A18 - Ingekomen stuk ODRU - Verzoek om zienswijze eerste (ontwerp) Begrotingswijziging 2021 en (ontwerp) Begroting 2022.pdf
Tekst van het document
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Directe personeelskosten
12.326.000 12.255.000 12.255.000 12.255.000 12.255.000
Inhuur derden
3.610.000
-
-
-
-
803.500
668.500
668.500
668.500
668.500
Indirecte personele lasten Bestuurskosten
91.000
86.000
86.000
86.000
86.000
Algemene kosten
1.539.500
1.298.500
1.298.500
1.298.500
1.298.500
Huisvestingskosten
620.000
640.000
640.000
640.000
640.000
Kapitaallasten
221.000
341.000
341.000
341.000
341.000
5.000
5.000
5.000
5.000
5.000
-
-100.000
-100.000
-100.000
-100.000
Diversen Inhuurtaakstelling Totaal lasten
19.216.000 15.194.000 15.194.000 15.194.000 15.194.000
(in euro's)
Bijgestelde Begr. 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Directe personele baten
105.000
105.000
105.000
105.000
105.000
Baten
Baten eigenaar gemeenten UVP
18.240.000 15.083.000 15.083.000 15.083.000 15.083.000
Baten aanvullende opdrachten
760.000
-
-
-
-
Overige goederen en diensten
110.000
110.000
110.000
110.000
110.000
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
Kapitaalbaten
-
-
-
-
-
Diversen
-
-
-
-
-
Inhuurtaakstelling
-
-100.000
-100.000
-100.000
-100.000
Huisvestingsbaten
Totaal baten Saldo van baten en lasten
19.216.000 15.199.000 15.199.000 15.199.000 15.199.000 -
5.000
5.000
5.000
5.000
Vervolg tabel op volgende pagina
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
28 Akkoord secretaris:
(ontwerp)Begroting 2022
Incidentele lasten Uitvoering Koers
314.607
-
-
-
-
Incidentele baten Uitvoering Koers
-
-
-
-
-
Incidenteel saldo van baten en lasten
-314.607
-
-
-
-
Geraamd totaal saldo van baten en lasten
-314.607
5.000
5.000
5.000
5.000
Toevoeging aan reserve Uitvoering Koers
-
-
-
-
-
Onttrekking uit reserve Uitvoering Koers
314.607
-
-
-
-
-
5.000
5.000
5.000
5.000
Geraamd gerealiseerd resultaat TABEL 14: MEERJARENBEGROTING 2023-2025
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
29 Akkoord secretaris:
(ontwerp)Begroting 2022
6.
Omgevingswet
6.1
Uitvoering geven aan de Omgevingswet
Op 1 januari 2022 treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. Het programma Omgevingswet van de ODRU is erop gericht dat de gemeenten en de ODRU per die datum voldoende voorbereid zijn om de Wet uit te voeren. Het programma Omgevingswet van de ODRU loopt in 2021 af. Verdere ontwikkeling die na 1 januari 2022 nodig is, moet vorm krijgen vanuit de lijnorganisatie. Want de inwerkingtreding van de Omgevingswet is weliswaar een belangrijk richtpunt, maar dient ook te worden gezien in een breder perspectief van de transitie die tot en met 2029 plaatsvindt met betrekking tot de bescherming en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. De invoering van de Omgevingswet betekent niet alleen een integratie en vereenvoudiging van regelgeving maar vraagt ook om een andere werkwijze van alle (overheids-)organisaties die betrokken zijn bij de bescherming en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Kernbegrippen in de nieuwe werkwijze zijn (onder meer): integraal en gebiedsgericht werken, participatie en bestuurlijke afwegingsruimte. In dit verband zijn goede samenwerking in de keten en digitale ondersteuning belangrijke randvoorwaarden. De implementatie van de Omgevingswet is daarom van cruciaal belang voor de Omgevingsdienst en is één van de speerpunten in de koers van de ODRU.
De invoering van de Omgevingswet vraagt van de ODRU een fundamentele verandering: een verandering in zowel de cultuur als in de rol in relatie tot de gemeente. De ODRU blijft partner en uitvoerder voor de gemeenten. Daarbij past ook een bijdrage leveren aan de continue beleidscyclus van onze gemeenten. In 2022 gaat de ODRU voortbouwen op wat het programma Omgevingswet in 2021 heeft opgeleverd in de volgende vier projecten van het programma: • • • • 6.2
Helderheid en afspraken over taken en rollen; Bijdragen aan kennisinstrumenten; (Digitaal) samen kunnen werken; Ontwikkelen van kennis en anders werken. Onderbouwing van de kosten
Bij het opstellen van de begroting 2022 is het programma Omgevingswet nog vol in uitvoering. Concreet betekent dit dat in 2021 nog op verschillende punten nadere uitwerking nodig is: • • • • • • • •
Gemeenten en ODRU erkennen en herkennen een veranderde rol van de ODRU als gevolg van de Omgevingswet; Duidelijkheid over de consequenties van taken die onder de Omgevingswet onder bevoegd gezag van de gemeente vallen; Welke taken onder de Omgevingswet wel/niet door de ODRU worden uitgevoerd voor een individuele gemeente en indien nodig vindt een tijdige overdracht plaats; De mate waarin gemeentelijke beleidskeuzes zodanig zijn of worden gemaakt dat deze samen zoveel mogelijk uniformiteit in de uitvoeringsprocessen van de ODRU mogelijk maken; Duidelijkheid over de rol en positie van de ODRU in de processen rondom Omgevingsvisies en Omgevingsplannen; Bijdrage van de ODRU in de vorm van bouwstenen over milieuthema’s en de bruidsschat ten behoeve van gemeentelijke omgevingsplannen; IT-systemen bij ODRU zijn ‘Omgevingswetproof’; Medewerkers van de ODRU hebben voldoende kennis en beschikken over voldoende vaardigheden om producten te kunnen leveren in de geest van de Omgevingswet.
Het feit dat bovenstaande onderwerpen nog zo in ontwikkeling zijn heeft als consequentie dat de begroting meer kan afwijken van de situatie die in het jaar van uitvoering (2022) daadwerkelijk optreedt, Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
30 Akkoord secretaris:
(ontwerp)Begroting 2022
dan in andere jaren het geval is. Dit effect wordt nog vergroot doordat we nog niet (kunnen) weten welk effect de Wet in 2022 heeft op inwoners en bedrijven die ermee te maken hebben en wat dat betekent voor de uitvoeringspraktijk van de ODRU en de gemeenten. Dit vereist goede afspraken over de kaders vooraf, goede monitoring van de feitelijke gang van zaken in 2022 en flexibiliteit bij zowel de ODRU als de gemeenten voor tijdige bijsturing. Conform de begrotingssystematiek van de ODRU is de initiële begroting van de ODRU gebaseerd op de structurele baten en lasten, op basis van de langlopende contracten. Vanwege de onzekerheden is in de begroting 2022 van de ODRU nog geen rekening gehouden met de eerste inschattingen van de structurele impact (zie paragraaf 6.3). In de komende maanden gaan we de nieuwe en gewijzigde taken voor zover mogelijk ook concretiseren naar de gemeenten; het te verwachten aantal producten en uren per nieuw product per gemeente. Deze cijfers zijn nodig om een betrouwbaar uitvoeringsprogramma 2022 te kunnen opstellen. Op basis hiervan zal een begrotingswijziging 2022 plaatsvinden waarin de financiële effecten zijn verwerkt. 6.3
Structurele impact
De Omgevingswet brengt verandering in de taken van de omgevingsdienst en de gemeenten. Het verandert niet alleen wat we doen, maar ook hoe we dat doen. Deze veranderingen leveren een wijziging op in de structurele bijdrage aan de ODRU. In februari 2021 hebben we in een notitie aan het Algemeen Bestuur een derde inschatting gemaakt, op basis van de op dat moment beschikbare informatie en kennis. De verwachting is, dat de structurele bijdrage (voor het aantal te maken uren en/of producten) stijgt met circa 13%. Een belangrijk deel wordt veroorzaakt door de uitvoering van nieuwe taken rondom bodem, milieu en VTH. Voor uitvoering van de bodemtaken krijgen gemeenten extra financiering vanuit het Rijk. Op het moment van het opstellen van deze begroting is de omvang van deze financiële dekking voor gemeenten echter nog niet duidelijk. In alle verwachtingen hebben gemeenten en omgevingsdiensten te maken met grote onzekerheid over de daadwerkelijke impact van de Omgevingswet. Met de aanwezige kennis is het doel geweest om zo goed mogelijk inschattingen te maken van de impact van de wet op ons werk en ons hierop voor te bereiden. De echte impact wordt duidelijk wanneer de wet in werking treedt. De impact kan dan meeof tegenvallen. Dit is een onzekerheid waar de ODRU en gemeenten op bedacht moeten zijn. 6.4
Bodemtaken
Met de komst van de Omgevingswet is de verwachting dat bodemtaken die voorheen bij de provincie waren belegd, via de gemeenten bij de ODRU belegd kunnen worden. De ODRU wil zich voorbereiden om vanaf 1 januari 2022 deze taken uit te kunnen voeren. Het bestuur constateert dat op dit moment onduidelijk is of er vanuit het Rijk voldoende middelen richting de gemeenten vloeien om de bodemtaken te financieren. De komende tijd zal hier meer duidelijkheid over moeten ontstaan, voordat gemeenten zich hieraan kunnen committeren. Zonder dekkingsmiddelen kan de ODRU deze taken niet uitvoeren.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
31 Akkoord secretaris:
(ontwerp)Begroting 2022
7.
Geprognosticeerde balans 2022 – 2025 Balans - Activa (in euro's)
Balans 2021 (na bgw)
Balans 2022
Balans 2023
Balans 2024
Balans 2025
7.500 735.562 743.062
2.500 794.607 797.107
881.977 881.977
985.964 985.964
Vaste activa Materiele vaste activa - Investeringen met een economisch nut: - Verbouwingen - Apparaten /installaties
12.500 616.979 629.479
Vlottende activa Uitzetting rente looptijd < 1jaar - Vorderingen publiekrechtelijke lichamen - Vorderingen Overige instanties - Uitzetting in 's Rijks schatkist Liquide middelen - Kassaldo - Banksaldo Overlopende activa - Overige nog te ontvangen bedragen, en vooruitbetaalde bedragen die ten lasten van volgende begrotingsjaren komen Totaal Activa
4.200.000 4.200.000 4.200.000 4.200.000 4.200.000 29.000 29.000 29.000 29.000 29.000 3.558.398 3.336.677 3.251.632 3.145.762 3.031.775 7.787.398 7.565.677 7.480.632 7.374.762 7.260.775 1.000 250.000 251.000
1.000 250.000 251.000
1.000 250.000 251.000
1.000 250.000 251.000
1.000 250.000 251.000
140.000
140.000
140.000
140.000
140.000
8.807.877 8.699.739 8.668.739 8.647.739 8.637.739
TABEL 15A: GEPROGNOSTICEERDE BALANS 2022-2025 – ACTIVA
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
32 Akkoord secretaris:
(ontwerp)Begroting 2022
Balans - Passiva (in euro's)
Balans 2021
Balans 2022
Balans 2023
Balans 2024
Balans 2025
703.429 -
703.429 -
703.429 -
703.429 -
703.429 -
703.429
5.000 708.429
5.000 708.429
5.000 708.429
5.000 708.429
291.170 291.170
199.310 199.310
189.310 189.310
179.310 179.310
169.310 169.310
(na bgw)
Vaste Passiva Eigen vermogen Reserves - Algemene reserve - Bestemmingsreserve Uitvoering Koers Saldo rekening - Gerealiseerde resultaat Voorzieningen - Voorziening boventalligen Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd <1jr - Rekening courant BNG - Crediteuren - Belastingen (BTW) en Premies Overlopende passiva - Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume - De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren - Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen (huurkorting) Totaal Passiva
1.250.000 1.250.000 1.250.000 1.250.000 1.250.000 1.300.000 1.300.000 1.300.000 1.300.000 1.300.000 2.550.000 2.550.000 2.550.000 2.550.000 2.550.000
360.000
360.000
360.000
360.000
360.000
4.850.000 4.850.000 4.850.000 4.850.000 4.850.000
53.278 32.000 11.000 5.263.278 5.242.000 5.221.000 5.210.000 5.210.000 8.807.877 8.699.739 8.668.739 8.647.739 8.637.739
TABEL 15B: GEPROGNOSTICEERDE BALANS 2022-2025 – PASSIVA
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
33 Akkoord secretaris:
(ontwerp)Begroting 2022
7.1
Toelichting op de geprognosticeerde balans
De begroting 2022 is gericht op de structurele baten en lasten van de ODRU, met als grondslag de langdurig afgesloten contracten met onze eigenaargemeenten. De structurele effecten van de Omgevingswet zijn ten tijde van het opstellen van deze begroting nog onvoldoende concreet, en zodoende nog niet opgenomen in deze meerjarenbegroting. Parallel lopend aan het opstellen van de begroting, wordt vanuit het programma Omgevingswet een inschatting gemaakt van de structurele effecten van de Omgevingswet. Hierop volgend vinden gesprekken plaats tussen de ODRU en de gemeenten over de invulling van de UVP’s 2022. Mogelijke effecten op de structurele baten en lasten zullen vervolgens in een begrotingswijziging 2022 worden verwerkt en worden opgenomen in de meerjarenbegroting 2023-2026. Op basis van de huidige langlopende contracten is de verwachting dat de ODRU de komende jaren financieel gezien in een stabiele situatie zal verkeren. Het beleid is erop gericht om een stabiel investerings- en afschrijvingsbeleid te volgen en de opgenomen voorziening aan te wenden voor de doelen waarvoor zij zijn bestemd. De verwachting is dat er geen (langlopende) leningen nodig zullen zijn. Eventuele kortdurende liquiditeitstekorten kunnen tijdelijk worden opgevangen met de kredietfaciliteiten van de BNG. 7.1.1
Activa
7.1.1.1 Materiële vaste activa De balanswaarde van materiële vaste activa is begin 2022 naar verwachting gestegen tot ruim € 629.479 en zal daarna doorstijgen tot circa € 985.964 in 2025. Met name IT-vervangingsinvesteringen dragen bij aan deze stijging. De ODRU streeft naar een ideaalcomplex waarbij er een evenwicht bestaat tussen afschrijvingen en investeringen. Voor de komende jaren wordt gestreefd naar een bedrag per jaar van € 400.000. De kantoorinrichting meubilair en dergelijke is niet in de staat van vaste activa opgenomen omdat deze door de verhuurder (provincie Utrecht) zijn aangeschaft. De inrichting voldoet nog aan de gestelde eisen en zal op termijn als vervangingsinvestering worden opgenomen. 7.1.1.2 Vlottende activa De balanswaarde van vlottende activa zullen naar verwachting de komende jaren uitkomen op circa € 7,7 miljoen. Een belangrijk onderdeel vormen de verplichte “uitzettingen” in ‘s Rijksschatkist. De verwachting is dat de liquide middelen en de overlopende activa als onderdeel van de vlottende activa, met respectievelijk € 251.000 en € 140.000 niet in waarde zullen veranderen op de balans.
7.1.2
Passiva
7.1.2.1 Eigen vermogen De verwachting is dat er de komende jaren geen grote wijzigingen zullen optreden in het eigen vermogen. Door de doorloop van het programma Omgevingswet naar 2022 wordt dit jaar ook nog de bestemmingsreserve Uitvoering Koers aangewend voor de dekking van het programma. Sinds 2020 werkt de ODRU met een bandbreedte voor het weerstandsvermogen. Hierbij is het de bedoeling dat het weerstandsvermogen tussen 1,0 en 1,4 uitkomt. Wanneer het weerstandsvermogen onder de 1,0 uitkomt, wordt de algemene reserve aangevuld, boven de 1,4 wordt een deel van de algemene reserve uitgekeerd. Het bestuur houdt altijd de mogelijkheid de algemene reserve op te hogen naar 1,4. Besluitvorming hierover vindt plaats via een bestuursbesluit. 7.1.2.2 Voorzieningen In de begroting 2022 is een voorziening boventalligen op de balans opgenomen. Deze voorziening bestaat uit drie delen. Het eerste deel heeft betrekking op een boventallige vanuit de reorganisatie uit 2014 waarvoor de ODRU mogelijk een langdurige WW-verplichting heeft en het tweede deel heeft betrekking op de organisatiewijziging uit 2019. Het derde deel is ontstaan in 2020, na het vertrek van Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
34 Akkoord secretaris:
(ontwerp)Begroting 2022
een drietal medewerkers, dat een mogelijk effect kan hebben op de begroting 2022. De verwachting is dat de voorziening de komende jaren kan worden afgebouwd doordat boventallige medewerkers elders een werkkring vinden. Vanuit de organisatie zal getracht worden om boventallige medewerkers hierbij zo goed mogelijk te begeleiden. 7.1.2.3 Vaste Schuld De verwachting is dat de komende jaren geen lening(en) nodig zijn voor de financiering van ODRU. 7.1.2.4 Overlopende passiva De verwachting is dat er bij de vlottende passiva geen grote wijzigingen zullen plaatsvinden. Onder overige vooruit ontvangen bedragen is de huurkorting opgenomen die is ontvangen van de provincie Utrecht. De ODRU heeft in 2014 per 1 juli 2014 een huurovereenkomst afgesloten voor de periode van 10 jaar. In het contract is opgenomen dat over het eerste jaar (01-07-2014 t/m 30-06-2015) geen huur hoeft te worden betaald. Conform advies van de accountant is de huurkorting verdeeld over de gehele huurperiode van 10 jaar. Het gevolg hiervan is dat de korting als overlopende passiva is opgenomen. Vanaf 2016 wordt deze korting aangewend ten gunste van de huurkosten en loopt deze evenredig af in de jaren tot en met 2023. 7.2
Waarderingsgrondslagen
Grondslagen van waardering en resultaatbepaling Voor zover niet anders vermeld zijn de activa en passiva gewaardeerd tegen de nominale, c.q. inbreng waarde. De begroting is opgesteld in euro’s. Investeringen worden gewaardeerd tegen de werkelijke verkrijgingprijs, zijnde de aanschafwaarde exclusief BTW en eventueel verminderd met ontvangen bijdragen van derden, verminderd met de daarop toegepaste afschrijvingen op basis van de te verwachten economische en/of technische levensduur en met inachtneming van de bepalingen uit de financiële verordening van de Omgevingsdienst, zoals vastgesteld door het AB d.d. 28 september 2017. Op grond van het bovenstaande, en met inachtneming van de bepalingen zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten, worden de materiële vaste activa lineair afgeschreven in: • • •
15 jaar 10 jaar 3 – 5 jaar
: Technische installaties in bedrijfsgebouwen; : Verbouwingen; kantoormeubilair; : Software; automatiseringsapparatuur; telefooninstallaties.
Activa met een verkrijgingprijs van minder dan € 5.000 worden niet afzonderlijk geactiveerd. Activa worden voor 50% van de werkelijke jaarafschrijving afgeschreven in het jaar van aanschaf en/of technische/economische ingebruikname. Er wordt géén rekening gehouden met een restwaarde. 7.2.1
Europese Economische en Monetaire Unie (EMU) saldo
Met het oog op een betere raming en beheersing van het EMU-saldo is in het BBV sinds 2018 een geprognosticeerde balans voorgeschreven. Dit betekent dat met ingang van 2018 in de begroting een geprognosticeerde (meerjaren)balans per 31 december is opgenomen. Het EMU-saldo is een saldo op kasbasis en gemeenten hanteren een stelsel van baten en lasten. Toch is beheersing van het EMU-saldo de afgelopen jaren steeds prominenter op de agenda komen te staan. Op grond van de in Europa gemaakte afspraken is in economisch slechte tijden een EMU-tekort toegestaan (de overheidsschuld mag groeien), maar in economisch goede tijden moet de overheidsschuld afnemen, en daarvoor is een EMU-overschot nodig. Rijk en decentrale overheden zijn
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
35 Akkoord secretaris:
(ontwerp)Begroting 2022
gezamenlijk verantwoordelijk voor de beheersing van het Nederlandse EMU-tekort. De uitsplitsing van deze macronorm naar de verschillende overheidslagen is dan ook een discussie tussen Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen die nog volop gaande is. De uitkomst ervan beïnvloedt met name de ruimte die gemeenten hebben om investeringen te doen.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
36 Akkoord secretaris:
BIJLAGE 1. Formatieoverzicht 2022
Formatieoverzicht tbv Begroting 2022
Organisatie Directie en controller Totaal management Bestuursondersteuning Human Resources Communicatie Planning & Control Bedrijfsbureau Bedrijfsbureau – uitvoering
Totaal Staf en ondersteuning Relatiemanagement Integraal Toezicht & Handhaving Beleid & Vergunningen Expertise & Advies Bedrijfsbureau – uitvoering
Formatie BGW 2021
Totale formatie 2022
(01-07-2021)
(01-01-2022)
Aantal FTE
kosten 2021 (Bijgestelde begroting)
6,40 € 6,40 €
808.000 808.000
€231.500 €206.500 €142.500 €300.500 €1.484.500 €-336.500
25,96 €
2.012.000
25,56 €
2.029.000
2,85 37,20 41,41 29,03 6,10
€240.000 €3.029.500 €3.306.500 €2.471.500 €328.500
2,85 35,20 41,41 29,03 6,10
€245.000 €2.926.500 €3.372.500 €2.521.000 €336.500
9.376.000
114,59
148,95 € 12.196.000
Akkoord voorzitter:
824.500 824.500
3,22 2,56 1,50 3,89 20,49 -6,10
Totaal ODRU
Omgevingsdienst regio Utrecht
6,40 € 6,40 €
€227.000 €202.500 €139.500 €294.500 €1.477.000 €-328.500
116,59
Milieu Bouwen en RO (VHROSV) Milieu-educatie en recreatie (onderwijs) Overhead Totaal
kosten 2022
3,22 2,56 1,50 3,89 20,89 -6,10
Totaal Uitvoering
Per uniform taakveld
Aantal FTE
€
Aantal FTE
kosten 2021
€
9.401.500
146,55 € 12.255.000
kosten 2022
87,06
7.297.500
7.281.500
20,53 7,00 31,96 146,55
1.603.500 475.000 2.820.000 12.196.000
1.635.500 484.500 2.853.500 12.255.000
37 Akkoord secretaris:
BIJLAGE 2. Staat van activa Jaar
Aanschaf Afschrijving waarde termijn
Omschrijving
Investeringen verbouwingen 2014 Verbouwing NDC Locatie 'de Boswerf' Totaal Investeringen verbouwingen Investeringen apparaten/installaties 2017 Geluidsmeter 2017 Investering software (office 365/Join/HR) 2018 Investering monitoren & toetsenborden Investering software (OLO-koppeling/Inspectieview/platform 2018 jaarverslag) 2018 Investering kantoorinrichting 2018 Geluidsmeter 2019 Investering laptops 2019 Investering Kantoorautomatisering (servers, storage) 2019 Investering software (BI-tool, squit/join/afas koppelingen) 2020 Investering Transitie Kantoorautomatisering 2020 Investering software (migratie servers/ /signaaltoezicht app/etc) 2021 Vervangingsinvesteringen 2020 - IT (oa Laptops & telefoons etc) 2021 Vervangingsinvesteringen 2021 – Overig 2022 Vervangingsinvesteringen 2022 – IT 2022 Vervangingsinvesteringen 2022 – Overig Totaal apparaten/installaties TOTAAL
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
Afschrijving 2021
Boekwaarde eind 2021
Afschrijving 2022
Boekwaarde eind 2022
50.000
10
5.000 5.000
12.500 12.500
5.000 5.000
7.500 7.500
12.876 53.880 42.035
10 5 5
1.288 10.776 8.407
7.082 5.388 12.610
1.288 5.388 8.407
5.794 4.203
35.944 44.729 9.923 35.196 178.239 62.941 23.456 96.298 300.000 100.000 300.000 100.000
5 10 10 3 5 5 3 5 3 5 3 5
7.189 4.473 992 11.732 35.648 12.588 7.819 19.260 50.000 10.000 -
10.783 29.074 6.450 5.866 89.119 31.470 11.728 67.409 250.000 90.000 -
7.189 4.473 992 5.866 35.648 12.588 7.819 19.260 100.000 20.000 50.000 10.000
3.594 24.601 5.458 53.472 18.882 3.909 48.149 150.000 70.000 250.000 90.000
214.740
616.979
288.916
728.062
219.740
629.479
293.916
735.562
38 Akkoord secretaris:
BIJLAGE 3. Urenoverzicht eigenaar gemeenten Gemeenten
DVO (G) T-uren
Gemeente Bunnik
4.359
Gemeente De Bilt
4.554
Gemeente De Ronde Venen
Puren
Auren
Totaal uren
Bijdrage per gemeente
4.359
€421.733
4.554
€440.600
22.859
22.859
€2.211.608
Gemeente IJsselstein
19.346
19.346
€1.871.726
Gemeente Montfoort
13.135
13.135
€1.270.811
Gemeente Oudewater
4.046
4.046
€391.451
Gemeente Renswoude
3.310
3.310
€320.243
0
Gemeente Rhenen
3.263
3.263
€315.695
Gemeente Stichtse Vecht
15.923
15.923
€1.540.550
Gemeente Utrechtse Heuvelrug
10.178
10.178
€984.722
Gemeente Veenendaal
6.991
7.310
€707.243
Gemeente Vianen
13.100
13.100
€1.267.425
Gemeente Wijk bij Duurstede
3.773
3.773
€365.038
Gemeente Woerden
13.679
13.679
€1.323.443
Gemeente Zeist
17.060 155.576
17.060 155.895
€1.650.555 €15.082.841
319
319
0
0
Wijzigingen ten opzichte van de begroting 2021 • Afloop handhavingscontract gemeente De Bilt (2.723 uur) per 2022. • Ophoging DVO uren gemeente Rhenen (847 uur) per 2021, via begrotingswijziging. • Verschuiving contracturen gemeente Veenendaal (700 uur) van Tijdelijk naar DVO per 2021, via begrotingswijziging.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
39 Akkoord secretaris:
BIJLAGE 4. Toelichting financiële kengetallen
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
40 Akkoord secretaris:
BIJLAGE 5. Informatie verbonden partijen Gemeenten zijn conform het BBV verplicht gegevens van hun verbonden partijen op te nemen in hun jaarstukken en begroting. In onderstaande tabel zijn enkele gegevens opgenomen en verwijzingen aangegeven waar betreffende gegevens zijn te vinden in deze begroting. Informatie verbonden partijen
beginbalans 2022
eindbalans 2022
Eigen vermogen
922.737
708.429
Vreemd vermogen
8.048.198
7.935.060
Resultaat
Geraamd resultaat bijgestelde begroting 2021
Geraamd resultaat begroting 2022
informatie te vinden op blz. blz. 33
5.000
blz. 33 blz. 25 en 5.000 29
Risicobeheersing
blz. 17
Financiële kengetallen
blz. 19
Inzicht in overhead en kosten
blz. 24
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
41 Akkoord secretaris: