A20. Raadsinformatiebrief Meicirculaire 2025 OW (D25189599).PDF
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF
Van college van burgemeester en wethouders Vergadering van 8 juli 2025 Kenmerk Z/25/086081 / D/25/189599 Portefeuillehouder Bas Lont Portefeuille Financiën Opsteller Wortman, Esther Onderwerp Meicirculaire 2025
Kernboodschap De inkt van de Kadernota 2026 is nog niet droog en de meicirculaire geeft alweer een ander financieel perspectief. We begrijpen dat dit lastig sturen is voor uw raad. De mutaties uit de meicirculaire laten een positief effect zien op het begrotingssaldo 2025-2029. Tegelijkertijd zijn er nog diverse onderwerpen die nader geanalyseerd moeten worden in aanloop naar de begroting 2026-2029. Zo komen er nog een flink aantal mutaties zoals de verwerking van de financiële effecten van een aantal verbonden partijen, de noodzakelijk loon- en prijsstijgingen, kapitaallasten van de investeringen en de definitieve hoogte van de DVO-bijdrage. De genoemde saldi zijn dus indicatief, er kunnen dus nog wijzigingen optreden waardoor het uiteindelijke begrotingssaldo wijzigt. Zijn de uiteindelijke uitkomsten van de begroting toch positief dan zijn wij voornemens de voorgestelde beleidsmatige bezuinigingen te heroverwegen, net als de stijgingen van de inkomsten. Hiernaast willen wij kijken hoe wij kunnen omgaan met afgewezen zaken bij Voorjaarsrapportage en Kadernota. Wij nodigen uw raad uit om richtinggevende uitspraken, in kaders – prioriteiten en volgorde, te doen bij de behandeling van de Voorjaarsrapportage en met name de Kadernota die wij bij het opstellen van de Begroting 2026-2029 kunnen meenemen.
De financiële effecten van de meicirculaire worden als volgt verwerkt: • De uitkomsten voor het jaar 2025 worden opgenomen in de Najaarsrapportage 2025. • De effecten voor de jaren 2026 tot en met 2029 worden verwerkt in de meerjarenbegroting 2026-2029, die op 6 november ter besluitvorming aan uw raad wordt voorgelegd. Voor de taken waarvoor wij via de algemene uitkering extra middelen ontvangen, gaan wij ervan uit dat deze bedragen nodig zijn om die taken adequaat uit te voeren. We zijn echter niet verplicht het geld ook daadwerkelijk uit te geven aan deze taken, uw raad bepaalt uiteindelijk hoe de middelen worden ingezet.
Toelichting Op 28 mei 2025 is de meicirculaire verschenen. Deze circulaire geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid en bevat informatie over onder andere de demping terugval in het gemeentefonds in het kader van het ravijnjaar 2026, tekorten in het budget voor jeugdzorg en de actualisatie van het volume accres en LPO accres gebaseerd op de actuele raming van het Centraal Planbureau (CPB; CEP 2025).
In deze raadsinformatiebrief worden de verschillen verklaard tussen de decembercirculaire 2024 en de meicirculaire 2025. Dit geeft een beeld over de gevolgen van de meicirculaire op de actuele begroting van onze gemeente. Daarnaast laten we zien welk effect het heeft op de beginstand van de begroting 2026-2029 ten opzichte van de Kadernota 2026. Bij de Kadernota 2026 is een voorlopige inschatting gemaakt op basis van de Voorjaarsnota van het Rijk. De uitkomst van de meicirculaire over de jaren 2025-2029 wordt in deze raadsinformatiebrief aan uw raad gepresenteerd. In de berekening is de wijziging van de circulaire, zoals het ministerie van BZK op vrijdag 13 juni heeft aangekondigd, meegenomen. De mutaties uit de meicirculaire laten een positief effect zien op het begrotingssaldo 2025-2029. Het samenvattende beeld is als volgt:
De mutaties uit de meicirculaire worden toegelicht onder de kopjes ‘1. Algemeen’, ‘2. Taakmutaties’ en ‘3. Decentralisatieen Integratie uitkeringen’ (alleen mutaties > € 10.000 worden toegelicht): 1. Algemeen
1.1 Volume-, loon en prijsstijgingen en overige ontwikkelingen In de meicirculaire 2025 is de raming voor het accres geactualiseerd. Voor de jaren 2025 tot en met 2030 is de raming van het volumedeel naar boven bijgesteld. Voor de compensatie van de prijsstijgingen wordt in de gemeentebegroting aan de uitgavenkant in programma 7 een stelpost voor prijsstijgingen opgenomen. 1.2 Hoeveelheidsverschillen en ontwikkeling uitkeringsbasis In dit onderdeel gaat het om de verschillen in het aantal eenheden per uitkeringsmaatstaaf ten opzichte van de decembercirculaire 2024. In de meicirculaire zijn de eenheden geactualiseerd op basis van de nieuwste peildatum. Dit heeft geleid tot stijgingen bij diverse maatstaven, waaronder: maatstaven inwoners, inwoners 75+, huishoudens met laag inkomen boven drempel, bijstandsontvangers, loonkostensubsidie, oppervlakte woonkernen. Een daling is te zien bij de maatstaf jongeren onder 18 jaar. Door de actualisatie ontstaat een hoeveelheidsverschil. Beide effecten (prijs en hoeveelheid) hebben per saldo tot een meerjarig positief financieel effect geleid. 1.3 WOZ-waarden mutaties en landelijke rekentarieven WOZ De WOZ-waarden zijn geactualiseerd vanaf 2025. Dat leidt tot een stijging ten opzichte van de meicirculaire 2024, met name in 2026. De tegenhanger ervan is dat de landelijke rekentarieven vanaf 2026 ook aangepast worden.
Voor de jaren 2026-2029 betekent dit per saldo een structureel nadeel van € 159.000. In de berekening van die tarieven houdt het ministerie BZK rekening met een inflatiecijfer van 4,2% in 2026. Ze gaat ervan uit dat gemeenten dit percentage meenemen in de bepaling van de eigen OZB-tarieven voor 2026. 1.4 Afrekening ruimte onder BCF-plafond 2024 Gemeenten kunnen hun betaalde BTW op overheidsactiviteiten declareren bij het BTW Compensatiefonds (BCF). Het fonds heeft een plafond dat momenteel voor gemeenten € 4,3 miljard bedraagt. Als de gezamenlijke declaraties onder dit plafond blijven, wordt het verschil in het gemeentefonds gestort. Bij overschrijding volgt een uitname. Jaarlijks wordt bij de septembercirculaire een voorschot verstrekt op de verwachte onderschrijding van dat kalenderjaar. In de meicirculaire van het volgende jaar volgt dan de afrekening. In deze circulaire bedraagt de afrekening over het jaar 2024 voor onze gemeente € 59.000. 1.5 Stelpost BCF De provinciaal toezichthouder staat toe dat in de meerjarenraming een stelpost wordt geraamd voor nog te ontvangen onderschrijdingen op het plafond. Daar was tot nu toe voor opgenomen een bedrag van € 282.000 vanaf 2025. Het
maximaal toegestane bedrag is in deze circulaire neerwaarts bijgesteld naar € 170.000. Het verschil van € 112.000 is een budgettair nadeel. 2. Taakmutaties
2.1 Demping terugval gemeentefonds ravijnjaar 2026 Door wijziging van de accresmethodiek en te lage compensatie voor jeugdzorg ontstond in 2026 een ravijnjaar, met structurele effecten. Landelijk kwamen gemeenten in totaal € 2,4 miljard tekort, wat tot veel kritiek leidde. Voor de terugval in het gemeentefonds worden structurele middelen door het Rijk beschikbaar gesteld. Voor het onderdeel accresmethodiek vindt geen compensatie plaats. 2.2 Jeugd • 2.2a Hervormingsagenda Jeugd, Aanvullende Post: De bedragen die bij het Ministerie van Financiën op de aanvullende post voor de hervormingsagenda jeugd waren gereserveerd, worden toegevoegd aan het gemeentefonds. Voor de jaren 2028 en verder versterkt het kabinet de beheersmaatregelen uit de hervormingsagenda en worden aanvullende maatregelen uitgewerkt. Deze structurele middelen worden als stelpost opgenomen onder programma 7, om invulling te geven aan de uitvoering en financiering van de opgelegde sturingsmaatregelen. • 2.2b Tekorten voor rekening Rijk (commissie van Ark): Er is overeenstemming bereikt over het delen (50/50%) van de tekorten, zoals die door de commissie van Ark zijn bevestigd. Het deel van de rijksoverheid wordt nu uitgekeerd. Om onder meer de indexatie van de jeugdbudgetten op te vangen, wordt hiervan structureel een bedrag van € 100.000 als stelpost opgenomen onder programma 7.
• 2.2c Groeipad maatregelen Hervormingsagenda: Het Rijk heeft besloten het groeipad van de maatregelen uit de Hervormingsagenda te verzachten. De volledige besparing wordt nu pas in 2028 verwacht. Om gemeenten de tijd te geven hier geleidelijk naartoe te groeien, stelt het Rijk in 2026 en 2027 extra middelen beschikbaar. • 2.2d Indexeren opbrengst Hervormingsagenda: De besparingsmaatregelen met het prijspeil 2019 worden geïndexeerd naar 2028. Dat zou met ingang van dat jaar voor onze gemeente een besparing moeten opleveren. Dat bedrag wordt in deze circulaire uitgenomen. De VNG adviseert hiervoor in de eigen begroting een compenserende post op te nemen voor verlaging van lasten, maar de provinciaal toezichthouder heeft aangekondigd hier niet mee akkoord te gaan. Dit hebben wij dan ook niet gedaan. • 2.2e Eigen bijdrage jeugdzorg: Vanaf 2028 zal een eigen bijdrage worden ingevoerd voor trajecten jeugdzorg. Daar is veel kritiek op, maar is wel verwerkt in de meicirculaire 2025. Dit bedrag zullen wij binnen onze begroting ook als baat opnemen, zodat dit een budgettair neutrale uitwerking heeft. • 2.2f Sturen op trajectduur jeugdzorg: De jeugdzorgkosten lopen landelijk sterk op. Er worden meer behandeltrajecten ingezet dan verwacht, en deze trajecten duren ook langer dan voorzien.
Het Rijk wil hierover, samen met gemeenten en de sector, afspraken maken om beter te kunnen sturen op de duur van deze trajecten. Deze te verwachten besparing bij de gemeenten wordt door het Rijk vanaf 2028 alvast ingehouden op de algemene uitkering. Voor onze gemeente betekent dit een structurele korting van € 27.000. Dit bedrag wordt binnen onze begroting als verlaging van de lasten opgenomen, zodat dit een budgettair neutrale uitwerking heeft. 2.3 Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo In de Voorjaarsnota 2023 is besloten dat het abonnementstarief in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 wordt afgeschaft en dat in de plaats daarvan vanaf 2026 de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo opnieuw wordt ingevoerd. De inwerkingtreding van deze wet is verschoven naar 2027 in plaats van 2026. Dat betekent dat de besparing voor het jaar 2026 vervalt. Als gevolg hiervan wordt de geraamde opbrengst van € 110.000 in de begroting voor 2026 naar beneden bijgesteld, zodat dit een budgettair neutrale uitwerking heeft. 3. Decentralisatie- en integratie uitkeringen
3.1 Alleenverdienersproblematiek Gemeenten kunnen financiële ondersteuning bieden aan huishoudens die als gevolg van de alleenverdienersproblematiek onder het bestaansminimum uitkomen. Gemeenten kunnen de gemiste huur- en zorgtoeslag compenseren vanuit de individuele bijzondere bijstand. 3.2 In- en uitvoeringskosten Omgevingswet. Er zijn wederom middelen beschikbaar gesteld voor de uitvoering van de Omgevingswet. Voor 2025 gaat het om een bedrag van € 86.000. De middelen worden toegevoegd aan het uitvoeringsbudget Omgevingswet om invulling te geven aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. 3.3 Landelijke beëindigingsregeling veehouderijbedrijven Sinds 2023 zijn de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) en de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus) opengesteld, waarmee veehouders hun bedrijfslocaties tegen subsidie kunnen beëindigen. Voor 2025 gaat het om een bedrag van € 37.000. Dit bedrag wordt ook aan de lastenkant van de begroting geraamd. 3.4 IU Participatie Het gaat met name om loon- en prijsbijstelling voor het onderdeel Wet Sociale Werkvoorziening. Voor 2025 gaat het om € 62.000 en gemiddeld € 55.000 structureel vanaf 2026. De bijbehorende lasten zijn reeds verwerkt in de begroting van Ferm Werk.
Financiën Meerjarig laat de doorrekening van de meicirculaire 2025 het volgende beeld zien: Onderstaande tabel laat het meerjarige verschil tussen de decembercirculaire 2024 en de meicirculaire 2025 zien. De toelichting op deze tabel wordt hierboven gegeven onder de kopjes ‘1. Algemeen’, ‘2. Taakmutaties’ en ‘3. Decentralisatie- en integratie uitkeringen'.
Van de voordelige saldi (verschil meicirculaire – decembercirculaire) uit bovenstaande tabel reserveren wij middelen voor de taken waarvoor wij via de algemene uitkering extra financiering ontvangen. We gaan ervan uit dat deze middelen nodig zijn om de betreffende taken op een adequate wijze uit te voeren. We zijn echter niet verplicht het geld ook daadwerkelijk uit te geven aan deze taken, uw raad bepaalt uiteindelijk hoe de middelen worden ingezet. Het is overigens niet noodzakelijk om voor alle taakmutaties middelen te reserveren, omdat hiermee in de begroting al rekening is gehouden. Onderstaande tabel bevat de taakmutaties uit de meicirculaire die nog in de begroting verwerkt moeten worden. Voor een nadere toelichting op de deze taakmutaties wordt verwezen naar de toelichting bij de tabellen ‘2. Taakmutaties’ en ‘3. Decentralisatie- en Integratie uitkeringen’.
Conclusie begrotingssaldo 2025-2029 Het effect van de meicirculaire geeft voor alle jaren een positieve uitkomst. De ruimte uit de meicirculaire wordt in de voorbereiding op de Begroting 2026-2029 meegenomen om een integrale afweging te maken in de ambities en knelpunten zoals genoemd in de Kadernota 2026. Richtinggevende uitspraken van uw raad bij de behandeling van de Kadernota hierover kunnen bij het opstellen van de Begroting 2026-2029 meegenomen worden. Samenvattend laten de mutaties uit de meicirculaire voor de begroting 2025-2029 het volgende beeld zien:
Risico’s en aandachtspunten Vanaf 2023 is de algemene uitkering van het gemeentefonds herverdeeld. Daarbij is een groot aantal maatstaven verdwenen en een aantal nieuwe toegevoegd. Dat heeft tot gevolg dat het effect van de overgebleven maatstaven sterk is toegenomen. Een mutatie van enkele eenheden heeft al snel een groot financieel gevolg. Eén van de belangrijkste nieuwe maatstaven is de maatstaf ‘Huishoudens met een laag inkomen boven een drempel’. Een wijziging van het aantal huishouden met een laag inkomen in onze gemeente kan grote financiële gevolgen hebben. De maatstaf huishoudens laag inkomen met drempel is dus een relatief nieuwe maatstaf waarbij nog flinke fluctuaties voor blijken te komen. Het CBS heeft alleen de voorlopige gegevens voorradig; de maatstaf is gebaseerd op de stand per 1 januari van de peildatum van het jaar ervoor. Dat is vervelend want het is een maatstaf met groot effect. Om concreet te worden het volgende: Oudewater kent volgens het CBS 1.100 van deze huishoudens. Bij een toename van 25 ( = ruim 2% ) is het effect € 150.000. Gelet op de mogelijke negatieve gevolgen van een lager aantal op deze maatstaf, is dit een grote risicofactor. In aanloop naar de begroting 2026-2029 zijn er nog diverse onderwerpen die nader geanalyseerd moeten worden.
Het gaat onder andere om de verwerking van de financiële effecten van een aantal verbonden partijen, de noodzakelijk loonen prijsstijgingen, kapitaallasten van de investeringen en de definitieve hoogte van de DVO-bijdrage. De genoemde saldi zijn dus indicatief, er kunnen dus nog wijzigingen optreden waardoor het uiteindelijke begrotingssaldo wijzigt.
Vervolg • Het college is voornemens om, indien de uiteindelijke uitkomsten van de begroting positief blijken, de voorgestelde beleidsmatige bezuinigingen en de stijgingen van de inkomsten te heroverwegen. Daarnaast willen wij bezien op welke wijze we kunnen omgaan met voorstellen die bij de Voorjaarsrapportage en Kadernota zijn afgewezen. • Het financiële effect op de algemene uitkering voor 2025 wordt verwerkt in de Najaarsrapportage 2025. • Het financiële effect op de algemene uitkering voor 2026-2029 wordt verwerkt in de Begroting 2026-2029.
Bijlagen • Meicirculaire 2025: D/25/189603