kunnen de innovaties onder bepaalde voorwaarden worden uitgevoerd en getest. 2.3.3 •
•
1
Vergunningverlening, toezicht en handhaving
Label C kantoorgebouwen Vanaf 1 januari 2023 moet een kantoorgebouw, waarbij de gebruiksoppervlakte aan kantoorfuncties 50% of meer beslaat van de totale oppervlakte én de oppervlakte aan kantoorfuncties groter is dan 100 m2, minimaal een geregistreerd energielabel C hebben. Het bevoegd gezag voor het Bouwbesluit – meestal de gemeente waar het kantoorgebouw staat – is verantwoordelijk voor de handhaving van de label C-verplichting. Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) Dit zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu.1 Dit kan zijn omdat ze bijvoorbeeld kankerverwekkend zijn, de voortplanting belemmeren en/of zich in de voedselketen ophopen. In artikel 2.3b van de Activiteitenregeling staan criteria die bepalen of een stof een zeer zorgwekkende stof is. Voldoet een stof aan deze criteria, dan is de stof ZZS. Als het bedrijf een ZZS emitteert, dan moet het bevoegd gezag de emissie van het bedrijf toetsen aan de grensmassastroom. Bij overschrijding van grenswaarden moet het bevoegd gezag de immissie eventueel toetsen aan het MTR. www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/lucht/zeer-zorgwekkende/
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
11 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
•
Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) Op moment van opstellen van deze uitgangspuntennotitie zijn de ontwikkelingen rondom PAS en stikstofemissie nog volop in beweging. De impact hiervan is veelomvattend en zal ook in 2021 nog zijn weerslag hebben. Veel hangt af van de landelijke regelgeving en de besluitvorming in beide Kamers. Uiteraard zal de ODRU hierbij aanhaken en de consequenties verwerken in onze aanpak en uitwerking.
2.3.4
Wettelijke ontwikkelingen
•
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Op 14 mei jl. heeft de Eerste kamer ingestemd met de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). De beoogde ingangsdatum van de wet is gekoppeld aan de invoeringsdatum van de Omgevingswet en ligt daarmee op dit moment op 1 januari 2022. Voor de implementatie van de wet zijn drie belangrijke randvoorwaarden gesteld: 1. Uit proefprojecten moet duidelijk blijken dat het stelstel borgt dat gerealiseerde bouwwerken voldoen aan het Bouwbesluit; 2. Er moeten voldoende kwaliteitsborgers beschikbaar zijn; 3. De ICT-voorziening zowel bij het rijk als bij de gemeenten moet op orde zijn (relatie met digitale stelsel Omgevingswet (DSO)). Een van de hoofddoelen van de Wkb is de positie van de bouwconsument ten opzichte van de bouwende partijen te versterken. Tweede hoofddoel betreft een nieuw systeem van kwaliteitsborging bij bouwactiviteiten. Kort samengevat houdt dit in dat de bouwbesluittoets bij gevolgklasse 1 bouwwerken niet meer door de gemeente wordt uitgevoerd, maar door een gecertificeerde partij.
•
Wet open overheid Naar alle waarschijnlijkheid treedt deze wet per 1 januari 2021 in werking. De Woo zal de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervangen. Het uitgangspunt is dat informatie in principe openbaar wordt gemaakt en kan worden hergebruikt. Informatie moet digitaal en duurzaam toegankelijk zijn. De ODRU zal vergunningen, andere beschikkingen en documenten openbaar moeten maken (geanonimiseerd). Overheden moeten contactfunctionarissen aanstellen die burgers wegwijs maken in de overheidsinformatie. Er is besluitvorming nodig wanneer de verwachting bestaat dat een derde bezwaar heeft tegen openbaarmaking. Tegen deze besluiten kunnen vervolgens rechtsmiddelen worden aangewend (bezwaar en beroep mogelijk). Wijziging Wet Bibob Door een wijziging van de Wet Bibob kan de aanpak van ondermijnende criminaliteit worden versterkt. Onder andere kunnen (voormalige) ontheffingen van het bestemmingsplan (nu omgevingsvergunningen o.g.v. de Wabo) en de overdracht van een omgevingsvergunning aan Bibob-toetsing worden onderworpen. Het is tot slot de bedoeling om informatiedeling van bestuursorganen onderling te vergemakkelijken en er komt een nationaal Bibob-register met een overzicht van geweigerde vergunningen. De ODRU kan voor de gemeenten een grotere rol spelen met betrekking tot dit onderwerp, vanwege inhoudelijke expertise en de regionale kennis.
•
2.4
Economische ontwikkeling
Als gevolg van getroffen maatregelen rondom de pandemie is er in Nederland een flinke daling zichtbaar in economische activiteiten. Het CPB houdt in de augustusraming 2020 rekening met een matig herstel in het derde kwartaal, maar over het gehele jaar een krimp van de economie met 5%, gevolgd door een stijging van 3% in 2021. De lage werkloosheid loopt naar verwachting op van 3,4% in 2019, naar 7% in 2021. Een tweede golf van het virus en/of een laag hersteltempo bij handelspartners, kan de impact op deze cijfers verder vergroten. Het CPB verwacht dat de overheidsfinanciën weliswaar een forse tik krijgen, maar buiten de gevarenzone blijft. Het begrotingstekort in 2019 was 48,7% van het bbp, in 2021 naar verwachting 59,7%.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
12 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
De crisis zorgt voor een tweedeling op de arbeidsmarkt. Vooral zzp’ers en mensen met een flexcontract worden geraakt. De ODRU heeft een relatief grote flexibele schil, en heeft ervaren dat inhuurtarieven in recente jaren sterk zijn gestegen doordat de vraag naar personeel het aanbod overtrof. Als gevolg van de crisis zijn er nu kansen om formatie in te vullen ten koste van inhuur en inhuurtarieven te verlagen. Hierdoor kan de ODRU dezelfde productie leveren, met minder benodigde middelen. De laagconjunctuur leidt er volgens de Rabobank toe dat huizenprijzen vanaf eind 2020 zullen dalen. Bestemmingsplannen, omgevingsvergunningen en milieuvergunningen zijn direct gelinkt aan investeringen, gebiedsontwikkeling en bedrijvigheid. Hoewel in het eerste half jaar van 2020 de vraag bij de ODRU niet zichtbaar terugloopt, kan een eventuele laagconjunctuur de komende jaren wel zorgen voor minder WABO-vergunningaanvragen en wijzigingen van bestemmingsplannen. Hieruit vloeit ook een afname van toezicht en handhaving voort. Minder groei betekent immers ook minder klachtenafhandeling. Het is belangrijk om samen met de gemeenten de ontwikkeling van de conjunctuur en het effect hiervan op de vraagkant te blijven volgen in de aanloop naar de contractbesprekingen voor 2022.
2.5
Vernieuwingen BBV
De begroting 2022 wordt ingedeeld naar de laatste inzichten in het BBV, de ervaringen met de jaarcijfers 2020 en de begroting 2021. De afgelopen periode zijn er geen grote wijzigingen geweest waardoor de opzet van de begroting 2022 op dezelfde wijze kan plaatsvinden zoals de begroting 2021. De wijziging vanaf 2021, gericht op de introductie van de verplichte rechtmatigheidsparagraaf in de jaarrekening, blijft ook voor 2022 relevant. Vanaf begrotingsjaar 2021 vindt er een verandering plaats in de verantwoordelijkheden met betrekking tot de rechtmatigheid van de jaarrekening van gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen. Niet langer is het de accountant die vaststelt dat in lijn met wet- en regelgeving wordt gehandeld, maar is het dagelijks bestuur aan zet. Het dagelijks bestuur dient immers te kunnen steunen op een adequaat functionerend systeem van interne beheersing en -controle, om (primair) te waarborgen dat de ODRU bij alle (financiële) beheershandelingen en transacties de wet- en regelgeving naleeft. Als gevolg hiervan scherpt de ODRU per 2021 het interne controleplan aan, om als basis te dienen voor de rechtmatigheidsparagraaf. Indien er na vaststelling van deze Kadernota wijzigingen in het BBV worden doorgevoerd, dan wordt dit meegenomen bij het opstellen van de begroting 2022.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
13 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
3.
Wat mag het kosten
3.1
Wijze van financiering
De financiële exploitatie van de ODRU is gebaseerd op de bijdragen van de deelnemende gemeenten. Die kent op dit moment de vorm van inputsturing: per gemeente worden de uren afgestemd op de verwachte uit te voeren taken, er wordt vooraf één vast uurtarief afgesproken (via de Kadernota) en daarmee is de bijdrage van elke gemeente bekend, evenals bijna alle inkomsten voor de ODRUbegroting. Op jaareinde wordt een afrekening gemaakt op basis van de werkelijk gerealiseerde uren. Figuur 2 geeft de systematiek van begroten grafisch weer.
FIGUUR 2: BEGROTINGSMETHODIEK BIJ DE ODRU
1. Jaarlijks wordt een begroting opgesteld op basis van de gegarandeerde (G) gecontracteerde uren die voor onbepaalde tijd per gemeente zijn vastgelegd in de DVO. De formatie en vaste kosten zijn hierop afgestemd, de begroting is zo tenminste budgettair neutraal. Dit geeft een stabiele financiële basis voor de ODRU en de gemeenten. 2. Afhankelijk van de rechtmatigheid en noodzaak wordt jaarlijks een begrotingswijziging (BGW) gemaakt. In de begrotingswijziging worden extra baten vanuit de vastgestelde UVP’s (T+Puren) opgenomen tegen het afgesproken basistarief. Hierdoor ontstaat dekking voor incidentele lasten, voornamelijk in te huren capaciteit om de productie te realiseren. De BGW wordt opgesteld met een mate van voorzichtigheid. Hiermee wordt bedoeld dat niet alle extra gecontracteerde UVP-uren worden opgenomen, maar gemiddeld 80% van de extra uren. De systematiek van BGW draagt bij aan de financiële solide basis. Mocht er onverhoopt iets minder worden gerealiseerd en zijn er dus minder inkomsten, dan staan daar vanuit dit voorzichtigheidsbeginsel geen uitgaven tegenover die tot een negatief resultaat kunnen leiden. 3. Naast de DVO (G-uren), UVP (T+P-uren) is het gebruikelijk dat in het lopende jaar de gemeente of andere opdrachtgevers aanvullende taken afnemen bij de ODRU. Voor deze aanvullende uren wordt het basistarief met een opslag van 10% gehanteerd.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
14 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
Daarnaast is het mogelijk dat er meer UVP-uren worden gerealiseerd dan vooraf gecalculeerd, omdat deze UVP-uren voorzichtig worden begroot (+/-80%). De aanvullende baten geven dekking voor inhuur van tijdelijke capaciteit, de organisatie van deze inhuur en onvoorziene kosten.
3.2
Financiële uitgangspunten begroting 2022
De meerjarige budgetten voor 2022 uit de begroting 2021 vormen de basis voor het opstellen van de begroting 2022 met inachtneming van de vereisten van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV). Op grond van de in deze Kadernota 2022 opgenomen uitgangspunten zullen de meerjarige budgetten worden aangepast. De methodiek van de voor- en nacalculatie op de loon- en prijsontwikkeling, zoals afgelopen gehanteerd, wordt ook in deze kadernota gevolgd. De begroting 2022 borduurt voort op de huidige manier van begroten (zie figuur 2). De producten- en dienstencatalogus (PDC) is de basis voor de vertaling van de DVO in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s (UVP). Het aantal uren uit de DVO’s vormt de basis voor de toegestane formatie. Conform de vereisten van het BBV wordt de begroting 2022 ingedeeld naar de voorgeschreven taakvelden. Voor de ODRU zijn dat: •
• • •
Volksgezondheid & Milieu (V&M); hieronder vallen alle taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving die betrekking hebben op milieu en de adviestaken; Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing (VHROSV); hieronder vallen alle bouwtaken en advisering op het gebied van RO; Onderwijs; hieronder vallen de taken op het gebied van Natuur- en Milieu Educatie (NDC); Overhead; hieronder vallen de werkzaamheden en lasten m.b.t. de overhead.
De taakvelden worden als zodanig in de begroting 2022 onderscheiden zodat gemeenten de bijbehorende taken met baten en lasten kunnen aggregeren in hun eigen begroting. Alle bedragen in de begroting zijn exclusief btw. De ODRU is door de Belastingdienst aangemerkt als ondernemer in de zin van de Wet op de Omzetbelasting. Hierdoor worden alle facturen die de ODRU voor haar dienstverlening verzendt, verzwaard met het vigerende tarief voor de omzetbelasting. De ODRU kan zelf geen beroep doen op het btw-compensatiefonds. In 2016 heeft de Belastingdienst het officiële standpunt ingenomen dat de ODRU niet vennootschapsbelasting (VpB) plichtig is. Dit is bepaald op basis van de activiteiten zoals toe en nu worden verricht. Het beleid is om ook in 2022 en de jaren daarna de vrijstelling te behouden en alleen nieuwe activiteiten te overwegen als deze de vrijstelling niet in gevaar brengen. Het bestuur en het managementteam wordt zoals te doen gebruikelijk periodiek geïnformeerd over de voortgang van de realisatie conform de Planning & Control kalender.
3.3
Financieel beleid
Onze eigenaar gemeenten bevinden zich in financieel zwaar weer. Wij realiseren ons vanuit de ODRU de financiële situatie waar al onze eigenaar gemeenten mee te maken krijgen. Daarom heeft de ODRU nu onderzocht hoe wij zelf actie kunnen ondernemen om onze gemeenten te helpen kosten te besparen (separate AB-notitie ’mogelijkheden voor kostenbesparingen’). De gemeenten, in het bijzonder de gemeenteraden, vragen om sterker te sturen op efficiency. Wij hanteren om de kostenbesparingen zichtbaar te maken en te realiseren het volgende drie-sporen traject:
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
15 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
1. Kostenbesparingen in de sfeer van de interne bedrijfsvoering. Belangrijkste snelle actie hierbinnen is het verhogen van de vaste bezetting en verminderen van de inhuur. De praktijk is dat de ODRU continu zo’n 10 % onder de toegestane vaste formatie-bezetting opereert. 2. Kostenbesparingen door minder uren te besteden. Dit omvat twee onderdelen: a. Minder uren voor tenminste dezelfde kwaliteit en omvang van de dienstverlening. Dit is te realiseren door standaardisering, digitalisering in combinatie met procesoptimalisatie en door werkstructuur (wie is waarvan), rolvastheid en sturing te verbeteren. b. Minder uren door de kwaliteitseisen te verlagen en/of schrappen van taken (binnen de wettelijke mogelijkheden). Dit is afhankelijk van welke keuzes gemeenten hierin willen maken. 3. Kostenbesparingen in de “keten”. Dit is te realiseren wanneer de gemeenten en de ODRU op onderdelen komen tot andere samenwerkingsvormen en/of taakverdelingen. Hier valt de grootste besparing te behalen en wordt netto bespaard op de kosten die de gemeente maakt doordat: a. er zowel bij de gemeente als bij de ODRU minder uren nodig zijn voor hetzelfde resultaat op bestaande taken. Belangrijkste voorbeeld is een vierjarig UVP met kwalitatief hoogwaardige rapportages en bijstellingsmomenten per kwartaal of tertiaal; b.
er voor bestaande taken minder uren bij de gemeente nodig zijn doordat een taak van gemeente naar de ODRU wordt overgeheveld omdat deze door de ODRU vanwege schaalvoordeel en uitvoering oriëntatie efficiënter kan worden uitgevoerd; c. er nieuwe taken komen (Omgevingswet, toezicht verplichting energielabel c voor kantoren en andere taken op gebied van duurzaamheid en klimaat) waarbij we onnodige kosten voorkomen (dus geen echte kostenbesparing). Op basis van uitsluitend spoor 1 en 2a menen wij in 2021 € 200.000 en in 2022 daarbovenop € 500.000 structureel te kunnen besparen (totaal ca 4 % van de totale bijgestelde begrote kosten voor 2020). Voornoemde kostenbesparingen zijn voorzichtigheidshalve nu nog niet verwerkt in het uurtarief 2022. In het voorjaar van 2021 wordt bij het opstellen van de begrotingswijziging 2021 en de begroting 2022 bekeken welk deel van de te realiseren kostenbesparing in beide stukken verwerkt kan worden. Verdere kostenbesparingen zijn -afhankelijk van de keuzes van gemeenten - mogelijk via de sporen 2b en 3. Daarnaast zijn er extra structurele en noodzakelijke kosten nodig in 2021 (minimaal € 80.000) en in 2022 (daarbovenop minimaal € 90.000) voor de professionalisering van de ODRU, zoals het up to date houden van de ICT en digitaliseren van de documentenstromen.
De ODRU stelt voor om uit de besparingen deze extra structurele kosten (H2), die nog niet zijn verwerkt in het uurtarief, te dekken. Indien in 2021 een saldo van de besparingen overblijft stelt de ODRU voor om dit restant bedrag te gebruiken om verdere besparingen te kunnen realiseren. Om het meeste effect uit dit drie-sporen traject voor kostenbesparing te behalen, is het noodzakelijk dat gemeenten gezamenlijk gaan inzetten op meer uniformiteit, standaardisatie en schaalvoordelen (spoor 3). Ter voorkoming van financiele risico’s (geen dekking voor formatie en vaste kosten) is een koppeling met meerjaren afspaken met de gemeenten benodigd. De ODRU wil in staat zijn om uit de reguliere financiering door onze gemeenten voldoende middelen te genereren om de verdere ontwikkeling van de organisatie (R&D, innovatie ten behoeve van verdere besparingen) mogelijk te maken. In het AB van 17 december 2020 zullen de resultaten van ons onderzoek naar de financieringssystematiek (tariefbepaling, tariefdifferentiatie, continue R&D) worden besproken.