CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

A11 Bijlage Afwegingskader grootschalige duurzame energie Oudewater definitief 2021.pdf

Forum Ruimte 31 oktober 2023, gemeente OudewaterBij agendapunt: 8: Raadsinformatiebrief Startnotitie Stap 2 Zonnevelden (109852)9.802 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Afwegingskader duurzame energie opwekken in Oudewater Inhoudsopgave Afwegingskader duurzame energie opwekken in Oudewater................................................... 0 Begrippenlijst ................................................................................................................................ 1 1. Naar een Afwegingskader........................................................................................................... 4 1.1. Inleiding ............................................................................................................................. 4 1.2. Toelichting afwegingskader................................................................................................ 4 1.3. Toelichting op het participatietraject .................................................................................. 8 2. Afwegingskader ....................................................................................................................... 12 2.1 Algemene voorwaarden .................................................................................................... 12 2.2 Totstandkoming zones ...................................................................................................... 17 2.3 Voorwaarden per locatie....................................................................................................

18 2.4 Prioritering ........................................................................................................................ 22 3. Participatie .............................................................................................................................. 29 3.1 De totstandkoming van een initiatief ................................................................................. 29 3.2 De verschillende fases van een initiatief ............................................................................. 29 3.3 De betrokkenheid van bewoners ........................................................................................ 30 3.4 Financiële participatie........................................................................................................ 31 4. Bijlagen ................................................................................................................................... 32

Begrippenlijst Begrip

Omschrijving

Afwegingskader

Het kader dat de gemeente gebruikt bij de afweging of bepaalde gebieden open worden gesteld voor vergunningsaanvragen voor opwek van duurzame elektriciteit.

Zone

Een gebied dat op basis van ruimtelijk-functionele eigenschappen is gedefinieerd als één, hierbij wordt ook rekening gehouden met schaalgrootte en landschapsstructuren.

RES

Regionale Energie Strategie (RES) ; de gemeente is onderdeel van de RES-regio U16.

Potentie

De hoeveelheid duurzame opwek die in een zone als technisch haalbaar wordt gezien.

Kleinschalig/middelgroot/grootschali g

In de RES wordt een indeling gemaakt in grootschalige en kleinschalige opwek, waarbij voor zonne-energie de grens ligt op een vermogen van 15 kilowattpiek (kWp). Alleen grootschalige opwek telt mee met het bod dat de RES-regio naar het rijk doet. In dit afwegingskader wordt onderscheid gemaakt in kleinschalige, middelgrote en grootschalige opwek. Voor deze categorieën gelden de volgende begrenzingen: 1. Kleinschalige opwek betreft zon op dak tot 15 kWp (ca. 50 panelen). Deze tellen wel mee voor het nationaal doel, maar niet voor de bijdrage van Oudewater aan het bod van de regionale energiestrategie U16. 2. Middelgrote opwek betreft zon op daken vanaf 15 kWp, grondgebonden zonneparken tot 1 ha en windmolens met een maximale ashoogte van 20 m. (kleine windmolens). Middelgrote opwek telt mee voor de bijdrage van Oudewater aan het bod van de regionale energiestrategie U16. 3. Grootschalige opwek zijn zonneparken vanaf 1 hectare en windturbines met een ashoogte groter dan 20 meter. De gemeente Oudewater gaat initiatiefnemers voor grootschalige opwek selecteren via een of meer maatschappelijke tenders. Grootschalige opwek telt mee voor de bijdrage van Oudewater aan het bod van de regionale energiestrategie U16.

* Om verwarring met de door het Klimaatakkoord en de NP RES gebruikte termen te voorkomen is de benaming voor zon op dak vanaf 15 kWp (ca. 50 panelen), kleine windmolens en zonnevelden < 1 ha gewijzigd van kleinschalige duurzame energie naar middelgrote opwek.

P1

Restricties

Dit zijn beperkingen die gelden voor de ontwikkeling van windturbines of zonnevelden; er is onderscheid te maken in het type beperking; er zijn wettelijke beperkingen rondom veiligheid en milieu (dit gaat bijvoorbeeld over geluidsnormen of veiligheidsafstanden), deze worden restricties genoemd. Daarnaast zijn er toetsingsvlakken: dit betekent dat er beleid geldt dat kan conflicteren met de ontwikkeling van een windturbine of zonneveld. Er moet getoetst worden in hoeverre een ontwikkeling botst met het beleid en er kan gekeken worden of er mogelijkheden zijn om te compenseren of aan te passen zodat een ontwikkeling wel mogelijk is. Zie ook de bijlage restricties.

Toetsingsvlakken

Dit zijn beperkingen die gelden voor de ontwikkeling van windturbines of zonnevelden; er is onderscheid te maken in het type beperking; er zijn wettelijke beperkingen rondom veiligheid en milieu (dit gaat bijvoorbeeld over geluidsnormen of veiligheidsafstanden), deze worden restricties genoemd. Daarnaast zijn er toetsingsvlakken: dit betekent dat er beleid geldt dat kan conflicteren met de ontwikkeling van een windturbine of zonneveld. Er moet getoetst worden in hoeverre een ontwikkeling botst met het beleid en er kan gekeken worden of er mogelijkheden zijn om te compenseren of aan te passen zodat een ontwikkeling wel mogelijk is. Zie ook de bijlage restricties.

Thema’s

Naast de ontwikkeling van hernieuwbare energie spelen er in de gemeente ook andere onderwerpen, zoals bijvoorbeeld bodemdaling, droogte en de stand van de biodiversiteit. Deze onderwerpen worden in het afwegingskader en de bijbehorende bijlagen aangeduid als thema’s. De relevantie van deze thema’s kan verschillen per locatie (zone); bij de realisatie van een grootschalige zonneveld dient gekeken te worden hoe er een koppeling kan worden gemaakt met de thema’s die daar een rol spelen. In de bijlage worden de verschillende thema’s en de zones waar deze een rol spelen in beeld gebracht.

Opstelling

Voor zon betreft dit de manier waarop zonnevelden worden opgebouwd: dit kan met panelen in oost-west oriëntatie, of juist zuidoriëntatie. Ook kan de hoogte van de draagconstructie onder de panelen hoger of lager zijn. In het open landschap mag de opstelling niet hoger dan 2,5 m worden en bij voorkeur niet hoger dan 1,5 m, zodat men over de panelen heen kan kijken. Voor wind is de opstelling ook de ordening van de turbines: een solitaire windturbine staat ‘alleen’, een rij-opstelling gaat over minimaal 3 windturbines, en een cluster is een groep windturbines die niet in een rij staan.

Draagkracht

Het oppervlakte aan zonnepark en/of het aantal windturbines dat in een landschap mogelijk is zonder de identiteit van het landschap te veel te verstoren.

Maatschappelijke

De gemeente heeft vastgesteld hoeveel elektriciteit door middel van windturbines en zonnevelden opgewekt mag worden binnen de gemeente Woerden. De verwachting van de gemeente is dat er meer

tender

P2

initiatieven zijn dan benodigd om deze hoeveelheid elektriciteit te produceren. De schaarste aan ontwikkelmogelijkheden die dan ontstaat biedt de gemeente de mogelijkheid om een selectie te maken uit de initiatieven die het best voldoen aan de eisen en wensen zoals vastgelegd in het Afwegingskader grootschalige duurzame energie en de bijlage Stappenplan. De criteria voor de beoordeling zijn opgenomen in het Stappenplan. Deze kunnen nader aangevuld worden met wensen die voortkomen uit het gebiedsproces in een zoekgebied.

P3

1. Naar een Afwegingskader 1.1. Inleiding Het klimaat verandert en de effecten daarvan zijn steeds beter te zien. In het landelijke Klimaatakkoord zijn daarom afspraken gemaakt om klimaatverandering tegen te gaan. In dat Klimaatakkoord en de daaruit volgende de Regionale Energiestrategie (RES) staan verplichtingen waaraan gemeenten moeten voldoen. Om in Oudewater invulling aan te geven aan het Klimaatakkoord is het ‘Uitvoeringsplan Energietransitie Oudewater’ vastgesteld. In dit uitvoeringsplan is opgenomen dat gemeente Oudewater in samenspraak met haar inwoners een afwegingskader wil opstellen. Hiermee bepalen we welke uitgangspunten gelden voor de inpassing van duurzame energie opwekking (bijvoorbeeld met zonnevelden en windturbines). We weten dat we duurzame energie moeten gaan opwekken. Dit heeft effect op de leefomgeving en het landschap. Aan de andere kant biedt het ook kansen voor Oudewater, zoals bijvoorbeeld mogelijke opbrengsten uit financiële deelname in projecten. Om samen te bepalen hoe Oudewater kan bijdragen aan de landelijke klimaatopgave, zijn we met inwoners in gesprek over de manier waarop we duurzaam energie gaan opwekken en wat we hierbij belangrijk vinden. Dit wordt vastgesteld in het Afwegingskader duurzame energie opwekken in Oudewater.

Het afwegingskader zal planologisch geborgd worden in de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en in het programma grootschalige duurzame energie.

1.2. Toelichting afwegingskader Wat is een afwegingskader? In het afwegingskader wordt vastgelegd onder welke voorwaarden (grootschalige) duurzame energieprojecten toegestaan worden. Deze voorwaarden kunnen ruimtelijk, technisch of financieel zijn, maar gaan ook over wat Oudewater maatschappelijk acceptabel vindt. Het afwegingskader wordt gebruikt om aanvragen van ontwikkelaars te beoordelen. En het is de belangrijke input voor de bijdrage van Oudewater aan de RES U16. Een afwegingskader maakt het enerzijds makkelijker om te reageren op initiatieven in de gemeente. Anderzijds maakt het kader inzichtelijk welke locaties en types opwek (bv. zon op dak, zonnevelden of windturbines) actief gestimuleerd kunnen worden om invulling te geven aan de opgave van duurzame energie opwekking die in de RES beschreven staat. Tenslotte biedt het afwegingskader een beschrijving van het te doorlopen proces voor het indienen en beoordelen van initiatieven. Hoe is het Afwegingskader tot stand gekomen? Het afwegingskader is opgesteld op basis van: • • • •

Participatie: de opbrengsten van de inloopavonden met bewoners. Een technische analyse: voldoen de plannen bijvoorbeeld aan wettelijke regels en de mogelijkheden van het elektriciteitsnetwerk. De ruimtelijke visie: wat vinden stedenbouwkundigen, landschapsexperts en de adviescommissie MooiSticht. Het advies van experts over lokale zeggenschap: hoe gaan we bijvoorbeeld om met opbrengsten?

P4

Uit welke onderdelen bestaat het afwegingskader? Het afwegingskader bestaat enerzijds uit een kaart met daarop gebieden en voorwaarden, en anderzijds uit een prioriteringsoverzicht (voorkeursvolgorde). Beide worden toegelicht in begeleidende teksten of begeleidende onderliggende kaarten. De hoofdkaart is opgedeeld in zones. Op basis van verschillen in het type en schaal van het landschap en verschillen in functie zijn er zones op de kaart gedefinieerd. Voor iedere zone staat beschreven wat de draagkracht is voor de ontwikkelingen van opwek van duurzame elektriciteit door zon of wind. Het prioriteringsoverzicht ordent de verschillende zones in een volgorde met bovenaan de zones waarop als eerste ingezet gaat worden voor de ontwikkeling van duurzame energie. Ruimtelijke visie regio RES-U16 Bij het uitwerken van de ruimtelijke visie is rekening gehouden met de denklijnen voor windenergie en zonne-energie uit het onderzoeksrapport 'Energielandschappen RES U16'.

Denklijnen windenergie Lopikerwaard uit onderzoeksrapport 'Energielandschappen RES U16'. De denklijnen kent één relevante denklijn op het grondgebied van Oudewater. Het conceptAfwegingskader is aangepast voor windenergie, mede naar aanleiding van de regionale denklijnen.

P5

Denklijnen zonne-energie Lopikerwaard uit 'Energielandschappen RES U16'. De denklijnen voor zonne-energie van de regio zijn bestudeerd door gemeente Oudewater. In de keuze van zoekgebieden zijn nadere keuzes gemaakt ten aanzien van de mogelijkheden voor zonne-energie. Waarom wordt er gefocust op de opwek door zonnepanelen en windturbines? De focus van het afwegingskader ligt op technieken die op dit moment technisch en financieel haalbaar zijn voor de grootschalige opwek van duurzame elektriciteit. Dit komt overeen met de RES waarin (naast warmte) de focus ligt op het realiseren van grootschalige opwek uit zonne- en windenergie vóór 2030. Op de korte termijn worden de pijlen vooral gericht op technieken die technisch en financieel haalbaar zijn, zoals voorgeschreven in de handreiking Regionale Energie Strategie. Binnen de energietransitie vindt echter veel innovatie plaats, zowel binnen de zonne- en windenergie, als rondom nieuwe technieken. Op het moment dat andere technieken ook technisch en financieel haalbaar worden, kan dit invloed hebben op het afwegingskader. Net als de RES is het afwegingsdocument niet een statisch document, het kan ééns in de 4 jaar worden aangepast.

De gemeenteraad heeft hiertoe de bevoegdheid, via een raadsvoorstel, indien dit nodig is om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen vanuit de energietransitie, bijvoorbeeld als de energieopgave verandert of er ontwikkelingen zijn vanuit het elektriciteitsnet. De bijdrage van gemeente Oudewater aan de RES U16 is 19 GWh, hetgeen gelijk is aan 50% van het eigen elektriciteitsverbruik. Een belangrijk deel hiervan zal moeten worden opgewekt met behulp van grondgebonden zonnevelden. Om dit aandeel te bepalen wordt de volgorde van de landelijke zonneladder gevolgd, namelijk: eerst zon op dak, daarna langs infrastructuur en daarna op veld.1 Daarbij blijft het ook mogelijk duurzame energie op te wekken door kleine windmolens (van 20

1 Zie ook geamendeerd raadsbesluit ‘Bijdrage regionale energiestrategie U16’ van 11 maart 2021.

P6

meter). Echter is er geen sprake van volgordelijkheid in de uitvoering, het kan dus voorkomen dat een zonneveld wordt gerealiseerd voordat de opgave voor zon op dak volledig is ingevuld. Gemeente Oudewater heeft in 2020 een inventarisatie laten maken op basis van luchtfoto’s en satellietbeelden van de potentie van zon op dak in de gemeente. Op basis hiervan lijkt 12 hectare aan dakoppervlak geschikt voor grootschalige zonnestroominstallaties (meer dan 15 kilowattpiek, zo’n 50 panelen van 300 Wattpiek). In de praktijk zijn er veel knelpunten voor het realiseren van een zonnedak, die niet zichtbaar zijn op luchtfoto’s. Het kan bijvoorbeeld gaan om de kwaliteit van de dakconstructie of gebrek aan netwerkcapaciteit. De gemeente schat daarom in dat op maximaal 30% van deze daken daadwerkelijk een zonnestroominstallatie gerealiseerd kan worden. Daarmee kan naar verwachting 6 GWh opgewekt worden in 2030. Op basis van toegekende subsidies (de landelijke SDE+-regeling) voor zon op dak was hiervan in januari 2021 0,8 GWh gerealiseerd en zat er 0,9-1,2 GWh in de pijplijn (subsidie toegekend, maar installatie nog niet gerealiseerd). De gemeente verwacht daarnaast dat er 20 kleine windmolens gerealiseerd zullen worden in 2030, deze leveren naar verwachting 1 GWh op. Begin 2021 is er 0,08 GWh aan kleine windmolens gerealiseerd.

De gemeente verwacht dat er 12 GWh aan zonnevelden nodig is voor de bijdrage van Oudewater aan de RES. Uitgaande van een zuidopstelling met 100% benutting van de grond gaat het om 15 hectare. Het aantal hectare kan anders uitvallen als gekozen wordt voor een andere opstelling of een lagere benutting van de grond voor zonnepanelen. Het laatste is doorgaans het geval aangezien een deel van de gronden wordt benut voor maatregelen ten behoeve van de landschappelijke en ecologische inpassing, zoals groenstroken en beplanting. Wat wordt er met het afwegingskader gedaan? Het afwegingskader wordt ingezet om af te wegen welke locaties open worden gesteld voor vergunningsprocedures voor zonnevelden of windturbines. De voorwaarden die zijn opgesteld in het afwegingskader moeten aantoonbaar worden gemaakt door de aanvrager van de vergunning. De vergunning is van tijdelijke aard. Bovendien is er een opruimplicht. Voorwaarden Er kan op verschillende locaties meer of minder landschappelijke draagkracht zijn voor inpassing van zon of wind. Soms kunnen voorwaarden voor inrichtingselementen bijdragen in de inpassing. Dit kunnen voorwaarden zijn omtrent verschillende aspecten zoals omvang, ontwerp en opstelling, of combinatie met andere functies.

Daarnaast kunnen er voorwaarden gesteld worden op basis van proces of participatie: wie moet er (financieel) betrokken worden voordat er overgegaan wordt tot projectontwikkeling? Naast de voorwaarden die gelden op het niveau van de gemeente, worden er ook vanuit het Rijk of de provincie voorwaarden gesteld. Zie voor een voorbeeld de instructieregel windenergielocatie uit de interim omgevingsverordening van de provincie Utrecht.

P7

1.3. Toelichting op het participatietraject Doel participatietraject Zoals gezegd onderzoekt gemeente Oudewater samen met o.a. technische experts, ondernemers en inwoners waar en onder welke voorwaarden het mogelijk is om grootschalig duurzame energie op te wekken. Het participatietraject heeft als voornaamste doel: in kaart brengen van voorkeuren van inwoners van gemeente Oudewater ten aanzien van de opwek van duurzame energie. Mede aan de hand van de uitkomsten van het participatietraject wordt bepaald in welke gebieden bepaalde typen opwek aanvaardbaar zijn en welke gebieden op dit moment worden uitgesloten. De gemeente heeft gepoogd een zo divers mogelijke groep inwoners te spreken. Daardoor kwam een zo groot mogelijke diversiteit aan argumenten, invalshoeken en zienswijzen aan bod in het traject. Het is daarbij geen doel geweest om een statistisch representatieve groep mee te laten praten. Er kunnen dus meer mensen uit een bepaalde groep mee hebben gepraat, dan uit een andere bevolkingsgroep. Alle fases van het participatietraject • • •

• •

Fase 0 (januari t/m februari 2020): sessies met lokale experts/specialisten en interviews met stakeholders. Fase 1 (maart 2020): in gesprek met inwoners over soorten opwek en de keuze tussen clustering en spreiding van duurzame energieopwekking. Fase 2a (september t/m begin oktober 2020): in gesprek met inwoners over het conceptAfwegingskader. In verband met de coronamaatregelen is deze fase een aantal maanden uitgesteld. Fase 2b (december 2020 – februari 2021): terugkoppelen naar inwoners over hun verwerkte input in het afwegingskader. Fase 3 (14 april – juli 2021): bestuurlijke besluitvorming en schriftelijke reacties.

P8

Breed gedeelde opvattingen uit fase 0, 1 en 2a Fase 0 Geïnterviewden • Energiecoöperatie Lek en IJsselstroom • Energie Oudewater • Bedrijven Vereniging Ouderwater • Stichting Hugo Kotestein • LTO-Noord, afdeling Zuid-West Utrecht • MooiSticht Belangrijkste geluiden • In het merendeel van de interviews gehoord: • De gemeente is te afwachtend • Beleid is onduidelijk. De gemeente loopt achter het Rijk aan. • Samenwerking met andere gemeenten en Omgevingsvisie ontbreekt. • Communicatie ontbreekt. • De gemeente onderneemt geen concrete actie: uitzetten van subsidies, begrip en bewustwording creëren bij inwoners, faciliteren van ondernemers. • Verschil van mening over beperkingen voor windturbines en zonnevelden in Oudewater door natuurgebieden en cultuurhistorische waarden. Goed dat ze er zijn vs. regelgeving houdt duurzame energieprojecten tegen. • In het merendeel van de interviews gehoord: het behoud van het (open) landschap is belangrijk. Dit argument wordt gebruikt tegen zowel windturbines als zonnevelden. • Vaker gehoord: inwoners Oudewater zijn nog weinig bezig met de energietransitie. Er zijn weinig collectieve initiatieven. Wel zijn er individuele initiatieven voor zonnepanelen op huizen van inwoners en ondernemers. • LTO: Boeren willen agrarische grond niet opgeven voor zonnevelden. • Enkele sturende opmerkingen: • Eerst kijken naar de mogelijkheden van zonnepanelen.

Daarna kleine windmolens en dan pas grotere windturbines. • Opwek zoveel mogelijk in structuur inpassen. De eventuele ontwikkeling van grootschalige wind moet bijvoorbeeld onderdeel zijn van lange (regionale) lijnen. • Grootschalige windprojecten moeten worden afgestemd met regio; deze schaal is zo groot dat het de gemeentegrens overschrijdt. Fase 1 • •

In fase 1 is geen duidelijke voorkeur ontdekt voor het opwekken van duurzame energie door zonnevelden of windturbines. Beide manieren van opwekken ontvingen tijdens de inloopavonden voor- en tegenargumenten. Wel lijkt er een brede overeenstemming te bestaan over de soorten windturbines en zonnepanelen, en over enkele voorwaarden voor het opwekken van duurzame energie. • Met betrekking tot windturbines werd in de eerste fase de optie om door de hele gemeente grote aantallen kleine windmolens (maximale ashoogte 20 m) te spreiden, door een meerderheid van de inwoners afgewezen. Het andere uiterste, een kleiner aantal grote windturbines, werd door een meerderheid gezien als de betere of minder slechte optie (‘als het dan toch moet’). Het voornaamste argument hiervoor was dat veel kleine windmolens zouden zorgen voor “verrommeling van het landschap”. • Ook met betrekking tot zonnepanelen werd de optie van kleinschalig en gespreid door een groot deel afgewezen, en door vrijwel niemand als positief aangemerkt. Voor zonnepanelen ging tijdens de eerste avonden de voorkeur uit naar clustering op een beperkt aantal locaties. Bij voorkeur wordt er voor grootschalig zon één locatie aangewezen.

P9

• • •

Een vaak gehoorde opmerking bij zonnevelden: “Benut alle daken maximaal, vooral van bedrijven en industrie, zodat het open landschap behouden blijft en agrarisch grondgebied beschikbaar blijft”. Het open landschap wordt algemeen hooggewaardeerd en moet zoveel mogelijk behouden blijven. ‘Dichtbij’ (lint)bebouwing wil men geen windturbines of zonnepanelen; wat als dichtbij gezien wordt zal nader onderzocht moeten worden. Bij het opwekken van duurzame energie moet worden gekeken hoe er een combinatie gemaakt kan worden met andere opgaven, zoals bijvoorbeeld bodemdaling.

Fase 2a • •

•

•

• •

• •

• • •

Inwoners willen meer inzicht in de totstandkoming van de verschillende zones en bijbehorende voorwaarden. Het is belangrijk dat de gemeente duidelijk communiceert wat de status van het afwegingskader is. Meerdere inwoners maken zich zorgen dat er onverwachts grote projecten gerealiseerd worden. Gedurende het participatietraject hebben tegenstanders van windturbines zich steeds beter georganiseerd en zijn in grote aantallen naar de inloopavonden gekomen. In deze fase is een veel sterker geluid tegen grootschalige windturbines te horen dan tijdens de eerste fase in maart. Aanwezige inwoners zijn vrijwel unaniem tegen de komst van grootschalige (met een ashoogte boven de 20 meter) windturbines. Inwoners staan in deze fase veel positiever tegenover kleine windmolens (20 m ashoogte) op het eigen erf. Waar in fase 1 nog een merendeel van de inwoners tegen de komst van veel kleine windmolens was, zijn inwoners in deze fase positiever over kleine windmolens. Inwoners maken zich zorgen over de gezondheidseffecten van windturbines en vinden dat deze aspecten een duidelijkere plek moeten krijgen in het afwegingskader.

In het afwegingskader moet volgens inwoners meer rekening gehouden worden met: o Slagschaduw van windturbines o Gezondheidseffecten van windturbines o Laagfrequent geluid dat windturbines produceren Inwoners vinden zonnepanelen op daken een maatschappelijk geaccepteerde manier om duurzame energie op te wekken. Als zonnepanelen op daken niet genoeg energie opleveren om te voldoen aan de opgave, willen inwoners zonnepanelen het liefst op plekken waar ze de zonnevelden zo min mogelijk kunnen zien. Inwoners vinden dat er meer rekening gehouden moet worden met het negatieve effect dat zonnevelden hebben op biodiversiteit, weidevogels en natuurgrond. Op het moment dat er een initiatief voor een concreet energieproject ligt, willen inwoners zo vroeg mogelijk betrokken worden. Gesprekken over financiële participatie komen lastiger op gang dan procesparticipatie. Inwoners hebben daarvoor vaak te weinig zicht op de verschillende mogelijkheden voor het participeren in een energieproject en geven daarbij aan dat ze graag meer concrete voorbeelden zouden zien.

Fase 2b •

In deze fase is terugkoppeling gegeven aan inwoners over de totstandkoming van het afwegingskader en de wijze waarop hun input daarin is verwerkt.

P10

Alle participatiemomenten op een rij Fase 0

Fase 1

Fase 2a

Fase 2b

Fase 3

Interviews met stakeholders

2 fysieke inloopavonden

2 fysieke inloopavonden

2 digitale avonden

Schriftelijke reacties

Sessies met lokale experts/specialisten

2 digitale avonden

Bestuurlijke besluitvorming

Communicatiemiddelen ingezet om inwoners te benaderen • • • • • • •

Nieuwsbrief op website gemeente Oudewater IJsselbode Digitaal bord in de gemeente Facebook (zowel via de bestaande gemeente-Facebook als betaalde advertenties) Twitter Instagram LinkedIn

P11

2. Afwegingskader 2.1 Algemene voorwaarden Het afwegingskader kijkt verder dan de opgave voor het opwekken van duurzame energie in 2030. Het is een kader dat gebruikt kan worden om te kijken op welke plek en onder welke voorwaarden initiatieven gestart kunnen worden. De voorwaarden worden verdeeld in ‘algemene voorwaarden’ en ‘voorwaarden per zone’. De algemene voorwaarden kunnen ruimtelijk, financieel, technisch, prioritair of procesmatig van aard zijn. Hieronder wordt eerst ingegaan op de algemene voorwaarden. Vervolgens wordt de totstandkoming van de zones en de voorwaarden per ‘zone’ toegelicht in respectievelijk paragraaf 2.2 en paragraaf 2.3. Algemene voorwaarden duurzame opwek Ruimtelijk •

• •

• •

• • • •

De ontwikkeling van een initiatief voor het opwekken van duurzame energie heeft invloed op andere initiatieven in een mogelijke zone. Indien er meerdere initiatieven zijn in dezelfde zone geeft de gemeente de voorkeur aan bundeling van initiatieven in één project. Bij ontwikkeling van een hernieuwbaar energieproject moet de huidige functie worden meegenomen in de afweging. Er moet zoveel als mogelijk een combinatie worden gemaakt met minimaal één ander thema zoals recreatie, natuurontwikkeling, waterbeheer, bodemdaling, landschapsversterking etc. De ruimtelijke kwaliteit van een gebied moet behouden blijven of zelfs versterkt worden. Ontwikkeling van zonnevelden of windturbines mag de kernkwaliteit van een gebied geen onevenredige schade toebrengen. Voor meer informatie over deze kernkwaliteiten wordt verwezen naar de kwaliteitsgidsen van de provincie Utrecht. Grootschalige projecten moeten ‘natuurinclusief’ ontwikkeld worden, waarbij natuuraspecten integraal worden meegenomen in het ontwerp. Bij de afweging van een initiatief moet ook rekening worden gehouden met inpassing van bijbehorende elementen zoals omvormers, trafohuisjes of energieopslag.

Voor middelgrote ontwikkelingen voor eigen gebruik geldt dat deze algemeen worden toegestaan bij boerenerven en lintbebouwing Er geldt een monitoringsverplichting voor initiatiefnemers van grootschalige windturbines en van zonnevelden groter dan 10 ha. Door middel van periodieke verslaglegging dienen initiatiefnemers aan te tonen dat de projecten blijven voldoen aan de gestelde voorwaarden, bijvoorbeeld op het gebied van windturbinegeluid of ten aanzien van de vereiste koppelingen bij een zonnepark met thema’s als bodemdaling of biodiversiteit. Initiatiefnemers van deze projecten voeren daarnaast een nulmeting uit van de betreffende effecten.

Financieel •

Voor ieder initiatief geldt dat een participatieplan moet worden opgesteld en een voorstel voor financiële participatie moet worden ingediend.

Technisch •

Er moet ook rekening worden gehouden met de huidige en toekomstige capaciteit van het elektriciteitsnetwerk. Door zowel op zonne-energie als op kleine windmolens in te zetten

P12

wordt de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk beter benut. Bovendien biedt een combinatie van wind- en zonne-energie op jaarbasis meer evenwicht in aanbod van en vraag naar elektriciteit. Voor de toekomst kan dit mogelijk ook gaan spelen voor de combinatie van zonnevelden en grootschalige windenergie. Initiatiefnemers in zones waar zowel wind- als zonne-energie mogelijk is dienen aan te tonen dat de ontwikkeling van de ene techniek de ontwikkeling van de andere techniek op dezelfde locatie niet uitsluit. Daarnaast wordt van deze initiatiefnemers verwacht dat zij de mogelijkheden voor een combinatie van wind- en zonne-energie in deze zones onderzoeken. • Bij de ontwikkeling van zonnevelden en windturbines dient vooraf te worden aangetoond dat dit mogelijk is vanuit het perspectief van externe veiligheid. Prioritair •

• •

Zon op (grootschalig) dak wordt gezien als iets waar sterk op moet worden ingezet in Oudewater, conform de zonneladder. Het gaat om al het geschikte dakoppervlak, onafhankelijk van de locatie (in het buitengebied of juist in de stedelijke context). Middelgrote opwek voor eigen gebruik (zon op dak, windmolens tot 20 meter ashoogte en zonnevelden tot 1 ha) is toegestaan. Zonnevelden hebben de voorkeur boven windturbines.

Procesmatig •

•

•

De planologische toestemming voor de bouw en het gebruik van een zonneveld of een windpark wordt voor bepaalde tijd verleend. Daarmee wordt zeker gesteld dat de activiteiten een tijdelijk karakter hebben. Op basis van het afwegingskader worden bepaalde zones opengesteld voor het indienen van projectvoorstellen. Bij de omgevingsvergunningaanvraag moet door middel van een analyse voor de betreffende locatie worden aangetoond dat aan de voorwaarden wordt voldaan. Zie de Hoofdstuk 3 en de bijlage Stappenplan voor meer informatie over het te doorlopen proces.

Algemene voorwaarden Wind2 Ruimtelijk • • •

•

Er worden twee typen windturbines onderscheiden: kleine windmolens (boerenmolens van circa 15 kW en met een maximale ashoogte van 20 m) en grootschalige windturbines. Bij ontwikkeling van grootschalige turbines moeten deze een grootschalige landschappelijke lijn versterken (in overleg met buurgemeenten). Wanneer verschillende windparken worden gerealiseerd in het open landschap en binnen 10 km afstand van elkaar, bestaat volgens het PlanMER Omgevingsvisie provincie Utrecht het risico van visuele interferentie. Om dit te voorkomen mogen windparken in het open landschap binnen deze afstand van elkaar maximaal 10% afwijken in tiphoogte. Daarnaast vindt er afstemming plaats met buurgemeenten. Voor kleine windmolens geldt dat deze algemeen worden toegestaan bij boerenerven en lintbebouwing. Deze windmolens moeten aan de volgende voorwaarden voldoen: o Maximaal 2 kleine windmolens per perceel

2 Opgenomen met het oog op mogelijke ontwikkelingen na 2030 en om in normstelling gelijk op te lopen met de gemeenten in de

Lopikerwaard, te weten Montfoort, Lopik, Woerden en IJsselstein.

P13

o

De windmolens moeten in principe in bouwblokken worden gerealiseerd.

Technisch: •

Er worden twee typen windturbines onderscheiden: kleine windmolens (boerenmolens van circa 15 kW en met een maximale ashoogte van 20 m) en grootschalige windturbines. o Er gelden restricties voor veiligheid en milieu. Binnen deze restricties mogen er geen windturbines ontwikkeld worden. Deze restricties gaan naast veiligheidsmarges ook over afstanden om geluidsoverlast en slagschaduwhinder te beperken. De restrictie met betrekking tot afstanden is afhankelijk van het type turbine. Om geluidshinder te beperken heeft gemeente Oudewater ervoor gekozen om een strengere geluidsnorm te hanteren dan wettelijk is opgelegd. In de Bijlage Restricties wordt uitgelegd dat de geluidsnorm voor geluid door windturbines (47 dB (Lden) is vertaald naar een afstand van 300 meter bij losse woonbebouwing en 500 meter voor woonkernen. Dit is een vuistregel; bij een meer concrete windlocatie moet altijd onderzoek gedaan worden of de norm niet overschreden wordt. Hierin spelen namelijk ook andere factoren een rol, zoals bijvoorbeeld de overheersende windrichting. Gemeente Oudewater kiest ervoor om de vuistregel afstand te vergroten tot 500 meter voor losse woonbebouwing. Voor woonkernen (geclusterde woningen) geldt in principe een vuistregel afstand van 800 meter3.

Hiervan kan worden afgeweken tot een afstand tussen de 500 en 800 meter, mits hiertoe in overeenstemming met de lokale omgeving wordt besloten tijdens het gebiedsproces. Dit betekent dat bewoners hierover kunnen onderhandelen met de initiatiefnemers van een windpark, bijvoorbeeld in ruil voor additionele baten voor de omgeving. De gemeenteraad kan besluiten om een afstand tussen de 500 en 800 meter toe te staan als dat voortkomt uit het gebiedsproces en als uit advies van de omgevingsdienst en de GGD blijkt dat het aantal gehinderden in de betreffende situatie voldoende beperkt blijft. De vuistregel afstanden hebben invloed op de locaties waar in theorie mogelijkheden zijn voor windturbines. Meer informatie hierover is opgenomen in de bijlage Restricties en thematische kaarten. • Initiatiefnemers dienen door middel van geluidsberekeningen te onderbouwen dat de maximale geluidsbelasting op woningen niet hoger is dan de WHO advieswaarde (van 45 dB Lden). • In de Provinciale Omgevingsverordening Utrecht zijn beleidsregels opgenomen voor windenergie. Er zijn gebieden benoemd waar specifieke bescherming geldt voor natuur, stilte, cultuur of een andere bescherming. Het karakter van deze regelgeving is dat een toets zou moeten uitwijzen of er daadwerkelijk een significant effect is op deze beschermde gebieden.

• Voor kleine windmolens met een rotordiameter gelijk aan of groter dan 2 m is het Activiteitenbesluit milieubeheer (en de ministeriële Activiteitenregeling milieubeheer) van toepassing. Financieel •

Initiatiefnemers moeten in ieder geval de gedragscode Wind op Land van brancheorganisaties NWEA onderschrijven en aan de bijbehorende voorwaarden voldoen.

3 Deze vuistregel afstanden zijn behalve op woonbebouwing ook van toepassing op alle overige geluidsgevoelige objecten, zoals

bijvoorbeeld ziekenhuizen en onderwijsgebouwen.

P14

Procesmatig •

• • • •

Wanneer in de toekomst een zone wordt opengesteld voor windenergie, dan kan dit alleen gebeuren via een raadsbesluit. Voorafgaand hieraan moet advies bij de GGD en ODRU worden ingewonnen over gezondheid en windturbines. Grootschalige windturbines zijn vanaf grote afstand zichtbaar. Grootschalige wind moet daarom altijd bovenlokaal (met buurgemeenten) worden afgestemd. Initiatiefnemers van grootschalige windprojecten publiceren jaarlijks een rapportage over ontvangen klachten en klachtenafhandeling. Bij initiatieven waar energieopslag wordt toegepast dient de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) te worden gevraagd om advies. Zie Hoofstuk 3 en de bijlage Stappenplan voor meer informatie over het te doorlopen proces.

Algemene voorwaarden Zon Ruimtelijk • •

•

Er wordt een onderscheid gemaakt in middelgrote zonnevelden bedoeld voor eigen gebruik (max 1 hectare4) en grootschalige zonnevelden (>1 hectare) Bij het ontwerp van een zonneveld moet rekening worden gehouden met bodembederf, in het bijzonder in zones waar sprake is van bodemdroogte en/of waar de bodemecologie onder druk staat. Ook dient men rekening te houden met de Wet Bodembescherming (in verband met draagconstructies). De maximale hoogte voor zonnevelden is 1,5 m. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan hiervan worden afgeweken, tot een maximale hoogte van 2,5 m, onder voorwaarde dat het een zuidgeoriënteerde opstelling betreft en er zwaarwegende belangen spelen vanuit de bodemkwaliteit. Ook moeten er in het gebiedsproces afspraken zijn gemaakt over zichtlijnen van omwonenden, passanten en recreanten. Dit heeft te maken met het verschil tussen zuidgeoriënteerde zonnevelden en oost-west georiënteerde zonnevelden, qua effecten op de bodemkwaliteit: 1.

Bij zuidgeoriënteerde opstellingen is het mogelijk om negatieve effecten op de bodem te beperken door meer ruimte vrij te houden onder (en tussen) de rijen met panelen5. Het gevolg is dat de panelen hoger komen en het moeilijker is om er overheen te kijken. In gebieden waar sprake is van bodemdroogte en/of waar de bodemecologie onder druk staat, kan de afweging worden gemaakt om zonnevelden met een maximale hoogte van 2,5 m toe te staan.

2.

Bij een oost-west georiënteerde opstelling is echter nagenoeg altijd sprake van een negatieve invloed op de bodem, ongeacht de hoeveelheid ruimte die vrij blijft onder de panelen. Er komt bij deze paneeloriëntatie immers weinig zonlicht tot de bodem en het regenwater wordt in te hoge mate ongelijkmatig verdeeld. Bij de afweging tussen zichtlijnen en het tegengaan van bodembederf heeft daarom in

4 Concept PARK-advies RES, geeft aan 2 hectare als middelgroot. Met aanscherping vanuit veenweide in beweging (gemeente

Woerden) is dit teruggebracht tot 1 hectare wegens het kleinschalige karakter van het landschap. 5 Soms kunnen zonnevelden ook een positieve invloed kunnen hebben op de bodemkwaliteit. Voorwaarde hiervoor is dat het

gronden betreft die voorheen gebruikt werden voor intensieve landbouw en dat het een zuid georiënteerd zonneveld betreft, waarbij voldoende ruimte onder en tussen de panelen wordt behouden.

P15

•

•

•

•

deze gevallen het behoud van het zicht over de panelen de voorkeur. Om die reden is het bij oost-west georiënteerde zonnevelden niet mogelijk om af te wijken van de maximale hoogte van 1,5 m. Voor middelgrote zonnevelden geldt dat deze algemeen worden toegestaan bij boerenerven en lintbebouwing, mits deze voorzien in het eigen gebruik van de woning of de (bijvoorbeeld agrarische) onderneming. Deze zonnevelden moeten aan de volgende voorwaarden voldoen: o Inpassing in het groen en de structuur van het landschap o Maximaal 2,5 m hoog o Meenemen omvormers, transformatorhuisjes, eventuele energieopslag ed. in inpassingsplan o Middelgrote zonnevelden moeten in principe in bouwblokken worden gerealiseerd Er moet bij grootschalig zon een combinatie worden gemaakt met minimaal één van de thema’s die in de betreffende zone spelen, zoals recreatie, natuurontwikkeling, waterbeheer, bodemdaling, landschapsversterking etc. Het inpassen van een zonneveld blijft altijd een locatiespecifieke aangelegenheid; Hierbij moet aandacht besteed worden aan de structuur van het onderliggende landschap en aan de randen van het zonneveld. Afscheidingen kunnen gemaakt worden door wallen, lage begroeiing, sloten of hekwerken en moeten zoveel mogelijk bijdragen aan de inpassing in de structuur van het landschap.

Bij open landschappen geldt dat de hekwerken zo laag mogelijk moeten blijven, oftewel de minimale hoogte die vereist is om het zonneveld te kunnen verzekeren. Beplanting mag niet boven de 1,5 m uitkomen als het zonneveld in het open landschap gelegen is. Het is niet toegestaan om sloten te dempen bij de ontwikkeling van een zonneveld. De oorspronkelijke kavelstructuur moet beleefbaar blijven.

Technisch: •

Initiatiefnemers dienen advies te vragen aan de leidingbeheerder indien het zonnepark gelegen is binnen een afstand van 200 meter tot gastransportleidingen. • In de gemeente gelden naast restricties voor zonnevelden, ook ‘toetsingsvlakken’ . Dit betekent dat er beleid geldt dat kan conflicteren met de ontwikkeling van een zonneveld. Er moet getoetst worden in hoeverre een ontwikkeling botst met het beleid en er kan gekeken worden of er mogelijkheden zijn om te compenseren of aan te passen zodat een ontwikkeling wel mogelijk is. Voor concrete initiatieven dient getoetst te worden of deze niet in strijd zijn met de betreffende waarden die worden beschermd, zoals bijvoorbeeld Unesco Werelderfgoed (cultuurhistorie) of weidevogel gebieden (natuurwaarden). • Er mogen geen zonnevelden worden ontwikkeld in Natuurnetwerk Nederland gebieden of Natura 2000 gebieden. • De maximaal toegestane hoogte voor zonnevelden in de gemeente is 2,5 m. Zonnevelden tot een hoogte van 1,5 m, hebben echter als voordeel dat men over de panelen heen kan kijken. Wanneer er sprake is van een zonneveld hoger dan 1,5 m dient er onderbouwd te worden waarom dat het geval is en met welk thema er een koppeling plaatsvindt. Financieel •

Initiatiefnemers moeten in ieder geval de gedragscode Zon op Land van brancheorganisatie Holland Solar onderschrijven en aan de bijbehorende voorwaarden voldoen.

P16

Criteria bij nader onderzoek In het afwegingskader worden verschillende zones beschreven. Per zone wordt aangegeven wat de draagkracht is voor grootschalige opwek door zon of wind. Ook binnen iedere zone is er een variëteit in landschap, schaal, richting of functie. Voordat er kan worden overgegaan op verdere stappen richting ontwikkeling zal de gemeente inzichtelijk maken wat de maximale landschappelijke draagkracht is van de potentiële zoekgebieden is voor zonne- en windenergie. Dit wil zeggen dat het maximale aantal hectare zonne-energie en/of het maximale aantal windturbines per zone wordt bepaald. Daarbij wordt rekening gehouden met meerdere landschappelijke criteria (conform het planMER ontwerp provinciale omgevingsvisie Utrecht). Deze lijst is niet uitputtend, maar geeft een beeld van de vervolgvragen die de gemeente gaat uitwerken per zone. • • • • •

In welke mate wordt de leefbaarheid van het landschap beïnvloed? In welke mate wordt de openheid van het gebied beïnvloed? In welke mate wordt de schaal van het landschap beïnvloed? In welke mate worden de zichtlijnen in het landschap beïnvloed? In welke mate blijft het reliëf van het landschap herkenbaar?

Door een grondige landschappelijke analyse uit te voeren op basis van simulaties vanuit meerdere zichtpunten kan er een meer gegrond antwoord op deze vragen komen.

2.2 Totstandkoming zones Ten behoeve van het afwegingskader wordt het grondgebied van gemeente Oudewater ingedeeld in verschillende zones. De algemene voorwaarden van paragraaf 2.1 gelden voor alle zones op de kaart. De zones zijn op basis van een aantal lijnen tot stand gekomen: •

•

•

•

Allereerst is een zonering tot stand gekomen op basis van de eerste inloopavonden met bewoners. Bewoners is gevraagd om zon of wind als ‘fiches’ op een kaart te verschuiven. Daarbij zijn bewoners gevraagd naar het ‘waarom’ . Waarom zien zij op bepaalde plekken landschappelijke draagkracht? Of waarom juist niet? Vaak leggen bewoners de link tussen een functie: ‘langs het spoor’ of ‘langs het industrieterrein’. Zo is bijvoorbeeld zone H ‘langs het industrieterrein’ en zone F ‘spoorzone’ tot stand gekomen, maar ook het onderscheid bebouwing en open landschap kwam hieruit naar voren. De zoneringen zijn aangescherpt op basis van landschappelijke eigenschappen in overleg met landschapsexperts. Zo hebben de gebieden in het open landschap een verschillende structuur en maatvoering; zone C is een uiterwaardenlandschap en heeft een andere structuur dan zones die een veenweidelandschap beslaan. Ook zijn er verschillen in de verkavelingspatronen sommige historische verkavelingen zijn meer intact. Er is dus meer onderscheid gemaakt tussen de verschillende zones ‘open landschap’. Tevens zijn de zones aangescherpt op basis van de specifieke opgaven of waarden die in het gebied gelden, wederom in gesprek met landschapsexperts en erfgoedexperts. Zo wordt gebied B gekenmerkt door hoge cultuurhistorische waarden, en wordt gebied J gekenmerkt door relatief veel bodemdaling.

De zones zijn dus tot stand gekomen vanuit functionele, ruimtelijke en landschappelijke aspecten. De zones zijn kortgezegd ingedeeld op basis van functies (bebouwd/agrarisch etc.), schaalgrootte van het landschap (open, besloten) en richting of structuur van het landschap.

De begrenzing van de zones is indicatief. Dit komt door het verschil in het open zicht dat op een specifieke locatie aanwezig is. Voor bebouwingszones geldt de richtlijn dat de bebouwingszones ongeveer 200 meter rondom de bouwblokken gelden. Bij ontwikkelingen op grotere afstand

P17

gelegen in het open landschap, moet wel altijd nog getoetst worden wat dit betekent voor het horizonbeeld van omwonenden.

Figuur 1. Indeling zones op kaart.

2.3 Voorwaarden per locatie Per zone wordt aangegeven wat de draagkracht is voor (grootschalige) opwek door zon of wind. Per zone wordt er daarnaast verwezen naar thema’s die (kunnen) raken aan de opwek van duurzame energie. Tien zones Zone A, B, C, D en G, H en J delen het open landschap in. Het onderscheid is gemaakt op basis van verschil in grootte en structuur van de veenweidegebieden. Dit verschil is voornamelijk te zien tussen gebieden ten noorden of ten zuiden van de Hollandsche IJssel. Verder is er een onderscheid gemaakt in de mate van bodemdaling. De zones zijn vaak omkaderd door de lintbebouwing. A. Veenweidegebied met veel bodemdaling • • • •

Geen wind Grootschalige zonnevelden clusteren, niet versnipperd Zonnevelden inpassen in groen en de structuur van het landschap Ontwikkeling van grootschalig zon moet gekoppeld worden aan in ieder geval één van de thema’s die hier spelen. Bovendien mogen de waarden van deze thema’s niet onevenredig geschaad worden

P18

o o o o

Landschappelijke structuren Lage waarden biodiversiteit Bodemdaling Cultuurhistorische waarde

B. Veenweidegebied van hoge cultuurhistorische waarde • • • •

Geen grootschalig wind Grootschalige zonnevelden in zone B-3 clusteren, niet versnipperd Zonnevelden inpassen in groen en de structuur van het landschap Ontwikkeling van grootschalig zon wordt alleen toegestaan in zone B-3 en moet gekoppeld worden aan in ieder geval één van de thema’s die hier spelen. Bovendien mogen de waarden van deze thema’s niet onevenredig geschaad worden o Landschappelijke structuren o Lage waarden biodiversiteit o Droogte o Bodemdaling in B3 o Cultuurhistorische waarde in B4 o Grenszone natuurgebied B4

C. Uiterwaardenlandschap tussen de lintbebouwing • •

Geen grootschalig wind Geen grootschalig zon

D. Veenweidegebied, zuidzijde IJssel • • • •

Geen grootschalig wind Grootschalige zonnevelden clusteren, niet versnipperd Zonnevelden inpassen in groen en de structuur van het landschap Ontwikkeling van grootschalig zon moet gekoppeld worden aan in ieder geval één van de thema’s die hier spelen. Bovendien mogen de waarden van deze thema’s niet onevenredig geschaad worden o Landschappelijke structuren o Lage waarden biodiversiteit o Hoge waarden van biodiversiteit behouden o Bodemdaling, o Cultuurhistorische waarde o Aangrenzende natuurzone (D8) o Hoge kansrijkheid archeologische waarden

E. Bebouwd gebied •

• • •

•

Zone geldt als richtlijn tot 200 m vanaf de bouwblokken. Uitgangspunt hierbij is zicht op het open landschap. Op specifieke locaties kan de breedte minder zijn door reeds bestaande visuele onderbrekingen Geen wind Geen zonnevelden Zonnepanelen op alle daken o Rekening houden met monumentale daken, zodat stadsgezicht niet wordt aangetast In deze zone zijn elementen van cultuurhistorische waarde aanwezig. Dit heeft invloed op de inpassing van duurzame energie

P19

F. Spoorzone en Hoogspanningslijn • •

•

•

Geen grootschalig wind Grootschalige zonnevelden onder de hoogspanningslijn (Zone F10 – Hoogspanningslijn) zijn alleen mogelijk als de aangrenzende zone (Zone A – Open landschap) reeds wordt opengesteld. Zonnevelden in afstemming met buurgemeenten, en met ontwikkelingen in zone J. Tevens Inpassen in groen en de structuur van het landschap o Voor (middelgrote) zonneparken langs het spoor geldt geen maximale omvang in ha. In plaats daarvan kan er worden gewerkt met een maximale breedte vanaf het spoor (bv. 25 m breed over een lengteafstand langs het spoor van 500 m). In dit geval dienen de initiatiefnemers een landschapsarchitect te betrekken om een maximale breedte te bepalen en te zorgen voor een goede landschappelijke inpassing o Waar mogelijk dient een koppeling te worden gemaakt met geluidsschermen. De hoogte van geluidsschermen langs het spoor wordt bepaald op basis van de gewenste mitigatie van geluidsemissie van spoorverkeer. De hoogte van de geluidsschermen geldt als maximale hoogte voor zonnepanelen op geluidsschermen. Ontwikkeling van grootschalige zon moet gekoppeld worden aan in ieder geval één van de thema’s die hier spelen. Bovendien moeten de waarden van deze thema’s niet onevenredig geschaad worden o Landschappelijke structuren o Hoge waarden van biodiversiteit behouden o Bodemdaling o Cultuurhistorische waarde o Geluidsoverlast o Aangrenzende natuurzone

G. Grens met Lopik • • •

•

Optioneel zoekgebied voor grote windturbines op landschapslijn langs gemeentegrens. Regionale afstemming is daarbij noodzakelijk. Geen kleine windmolens Zonnevelden inpassen in groen en de structuur van het landschap i.v.m. open zichtlijnen. o Meenemen transformatorhuisjes ed. in inpassingsplan o Panelen zoveel mogelijk in de richting van het landschap Ontwikkeling van grootschalig zon moet gekoppeld worden aan in ieder geval één van de thema’s die hier spelen. Bovendien mogen de waarden van deze thema’s niet onevenredig geschaad worden o Landschappelijke structuren o Hoge waarden van biodiversiteit behouden o Bodemdaling o Aangrenzende natuurzone, rondom Willeskop o Hoge archeologische verwachtingswaarde

H. Strook langs industrieterrein Tappersheul • •

Geen grootschalig wind Zonnevelden inpassen in het groen. Het zoekgebied ligt ten oosten van de recreatieve groenstrook

P20

•

Ontwikkeling van grootschalige zon moet gekoppeld worden aan in ieder geval één van de thema’s die hier spelen. Bovendien mogen de waarden van deze thema’s niet onevenredig geschaad worden o Landschappelijke structuren o Lage waarden van biodiversiteit o Droogte o Geluidsoverlast o Recreatie

I. Lintbebouwing •

• •

• •

•

•

Zone geldt als richtlijn tot 200 m vanaf de bouwblokken. Uitgangspunt hierbij is zicht op het open landschap. Op specifieke locaties kan de breedte minder zijn door reeds bestaande visuele onderbrekingen Geen grootschalig wind Kleine windmolens voor eigen gebruik op boerenerven kunnen ontwikkeld worden mits ze visueel onderdeel zijn van het erfensemble o Maximaal 2 kleine windmolens per perceel o De windmolens moeten zo dicht mogelijk bij of in het bouwblok worden gerealiseerd Geen grootschalig zon Middelgrote zonnevelden voor ‘eigen gebruik’ mogelijk op bebouwd oppervlak (erf) zolang het visueel onderdeel blijft van erfensemble o Inpassen in groen en de structuur van het landschap o Middelgrote zonnevelden moeten zoveel mogelijk in of nabij bouwblokken worden gerealiseerd Kleinschalige bedrijfsterreinen (grondbedrijven, aannemerijen e.d.) langs de linten in het buitengebied kunnen transformeren naar zonnevelden als de bedrijfsgebouwen worden gesaneerd In deze zone zijn elementen van cultuurhistorische waarde aanwezig. Dit heeft invloed op de inpassing van duurzame energie. Zie bijlage voor toetsingsvlak cultuurhistorische waarde.

J. Veenweidegebied met veel bodemdaling, langs spoor • •

•

Geen grootschalig wind Zonnevelden in afstemming met buurgemeenten en met ontwikkelingen in zone F. Tevens inpassen in groen en de structuur van het landschap o Voor (middelgrote) zonneparken langs het spoor geldt geen maximale omvang in ha. In plaats daarvan kan er worden gewerkt maximale breedte vanaf het spoor (bv. 25 m breed over een lengteafstand langs het spoor van 500 m). In dit geval dienen de initiatiefnemers een landschapsarchitect te betrekken om een maximale breedte te bepalen en te zorgen voor een goede landschappelijke inpassing Ontwikkeling van grootschalig zon moet gekoppeld worden aan in ieder geval één van de thema’s die hier spelen. Bovendien moeten de waarden van deze thema’s niet onevenredig geschaad worden o Landschappelijke structuren o Hoge waarden van biodiversiteit behouden o Bodemdaling o Cultuurhistorische waarde o Geluidsoverlast P21

o

Aangrenzende natuurzone

2.4 Prioritering In de beschrijving van de verschillende zones (A-J) wordt niet ingegaan op een voorkeursvolgorde voor gebieden die als eerste zouden moeten worden benut voor de opwek van duurzame energie. Tijdens meerdere sessies met bewoners en experts is het gegaan over de gebieden die als eerste of juist als laatste opengesteld zouden moeten worden voor vergunningverlening van projecten voor duurzame opwek. Deze volgorde kan voor zon en wind verschillend zijn. De volgorde toont aan in welke zones als eerste gezocht kan worden naar ontwikkelingen in het kader van de opwek van duurzame elektriciteit. Dit afwegingskader maakt het enerzijds makkelijker om te reageren op initiatieven in de gemeente. Anderzijds kan er gekeken worden welke locaties actief gestimuleerd kunnen worden om invulling te geven aan de opgave duurzame energie opwek die in de RES beschreven staat. De prioritering van voorliggend afwegingskader is gebaseerd op de zonneladder Er is in de prioritering een vierdeling gemaakt: 1. 2. 3. 4.

Zones die worden opengesteld voor vergunningverlening Zones die worden onderzocht ten behoeve van realisatie voor 2030 Zones die worden onderzocht ten behoeve van realisatie 2030-2050 Zones die uitgesloten worden en ook niet onderzocht worden

Deze vier categorieën worden hieronder op kaartmateriaal gepresenteerd:

Figuur 2. Voorkeurszones

P22

Figuur 3. Verdiepend onderzoek nodig, realisatie voor 2030.

Figuur 4. Verdiepend onderzoek nodig, realisatie tussen 2030 en 2050.

P23

Figuur 5. Zones die zijn uitgesloten als zoekgebied voor wind of zon. Het meest relevant zijn de zones in categorie 1. Deze zullen immers als eerste worden opgesteld voor eventuele ontwikkelingen (met inachtneming van de gestelde voorwaarden). De indeling van de zones in één van de vier categorieën kan gedurende de tijd veranderen. Zo kunnen zones die in eerste instantie nog niet worden opengesteld voor ontwikkelingen in verloop van tijd toch ook in de eerste categorie met hoogste prioriteit komen: •

•

Het kan zijn dat de benodigde hoeveelheid opwek groter of kleiner wordt. Dit kan van invloed zijn op de inzet die nodig is van de gemeente. Sommige zones kunnen hierdoor in een latere fase toch worden opengesteld voor vergunningsverlening, met inachtneming van de gestelde voorwaarden en zolang de hoeveelheid past binnen de door de raad vastgestelde opgave. De totale hoeveelheid opwek door middel van grootschalige zonnevelden en/of grootschalige windenergie kan enkel groter worden wanneer de raad daarmee instemt. Het kan zijn dat nieuw onderzoek nieuwe inzichten geeft. Naar aanleiding van dergelijk onderzoek kan een zone een andere positie op het kader krijgen.

De hoofdbevindingen van de voorkeursvolgorde komen uit de punten die zijn opgehaald tijdens de inloopavonden met bewoners en de verdiepende sessies met ruimtelijke experts vanuit de gemeente (Zie paragraaf 1.3). In sommige gevallen sluiten de bevindingen tijdens de bewonersavonden niet volledig aan met de bevindingen op ruimtelijk gebied. Het belang van het landschap en de cultuurhistorische waarde van de gemeente Oudewater maakt dat de gemeente restrictief wil omgegaan met het openstellen van gebieden voor grootschalige energieprojecten. Dat betekent dat initiatieven in eerste instantie slechts in een beperkt aantal zoekgebieden mogelijk zijn. Pas wanneer de opgave niet haalbaar blijkt in deze zoekgebieden wordt een volgend zoekgebied opengesteld. Het alternatief zou zijn om te kiezen voor een meer evenredige verdeling van de opgave over de verschillende zoekgebieden van Oudewater door de zoekgebieden gelijktijdig open te stellen voor initiatieven en te sluiten zodra er voldoende projecten vergund zijn

P24

om in de bijdrage aan de regio te voldoen. De gemeente vind deze laatste optie onwenselijk vanuit het oogpunt van ruimtelijke kwaliteit. Er zijn ook specifieke zones waarin de bevindingen tijdens de bewonersavonden niet volledig aansluiten bij de bevindingen op ruimtelijk gebied, dit speelt in de te onderzoeken zones ten behoeve van realisatie voor 2030. Een voorbeeld is de lage prioriteit van grondgebonden zon in zone A die uit de bewonerssessies naar voren kwam. Tegelijkertijd kwam tijdens de sessies wel naar voren dat grondgebonden zon zoveel mogelijk gekoppeld zou moeten worden aan andere ruimtelijke opgaven (zoals het tegengaan van bodemdaling). Zone A is een van de zones waar deze opgave speelt. De gemeente doet onderzoek naar de locatie waar dergelijke opgaven als eerst geagendeerd worden; opwek door grondgebonden zon wordt hier dan in meegenomen. Naast de inloopavonden en de verdiepende sessies met experts heeft de zonneladder een rol gespeeld bij de totstandkoming van de voorkeursvolgorde, conform het raadsbesluit van 11 maart 2021. Op basis van de informatie die tijdens de bewonerssessies en de expertsessies is opgehaald en op basis van de zonneladder is volgende verdeling van de zones over de vier categorieën gemaakt: Voorkeursvolgorde 1.

2.

3.

Zones die open worden gesteld voor vergunningsverlening: a. Zon op bebouwing, conform de landelijke zonneladder (zone E en zone I); b. Kleine windmolens voor eigen gebruik (zone I); c. Middelgrote zon voor eigen gebruik (zone I); d. Zon in en langs spoorberm, conform de landelijke zonneladder (zone F) Zones waar nog verdiepend onderzoek moet plaatsvinden om te onderzoeken welke locatie het meest geschikt is voor een bijdrage vóór 2030: a. Grootschalige zonnevelden in combinatie met aanpak bodemdaling in Zone J-11 b. Grootschalige zonnevelden in combinatie met aanpak bodemdaling in Zone A-1 c. Grootschalige zonnevelden in combinatie met aanpak bodemdaling in Zone B-3 d. Grootschalige zonnevelden, waar mogelijk in combinatie met aanpak bodemdaling, in Zone F-10, Hoogspanningslijn. i. Deze zone kan alleen worden opengesteld voor grootschalige zonnevelden als de aangrenzende Zone A-1 of Zone B reeds wordt opengesteld. Zones waar eventueel op langere termijn onderzoek naar wordt gedaan ten behoeve van realisatie in de periode 2030-2050; deze zones worden nog niet opengesteld voor vergunningsverlening: a. Grootschalige zonnevelden in het open landschap: Onderzoek vanuit afdeling Ruimtelijke Ordening van de gemeente voor grootschalig zon in combinatie met recreatie-ontwikkeling, bodemdalingsopgave etc.

Hierbij wordt tevens onderzocht waar en wanneer deze ander opgaven worden ingevuld. Bij de afweging van een grootschalig zonneveld wordt nadrukkelijk benoemd dat deze afhankelijk is van de uitkomsten en ruimtelijke samenhang van categorie 2. Vanuit het traject met de bewoners is de voorkeursvolgorde binnen deze polders van hoog naar laag: i. Zone H strook langs industrieterrein Tappersheul ii. Zone G grens met gemeente Lopik iii. Zone C uiterwaardenlandschap tussen de lintbebouwing en D Veenweidegebied, zuidzijde IJssel b. Grootschalig wind langs grenszone met Lopik (zone G): hiervoor is verdiepend onderzoek nodig. Bovendien is deze voorkeur afhankelijk van de ontwikkelingen van wind in de buurgemeenten.

P25

4. Geen voorkeur: deze zones worden uitgesloten en voorlopig ook niet onderzocht: a. Wind in het open landschap (uitgezonderd zone G) b. Zon en wind in de stadsrandzone c. Grootschalig zon in zone B-4 en B-5

P26

Figuur 6. Voorkeursvolgorde.

P27

Extra onderzoek Er zijn nog extra onderzoeksvragen opgehaald. Deze lijst is niet uitputtend. Op basis van de uitkomsten van deze onderzoeken kunnen bepaalde zones die voorlopig niet worden opengesteld voor ontwikkelingen toch een ‘stapje naar boven’ verplaatsen. Onderzoeksvragen: 1.

De wijze waarop grote windturbines in het landschap worden beleefd is vooraf moeilijk in te schatten. Onderzoek d.m.v. simulaties moet hier inzicht in geven en nadere richtlijnen bieden voor de plaatsing en de aan te houden afstanden. 2. Tijdens het lopende gebiedsproces wordt samen met inwoners en experts nader onderzocht wat de gewenste omvang is van zonnevelden in het open landschap van Oudewater. Door middel van ontwerpend onderzoek kan daarnaast de maximale draagkracht (het maximale aantal windturbines en het aantal hectares zonneveld) van de potentiële zoekgebieden worden bepaald. Daarbij wordt gekeken naar de effecten op het landschap, de inpasbaarheid van grotere zonnevelden en mitigerende maatregelen om de contouren van grote zonnevelden ‘te verzachten’. 3. Is inpassing van windturbines beter parallel aan de landschapslijnen of juist haaks erop? 4. Hoe moeten windturbines worden geplaatst (en welke minimale hoogte) dat weidevogels er niet door worden gehinderd? 5. Welke organisatie is nodig om tot kavelruil te komen waardoor boeren die willen stoppen kunnen bijdragen aan een zonneveld en boeren die hun bedrijf willen voortzetten naar geschikte gronden kunnen verplaatsen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/548/documents/17318