A16.2 raadsbesluit aanwijzing BOPA's waarop bindend adviesrecht gemeenteraad o.g.v. Ow (110842) - .pdf
Tekst van het document
Gemeente Oudewater
RAADSBESLUIT Oudewater D/23/110842 Z/23/060385
Agendapunt:
Onderwerp:
10
Raadsbesluit inzake aanwijzing BOPA's waarop bindend adviesrecht van toepassing
wordt verklaard in het kader van de Omgevingswet
De raad van de gemeente Oudewater;
gelezen het voorstel d.d.
4 juli 2023
van:
- burgemeester en wethouders
gelet op het bepaalde in de Gemeentewet;
besluit: Adviesrecht Voor bindend adviesrecht aan de gemeenteraad, als bedoeld in artikel 16.15a, lid 1, onder b, onder 1
van de Omgevingswet, voor te leggen:
a.
Aanvragen omgevingsvergunning, die afwijken van het Omgevingsplan en niet passen
b.
gemeenteraad vastgestelde sectorale beleidsnota's die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Uitgezonderd hiervan zijn:
binnen de kaders van de Omgevingsvisie en -programma's alsmede door de
1.
2.
Aanvragen omgevingsvergunning die passen binnen de regels van de voormalige kruimelgevallenregeling als bedoeld in artikel 4 van bijlage Il Besluit Omgevingsrecht, zoals weergegeven in bijlage 1 (D/23/113224) behorende bij dit raadsbesluit; Aanvragen omgevingsvergunning die passen binnen de afwijkingsregels van de
geldende bestemmingsplannen, die worden opgenomen in het per 1 juli 2022 van rechtswege ontstane Omgevingsplan; 3.
Aanvragen omgevingsvergunning die passen binnen de regels, die aan
wijzigingsbevoegdheden zijn verbonden in de geldende bestemmingsplannen, die worden opgenomen in het per 1 juli 2022 van rechtswege ontstane Omgevingsplan.
Pagina 1 van 2
Aldus besloten
dgor de raad van de gemeente Oudewâterin zijn openbare vergadering,
gehouden op 28 s&ptember 2023,
mr. M.W. B sma | va griffier
i DS. de Vries voorzitter
Pagina 2 van 2
Gemeente Oudewater Overzicht van de kruimelgevallenregeling(artikel 4, bijlage Il Bor) Bijlage 1 behorend bij raadsbesluit adviesrecht Omgevingswet D/23/110842 Artikel 4 Voor verlening van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet
van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking: 1.
een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen:
a. b. 2.
3.
4.
5. 6. 7.
niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf, de oppervlakte niet meer dan 150 m2;
een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening als bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, onder a, dat niet voldoet aan de in dat subonderdeel genoemd eisen,
mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 5 m, en b. de oppervlakte niet meer dan 50 m?; een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 10 m, en b. de oppervlakte niet meer dan 50 m?; een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw;
een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m; een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld in ARTIKEL 1, EERSTE LID, ONDER W,VAN DE ELEKTRICITEITSWET1998; een installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens ARTIKEL 5, TWEEDE LID, VAN HET UITVOERINGSBESLUIT MESTSTOFFENWET aangewezen eindproducten van een krachtens dat
wo oo
artikellid omschreven bewerkingsprocedé dat ziet op het vergisten van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met in de omschrijving van dat procedé genoemde nevenbestanddelen; het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied;
het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a.
b.
de recreatiewoning voldoet aan de bij of krachtens de WONINGWET aan een bestaande woning gestelde eisen;
de bewoning niet in strijd is met de bij of krachtens de WET MILIEUBEHEER, de WET GELUIDHINDER, de WET AMMONIAK EN VEEHOUDERIJ en de WET GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ gestelde regels of de RECONSTRUCTIEWET CONCENTRATIEGEBIEDEN,
c.
de bewoner op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en
d.
deze sedertdien onafgebroken bewoont, en de bewoner op 31 oktober 2003 meerderjarig was.