A10 RIB antw. schriftelijke vragen Wakkere Geelbuik.pdf
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF met beantwoording artikel 32 vragen
Van college van burgemeester en wethouders Vergadering van 18 januari 2022 Kenmerk Z/22/036478 / D/22/048775 Portefeuillehouder Bob Duindam Portefeuille Ruimtelijke Ordening Opsteller Beumers, Richard Onderwerp Beantwoording Schriftelijke vragen art. 32 RvO van De Wakkere Geelbuik inzake Zwembad
Beantwoording van de vragen De fractie van de Wakkere Geelbuik heeft vragen gesteld over de gemeentelijke publicatie in de IJsselbode waarin partijen worden opgeroepen om zich aan te melden voor het beheer, onderhoud en exploitatie van een nieuw zwembad. 1. Vindt u dat met deze bekendmaking recht gedaan wordt aan het gelijkheidsbeginsel dat strekt tot het bieden van gelijke kansen aan gegadigden? Antw.: Ja. Het gelijkheidsbeginsel brengt met zich dat een overheidslichaam dat het voornemen heeft een aan hem toebehorende onroerende zaak te verkopen of in erfpacht uit te geven, ruimte moet bieden aan (potentiële) gegadigden om mee te dingen naar deze onroerende zaak. In dat kader dient het overheidslichaam een passende mate van openbaarheid te verzekeren met betrekking tot de beschikbaarheid van de onroerende zaak, de selectieprocedure, het tijdsschema en de toe te passen selectiecriteria. Het college is van mening dat aan het voorgaande is voldaan, doordat een passende mate van transparantie is geboden door publicatie in De IJsselbode, het AD en publicatie op de website. Het college is ingegaan op de beschikbaarheid van de onroerende zaak, de selectieprocedure, het tijdschema en de toe te passen selectiecriteria (die overigens objectief, toetsbaar en redelijk zijn). 2.
Zoals bekend vinden reeds geruime tijd indringende gesprekken en exclusieve onderhandelingen plaats over de bouw en exploitatie van de door de coalitie begeerde zwemvoorziening met één gegadigde. Deze partij heeft haar plannen reeds diverse keren aan de gemeenteraad gepresenteerd op basis van overleg met het college en beleidsadviseurs, en gebruikmakend van allerhande promotiemateriaal, waaronder artist impressions, een enquête onder de inwoners en adhesiebetuigingen van externe adviseurs en ambassadeurs. - Vindt u dat sprake is van een gelijk speelveld? Antw.: Ja. Vooropgesteld zij dat de uitspraak van de Hoge Raad ons heeft genoopt tot een nadere verkenning of er nog andere gegadigden zijn. Op basis van de nu gedane uitvraag is er sprake van een gelijk speelveld. Er is geen sprake van bevoordeling van partijen. 3. Gegadigden moeten uiterlijk op dinsdag 11 januari hun interesse kenbaar maken en een uitgewerkt planvoorstel indienen. - Vindt u de gestelde termijn redelijk in relatie tot de opgave en de voorkeursbehandeling van de bekende partij? Antw.: Ja. Er is slechts gevraagd om interesse te tonen met daarbij een aantal korte motivaties op een aantal criteria waarna een selectie volgt. Overigens is geen sprake van een voorkeursbehandeling van de bekende partij.
Ook de bekende partij zal, indien zij wil meedingen, haar interesse kenbaar moeten maken en een nadere motivering moeten verstrekken ten aanzien van selectiecriteria. - Geldt deze termijn ook voor de bekende gegadigde? Antw.: Ja.
- Zo niet, waarom niet? Antw.: niet van toepassing - Waarom is geen termijn gesteld die recht doet aan de omvang en complexiteit van de opgave? Antw.: De uitgevraagde motivering ten aanzien van de selectiecriteria staat in verhouding tot de gestelde termijn. Er is slechts gevraagd om interesse te tonen met daarbij een aantal korte motivaties op een aantal criteria waarna een selectie volgt - Vanwaar de haast waarmee het gelijkheidsbeginsel niet kan worden gerespecteerd? Antw.: Het college is van mening dat het gelijkheidsbeginsel wel wordt gerespecteerd (zie antwoord op vraag 1). Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen partijen en de uitgevraagde onderdelen c.q. selectiecriteria zijn niet dusdanig omvangrijk dat sprake zou zijn van een onredelijke termijn.
Bijlagen Vragen reglement van orde: D/22/048974