A17.1 Werkwijze totstandkoming omgevingsprogramma's DEF Oudewater.pdf
Tekst van het document
Bestuurlijke werkwijze Voor de totstandkoming van omgevingsprogramma’s
1. Inleiding Op 9 juni 2022 heeft de gemeenteraad van Oudewater de Omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft richting aan de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving voor Oudewater tot 2030, met een doorkijk naar 2040. De Omgevingsvisie is de integrale langetermijnvisie van de gemeente voor de hele fysieke leefomgeving. Het bevat de hoofdlijnen van het te voeren beleid, de ambities en de gewenste ontwikkelingen voor de fysieke leefomgeving (het ‘wat’). In een omgevingsprogramma werkt het college de omgevingsvisie uit in doelen, maatregelen en inzet (het ‘hoe’). In een eerdere themasessie op 27 mei 2025 is de gemeenteraad geïnformeerd over de vervolgstappen die de Omgevingswet vraagt aan bestuursorganen. U bent aan de hand van een presentatie door Trees van der Schoot meegenomen in de werking van de beleidsinstrumenten in de Omgevingswet en de rol van de gemeenteraad. Daarnaast hebben wij met u gesproken over het voorstel voor de werkwijze rondom omgevingsprogramma’s. Deze bijlage gaat in op de werkwijze voor de totstandkoming van omgevingsprogramma’s en beschrijft wanneer en hoe de gemeenteraad daarbij betrokken wordt. Alvorens we ingaan op de werkwijze, beschrijven we de rolverdeling tussen raad en college in de beleidscyclus van de Omgevingswet.
2. Werkwijze omgevingsprogramma’s Zoals hiervoor bleek stelt de raad de kaders in de omgevingsvisie. Het college werkt het beleid uit in omgevingsprogramma’s. Het college werkt hierin graag samen met de raad. Dat doet het college door de raad op de volgende momenten te betrekken bij de totstandkoming van een omgevingsprogramma:
Raadsinformatiebrief bij start De raad wordt via een raadsinformatiebrief geïnformeerd over het voornemen van het college om een omgevingsprogramma op te stellen. In de raadsinformatiebrief wordt het proces geschetst en de algemene en inhoudelijke uitgangspunten en kaders voor het omgevingsprogramma benoemd. Op die manier is helder wat het vertrekpunt is van het omgevingsprogramma. Dat zijn ook de kaders die verder zullen worden uitgewerkt in een omgevingsprogramma. Tevens benoemd het college op welke wijze participatie plaatsvindt, hoe het vervolgproces eruit ziet en wanneer de gemeenteraad geïnformeerd of betrokken wordt. Naar aanleiding van deze raadsinformatiebrief kan de raad het verzoek doen om het omgevingsprogramma te agenderen.
Themasessie raad Tijdens het participatieproces met de samenleving over een nieuw omgevingsprogramma kan ervoor gekozen worden om ook een themasessie voor de raad te organiseren. In deze sessie krijgt de raad de gelegenheid om vragen te stellen aan het college over de beleidsvorming. Na deze sessie kan het college beginnen met het opstellen van het omgevingsprogramma. Het college zal bij de raad de belangstelling peilen voor een themasessie. De raad kan zelf ook het onderwerp agenderen.
Concept omgevingsprogramma ter consultatie Onderzoek, analyse en participatie leiden tot een concept omgevingsprogramma. Het college stelt het concept omgevingsprogramma vast en stuurt deze aan de raad ter consultatie. Er wordt in deze fase gebruik gemaakt van de procedure van ‘wensen en bedenkingen’. In een raadsvoorstel wordt de gemeenteraad in de gelegenheid gesteld om wensen en bedenkingen te uiten over het voorgenomen besluit van het college om het omgevingsprogramma vast te stellen. Het raadsvoorstel is zodanig geformuleerd dat de raad geen wensen en of bedenkingen heeft tegen het omgevingsprogramma. Mocht dat niettemin het geval zijn, kan de raad besluiten het raadsvoorstel te amenderen met geformuleerde wensen en bedenkingen of middels een motie een opdracht aan het college mee te geven in het vervolgproces.
Zienswijzeprocedure In sommige gevallen schrijft de wetgever bij de voorbereiding van (een wijziging van) de omgevingsvisie en omgevingsprogramma’s de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor. We noemen dit ook wel de uitgebreide voorbereidingsprocedure of zienswijzeprocedure. Met deze procedure krijgen inwoners en bedrijven de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen op een ontwerpbesluit. Bij omgevingsprogramma’s is de toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure afhankelijk van de aard van het omgevingsprogramma. Indien er sprake is van een verplicht omgevingsprogramma of een omgevingsprogramma waarvoor een milieueffectrapportage (MER) benodigd is, is de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing. Het college kan ook vrijwillig besluiten om de uitgebreide procedure toe te passen indien zij daartoe aanleiding ziet. Indien deze procedure van toepassing is, wordt het omgevingsprogramma voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd alvorens het college het concept omgevingsprogramma vaststelt en naar de raad zend voor consultatie. Het college verwerkt eerst de ingekomen zienswijzen in het concept omgevingsprogramma en stuurt het concept inclusief reactienota naar de raad. Op die manier kan de raad ook kennis nemen van de ingekomen zienswijzen en de reactie van het college daarop.
Raadsinformatiebrief bij vaststelling Na behandeling van het raadsvoorstel besluit het college, met inachtneming van eventuele wensen en bedenkingen, over de vaststelling van het omgevingsprogramma. Via een raadsinformatiebrief geeft het college een terugkoppeling over zijn definitieve besluit en wat het college met eventuele wensen en bedenkingen heeft gedaan. Deze werkwijze is tevens verwerkt in het interne stappenplan voor de ontwikkeling van een omgevingsprogramma.