A10 Bijlage Regionaal Uitvoeringsprogramma RES U16 versie 1.0_1.pdf
Tekst van het document
2.
Voor zomerreces 2022, gemeenteraadsverkiezingen, mogelijke effecten uit de coalitieakkoorden, check of de uitwerking in ruimtelijk beleid op schema ligt en de tussenbalans van de provincie.
3.
Na zomerreces 2022, startbijeenkomst de nieuwe bestuurscyclus
4.
Q3 2022, inventarisatie en start van de planuitwerking (wind) initiatieven
5.
Vanaf december 2022: de halfjaarlijkse monitoring op voortgang en eventuele planuitval
De ijkmomenten van de RES en bestuurlijke ijkmomenten zijn visueel weergegeven in de onderstaande figuren.
Figuur 5 Een overzicht van de RES tot 2050, RES 1.0 p. 64
Figuur 6 Tijdbalk planning Regionaal Uitvoeringsprogramma
Regionaal Uitvoeringsprogramma RES U16
17
5. Financiën Continuïteit van groot belang Om alle initiatieven, plannen en ambities uit het Klimaatakkoord waar te maken, zal de Rijksoverheid snel met een meerjaren financieringsplan moeten komen. De financiering betreft zowel de bijdragen aan gemeenten als de bijdrage voor de regionale inzet van het programmateam RES. Hieronder geven we de inzet op regionaal niveau weer met de kennis van nu. In de begroting 2022 is uitgegaan van dezelfde bijdrage per deelnemende organisatie als de bijdrage die is verstrekt in 2021. Voor 2023 trekken we dezelfde bijdrage per deelnemende organisatie door. Mocht er in de toekomst een grotere bijdrage nodig zijn dan wordt er bijtijds een zorgvuldige onderbouwing aan de ambtelijk opdrachtgevers en de stuurgroep RES U16 voorgelegd.
Korte termijn Voor de uitvoering van de RES, en de daarmee samenhangende activiteiten en personele inzet, zijn (financiële) middelen nodig. In dit hoofdstuk werken we daarom op hoofdlijnen de begroting uit voor 2022 met bijbehorende financiële dekking. Op dit moment is er vanuit NPRES een indicatie gegeven over de rijksbijdrage voor het jaar 2022. In december volgt de bevestiging. Hoe verder na 2022? Het RES-proces is een voortschrijdend proces; eerst wordt ingezet op realisatie van 1,8 TWh in 2030 en de overgang naar duurzame warmtebronnen. Richting 2050 kunnen nieuwe doelen opgesteld en geconcretiseerd worden. Deze werkwijze is nationaal vastgelegd en geldt voor alle RES’en. De financiering voor de periode tot 2030, liefst met een doorkijk naar de periode daarna, ontbreekt tot op heden. Het nieuwe kabinet is aan zet om hier uitsluitsel over te geven.
5.1 Begroting regionale inzet Op dit moment is o.b.v. een aanname een voorlopige inschatting gemaakt van het regionaal budget. Voor 2022 zijn mensen en middelen beschikbaar voor de: •
Personele bezetting programmateam (Zie 3.7)
•
Personele bezetting van ambtelijke teams per thematische opgave
•
Inhuur externe diensten, kennis/expertise en onderzoek/advies -
Tijdelijke aanvulling expertise op regionaal niveau/programmateam
-
Diensten en onderzoekskosten Warmte
-
Diensten en onderzoekskosten Elektriciteit
-
Diensten en onderzoekskosten communicatie
Personele bezetting van ambtelijke teams per thematische opgave Aan iedere thematische opgave is een bestuurlijk thematrekker, een projectcoördinator en een ambtelijk inhoudelijk expertteam verbonden. Het ambtelijke expertteam bestaat uit vertegenwoordigers van de deelnemende gemeenten en betrokken partners/stakeholders. De inzet van projectcoördinatoren vanuit de deelnemende overheden is kwalitatief gezien wenselijk en kwantitatief noodzakelijk om binnen het budget te blijven. Daarom is, gezien de focus op uitvoering en verkleining van het regionale programmateam, een grotere inzet nodig (in uren) vanuit de deelnemende overheden. Tot op heden is dit nog niet georganiseerd.
Regionaal Uitvoeringsprogramma RES U16
18
Indicatie personele bezetting lokaal Om een beter beeld te krijgen van de benodigde ambtelijk inzet voor de realisatie van lokale en regionale doelen bij de uitvoering van het Klimaatakkoord is op basis van onderzoek van de Raad van Openbaar Bestuur over de decentrale uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord een model gemaakt en gedeeld als handreiking. Het model is ontwikkeld binnen de gemeente IJsselstein en is zo gemaakt dat het benut kan worden door alle gemeenten. Het model geeft slechts een indicatie van de capaciteit die nodig is voor de deelnemende gemeenten van de RES U16 en is op verzoek beschikbaar. Inhuur externe diensten, kennis/expertise en onderzoek/advies Binnen het uitvoeringsprogramma en rondom de uitvoering van de thematische opgaven voorzien we inzet van externe diensten, kennis/expertise en onderzoek/advies.
5.2 Dekking De RES samenwerking is tot de oplevering van de RES 1.0 gefinancierd uit: ‘om niet’ inzet van ambtelijke uren, een rijksbijdrage (uitgekeerd aan de centrumgemeente) en een deelnemersbijdrage (provincie 1/4, waterschappen 1/8, gemeenten 5/8 verdeeld naar rato inwonertal, ca € 0,27 per inwoner). Dit komt neer op € 65.000 voor de provincie, € 33.000 voor de waterschappen en € 160.000 voor gemeenten. Om de kosten voor het uitvoeringsprogramma in 2022 te dekken, onderscheiden we een drietal posten: -
Overbruggingsbudget vanuit het Rijk voor de RES regio’s voor het jaar 2021
-
Nieuwe RES-gelden vanuit het Rijk
-
o
Voor het jaar 2022 is dit hoogstwaarschijnlijk € 530.000
o
Voor de periode 2023-2025 is dit afhankelijk van de plannen van het nieuwe kabinet
Bijdrage van deelnemende overheden, deze blijft gelijk ten opzichte van 2021 (zie hierboven)
Verwachte inkomsten voor het jaar 2022: •
Voor najaar 2021 (periode vanaf 1/7/2021 tot 1/1/2022) een rijksbijdrage van 180K euro, waarvan we een deel nog kunnen inzetten in 2022
•
Voor heel 2022 een rijksbijdrage van 530K euro
•
Op regionaal niveau is bij veel deelnemers waaronder in ieder geval de grootste financiers, de bijdrage voor 2022 vastgelegd in de begroting.
Hiermee komen de totale inkomsten uit gemeenten, waterschap, provincie en Rijk voor 2022 ongeveer op 1 miljoen euro. Benodigde uitgaven zijn de personeelskosten voor het programmateam, inhuur van experts, out-ofpocket kosten en bedrijfsvoeringskosten. Deze uitgaven zijn nu op maat aangepast aan de verwachte inkomsten en komen ook neer op ongeveer 1 miljoen euro voor 2022.
Regionaal Uitvoeringsprogramma RES U16
19
BIJLAGE 1 Uitgangspunten governance in RES 1.0 De governance van de RES U16 kent de volgende uitgangspunten vastgelegd in de RES 1.0: •
Uitgangspunt voor de RES U16 is de samenwerking van zestien gemeenten, vier waterschappen en de provincie. De deelnemende gemeenten, waterschappen en provincie zijn gelijkwaardige partners binnen de RES.
•
Stedin heeft een aparte status binnen de RES U16. Een essentieel onderdeel van de RES is het energie infrastructuurplan. De afstemming van de planning en investeringen in de infrastructuur kent een nauwe samenhang met de planning van de aanpassing van ruimtelijke kaders door overheden. Dit betekent dat de besluitvorming van Stedin op infrastructuur en de besluitvorming van overheden op omgevingsbeleid niet los van elkaar gezien kunnen worden.
•
De besluitvorming over de RES vindt plaats door de deelnemende gemeenten, waterschappen en provincie. In de RES zullen veel belangen en waarden samenkomen en waar het niet lukt om deze te verenigen zal van de besturen van de deelnemende overheden gevraagd worden om de belangen tegen elkaar af te wegen. We kiezen er daarom voor de besluitvormingsrol alleen bij de overheden neer te leggen.
•
De stuurgroep RES U16 bereidt de RES-voorstellen die worden voorgelegd ter besluitvorming. Leden van de stuurgroep zijn: de wethouders verantwoordelijk voor de RES van de deelnemende gemeenten, het hoogheemraad van De Stichtse Rijnlanden (HDSR) namens de vier waterschappen, een gedeputeerde van de provincie en een vertegenwoordiger van Stedin op directieniveau.
•
De centrale ontmoetingsplek voor de stuurgroep is de bestuurstafel Klimaatneutrale regio (KNR) van de U10. De provincie Utrecht, HDSR en Stedin sluiten aan bij het overleg van de bestuurstafel KNR voor het onderwerp RES U16. Indien wenselijk organiseren we aanvullende bestuurdersdagen voor afstemming over de RES door de stuurgroep.
•
We claimen de energietransitie niet als overheden. De energieopgave is van iedereen. Op regionaal niveau betrekken we regionaal georganiseerde stakeholders bij de strategievorming. We benaderen deze stakeholders proactief. Dit doen we op basis van een analyse van hun belangen. Wij zijn met de stakeholders in gesprek over welke bijdrage zij kunnen en willen leveren in de uitvoering van dit programmaplan en hoe zij daarin hun netwerk betrekken. Samen met de stakeholders geven we vorm aan de wijze waarop zij betrokken worden.
•
Op lokaal niveau informeren en betrekken de lokale overheden inwoners, organisaties en bedrijven zoals dat past in de lokale samenwerking en cultuur. De lokale overheden worden hierin op basis van hun behoeften ondersteund door het programmateam van de RES U16.