CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

A13.3 Realisatieagenda NOVEX Groene Hart 2024_3.pdf

Gemeenteraad 28 mei 2026, gemeente OudewaterBij agendapunt: 5: Vaststellen wijze van afdoening van de ingekomen stukken8.291 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Coördinatiebureau Groene Hart ♥ Archimedeslaan 6 ♥ Postbus 80300 ♥ 3508 TH Utrecht ♥ T: 06 52 76 97 58 / E:cb@bestuurlijkplatformgroenehart.nl

Realisatieagenda Groene Hart 2024 –2026 Uitvoeringsagenda NOVEX Groene Hart Definitieve versie, vastgesteld op 17 oktober 2024

Inleiding In het Groene Hart is al een langdurige bestuurlijke samenwerking die is geïntensiveerd met het NOVEX-programma. Sinds de aanduiding als NOVEX-gebied, heeft het Groene Hart verschillende stappen doorlopen. Dit heeft in 2022 geresulteerd in een breed gedragen Bestuursovereenkomst en begin 2024 tot een Ontwikkelperspectief voor het Groene Hart. De volgende stap in het NOVEXproces is de opstelling van een uitvoeringsagenda.

Fig. 1. Schematische weergave fases in de Groene Hart samenwerking/NOVEX aanpak

Een realisatieagenda De uitvoeringsagenda van de NOVEX/Groene Hart is geen optelsom van alle projecten die in het kader van andere programma’s en trajecten in het Groene Hart worden uitgevoerd. De leden van het Bestuurlijk Platform Groene Hart hebben uitgesproken dat dit niet wenselijk is aangezien in de NOVEX-samenwerking iedere overheid verantwoordelijk blijft voor de eigen rol en taakopvatting en er dan veel overlap, dubbelingen en verwarring kan ontstaan. Waar de NOVEX-samenwerking wel voor staat is om bestuurlijk en ambtelijk uitvoering te geven aan het gezamenlijk vastgestelde Ontwikkelperspectief Groene Hart en de daar onder liggende Bestuursovereenkomst NOVEX-Groene Hart. Het ontwikkelperspectief is ook richting gevend voor de Realisatieagenda en de sleutelprojecten die binnen deze agenda gestalte krijgen. Voor de uitvoeringsagenda van de NOVEX Groene Hart zoeken we naar innovatieve werkwijzen die tot nieuwe of verbeterde oplossingen leiden, gericht op het realiseren van opgaven in het Groene Hart. De daadwerkelijke uitvoering van een project ligt bij de verantwoordelijke bestuurslaag. We spreken in het Groene Hart dan ook van een realisatieagenda en niet van een uitvoeringsagenda.

De zoektocht naar een nieuwe manier van werken is bekrachtigd in het bestuursakkoord, de maatschappelijke opgaven waaraan we werken staan in het vastgestelde Ontwikkelperspectief Groene Hart. Beide lijnen komen samen in de Realisatieagenda. De NOVEX-Groene Hart zet in op een gebiedsgerichte aanpak, hiervoor zijn verschillende werkmethoden voorhanden. Al lange tijd werken we in het Groene Hart met het opgaven gestuurd werken1. Vanuit de samenwerking met de Rijksuitvoeringsorganisaties willen we ook de ‘kapstok gebiedsontwikkeling’, destijds ontwikkeld door DLG, benutten. Daarnaast zijn ook veel andere 1

Partner & Pröpper. Opgavengestuurd werken, 2023

Coördinatiebureau Groene Hart ♥ Archimedeslaan 6 ♥ Postbus 80300 ♥ 3508 TH Utrecht ♥ T: 06 52 76 97 58 / E:cb@bestuurlijkplatformgroenehart.nl

gebieden bezig met een zoektocht naar gebiedsgericht realiseren. We zijn aangesloten bij de community van Stichting kennis Gebiedsontwikkeling (SKG). Met de inzichten van nu is het kwadrant van Wing actueel om toe te passen, het is de lagenbenadering in nieuwe stijl waarbij blijk dat er ‘vrije ruimte’ nodig is om te mogen experimenteren en te leren. Dit is in het onderstaande schema weergegeven. In navolging van de opgedane ervaringen en de huidige inzichten bij gebiedsgericht werken is onderstaand kwadrant meegenomen in de werkwijze van de realisatieagenda. De ‘vrije ruimte’ betekent niet dat er geen regels of beleidsvoornemens zijn. Het is vooral de zoektocht naar wat er in gebieden wenselijk is (wat kan wel en hoe doe je dat samen), hier wordt lering getrokken uit de MIRT systematiek.

Coördinatiebureau Groene Hart ♥ Archimedeslaan 6 ♥ Postbus 80300 ♥ 3508 TH Utrecht ♥ T: 06 52 76 97 58 / E:cb@bestuurlijkplatformgroenehart.nl

Uitgangspunten Uitgangspunt voor de Realisatieagenda is dat er geen overname is van projecten of programma’s. We zoeken naar aanvullende activiteiten die realisatie mogelijk maken. Dit betekent een nadruk op het verbinden van trajecten en programma’s, aanjagen, inspireren, initiëren, samenwerken tussen de overheden en regio-overstijgend en onderzoek doen. Inhoudelijk is het Ontwikkelperspectief Groene Hart het uitgangspunt en door bovenstaande activiteiten geven we invulling aan de ontwikkelprincipes.

Maatschappelijke Opgaven Het Ontwikkelperspectief geeft aan welke maatschappelijke opgaven in het Groene Hart spelen en ook de ontwikkelrichting is beschreven met de ontwikkelprincipes. Voor de Realisatieagenda is het van belang om zowel op verschillende clusters van thema’s én aan gebiedsgerichte casuïstiek te werken om realisatie te bewerkstelligen. De clusters die we onderscheiden uit het Ontwikkelperspectief zijn: -

Laagveen – water en bodem sturend, een landbouwperspectief en toename van biodiversiteit. Vitaliteit en leefbaarheid in het Groene Hart – wonen, recreëren en bereikbaarheid. Verdienvermogen van het Groene Hart – bedrijfsterreinen, recreatie, landbouw en energie Het Groene Hart iconisch landschap – ruimtelijk kwaliteit, erfgoed en nabijheid Randstad.

In de vijf onderscheiden regio’s in het Groene Hart is een exercitie gedaan om deze opgaven in beeld te brengen. Dit laat zien dat de geclusterde thema’s overal in het Groene Hart aanwezig zijn en dus verbindend voor het geheel.

Fig. 2 Opgaven kaart voor de Realisatieagenda

Coördinatiebureau Groene Hart ♥ Archimedeslaan 6 ♥ Postbus 80300 ♥ 3508 TH Utrecht ♥ T: 06 52 76 97 58 / E:cb@bestuurlijkplatformgroenehart.nl

Werkwijze De Realisatieagenda van de NOVEX Groene Hart bestaat uit drie sporen: 1. Bijdragen aan structurerende keuzes. Voor de ontwikkeling van het Groene Hart moeten keuzes gemaakt worden. Deze keuzes worden veelal niet binnen het Groene Hart gemaakt maar op nationale of internationale schaal. Al eerder is een schuurpuntennotitie opgesteld, bijlage 1. Met het uitwerken van het Ontwikkelperspectief is te verwachten dat zich nog meer schuurpunten/keuzenvraagstukken aandienen. De Realisatieagenda is een condensatiepunt dat er enerzijds voor zorgt dat trajecten van anderen tot input leiden voor de te maken keuzes en anderzijds dat keuzes die gemaakt worden een doorvertaling krijgen naar Groene Hart betekenis. Het Coördinatiebureau Groene Hart vervult hier de rol om onderzoeken en projecten te verbinden, kennis te verspreiden en versnelling mogelijk te maken. Het Coördinatiebureau houdt een lijst bij van initiatieven. Zie bijlage 2. We streven niet naar een uitputtende lijst, maar vooral naar overzicht en inzicht. Op het gebied van Water en Bodem Sturend hebben we bijvoorbeeld een rol in de klankbordgroep van het onderzoek “Verkenning impact grondwaterpeilopzet veenweiden” en zijn we kernteamlid van de gebiedsstrategie Centraal Holland binnen het Deltaprogramma.

Het Coördinatiebureau heeft een actieve rol in het verbinden van initiatieven en het vraagt van alle partijen in de Groene Hart samenwerking om actief input te leveren en ook open te staan voor de events die georganiseerd worden om kennis te delen. 2. Sleutelprojecten: Alleen bijdragen aan de structurerende keuzes leidt niet direct tot realisatie van ruimtelijke meervoudige opgaven en het toepassen van nieuwe werkwijzen, hiervoor zijn de sleutelprojecten noodzakelijk. Sleutelprojecten zijn ruimtelijke opgaven die o.a. grensoverstijgend zijn, waarbij meerdere partners nodig zijn, waar meervoudig doelbereik van toepassing is (via de vrije ruimte ‘de koek vergroten’ en opgaven gestuurd werken) en die bijdraagt aan de ontwikkeling van het Groene Hart zoals beschreven in het Ontwikkelperspectief Groene Hart. Een sleutelproject geeft op een fysieke plek invulling aan allerlei lopende processen en programma's, zoals water- bodem sturend, Groen Groeit Mee, toegangspoorten en bijvoorbeeld de transitie in het landelijk gebied (aanvullend en in samenhang met de PPLG-doelen). De sleutelprojecten vormen de eerste Regionale Investeringsagenda (RIA). Wanneer sleutelprojecten tot uitvoering kunnen komen op de wijze passend bij het Ontwikkelperspectief Groene Hart komt er een vervolg RIA.

De RIA is een groeiend document naar mate we meer zicht hebben op welke investeringen bijdrage aan de gewenste transitie van het Groene Hart. Het indienen van sleutelprojecten is mogelijk voor alle partners. We vragen daarnaast elke regio van het Groene Hart om 1 of 2 projecten/gebieden aan te melden als sleutelproject. De ingediende sleutelprojecten worden besproken en vastgesteld in het Bestuurlijk Platform. Het doel is om de projecten/gebieden te verrijken en te concretiseren tot het niveau dat het duidelijk is dat het uitgevoerd kan worden of dat dit om welke redenen dan ook niet mogelijk is.

Coördinatiebureau Groene Hart ♥ Archimedeslaan 6 ♥ Postbus 80300 ♥ 3508 TH Utrecht ♥ T: 06 52 76 97 58 / E:cb@bestuurlijkplatformgroenehart.nl

De criteria en aanpak hoe te komen tot sleutelprojecten staan beschreven in bijlage 3. De criteria kunnen gebiedsgericht nog aangevuld worden. Belangrijk om hierbij in ogenschouw te houden dat de sleutelprojecten bijdragen aan de rode draad van transitie in het Groene Hart, langs de lijn van het Ontwikkelperspectief. In de sleutelprojecten willen we: -

-

-

Faciliteren door kennis en kunde in het samenwerkingsproces in te brengen via het Opgaventeam (o.a. opgaven gestuurd werken, MIRT-systematiek,). Het gaat daarbij niet alleen om het ‘vergroten van de koek’, ofwel het meervoudig doelbereik, maar ook om het betrekken van alle stakeholders en het ondersteunen en analyseren en verbeteren van het proces ‘onder de motorkap’ dat nodig is om tot vernieuwing en versnelling te komen. Met dit laatste worden ingesleten patronen en opvattingen rond realisatie van opgaven bedoeld die bij stakeholders een rol spelen in het ontwikkelproces. De financieringsbehoefte helpen in kaart te brengen en via de NOVEX-samenwerking bij partners, zoals het Rijk, te agenderen. Inspireren door onderzoeken, kennis en ontwikkelingen aan de opgaven en betrokken te verbinden Verdieping en Groene Hart kwaliteit toe te voegen door ‘tegenspraak’ te organiseren, andere perspectieven/brillen in te brengen en ‘vrije denkruimte’ en/of experimenteerruimte te organiseren. De casuïstiek van de sleutelprojecten helpt de structurerende keuzes te voeden.

Sleutelprojecten schieten volgens het kwadrant van WING dus heen en weer tussen open en gebonden ruimte, met als belangrijkste doel van te leren en structurele knelpunten in de realisatie te agenderen. De sleutelprojecten nemen we op deze manier niet over maar geven we input. 3. Monitoring: De huidige monitor van het Groene Hart volgt de ontwikkelingen in het Groene Hart, ontwikkelingen die autonoom en beleidsmatig gestuurd zijn. De huidige monitor zal omgebogen worden om te kunnen volgen of de ruimtelijke ontwikkelingen in het Groene Hart passend zijn bij het Ontwikkelperspectief en of de beleidsinspanningen leiden tot een samenhangend, transitiegericht en toekomstbestendig Groene Hart. Het Opgaventeam speelt om de voortgang te monitoren- een belangrijke rol evenals het Coördinatiebureau.

Coördinatiebureau Groene Hart ♥ Archimedeslaan 6 ♥ Postbus 80300 ♥ 3508 TH Utrecht ♥ T: 06 52 76 97 58 / E:cb@bestuurlijkplatformgroenehart.nl

Organisatorisch Het organiseren van de drie sporen wordt op de volgende twee manieren gefaciliteerd: a. Thematische werkgroepen: In de eerste fase van het NOVEX programma waren er werkgroepen actief die veel van de onderzoeken hebben begeleid. De werkgroepen kennen ook een bestuurlijk kopgroep. Met de fase van het Ontwikkelperspectief en het afronden van verschillende onderzoeken, zijn de bestaande werkgroepen inactief geworden. De werkgroepen worden om de thematische clusters opnieuw bemenst vanuit de verschillende overheden. De werkgroep bepaalt de agenda en formuleert dit in een opdracht die door het BPGH wordt vastgesteld, gemonitord en wanneer nodig bijgesteld. Door de activiteiten van de werkgroepen krijgen de ontwikkelprincipes van het Ontwikkelperspectief via de drie sporen-aanpak invulling. Naast vier werkgroepen aansluitend bij de vier thematische clusters bestaat ook de mogelijkheid, indien daar behoefte aan is, om kleinere sub werkgroepen te organiseren binnen een thematisch cluster. Een subwerkgroep valt binnen een thematische werkgroep. Een voorzet voor mogelijke activiteiten zijn beschreven door het Coördinatiebureau in bijlage 4. Standaard op de agenda komen de sleutelprojecten, zodat de werkgroepen concreet input leveren in de casuïstiek. Op deze wijze worden de sleutelprojecten zo integraal en specifiek mogelijk voorzien van inzichten en kennis. b.

Een Opgaventeam: Er komt hulp vanuit een opgaventeam waarin verschillende mensen/capaciteiten beschikbaar zijn. Al naar gelang de casus kan gebruik worden gemaakt van: een (opgave)coördinator, een communicatieadviseur, een adviseur Opgaven Gestuurd Werken, een ruimtelijk ontwerper, kennis en kunde van rijksuitvoeringsorganisaties, Omgevingswet(jurist) en wat eventueel aanvullend nog nodig is. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling om het project of de gebiedsopgaven over te nemen. Het opgaventeam werkt samen met de lokale projectleider en fungeert als een ‘buitenboordmotor’ om het betreffende sleutelproject te ondersteunen, voeden en versnellen. Voor bemensing van het opgaventeam wordt er eerst gekeken of er expertise en tijd beschikbaar is bij een van de organisaties die deelnemen aan de Groene Hart samenwerking alvorens over te gaan tot de inhuur van externe expertise.

Governance In figuur 2 is de voorgestelde governance schematisch weergegeven. Bestuurlijk Platform Groene Hart De vertegenwoordiging van het Bestuurlijk Platform en de daarbij horende rollen en taken blijft zoals in de Bestuursovereenkomst is afgesproken. Het BPGH komt 4 keer per jaar bijeen. In het kader van de nieuwe fase van het NOVEX-proces, het opstellen en uitvoering geven aan de realisatieagenda geeft het Bestuurlijk Platform Groene Hart bestuurlijke richting en begeleiding aan de drie sporen (1. Structurerende keuzes, 2. sleutelprojecten en 3. monitoring). De NOVEX Groene Hart zoekt naar nieuwe arrangementen om tot uitvoer te komen. Dit doen we met name door ons te verbinden met verschillende trajecten die input geven aan de structurerende keuzes en te leren door te doen in gebieden met sleutelprojecten. Deze aanpak vraagt dat er bestuurlijk mandaat gegeven wordt om:

Coördinatiebureau Groene Hart ♥ Archimedeslaan 6 ♥ Postbus 80300 ♥ 3508 TH Utrecht ♥ T: 06 52 76 97 58 / E:cb@bestuurlijkplatformgroenehart.nl

-

-

De bestaande werkgroepen te actualiseren en waar nodig opnieuw bestuurlijk en ambtelijk te bemensen. Het BPGH stelt de opdracht van de werkgroep vast die gericht is op het geven van invulling aan de structurerende keuzes, de ontwikkelprincipes en thematische inbreng in de sleutelprojecten. De werkgroepen zorgen ervoor dat we gebruik maken van de meest recente kennis en inzichten. Een actieve deelname van de 5 regio's om sleutelprojecten in te dienen, in afstemming met de andere overheidslagen in de betreffende regio. Te werken aan een groeiende Regionale Investeringsagenda. Een Opgaventeam te vormen om naast de verantwoordelijke partijen te zoeken naar verrijking en realisatie. Een wisselwerking tussen de ambtelijke werkgroepen en de maatschappelijke klankbordgroep op basis van de sleutelprojecten.

Coördinatiebureau Groene Hart De taken van het CBGH blijven in principe gelijk aan eerdere fases. De bureautaken omvatten onder andere: -

Secretaris van BPGH en de Adviesgroep Coördinerend voor het kernteamoverleg en het overleg met de 5 regio’s (ambtelijk) Coördinatie van de werkgroepen nieuwe stijl, opgaventeams en de inbreng richting de Adviesgroep/BPGH Relatie en netwerkbeheer partners / stakeholders Jaarevent / bijeenkomsten Website / socials Programmafinanciering, jaarbegroting en budgetbeheer Inhuur bureaus t.b.v. onderzoek Personele aangelegenheden

Adviesgroep Betreft de ambtelijke afspiegeling van het BPGH, komt circa 8 keer per jaar bijeen en wanneer nodig vaker. De adviesgroep bereid de bestuurlijke agenda en stukken voor. Het voorzitterschap rouleert en ligt momenteel bij Provincie Zuid-Holland. Kernteam Aanvullend op de adviesgroep is er het periodieke kernteamoverleg waarbij er vanuit iedere overheidslaag 1 persoon deelneemt. Het doel is om snel in kunnen spelen op signalen en ontwikkelingen vanuit de verschillende overheidslagen en stakeholders. Overleg bestuursadviseurs 5 regio’s Dit overleg richt zicht op een goede verbinding met de +30 aangesloten gemeenten in het Groene Hart. Het draait in deze overleggen om kennisuitwisseling, signalen en vragen uitwisselen en bijvoorbeeld de communicatie naar de besturen en raden op orde houden. In dit overleg wordt ook de aanpak om te komen tot sleutelprojecten en de RIA besproken.

Coördinatiebureau Groene Hart ♥ Archimedeslaan 6 ♥ Postbus 80300 ♥ 3508 TH Utrecht ♥ T: 06 52 76 97 58 / E:cb@bestuurlijkplatformgroenehart.nl

Figuur 2: Voorgestelde governance Realisatieagenda NOVEX Groene Hart

Coördinatiebureau Groene Hart ♥ Archimedeslaan 6 ♥ Postbus 80300 ♥ 3508 TH Utrecht ♥ T: 06 52 76 97 58 / E:cb@bestuurlijkplatformgroenehart.nl

Bijlage 1: Schuurpunten notitie april 2023 Bijlage 2: overzicht van programma's, onderzoeken, initiatieven Bijlage 3: criteria en aanpak hoe te komen tot sleutelprojecten Bijlage 4: voorzet voor activiteiten voor de thematische werkgroepen.

Coördinatiebureau Groene Hart ♥ Archimedeslaan 6 ♥ Postbus 80300 ♥ 3508 TH Utrecht ♥ T: 06 52 76 97 58 / E:cb@bestuurlijkplatformgroenehart.nl

Bijlage 1:

Denkrichting: urgenties, schuurpunten en kansen Notitie ter voorbereiding van ijkmoment 2 voor het BPGH van 19 april 2023 Opsteller: Coördinatiebureau i.s.m. Adviesgroep Groene Hart. Gevraagd: Herkent u de gestelde knelpunten? Heeft u nog aanvullende knelpunten? Wat wilt u agenderen voor het tweede ijkmoment en in het dossier van het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving (BOL)?

Eerste schuurpunten voor tweede ijkmoment NOVEX-proces In het Bestuurlijk Platform Groene Hart van 17 februari jl. is de procesplanning ontwikkelperspectief Groene Hart besproken. In dit document staat beschreven hoe er met schuurpunten omgegaan wordt (in bijlage 1 is de passage over de schuurpunten opgenomen). Daarnaast is gevraagd om schuurpunten/knelpunten die naar voren komen bij het maken van een Ontwikkelperspectief te benoemen en te bespreken in een extra bestuurlijk platform vergadering. De vergadering is voorafgaand aan het tweede ijkmoment voor de provinciale ruimtelijke voorstellen en het Ontwikkelperspectief. In het tweede ijkmoment dienen de denkrichtingen duidelijk te worden. Het Bestuurlijk Platform Groene Hart kan gezamenlijk input meegeven aan het tweede IJkmoment van de drie betrokken provincies. Daarnaast kunnen de schuurpunten ingebracht worden in het dossier van het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving Zuidwest op 14 juni a.s. en Noordwest op 15 juni a.s.

Over het ontwikkelperspectief Groene Hart Het ontwikkelperspectief Groene Hart heeft tot doel om een ontwikkel-pad naar de toekomst te schetsen voor het gebied als geheel. Er is gekozen voor een tijdshorizon van 2050, maar voor sommige van de veranderingen, zoals de klimaatverandering en de benodigde aanpassingen van het watersysteem is een langere tijdshorizon verstandig. Als Nederland hebben we internationale afspraken gemaakt over natuurdoelen (VHR), klimaatdoelen (Klimaatakkoord) en waterdoelen (KRW), doelen die al ruim vóór 2050 bereikt moeten zijn. Het niet halen van gestelde doelen leidt tot een slot op ontwikkelingen en crises (stikstof, woningbouw, energie etc). Willen we voorkomen dat we van de ene crisis in de andere belanden dan zijn er op korte termijn keuzes nodig die perspectief geven aan inwoners en bedrijven. Keuzes in welke mate we willen toe werken naar minder intensief grondgebruik en hoe we ruimte willen geven aan natuur, een robuust water- en bodemsysteem, kwaliteit van de leefomgeving, ons bebouwd gebied, duurzame energie opwek en economie (inclusief de landbouweconomie van het Groene Hart) willen versterken. In alle gevallen is er een vraag om meer ruimte die er niet voorhanden is in Nederland en in het Groene Hart.

Voor het toekomstbeeld van het Groene Hart is een expertteam met de gegeven startpakketten van de Rijksoverheid (Kamerbrief 9 december 2022) en bestaande studies over het Groene Hart aan de slag gegaan in een zeer kort tijdsbestek, een zogenaamde “snelkookpan”. Tijdens het proces van het expertteam zijn er aanvullend nieuwe inzichten gepubliceerd zoals de “Vier scenario’s voor de inrichting van Nederland in 2050”, het signalenrapport “Betrokken burgers”, beide van het PBL en “Elke regio telt” een gezamenlijk advies van het ROB, RLI en RVS. Er zijn eerste gesprekken in regio’s van het Groene Hart gevoerd over het ontwikkelperspectief. Hoewel er verschil kan zijn in urgentiegevoel en de wijze van transitie, zoals onder andere naar voren komt uit de provinciale en waterschapsverkiezingen, staat vast dat er urgentie om gestelde

Coördinatiebureau Groene Hart ♥ Archimedeslaan 6 ♥ Postbus 80300 ♥ 3508 TH Utrecht ♥ T: 06 52 76 97 58 / E:cb@bestuurlijkplatformgroenehart.nl

doelen te halen. Alleen al vanwege klimaatverandering (zeespiegelstijging, zoetwateraanvoer) moeten er grote ruimtelijke keuzes gemaakt worden in laag Nederland waar het Groene Hart een groot aandeel in heeft. Alle bovenstaande trajecten, inzichten en ontwikkelingen hebben geleid tot deze eerste set aan schuurpunten/knelpunten. Het opwerpen van allerhande schuurpunten leidt vervolgens ook tot nieuwe kansen en ontwikkelingen in het Groene Hart. Naast de schuurpunten worden er ook al kansen benoemd om een doorkijk te geven naar het toekomst bestendige Groene Hart van de toekomst, een waardevol gebied voor in- en omwoners.

Schuurpunten en kansen Er is gevraagd om schuurpunten, dit kunnen ook dilemma’s, knelpunten of vraagstukken zijn. De schuurpunten komen onder andere naar voren vanuit de doelen gegeven in de startpakketten van de Rijksoverheid. Door de gekozen scope (bodem, water en landschap) binnen het Groene Hart krijgt de Water en Bodem Sturend-brief veel aandacht in de eerste set aan schuurpunten. Bij de verdere uitwerking van het ontwikkelperspectief zal het accent waarschijnlijk verschillen. In het signaleren van schuurpunten hebben we in de integratiesessie (ambtelijke werksessies ter invulling van het ontwikkelperspectief) gebruik gemaakt van een driedeling in schuurpunten: inhoud, proces en relatie. De gedachte hierachter is dat inhoudelijke schuurpunten zonder een goede samenwerking / relatie of zonder een transparant proces niet oplosbaar zullen zijn. In de integratiesessie hielp de driedeling bij het nadenken over oplossingsrichtingen. Er is in onderstaande teksten geen evenwichtigheid in de driedeling, maar dat is ook niet ons streven geweest.

Inhoudelijke schuurpunten: Zoetwater: onzeker is of er in de toekomst überhaupt voldoende zoetwater aanwezig is voor de grootschalige vernatting van de veenweidegebieden om CO2 uitstoot te reduceren en bodemdaling te remmen, om schade aan bebouwing en infrastructuur te voorkomen of uit te stellen. Er is meer wateraanvoer naar het gebied nodig om de grondwaterstanden op het gewenste niveau van 20-40 cm onder het maaiveld te krijgen of een zelfvoorzienend watersysteem te realiseren, het gebied zelf beschikt over onvoldoende water, met name in droge perioden. Waar het water vandaan komt is een nationaal verdelings- en een klimaat-vraagstuk waar momenteel nog onderzoek naar gedaan wordt. Het verhogen van het grondwaterstanden beperkt de waterbergingscapaciteit. Dit compenseren vraagt veel ruimte bovenop de ruimte die nodig is voor incidentele waterberging bij extreme neerslag; ruimte dus met extensieve gebruiksfuncties. Waterberging in 5-10% diepe polders staat in de Water Bodem Sturend brief. Dit kan in de uitwerking schurend zijn met andere ruimtelijke functies want als elke polder de eigen broek moet ophouden, brengt dit naar verwachting een grote ruimteclaim met zich mee. Dit kan anders uitpakken als het percentage op gebiedsniveau geldt.

Voor de berging in diepe delen zijn extra technische voorzieningen (pompen) nodig om het water op een later moment weer beschikbaar te krijgen. Er moet duidelijkheid komen op dit punt, door met I&W in overleg te gaan, nadat we in Groene Hart verband hierover het gesprek hebben gevoerd. Het opzetten van de grondwaterstand zal op veel percelen leiden tot extra uitspoeling van met name fosfaten, wat een verslechtering van de waterkwaliteit (KRW) tot gevolg heeft. Dit geldt voor de korte termijn (20-30 jaar), eenmaal uitgespoeld is het probleem opgelost. Het bereiken van de KRW doelen raken hiermee nog verder uit zicht. Het opzetten van de grondwaterstand is nodig voor het bereiken van internationale klimaatdoelen. Internationale klimaatdoelen en internationale Waterkwaliteitsdoelen vragen in het Groene Hart derhalve tegenstrijdige maatregelen.

Coördinatiebureau Groene Hart ♥ Archimedeslaan 6 ♥ Postbus 80300 ♥ 3508 TH Utrecht ♥ T: 06 52 76 97 58 / E:cb@bestuurlijkplatformgroenehart.nl

Het ontbreekt in de startpakketten aan een opgave van de doelen van duurzame energie opwek op land ná 2030 (RES). Daardoor kan deze ruimtelijke impact niet goed meegewogen worden, terwijl er sterke vermoedens zijn dat die impact fors is. Voor de transitie van de landbouw naar extensivering, verduurzaming en kringlooplandbouw is beschikbare grond nodig en het bijbehorende grondinstrumentarium om veranderend eigenaarschap /gebruiksrecht in gang te zetten. Er is veel mogelijk maar het vraagt ook tijd om hierin het goede te kunnen doen. Dit staat op gespannen voet met de gestelde deadlines, bijvoorbeeld op het gebied van stikstof, natuur en KRW. In het transitiefonds zijn middelen voor het aanleggen van de 10% GroenBlauweDooradering. Er lijken echter geen budgetten te zijn bij Rijk en/of provincie voor groen/blauwe ontwikkelingen gecombineerd met recreatief gebruik. Deze toegankelijkheid zorgt voor ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid. Het huidige financieel instrumentarium om recreatie, toegankelijkheid en ruimtelijke kwaliteit te ontwikkelen vraagt om rode ontwikkelingen terwijl die op veel plekken in het Groene Hart niet wenselijk of niet realiseerbaar zijn. Woningbouwontwikkeling ten behoeve van de leefbaarheid en vitaliteit van de kernen in het Groene Hart versus geclusterde woningbouw in het Groene Hart om landschap, natuur en landbouwgrond uit te sparen.

Het gaat hierbij ook om de interpretatie van de termen leefbaarheid en vitaliteit en het doel dat we uiteindelijk willen realiseren. Woningbouw kan bijdragen aan leefbaarheid en vitaliteit, maar hoeven niet samen te hangen, rondom Schiphol is de regio ultiem vitaal (veel voorzieningen, bereikbaarheid, werk), maar de leefbaarheid zijn vraagtekens bij te zetten. De ontwikkeling van nieuwe woningen en bedrijventerreinen op traditionele wijze in relatie tot water en bodem sturend. Verstening van het bodemoppervlak voor deze functies staat op gespannen voet met de doelen van water en bodem sturend. Ook binnen de kernen schuurt het inbreiden van bebouwing met klimaatadaptatie, waar ruimte voor nodig is. De vraag is of en onder welke condities deze doelen onderling verenigbaar zijn en welk ruimtegebruik zij vragen. Schuurpunt tussen welke natuurdoelen we nastreven, een coulisselandschap dat ontstaat met groen dooradering van het gebied (doelstelling 10% groen/blauwe dooradering) versus de weidevogelgebieden die vragen om openheid.

Procesmatige schuurpunten: Het ontbreekt aan een eenduidige visie voor het Groene Hart voor burgers en maatschappelijk partijen. Weten alle overhedenlagen in het Groene Hart welke problemen burgers/bedrijven hebben en wordt hierop geacteerd. Zorg voor uitvoeringscapaciteit bij overheden op alle schaalniveaus. Ruimtelijke ordening vergt een vroegtijdige betrokkenheid van alle relevante actoren: overheden, burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Dat vraagt van overheden zowel een maatschappelijke oriëntatie als voldoende uitvoeringskracht. Zowel in de publieke als in de private sector gaat het om de investering in voldoende menskracht, inhoudelijke expertise, bevoegdheden en geld. De uitvoeringscapaciteit is op alle niveaus nijpend. Terug redeneren vanuit de verwachte klimaatverandering in de toekomst naar het heden moet de standaard worden. Door voldoende rekening te houden met klimaatverandering kunnen nieuwe lock-ins worden voorkómen. Op deze wijze vermijden we een landgebruik dat bij sterke klimaatverandering niet blijkt te kunnen worden gehandhaafd, wat ingrijpende gevolgen en hoge kosten met zich meebrengt. De meeste bebouwing van 2050 staat er nu al. Het is daarom vooralsnog (bij een beperkte zeespiegelstijging) veel belangrijker om de bestaande bebouwing (nog) beter te beschermen tegen overstromingen (en ook beter benutten).

Coördinatiebureau Groene Hart ♥ Archimedeslaan 6 ♥ Postbus 80300 ♥ 3508 TH Utrecht ♥ T: 06 52 76 97 58 / E:cb@bestuurlijkplatformgroenehart.nl

Gebiedsprocessen zijn de manier om tot realisatie van de doelen te komen maar dit is om redenen complex, zoals aangegeven in het essay van Geldof: “Gebiedsgerichte processen en het Tompouce model”. Investeren in goede gebiedsprocessen is een noodzaak en dit kan door werk te maken van de aangereikte bouwstenen uit het reeds genoemde essay van Geldof (link). Relationele schuurpunten: Relationele schuurpunten gaat veel over emoties en minder over ratio, deze schuurpunten zijn rand voorwaardelijk aan het proces en de inhoud. Elkaar niet verrassen (vastgelegd in bestuursovereenkomst) Elkaar vasthouden bij moeilijke keuzes. Wie gaat er over en deze personen helpen om gezamenlijke doelen te realiseren, bijvoorbeeld landlopende problematiek van kleine droogmakerijen. Vertrouwen in elkaar Dingen gaan soms onbedoeld anders dan de bedoeling was; het is belangrijk dat daar openhartig over gesproken kan worden Kansen: De gesignaleerde schuurpunten, zullen leiden tot keuzevraagstukken en daarna in sommige delen zullen er nieuwe ruimtelijke functies kunnen verschijnen. In het NOVI gedachtengoed, gaan we uit van multifunctioneel ruimtegebruik en hieronder zijn al kansen voor het Groene Hart benoemd en kansrijke combinaties: Peilopzet combineren met natuurversterking, nieuwe landbouwgewassen, met name circulaire productie van bouw- en isolatiematerialen, met energie opwek (i.p.v. landbouw).

Door het opzetten van het peil wordt CO2 vastgelegd (door gewas of veengroei), het Groene Hart draagt bij aan opslag, dat is meer dan reductie. Verbeteren ruimtelijke kwaliteit Verbeteren van de doorwaadbaarheid en toegankelijkheid van het Groene Hart De huidige weerbare economie door divers MKB bedrijfsleven is een goed uitgangspunt voor groei in de circulaire economie. Verminderen schade aan gebouwen en infrastructuur Peilopzet en duurzaam, circulair, bouwen en realisatie nieuwe woonomgevingen (toegespitst op het bodem- en watersysteem)

Bijlage 1:

IJkpunt 1: aanpak van schuurpunten In het spoor van het Ontwikkelperspectief levert de scopebepaling direct de eerste schuurpunten en systemische vragen op. De geïnventariseerde schuurpunten uit het Ontwikkelperspectief worden besproken in het Bestuurlijk Platform en als deze herkend worden, dan zal bepaald worden of het een intern Groene Hart schuurpunt is, of een extern/nationaal schuurpunten waar elders een proces op georganiseerd zal worden en waarvan het belangrijk is dat het Groene Hart geluid wordt meegegeven of ingebracht. Voor de schuurpunten intern Groene Hart is een proces nodig om het gedragen schuurpunten te maken (door alle vier de overheidslagen). Logischerwijs is er geen consensus bij een schuurpunt (het schuurt) de bestuursovereenkomst geeft aan wat er aan gedaan wordt om wel tot overeenstemming te komen, maar ook hoe de besluiten worden genomen als er

Coördinatiebureau Groene Hart ♥ Archimedeslaan 6 ♥ Postbus 80300 ♥ 3508 TH Utrecht ♥ T: 06 52 76 97 58 / E:cb@bestuurlijkplatformgroenehart.nl

geen overeenstemming wordt bereikt (Huis van Thorbecke). Deze uitwerking past in fase 2 en zal doorlopen in de uitvoeringsafspraken. Een voorbeeld van een geïdentificeerd schuurpunt is de watervraag. Veel van de maatregelen om bodemdaling te remmen en CO2 uitstoot te verminderen vragen om water. De Water en Bodem brief van het ministerie van I&W geeft aan dat er prioriteit ligt bij het nat houden van de veenweidegronden. In dezelfde brief staat dat iedereen lokaal zoveel mogelijk water moet bergen voor droge tijden. Voor het behalen van de doelstelling bodemdaling stoppen en CO2 uitstoot vermijden is zowel zoetwatertoevoer nodig als extra m2 ruimte voor lokale berging.

De lokale maatregelen krijgen een plek in het Ontwikkelperspectief Groene Hart, maar ook zeer waarschijnlijk in de Ruimtelijke Puzzels van de drie provincies en de PPLG’s. Op landelijk niveau heeft de nationale waterverdeling een eigen (bestuurlijk) proces, met verschillende momenten van input. Het is van belang om het Groene Hart belang in te brengen in deze processen. Dit betekent goed weten welke bestuurders aan tafel zitten in de verschillende processen en dan de Groene Hart boodschap actief meegeven. Het schuurt als er binnen het Groene Hart maximaal wordt gewerkt aan de waterberg en er geen water aangevoerd wordt of vice versa.

Op het moment dat er bestuurlijke keuzes gemaakt worden voor schuurpunten, moeten deze zo snel mogelijk meegegeven worden aan lopende en nieuw op te starten gebiedsprocessen. Dit is belangrijk om lerend te bouwen aan de toekomst (waaronder het inbouwen van een noodrem voor deelnemers aan gebiedsprocessen). Sommige schuurpunten zijn zo belangrijk voor gebiedsprocessen dat er pas na het beslissen over keuzes een nadere invulling gegeven kan worden aan de gebiedsprocessen. Er zal een wisselwerking optreden tussen systemische wijzigingen enerzijds en lokale opgaven anderzijds. Enerzijds moeten we ervoor zorgen dat de gebiedsprocessen niet tot stilstand komen. Anderzijds moeten keuzes ook uitvoerbaar zijn. Het Tompouce model staat hier centraal, welke transities kan de leefwereld aan en draagt ook bij aan het behalen van de gestelde doelen op lange termijn. In bijlage 3 “Omgaan met schuurpunten als leerpunten in de planning” schetsen we de wijze waarop we creatief met deze spanning om kunnen gaan.

Coördinatiebureau Groene Hart ♥ Archimedeslaan 6 ♥ Postbus 80300 ♥ 3508 TH Utrecht ♥ T: 06 52 76 97 58 / E:cb@bestuurlijkplatformgroenehart.nl

Bijlage 2: overzicht van mogelijke programma's, onderzoeken, initiatieven Thema Laagveen / Water en Bodem

Wie Centraal Holland (Ut, NH, AGV, HDSR,Rijnland, RWS)

Provincie Zh, Ut, en NH

Vitaliteit en leefbaarheid

PU, Regio GV, HDSR, AGV, Drinkwatermaatschapijen EU project o.l.v. Deltares Diverse kennisprogrammas Veenweiden Leergangen KBF/Platform Slappe Bodem/Coalitie stevige steden Provincie ZH en UT

Verdienvermogen

CBGH+U10+Groene Hart Community Werkgroep recreatie

Iconisch landschap

BZK

Wat Ruimtelijke verkenning afhankelijkheden ruimtelijke ontwikkelingen en water en bodem sturend. Bijvoorbeeld: impact woningbouw, nieuwe watervragers, ruimte voor waterberging, ruimte voor watervasthouden etc. Studie Impact grondwaterpeilopzet veenweide. Vervolg studie Toekomstverkenning Heuvelrug SPADES: SOILS IN SPATIAL PLANNING VIC, NOBV, LOSS,

o.a. PLeK, Traineeship RTLG, Nieuwbouw op slappe bodem

Monitor Vitaliteit. Leergang ‘Het Nieuwe Samenwerken’ rond vitale dorpen en kernen in het Groene Hart Handreiking ruimtelijke ontwikkelprincipes Recreatie en Toerisme Groene Hart Handreikingen en ontwerpend onderzoek Mooi Nederland

Coördinatiebureau Groene Hart ♥ Archimedeslaan 6 ♥ Postbus 80300 ♥ 3508 TH Utrecht ♥ T: 06 52 76 97 58 / E:cb@bestuurlijkplatformgroenehart.nl

Bijlage 3: Aanpak hoe te komen tot sleutelprojecten en een Regionale Investeringsagenda In het Groene Hart werken we met 5 gemeentelijke regio’s. Iedere regio heeft een eigen dynamiek waardoor de aanpak per regio verschilt. Er is uiteraard wel een aantal gedeelde uitgangspunten. Doel Het doel van de uitnodigingsagenda met sleutelprojecten is als volgt verwoord: • •

•

Opgaven realiseren om maatschappelijke doelen en impact te bereiken voor mens en natuur in het fysieke ruimtelijke domein in de betreffende Groene Hart regio; Uitnodigingsagenda met opgaven om aan te werken in het kader van de Realisatieagenda Groene Hart (NOVEX) als uitwerking van het Ontwikkelperspectief/de bestuursovereenkomst NOVEX Groene Hart Een stevig en eigen regioverhaal om: o eigen doelen te realiseren die belangrijk zijn voor de lokale/regionale gemeenschap, en daarmee het eigen gebied mooier, beter, sterker verbonden maken; o te verbinden met de andere regio’s voor de Groene Hart agenda o financiering te organiseren in de eigen regio voor de gewenste verandering; o co-financiering op te halen via de Regionale Investeringsagenda Groene Hart (NOVEX-programma)

Criteria De sleutelprojecten moeten: • • • • • • • • • •

Bijdragen aan Ontwikkelperspectief Groene Hart Samenwerken aan verbinding / leren over transitiestappen Bespreken en aanpakken schuurpunten (Boven)regionaal verbonden (+deelgebieden) Meervoudige doelen (koek vergroten) Meerdere partijen nodig Draagvlak (energie & steun) Financieringstekort Planning (nu -5-10-15 jaar) Haalbaarheid

Algemeen Werkproces Het traject om te komen tot sleutelprojecten start bij de vijf regio’s, de gemeentelijke opgaven. Voor de sleutelprojecten zijn we dus niet op zoek naar de vervanging van een brug of een wegreconstructie, dit behoort tot de reguliere werkzaamheden van gemeenten. Het gaat dus om fysieke opgaven die een impact hebben op een grotere regio. In principe start dit proces in elke regio bij het ophalen van ideeën bij de afzonderlijke gemeenten. Deze gegevens worden geordend en er wordt gekeken of er rode draden in te herkennen zijn. Als voorbeeld de wens om een betere ontsluiting te creëren vanuit de woongebieden naar de omgeving via langzaam verkeerroutes (doorwaardbaarheid vergroten). Door deze wensen van verschillende gemeenten aan elkaar te verbinden ontstaan er

Coördinatiebureau Groene Hart ♥ Archimedeslaan 6 ♥ Postbus 80300 ♥ 3508 TH Utrecht ♥ T: 06 52 76 97 58 / E:cb@bestuurlijkplatformgroenehart.nl

routes die gecombineerd kunnen worden met recreatie, toerisme, gezondheid, groen groeit mee, biodiversiteit, etc etc. Er vindt dus een trechtering plaats van ideeën die moet leiden tot 1-2 sleutelprojecten per regio. Uiteraard kan de eigen regionale agenda wel wat groter blijven maar als Groene Hart kiezen we er 1-2 om het behapbaar te houden. Via een opgave formatietraject, met ondersteuning van het Opgaventeam wordt de opgave samen met de opgavepartners verder verkend en partners worden betrokken. Er volgen naar alle waarschijnlijkheid enkele scenariostudies en dat leidt tot een voorkeursscenario en helderheid over kosten en dekking door partners. Via de NOVEX-tafel en het label sleutelproject is het Rijk ook partner waardoor ook de rijksbudgetten meegenomen worden bij het sluitend krijgen van de begroting. In dit heel kort samengevatte traject is er ook ruimte om van elkaar te leren en te analyseren waar kansen liggen (pakken!) en schuurpunten zijn en op welke manier deze opgelost kunnen worden. Soms zit het in communicatie en/de relatie, soms op het proces en een andere keer op de inhoud. In figuur 1 is de trechter schematisch weergegeven.

Figuur 1: Werkwijze Sleutelprojecten Besluitvorming sleutelprojecten De selectie van sleutelprojecten (stap twee in de figuur) zal ambtelijk worden voorbereid en bestuurlijk in de regio’s worden vastgesteld. Het kan zijn dat het een uitnodigingsagenda wordt met meerdere projecten waarvan er 1-2 tot sleutelproject Groene Hart worden benoemd. In de ambtelijke voorbereiding worden ook de betreffende waterschappen en de provincie betrokken evenals andere relevante gremia (in Utrecht bv de U10). De voorkeurskeuze van sleutelprojecten wordt in het BPGH besproken en daar vindt definitieve afweging plaats aan welke sleutelprojecten op Groene Hart niveau gewerkt gaat worden (leveren van capaciteit en commitment).

Aanpak per regio

Coördinatiebureau Groene Hart ♥ Archimedeslaan 6 ♥ Postbus 80300 ♥ 3508 TH Utrecht ♥ T: 06 52 76 97 58 / E:cb@bestuurlijkplatformgroenehart.nl

Regio Noord-Holland In Noord-Holland is er de overlap met de NOVEX-MRA. De MRA had al een verstedelijkingsconcept en heeft dat omgedoopt tot Ontwikkelperspectief. Binnen de MRA lopen ze een jaar in tijd vooruit op het Groene Hart proces maar op inhoud sluiten we goed op elkaar aan. De MRA heeft uiteraard een stevige woonagenda en daaraan gekoppelde mobiliteit- en netwerkopgaven maar in hun Uitvoeringsagenda zetten ze ook stevig in op Groenblauw netwerk in en om de stad. Voor Amsterdam is dit sterk gekoppeld aan hun 5 scheggenbenadering. Het is dan ook op dit spoor dat de overlap met de Groene Hart agenda het grootst is. De ophaal en selectie van groenblauwe opgaven bij alle gemeenten heeft plaatsgevonden. Van 113 projecten/opgaven is met een tussenstap naar 23 nu een 6-tal MRA-sleutelprojecten over. Drie daarvan liggen in het Groene Hart: De Westeinderscheg, Amstelland en de vervolgstudie Toekomstverkenning Heuvelrug dat draait om de complexiteit van voldoende waterberging, buffering, verzilting, voldoende water, drinkawater etc.. In deze regio is de afspraak dat het Groene Hart deze 3 projecten voorlopig op de agenda plaatst. Regio Utrecht In de regio Utrecht hebben de bestuurders opdracht gegeven tot een ophaal- en ordening van projecten/opgaven om deze vervolgens in een gezamenlijke ambtelijk-bestuurlijke sessie met elkaar te bespreken.

Dit zal leiden tot een eerste prioritering van projecten/opgaven die worden voorgelegd aan het BPGH. Dit proces loopt, alle gemeenten hebben input geleverd en hieruit is een eerste lijst met sleutelopgaven naar voren gekomen. Regio De Waarden In de Alblasserwaard/Vijfheerenlanden wordt via de Gebiedstafel met alle betrokken gebiedspartners aan het concretiseren van de transitie en het perspectief in het landelijk gebied. Dit betreft het proces rondom de PPLG-opgaven maar er is ook een projecten/ideeënportefeuille die meer gaat over de sociaaleconomische impact en kwaliteitsverbeteringen in de overgang van stadland. Voor dit laatste is de regio een verkenning gestart voor een Regio Deal. Het is op dit moment nog niet duidelijk of er ook sleutelprojecten benoemd worden in het kader van de Groene Hart agenda. Een overleg hierover wordt gepland. Regio Midden Holland In deze Regio zis in het kader van de regionale samenwerking en een verkenning voor een mogelijke Regio Deal al een aantal ‘projectenlijsten’ en analyses gedaan. De ervaring leert dat het lastig is om dit een stap concreter en verder te krijgen. Uit de Regio Deal verkenning is overigens geconcludeerd dat de kans niet groot lijkt en daarom is besloten dit traject niet verder door te zetten. Wel wil de regio aanhaken bij de Groene Hart agenda.

Er is, omdat er al het nodige ligt, gekozen voor een drietal thema’s om te onderbouwen en activiteiten aan te koppelen: -

Schaalsprong Groene Recreatie Klimaatbestendig wonen (bestaand en nieuw) Circulaire economie.

Coördinatiebureau Groene Hart ♥ Archimedeslaan 6 ♥ Postbus 80300 ♥ 3508 TH Utrecht ♥ T: 06 52 76 97 58 / E:cb@bestuurlijkplatformgroenehart.nl

Op dit moment is er het plan iemand in te huren om de eerste verkenning van thema’s verder uit te werken en dit traject een stap verder te brengen. Regio Holland Rijnland Deze regio is het verst van allemaal, het heeft onlangs een eigen RIA gepresenteerd. Op het gebied van woningbouw, economie, natuur, klimaat, bereikbaarheid en duurzaamheid zoekt de regio via 14 opgaven naar oplossingen binnen de beperkt beschikbare ruimte. Er is projectfinanciering en een gebiedsfonds aangekoppeld. Van deze 14 opgaven lijken er vier bij de Groene Hart agenda te passen. De insteek is om samen met het RIA-Holland Rijnland team te komen tot 1-2 sleutelprojecten waar het Opgaveteam van het Groene Hart als partner en buitenboordmotor kan helpen om deze opgave(n) een stap verder te brengen richting realisatie.

Coördinatiebureau Groene Hart ♥ Archimedeslaan 6 ♥ Postbus 80300 ♥ 3508 TH Utrecht ♥ T: 06 52 76 97 58 / E:cb@bestuurlijkplatformgroenehart.nl

Bijlage 4: voorzet voor activiteiten voor de thematische werkgroepen. Onderstaande (onderzoeks)vragen zijn afkomstig uit het Ontwikkelperspectief en de Consultatieronde t.b.v. het Ontwikkelperspectief. In rood suggesties vanuit het Coördinatiebureau om de gestelde vragen aan te pakken. Deze vragen worden uitgewerkt in de werkgroepen. Landschappelijke kwaliteiten

-

Hoe behouden en bevorderen we de identiteit van het Groene Hart terwijl we weten dat er forse veranderingen zullen plaatsvinden? Het hanteren van de zeven gouden regels van de landschapsbiografie, Deze kennis moet beter verspreid en geïmplementeerd worden bij gemeenten, provincies en eigen doorbraakprojecten. Welke middelen zijn er vanuit de (rijks/provinciale) overheid en/of omliggende steden beschikbaar om de bereikbaarheid en doorwaadbaarheid van het Groene Hart per fiets en OV te verbeteren? RVO-studies inzicht in fondsen/budgetten en hoe daar bij te komen/stapelbaarheid Onderzoek of ruimtelijke ontwikkelingen gekoppeld kunnen worden aan regiopoorten zoals Woerden en Breukelen met qua bereikbaarheid een focus op fiets en OV (IRP-projecten, Groen groeit mee en eventueel doorbraakprojecten)

Bodem en Water Verkenning impact 0,2-0,4 PZH-GH studie en het vervolg hierop. Verder de voorstellen vanuit de GGA van de 3 PPLG’s

-

-

Welke keuzes worden gemaakt in hoogte van de grondwaterstanden ten opzichte van maaiveld in (deelgebieden) van het veenweidegebied, in samenhang met keuzes voor het grondgebruik (zie ook de opties in de bijlage). Hier kunnen we goed bijdragen aan het aanbieden van een bestuurlijk platform om de resultaten te delen en te bespreken. Kennis te verspreiden, webinars hierover te organiseren. Welk ruimtebeslag is gemoeid met de ontwikkeling en inrichting van het watersysteem, en waar kan deze ruimte gevonden worden in samenhang met de afhankelijkheid en inlaten van de wateraanvoer van elders?

Centraal Holland ihkv Traject herijking Deltaprogramma

-

-

-

Aanpassen aan de extra wateropgaven als gevolg van het verhogen van de grondwaterstand geeft grotere kans op wateroverlast op het maaiveld en grotere waterbehoefte. Hoe willen de partijen in het gebied hier mee om gaan? Daarvoor werken partijen aan landelijke afspraken over wateraanvoer én aan lokale, gebiedsgerichte oplossingen in landgebruik. Voor de langere termijn moeten ruimtelijke systeemaanpassingen worden verkend om afwenteling tegen te gaan. PZH: Ruimtelijke verkenning: waar kan waterconservering het beste opgelost worden? PPLG: Voor de opties grondwaterstand -20 cm en moeras de sociaaleconomische impact en het perspectief voor inwoners en ondernemers in het gebied in beeld te brengen. Vraag aan drie provincies: daar lijkt nog weinig over bekend, is er nog behoefte om dit verder uit werken met de 3 provincies samen. Onderzoek naar schuurpunt zoektocht drinkwaterwinning in veenweidegebied en het effect op bodemdaling Te doen: overzicht creëren en eventueel onderzoek doen en/of verbindingen leggen: We weten welke DW-Bedrijven in het Groene Hart actief zijn, welke toekomstverkenningen zij doen en in welk verband, welke keuzes worden voorbereid op welke bestuurstafels en welke schuurpunten daaruit naar voren komen en agenderen en verbinden waar nodig, en indien gewenst kan het GH-aanvullend bijdragen aan onderzoek.

Op welke wijze kunnen lokale overheden vanuit de life-cycle-cost benadering in staat worden gesteld mede te investeren in een goede inrichting van de benodigde en gewenste ontwikkelingen om zo kosten in het toekomstig beheer van de openbare ruimte zoveel als mogelijk te voorkomen? Dit betreft het ontwikkelen van een financieel instrumentarium om de initiële meerkosten te dekken. Onderzoeken of dit instrument al in een bestaande koffer zit? Agenderen en samen met partners (bv Rijk, Slappe Bodem/Coalitie Stevige steden/VNG) ontwikkelen. Wat is de impact van beoogde hogere grondwaterstanden op bestaande gebouwde functies en langs infrastructuur (bv: vochtoverlast) en welke aanpassingen zijn hiervoor nodig in het watersysteem (bv: loskoppelen peilbeheer van diverse kernen en linten)? Dit is een actie die op gebiedsniveau en/of lokaal moet worden meegenomen in het ontwerptraject bij voorgenomen ingrepen in de waterstand.

Coördinatiebureau Groene Hart ♥ Archimedeslaan 6 ♥ Postbus 80300 ♥ 3508 TH Utrecht ♥ T: 06 52 76 97 58 / E:cb@bestuurlijkplatformgroenehart.nl

-

-

Welke impact hebben de hogere waterstanden op de draagkracht van de ondergrond onder de huidige infrastructuur in het landelijk gebied? Dit is mogelijk een mooie kennis- en innovatievraag om op te pakken met het KBF/Slappe Bodem netwerk en de kennisinstituten. Welke nieuwe en alternatieve methodes voor het remmen van bodemdaling zijn kansrijk en willen we in de praktijk toetsen? Landelijk gebied VIC (welke rol hebben we hier ten opzichte van het VIC? Op welke manier kunnen we wat aan elkaar hebben? Wat kunnen we gezamenlijk agenderen?) Stedelijk gebied: samen met het KBF en Slappe Bodem verkennen hoe innovaties aangejaagd kunnen worden? Zijn er ook alternatieven mogelijk voor het reduceren, vastleggen of voorkomen van CO2-uitstoot. Waar ligt het optimum in kosten en baten van deze vormen? Belegd bij NOBV-onderzoek, VIP-NL programma

Economie Bied perspectief voor agrarisch ondernemers in het Groene Hart. Tegelijk zijn beperkingen van het huidige agrarisch grondgebruik onvermijdelijk. Zowel incidentele als structurele ondersteuning van de overheid (beschikbaarheid van kennis en geld) zijn essentieel en daarmee voorwaardelijk voor de noodzakelijke transitie. NPLG/PPLG: Op welke manier kunnen en willen de drie provincies in gezamenlijkheid de Groene Hart Bestuurstafel benutten voor schuurpunten in het landelijk gebied? Kansen: via Polderaanpak 2.0 of via BPGH+Advies maatschappelijke klankbordgroep. Gebiedsprocesbegeleiders: er is een voorstel geschreven op basis van de aanbevelingen uit het eerste traject. Er wordt naar mede-financiering gezocht om dit traject in gang te zetten. Optelsom van resultaten polders in beeld brengen; RUO’s? Uitzoeken wat er met de informatie uit SCAN-ICT (Collectieven) kan worden gehaald, gecombineerd met anadere bronnen. Wat kan en mag en wat partijen willen. Gesprek met de agrariers blijven voeren, om samen een toekomstperpsectief te maken. Het gaat erom om informatie op te halen, ideeen uit te wisseln, zaken te constateren in een neutral omgeving waarna eventuele keuzes en besluitvorming volgt in het HvT. Zet in op meer mogelijkheden voor recreatie en toerisme in het gebied.

Voorwaarde zijn een betere verbindingen naar en binnen het gebied en een goede spreiding om de leefbaarheid en de kwetsbare natuurgebieden niet aan te tasten. RIA plus spoor Recreatie en Toerisme

Economie (studie bedrijventerreinen MRA betrekken)

-

-

-

-

Welke (landelijke en andere) middelen komen beschikbaar voor ondersteuning van de agrarische sector ten behoeve van de noodzakelijke transitie? (Via Polderaanpak 2.0 aanvragen) Het verder ontwikkelen van realistische verdienmodellen en implementeren gaat langzaam, hoe gaan we hier mee om terwijl de transities urgentie hebben. Nu niet voor ons, politiek Den Haag Zijn de partijen bereid om afspraken te maken over ruimte die beschikbaar wordt gemaakt voor economische groei in het Groene Hart, zowel als het gaat om het beperken als om het stimuleren van specifieke sectoren in het Groene Hart? Hoort bij inzicht bedrijfsterreinen, Circulaire economie als aandachstpunt? Op welke wijze kan en wil de overheid de agrariërs helpen om – vanuit de eigen autonomie – de toekomst tegemoet te treden? Landbouwakkoord en in praktische zin PPLG’s en Polderaanpak Hoe kan voorkomen worden dat de subsidieafhankelijkheid in de agrarische sector de autonomie van de (agrarische) inwoners overvleugeld en er geen ruimte meer is voor ondernemerschap? Dit is politiek, ben je bereid de subsidies te zien en aan te passen naar maatschappelijke diensten.

Welke ruimte is er (perspectief 2050) nodig om schuifruimte te creëren voor de gewenste ontwikkelingen en het versterken van de intensiever gebruik van bedrijventerreinen en kunnen partijen het daarover eens worden? Studie bedrijventerreinen Welke ruimtewinst kan realistisch geboekt worden door intensivering in combinatie met klimaatadaptatie?

Coördinatiebureau Groene Hart ♥ Archimedeslaan 6 ♥ Postbus 80300 ♥ 3508 TH Utrecht ♥ T: 06 52 76 97 58 / E:cb@bestuurlijkplatformgroenehart.nl

Met welke middelen en instrumenten kunnen wij sturen op de doelstellingen van beter benutten, duurzaam en intensief ruimtegebruik van (nieuwe) bedrijventerreinen?

-

Bouwen (vanuit de RIA aanhaken bij Coalitie Stevige Steden, Nieuwbouw op slappe bodem)

-

Indien de woningbouwopgave voor het Groene Hart in eerste instantie binnenstedelijk wordt gerealiseerd, en indien overige nieuwbouw (naast de al aangewezen grootschalige ontwikkellocaties) alleen in beperkte mate aan de randen worden gerealiseerd, zouden over het voorzien in de resterende woningbehoefte in het gebied afspraken moeten worden gemaakt met omliggende gemeenten. Die hebben op hun beurt belang bij recreatieve en toeristische mogelijkheden en voorzieningen in hun nabije omgeving. Community Vitaliteit kleine kernen, fotostudie kernen en kwaliteit, landschapsplan. Kernkwaliteitshandboeken, Studie Joost Vulling, Ophalen bij de inwoners, Gekoppeld aan landschapsbiografie en de wens van de Stichting Groene Hart. In hoeverre is verdere verdichting (door bijvoorbeeld hoger te bouwen) en/of uitbreiden van de bestaande kernen verantwoord in relatie tot de woningbehoefte, identiteit, ensemble-waarde omgeving erfgoed en de impact op het landschap? Dit vanwege mogelijk toekomstige groeiambities van gemeenten.

Welke ruimte is er binnen de bestaande kernen voor realisatie en behoud van voldoende groen, nodig om een goede leefkwaliteit te borgen bij langere periodes van hitte en weersextremen? Klimaatbestendig wonen In welke generieke behoefte aan woningbouw (denk onder meer aan de huisvesting van vluchtelingen, groei in omvang sociale woningbouw) kan in het Groene Hart in redelijkheid worden voorzien en op welke wijze is dat ook haalbaar te maken (draagvlak, financieel)?

-

Natuur Beantwoording vragen vanuit de PLG en onze eigen schuurpunten. Waar wil LNV en I&W die beleggen/bespreken. -

Waar en in welke mate willen de betrokken partijen in het gebied meer natuur ontwikkelen en de biodiversiteit

-

versterken? Inzetten op natuurinclusieve landbouw, via de PPLG’s. Casuisitiek uitwerken, voorbeelden laten zien. Docu-portretten. Rode draad. Voor politek en ambtenaren. Collectieven in the picture. Eventueel met Wij.land

Erfgoed

Benut het cultuurhistorisch erfgoed voor de opgaven die het gebied kent. Versterk de aanwezige historische waarden voor meer kwaliteit in de fysieke leefomgeving. Aanvraag Mooi Nederland, 7 gouden regels verhaal. Verwikkelen in Ruimtelijke Kwaliteit. Q-team, capaciteit organsieren om ruimtelijke kwaliteit toe te voegen aan de RIA-doorbraakprojecten. Voorbeelden ophalen en bouwen.

Energieopwek Wat zou de rol kunnen zijn van de NOVEX GH: navraag bij NPRES, EZK, energie-coordinatoren, provincies en enkele gemeenten en ondernemers, leveranciers Toekomst Waterstof?

-

-

De ‘openheid van het landschap’ wordt regelmatig als waarde van het Groene Hart benoemd. Hoe wordt deze kwaliteit gewogen ten opzichte van de komst van windmolens en zonneweides? Het ontwerpend onderzoek Energietransitie van het Bestuurlijk Platform Groene Hart werkte enkele richtingen uit met verbeelding hoe het landschap er dan uit kan komen te zien. Van belang is om hierover in de regio het gesprek voeren, in samenhang met de RES aanpak. Willen de partijen voor het Groene Hart als geheel een doelstelling voor energieopwekking formuleren en hierover gezamenlijk afspraken maken? Neerleggen in het BPGH. In beeld brengen wat de ruimteclaim van duurzame energieopwekking (en bijbehorende infrastructuur) na 2030 zal zijn.

Coördinatiebureau Groene Hart ♥ Archimedeslaan 6 ♥ Postbus 80300 ♥ 3508 TH Utrecht ♥ T: 06 52 76 97 58 / E:cb@bestuurlijkplatformgroenehart.nl

-

Is het haalbaar en wenselijk voor partijen om te investeren in ondergrondse infrastructuur om meer energieopwekking op het boerenbedrijf mogelijk te maken, waarbij kwaliteitsaspecten als landschappelijke inpassing (kleinschaligere opwek) en toegankelijkheid vanuit de stad richting het buitengebied mee worden gewogen. Welke bijdrage kan het winnen van waterstof uit me leveren aan de energietransitie en op welke wijze kunnen we deze potentie benutten?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/721/documents/21279